CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage was-wordt tabel

Gemeenteraad 7 maart 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Verlenen toestemming aan burgemeester en wethouders tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost 202412.125 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het Algemeen Bestuur vast te stellen regels en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Artikel 28. Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 27, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot

1. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. 2. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan gedeputeerde staten en aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Verdeling der kosten. Artikel 30. 1. In de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken ingevolge artikel 10 van de Wet, verleent Onze Minister een bijdrage. Aan de aanwending van deze bijdrage kunnen voorwaarden worden gesteld. 2. De verdeling van de algemene kosten, alsmede de specifieke kosten, die gemaakt worden ten behoeve van de deelnemende gemeenten, geschiedt naar rato van de bijdrage aan de gemeente uit het gemeentefonds voor het onderdeel Openbare Orde en Veiligheid.

pagina 19

De oorspronkelijke tekst sluit niet aan bij het doel waarvoor de bijdrage wordt verleend.

De oorspronkelijke tekst sluit niet meer aan bij de wijze waarop nu naar de uitkering uit het gemeentefonds wordt gekeken. Met deze aanpassing wordt dit geformaliseerd.

3. De bepaling en verdeling van de kosten als genoemd in het vorige lid van dit artikel geschiedt door het Algemeen Bestuur. 4. De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het Algemeen Bestuur vast te stellen regels en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Artikel 31. Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 30, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 29. 1. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van de Veiligheidsregio een liquiditeitsplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de Veiligheidsregio over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Financiële voorschriften Artikel 30 1. Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2.

Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het Algemeen Bestuur wijst overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 26 genoemde jaarrekening 4. De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen Bestuur.

pagina 20

overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 32. 1. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van de Veiligheidsregio een liquiditeitsplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de Veiligheidsregio over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Financiële voorschriften Artikel 33. 1. Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.

Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het Algemeen Bestuur wijst overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 29 genoemde jaarrekening 4. De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen Bestuur.

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 5. De verordeningen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de deelnemende gemeenten. 6. De Veiligheidsregio verzekert zich tenminste tegen: a. burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 7. Als de verzekering een voor rekening van de Veiligheidsregio komende schade niet dekt wordt deze gedragen door de Veiligheidsregio voor zover een deelnemende gemeente geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de Wet tegemoetkoming schade bij rampen.

5. De verordeningen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de deelnemende gemeenten. 6. De Veiligheidsregio verzekert zich tenminste tegen: a. burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 7. Als de verzekering een voor rekening van de Veiligheidsregio komende schade niet dekt wordt deze gedragen door de Veiligheidsregio voor zover een deelnemende gemeente geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de Wet tegemoetkoming schade bij rampen.

HOOFDSTUK XIII (Archief) Archiefbescheiden. Artikel 31.

HOOFDSTUK XIII (Archief) Archiefbescheiden. Archiefzorg Artikel 34.

1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar organen, overeenkomstig door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen en aan gedeputeerde staten mee te delen regels.

1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar organen, overeenkomstig door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen en aan gedeputeerde staten mee te delen regels. 1.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio en stelt hiervoor een archiefverordening vast. 2. Het Dagelijks Bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken. 2.Archiefbeheer a. De beheerder is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. b. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de

2. Het Dagelijks Bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken.

pagina 21

In overeenstemming gebracht met de formulering in de Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024

3. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling ten aanzien van de archiefbescheiden wordt een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

4. Voor de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust die zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten.

5. De directeur Veiligheidsregio is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de aangewezen archiefbewaarplaats als genoemd in het zesde lid.

6. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde

Veiligheidsregio, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 3. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling ten aanzien van de archiefbescheiden wordt een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. 3. Voor de bewaring van de over brengen archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio wordt aangewezen de archiefbewaarplaats zoals vastgesteld in een archiefverordening. 4. Voor de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust die zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten. 4.Toezicht: Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de Veiligheidsregio, zoals vastgesteld in een archiefverordening. 5. De directeur Veiligheidsregio is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de aangewezen archiefbewaarplaats als genoemd in het zesde lid. 5.Verantwoording. a.

De archivaris van de Veiligheidsregio brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. b. Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opdragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van de Veiligheidsregio. 6. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde

pagina 22

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 bestuursorganen wijst het Dagelijks Bestuur een archiefbewaarplaats aan.

7. De beheerder van de in het zesde lid aangewezen archiefbewaarplaats oefent toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. HOOFDSTUK XIV (toetreding, uittreding, wijziging, opheffing) Toetreding en uittreding. Artikel 32. 1. Toetreding van gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding van gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet. 2. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding.

bestuursorganen wijst het Dagelijks Bestuur een archiefbewaarplaats aan. 6.Terbeschikkingstelling a. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. b. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. c. In een verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. 7. De beheerder van de in het zesde lid aangewezen archiefbewaarplaats oefent toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. HOOFDSTUK XIV (toetreding, uittreding, wijziging, opheffing) Toetreding en uittreding. Artikel 35. 1. Toetreding van gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding van gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet. 2. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding. 3.

Bij het uittreden worden bij het bepalen van de gevolgen voor het vermogen van de regeling in ieder geval de volgende bepalingen gehanteerd: a. Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot overdracht materiaal, materieel of gebouwen van de regeling vindt de overdracht van duurzame gebruiksgoederen plaats

pagina 23

Wijziging naar aanleiding van ontvangen zienswijzen.

Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024

Wijzigingen of opheffing. Artikel 33. 1. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten. 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, daartoe eensluidend besluiten. 3. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 jo. artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten.

pagina 24

tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt. b. Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. c. Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan het uittredend bestuursorgaan vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel. Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. Wijzigingen of opheffing. Artikel 36. 1. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten. 2.

De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, daartoe eensluidend besluiten. 3. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 jo. artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten.

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 4. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 6. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 7. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. 8. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 9. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid. Geschillen en klachten. Artikel 34. 1. Voordat over een bestuursgeschil de beslissing van gedeputeerde staten dan wel een rechtscollege op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan de commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant. 2. De commissaris van de Koning hoort de bij het geschil betrokken partijen. 3.

De commissaris van de Koning brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. 4. Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil, laat de commissaris van de Koning zich bij de voorbereiding van het in het derde lid bedoelde advies bijstaan door twee door de commissaris van de Koning aan te wijzen

pagina 25

4. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 6. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 7. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband. 8. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 9. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid. Geschillen en klachten. Artikel 37. 1. Voordat over een bestuursgeschil de beslissing van gedeputeerde staten dan wel een rechtscollege op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan de commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant. 2. De commissaris van de Koning hoort de bij het geschil betrokken partijen. 3. De commissaris van de Koning brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

4. Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil, laat de commissaris van de Koning zich bij de voorbereiding van het in het derde lid bedoelde advies bijstaan door twee door de commissaris van de Koning aan te wijzen

Concept november2023

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil betrokken gemeenten. 5. Voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil betrokken gemeenten. 5. Voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

HOOFDSTUK XV (Slot en overgangsbepalingen) Overgangs- en slotbepalingen. Artikel 35. 1. De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. De gemeenschappelijke regeling geldt voor onbepaalde tijd. 2. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het eerste boekjaar zal aanvangen op 1 januari 2022.

HOOFDSTUK XV (Slot en overgangsbepalingen) Overgangs- en slotbepalingen. Artikel 38. 1. De regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. De gemeenschappelijke regeling geldt voor onbepaalde tijd. 2. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

3. Het college van de gemeente Eindhoven zendt de gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant en draagt zorg voor de bekendmaking in alle deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Citeertitel Artikel 36. Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio BrabantZuidoost.

3. Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling. Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is, wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd. 4. Het college van de gemeente Eindhoven zendt de gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant en draagt zorg voor de bekendmaking in alle deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Citeertitel Artikel 39. Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio BrabantZuidoost 2024.

pagina 26

Verplichte toevoeging op basis van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Concept november2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13850383/1