CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-wordt-lijst

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen herziening Algemene plaatselijke Verordening gemeente Someren 2018.31.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

In de linkerkolom staat de bestaande tekst. In de rechterkolom de nieuwe tekst. De wijzigingen die zijn toegevoegd zijn in het dikgedrukt weergegeven.

Artikel 1:1 Definities

Artikel 1:1 Definities

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld

• bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op

op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste

• beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan

lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de

• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van

Bouwverordening;

een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld

d.

college: het college van burgemeester en wethouders;

in de Omgevingswet;

e.

gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de

• bouwwerk: hetgeen, daaronder wordt verstaan in de bijlage,

Woningwet;

onder A, bij de Omgevingswet;

handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of

• bromfiets; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste

diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel

lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

belang te dienen;

• college: het college van burgemeester en wethouders;

leiboom: boom met een zekere stamhoogte van minimaal 1.80

• gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder

meter waarbij de stam vrij is van takken. De hoofdtakken zijn

A, bij de Omgevingswet;

verticaal of horizontaal geleid over een constructie en worden

• handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,

ieder jaar kort gesnoeid om niet buiten de voorziene vorm te

waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

groeien;

• motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op

van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

andere wijze toegankelijk zijn;

• openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere

openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare

wijze toegankelijk zijn;

manifestaties daaronder wordt verstaan;

• openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft

Wet openbare manifestaties;

krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

• parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het

weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens

b. c.

f.

g.

h. i. j. k.

eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

• slecht levensgedrag: wat daaronder wordt verstaan bij toepassing van artikel 8 van de Alcoholwet; • voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; • weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; • de - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen; • de - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten, en aanlegplaatsen voor vaartuigen; • de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; • andere voor het publiek toegankelijke - al dan niet afsluitbare stappen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht is bevoegd zijn afgesloten. Artikel 1:2 Beslistermijn

Artikel 1:2 Beslistermijn

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

2.

Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een

Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een

vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van

vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van

ontvangst van de aanvraag.

ontvangst van de aanvraag, tenzij in een ander hoofdstuk anders

Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken

is bepaald.

verdagen.

2.

Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken

2/112

3.

In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een

verdagen met inachtneming van artikel 31 van de Dienstenwet. 3.

aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of

Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend buiten een door het college vastgestelde termijn waarop de

ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de

aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde

aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het

bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien het

bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

van mening is dat de aard van de gevraagde vergunning of ontheffing

2.

Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt

2.

Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen

zodanig is dat voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag

of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden

onvoldoende tijd aanwezig is.

verlengd tot ten hoogste acht weken.

Voor bepaalde door het bevoegde orgaan aan te wijzen vergunningen

3.

of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden

De aanvrager ontvangt een ontvangstbevestiging die voldoet aan artikel 29 van de Dienstenwet.

verlengd tot ten hoogste acht weken.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

2.

Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en

Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften of

beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen

beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen

strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in

strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in

verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

2.

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

3/112

3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze

1.

verordening anders is bepaald.

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachten deze verordening anders is bepaald.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

1.

a.

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.

verstrekt; b.

c.

op grond van een verandering van de omstandigheden of

verstrekt: b.

e.

Op grond van een verandering van de omstandigheden of

inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of

inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of

vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het

ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het

belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of

belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of

ontheffing is vereist;

ontheffing is vereist;

de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en

c.

beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.

Ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt

De aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d.

Van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt

binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het

binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het

ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

of

of

de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.

e.

De houder of rechthebbende dit verzoekt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

4/112

Artikel 1:7 Termijnen

Artikel 1:7 Termijnen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

2.

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij in

vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de

deze verordening of bij de vergunning of ontheffing anders is

vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval

verzet.

tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of

2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval

ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal

tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunning of

beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in

Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het

het belang van:

belang van:

2.

a.

de openbare orde;

a.

de openbare orde;

b.

de openbare veiligheid;

b.

de openbare veiligheid;

c.

de volksgezondheid;

c.

de volksgezondheid;

d.

de bescherming van het milieu.

d.

de bescherming van het milieu.

Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor buiten de door het college vastgestelde termijn voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

5/112

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

2.

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een

samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag

samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag

aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

Degene die op een openbare plaats: a. b.

2. Onder samenscholing wordt verstaan: het groepsgewijs bij

aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden

elkaar komen van mensen die een dreigende houding

ontstaan of dreigen te ontstaan;

aannemen of kwade bedoelingen hebben.

aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot

3.

toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of

Degene die op een openbare plaats: a.

dreigen te ontstaan; of c.

ontstaan of dreigen te ontstaan;

zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

b.

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te

dreigen te ontstaan; of

verwijderen.

c.

is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te

plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de

vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te

afgezet.

5.

verwijderen. 4.

Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in

plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het

het derde lid.

belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van

Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in

ongeregeldheden zijn afgezet. 5.

de Wet openbare manifestaties. 6.

zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn

4.

aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of

vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te 3.

aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het vierde lid.

6.

Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet

godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in

tijdig beslissen) niet van toepassing.

de Wet openbare manifestaties. 7.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

6/112

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

2.

Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een

1.

betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als

te houden, waaronder begrepen een samenkomst in artikel 3, eerste

bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare

lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de

manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en

openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging

ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,

wordt gehouden, schriftelijk of via de digitale weg kennis aan de

schriftelijk kennis aan de burgemeester.

burgemeester.

De kennisgeving bevat:

2.

naam en adres van degene die de betoging houdt;

a. naam en adres van degene die de betoging houdt;

b.

het doel van de betoging;

b. het doel van de betoging;

c.

de datum waarop de betoging wordt gehouden en het

c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip

d.

de plaats en, voor zover van toepassing, de route;

e.

voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

f.

maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen

` `

5.

van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om

Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs

`

waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

3.

Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen

van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en plaats

om een regelmatig verloop te bevorderen.

4.

De kennisgeving bevat:

a.

tijdstip van aanvang en van beëindiging;

3.

Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging

een regelmatig verloop te bevorderen. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

4.

Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na

erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de

12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende

werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00

feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die

uur.

aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek

5.

De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een

een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze gestelde

kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn en een

termijn.

mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.

7/112

Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel

1.

Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel

afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te

afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te

bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot in de kennisgeving

bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2.

Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en

bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis

uren. 3.

Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis

verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven

verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven

stukken en afbeeldingen.

stukken en afbeeldingen.

4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

4.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

5.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

tijdig beslissen) niet van toepassing.

niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken

1.

Het is verboden:

dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.

a. een openbare plaats, de weg of een weggedeelte anders te

schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de

gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als

bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het b. 2.

dat gebruik: I.

schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de

beheer of onderhoud van de weg; of

bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan

niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of

Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van

onderhoud van de weg; of II.

niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

8/112

1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50

a. kabels of snoeren ten behoeve van het laden van

strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd

elektrische

verkeer.

motorvoertuigen, dan wel daartoe bestemde kabelgoten,

Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-

beschermmatten, of overige toebehoren op, over of boven

en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen

een openbare plaats, de weg of een weggedeelte te leggen of te houden, tenzij deze kabels of snoeren zich bevinden

4.

en reclameborden. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

5.

De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het

3.

bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft as bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of

op of over het weggedeelte waarop het motorvoertuig staat geparkeerd en de verbinding leggen tussen dit voertuig en bij dat weggedeelte behorende laadpaal. 2.

geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,50

onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.

evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

b.

standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en

c.

overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

7.

strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50

Het verbod is niet van toepassing op: a.

Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt

strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het is verboden containers, reclameborden en/of spandoeken te plaatsen zonder voorafgaande melding aan het college. 4. Het bedrijf, de persoon en/of organisatie doet de melding als bedoeld in het derde lid, ten minste vijftien werkdagen

voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van

voorafgaand aan de aanvang van de plaatsingsperiode onder

de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. 8.

Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder

vermelding van de volgende gegevens:

Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van

a.

de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

Naam en adres van het bedrijf, de persoon en/of de organisator;

niet tijdig beslissen) niet van toepassing

b.

Het aantal containers of de soort reclame-uiting;

c.

De plaatsingsperiode;

d.

De locatie(s).

5. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 6.

Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

9/112

7. Het college kan ontheffing verlenen van het verboden, bedoeld in het eerste lid. 8.

Het verbod is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

9. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 10. Op de ontheffing bedoeld in het zevende lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en

veranderen van een weg

veranderen van een weg

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

2.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het

bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding

bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding

daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of

daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of

breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins

breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins

verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het

2.

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een

bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een

bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden

bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of

verricht.

voorbereidingsbesluit.

3. Het verbod is voorts niet van toepassing op

10/112

3. 4.

5.

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een

beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg

bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of

Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt

krachtens de Omgevingswet, de provinciale

voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet

omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op

beheer Rijkswaterstaatswerken, het provinciaal wegenreglement

situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de

Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de

Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van

daarop gebaseerde Verordening ondergrondse infrastructuur gemeente

Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de

Someren 2018.

Telecommunicatiewet.

Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:11a Geveltuinen

Artikel 2:11a Geveltuinen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

In deze afdeling wordt onder de volgende definities het volgende verstaan: a.

b.

Geveltuin: een door de bewoner of bewoners van een woning

verstaan: a.

Geveltuin: een door de bewoner of bewoners van een woning onderhouden strook openbare ruimte die met

begroeid en rechtstreeks is gelegen tegen een deel dan wel de

planten is begroeid en rechtstreeks is gelegen tegen een

volledige breedte van de voor- of zijgevel van die woning.

deel dan wel de volledige breedte van de voor- of zijgevel

Openbare ruimte: gronden waaraan in het geldende

van die woning. b.

Openbare ruimte: gronden waaraan in het omgevingsplan

of ‘Groen’ zijn toegekend of een voor het publiek toegankelijke

de bestemmingen ‘Verkeer- Verblijfsgebied’ of ‘Groen’

plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder c;

zijn toegekend of een voor het publiek toegankelijke

Openbare weg: de weg als bedoeld in Artikel 4 van de

plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder c;

Wegenwet. d.

In deze afdeling wordt onder de volgende definities het volgende

onderhouden strook openbare ruimte die met planten is

bestemmingsplan de bestemmingen ‘Verkeer- Verblijfsgebied’

c.

1.

c.

Huisaansluitingen: aansluitingen ten behoeve van gas, water en elektriciteitsvoorzieningen alsook aansluitingen ten behoeve van telefoon, kabel en internet.

Openbare weg: de weg als bedoeld in Artikel 4 van de Wegenwet.

d.

Huisaansluitingen: aansluitingen ten behoeve van gas, water en elektriciteitsvoorzieningen alsook aansluitingen

11/112

e.

Opsluiting: trottoirbanden, opsluitbanden of rollagen die

ten behoeve van telefoon, kabel en internet.

voorkomen dat de verhardingsmaterialen verschuiven of f. 2.

voorkomen dat de verhardingsmaterialen verschuiven of

Klic: Kabels en Leidingen Informatie Centrum.

verzakken;

Geveltuinen zijn niet toegestaan in de Postelstraat en aan het

f. 2.

Klic: Kabels en Leidingen Informatie Centrum.

De aanleg van een geveltuin is uitsluitend toegestaan op plaatsen

De aanleg van een geveltuin is uitsluitend toegestaan op

waar de minimale breedte van het trottoir van 1,5 meter

plaatsen waar de minimale breedte van het trottoir van 1,5

gegarandeerd kan blijven. Deze breedte is exclusief opsluiting. Hierbij

meter gegarandeerd kan blijven. Deze breedte is exclusief

dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van bomen,

opsluiting. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de

lichtmasten en ander straatmeubilair.

aanwezigheid van bomen, lichtmasten en ander straatmeubilair. 4.

Opsluiting: trottoirbanden, opsluitbanden of rollagen die

verzakken;

Wilhelminaplein. 3.

e.

3.

Het is toegestaan om openbare ruimte te gebruiken voor het

Het is toegestaan om openbare ruimte te gebruiken voor het

aanleggen van een geveltuin indien aan alle onderstaande

aanleggen van een geveltuin indien aan alle onderstaande

voorwaarden wordt voldaan en deze in acht worden genomen:

voorwaarden wordt voldaan en deze in acht worden genomen:

a.

a. Dit is toegestaan op grond van het bestemmingsplan; b. De eigenaar van de huurwoning of de woning moet

Dit is toegestaan op grond van het omgevingsplan;

b.

De eigenaar van de huurwoning of de woning moet

akkoord zijn met de aanleg van de geveltuin. Er dient een

akkoord zijn met de aanleg van de geveltuin. Er

schriftelijke akkoordverklaring overgelegd te kunnen

dient een schriftelijke akkoordverklaring overgelegd

worden.

te kunnen worden.

c. De maximale afmeting van een geveltuin, gemeten

c.

De maximale afmeting van een geveltuin, gemeten

loodrecht vanaf de woninggevel is 45 centimeter.

loodrecht vanaf de woninggevel is 45 centimeter.

Elementverhardingen met een lengte of breedte van meer

Elementverhardingen met een lengte of breedte van

dan 45 cm mogen niet verwijderd worden.

meer dan 45 cm mogen niet verwijderd worden.

d. De geveltuin mag niet breder zijn dan de lengte van de

d.

gevel van de woning waartegen deze wordt aangelegd.

de gevel van de woning waartegen deze wordt

e. Voor de aanleg van een geveltuintje dient er een klicmelding gedaan te worden om te controleren of er kabels

aangelegd. e.

en leidingen in de grond bevinden.

Voor de aanleg van een geveltuintje dient er een klic-melding gedaan te worden om te controleren of

f. De grondbewerking of gronduitwisseling dient handmatig uitgevoerd te worden. Dit ter voorkoming van schade aan

De geveltuin mag niet breder zijn dan de lengte van

er kabels en leidingen in de grond bevinden. f.

De grondbewerking of gronduitwisseling dient

12/112

kabels en leidingen.

handmatig uitgevoerd te worden. Dit ter

g. In verband met mogelijke aanwezigheid van kabels en leidingen bedraagt de maximale diepte van

voorkoming van schade aan kabels en leidingen. g.

In verband met mogelijke aanwezigheid van kabels

grondbewerking maximaal 40 cm. Op plaatsen waar de

en leidingen bedraagt de maximale diepte van

diepte van kabels en leidingen minder dan 40 centimeter

grondbewerking maximaal 40 cm. Op plaatsen waar

is, is de bovenzijde van de kabel bepalend voor de

de diepte van kabels en leidingen minder dan 40

maximale diepte van de grondbewerking.

centimeter is, is de bovenzijde van de kabel

h. De ten behoeve van de geveltuin, in afwijking van het

bepalend voor de maximale diepte van de

bestemmingsplan in gebruik genomen strook grond: I. II.

blijft eigendom van de gemeente en blijft behoren

grondbewerking. h.

De ten behoeve van de geveltuin, in afwijking van

tot het openbaar gebied;

het bestemmingsplan in gebruik genomen strook

op eigendom van een ander dan de gemeente, blijft

grond:

behoren tot het openbaar gebied.

I.

i. Hekwerken, afrasteringen en (reclame)borden zijn (bij de

tot het openbaar gebied;

aanleg van) geveltuinen niet toegestaan.

II.

j. Verkeersborden, openbare verlichting, straatnaamborden, huisnummeraanduidingen en verwijzingen naar

op eigendom van een ander dan de gemeente, blijft behoren tot het openbaar gebied.

i.

brandkranen en dergelijke tegen de gevel, moeten zichtbaar blijven.

blijft eigendom van de gemeente en blijft behoren

Hekwerken, afrasteringen en (reclame)borden zijn (bij de aanleg van) geveltuinen niet toegestaan.

j.

k. In de geveltuin is uitsluitend beplanting toegestaan

Verkeersborden, openbare verlichting, straatnaamborden, huisnummeraanduidingen en

waarvan het risico op mogelijke schade aan kabels,

verwijzingen naar brandkranen en dergelijke tegen

leidingen, bestrating en gebouwen wordt voorkomen. Het

de gevel, moeten zichtbaar blijven.

planten van bomen en boomvormers is niet toegestaan.

k.

l. De inrichting van geveltuin mag niet buiten het grondvlak

In de geveltuin is uitsluitend beplanting toegestaan waarvan het risico op mogelijke schade aan kabels,

van de geveltuin steken, zodat hinder, overlast en schade

leidingen, bestrating en gebouwen wordt

voorkomen worden. Hieronder wordt onder andere

voorkomen. Het planten van bomen en

verstaan: het niet volledig kunnen gebruiken van het

boomvormers is niet toegestaan.

naastgelegen openbaar gebied en schade aan kleding

l.

De inrichting van geveltuin mag niet buiten het

en/of voorwerpen bij het passeren van de geveltuin.

grondvlak van de geveltuin steken, zodat hinder,

m. De geveltuin moet steeds in een behoorlijke staat van

overlast en schade voorkomen worden. Hieronder

13/112

onderhoud verkeren. De bewoner is verantwoordelijk voor

wordt onder andere verstaan: het niet volledig

het onderhoud van de geveltuin en komt volledig voor

kunnen gebruiken van het naastgelegen openbaar

zijn/haar rekening.

gebied en schade aan kleding en/of voorwerpen bij

n. In de geveltuin is het toepassen van chemische

het passeren van de geveltuin.

gewasbeschermings- en ongediertebestrijdingsmiddelen,

m.

van onderhoud verkeren. De bewoner is

toegestaan

verantwoordelijk voor het onderhoud van de

o. Bij verwaarlozing of verwijtbare schade heeft de gemeente

geveltuin en komt volledig voor zijn/haar rekening.

het recht de geveltuin op kosten van de eigenaar/bewoner

n.

gewasbeschermings- en

hierboven genoemde voorwaarden, krijgt de overtreder

ongediertebestrijdingsmiddelen, evenals op het

één week de tijd om de geveltuin aan te passen aan deze

aangrenzende openbaar gebied, niet toegestaan o.

gemeente het recht de geveltuin op kosten van de

of overgedragen te worden aan de volgende bewoners

eigenaar/bewoner te verwijderen. Bij vaststelling

onder verwijzing naar voornoemde bepalingen. Er dient

van overtreding van de hierboven genoemde

een melding gedaan te worden bij de gemeente van de

voorwaarden, krijgt de overtreder één week de tijd

verhuizing.

om de geveltuin aan te passen aan deze

Het college kan besluiten dat een geveltuin verwijderd dient te

voorwaarden. p.

Bij verhuizing dient het geveltuintje verwijderd te

wordt.

worden of overgedragen te worden aan de volgende

Bij beëindiging van het gebruik moet het trottoir in de

bewoners onder verwijzing naar voornoemde

oorspronkelijke staat van onderhoud worden opgeleverd. Dit

bepalingen. Er dient een melding gedaan te worden

dient te gebeuren in afstemming met de gemeente. Er kan geen

bij de gemeente van de verhuizing.

aanspraak gemaakt worden op enigerlei schadevergoeding. 7.

Bij verwaarlozing of verwijtbare schade heeft de

p. Bij verhuizing dient het geveltuintje verwijderd te worden

worden indien deze ruimte bij het openbaar gebied betrokken 6.

In de geveltuin is het toepassen van chemische

te verwijderen. Bij vaststelling van overtreding van de

voorwaarden.

5.

De geveltuin moet steeds in een behoorlijke staat

evenals op het aangrenzende openbaar gebied, niet

4.

De gemeente heeft het recht de geveltuin op kosten van de (voormalige) eigenaar of bewoner te verwijderen indien blijkt

Het college kan besluiten dat een geveltuin verwijderd dient te worden indien deze ruimte bij het openbaar gebied betrokken wordt.

5.

Bij beëindiging van het gebruik moet het trottoir in de oorspronkelijke

dat de geveltuin niet conform de opgestelde afspraken in

staat van onderhoud worden opgeleverd. Dit dient te gebeuren in

teruggebracht naar de oorspronkelijke staat.

afstemming met de gemeente. Er kan geen aanspraak gemaakt worden op enigerlei schadevergoeding.

14/112

6.

De gemeente heeft het recht de geveltuin op kosten van de (voormalige) eigenaar of bewoner te verwijderen indien blijkt dat de geveltuin niet conform de opgestelde afspraken in teruggebracht naar de oorspronkelijke staat.

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht

1.

deze: a.

Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:

te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander

a.

herkenningsteken, en b.

herkenningsteken, en

terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de

b.

omgeving van dat bedrijf. 2.

Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een Het in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

2.

openbare plaats achter te laten. 3.

te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander

Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

3.

Het in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk onderwerp

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk onderwerp

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

15/112

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben

1. Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te

op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt

brengen of te hebben dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht

belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of

wordt belemmerd.

gevaar ontstaat.

2. Het is verboden een beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat deze een gemeentelijke lantaarnpaal overgroeit of lichtreductie veroorzaakt. 3. Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat op enige andere wijze hinder of gevaar wordt veroorzaakt.

Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke

Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,

(Gereserveerd)

rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in

1.

duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. b.

duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:

te roken gedurende een door het college aangewezen

a.

te roken gedurende een door het college aangewezen periode;

periode;

b.

voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende

voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

2.

Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt

voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.

16/112

voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek 3.

3.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van

van Strafrecht.

toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van

aangrenzende erven.

toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen

Artikel 2:20

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk een

(Vervallen)

voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg.

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

2.

De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat

1.

De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat

op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten

op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten

behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden

behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden

aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel 2:24 Definities

Artikel 2:24 Definities

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

17/112

1.

In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor

1.

In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor

publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering

publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering

van:

van:

a.

bioscoopvoorstellingen;

a.

Bioscoop- en theatervoorstellingen;

b.

markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en

b.

markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en

onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

c.

kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

c.

kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d.

het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet

d.

het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet

gelegenheid geven tot dansen; e.

gelegenheid geven tot dansen;

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld

e.

in de Wet openbare manifestaties;

in de Wet openbare manifestaties;

f.

activiteiten als bedoeld in artikel 2:39;

f.

activiteiten als bedoeld in artikelen 2:9 en 2:39;

g.

sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als

g.

sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als

bedoeld in het tweede lid onder f. 2.

Onder evenement wordt mede verstaan:

bedoeld in het tweede lid onder f. 2.

Onder evenement wordt mede verstaan:

a.

een herdenkingsplechtigheid;

a.

een herdenkingsplechtigheid;

b.

een braderie;

b.

een braderie;

c.

een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als

c.

een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als

bedoeld in artikel 2:3; d.

bedoeld in artikel 2:3;

een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de

d.

weg;

een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

e.

een straatfeest of buurtbarbecue;

e.

een straatfeest of buurtbarbecue;

f.

een door de burgemeester aangewezen categorie

f.

een door de burgemeester aangewezen categorie

vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld

In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.

het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150

vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.

In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.

personen;

het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

b.

het evenement tussen 09:00 en 24:00 uur plaats vindt;

b.

de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 en 24:00;

c.

geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09:00 uur of

c.

geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09:00 uur of

18/112

na 23:30 uur; d.

na 23:30 uur;

de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan,

d.

(brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een

(brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een

belemmering vormen voor het verkeer en de

belemmering vormen voor het verkeer en de

hulpdiensten; en e.

de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan,

hulpdiensten; en

slechts kleine objecten worden geplaatst met een

e.

oppervlakte van minder dan 25 m per object.

slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object.

2

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de

1.

burgemeester een evenement te organiseren. 2.

Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens,

burgemeester een evenement te organiseren. 2.

bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en

basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor

basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor

het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan

het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan

op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig

op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de

gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.

5.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de

organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het

organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het

evenement daarvan melding heeft gedaan aan het college via het

evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester

door het college hiertoe vastgestelde meldingsformulier. 4.

Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens,

bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en

gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de

De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de

via het hiertoe vastgestelde meldingsformulier. 4.

De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van

melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er

de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er

aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de

aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de

openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar

openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar

komt.

komt.

Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148

5.

Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148

19/112

van de Wegenverkeerswet 1994. 6.

De organisator dient altijd de wettelijk geldende regels in acht te

van de Wegenverkeerswet 1994. 6.

nemen. 7.

De organisator dient altijd de wettelijk geldende regels in acht te nemen.

Op de aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de

7.

Op de aanvraag van een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder

1.

vergunning van de burgemeester. 2.

De burgemeester kan dit verbod beperken tot bepaalde gebieden

vergunning van de burgemeester. 2.

en of categorieën van bedrijven. 3.

4.

De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de

De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

3.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester

openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan,

de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn

beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

oordeel moet worden aangenomen dat:

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester

a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare

de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar

inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig

zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

wordt beïnvloed; of

a.

b.

de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare

b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht

inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze

levensgedrag is.

nadelig wordt beïnvloed; of

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich

de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht

bevindt in een:

levensgedrag. 5.

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder

a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor

Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde

zover de activiteiten van de openbare inrichting een

weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het

nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is

b. zorginstelling;

gelegen of zal gelegen zijn, de aard van de openbare inrichting en

c. museum; of

de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat

d. bedrijfskantine of -restaurant.

20/112

6.

7.

8. 9.

of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling

Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel

van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn

als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de

als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:

activiteit van de openbare inrichting een nevenactiviteit is van de

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de

winkelactiviteit. In afwijking van artikel 2:29 gelden voor zowel de

inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten

winkel als de openbare inrichting in dat geval dezelfde

gepaard gaande met geweld, overlast op straat of

sluitingstijden van de Winkeltijdenwet.

drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de

Een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting,

inrichting; of

waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, vervalt indien

b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er

de leidinggevende van de openbare inrichting niet in het bezit is

zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in

van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet.

artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.

De aanvraag om vergunning vindt plaats aan de hand van een

6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident

door de burgemeester vastgesteld formulier.

heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve

7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf

fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing

4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking

op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling

bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

bedoeld in het vijfde lid. Artikel 2:29 Sluitingstijd

Artikel 2:29 Sluitingstijd

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is de houder van een horecabedrijf, zowel voor een

Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met

horecabedrijf waarvoor op grond van de Alcoholwet een

vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag

vergunning is vereist als voor een horecabedrijf waarvoor op

tussen 02.00 uur en 05.00 uur.

grond van de Alcoholwet geen vergunning is vereist, verboden het

2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers

horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en aldaar

geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten

bezoekers toe te laten of te laten verblijven:

verblijven na sluitingstijd.

a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur en b. op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur. 2.

1.

3.

Een openbare inrichting die op grond van het omgevingsplan is aangemerkt als ondergeschikte horeca en waarbij geen sprake is van verworven rechten, is verboden geopend te zijn voor

Het is de houder van een horecabedrijf die op grond van het

bezoekers en aldaar bezoekers toe te laten of te laten

bestemmingsplan is aangemerkt als ondergeschikte horeca en

verblijven tussen 23.00 uur en 05.00 uur.

21/112

waarbij geen sprake is van verworven rechten, verboden het

vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde

bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 23.00 uur en

sluitingstijden als voor de winkel.

05.00 uur. 3.

4.

4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,

horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en aldaar 5.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het verboden in

een openbare inrichting waarvoor op grond van de Alcoholwet

een openbare inrichting waarvoor op grond van de Alcoholwet een

geen vergunning is vereist bezoekers aanwezig te hebben op

vergunning is vereist en die wordt geëxploiteerd door een

maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur, en op

paracommerciële rechtspersoon, bezoekers aanwezig te hebben

zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur tijdens door

buiten de uren als genoemd in artikel 2:34b.

het college vastgestelde collectieve festiviteiten zoals bedoeld in

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het verboden in

artikel 4:2.

een openbare inrichting waarvoor op grond van de Alcoholwet

6.

geen vergunning is vereist bezoekers aanwezig te hebben:

inrichting of voor een daartoe behorend terras een ander

uur en b. op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur

7.

De burgemeester kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid voor de maximale duur van één jaar ontheffing verlenen op:

bedoeld in artikel 4:2.

vrijdag en zaterdag tot 03.00 uur voor horecabedrijven in de

Overeenkomstig het gestelde in artikel 1:4 kan de burgemeester

bebouwde kom.

horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.

8. De burgemeester kan van het verbod als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid ontheffing verlenen. 9. Het eerste en het achtste lid zijn niet van toepassing op

Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover op

situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is

de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing

voorzien.

zijn. 7.

sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.

tijdens door het college vastgestelde collectieve festiviteiten zoals

door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk

6.

Overeenkomstig het gestelde in artikel 1:4 kan de burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift voor een openbare

a. op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00

5.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het verboden in

10. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

De burgemeester kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

voor de maximale duur van één jaar ontheffing verlenen op:

niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

vrijdag en zaterdag tot 03.00 uur voor horecabedrijven in de bebouwde kom. 8.

De burgemeester kan van het verbod als bedoeld in het eerste tweede en derde lid ontheffing verlenen.

22/112

9.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:34 Het college als bevoegd orgaan

Artikel 2:34

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren.

(Vervallen)

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op activiteiten

1.

Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op activiteiten

van sportieve aard kan uitsluitend alcoholhoudende drank

van sportieve aard kan uitsluitend alcoholhoudende drank

verstrekken op:

verstrekken op:

a.

op maandag tot en met vrijdag van 10.00 uur tot 24.00

a.

uur; b. 2.

3.

uur;

op zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 22.00 uur.

Onder activiteiten van sportieve aard als bedoeld in het eerste lid

op maandag tot en met vrijdag van 10.00 uur tot 24.00

b. 2.

op zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 22.00 uur.

Onder activiteiten van sportieve aard als bedoeld in het eerste lid

wordt in iedere geval verstaan wedstrijden, oefenwedstrijden,

wordt in iedere geval verstaan wedstrijden, oefenwedstrijden,

collectieve trainingen en clubavonden.

collectieve trainingen en clubavonden.

Voor tennisverenigingen geldt tijdens de competitie, vanaf de tweede week van april gedurende zeven weken, op donderdag en

3.

Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor

23/112

4.

vrijdag een sluitingstijd van 01.00 uur van de daaropvolgende dag.

de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die

Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende

wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de

drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot

rechtspersoon.

uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend 5.

4.

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen

in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.

alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen

aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of

alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard

niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende

en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet

rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke

rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon

mededinging.

betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.

Artikel 2:34c Verbod ‘happy hours’

Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of

Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of

anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik

anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik

ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager

ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager

is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 2:34d Proeverijen in slijtlokaliteiten

Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

1.

2.

Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het

Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het

in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten

in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten

behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun

behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun

slijtlokaliteit.

slijtlokaliteit.

De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

2.

De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

24/112

Artikel 2:37 Nachtregister

Artikel 2:37 Nachtregister

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

De exploitant/feitelijk leidinggevende van een inrichting of een voor hem

(Vervallen)

handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. De burgemeester kan bij bepaalde vormen van nachtverblijf nadere regels stellen.

-

Artikel 2:38a Definities

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

-

1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een

1.

speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a.

speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2.

speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

25/112

b. c.

speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de

a.

en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of

speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden

de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden

om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de

beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op

b.

speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder a,

4.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

De burgemeester weigert de vergunning: a.

de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

van de Wet op de kansspelen te verrichten. 2.

naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-

kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en

niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

b.

indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15610677/2