Bijlage Was-wordt-lijst
Tekst van het document
van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens,
delen van de gemeente.
zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-
Artikel 3:11 Verlenging vergunning
pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke Bestaande tekst 1.
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
Nieuwe tekst 1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de
of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
artikelen 3:3, 3:5, 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van
geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of
actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde
aan te brengen:
bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals
a.
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
b.
overgelegd dienen te worden. 2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de
aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
vervaltermijn van de vergunning verlenging van de
woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.
bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
60/112
wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Artikel 3:12 Beslissingstermijn
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang
Bestaande tekst 1.
Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2.
Nieuwe tekst 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 05.00 uur;
twaalf weken verdagen.
b. op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 05.00 uur; 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
Artikel 3:13 Weigeringsgronden
Artikel 3:13 Adverteren
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. b.
Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer,
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer,
3:5 gestelde eisen;
bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
bedrijfsnaam;
61/112
c.
d.
toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer
overeenstemming zal zijn;
dan bedoeld onder a; en
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager
c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan
in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden
te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij
beperkingen of voorschriften;
het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op
overdraagbare aandoeningen.
zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4 lid 5. e.
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
f.
een maximum als bedoeld in artikel 3:9 al is bereikt;
g.
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:16, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
h.
als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;
62/112
i.
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
j.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;
k.
als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:20, eerste en tweede lid;
l.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:21 gestelde verplichtingen zal naleven;
m.
als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
2.
In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
het voorkomen of beperken van aantasting van het woonen leefklimaat;
c.
de veiligheid van personen of goederen;
d.
de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e.
de gezondheid of zedelijkheid;
f.
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
63/112
Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf
Bestaande tekst 1.
De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2.
Nieuwe tekst 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij
Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
zich te laten werken die:
geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
bestuursorgaan.
b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
Artikel 3:15 Wijziging beheer
Artikel 3:15 Bedrijfsplan
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
2.
Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1 onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen
beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
de exploitant treft:
feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
a. op het gebied van hygiëne;
bevoegd bestuursorgaan.
b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten.
heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, 3.
1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in
eerste lid, aanhef en onder a, van overeenkomstige toepassing.
het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit
64/112
beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
controleerbaar is;
exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een
ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
65/112
l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6.
In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Artikel 3:16 Intrekkingsgronden
Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
66/112
1.
De vergunning wordt ingetrokken als: a.
(Gereserveerd)
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b.
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
c.
is gehandeld in strijd met de artikelen 3:19, 3:21 en 3:21, eerste lid, derde lid en vierde lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
d.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
e.
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met m;
f.
de vergunninghouder dat verzoekt;
g.
de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
2.
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a.
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
b.
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
c.
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of
67/112
beheerder is geworden; d.
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
e.
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
f.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
g.
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
h.
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
i.
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:17 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
Bestaande tekst 1.
2.
Nieuwe tekst
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de
hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt
vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
uitgeoefend.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.
2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen
prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen
68/112
b.
de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
bepalen;
vrijheid) XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd
(heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder
Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
geval;
munitie; en
1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
prostituees;
met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of
2°. de verhuuradministratie;
de Vreemdelingenwet bepaalde.
3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders; c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
69/112
Artikel 3:18 Eisen met betrekking tot vergunning
Artikel 3:18 Raamprostitutie
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift
(Gereserveerd)
daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. Artikel 3:19 Melding gewijzigde omstandigheden
Artikel 3:19 Straatprostitutie
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf
(Gereserveerd)
niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:4, tweede lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Artikel 3:20 Bedrijfsplan
Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in
(Gereserveerd)
ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a.
op het gebied van hygiëne;
b.
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
2.
c.
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
d.
ter voorkoming van strafbare feiten.
De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het
70/112
eerste lid, onder sub a en b, waarborgen dat: a.
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;
b.
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
c.
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
d.
in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
e.
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
f.
de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
g.
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
h.
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
i.
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;
j.
aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
k.
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of
71/112
bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l.
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n.
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
o.
de overlast voor de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
3.
Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.
4.
De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
5.
De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant.
6.
In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten
72/112
en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol te gebruiken.
Artikel 3:21 Verdere verplichtingen exploitant en beheerder
Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
prostitutiebedrijf Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat
1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te
het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
verrichten met een prostituee van wie hij weet of
3. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:
bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een
a.
nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken
b.
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde
van de diensten van een prostituee.
bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 4.
redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
b.
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; I. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; II. de verhuuradministratie; III. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:20, tweede
73/112
lid, onder k; IV. de werkroosters van de beheerders; c.
de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
d.
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
e.
onverwijld elk signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting bij de politie wordt vermeld;
f.
onverwijld het gedurende ten minste één maand geen gebruik maken van de vergunning aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld onder opgave van de reden daarvan en de verwachte termijn waarvoor dit geldt;
g.
gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
Artikel 3:22 Verbodsbepalingen klanten
Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Bestaande tekst 1.
Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met
Nieuwe tekst (Gereserveerd)
een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2.
Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor
74/112
publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3.
Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
Artikel 4:1 Definities
Artikel 4:1 Definities
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.
b. c. d. e. f. g.
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de
- Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit
Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en
milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de
met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of
inwerkingtreding van de Omgevingswet;
type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
aantal inrichtingen is verbonden;
beheerder of anderszins een inrichting drijft;
- gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een
1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
klein aantal inrichtingen is verbonden;
- gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1.
incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan
van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
één of een klein aantal inrichtingen;
- houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in
beheerder of anderszins een inrichting drijft;
artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of
geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in
een klein aantal inrichtingen;
artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet
onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de
Indien één of meer instrumenten versterkt worden, geldt de totale
inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de
geluidsproductie als versterkte muziek.
artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op
75/112
h.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr,LT) het gemiddelde
inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit
van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende
milieubeheer;
geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en
- onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; i.
Equivalente geluidsniveau LAeq: het equivalente geluidsniveau LAeq is het geluiddrukniveau, omvattende het gehele spectrum (LA) gedurende een bepaalde tijd T, in dB(A) op een nader te bepalen plaats.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
2.
3.
4.
De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,
1.
De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,
2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel
2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel
4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
dagen of dagdelen binnen de daarbij gestelde tijdsspanne.
dagen of dagdelen.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
2.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet
eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet
voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
dagdelen.
dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het
3.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het
college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van
college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van
de volgende delen:
de volgende delen:
Someren-Dorp, Someren-Eind, Someren-Heide en Lierop.
g.
Someren-Dorp
Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was,
h.
Someren-Eind
kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als
i.
Someren-Heide
76/112
bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 5.
6.
7.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
j. 4.
festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C),
kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als
gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op
bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
een hoogte van 1,5 meter. Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten.
5.
Bij de geluidswaarde, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden
6.
gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op
gelaten. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
7.
een hoogte van 1,5 meter. Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten. Bij de geluidswaarde, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden
brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten beschouwing
in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het
gelaten.
Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 te worden beëindigd 9.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C),
de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten beschouwing 8.
Lierop.
Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was,
8.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
conform nader vastgestelde regels;
brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
Het college kan bij aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede
in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het
lid nadere regels stellen.
Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 te worden beëindigd conform nader vastgestelde regels; 9.
Het college kan bij aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
10. Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van de geluidsnormen gesteld in dit artikel.
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 5 dagen of dagdelen
1.
Het is een inrichting toegestaan op maximaal 5 dagen of dagdelen
77/112
per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de
per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de
geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,
geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,
2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel
2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel
4:5 binnen de gestelde tijdsspanne niet van toepassing zijn, mits
4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten
de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan
aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het
melding heeft gedaan aan het college.
college. 2.
Het college kan gemotiveerd afwijken van het in het eerste lid gestelde aantal incidentele festiviteiten.
3.
gestelde aantal incidentele festiviteiten. 3.
dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van
incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan
incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan
te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148,
te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148,
eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van
eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van
toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien
toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien
werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan
werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan
melding heeft gedaan aan het college. 4.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van een 5.
De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar formulier vermeld.
De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
6.
De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op
De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op
verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 7.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat 6.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van
kennisgeving. 5.
Het college kan gemotiveerd afwijken van het in het eerste lid
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of
melding heeft gedaan aan het college. 4.
2.
toestaat. 7.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C),
festiviteit, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) en 65 dB(C),
gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op
gemeten in gevoelige ruimten van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
8.
een hoogte van 1,5 meter. Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de
78/112
8.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 73 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten.
9.
Bij de geluidswaarde als bedoeld in het zevende en achtste lid
worden de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten
worden de bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie buiten
beschouwing gelaten.
beschouwing gelaten. 10. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
inrichting, bedraagt niet meer dan 73 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen ter plaatse van geluidgevoelige ruimten. 9.
Bij de geluidswaarde als bedoeld in het zevende en achtste lid
10. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het
in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het
Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 – op maandag tot
Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 – op maandag tot
en met vrijdag uiterlijk om 01.00 uur beëindigd en op zaterdag en
en met vrijdag uiterlijk om 01.00 uur beëindigd en op zaterdag en
zondag uiterlijk om 02.00 uur.
zondag uiterlijk om 02.00 uur. 11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 12. Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van de geluidsnormen gesteld in dit artikel.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
Artikel 4:4
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten,
(Vervallen)
feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
79/112
1.
2.
3. 4.
5.
Het is verboden binnen een inrichting onversterkte muziek ten
1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als
gehore te brengen indien niet wordt voldaan aan de
bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van
geluidsnormen als genoemd in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,
het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is
2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet tijdens het
dien verstande dat:
beoefenen van eigen muziek door muziekgezelschappen tijdens de
a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
dag en avondperiode (tussen 07.00 en 23.00 uur)
aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de
Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
verlenen.
geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren
Aan een ontheffing als bedoeld in het derde lid kunnen
van geluidsmetingen;
voorschriften verbonden worden om overmatige geluidshinder te
b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
voorkomen.
gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
Een ontheffing wordt geweigerd wanneer naar het oordeel van het
c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
college de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting
voor zover het woningen betreft, gelden in
op ontoelaatbare wijze zal worden beïnvloed.
geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
07.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.0007.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
80/112
3. Onversterkte muziek vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen in een inrichting is gedurende de dag- en avondperiode (tussen 07.00 en 23.00 uur) gezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Artikel 4:6 Overige geluidhinder en lichthinder
Artikel 4:6 Overige geluidhinder en lichthinder
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze
1.
Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze
toestellen of geluidsapparaten of lichtapparaten in werking te
toestellen of geluidsapparaten of lichtapparaten in werking te
hebben of handelingen te verrichten die voor een omwonende of
hebben of handelingen te verrichten die voor een omwonende of
voor de omgeving geluidhinder of lichthinder veroorzaakt.
voor de omgeving geluidhinder of lichthinder veroorzaakt.
2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
4.
5.
voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
milieuverordening Noord-Brabant.
milieuverordening Noord-Brabant.
Het verbod geldt niet voor het doen van aankondigingen middels
4.
Het verbod geldt niet voor het doen van aankondigingen middels
een geluidswagen op maandag tot en met zaterdag tussen 9.00
een geluidswagen op maandag tot en met zaterdag tussen 9.00
uur en 20.00 uur.
uur en 20.00 uur.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
81/112
Artikel 4:6b Gehoorschade bij evenementen en festiviteiten
Artikel 4:6b
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Ter voorkoming van gehoorschade bij bezoekers, deelnemers en
(Vervallen)
medewerkers van (kleine) evenementen en festiviteiten zoals bedoeld in artikel 4.2 en 4.3 van deze verordening, is het verboden om de volgende geluidsnormen te overschrijden tijdens de evenementen/festiviteiten: a.
voor muziekactiviteiten gericht op kinderen en jongeren tot en met 13 jaar mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 91 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten;
b.
voor muziekactiviteiten gericht op kinderen en jongeren van 14 en 15 jaar mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 96 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten;
c.
voor muziekactiviteiten gericht op personen van 16 jaar en ouder mag een gemiddeld geluidsniveau niet meer bedragen dan 102 dB(A), te meten midden in de publieksruimte op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, gemeten over minimaal vijf minuten.
2.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) uit lid 1 wordt gemeten
82/112
midden in de publieksruimte waar de hoogste geluidsniveaus te verwachten zijn op een hoogte van 0,5 meter boven de hoofden van het publiek, zodra het eerste publiek aanwezig is. Het geluidsniveau wordt gedurende de muziekactiviteit bij voorkeur gemeten over meetperioden van 15 minuten, met een minimum van vijf minuten. Het geluidsniveau wordt gedurende de muziekactiviteit gemeten met geschikte apparatuur van ten minste klasse 2 (productindeling volgens internationale normen). 3.
Organisatoren dienen bij muziekactiviteiten vanaf 96 dB(A) bezoekers, deelnemers en medewerkers oordoppen (te koop) aan te bieden en hen te wijzen op het gevaar en de eventuele gevolgen van gehoorschade.
Artikel 4:10 Definities
Artikel 4:10 Definities
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. b. c.
e.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
- houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
bomen;
- hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
de stronk uitlopen.
opnieuw op de stronk uitlopen.
- dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van
houtopstand;
de houtopstand; d.
1.
2.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
bebouwde kom Boswet: de bebouwde kom van de
inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van
die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
de Boswet;
houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
bomenlijst: lijst zoals bedoeld in artikel 4:10a waarop de beschermwaardige bomen en gebieden staan vermeld binnen de bebouwde kom.
2.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
83/112
inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:10a Afstand bomen tot erfgrens
Artikel 4:10a
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
De afstand tot de erfgrens, als bedoeld in artikel 5:42 van het
(Vervallen)
Burgerlijk Wetboek, wordt vastgesteld op: a.
nihil voor bomen, heesters en heggen op openbaar terrein;
b.
2,0 meter voor bomen en nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom.
2.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b wordt de afstand tot de erfgrens voor leibomen in privaat eigendom vastgesteld op 0,5 meter onder de voorwaarde dat de bomen vanaf eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende taken over de perceelgrens.
Artikel 4:10b Gemeentelijke lijst van beschermwaardige bomen en
Artikel 4:10b
gebieden Bestaande tekst 1.
Het college stelt een gemeentelijke lijst vast van
Nieuwe tekst (Vervallen)
beschermwaardige bomen en gebieden en kan daarin ambtshalve of op verzoek van belanghebbenden wijzigingen aanbrengen. 2.
Houtopstanden, die na plaatsing op de gemeentelijke lijst worden geveld, worden door het college van deze lijst afgevoerd.
84/112
3.
Op het moment van inwerkingtreding van het bepaalde in lid 1 blijft de reeds bij eerder besluit vastgestelde bomenlijst van kracht als ware deze vastgesteld door het college.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. 2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd
1.
Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en
gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
vermeld.
a.
b.
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan
populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst.
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden met uitzondering van hoogstam;
c.
2.
landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit 3.
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor: a.
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
bijzonder bestemde terreinen;
b.
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
d.
kweekgoed;
dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
e.
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
bijzonder bestemde terreinen;
f.
geveld;
c.
kweekgoed;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
d.
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten de bebouwde kom Boswet, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: I. II.
geveld; e.
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10
gelegen is buiten de bebouwde kom Boswet, tenzij de
are;
houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan
I.
20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; g.
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
II.
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan
85/112
Plantengezondheidswet of krachtens een aanschrijving of
20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in h.
f.
artikel 4:11d;
Plantengezondheidswet of krachtens een aanschrijving of
houtopstand, gelegen binnen de bebouwde kom, voor
last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in
zover er geen sprake is van een vermelding op de
artikel 4:11d;
bomenlijst; i.
4.
g.
houtopstand, gelegen buiten de bebouwde kom, met een
houtopstand, gelegen buiten de bebouwde kom, met een
dwarsdoorsnede van de stam van maximaal 20 centimeter
dwarsdoorsnede van de stam van maximaal 20 centimeter
op 0,10 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
op 0,10 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
stam.
stam. 3.
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
a. de natuurwaarde van de houtopstand;
verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of
b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;
een direct gevaar voor personen of goederen.
c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
beslissen) van toepassing.
f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Artikel 4:11a Aanvraag vergunning
Artikel 4:11a
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
(Vervallen)
De vergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
86/112
degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2.
Wanneer door de Dienst Regelingen van het bevoegde Ministerie aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.
Artikel 4:11b Weigeringsgronden
Artikel 4:11b
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
(Vervallen)
a.
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
b.
de natuurwaarde van de houtopstand;
c.
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f.
de door het college vastgestelde lijst van beschermwaardige bomen.
Artikel 4:11c Bijzondere vergunningsvoorschriften
Artikel 4:11c
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
(Vervallen)
het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het vorige lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
87/112
worden vervangen. 3.
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens behoren het voorschrift dat van de vergunning feitelijk geen gebruik gemaakt mag worden, totdat de vergunning onherroepelijk is.
Artikel 4:11d Instandhouding-/herplantplicht
Artikel 4:11d
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
(Vervallen)
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de eigenaar, diens rechtsopvolger en/of zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. 2.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
3.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
88/112
weggenomen. 4.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:11e Schadevergoeding
Artikel 4:11e
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing
(Vervallen)
van artikel 4:11b of artikel 4:11c, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Artikel 4:11f Bestrijding boomziekten en plagen
Artikel 4:11f
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden, die, naar
(Vervallen)
het oordeel van het bevoegd gezag, gevaar opleveren voor verspreiding van een boomziekte of – plaag, is de rechthebbende, indien hij/zij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht, binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn, te voldoen aan de eisen van het bevoegd gezag. 2.
Bij het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde eisen kunnen de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en rekening van de rechthebbende, door of namens het bevoegd gezag worden uitgevoerd.
89/112
Artikel 4:11g Gevaarzetting
Artikel 4:11g
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Indien er sprake is van gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend
(Vervallen)
belang van openbare orde of veiligheid, kan het college toestemming geven tot direct vellen. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en
dergelijke
dergelijke
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van
aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van
overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van
van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand
volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de
aanwezig te hebben:
openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te
a.
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
b.
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig
c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
anderszins voor een commercieel doel; of
geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
commercieel doel; of
vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil,
ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
metalen.
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
d.
90/112
2.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
2.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
3.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
3.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de
krachtens de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant of de
provinciale omgevingsverordening.
Afvalstoffenverordening gemeente Someren.
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.
2.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren
maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.
ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een
a.
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn
inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
betrokken bij de afweging.
kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; b.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
c.
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: I.
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
II.
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;
91/112
d.
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
e.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
3.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a.
van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag;
b.
het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;
c.
deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
4.
Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.
5.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
b.
in het belang van de verkeersveiligheid;
92/112
c.
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.