CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-wordt-lijst

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen herziening Algemene plaatselijke Verordening gemeente Someren 2018.31.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a.

Wet: de Wet op de kansspelen;

b.

speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet;

c.

1.

In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

2.

In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b van de Wet

d.

kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,

26/112

onder c. van de Wet ; e.

hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;

f.

laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.

2.

In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

3.

In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan.

Artikel 2:40a Voorschriften aan vergunning

Artikel 2:40a

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Aan een door de burgemeester op grond van artikel 30b van de Wet te

(Vervallen)

verlenen vergunning worden, naast het in artikel 30d, lid 1, van de Wet bedoelde voorschrift, in ieder geval de navolgende voorschriften verbonden:

a. op of aan de speelautomaat dient een waarschuwing aanwezig te zijn over de risico’s van overmatig gokken;

b. de exploitant dient er op toe te zien dat personen beneden de leeftijd van 18 jaar niet spelen op een kansspelautomaat. De leeftijdsgrens dient op een bord boven de automaat te worden aangegeven.

27/112

Artikel 2:42 Plakken en kladden

Artikel 2:42 Plakken en kladden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

2.

Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een

1.

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of

te bekladden.

te bekladden.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de

2.

rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

b.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of

a.

aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op

andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding,

b.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor

doen aanbrengen. 3.

zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan

4.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan

een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter

een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter

inzage af te geven.

inzage af te geven.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van

5.

Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

6.

gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

meningsuitingen en bekendmakingen. 6.

met kalk, teer, reverse graffiti of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te

aanbrengen.

5.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of

aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op

letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen

4.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de

rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een a.

3.

Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een

Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van

meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen

meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen

hebben op de inhoud van de meningsuitingen en

hebben op de inhoud daarvan.

bekendmakingen.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen

28/112

Bestaande tekst 1.

Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te

Nieuwe tekst 1.

vervoeren of bij zich te hebben. 2.

3.

Het verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren

Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen

of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust

niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de

om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.

toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig

Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod zijn niet van

sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak

toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet

te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te

1.

bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,

in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,

wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten

wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten

de daarin gelegen wegen of paden. 2.

3.

Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van het

de daarin gelegen wegen of paden. 2.

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een

bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden

bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden

verricht.

verricht.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

29/112

Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.

Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

(Vervallen)

1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik

Artikel 2:48a

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als

(Vervallen)

roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2.

Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

3.

Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het twee lid

30/112

bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

Artikel 2:48b Glazen en drinkgerei

Artikel 2:48b

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27

(Vervallen)

is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn inrichting geen glas, flessen of bekers buiten de inrichting brengen. 2.

De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid of in het geval van bijzondere omstandigheden, voor een of meerdere openbare inrichtingen en openbare plaatsen tijdelijk het gebruik van drinkgerei en flessen, bedoeld voor gebruik ter plaatse, anders dan van kunststof materiaal verbieden.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

(Vervallen)

1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en

31/112

dergelijke

dergelijke

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is verboden zich op door het college of de burgemeester zijn

Het is verboden zich op door het college of de burgemeester zijn

aangewezen uren of plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op

aangewezen uren of plaatsen met een (elektrische) fiets of bromfiets te

een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een

bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein

markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden

waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt

die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het

gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers

terrein.

van het terrein.

Artikel 2:57 Loslopende honden

Artikel 2:57 Loslopende honden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te

1.

laten verblijven of te laten lopen: a.

b.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als

a.

zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of

zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of

speelweide of op een andere door het college aangewezen

speelweide of op een andere door het college aangewezen

plaats;

plaats;

binnen de bebouwde kom op een openbare weg als de

b.

hond niet is aangelijnd; c.

buiten de bebouwde kom op een door het college

c.

op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband

d.

op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder

duidelijk doet kennen. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder 2.

binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of d.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als

duidelijk doet kennen. 2.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door

32/112

het college aangewezen plaatsen. 3.

Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van

het college aangewezen plaatsen. 3.

Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van

toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich

toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich

vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond

vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond

laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar

laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd

gekwalificeerd is of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd

opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is

1.

verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond

verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond

binnen de bebouwde kom onmiddellijk worden verwijderd. 2.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van

onmiddellijk worden verwijderd. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van

een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of

een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of

sociale hulphond laat begeleiden.

sociale hulphond laat begeleiden.

Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

4.

Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Ter uitvoering van het in het eerste lid gestelde, dient de eigenaar of houder van een hond een opruimmiddel bij zich te hebben.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

33/112

Bestaande tekst 1.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag

Nieuwe tekst 1.

gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die

hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen

hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen

voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op

voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op

het terrein van een ander. 2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is

het terrein van een ander. 2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is

opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een

opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een

lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten

lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten

hoogste 1,50 meter. 3.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag

gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- of

hoogste 1,50 meter. 3.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- of

muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting als bedoeld in

muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting als bedoeld in

het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een

het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een

muilkorf die:

muilkorf die:

a.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of

a.

van beide stoffen; b.

c.

4.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van andere daartoe deugdelijke stoffen;

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de

b.

door middel van een stevige riem zodanig rond de hals is

hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van

aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de

de mens niet mogelijk is; en

mens niet mogelijk is; en

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de

c.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de

afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van

afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van

de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf

de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf

aanwezig zijn.

aanwezig zijn.

Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder d, dient een

4.

Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder d, dient een

hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de

hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de

minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek

minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek

identificatienummer door middel van een microchip die met een

identificatienummer door middel van een microchip die met een

chipreader afleesbaar is.

chipreader afleesbaar is. 5. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het opleggen van maatregelen inzake bijtincidenten met

34/112

gevaarlijke honden.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging

1.

Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging

van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen

van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen

plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,

plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,

bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de

a.

aanwezig te hebben;

inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat

b.

aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de

aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

c.

door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;

a.

aanwezig te hebben;

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die

b.

aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de

aanwijzing is aangegeven; of d. 2.

door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;

te voeren.

c.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak

aanwijzing is aangegeven; of

gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het 3.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die

d. 2.

te voeren.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak

eerste lid.

gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

eerste lid.

niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:64 Bijen

Artikel 2:64 Bijen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden bijen te houden: a.

binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere

1.

Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of

35/112

b. 2.

gebouwen waar overdag mensen verblijven;

andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven;

binnen een afstand van 30 meter van de weg.

b. binnen een afstand van 30 meter van de weg.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een

2.

afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een

van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de

afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te 3.

4.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.

3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet

voorkomen.

van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van

betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of

toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de

krachtens de Omgevingswet, de provinciale

woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.

omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van

4.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal

5.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de

wegenreglement Noord-Brabant.

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij

5.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

niet tijdig beslissen) van toepassing.

6.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:66 Definitie

Artikel 2:66

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar

(Vervallen)

aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van

Strafrecht

Strafrecht

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

36/112

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a.

wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of

b.

d.

e.

a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis

1o. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met

stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt,

vermelding van zijn woonadres en het adres van de

daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en

bij zijn onderneming behorende vestiging;

van het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve

2o. van een verandering van de onder 1o bedoelde

van zijn onderneming in gebruik genomen;

adressen;

de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn

3o. dat hij het beroep van handelaar niet langer

register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen,

uitoefent;

schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn

4o. dat hij enig goed kan verkrijgen dat

woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem

redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor

ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit; c.

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

de rechthebbende verloren is gegaan.

aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is

b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie

gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard

of register ter inzage te geven;

van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;

c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te

indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan

hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming

redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig

duidelijk zichtbaar zijn;

is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan

d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste

onverwijld kennis te geven aan de onder a bedoelde functionaris;

drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het

zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de

goed verkregen is.

burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar; f.

wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen;

g.

een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is of

37/112

daarin enige wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.

Artikel 2:74a Drugshandel op straat

Artikel 2:74a Drugshandel op straat

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is in het belang van de openbare orde en volksgezondheid verboden

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in

op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw

een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen

middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop

2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te

gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen

dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van

daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of

dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

stoffen voorhanden te hebben.

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet

te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen

besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen

groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze

groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze

personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:47a,

personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:26, 2:45, 2:47, 2:48, 2:49,

2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening

2:50, 2:73, 2:73a of 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening

groepsgewijs niet naleven.

groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

38/112

1.

Degene die een woning of een bij die woning behorend erf

gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor

niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de

dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de

basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat

onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen

door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de

ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt

onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en

veroorzaakt.

herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2.

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf

gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die

2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens

Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder

overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij

bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van

ernstige en herhaaldelijke:

deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de

a.

geluid- of geurhinder;

overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te

b.

hinder van dieren;

voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op

gebruik van deze bevoegdheid. 3.

De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en

een erf aanwezig zijn; d.

herhaaldelijke: a.

geluid- of geurhinder;

b.

hinder van dieren;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

een erf aanwezig zijn; d.

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

-

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

-

1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of

39/112

gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

3.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

4.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

5.

Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

6.

De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

-

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Bestaande tekst

Bestaande tekst

-

In dit artikel wordt verstaan onder: a.

bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;

b.

beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

40/112

c.

exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

d.

De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.

e.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

f.

De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.

voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;

b.

de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;

c.

het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

d.

het nummer van inschrijving in het Handelsregister;

e.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

f.

voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

g.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de

41/112

bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h.

een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

3.

De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

4.

Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

42/112

5.

De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

6.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

7.

Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit

43/112

wordt uitgeoefend. 8.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.

9.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

10. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 11. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 12. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 13. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

44/112

Artikel 3:2 Definitie

Artikel 3:2 Definities

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.

b.

c.

d.

e.

f. g. h.

beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is

- advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een

aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf,

seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek

seksinrichting of escortbedrijf;

brengt;

bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft

- beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld

voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende

voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de

- bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het

burgemeester;

publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in

escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of

artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij

- escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid

bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats

geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en

dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

prostituee;

exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of

- exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een

rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert

rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot

of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon

vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk

of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;

persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt

klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van

uitgeoefend;

een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele

- klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een

diensten;

prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten

- prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van

van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van

- prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele

seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

handelingen met een ander tegen betaling;

seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig

- prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig

gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van

gelegenheid geven tot prostitutie;

seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het

- raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het

bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-

bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het

pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;

werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is

45/112

i. j.

k.

seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte,

vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

onderdeel van een seksbedrijf;

- seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid

sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte

geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor

waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard

een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van

aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen

bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met

betaling;

uitzondering van:

- seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte,

-

de exploitant;

onderdeel van een seksbedrijf;

-

de beheerder;

- werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een

-

de prostituee;

seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander

-

het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;

tegen betaling worden verricht.

-

toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2;

-

andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 3:3 Nadere regels

Artikel 3:3 Vergunning

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheid in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. 3. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

46/112

5. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 6. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. 7. De vergunning kan ten hoogste tweemaal worden verlengd.

Artikel 3:4 Seksinrichtingen

Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

2.

Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren

Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het

of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd

vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt verleend. Daarbij

bestuursorgaan.

kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor seksinrichtingen

In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:

van seksbedrijven van een nader aangewezen aard.

a.

de persoonsgegevens van de exploitant;

b.

de persoonsgegevens van de beheerder;

c.

de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

d.

het aantal werkzame prostituee(é)s;

e.

of de exploitant in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksinrichting is ingetrokken;

f.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

g.

het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

h.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

i.

een geldig identiteitsbewijs van de exploitant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;

47/112

j.

indien van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;

k.

een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

l.

de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van een situatietekening waarop ten minste twee straten staan aangegeven met een schaal van tenminste 1:1000;

m. de plattegrond(en) van de inrichting door middel van een tekening met een schaal van ten minste 1:100; n.

bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

o.

bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting;

p.

verklaring omtrent gedrag van de exploitant en beheerder.

3.

Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

4.

In de vergunning worden in ieder geval vermeld: a.

de persoonsgegevens van de exploitant;

b.

de persoonsgegevens van de beheerder;

c.

voor welke activiteit de vergunning is verleend;

d.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

e.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

f.

indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

g.

de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;

h.

indien van toepassing, de geldigheidsduur van de

48/112

vergunning;

5.

i.

de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf en

j.

het nummer van de vergunning.

Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard.

6.

Een vergunning kan voor één seksinrichting worden verleend.

7.

De vergunning wordt voor bepaalde tijd en op naam van de exploitant verleend en is niet overdraagbaar.

8.

De vergunning kan ten hoogste tweemaal worden verlengd.

9.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

Artikel 3:5 Nuloptie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen

Bestaande tekst 1.

De exploitant en de beheerder: a.

staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

2.

Nieuwe tekst 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend. 2. Het college kan een maximum stellen aan het totaal aantal

b.

zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag en

seksinrichtingen van seksbedrijven, niet zijnde

c.

hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

raamprostitutiebedrijven, waarvoor vergunning kan

Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de

worden verleend.

beheerder niet: a.

met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht

49/112

ter beschikking gesteld; b.

onherroepelijk veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

c.

binnen de laatste vijf jaar voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden wegens een misdrijf;

d.

binnen de laatste vijf jaar bij méér dan één rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: I. bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Someren 2018; II. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; III. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; IV. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 j° artikel 8 of j° artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; V. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; VI. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; VII. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

3.

Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk

50/112

gesteld: a.

vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,bedraagt;

b.

een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

4.

De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.

bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

b.

bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

c.

niet meegeteld bij de berekening van de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan.

5.

De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:6 Sluitingstijden

Artikel 3:6 Aanvraag

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te

1.

hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a.

op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 05.00 uur;

Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

2.

Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens

51/112

b. 2.

op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 05.00 uur.

en bescheiden overgelegd:

Het bevoegd bestuursorgaan kan van het verbod onder lid 1

a.

de persoonsgegevens van de exploitant;

genoemd ontheffing verlenen waarbij voor een afzonderlijke

b.

het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de

seksinrichting andere sluitingstijden gelden. 3.

4.

Kamer van Koophandel;

Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te

c.

of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de

bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het

exploitant;een vergunning voor een seksbedrijf is

eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7 eerste lid,

geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning

gesloten dient te zijn.

voor een seksbedrijf is ingetrokken;

Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet

d.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

voorzover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften

e.

het adres van een onder het seksbedrijf vallende

van toepassing zijn.

seksinrichting; f.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

g.

een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

h.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;

i.

een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

j.

bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

k.

voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;

l.

voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.

3.

Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot

52/112

en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4.

Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting

Artikel 3:7 Weigeringsgronden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a.

tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

b.

van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijk of algehele sluiting bevelen.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of

53/112

werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de

54/112

weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met

55/112

f, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven.

Artikel 3:8 Straatprostitutie

Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.

Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op

1. De vergunning vermeldt in ieder geval:

56/112

andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen

a. de naam van de exploitant;

dan wel aan te lokken of ontuchtige handelingen te verrichten:

b. voor zover van toepassing, die van de beheerder;

a. b. 2.

3.

4.

op of aan andere dan door het college aangewezen wegen

c. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

of gebieden;

d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

gedurende andere dan door het college vastgestelde

e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het

tijden.

seksbedrijf zal worden gebruikt;

Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde

f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat

verbod, kan door politieambtenaren of toezichthouders het bevel

seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning

worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te

mede is verleend;

verwijderen.

g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning

Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde

zijn verbonden;

belangen, kan door politieambtenaren of toezichthouders aan

h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de

personen die zich bevinden op de wegen en tijden bedoeld in het

vergunning;

eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een

i. het nummer van de vergunning.

bepaalde richting te verwijderen.

2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een

De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede

afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting

lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal

waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de

een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit

buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een

verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in

vergunning voor die seksinrichting beschikt.

een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste lid. 5.

Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens het eerste lid aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen.

6.

De burgemeester beperkt het in het vijfde lid genoemde verboden indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van

57/112

betrokkene noodzakelijk is. 7.

Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.

Artikel 3:9 Nul-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal

Artikel 3:9 Intrekkingsgronden

seksinrichtingen Bestaande tekst 1. 2.

Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen

Nieuwe tekst 1. De vergunning wordt ingetrokken als:

vergunning verleend.

a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig

Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het

blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing

totaal aantal seksinrichtingen van seksbedrijven, niet zijnde

zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste

raamprostitutiebedrijven, waarvoor vergunning kan worden

gegevens bekend waren geweest;

verleend

b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

58/112

b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

59/112

Artikel 3:10 Sekswinkels

Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een

De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn

sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de

seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond

openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15610677/2