CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toetsingsadvies Commissie MER

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 5.3.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsplan buitengebied Someren deelgebied 5 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 13 maart 2025 / projectnummer: 3865

,

Advies

over

het MER in het kort

De gemeente Someren wil een omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) voor het buitengebied vaststellen. Dit gebeurt in etappes voor in totaal zeven deelgebieden. De herziening van de deelgebieden 1 2 3 en 4 in het zuidelijke oostelijke en noordelijke deel van de gemeente (zie figuur 1) is inmiddels voltooid. Nu ligt het omgevingsplan voor ‘Deelgebied 5’ voor. Deelgebied 5 wordt begrensd door de A67 in het noorden N266 in het oosten de Provincialeweg in het zuiden en het natuurgebied Strabrechtse Heide en Beuven in het westen (zie figuur 2). Voor het besluit over het plan is een milieueffectrapport (MER) 1 opgesteld. 2 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: “de Commissie”) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER. ,

,

,

,

,

Wat staat in het MER? Het MER vermeldt dat het omgevingsplan beleidsneutraal is. Dit betekent dat de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd in het nieuwe omgevingsplan. In het MER zijn drie alternatieven onderzocht namelijk (1) de referentie (2) het plan en (3) een ‘worst case’ alternatief. ,

,

Het MER onderzoekt vooral de ontwikkelingsruimte voor veehouderijen. Het opnemen van restricties in planologische mogelijkheden is nodig om te voorkomen dat het plan ruimte biedt voor een toename van de stikstofbelasting van al met stikstof overbelaste Natura 2000gebieden.3 In het MER staat dat het planalternatief vooral neutrale effecten heeft. Er zijn licht negatieve effecten op Natura 2000-gebieden fijn stof geur en gezondheid. Daarnaast benoemt het MER een aantal leemten in kennis zoals het ontbreken van inzicht in toekomstige ontwikkelingen van (niet-)grondgebonden veehouderijen en emissiereducties. ,

,

,

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie heeft waardering voor de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente. Door te werken met afzonderlijke deelgebieden is maatwerk mogelijk bij het actualiseren en uniformeren van het omgevingsplan. Dit geeft meer inzicht in en grip op de huidige en toekomstige omgevingskwaliteit. Het MER besteedt uitgebreid aandacht aan stikstof en geur. Dit sluit aan bij de aanpak voor de eerdere deelgebieden en het plan dat (volgens het MER) ruimte biedt voor de ontwikkeling van veehouderijen. Terecht wordt hierbij geconstateerd dat deze ruimte al op voorhand wordt ingeperkt door wet- en regelgeving en door provinciale beleidsregels die een toename van stikstofdepositie verbieden.

1 2

3

Tauw en Pouderoyen Tonnaer. 2024. Gem. Someren: Planmer deelgebied 5 Omgevingsplan. Voorafgaand aan dit MER is in een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) beschreven wat in het MER zal worden opgenomen en hoe de effecten in beeld worden gebracht. De Commissie heeft geen advies uitgebracht over deze NRD. De notitie is te vinden op de website van de gemeente Someren. Ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale stikstofdepositie ten tijde van het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan.

-1-

De Commissie constateert dat op basis van het MER als insteek is gekozen voor een consoliderend plan waarbij de nadruk vooral ligt op het opnieuw bestemmen van de bestaande situatie. Het is weliswaar procedureel verdedigbaar dat het bestemmingsplan één op één wordt omgezet naar het omgevingsplan maar daarbij moet wel inzicht worden geboden in wat het plan omvat. Daarbij is het geldende bestemmingsplan uit 2014 inmiddels sterk verouderd en betreft het voorliggende omgevingsplan dus niet enkel een vertaling naar een omgevingsplan. Er is ook vooral sprake van een actualisatie zowel van de feitelijke situatie als van het beleid. Het MER biedt hier onvoldoende duidelijkheid over. ,

,

,

De Commissie beseft dat een eerste MER voor een omgevingsplan buitengebied onder de Omgevingswet de opstellers daarvan voor uitdagingen stelt. Er is dan ook waardering dat de deze uitdaging is aangegaan en begrip dat niet alles helemaal volledig is. Desalniettemin ontbreekt in het MER essentiële informatie en zal daar in dit advies nader op ingegaan worden. Het aanvullen van ontbrekende informatie is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het omgevingsplan. Het gaat om de volgende punten: Het voornemen is onvoldoende beschreven. Het MER maakt de mogelijkheden die het omgevingsplan biedt niet inzichtelijk. Daardoor is niet helder wat er verandert én welke (nieuwe) ontwikkelingen het omgevingsplan al dan niet mogelijk maakt. Het is onduidelijk welke onderdelen over gaan naar het omgevingsplan. Dit geldt onder andere voor regels uit de bruidsschat.4 Er ontbreekt informatie of deze rijksregels één op één zijn overgenomen of nog aangepast zijn (en als dat laatste het geval is welke milieugevolgen hier uit voortkomen). Ook zijn de maximale mogelijkheden (de worst case) onvoldoende in beeld gebracht.5 Een goed beeld van de referentie ontbreekt. Alleen voor veehouderijen is de referentiesituatie helder maar niet voor andere milieuaspecten (waaronder natuur).

Dit geldt voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling waaruit de referentiesituatie voortkomt. Daarnaast komt de invloed van de verschillende transities die de komende jaren plaatsvinden beperkt aan bod. Daardoor is geen inzicht in wat er gebeurt in dit gebied en de gevolgen daarvan. Spiegeling aan het voornemen/ontwikkelingen is daardoor niet mogelijk. Het huidige overzicht beleid en regelgeving is niet actueel. In het MER wordt verwezen naar diverse beleidskaders die inmiddels achterhaald zijn. Ook ontbreekt een beschouwing van de gemeentelijke omgevingsvisie in relatie tot het omgevingsplan. Hierdoor is geen inzicht in welke zaken gewenst zijn en welke juist niet. Effectbeoordeling is niet specifiek en te weinig gedetailleerd. Het MER moet inzichtelijk maken welke effecten optreden waarbij naast natuur ook voldoende aandacht is voor andere milieuthema’s zoals waterkwaliteit waterkwantiteit en gezondheid. Daarbij moet beschreven worden welke beschermende maatregelen beschikbaar zijn om effecten te beperken en te voorkomen met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan. Onvolledige samenvatting. Het MER is in de huidige vorm voor belanghebbenden (inclusief raadsleden) een uitdaging om te begrijpen vanwege de omvang én de complexiteit. Een goed leesbare samenvatting is daarom essentieel. Met het oog op ,

,

,

,

,

4 5

De “bruidsschat” heeft betrekking op algemene rijksregels die door gemeente worden overgenomen in het omgevingsplan. Denk hierbij onder meer aan ontwikkelingen die optreden in relatie tot de stikstofproblematiek , zoals beëindiging van veehouderijactiviteiten en de daarmee samenhangende omschakeling van grasland naar ander agrarisch gebruik (intensieve teelten).

-2-

bovenstaande aandachtspunten voldoet de samenvatting die in het huidige MER zit niet en vormt deze geen goede afspiegeling van de inhoud van het MER. De Commissie adviseert de bovengenoemde informatie in een aanvulling op het MER op te nemen en dan pas een besluit te nemen over het omgevingsplan Deelgebied 5. ,

In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe.

Figuur 1: Deelgebieden buitengebied Someren (bron MER).

-3-

Figuur 2: Plangebied omgevingplan Someren , deelgebied V.

Aanleiding MER Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Momenteel heeft de gemeente een tijdelijk omgevingsplan dat bestaat uit alle ruimtelijke regels binnen de gemeente en de `bruidsschat’. De

geldende bestemmingsplannen voor de verschillende deelgebieden zijn onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het uiteindelijke doel is om alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving samen te brengen in één integraal Omgevingsplan. Het omgevingsplan vormt een kader voor besluiten over mer-(beoordelings)plichtige activiteiten , zoals

uitbreiding van veehouderijen. Hiervoor is het ook nodig om een Passende beoordeling te maken omdat het omgevingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt met mogelijk significante gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Deze Passende beoordeling maakt integraal onderdeel uit van het Milieueffectrapport (MER). Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Someren - besluit over het omgevingsplan Someren deelgebied 5. ,

,

,

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3865 www. commissiemer. nl in te vullen in het zoekvak.

-4-

Toelichting

op

het advies

In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij adviezen en aanbevelingen. Adviezen staan in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is essentieel voor het volwaardig meewegen van het belang voor de leefomgeving bij het besluit over het omgevingsplan. Dit moet volgens de Commissie gebeuren voordat de gemeenteraad hierover een besluit neemt.

Voornemen en maximale mogelijkheden Duidelijkheid over het voornemen In een MER vormt de beschrijving van het voornemen een essentieel onderdeel. De Commissie mist deze beschrijving echter in het MER. In hoofdstuk 2. 1 is wel beschreven wat het plangebied is maar wordt niet ingegaan op welke ontwikkelingen het omgevingsplan mogelijk maakt. Daaronder valt onder andere het opnieuw vaststellen van ontwikkelingsruimte voor veehouderijen die al in het geldende bestemmingsplan is opgenomen maar nog niet is benut. Daarnaast gaat het ook om de legalisatie van al bestaande activiteiten die in strijd met het vorige plan worden uitgevoerd. In het MER ontbreekt ook inzicht in het geldende bestemmingsplan en op welke punten het omgevingsplan hiervan afwijkt. ,

,

Paragraaf 3. 3 van het MER beschrijft de belangrijkste agrarische ontwikkelingen in de veehouderij en recreatie die het omgevingsplan mogelijk maakt. Het gaat hier echter om een overzicht van de regels in het plan. Het is niet duidelijk in hoeverre deze ruimte al is ingevuld en wat daarvan nog gerealiseerd kan en mag worden. Dit leidt ertoe dat niet duidelijk is wat de voorgenomen ontwikkelingen in het omgevingsplan zijn en welke milieueffecten onderzocht moeten worden. De Commissie adviseert om het MER voorafgaand aan het besluit aan te vullen met een beschrijving van het voornemen. Beschrijf op welke punten het omgevingsplan afwijkt van het geldende bestemmingsplan. Maak duidelijk welke ruimte voor ontwikkeling het omgevingsplan biedt. Ga ook in op (mogelijke) legalisatie van bestaande activiteiten. ,

,

Maximale mogelijkheden Bij het bepalen van de effecten moet in het MER uitgegaan worden van de maximale mogelijkheden die het plan biedt. Zoals hiervoor aangegeven is het essentieel dat duidelijk is welke ruimte het plan en de alternatieven bieden voor ontwikkelingen. De Commissie wijst er in dit kader op dat de stikstofproblematiek leidt tot een afname van het aantal veehouderijen. Dat kan ook tot gevolg hebben dat (een deel van) de graslanden van veehouderijen worden omgezet naar andere (intensievere) teelten. Dit kan vervolgens gepaard gaan met een toename van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen zoals voor bloembollen- en aardbeiteelt. Hoewel de toepassing van deze middelen gereguleerd is kan niet op voorhand worden uitgesloten dat dit niet leidt tot knelpunten op bijvoorbeeld waterkwaliteit en tot gezondheidsclaims. ,

,

Ook kan een toename van beregening de waterkwantiteit in gebieden beïnvloeden. Het omgevingsplan biedt agrarische bedrijven (artikelen 6. 238 en 6. 243) de ruimte om de

-5-

bedrijfsvoering te wijzigen mits dat niet leidt tot extra stikstofdepositie en meer uitstoot van geluid stof en geur. Het MER moet laten zien wat de gevolgen zijn van andere vormen van landbouw zoals de teelt van andere gewassen. Wel geeft het MER al waardevolle informatie over de risico’s over de omschakeling van veehouderijen naar pluimveebedrijven. De Commissie benadrukt in dat kader dat het niet halen van de doelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) een probleem is dat in het land in belangrijke mate samenhangt met intensieve vormen van landbouw. Het MER beschrijft de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater niet en beschouwt ook niet of er knelpunten zijn in het kader van de KRW. ,

,

,

Het uitgaan van de maximale mogelijkheden van het plan betekent dat de effecten van deze mogelijkheden in beeld moeten worden gebracht. Dit houdt in dat activiteiten die het plan via een omgevingsvergunning mogelijk maakt en tot belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen leiden ook moeten worden meegenomen bij de beoordeling. Bovendien geldt geen vergunningplicht voor diverse activiteiten zowel binnen als buiten de bouwvlakken. ,

,

De Commissie adviseert om het MER voorafgaand aan het besluit aan te vullen met de effecten van de maximale mogelijkheden die het omgevingsplan mogelijk maakt waaronder veranderingen naar (intensievere) teelt. Ga daarbij uit van de aanscherpte beschrijving van het voornemen (zie vorige tekstkader). ,

,

,

Referentiesituatie Huidige situatie De Commissie constateert dat in het MER de huidige situatie niet goed (en niet volledig) is vastgelegd behalve voor veehouderijen. In het MER ontbreekt bijvoorbeeld een voldoende gebiedspecifieke beschrijving van aanwezige ecologische kenmerken en waarden. De gebruikte informatie is te algemeen van aard en geeft onvoldoende inzicht in de natuurwaarden in deelgebied 5. Er zijn geen ecologische gebiedsgegevens verzameld geraadpleegd en gebruikt. De Passende beoordeling waarvoor de huidige situatie de voorgeschreven referentie is is daardoor niet gebaseerd op feitelijke veranderingen die in het gebied kunnen optreden. Daarin worden nu alleen algemene en in theorie mogelijk optredende effecten beschreven. ,

,

,

,

Autonome ontwikkeling Alternatief 1 is de voorgeschreven referentiesituatie voor de effectbeschrijving in het MER. Dat is de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Om welke autonome ontwikkelingen het in deelgebied 5 gaat is eveneens niet beschreven in het MER. Paragraaf 3. 4 vermeldt slechts dat de regels in de provinciale omgevingsverordening trends en vastgesteld beleid inzichtelijk maken wat de autonome ontwikkeling omvat. De Commissie wijst erop dat het beleidsoverzicht in het MER verre van actueel is. Ook zijn transities geen onderdeel van de autonome ontwikkeling en valt bestaande regelgeving niet onder autonome ontwikkeling. ,

Paragraaf 4. 4 van het MER beschrijft een worst case alternatief en paragraaf 4. 5 een planalternatief. Deze worden in de daarop volgende paragrafen vergeleken met de

-6-

referenties.6 In de effectbeoordeling wordt deze referentie weer genegeerd en wordt een emissieplafond in het planalternatief opgenomen waarmee er meer emissie is dan in de autonome ontwikkeling. Dit is niet navolgbaar temeer daar de toegestane bestaande emissie in huidige situatie en autonome ontwikkeling aanzienlijk lager is dan wat het planalternatief mogelijk maakt maar er voor het laatste wel geoordeeld wordt dat er geen effecten optreden. ,

,

De Commissie adviseert om het MER voorafgaand aan het besluit aan te vullen met een volledige en actuele beschrijving van de huidige situatie de autonome ontwikkeling(en) en daarmee van de referentiesituatie. ,

,

,

Bestaand beleid

en

kaders

Sinds 2017 heeft de gemeente voor vier deelgebieden het bestemmingsplan buitengebied geactualiseerd. Inmiddels is het acht jaar later en is de Omgevingswet in werking getreden. Het volstaat dan niet om in het MER in te gaan op verouderde wet- en regelgeving en niet meer actueel beleid. Ook in haar advies over het MER bij deelgebied 4 heeft de Commissie hierop gewezen. 7 Het overzicht in paragraaf 2. 3 van het MER noemt bijvoorbeeld het Nationaal Milieubeleidsplan 4 en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Beide zijn inmiddels niet meer relevant. Ook is de Brabantse Omgevingsvisie (in 2018 vastgesteld) verder uitgewerkt in onder andere het Programma Bodem en Water het Beleidskader Landbouw en Voedsel en een ontwerp-beleidskader Natuur. Dit betekent dat de in het MER genoemde? Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant is vervallen. ,

Met bovengenoemd beleid geven Rijk en provincie richting aan ontwikkelingen die relevant zijn voor het landelijk gebied. Denk aan water- en bodembeheer kringlooplandbouw klimaatverandering de energietransitie en circulariteit. Deze thema’s leiden in toenemende mate tot nieuwe of grotere opgaven voor het buitengebied. Dit vraagt een integrale aanpak voor het omgevingsplan. Uit het huidige ontwerp-omgevingsplan valt die integrale aanpak inclusief de genoemde thema’s/ontwikkelingen niet te destilleren. ,

,

,

In september 2024 heeft de gemeente een omgevingsvisie vastgesteld. 8 Daarin zijn onder andere transitieopgaven beschreven. De consequenties van dit beleid voor dit deelgebied komen niet aan bod in het MER. Hetzelfde geldt voor de regionale energiestrategie metropool Eindhoven (2021).9 Het is daardoor niet duidelijk welke kaders en randvoorwaarden hieruit volgen voor het omgevingsplan. ,

,

De Commissie adviseert om het MER voorafgaand aan het besluit aan te vullen met een actueel overzicht van beleid en wet- en regelgeving. Geef aan welke randvoorwaarden en kaders hieruit volgen voor het omgevingsplan. Ga ook in op de wijze waarop de samenhang in het gemeentelijk beleid voor het buitengebied wordt bewaakt. Beschrijf de relatie van de omgevingsvisie met het omgevingsplan. ,

6 7 8 9

,

Dit betreft de huidige situatie in de passende beoordeling en de huidige situatie met autonome ontwikkelingen in de effectbeschrijving van het MER. Zie specifiek paragraaf 2. 1 van het advies over deelgebied 4. Dit advies is te vinden op de website van de Commissie. Veerkrachtig , onweerstaanbaar & inclusief , Hoofddocument Omgevingsvisie Someren , december 2023. Link de regionale energiestrategie metropool Eindhoven.

-7-

Effectbeoordeling

en

beschermende maatregelen

Het MER moet inzichtelijk maken welke effecten optreden om zodoende de milieugevolgen volwaardig mee te kunnen wegen bij de besluitvorming. Bij de effectbeoordeling in het MER is in tabel 7. 1 aangegeven dat voor het planalternatief vrijwel alle toetsingscriteria neutraal of licht negatief scoren. De effecten zijn echter onvoldoende specifiek en weinig gedetailleerd beschreven. Dit is ook te herleiden aan het beperkte inzicht in het voornemen (zie paragraaf 2. 1 van dit advies). Van belang is om de effecten volledig in beeld te brengen gebruik makend van een beter omschreven voornemen en beter omschreven referentiesituatie (zie paragraaf 2. 2 van dit advies). Mogelijk leidt dit ertoe dat de bandbreedte voor de alternatieven verandert wat een aanvullende beoordeling nodig maakt. Hou daarnaast ook rekening met de maximale mogelijkheden die het plan biedt en besteedt in ieder geval aandacht aan waterkwaliteit waterkwantiteit en gezondheid. Daarbij moet beschreven worden welke mitigerende maatregelen beschikbaar zijn om effecten te beperken en te voorkomen met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan. ,

,

,

De Commissie adviseert indien de aandachtspunten genoemd in voorgaande paragrafen leiden tot een verandering in/van alternatieven om een aanvullende beoordeling uit te voeren en het maatregelenoverzicht hierop af te stemmen. ,

,

Samenvatting

van

het MER

De leesbaarheid van het MER is voor de gemiddelde lezer een uitdaging vanwege de omvang en de complexiteit. Dit geldt ook voor de huidige samenvatting. De Commissie benadrukt het belang van een goede samenvatting. Dit onderdeel wordt vooral gelezen door besluitvormers en insprekers en verdient daarom bijzondere aandacht. Met het oog op de genoemde aandachtspunten in voorgaande paragrafen voldoet de samenvatting die in het huidige MER zit niet. Voor een goede leesbaarheid is het essentieel is dat het MER is voorzien van een volledige en laagdrempelige samenvatting. ,

De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER. Daarbij moeten de belangrijkste zaken zijn weergegeven zoals: de voorgenomen activiteit en de alternatieven daarvoor; de belangrijkste effecten voor het milieu en de gezondheid van mogelijke ontwikkelingen en de onderzochte alternatieven en de onzekerheden en leemten in kennis die daarbij aan de orde zijn; de vergelijking van de alternatieven en de argumenten voor de selectie van het planalternatief. ,

,

De Commissie adviseert om het MER voorafgaand aan het besluit te voorzien van een volledige en laagdrempelige samenvatting waarin ingegaan wordt op de aandachtspunten in de voorgaande paragrafen. ,

,

,

-8-

BIJLAGE

1:

Projectgegevens toetsing

Toetsing door de de

MER

Commissie

bestaat uit

De Commissie

benodigde

onjuist is, beoordeelt informatie

de

in haar ogen

ontbrekende wordt

of

deskundigen.

Deze

werkgroep

of deze

is. Als

er

en

genomen.

op de

hoogte

bezocht

waar

goed milieugevolgen

te

kunnen

optreden.

vindt

onze

website.

Samenstelling

van

Bij dit project

bestaat de

op

u

vindt.

afwegingen.

informatie

zich

juist

zij die essentieel andere

tot

Om

haar werkwijze

over

Commissie kan leiden

van

bevat

gecorrigeerde

gebied

of

werkgroep

een

milieu-informatie

alsnog

beschikbaar stellen

van

Dat

Dan

Meer

of het

is het

geval

stellen,

voordat

situatie

heeft de

informatie

over

of

als aanvullende

adviseert de Commissie

te

de

beoordeelt

informatie ontbreekt

het

de

besluit

werkgroep

de

het

Commissie

en

de werkgroep

werkgroep

uit:

(geanonimiseerd) Besluit

dit

waarvoor

Vaststellen

Waarom

het

van

wordt V

C

de

D

en

het

van

het

milieugevolgen

Omgevingsbesluit

bijlage bij

het

gaat. Een MER is onder

sende

beoordeling

Bevoegd

gezag

is

5.

milieueffectrapport opgesteld?

een

die grote

van

opgesteld buitengebied Someren, deelgebied

omgevingsplan

hiervoor

Voor activiteiten

zijn. Bijlage

milieueffectrapport

Besluit

meer

onder

kan

in Nederland

een

MER

de

opvolger van

milieueffectrapportage, geeft

aan

om

omdat

de

hebben,

Omgevingswet,

nodig

worden

moeten

kunnen

effecten

beschreven.

op Natura

Daarom

is

een

welke

vereist

onderdelen

activiteiten

2000-gebieden

in

een

Pas-

plan-MER opgesteld.

besluit

Gemeenteraad Someren Initiatiefnemer besluit

College Bevoegd

burgemeester

van

gezag

en

wethouders

gemeente

Someren

mer-procedure

Gemeenteraad Someren Heeft de Commissie ook

zienswijzen

Het

de

bevoegd

heeft

gezag

en

Commissie

adviezen niet

bij haar advies betrokken?

gevraagd

om

zienswijzen

en

adviezen

bij

haar

advies te betrekken.

Waar

vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld?

U vindt de

projectstukken

jectnummer

3865

die

in te vullen

bij

het advies

in het

zijn gebruikt,

zoekvak.

door op www.commissiemer.nl

pro-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608598/1