CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting Ploegstraat 2 en 4

Gemeenteraad 2 maart 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Ploegstraat 2 en 412.639 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

omliggende bedrijven wordt deze woning reeds beschouwd als een gevoelig object. Hierin vinden geen wijzigingen plaats. De maisonnettes worden gerealiseerd op een afstand van exact 10 meter tot de bedrijfsbestemming waar een bouwbedrijf is toegestaan. Er wordt derhalve niet voldaan aan de richtafstand. De nieuw toe te voegen maisonnettes zijn niet de eerst beperkende objecten. Om te waarborgen dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Navolgend wordt hiervan de samenvatting weergegeven. “Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe woningen in een bestaand pand aan de Ploegstraat 2 te Someren-Heide. In dit akoestisch onderzoek is de geluidsuitstraling van een bandenbedrijf aan de Ericaweg 9 bepaald aan de hand van de bedrijfsactiviteiten. Ook is voor het bedrijf toekomstige groei meegenomen, zodat voor het bedrijf de maximale planologische mogelijkheden zijn berekend. De

belangrijkste

geluidsbronnen

van

het

bedrijf

bestaan

uit

rijbewegingen

met

de

personen/bestelauto’s en vrachtwagens. Binnen de loods vinden geen zodanige geluidproducerende werkzaamheden plaats dat deze buiten de bebouwing relevant zijn. De roldeur is niettemin meegenomen als geluidbron. Met een akoestisch model is de geluidsuitstraling naar de omgeving bepaald, aan de hand van methode II.8 van de handleiding “Meten en Rekenen Industrielawaai” (1999). Met behulp van het model zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus bepaald. De resultaten zijn weergegeven in tabel 1.

Er wordt op de nieuwe appartementen aan de Ploegstraat 2 ruimschoots voldaan aan de gestelde richtwaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Voor de maximale geluidsniveaus kan

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

niet worden voldaan aan de richtwaarde op het dakterras van woning 2. Woning 2 heeft echter een tweede terras op de begane grond en hier wordt wel voldaan aan de richtwaarden. Het aantal pieken (maximaal 2 vrachtwagens per dag) is dermate beperkt dat dit het woon- en leefklimaat nauwelijks beïnvloedt. Geconcludeerd wordt daarom dat er voor de realisatie van de appartementen en het omzetten van de bedrijfswoning Ploegstraat 4 naar burgerwoning, er geen belemmeringen gelden uit akoestisch oogpunt. Er is sprake van een redelijk tot goed woon- en leefklimaat.” Daarnaast is tegenover het plangebied een agrarisch bedrijf gesitueerd. Het betreft een melkveehouderij. Hiervan is het aspect ‘geur’ al beschouwd in paragraaf 5.5. Voor de aspecten ‘stof’ en ‘geluid’ gelden er richtafstanden van 10 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. Het bedrijf kent geen uitbreidingsmogelijkheid meer tegenover het plangebied. De nieuwe maisonnettes zijn ook niet de eerst belemmerende woningen voor het bedrijf. De ontwikkeling van twee maisonnettes past in de structuur van de omgeving en vormt geen belemmering voor omliggende bedrijven. Derhalve wordt geacht gemotiveerd af te wijken van de richtafstanden.

5.8

Natuur en ecologie

5.8.1

Beleidskader

5.8.1.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. 5.8.1.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt

bestaande

natuurgebieden

die

vallen

onder

de

Europese

Vogelrichtlijn-

of

de

Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal te worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

5.8.1.3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.

5.8.2

Toets

5.8.2.1

Gebiedsbescherming

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen Natura 2000 gelegen. Op een afstand van 3,5 kilometer ten zuiden van het plangebied bevindt zicht Nature 2000 gebied ‘Weerter- en Budelerbergen & Ringselven’ en op 4,6 kilometer ten noorden van het plangebied bevindt zich ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Op navolgende figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze Natura 2000 gebieden weergegeven.

Figuur 18: Ligging plangebied (aangeduid met een rode marker) ten opzichte van Natura 2000 gebieden

De beoogde herontwikkeling ter plaatse van het plangebied is door de ligging op dermate grote afstand en de dermate kleine impact van het plan ten opzichte van deze Natura 2000 gebieden geen bezwaar. Een bestaande binnenstedelijke locatie wordt herontwikkeld naar een woningbouwlocatie. Het plangebied ligt buiten en op enige afstand van Natuur Netwerk Brabant (NNB). Negatieve effecten zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Bomenkap is niet aan de orde.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

5.8.2.2

Stikstofdepositie

Met Aerius Calculator is de stikstofdepositie bepaald ten opzichte van Natura 2000 gebied om te bepalen of de ontwikkeling leidt tot een effect op het Natura 2000 gebied. Dit rapport behoort als bijlage bij deze toelichting. Uit de resultaten blijkt dat de toename van stikstofdepositie op de natuurgebieden 0,00 mol per hectare per jaar bedraagt. Met de beoogde ontwikkeling vindt geen significant negatief effect op het Natura 2000 gebied plaats. 5.8.2.3

Soortenbescherming

In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als bedrijfspand. Het plangebied is nagenoeg volledig verhard. De maisonnettes worden inpandig verbouwd. Het bedrijfspand biedt geen toegangsmogelijkheden omdat alle kieren en spleten zijn afgedicht. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan het dakbeschot of de goten. Verstoring van eventueel aanwezige huismussen kan worden voorkomen door het gevelwerk buiten het broedseizoen (half maart- half augustus) uit te voeren. De werkzaamheden zullen geen verstoring betekenen mits rekening wordt gehouden met het hiervoor beschrevene.

5.8.3

Natuur inclusief bouwen

De overheid wil het Natuurinclusief realiseren van nieuwe gebouwen stimuleren. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen en andere gebouwen. De ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’ biedt een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit

in

de

bebouwde

omgeving:

https://www.bouwnatuurinclusief.nl

http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw.

en

Navolgende

figuur geeft een aantal voorbeelden weer van Natuurinclusief bouwmethodes.

Figuur 19: Voorbeelden Natuurinclusief bouwen

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

5.9 Cultuurhistorie 5.9.1

Beleidskader

Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een bestemmingsplan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Als gevolg van deze wet dient cultuurhistorie gebiedsgericht benaderd te worden, dus niet te veel focus op losse elementen, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die samenhangen met de archeologisch, historisch- landschappelijk, historisch-, geografisch en/of historisch- bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing.

5.9.2

Toets

Het plangebied is gesitueerd aan de Ploegstraat, een lijn van redelijk hoge waarde. De structuur van deze lijn wordt niet verstoord. De bebouwing binnen het plangebied kent geen cultuurhistorische waarde. De herontwikkeling tast derhalve geen cultuurhistorische waarden aan.

5.10 Archeologie 5.10.1 Beleidskader 5.10.1.1 Inleiding De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. 5.10.1.2 Gemeentelijke archeologiebeleid De gemeente Someren heeft in het kader van de Wamz en de Wet ruimtelijke ordening een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van

het

gemeentelijk

bodemarchief

toegelicht

en

uitgewerkt.

Onderdeel

van

de

‘Nota

Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van deze beleidskaart weergegeven waarin het plangebied is aangeduid.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

Plangebied

Figuur 20: Uitsnede Archeologische beleidskaart waarop het plangebied is aangeduid

5.10.2 Toets Het plangebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ aangeduid als een locatie in een categorie 6 gebied. Voor deze categorie geldt dat de gronden met deze categorie een lage archeologische verwachtingswaarde kennen. Er geldt voor gronden met deze categorie geen onderzoeksplicht. Er is dan ook geen sprake van een dubbelbestemming op het plangebied voor wat betreft archeologie. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

5.11 Water 5.11.1 Beleidskader 5.11.1.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes geformuleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied is gelegen in het beheergebied van Waterschap De Dommel. 5.11.1.2 Waterbeheerplan 2022-2027 Vanaf 1 januari 2022 geldt het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). Hiermee wil waterschap De Dommel de watertransitie in gang zetten: een aanpak die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambities van het

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

waterschap voor de lange termijn (2050). In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. In de komende planperiode, die loopt van 2022 tot en met 2027, starten we met de watertransitie. We zien de wateropgaven niet als een optimalisatieprobleem, maar gaan fundamenteel anders te werk. We ontwikkelen vanuit de huidige situatie (A) naar de gewenste situatie in 2050 (B) via de werkwijze die de gewenste situatie in 2050 (B) vraagt. Dat vraagt om een omslag in denken en handelen van zowel het waterschap, onze gebiedspartners als alle watergebruikers. Daarbij zullen drie principes inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie. De drie richtinggevende principes zijn: 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan 3. Wat schoon is moet schoon blijven De beoogde herontwikkeling past binnen de gestelde principes voor de komende periode. 5.11.1.3 Keur Waterschap De Dommel 2015 Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing.

De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. 5.11.1.4 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 In het ‘verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ (vGRP 2021-2025) is voor een periode van vijf jaar het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Someren vastgelegd. Algemeen uitgangspunt qua waterbeleid is dat de verbeteringen en optimalisaties die de afgelopen jaren in de riolerings- en waterbergingszorg zijn ingezet, worden doorgezet in de komende planperiode. De gemeente Someren wil daarbij op de meest doelmatige manier invulling geven aan het beheer en onderhoud. Ook in Someren is de landelijke trend zichtbaar dat bewoners en bedrijven voor- en achtertuinen (steeds meer) verharden. Hierdoor wordt extra verhard oppervlak op de riolering aangesloten, waardoor afkoppelinspanningen van de gemeente deels te niet worden gedaan.

De gemeente heeft dan ook de ambitie om bewoners en bedrijven te stimuleren het regenwater zoveel mogelijk op eigen perceel vast te houden. Naast dat dit het hydraulisch functioneren van de riolering ten goede komt draagt het o.a. bij aan het bestrijden van verdroging, ondersteunen van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld, waarbij de gemeente alleen voorziet in een vuilwaterhuisaansluiting. De gemeente houdt hierbij de trits vasthouden – bergen – afvoeren aan. Ter voorkoming van overlast en schade

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

op particulier terrein en uit oogpunt van doelmatigheid vertaalt de gemeente een redelijke inspanning van particulieren als volgt: Bij ver- en nieuwbouw moet tenminste de eerste 30 mm regen (30 liter per m² afstromende verharding) van een bui binnen het perceel worden vastgehouden en lokaal verwerkt worden. Vanuit waterbelang, i.v.m. zichtbaarheid, bij voorkeur door bufferen op het oppervlak (vijver, wadi of lagergelegen grond) waarna het water kan infiltreren. Ondergrondse buffering en infiltratie is, mits goed aangelegd en onderhouden, een goed alternatief als bovengrondse buffering niet gewenst is. Uitgangspunt is dat een buffer gerekend met een k-waarde van 1,0 m¹ per dag binnen 24 uur weer beschikbaar is. Een particuliere infiltratievoorziening mag uitsluitend op maaiveldniveau (zichtbaar) een overstort hebben naar openbaar gebied. Waar infiltreren aantoonbaar niet mogelijk is, mag het water vanuit een buffer vertraagd afgevoerd worden naar de openbare ruimte. 5.11.1.5 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.

Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², 500 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m². 5.11.1.6 Hydrologisch neutraal bouwen Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem. Voor ontwikkelingen die dit negatief kunnen beïnvloeden, wordt daarom uitgegaan van de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Dat wil zeggen dat water zoveel mogelijk in een gebied wordt vastgehouden door infiltratie en waar dit niet mogelijk is water tijdelijk wordt geborgen (retentie). Door water lokaal te infiltreren of te bergen in een voorziening wordt het versneld afvoeren van overtollig hemelwater naar het bestaande oppervlaktewatersysteem zoveel mogelijk voorkomen.

Bij zeer grote neerslaghoeveelheden zal de genoemde voorziening het aangeboden water echter onvoldoende kunnen verwerken. Een noodoverloopconstructie kan er dan voor zorgen dat het overtollige water gecontroleerd naar een plek wordt afgevoerd waar het geen overlast kan veroorzaken.

5.11.2 Toets 5.11.2.1 Verhard oppervlak Het plangebied is reeds grotendeels verhard. Dit betreft verharding aan daken en erfverharding. Met de beoogde herontwikkeling worden twee maisonnettes in één gebouw met twee bouwlagen opricht, met bijbehorende ontsluiting en twee parkeerplaatsen voor het gebouw . Ten opzichte van de huidige situatie is er geen sprake van een toename van het verhard oppervlak. Vanwege de aanleg van groen

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

zal het verhard oppervlak minimaal afnemen. Op de locatie Ploegstraat 4 vinden geen wijzigingen plaats. 5.11.2.2 Omgang met hemelwater In de huidige situatie wordt het hemelwater afgekoppeld op het riool. In de aanvraag omgevingsvergunning zal rekening worden gehouden met de aanleg van infiltratievoorzieningen met een capaciteit van 30 liter per m² afstromende verharding. Met een verhardoppervlak van circa 470 m² aan Ploegstraat 2 dient rekening te worden gehouden met een bergingsopgave van 14 m³. Gelet op het gebruik van het perceel kan onder andere worden gewerkt met een infiltratieriool en infiltratiekratten. In de (ver)bouwaanvraag wordt een en ander nader uitgewerkt met inachtname van deze paragraaf. 5.11.2.3 Huishoudelijk afvalwater na herontwikkeling In de beoogde situatie wordt het huishoudelijk afvalwater middels het aanwezige gescheiden rioolstelsel geloosd in dit riool. De herontwikkeling van het plangebied zal niet leiden tot problemen voor dit riool. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd in de bodem. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.12 MER 5.12.1 Beleidskader 5.12.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is.

In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling. 5.12.1.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². 5.12.1.3 Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden.

5.12.2 Toets De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied overschrijdt de drempelwaarde zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage van 2.000 woningen niet. Op basis van deze bijlage is geen MER noodzakelijk. Uit deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en geen aantasting van milieu en omgeving met zich meebrengt, waardoor geen MER dient te worden opgesteld. De Raad van State heeft geoordeeld dat enkele woningen geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft waarmee geen mer-aanmeldnotitie noodzakelijk is.

5.13 Conclusie Toetsing aan milieu-/planologische aspecten laat zien dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft herontwikkeling van het plangebied.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

6. JURIDISCHE VORMGEVING 6.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2 De

Toelichting op de verbeelding verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functie-aanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond. De bestemming ‘Wonen’ is aangegeven. Op de verbeelding is een plangrens en is een bouwvlak opgenomen.

6.3

Algemene toelichting op de regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden in deze volgorde worden opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd. Met betrekking tot de regels is aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied, behoudens voor zover daarvan in dit bestemmingsplan is afgeweken.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

6.4

Toelichting op de bestemming

6.4.1

Wonen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, tuinen en erven, groenvoorzieningen, water- en waterhuiskundige voorzieningen. In de regels zijn bouwregels opgenomen voor de beoogde bebouwing en het gebruik.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn in afdeling 6.4 Wro en afdeling 6.2 Bro regels opgenomen voor grondexploitatie bij een ruimtelijke ontwikkeling. Centraal doel van deze regels voor grondexploitatie is, om te komen tot een verbetering van het stelsel van kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie en een verbetering van de gemeentelijke regie met betrekking tot locatieontwikkeling. Het uitgangspunt van dit stelsel vormt de verplichting tot kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat een gemeente de te maken kosten op de exploitant moet verhalen in het geval deze exploitant tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. Deze verplichting wordt vormgegeven door het verplicht stellen van een grondexploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Bij deze ontwikkeling is sprake van het verzekeren van kostenverhaal door het sluiten van een anterieure overeenkomt tussen de gemeente en de initiatiefnemers. Verankerd is dat het bij een planologische maatregel die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief.

De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemers. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemers met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Conform de Inspraakverordening van de gemeente Someren dient bij herziening van het bestemmingsplan inspraak te worden verleend. Daarna wordt het ontwerpbestemmingsplan ter zienswijze gepubliceerd. Naar aanleiding van uitkomsten van de inspraak- en zienswijzenprocedure op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

8. PROCEDURE BESTEMMINGSPLAN 8.1

Procedure

De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; -

Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledig door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

-

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan

pas

bekend

worden

gemaakt

nadat

zes

weken

zijn

verstreken.

Het

bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld.

8.2

Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

8.3

Inspraak

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de Inspraakverordening van Someren is opgenomen dat inspraak wordt verleend bij herziening van een bestemmingsplan.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Ploegstraat 2 en 4 Someren’ - Toelichting

8.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 26 augustus 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn één zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft er toe geleid dat het ontwerpbestemmingsplan op punten is aangepast. Een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarvan is opgenomen in de nota van zienswijzen.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12375837/1