CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Regels

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28).42.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

4.5.8

Verhuur fietsen/rijtuigen als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1d ten behoeve van het door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte functie verhuren van fietsen, rijtuigen e.d. vanuit de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; b. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

4.5.9

Dagrecreatie als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1d ten behoeve van het als ondergeschikte functie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; c. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

4.5.10 Ondersteunende horeca als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1r ten behoeve van ondersteunende horeca. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak;

43

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

b. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing; c. de activiteit mag uitsluitend uitgevoerd worden door de bewoner(s) van de betreffende locatie; d. de oppervlakte van de voorziening voor ondersteunende horeca bedraagt maximaal 100 m² inclusief terras; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; g. de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; h. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; i. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.5.11 Zorg als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1e voor het verlenen van zorg door de bewoner(s) van de betreffende locatie als nevenactiviteit. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b. het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden infrastructureel niet tot onevenredige verkeersoverlast en zijn landschappelijk goed inpasbaar; f.

de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.5.12 Kinderopvang en dagbesteding als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1e voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als nevenactiviteit. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden infrastructureel niet tot onevenredige verkeersoverlast en zijn landschappelijk goed inpasbaar; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.5.13 Statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1b voor statische opslag als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b.

de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de statische opslag is 1.000 m²; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.5.14 Kleinschalige niet-agrarische nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1e voor kleinschalige niet-agrarische nevenfuncties bij een agrarisch bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en

44

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige nevenfunctie is 350 m²; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; e. detailhandel is uitgesloten; f. buitenopslag is uitgesloten; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1

Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 215’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 218’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 221’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 228’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 233’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 242’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 243’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 250’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 251’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 257’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 258’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden erfbeplanting te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld.

4.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

4.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

4.7

Wijzigingsbevoegdheden

4.7.1 Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’ naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ zonder functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’

45

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' zonder de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch veehouderij'. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. het is aantoonbaar dat ter plaatse niet langer sprake is van een veehouderij; b. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; c. omzetting ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf is niet toegestaan; d. indien er sprake is van een omzetting naar een ‘overig agrarisch bedrijf’ bedraagt de omvang van het bestemmingsvlak maximaal 1,5 hectare; e. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.7.2

Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zo ver het gaat om de agrarische bedrijfswoning met bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf is beëindigd en hervatting van de agrarische activiteiten ligt niet meer in de rede; b. bewoning van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; c. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuin en verharding tot maximaal 2.500 m². Deze krijgen de bestemming 'Wonen' terwijl de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' dezelfde bestemming krijgt als de omliggende gronden; d. de maximaal toegestane oppervlakte aan te behouden bijgebouwen bedraagt 250 m², behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 18.3.2. Dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m² bedragen; e. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt, behalve indien er sprake is van een splitsing overeenkomstig de regeling zoals opgenomen in artikel 18.7.2; f. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/ of architectonische waarde bezit; g.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' ontbreken reële mogelijkheden om een veehouderij te hervestigen; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; i. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

4.7.3 Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: b. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuin en verharding tot maximaal 2.500 m². Deze krijgen de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding ‘specifieke functieaanduiding wonen plus’, terwijl de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' dezelfde bestemming krijgt als de omliggende gronden; c. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; d. de maximaal toegestane oppervlakte aan te behouden bijgebouwen bedraagt 250 m², behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 18.3.2. Dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m² bedragen;

46

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/ of architectonische waarde bezit; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; g. parkeren, laden en lossen vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; h. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; i. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding, waarbij de positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering past bij de uitvoering van de activiteit en de omgeving; j. buitenopslag is niet toegestaan; k. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; l. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.7.4 Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van een agrarisch verwant bedrijf en/of een agrarisch-technisch Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' voor het vestigen van een agrarisch verwant bedrijf en/of een agrarisch-technisch hulpbedrijf.

Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; b. de wijziging naar een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; c. de maximale oppervlakte van het bestemmingsvlak voor het agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf bedraagt maximaal 1,5 hectare, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; d. de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' krijgt dezelfde bestemming als de omliggende gronden; e. de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 600 m² bedrijfsbebouwing mag overblijven voor het agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf; f. de sloop van de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; g. de inrichting van het bestemmingsvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto en netto ruimtebeslag; h. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot twee of meer zelfstandige bedrijven; i.

de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie; j. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening; k. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; l. buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; m. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.7.5 Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’ voor het vestigen van een niet-agrarisch bedrijf. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; b. de locatie moet binnen een bebouwingsconcentratie liggen;

47

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

c. de wijziging naar een niet-agrarisch bedrijf gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; d. de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ bedraagt 5.000 m², waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; e. de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' krijgt dezelfde bestemming als de omliggende gronden; f. de sloop van de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; g. de inrichting van het bestemmingsvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto en netto ruimtebeslag; h. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een bedrijf, behorende tot de milieucategorie 3 of hoger; i. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot twee of meer zelfstandige bedrijven; j. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie; k. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening; l. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; m. buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; n. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing worden gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 4.7.6

Wijziging ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van statische opslag Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’ voor het vestigen van statische opslag. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede; b. de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ bedraagt 5.000 m², waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; c. de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' krijgt dezelfde bestemming als de omliggende gronden; d. de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 1.000 m² bedrijfsbebouwing mag overblijven voor statische opslag; e. de sloop van de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; f. buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; g. opslag in kassen is niet toegestaan; h. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing worden gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

4.7.7 Wijziging ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ te voorzien van een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' ter plaatse van een bestaande bedrijfswoning. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. er moet sprake zijn van een in werking zijnde landbouwinrichting, waar agrarische activiteiten worden verricht en waarbij de vergunning of melding aanwezig moet zijn op het moment van toekennen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning’; b. er moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de plattelandswoning;

48

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

c. de bouwregels van artikelen 4.2.5, 4.2.6 en 4.2.7 zijn van overeenkomstige toepassing; d. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing worden gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

49

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

Artikel 5 5.1

gemeente Someren

Agrarisch - Glastuinbouw Bestemmingsomschrijving De gronden die zijn aangewezen als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’, zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, in de vorm van een glastuinbouwbedrijf; b. agrarisch gebruik/doeleinden, bestaande uit het al dan niet bedrijfsmatig gebruik van gronden voor het telen van gewassen; c. ter plaatse van de functieaanduiding ‘tuinbouw’ tevens voor een tuinbouwbedrijf; d. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - stalling voor transport’ tevens voor een transportbedrijf, in de vorm van een stalling van voertuigen met bijbehorende voorzieningen, enkel ten behoeve van het vervoer van producten van glastuinbouwbedrijven en mits die bedrijvigheid een ondergeschikt en onlosmakelijk onderdeel vormt van het ter plaatse eveneens gevestigde glastuinbouwbedrijf; e. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - bedrijfswoning’ één bedrijfswoning, tenzij anders aangeduid op de verbeelding. Binnen bestemmingsvlakken waar een bedrijfswoning is toegestaan, zijn aan huis verbonden beroepen toegestaan conform de bepalingen in artikel 5.4.2; f.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 212’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 224’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 236’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 237’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 238’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 240’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 252’ zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; g. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Vlasakkers’ zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; h. ter plaatse van de functieaanduiding ‘rijbak’ is een buitenrijbaan voor paarden toegestaan; i.

bij de doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken, installaties en voorzieningen op bedrijfsniveau zoals: kassen, bedrijfsgebouwen (anders dan kassen), permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, buffertanks, sorteeren/of verpakkingsruimten en installaties ten behoeve van (glas)tuinbouwproducten, waterbehandeling, warmtekrachtkoppeling, bestaande covergisting (met een verwerkingscapaciteit van maximaal 100 ton biomassa per dag); j. bewerking en/of verwerking van door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten uitsluitend als ondergeschikte functie, tot maximaal 20% van de aanwezige kassen en bedrijfsgebouwen en in totaal niet meer dan 2.000 m² per bedrijf, tenzij het bestaande gebruik als zodanig al een grotere omvang heeft en dat geldt dit als maximum; k. detailhandel in door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten uitsluitend als ondergeschikte functie, tot een bruto vloeroppervlak van maximaal 50 m²; l. water(huishoudkundige) voorzieningen in de vorm van gietwatervoorzieningen, hemelwaterpiekbergingen, infiltratievoorzieningen en open watergangen; m. overkluisde watergangen ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van water - overkluisde watergang’; n. parkeerplaatsen op eigen terrein, met dien verstande dat per hectare aan kassen ten minste 3 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn; o.

landschapselementen; p. groenvoorzieningen; q. tuinen en erven; r. extensief recreatief medegebruik; s. erfbeplanting.

50

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen a. Op of in de voor 'Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 5.1 genoemde bestemming. b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 212’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 224’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 236’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 237’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 238’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 240’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 252’ is het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en het aanleggen van verhardingen niet toegestaan. Perceelsgedeelten met deze functieaanduidingen worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. c. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Vlasakkers’ is het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en het aanleggen van verhardingen niet toegestaan. d. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

5.2.2

Bedrijfsgebouwen (anders dan kassen) Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen (anders dan kassen) gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de vlakken met de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - andere bebouwing’ met dien verstande dat per bedrijf per hectare glas maximaal 1.000 m² bedrijfsgebouwen (anders dan kassen) gebouwd mag worden; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 m¹; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m¹; d. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; e. de ontwikkeling voorziet in een goede verkeerskundige inpassing ten opzichte van de weg waaraan wordt gebouwd met name in verband met voldoende uitzicht in verband met de ontsluiting van het bouwperceel en voldoende parkeerruimte op het eigen bouwperceel; f. de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’, zoals opgenomen in artikel 34.1; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

5.2.3

Kassen Kassen mogen uitsluitend binnen de bouwaanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding - kas’ en ‘specifieke bouwaanduiding - andere bebouwing’ worden gebouwd. De volgende specifieke randvoorwaarden gelden hierbij: a. die bouwvlakken mogen volledig bebouwd worden; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 m¹; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m¹; d. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; e. de afstand tot (bedrijfs)woningen die zijn gelegen binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’ bedraagt minimaal 25 m¹; f. de ontwikkeling voorziet in een goede verkeerskundige inpassing ten opzichte van de weg waaraan wordt gebouwd met name in verband met voldoende uitzicht in verband met de ontsluiting van het bouwperceel en voldoende parkeerruimte op het eigen bouwperceel; g. de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’, zoals opgenomen in artikel 34.1; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

51

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

5.2.4

Bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van glastuinbouw Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van glastuinbouw gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van antenne- en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8 m¹ met een afstand van ten minste 5 m¹ tot de bestemmingsgrens en een afstand van ten minste 20 m¹ tot de as van de weg; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen en buffertanks, is maximaal 2,5 m¹ met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; c. de bouwhoogte van een buffertank is maximaal 12 m¹, met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹; e. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m¹, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m¹ uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens.

5.2.5

Bedrijfswoningen Ten aanzien van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per aanduidingsvlak ‘bedrijfswoning’ is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders aangeduid ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden'; b. de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; c. bij herbouw mag de bedrijfswoning of plattelandswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; d. bij bouw en herbouw dient te worden aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, door middel van een advies van de AAB, waarbij de noodzaak van (her)bouw niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten bedrijfswoning; e. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; f. de bedrijfswoning of plattelandswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³. De inhoud van een kelder wordt niet meegeteld; g. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt deze inhoud, als maximaal toegestaan.

Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; h. voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; i. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; j. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; k. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; l. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; m. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.

5.2.6

Bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning Ten aanzien van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m²;

52

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

b. in afwijking van het bepaalde in sub a is voor woningen waar een specifieke oppervlakte bijgebouwen is aangeduid op de verbeelding, die oppervlakte toegestaan; c. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹; d. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹; e. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; f. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; h. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; i. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m¹; j. het bepaalde in sub i geldt niet indien de bestaande afstand van een vergund of krachtens overgangsrecht toegelaten bijgebouw tot de woning al meer bedraagt. In dat geval geldt deze afstand voor dit gebouw als maximaal toegestaan; k. bij volledige sloop en herbouw van een bijgebouw geldt 20 m¹ als maximale afstand tussen het bijgebouw en de woning ongeacht de (afwijkende) situering van de te slopen bebouwing als bedoeld in sub j. 5.2.7

Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij de bedrijfswoning Ten aanzien van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²; 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m¹; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m¹. b. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹; c. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m¹, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m¹ uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens; d. in afwijking van het bepaalde onder sub a tot en met sub c mag de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 2,5 m¹ bedragen en moet de afstand tot de bestemmingsgrens van deze bouwwerken ten minste 5 m¹ bedragen.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Oppervlakte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2a voor het bouwen van een grotere oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen de bouwaanduiding ‘kassen’. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de maximale oppervlakte bedraagt 2.500 m² aan bedrijfsgebouwen per hectare kassen; b. de noodzaak voor de grotere oppervlakte aan bedrijfsgebouwen dient aanwezig te zijn vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling of indien dit noodzakelijk is ten behoeve van een facilitaire voorziening. c. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing worden gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

5.3.2

Afwijkende goot- en bouwhoogte van kassen en overige bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2b, 5.2.2c, 5.2.3b en/of 5.2.3c voor een grotere goot- en/of

53

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

bouwhoogte van kassen en overige bedrijfsgebouwen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de goothoogte van kassen mag niet meer bedragen dan 10 m¹; b. de bouwhoogte van kassen mag niet meer bedragen dan 14 m¹; c. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 11 m¹; d. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m¹; e. de noodzaak voor de grotere goothoogte en/of bouwhoogte moet vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling aanwezig zijn; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 5.3.3

Terreinafscheidingen/ erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.4d en/of 5.2.7b voor terreinafscheidingen met een bouwhoogte tot maximaal 2,5 m¹. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 5.1 genoemde bestemming; b. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies, hetgeen onder andere betekent dat de terreinafscheiding passend is in het landschap; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

5.3.4

Herbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.5c voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. in het geval van de herbouw van een plattelandswoning, dient herbouw plaats te vinden binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'; c. de bedrijfswoning of plattelandswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; g. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning of plattelandswoning is duurzaam verzekerd; h.

bij herbouw van een bedrijfswoning dient te worden aangetoond dat deze noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van herbouw niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten bedrijfswoning; i. bij herbouw van een plattelandswoning dient te worden aangetoond dat de nieuwe locatie voldoet aan de eisen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; j. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening;

54

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

b. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing, anders dan voor de agrarische bedrijfsvoering; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; f. het gebruik voor gronden en/of opstallen voor de vestiging, uitbreiding of omschakeling naar een veehouderij; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor een zelfstandige transportstalling, met uitzondering van waar dit op grond van de regels is toegestaan; h. het huisvesten van tijdelijke werknemers; i. het gebruik van gebouwen voor bewoning anders dan de bedrijfswoning voor wonen; j. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; k. het plaatsen van zeecontainers; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande. 5.4.2

Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing bij een bedrijfswoning tot een maximum van 150 m²; b. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door een van de bewoners; c. de beroepsactiviteit mag zowel in de bedrijfswoning als in een bijgebouw worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; g. detailhandel is niet toegestaan; h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding, waarbij de positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering past bij de uitvoering van de activiteit en de omgeving.

5.4.3

Landschappelijke inpassing a. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 212’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 14 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 224’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 24 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. c.

Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 236’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 35 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden.

55

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

d. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 238’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 37 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. e. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 252’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 51 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. 5.4.4

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van het perceel Ploegstraat 68 conform de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 240’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 39 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Huisvesting tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1h voor de structurele of tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers in een bedrijfswoning, in bestaande of direct vergunbare bedrijfsgebouwen of ten behoeve van alleen tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. deze huisvesting dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de structurele of tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarisch bedrijf, waarover advies gevraagd kan worden aan de AAB; b. de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; c. bij huisvesting in een woning mogen maximaal 20 personen per locatie worden gehuisvest; d. bij huisvesting in een bedrijfsgebouw mogen maximaal 40 personen per locatie worden gehuisvest; e. huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens is alleen toegestaan als het gaat om een aantoonbaar tijdelijke oplossing gedurende niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; f. bij tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens deze na afloop van de termijn zoals bepaald is sub e worden verwijderd; g.

per woonunit mogen maximaal vier personen worden gehuisvest. Het maximaal te huisvesten personen is niet meer dan 40; h. de bouwhoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3 m¹; i. de onder sub e genoemde verblijven moeten worden geplaatst binnen het agrarische bedrijfsbestemmingsvlak; j. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2; k. per drie huisvestingsplaatsen moet minimaal 1 parkeerplaats binnen het bestemmingsvlak beschikbaar zijn. Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond;

56

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

l. in afwijking van het bepaalde in sub d en sub g kan ten behoeve van piekmomenten in de vollegrondstuinbouw voor een periode van maximaal 6 maanden gemotiveerd worden afgeweken van het aantal maximaal te huisvesten personen; m. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is niet toegestaan. Aan de omgevingsvergunning worden de voorschriften verbonden dat: 1. de vergunning wordt ingetrokken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijk grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is; 2. binnen twee maanden nadat het gebruik als tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers is beëindigd, dit door de bedrijfsvoerder schriftelijk wordt gemeld bij het college van burgemeester en wethouders; 3. na beëindiging van het gebruik als tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers de voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke huisvesting binnen zes maanden na beëindiging van het gebruik worden verwijderd.

5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1

Vergunningplicht a. Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 212’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 224’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 236’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 237’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 238’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 240’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 252’, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden erfbeplanting te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld. b. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nieuw verhard oppervlak met een omvang van meer dan 500 m² te realiseren.

5.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

5.6.3

Toelaatbaarheid verwijderen erfbeplanting De in artikel 5.6.1a genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

5.6.4

Toelaatbaarheid aanleggen verhardingen groter dan 500 m² De in artikel 5.6.1b genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:

57

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

a. de verharding (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal wordt uitgevoerd voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; b. het bevoegd gezag wint advies in van het betrokken waterschap ter toetsing of voorgestelde voorziening(en) overeenkomstig de actuele wet- en regelgeving ten aanzien van de in sub a opgenomen uitgangspunten; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

58

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

Artikel 6 6.1

gemeente Someren

Agrarisch met waarden - Abiotische waarden Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische waarden in het algemeen en verder specifiek voor: 1. het behoud en/of herstel van aanwezige hydrologische waarden ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol’; c. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - toegangsweg’ is een toegangsweg toegestaan; d. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ zijn permanente teeltondersteunende voorzieningen toegestaan ten behoeve van het aangrenzende agrarische bedrijf; e. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 200’ zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; f. groenvoorzieningen; g. landschapselementen; h. infiltratie; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; j. extensief recreatief medegebruik; k. erfbeplanting.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen a. Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde in sub a, mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd op de voor ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ aangewezen gronden. c. De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag maximaal 1 m¹ bedragen.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1a voor het realiseren van een schuilgelegenheid voor dieren die hobbymatig worden gehouden. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de schuilgelegenheid wordt niet opgericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf; b. een schuilgelegenheid is slechts toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone bebouwingsconcentratie’; c. een schuilgelegenheid is niet toegestaan binnen de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'; d. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een soortgelijke voorziening ter plaatse van de bestemming 'Wonen' of andere gelijk te stellen bestemming op te richten of bestaande bebouwing als schuilgelegenheid te gebruiken;

59

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

e. per agrarisch perceel mag maximaal één schuilgelegenheid worden opgericht, met dien verstande dat het perceel een minimale oppervlakte heeft van 2.500 m²; f. de schuilgelegenheid wordt opgericht op een afstand van ten minste 2 m¹ en ten hoogste 10 m¹ van de bestemmingsgrens; g. de schuilhut moet minimaal aan één zijde open zijn; h. de maximaal toegestane goothoogte is maximaal 2,5 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is maximaal 3 m¹; j. de dakhelling is minimaal 20 graden en maximaal 45 graden; k. de oppervlakte is maximaal 25 m²; l. binnen- en buitenopslag van goederen en aanverwante zaken is niet toegestaan; m. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies, hetgeen onder andere betekent dat de schuilgelegenheid passend is in het landschap. Om te bepalen of de schuilgelegenheid passend is in het landschap, wordt getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011; n. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 6.3.2

Afwijken ten behoeve van paardenbakken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1a voor het oprichten van een buitenrijbaan voor paarden. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. er is maximaal één buitenrijbaan toegestaan, behorende bij de direct aansluitende bestemming 'Wonen' of daarmee gelijk te stellen bestemming; b. per aangrenzend bestemmingsvlak is maximaal één buitenrijbaan toegestaan; c. de afstand tot een (bedrijfs-)woning van een derde bedraagt minimaal 50 m¹; d. de buitenrijbaan is uitsluitend voor hobbymatig gebruik toegestaan; e. de oppervlakte bedraagt maximaal 1.200 m²; f. de bouwhoogte van de terreinafscheiding bedraagt maximaal 1,5 m¹; g. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m¹; h. maximaal 4 lichtmasten zijn toegestaan; i. binnen een afstand van 100 m¹ van gronden met de bestemming 'Natuur' zijn geen lichtmasten toegestaan; j. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

6.3.3

Afwijken ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; c. de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3 m¹, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 m¹ mag bedragen; d. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; e. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; f. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant; g. tijdelijke voorzieningen zijn niet langer dan 6 maanden ter plaatse toegestaan.

6.3.4

Afwijken ten behoeve van terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1c voor een grotere bouwhoogte van terreinafscheidingen tot maximaal 2,5 m¹. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden:

60

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

a. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 6.1 genoemde bestemming; b. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies, hetgeen onder andere betekent dat de terreinafscheiding passend is in het landschap; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen en/of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het plaatsen van zeecontainers; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; h. het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; j. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1

Afwijken ten behoeve van het aanleggen van verharding Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1b voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, danwel het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen kan worden toegestaan indien: a. dit ten dienste staat van de doeleinden die zijn genoemd in artikel 6.1; b. de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’, zoals opgenomen in artikel 34.1; c. er geen oneigenlijke vergroting van het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ plaatsvindt; d. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor veepaden op agrarische huiskavels bedraagt 400 m²; e. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor overige verhardingen bedraagt 200 m²; f. per aaneengesloten agrarisch perceel kan slechts eenmalig een vergunning worden verleend voor het aanleggen van een oppervlakteverharding; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

61

Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2 (Ruiter 28)

gemeente Someren

6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.6.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van erfbeplanting ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 200’ waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden.

6.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

6.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 6.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15856727/1