Bijlage Nota van Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen
Tekst van het document
Postbus 290 5710 AG Someren Telefoon (0493) - 494888 fax (0493) – 494850
Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan Lierop-Zuid fase 1 NL.IMRO.0847.BP02023022-OW01
Inhoudsopgave 1. Inleiding.................................................................................................................................................................................................. 3 2. Samenvatting zienswijze en beantwoording................................................................................................................................................... 3 Zienswijze reclamant 1 (provincie), ingekomen 25 januari 2024........................................................................................................................3 Zienswijze reclamant 2, ingekomen 22 januari 2024........................................................................................................................................ 6 Zienswijze reclamant 3, ingekomen 29 januari 2024........................................................................................................................................ 7 Zienswijze reclamant 4, ingekomen 31 januari 2024........................................................................................................................................ 9 Zienswijze reclamant 5, ingekomen 29 januari 2024......................................................................................................................................
10 Conclusie: .............................................................................................................................................................................................. 11 3. Ambtshalve wijzigingen............................................................................................................................................................................ 12 Bijlage 1: publicatie ontwerpbestemmingsplan................................................................................................................................................. 19 Bijlage 2 Zienswijzen................................................................................................................................................................................... 20 ................................................................................................................................................................................................................ 37
2/37
1.
Inleiding
Het college van burgemeester en wethouders heeft ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan “Lierop-Zuid” (NL.IMRO.0847.BP02023022-OW01) en besloten dit plan vrij te geven voor de ter visie legging. Op 21 december 2023 heeft het college door publicaties in weekblad ’t Contact en het Gemeenteblad de terinzagelegging voor 6 weken aangekondigd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 ter inzage gelegen. Een ieder kon mondeling of schriftelijk bij de gemeenteraad zienswijzen naar voren brengen. Er is binnen de gestelde termijn een zienswijze naar voren gebracht door de reclamant 1 (provincie) Er is binnen de gestelde termijn een zienswijze naar voren gebracht door de reclamant 2 Er is binnen de gestelde termijn een zienswijze naar voren gebracht door de reclamant 3 Er is binnen de gestelde termijn een zienswijze naar voren gebracht door de reclamant 4 Er is binnen de gestelde termijn een zienswijze naar voren gebracht door de reclamant 5 (18 personen Gildewijk) In deze nota van zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 de ingekomen zienswijze van een gemeentelijke beantwoording voorzien. Wij vatten daarbij de zienswijze samen en voorzien deze als zodanig van een reactie. De zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Paragraaf 2.4 geeft de conclusie die voortkomt uit de beantwoording van de zienswijze. In Hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen.
Bijlage 1 geeft de publicatie weer. In bijlage 2 zijn de ingediende zienswijzen toegevoegd.
2.
Samenvatting zienswijze en beantwoording
Zienswijze reclamant 1 (provincie), ingekomen 25 januari 2024 Zienswijze
Gemeentelijke reactie
1.1.
In het RRO heeft afstemming plaatsgevonden over deze De zienswijze wordt erkend. De bestemmingsplanregels w orden aangepast zodat het woningen, zowel in kwalitatieve als ook in kwantitatieve maximum aantal woningen van 126 planologisch juridisch geborgd is. Enige flexibiliteit zin. Het maximaal aantal van 126 woningen is nu echter tussen afzonderlijke bouwvlakken onderling is nog wel mogelijk. nog niet planologisch juridisch geborgd in het plan. De planregels in combinatie met de verbeelding dienen zodanig te worden aangepast dat dit aantal wel is geborgd in het plan. Op dit moment is het plan dan ook nog niet volledig in overeenstemming met artikel 3.42 van de IOV.
1.2.
In het plan is bij de uitwerking van dit onderdeel aangegeven dat op basis van de LIR van de gemeente Someren sprake is van een categorie 3 ontwikkeling. Het betreft hier echter een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar waarvoor als regel 1% van de uitgeefbare grond wordt gehanteerd om
1% van de uitgeefbare grond als kwaliteitsverbetering wordt naar alle verwachting behaald binnen het nader in te richten plangebied dat hiervoor voldoende ruim is opgezet. Als dit aandeel niet wordt behaald binnen het plan zal er voor de resterende verplichting met middelen een afdracht plaatsvinden naar het BIO fonds (Buitengebied in ontwikkeling). In dit fonds worden de bedragen i.r.t. kwaliteitsverbetering gestort in Someren.
3/37
de vereiste kwaliteitsverbetering vast te stellen. Wij verzoeken u te onderbouwen waarom voor deze uitwerking gekozen is of dit aan te passen.
1.3.
Hoe landschappelijke inpassing en dus de beplantingstypen exact worden (type haag etc.) is nog niet duidelijk. De insteek is om eerst het waterhuishoudkundig plan verdergaand uit te werken en daarna een definitief landschappelijke inpassingsplan te laten opstellen en te overleggen met provincie. Voor de waterhuishouding is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Duidelijk is wel dat er voldoende ruimte gereserveerd is voor groen en water. Aan de toelichting is een extra onderbouwing toegevoegd waaruit het bedrag voor kwaliteitsverbetering naar voren komt en waaruit blijkt dat gemeente voor dit plan linksof om rechtsom zal voldoen aan de verplichting t.a.v. kwaliteitsverbetering. Dus ofwel een binnenplans, ofwel buitenplans met behulp van een afdracht naar het BIOfonds. Ook wordt aangegeven dat als gemeente het watersysteem en de kwaliteitsverbering binnenplans nader heeft uitgewerkt er afstemming zal plaatsvinden met de provincie over de wijze van kwaliteitsbijdrage. Een nadere uitwerking volgt dus zodra er duidelijkheid is over het waterhuishoudkundig plan.
Ook wordt in het plan aangegeven dat, als onderdeel van Zie antwoord 1.2. Hoe de strook aan de zuidzijde wordt ingericht is afhankelijk van de de kwaliteitsverbetering van het landschap, overeenkomst met de aangrenzende eigenaar/pachter van de agrarische gronden en de landschappelijk zal worden ingepast. De landschappelijke uitwerking van het watersysteem. Afhankelijk hiervan wordt deze strook ingericht met inpassing ontbreekt en kan niet door de Provincie worden een waterverbinding of groen. Als het groen wordt dan zet de gemeente in op een zo beoordeeld. De landschappelijke inpassing zal als bijlage robuust mogelijke afscheiding door gebruik te maken van een haag of struiken. bij de planregels moeten worden opgenomen. In de plantoelichting is onderstaande passage opgenomen; “Aan Bij het ontwerp bestemmingsplan alsook het vast te stellen bestemmingsplan is de de randen van het plangebied zijn groenvoorzieningen beplanting in het gehele plan nog niet uitgewerkt. Zie antwoord 1.2 dat aangeeft dat voorzien die ervoor zorgen dat het nieuwe woongebied ook allereerst de waterhuishouding wordt uitgewerkt. Er zijn diverse waterverbindingen en landschappelijk ingepast gaat worden.
Het wadi’s nodig, pas als hierover duidelijkheid is kan meer duiding worden gegeven aan het landschappelijke inpassingsplan moet nog nader type beplanting en zal de gemeente het landschappelijk inpassingsplan met de provincie uitgewerkt worden en die uitwerking is als voorwaardelijke afstemmen. verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan”. Op de verbeelding is aan de rand een Voor wat betreft de strook is wel meer duidelijk dan bij het ontwerp bestemmingsplan. groenzone in het plan opgenomen met een breedte van Er zal een robuuste groenblijvende afscheiding komen die wanneer nodig gecombineerd ongeveer 4 meter. Het is nu dus nog niet duidelijk hoe wordt met een waterverbinding bovengronds of ondergronds. Dit zal ook zo terugkomen deze zone wordt uitgewerkt en ook is dus nog niet in het nog nader te concretiseren landschappelijk inpassingplan met daarin de typen aangetoond of deze zone aan de zuidzijde voor voldoende beplanting. Gemeente zal dit landschappelijke inpassingsplan nader met de provincie inpassing gaat zorgen. overleggen. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft gemeente ook overlegd met de provincie. In overleg met provincie is de zuidzijde ter sprake gekomen. Er is aangegeven waarom de strook niet breder dan 4/5 meter kan worden en dat er achter een spuitzone volgt voor het verbod exploitatie met schadelijke chemicaliën.
Dat de woningen stedenbouwkundig niet zomaar terug gesitueerd kunnen worden en de strook hetzelfde dient te blijven heeft te maken met aankoopafspraken van de grond, de hierbij reeds uitgesplitste kavels, de haalbaarheid van het plan, maar in stedenbouwkundig opzicht vooral ook
4/37
door de hoogteverschillen in het plan waardoor veel groen/water in het hart van het plan en de zijkanten dient te worden gerealiseerd. Het gehele plan is qua watersysteem zo opgezet, de zuidzijde is namelijk het hoogstgelegen deel van het plan waarbij waterberging ter plekke onlogisch is. Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan is meer duidelijk over de zuidzijde van het plan waardoor het woongebied en het buitengebied goed naast elkaar kunnen functioneren. Na het ontwerp bestemmingsplan is een fysieke afscheiding in de vorm van een groenblijvende haag van circa 150cm afgesproken met de agrariër aan de zuidzijde om in een robuuste afscheiding te gaan voorzien voor de woonomgeving Lierop Zuid. Dit is ook in het belang van de agrariër, het is namelijk ongewenst als eenieder vanuit de woonwijk Lierop Zuid te eenvoudig de aangrenzende agrarische grond kan betreden en het werkt gunstig uit op eventuele drift. Achter deze haag is daarnaast een omvangrijke spuitzone met de agrariër overeengekomen. Deze spuitzone is publiekrechtelijk geborgd in de verbeelding en de bestemmingsplanregels. Ook is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten voor het maken van goede afspraken en het afregelen van planschade. Op de eerste 45 meter vanuit het plangebied en 50 meter vanaf de dichtstbij gesitueerde woningen, mag hiermee niet (meer) met schadelijke middelen worden geëxploiteerd.
De gemeente staat in voor de hierbij gemoeide planschade en diverse afspraken zijn in goede samenspraak vastgelegd die ervoor zorgen dat het woongebied en het zuidelijk gelegen agrarische gebied elkaar niet in de weg gaan zitten.
1.4.
In het ambtelijk overleg is gesproken over de afronding Het gebied in het noordoostelijke deel is al geruime tijd niet meer intensief voor van de nieuwe rand van bestaand Stedelijk gebied die hier agrarische doeleinden in gebruik en er wordt gepoogd gesprekken te voeren met de op termijn ontstaat. In de planopzet die op dat moment eigenaren voor een passende ontwikkeling. De wens van de gemeente was in eerste voorlag was hieraan weinig aandacht besteed. Bouwen aan instantie om het gehele gebied mee te nemen in de ontwikkeling maar dit is qua de zuidkant van Lierop staat gelet op de woningbehoefte voortgang niet haalbaar gebleken. Gemeente heeft zelf enig beeld bij wat hierop kan niet ter discussie. Wel maken wij een opmerking over het maar het is niet geheel duidelijk hoe dit gebied uitontwikkeld wordt en bewust is dit plangebied waar nu voor gekozen is. Het zuidwestelijke gebied niet ingevuld met een schets en in het bestemmingsplan voor fase 1 deel van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar opgenomen. Er is met de betreffende grondeigenaren geen overeenkomst voor wordt in dit plan uitgewerkt. Twee deelgebieden ten ontwikkeling Lierop Zuid fase 1. Binnen de gestelde planning die de gemeente voor noorden en ten noordoosten van het plangebied worden ogen had is een overeenkomst niet haalbaar gebleken. Streven van de gemeente is om niet uitgewerkt.
In het gebied ten noorden van het ook de percelen rondom, zoals de percelen waarnaar aftakkingen zijn voorzien, bij plangebied is dat voorstelbaar aangezien hier al de nodige Lierop Zuid als woonomgeving te betrekken. Voor een vervolgfase van transformatie lintbebouwing op diepe achterpercelen aanwezig is. Voor van agrarische grond is dan wel medewerking van de grondeigenaren voor nodig. Een het noordoostelijke deel ligt dat echter anders. Dit open mogelijke uitwerking zal altijd een substantieel deel voor waterberging/groeninvulling gebied komt nu ingesloten te liggen terwijl aan de uiterste met zich meebrengen gezien de laaggelegen gronden en ook de duiding in de zuidrand nieuw gebied aangesneden wordt. De motivering omgevingsvisie. In de omgevingsvisie wordt met kaartmateriaal gecommuniceerd over is niet in het plan opgenomen waardoor het plan niet wat ter plekke mogelijk is.
5/37
volledig in overeenstemming is met artikel 3.43. van de IOV.
Het gebied staat vooralsnog buiten Lierop Zuid, komt centraal te liggen tegen de dorpskern en de Gildewijk en kan afzonderlijk (als vervolgfase) ontwikkeld worden van Lierop Zuid fase 1. Tegen de kern (groenstraat) zal op dit gebied openheid worden behouden en het gebied wordt gezien als een overgang van de Gildewijk en Lierop Zuid. Het zal hiermee voor een beperkt gedeelte voor woningbouw ingevuld kunnen worden, het betreft laaggelegen grond gekenmerkt met de uitdagingen ten aanzien van waterafvoer. Het betreft een plek waarbij doorzichten belangrijk zijn en waar dus in de omgevingsvisie gedeeltelijk groen/waterberging is bedacht. Dit eventueel met gecombineerd met met een passende vorm van bebouwing zoals bijvoorbeeld het zuidelijk gelegen woonhof gekenmerkt door haar hoevenstructuur. Het is ook denkbaar dat er een voorziening wordt gesitueerd zoals bijvoorbeeld een huisartsenpost. Dit zal op langere termijn bekeken moeten worden. In fase 1 is door gemeente met diverse deelnemers zoals particulieren en een ontwikkelaar ingezet op het realiseren van een benodigd raamwerk die op diverse toekomstige ontwikkelingen aansluitend mogelijk maakt. De toekomst brengt dus zeker mogelijkheden dit gebied anders dan met agrarisch gebruik in te gaan vullen.
Het is wel gepoogd maar gemeente niet gelukt deze grond te verwerven en/of samenwerkingsafspraken te maken binnen de periode waarmee gemeente nog kon werken met een bestemmingsplan. Het invullen van dit gebied wordt gezien als een logische vervolgfase en zal op termijn zeker aan de orde komen, bij voorkeur in goede samenspraak met de grondeigenaar/grondeigenaren/intiatiefnemer. Wanneer de grondeigenaren open staan voor een nieuwe invulling en/of gemeente en daarnaast voldoen aan de gestelde condities middels een te sluiten exploitatieovereenkomst, zal de gemeente zich zeker inspannen om ook deze gebieden bij de omringende woonomgeving van Lierop Zuid te betrekken.
Zienswijze reclamant 2, ingekomen 22 januari 2024 2.1.
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Het is onbegrijpelijk dat dit aangrenzende gebied niet is meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Op de percelen van reclamant, en meerdere percelen daar rondom heen, ligt een achterhaalde agrarische
Gemeente is tijdens de procedure van het bestemmingsplan verrast door deze zienswijze en gaat niet mee om de ontwikkeling van reclamant te koppelen aan deze eerste fase van Lierop Zuid. Er liggen ook geen samenwerkingsafspraken die zorgen voor haalbaarheid en alle onderzoeken en eigenschappen van de voorgenomen
6/37
bestemming. Deze zijn gesitueerd tussen de bestaande en het nieuwe woon/stedelijk gebied (bestemmingsplan Lierop-Zuid). Naar oordeel van reclamant dient dit gebied in het nieuwe plan meegenomen te worden en niet als losse strook tussen bestaande en nieuw stedelijk gebied te blijven liggen.
ontwikkeling van reclamant, die reeds voor zijn ontwikkeling zijn uitgevoerd, houden geen relatie met het plangebied Lierop Zuid. Bij de huidige wensen van reclamant en opzet van zijn plan zal een eigen procedure moeten worden doorlopen wat logischer is gezien de aard van het plan, de eigen oriëntatie op de Groenstraat en het ontbreken directe en duidelijke koppelingen aan de woonwijk Lierop Zuid. Reclamant dient voor zijn omzetting naar woningbouw zijn eigen procedure door te zetten. Het is nodig de woonbestemming in orde te krijgen gezien de situatie. Gemeente is uitgegaan dat reclamant zijn vergaand opgestelde ontwerp bestemmingsplan ook in procedure zou brengen voor 2024 met de hierbij afgesproken verplichtingen en voorwaarden aan de ontwikkeling om in de boerderij te kunnen wonen binnen de huidige bestemmingsplanmogelijkheden. Om de achterstallige agrarische bestemming alsnog om te zetten dient niet meer een bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden maar een “BOPA” procedure. De kosten die horen bij deze omzetting zijn niet ongunstiger dan wanneer reclamant in een latere fase eventueel mee zou draaien in een nieuwe fase van Lierop Zuid en vervolgens een exploitatiebijdrage dient te betalen zoals aan de orde is voor alle deelnemers die gekoppeld zijn aan de woonwijk Lierop Zuid. Dat zou mogelijk ook niet stroken met de wens om te (gaan/blijven) wonen in de boerderij.
De gemeente gaat er dus niet in mee zijn ontwikkeling zomaar aan bestemmingsplantraject van Lierop Zuid fase 1 te koppelen maar het verkrijgen van een woonbestemming dient door reclamant zoals ingezet afzonderlijk in een procedure doorlopen te worden.
Zienswijze reclamant 3, ingekomen 29 januari 2024 3.1.
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
De getallen in de verkeersanalyse zijn incorrect.
Reclamant wijst op het grote verschil in intensiteit op enerzijds het wegvak ‘Somerenseweg tussen de oostelijke aansluiting en de Groenstraat’ (in 2040 gaat het om 6.200 voertuigen) en anderzijds het wegvak ‘Somerenseweg ten noorden van de Groenstraat’ (in 2040 gaat het om 3.300 voertuigen). Reclamant concludeert dat het aantal van 3.300 incorrect is en meer moet zijn. Wij hebben moeten constateren dat de conclusie van reclamant correct is en dat in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk de verkeerde verkeersintensiteiten zijn
7/37
overgenomen. Op basis van het BBMA 2022 betreft de verkeersintensiteit op de Somerenseweg (tussen de Heesvenstraat en de Groenstraat) 3.000 motorvoertuigenbewegingen (hierna: mvt) in de richting noord-zuid en 2.900 mvt in de richting zuid-noord. Op basis van de prognoses voor 2030 en 2040 zal de intensiteit oplopen naar respectievelijk 6.200 mvt tot 6.600 mvt in totaal (beide rijrichtingen). Gezien de inrichting, de functie en het gebruik van de Somerenseweg (erftoegangsweg zonder vrijliggend fietspad en gecombineerd fiets- en autoverkeer), is er in de autonome situatie (dus zonder de ontwikkeling van Lierop-Zuid, fase 1) al een verkeersveiligheidsknelpunt, waar vooral fietsers last van hebben. De toevoeging van het plan is echter dermate beperkt dat het planvoornemen zelf niet de aanleiding is voor (bestaande) knelpunten. Onderkent wordt wel dat door de ontwikkeling de situatie nog wat problematischer wordt. Het planvoornemen zelf hoeft problemen die al bestaan overigens niet op te lossen. Aangezien de problemen zich voordoen buiten de plangrens van dit bestemmingsplan, kunnen binnen dit bestemmingsplan geen maatregelen worden doorgevoerd. De gemeente heeft in het vastgestelde mobiliteitsplan + uitvoeringsprogramma een aanpassing van de Sommerenseweg tussen Kerkplein en Groenweg opgenomen waarmee het verkeersveiligheidsknelpunt eerder al is onderkend.
Een exacte planning voor de aanpassing van dit wegdeel is nog niet bekend maar de aanpassing bestaat uit een verbetering van de verkeersveiligheid voor de fietser. Daarmee kan ook het knelpunt in de autonome situatie worden weggenomen.
3.2.
De correcte getallen overschrijden de capaciteit van het Zie de beantwoording onder 3.1 wegvak ‘Somerenseweg ten noorden van de Groenstraat’.
3.3.
Er wordt geen rekening gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving van Lierop die invloed hebben op de toename in verkeersintensiteit.
Er is bij de prognose van de intensiteiten in de toekomst gebruik gemaakt van het BBMA (Brabant Brede Model Aanpak). Daarin wordt ook rekening gehouden met de ontwikkeling van het aantal inwoners. Voorts is met de harde plannen rekening gehouden. Met nieuwe recreatieve ontwikkelingen en het regionaal bedrijventerrein die nog in procedure zijn (liggen nog niet vast), kan en mag geen rekening worden gehouden bij deze ontwikkeling van Lierop-Zuid. Dit is geen onderdeel van het plangebied en de genoemde ontwikkelingen zijn momenteel nog niet in procedure.
3.4.
De verkeersintensiteit is al jaren een issue in Lierop en hier wordt aan voorbij gegaan.
Het verkeer en het bijbehorende beeld hoort tot op bepaalde hoogte bij Lierop en dient te worden geaccepteerd. Het voorliggende plan is niet bedoeld om de verkeerssituatie in Lierop aan te passen. Wel heeft de gemeente in het vastgestelde mobiliteitsplan + uitvoeringsprogramma aangepast om de verkeersinfrastructuur in, onder andere, Lierop, aan te pakken.
8/37
Zienswijze reclamant 4, ingekomen 31 januari 2024 Zienswijze
Gemeentelijke reactie
4.1.
In paragraaf 4.4.2.3. van de toelichting van het ontwerp- Er hebben reeds overleggen tussen reclamant en de gemeente plaatsgevonden en er is bestemmingsplan wordt gesteld dat het bedrijf van een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten aangezien er sprake was van actueel en reclamant op een afstand van 80 meter ligt tot de met het intensief agrarisch gebruik. De afstand van 50 meter wordt gerespecteerd. Dit is ontwerp-bestemmingsplan mogelijk te maken aangepast in het bestemmingsplan in de verbeelding en de bestemmingsplanregels. Er woonbestemming. Dit is onjuist. Dit geldt weliswaar voor wordt een gebiedsaanduiding milieuzone - spuitzone’ opgenomen. Ter plaatse van die de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. De gronden aanduiding wordt het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen verboden met bestemming ‘Agrarisch’ liggen direct aansluitend (0 En wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van reclamant. meter) en op 12 meter (door de weg) van het plangebied. Volgens reclamant worden op de gronden winterpeen en schorseneren geteeld. Deze gewassen worden 50 cm hoog en worden veelvuldig gespoten. Gerst en staakbonen zijn hoge gewassen. Gerst wordt circa 100 tot 140 cm hoog en wordt gemiddeld 3 keer per teelt bespoten. Staakbonen worden circa 2 meter hoog en worden circa 4 keer per teelt bespoten. Wat in het bestemmingsplan wordt vermeld, is niet juist.
Daarnaast betreffen de genoemde teelten een momentopname. Teeltwisseling is gebruikelijk ter voorkoming van uitputting van de bodem. Er zijn verschillende gewassen waar geen vergunningsplicht voor is en waar een afstand van 50 meter moet worden aangehouden om een goed woon-en leefklimaat te kunnen garanderen. Er is wel contact opgenomen met reclamant, maar er is nog geen overeenstemming bereikt. Daarnaast is gesproken over het plaatsen van een bladhoudende haag van 1,5 meter hoog. De haag is niet geborgd in de planregels of verbeelding.
4.2.
Er moet een spuitbeperking worden opgelegd waarbij planschade aan de orde zal zijn.
Met de reclamant is een overeenkomst gesloten die ingaat op de nodige spuitbeperking voor het borgen van een goed woon-, werk en leefklimaat. Er is in het bestemmingsplan een spuitzone opgenomen en nadere afspraken staan vastgelegd in de overeenkomst die bij wissel van eigenaren ook geldt voor de nieuwe eigenaren.
4.3.
Reclamant merkt op dat in de toelichting wordt vermeld dat in het stedenbouwkundig plan rekening wordt
Met reclamant is gesprek gevoerd en een overeenkomst vastgelegd dat Lierop Zuid op zijn perceel niet tot extra wateroverlast mag leiden. De gemeente zal geen
9/37
gehouden met ruimte voor eventuele waterberging aan de overlastgevend ontwerp maken die de huidige gebruiksmogelijkheden beperken. zuidzijde van het plangebied. In de toelichting wordt niet aangegeven waar de waterberging wordt gerealiseerd en Zie antwoord 5.1 voor een uitgebreider beeld hoe de waterhuishouding voor de woonwijk hoe groot de capaciteit wordt. Verder wordt vermeld dat tot stand komt. kansen worden onderzocht of er op de hooggelegen delen meer water vastgehouden kan worden middels het plaatsen van stuwen of gronddammen. Reclamant vreest om die reden voor beperkingen van de gebruiksmogelijkheden van zijn percelen, in de vorm van slechte bewerkbaarheid en schade voor de gewassen op de percelen van reclamant.
Zienswijze reclamant 5, ingekomen 29 januari 2024 Zienswijze 5.1.
Gemeentelijke reactie
Reclamant maakt zich zorgen om het waterplan. In de Bij het plan Lierop Zuid fase 1 maar ook bij de eventuele vervolgfasen wordt veel Gildewijk fase 3 wordt momenteel wateroverlast ervaren. aandacht gegeven aan een optimaal functionerende waterhuishouding en afwatering aan De gemeente laat momenteel een onderzoek uitvoeren om de zuidzijde van Lierop. En hiermee de zorgen wegnemen van omwonenden over het de oorzaak van deze hoge grondwaterstanden te waterplan. Bij de uitwerking van het plan Lierop Zuid kijkt de gemeente aanvullend ook achterhalen. In de toelichting paragraaf 4.13.3. staat: waar zich kansen voordoen en waar het logisch is om de waterhuishouding voor het ln de huidige situatie voert een deel van de watergangen omliggende gebied te verbeteren. naar de kern van Lierop op de riolering (instromend Sommige oplossingen voor ongewenste situaties en of oplossingen in de omgeving komen oppervlaktewater). Kansen worden onderzocht of er op de niet vanuit plan Lierop Zuid fase 1 en moeten niet aan de bestemmingsplanprocedure hooggelegen delen meer water vastgehouden kan worden voor de woonwijk Lierop Zuid gelinkt worden. middels het plaatsen van stuwen/gronddammen oid.
Daarnaast wordt middels hydraulische berekeningen De waterhuishouding benodigd voor Lierop Zuid fase 1 wordt momenteel in een (riolering en oppervlaktewatersysteem) onderzocht of een waterhuishoudkundig plan uitgewerkt en door het waterschap getoetst. De benodigde afvoer vanuit het plangebied onderdoor de Somerenseweg vergunningen conform de Waterschapsverordening worden aangevraagd. Er is beoordeeld richting de Kleine Aa kan worden gerealiseerd.’ en geconcludeerd dat er voldoende ruimte in het plan voor wateropvang opgenomen is in de stedenbouwkundige opzet. Reclamant is van mening dat het water van de nieuwe wijk niet via Gildewijk fase 3 afgevoerd kan en mag Uitgangspunt is dat waar het plangebied afwatert op de omgeving het niet tot overlast of worden. Tevens mag de afwatering van de wijk geen een verslechtering van het watersysteem mag leiden. Hierop mag de omgeving dan ook nadelige gevolgen hebben voor waterstanden in de vertrouwen. Bij (toekomstige) uitwerking is /wordt rekening gehouden met de Meervense Loop of Kleine Aa aangezien deze van invloed waterhuishouding in de nabije omgeving en dus ook wat er speelt bij Gildewijk Fase III en zijn op de grondwaterstand in onze wijk. De nieuwe wijk de sloten aangrenzend aan het plangebied.
ligt hoger dan onze wijk en mag in geen enkel opzicht De mening dat het water van de nieuwe wijk helemaal niet via de Gildewijk afgevoerd zou invloed uitoefenen op onze watersituatie. mogen worden delen wij niet. In de huidige situatie watert het nu nog agrarische
10/37
plangebied Lierop Zuid voor een groot deel af via de Gildewijk. Die route om water (vertraagd) af te voeren is ook voor de toekomst een mogelijkheid die als logisch wordt gezien en niet zomaar wordt uitgesloten. Gemeente is het eens dat de afwatering van de toekomstige wijk Lierop Zuid geen nadelige gevolgen mag hebben voor waterstanden in de Meervense Loop of Kleine Aa en bekijkt dus in Lierop Zuid of buiten Lierop Zuid wat daarvoor nodig is. Uitgangspunt bij het systeem voor waterhuishouding is dat de woonwijk minimaal hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Conform beleid in Someren wordt er 80 mm binnen het plangebied geborgen en dit is fors. Dit is 20mm meer dan de eis vanuit het Waterschap. Middels een voorwaardelijke verplichting is vastgelegd dat bij de verdere uitwerking een waterhuishoudkundig plan aanwezig moet zijn met de benodigde bergingscapaciteit. Een deskundig bureau, waterschap en gemeente verzorgen gezamenlijk met veel zorgvuldigheid de uitwerking. Met de reclamant is gesproken en gemaild om de aangegeven zorgen weg te nemen. Het is uiteraard ook in het belang van gemeente het watersysteem zorgvuldig uit te werken zonder nieuwe overlastgevende situaties.
Conclusie: De zienswijze worden op onderdelen gedeeltelijk gegrond verklaard. De naar voren gebrachte zienswijze van de omwonende leidt daarom tot aanpassingen van het bestemmingsplan ‘Lierop-Zuid’.
Naar aanleiding van reactie: 1.1 1.2 t/m 1.4
Worden het bestemmingsplan als volgt aangepast: In de bestemmingsplanregels wordt het aantal wooneenheden opgenomen. Het borgen van kwaliteitsverbetering is nader uitgewerkt in de toelichting en in de verbeelding is meer specifiek voor groen c.q. landschapsinpassing opgenomen.
3.1 t/ m 3.4
Verkeerstechnisch wordt het plan extra toegelicht middels een onderzoek en een aanvulling op de ruimtelijke onderbouwing. Er is een spuitzone opgenomen in het plan en een overeenkomst met de grondeigenaar gesloten. Hiervoor zijn aangepast; - Plankaart; - Ruimtelijke toelichting; - Regels.
4.1. t/m 4.3
11/37
3. Ambtshalve wijzigingen 1. Bij de zienswijze termijn is door het Waterschap AA en Maas verzocht om een aantal ambtshalve wijzigingen door te voeren:
Aangezien er geen formeel en uitgebreid vooroverleg is gevoerd is de zin in 4.13.1 “Opmerkingen van de waterbeheerder zijn vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf” niet juist. Dit wordt in het plan aangepast.
Het Waterschap schat de GHG hoger in dan wat er nu genoemd wordt: ”De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is in het plangebied gelegen tussen 1.46 m en 2.05 m beneden maaiveld. Dit blijkt uit de meetreeksen van de peilbuizen in het plangebied (PB1-PB7, ) “ Voorstel is om deze zin aan te passen. Bijvoorbeeld: “In de kortdurende meetreeksen van de peilbuizen in het plangebied (PB1-PB7), zijn gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) gemeten tussen de 1.46 m en 2.05 m beneden maaiveld. De meetperiode van deze peilbuizen bedraagt minder dan een jaar waardoor hier geen conclusies uit kunnen worden getrokken met betrekking tot de hoogte van de GHG. De peilbuizen in de omgeving van het plangebied (zie tabel 4.9 en figuur 4.13) met langere tijdsreeksen hebben ten opzichte van NAP hogere grondwaterstanden. Ook gegevens uit de basisregistratie ondergrond (BRO) laten hogere grondwaterstanden zien. Bij de verdere uitwerking zal mede op basis van de doorgezette metingen de GHG nader bepaald worden. “
Dit voorstel wordt in het plan overgenomen.
Het Waterschap zou graag bij de conclusie en vervolg opgenomen willen zien dat er een watervergunning moet worden aangevraagd omdat het verhard oppervlak met meer dan 10.000 m2 toeneemt. Ik stel voor om de derde alinea te beginnen met: “ Voor plannen waarbij de verharding toeneemt gelden regels vanuit de waterschapsverordening. Op basis van Beleidsregel 13 ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’ zijn plannen met een toename verhard oppervlak met meer dan 10.000 m2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden opgesteld. “. Vervolgens kan dan worden doorgegaan met de bestaande tekst (“In het waterhuishoudkundig plan worden…….”)
Dit voorstel is in het bestemmingplan bij vaststelling overgenomen. Het Waterschap heeft gevraagd om zo vroeg mogelijk bij de verdere uitwerking betrokken te worden en hier houdt de gemeente zich dan ook aan. Bij vaststelling van het plan kent de waterparagraaf dan ook al aanpassingen die met het Waterschap en Arcadis zijn afgestemd en tevens rekening houdt met de zienswijze te aanzien van water.
12/37
2. Stedenbouwkundige aanpassingen aan het plan en hiermee ook de bouwhoogten Qua stedenbouw zijn er met name in het hoofdgedeelte aanpassingen doorgevoerd. Opgenomen is een inprikker (verkeersprofiel) richting naar het noorden om het noordelijk gelegen gebied aan Lierop Zuid te kunnen koppelen als dit gewenst voor het verruimen van de woonomgeving (waarvoor als er woningen bij komen dan altijd een aparte procedure voor dient te komen). De aftakking moet hiervoor in dit plan al bestemd worden en hoeft pas gerealiseerd te worden als dit ooit nodig is, anders niet. Ook is er sprake van het inpassen van gewenste afmetingen voor het woonprogramma zoals voor de 38 grondgebonden sociale huurwoningen van WoCom, zijnde het benodigde aantal sociale huur i.r.t. de “woondeal”. De bouwhoogten zijn hierop afgestemd en de bouwhoogten zijn ook op andere plekken gewijzigd. Zo is bijvoorbeeld aan de randen van het hoofdgedeelte de goothoogte verruimd met 1 meter van 9 naar 10 meter voor het behalen van voldoende bebouwingsmogelijkheden (bouwbesluit etc.) mede in relatie tot de kavelgrootten. Dit in combinatie met een goothoogte van 3,5 ipv 3 meter aan de rand (groen gearceerd op onderstaande afbeelding). Hieronder het plan en de hoogtekaart wat het was bij het ontwerp bestemmingsplan en wat het wordt bij het voorliggende bestemmingsplan ter vaststelling.
Figuur 1 inprikker (verkeersprofiel)
13/37
14/37
Bestemmingsplan ter vaststelling:
Afbeelding 1: Ontwerp met hoogtekaart
Afbeelding 2: Bestemmingsplan ter vaststelling
15/37
Ontwerp bestemmingsplan (niet ter vaststelling):
Figuur 3 : Ontwerp met hoogtekaart
Figuur 4: Ontwerp bestemmingsplan
Ter informatie, in beide opzetten zijn er geurcircels in het plan te zien, deze zijn aangeduid met rode lijnen. Pas als hier geen sprake meer is van een aan te houden geurcircel kan er op de uitgeefbare gronden (geel gearceerd) worden gebouwd. De hiermee gepaarde opbrengsten zijn dan ook nog niet in de grondexploitatie voorzien, e.e.a. conform de regels van het BBV (begroten en verantwoorden).
16/37
3. Agrarische bestemming met groen omzetten naar bestemming groen zonder agrarische mogelijkheden In overleg met de provincie is geconstateerd dat de bestemming ‘agrarisch’ beter de bestemming ‘groen’ zou moeten krijgen zonder de agrarische bestemming. Dit om hiermee beter de landschappelijke inpassing zeker te stellen richting het buitengebied. Deze wordt dan ook als zodanig bestemd met ook de mogelijkheden voor waterberging die er zal worden gesitueerd. Met de provincie is afgesproken dat er nog een waterhuishoudighoudkundig plan volgt en daarna aantoont hoe de gemeente zorgt voor voldoende kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsverbetering kan dan onder andere gerealiseerd worden met en binnen deze bestemming.
Figuur 5 Aanduiding zuidelijk gebied met groenbestemming zonder agrarische mogelijkheden 4. Parkeren op basis van het aangepaste programma conform laatste CROW eisen Voor parkeren is de nieuwste CROW publicatie 744 aangehouden op basis van gewijzigd woonprogramma en ook op basis van de laatste publicatie is aangetoond dat er voldoende mogelijkheden zijn voor parkeren. Het beleid in Someren geeft aan de meest actuele CROW normen te hanteren. Voor het parkeervraagstuk is hierdoor dubbelgebruik op openbaar gebied aan de orde en onderbouwd. Dit in tegenstelling tot de oorspronkelijke onderbouwing die enkel normatief was aangevlogen.
17/37
5. Het plangebied sluit aan op de juiste kadastrale grenzen Het plangebied wordt minimaal (enkele m2) kleiner en sluit bij vaststelling aan op de juiste kadastrale grenzen. Zie hieronder de uitsnedes voor de verschillen:
Figuur 6 : Uitsnede gewijzigde zuidelijke grens bij vaststelling bestemmingsplan
Figuur 7: Uitsnede gewijzigde zuidelijke grens bij ontwerp bestemmingsplan
18/37
Bijlage 1: publicatie ontwerpbestemmingsplan
19/37
Bijlage 2 Zienswijzen Zienswijze 1
20/37
21/37
22/37
23/37
Zienswijze 2
24/37
Zienswijze 3
25/37
26/37
27/37
28/37
Zienswijze 4
29/37
30/37
31/37
32/37
33/37
34/37
Zienswijze 5 (18 personen Gildewijk)
35/37
36/37
37/37