CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Normenkader Begeleiding versie 2.0

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen tweede wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Someren 2020.9.407 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Normenkader Begeleiding Versie 2. 0 Afwegingskader

voor

het indiceren

van

Wmo-begeleiding

Ontwikkeld door bureau HHM

en

Factum Advies

BUREAU hm Normenkader

Instrument

voor

Dit Normenkader meerdere

bureau

begeleiding,

het indiceren

Begeleiding

gemeenten

en

een

van

versie 2.0

Wmo-begeleiding

is ontwikkeld

door bureau

HHM

gezamenlijke doorontwikkeling

HHM

FACT

Factum

en en

Factum Advies, op basis

van

opdrachten uitgevoerd

voor

validatie door beide bureaus.

Advies

www.hhm.nl

www.factumadvies.nl

info@hhm.nl

info@factumadvies.nl

Auteurs

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Versie 2.0, november 2024 Kenmerk

MW/24/1850/nkbg

Copyright

©

Niets

uit deze

2024

uitgave

mag worden

elektronisch of op welke

wijze

verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt

dan ook, zonder

schriftelijke toestemming

van

Normenkader

de

door middel

van

druk, fotokopie, geluidsopname,

uitgevers.

Begeleiding | ©

bureau HHM/Factum

Advies

| november

2024

| 2

Inhoud 1. 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Algemeen Inleiding Doel Normenkader Begeleiding Disclaimer Leeswijzer

2.

Proces indicatiestelling.

3.

Onderzoek Stap 1. Cliënt meldt zich start onderzoek Stap 2. Wat is het probleem? Stap 3. Vaststellen aard en omvang ondersteuningsbehoefte

... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

.... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

.. ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

.. ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

,

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ..

4 4 5 6 6 7 9 9

. ....... ...... ...... ...... ...... ....... ......

9 17

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

18

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ..

4.

Stap 4. Afweging

5. 5. 2 5. 3

Stap 5. Maatwerkvoorziening Stap 5a - Concreet maken benodigde Wmo-maatwerkvoorzieningen Stap 5b - Profiel kiezen Stap 5c - Laatste afweging vaststellen definitieve indicatie

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.

Profielen individuele begeleiding Profielen dagbesteding Aandachtspunten per leefgebied Beschrijving problematiek per leefgebied

5. 1

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ......

.... ...... ....... ...... ......

19 19

...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

20 28

. ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

31

.. ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

,

. ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

34 36

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

44

.. ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ......

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 3

Algemeen 1. 1

Inleiding Dit normenkader is ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en het afwegen en onderbouwen van de aard en omvang van indicaties voor Wmo-begeleiding. Het Normenkader Begeleiding is als versie 1. 0 in 2022 uitgewerkt op basis van voorgaande ontwikkel- en implementatietrajecten door bureau HHM (Normenkader Begeleiding) en Factum Advies (FAQT-V) met en voor meerdere gemeenten. In de jaren 2022 - 2024 hebben beide bureaus het normenkader samen doorontwikkeld tot versie 2. 0 van het Normenkader

Begeleiding. In het separate Ontwikkelverslag Normenkader Begeleiding 2. 0 (bureau HHM Factum Advies 2024) is de ontwikkelhistorie en validatie van het normenkader beschreven. ,

In geschillen rondom de Hulp bij het huishouden heeft de Centrale Raad

,

Beroep (CRvB) aangegeven dat gemeenten voor normenkader mits dit normenkader tot stand is gekomen op van

de onderbouwing van indicaties gebruik mogen maken van een basis van objectief deskundig en onafhankelijk uitgevoerd onderzoek.1

,

,

Een goed onderzocht normenkader leunt daarbij op drie pijlers (triangulatie): • • •

data-onderzoek in de praktijk de oordelen van cliënten expertopinies

In het Ontwikkelverslag Normenkader Begeleiding 2. 0 beschrijven wij hoe we vorm pijlers bij de uitwerking van het Normenkader Begeleiding 2. 0.

en

invulling hebben gegeven aan deze drie

In deze handleiding de uitwerking: hoe kan het Normenkader Begeleiding worden toegepast door gemeentelijk consulenten.

1 ECLI:NL:CRVB:2016:1402

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 4

Doel Normenkader Begeleiding Veel inwoners van de gemeente regelen alleen of samen met anderen de vraagstukken die zij tegenkomen in hun leven. Een deel van de inwoners heeft hierbij tijdelijk of langdurend ondersteuning nodig bijvoorbeeld in de vorm van Wmo-begeleiding: individuele begeleiding en/of dagbesteding. 1. 2

,

De Wmo 2015 kent als hoofddoel: Inwoners van de gemeente zo nodig ondersteuning bieden ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie.

Als een cliënt 2 om ondersteuning vraagt doet de gemeente hier onderzoek naar. De gemeente onderzoekt de gehele ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Bepaalt daarna wat de mogelijkheden zijn om hierin te voorzien vanuit eigen kracht het netwerk en overige voorliggende voorzieningen. Om tot slot te bepalen welke maatwerkvoorziening hierop aanvullend nodig is. Deze maatwerkvoorziening (ondersteuning op maat van het individu) wordt vastgelegd in een beschikking ofwel een indicatie. De cliënt ‘verzilvert’ de indicatie vervolgens ‘in natura’ en/of met een persoonsgebonden budget (pgb). ,

,

De cliënt wil daarbij weten “wat ga ik nu krijgen en waarom krijg ik dit?” de gemeente moet dit ook inzichtelijk maken. De Wmo-consulent 3 van de gemeente heeft behoefte aan een kader om transparant en zo objectief mogelijk te kunnen ,

bepalen welke ondersteuning de cliënt nodig heeft binnen de lokale en wettelijke kaders. De aanbieder wil weten welke inzet van ondersteuning van hen wordt verwacht. ,

Met dit normenkader helpen we de Wmo-consulent om diens professionele afweging - nog meer - transparant afgewogen en eenduidig te maken. In de indicatie wordt de aard omvang en duur van de te bieden ondersteuning vastgelegd in overeenstemming met het juridisch kader zoals bepaald door de CRvB. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe zij dit normen,

,

,

kader willen implementeren in hun eigen werkprocessen. Dit vraagt om situationeel maatwerk. Dit normenkader is algemeen van karakter en is daarmee voor alle gemeenten bedoeld. 2 Op

grond van de woordkeuze in de Wmo 2015 gebruiken we het woord ‘cliënt’ en niet ‘inwoner’. deze functie worden verschillende namen gebruikt. Voor ‘Wmo-consulent’ mag hier ook worden gelezen Wmo-klantmanager , toegangsmedewerker , etc.

3 Voor

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 5

N. B. : het indiceren van Wmo-begeleiding is geen ‘harde wetenschap’ met vaste uitkomsten op basis van harde ‘rekenregels’. Het indiceren van begeleiding vraagt om een professionele afweging op basis van veel elementen met als doel onder,

,

steuning op maat te bieden voor de inwoner. Dit normenkader helpt dit transparant en afgewogen te doen een basisdeskundigheid van de Wmo-consulent om het te kunnen gebruiken.

,

maar

vereist wel

N. B. : in het normenkader volgen we de lijn van het algemene werkproces van Wmo-indicatiestelling met als focus de aard omvang en duur van de te indiceren ondersteuning. We beschrijven daarom niet het gehele werkproces in al zijn facetten.

,

Dit bevat meer stappen en elementen zoals het wijzen op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning het kunnen kiezen tussen zorg in natura of pgb hoe wordt omgegaan met het vastleggen van gegevens de mogelijkheid van het aanreiken van een persoonlijk plan de mogelijkheid tot het maken van bezwaar en dergelijke. ,

,

,

,

,

1. 3

Disclaimer

Bureau HHM

zich in om dit Normenkader Begeleiding juridisch houdbaar te laten zijn in geval van bezwaar en beroep. Wij kunnen succes bij juridische toetsing echter niet garanderen en aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade die hierdoor kan ontstaan. en

Factum Advies

spannen

Wij bevelen sterk aan om – voordat men met het normenkader gaat werken - een training te volgen over het werken met het Normenkader Begeleiding zodat het normenkader wordt gebruikt zoals het is bedoeld. Leeswijzer Na de algemene inleiding in hoofdstuk 1 schetsen we in hoofdstuk 2 het proces van indicatiestelling voor begeleiding. In hoofdstuk 3 beschrijven we de start van het proces van indicatiestelling: het integrale onderzoek en het beschrijven van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt (stappen 1 2 en 3 conform de CRvB-uitspraak). In hoofdstuk 4 beschrijven we stap 4 (conform de CRvB-uitspraak) van het proces het onderzoeken van de eigen mogelijkheden van cliënt en netwerk en overige voorliggende oplossingen. In hoofdstuk 5 beschrijven we de afsluitende stap 5 (conform de CRvB-uitspraak) van het proces: het vertalen van de nog in te vullen ondersteuningsbehoefte van de cliënt naar een Wmo-maatwerkvoorziening. 1. 4

,

,

,

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 6

Proces indicatiestelling De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak 4 vastgelegd welke vijf stappen een gemeente moet doorlopen om op een zorgvuldige wijze tot een besluit te komen. Het proces om te komen tot een indicatie voor begeleiding hebben wij uitgewerkt

in deze vijf stappen zie figuur 1. ,

Figuur 1. Proces besluitvorming Wmo-begeleiding

4 ECLI:NL:CRVB:2018:819

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 7

Stap 1. Wat is de hulpvraag van de cliënt? De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De Wmo-consulent start het onderzoek en gaat met de cliënt in gesprek. De cliënt heeft recht op onafhankelijke cliëntondersteuning en kan een persoonlijk plan uiterlijk binnen 7 dagen indienen. Stap 2. Wat is het probleem?

Tijdens het onderzoek bevraagt de Wmo-consulent de cliënt gerelateerd aan het gebruik van het Normenkader Begeleiding op drie aspecten: • de problematiek bij de participatie en zelfredzaamheid (aandoeningen stoornissen en beperkingen) van de cliënt; • inventarisatie van de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte per leefgebied; • inventarisatie van overige cliëntkenmerken. ,

,

,

Stap 3. Welke ondersteuning is naar aard

Vaststellen aard en omvang

nodig? van de bruto ondersteuningsbehoefte van de cliënt bij participatie en/of zelfredzaamheid. en omvang

Stap 4. Afweging voorliggende oplossingen? Vervolgens weegt de Wmo-consulent af welke andere oplossingen dan wel voorliggende oplossingen beschikbaar zijn voor de

cliënt om tot oplossingen te komen voor diens ondersteuningsbehoefte: • onderzoek oplossingen door eigen kracht en/of netwerk; • onderzoek overige voorliggende voorzieningen.5 Stap 5. Maatwerkvoorziening? Tot slot komt de Wmo-consulent in drie substappen tot de voor de cliënt benodigde maatwerkondersteuning de Wmo 2015 (netto): • • •

op

grond van

definitief maken van de benodigde Wmo-maatwerkvoorziening(en); kiezen van het best passende profiel dat richting geeft aan het uiteindelijk te nemen besluit; afweging op basis van alle verzamelde informatie: definitieve aard omvang en duur van te indiceren ondersteuning.

5 Voorliggende

,

,

voorzieningen zijn alle mogelijke oplossingen die ‘voorgaan’ op een Wmo-maatwerkvoorziening , zoals vanuit de Wlz of andere regelingen/wetten.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 8

Onderzoek Dit hoofdstuk omschrijft de eerste drie stappen uit het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep: 1. De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De Wmo-consulent start het onderzoek in samenspraak met de cliënt en waar nodig met de mantelzorger(s) dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt. 2. De Wmo-consulent bespreekt met de cliënt diens problematiek ten aanzien van participatie en/of zelfredzaamheid (aandoeningen stoornissen en beperkingen) inventariseert diens ondersteuningsbehoefte en de effecten hiervan op verschillende leefgebieden en inventariseert de situatie van de cliënt op een aantal specifieke kenmerken. 3. Vaststellen aard en omvang van de (bruto) ondersteuningsbehoefte. ,

,

Stap 1. Cliënt meldt zich , start onderzoek Wanneer de cliënt zich meldt bespreekt de Wmo-consulent diens hulpvraag met de cliënt. De Wmo-consulent onderzoekt ook de leefsituatie van de cliënt (gezinssituatie et cetera). Cliënten hebben de mogelijkheid een ,

persoonlijk plan aan te dragen dat de Wmo-consulent vervolgens meeneemt in het proces. ,

Stap 2. Wat is het probleem?

Tijdens het onderzoek bevraagt de Wmo-consulent de cliënt het Normenkader Begeleiding op drie aspecten: a. problematiek b. leefgebieden c. overige cliëntkenmerken

,

voor zover

nodig en gerelateerd aan het gebruik van

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 9

Ad a. De problematiek (aandoeningen stoornissen en beperkingen) t. a. v. zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt De Wmo-consulent brengt het functioneren van de cliënt in kaart aan de hand van de aandoeningen stoornissen en beperkingen. De onderzoeksmethodiek ICD/ICF 6 kan hierbij helpend zijn. ,

,

Ad b. Inventarisatie van de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte per leefgebied De Wmo-consulent brengt de ondersteuningsbehoefte van de cliënt in kaart aan de hand van elf leefgebieden.7 Per leefgebied wordt bekeken op welke manier de aandoeningen stoornissen en beperkingen invloed hebben en leiden tot zelfredzaamheids- of participatieproblemen. ,

Belangrijk is hierbij dat de Wmo-consulent per leefgebied beschrijft welke ondersteuning de cliënt nodig heeft. Ook als dit nu op een andere manier wordt opgelost of wanneer een cliënt geen ondersteuning op dit gebied wenst. Zo doe je het meest recht aan de feitelijke situatie van de cliënt en wordt de ‘bruto’ behoefte aan ondersteuning van de cliënt duidelijk. In stap 4 worden de voor de cliënt al beschikbare of andere nog in te zetten mogelijke oplossingen op deze leefgebieden geïnventariseerd waardoor deze uiteindelijk niet meewegen in de toe te kennen ‘netto’ maatwerkvoorziening. ,

Let op: we bevelen aan ieder leefgebied aan de orde te stellen waarbij alleen de voor het onderzoek relevante informatie wordt vastgelegd in de rapportage. ,

De elf leefgebieden beschrijven we

6

op

volgende pagina’s.

ICD/ICF: International Classification of Diseases and Health Related Problems/ International Classification of Functioning , Disability and Health uitleg over de keuze van deze 11 leefgebieden.

7 Zie het Ontwikkelverslag met

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 10

De elf leefgebieden: —

Persoonlijk functioneren: dit leefgebied gaat over het zelfbeeld/zelfinzicht van de cliënt en de controle over het gedrag. Kan de cliënt zelf een hulpvraag formuleren en kan de cliënt deze ook uitstellen? Dit omvat bijvoorbeeld ook het begrijpen van consequenties omgaan met veranderingen keuzes maken emoties reguleren eigen grenzen aangeven en agressie. ,

—

,

,

,

Sociaal functioneren: dit leefgebied gaat over het gedrag van cliënt in relatie tot anderen. Is de cliënt beïnvloedbaar? Kan de cliënt rekening houden met anderen? Is de cliënt in staat om te functioneren binnen het gezin de familie of binnen de vriendengroep? Kan de cliënt vriendschappen aangaan deze behouden en onderhouden? ,

—

,

Gezondheid en zelfzorg: dit leefgebied gaat over de zelfzorg en het inzicht van de cliënt in gezondheidsrisico’s. Denk hierbij aan problematiek gerelateerd aan slapen evenwichtig dag- en nachtritme volhouden van een gezond voedingspatroon uiterlijke verzorging en tijdig medische professionals inschakelen wanneer er iets speelt. ,

,

,

—

—

Verplaatsen en vervoer: dit leefgebied richt zich op het zelfstandig verplaatsen buiten de woning. Kan de cliënt gebruikmaken van een eigen vervoersmiddel (bijvoorbeeld een fiets of auto) of van het openbaar vervoer? Ook zaken als het bepalen van een route vallen onder dit leefgebied. Wonen: dit leefgebied focust zich op problematiek rondom het onderhouden van de woning zelfstandig kunnen ,

wonen , het

veroorzaken van dan wel omgaan met overlast en het contact met de eigenaar van de woning. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het hebben van een veilige passende woning en het veilig bewonen van de woning. ,

—

Regie bij het huishouden: dit leefgebied gaat over de problemen die de cliënt ervaart bij het organiseren van huishoudelijke taken. Het gaat dan om het doen van de was zorgen voor een schoon en leefbaar huis en ook het doen van de boodschappen en het bereiden van de maaltijd. ,

—

Werk/school: dit leefgebied richt zich op problematiek ten aanzien van school of het werk van de cliënt. Aandachtpunten hierbij zijn onder andere het hebben van een structuur maken van keuzes voor de toekomst aanwezigheid op tijd komen of groepsgeschiktheid. ,

,

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 11

—

Vrije tijd: dit leefgebied gaat over eventuele begeleiding die de cliënt nodig heeft bij het invullen van zijn vrije tijd of participatie in de samenleving. Problemen hierbij kunnen bijvoorbeeld gaan over sport deelnemen aan verenigingen of het hebben van een zinvolle invulling van de dag. ,

—

—

Financiën/administratie: dit leefgebied gaat over het om kunnen gaan met geld het hebben en het oplossen van schulden en het hebben van een bron van inkomsten. Ook gaat dit leefgebied over het omgaan met post en de acties die hieruit voortkomen. ,

Justitie: dit leefgebied richt zich op de noodzaak voor begeleiding van de cliënt op het gebied van gedrag en/of risicobeperkingen waarbij mogelijk reeds sprake kan zijn van een overtreding contact met de politie of een lopende justitiële maatregel. ,

—

Verslaving: dit leefgebied gaat over de invloed die een eventuele verslaving heeft op het dagelijks leven van de cliënt zoals het meedoen in het gezin school of werk. ,

,

Zie bijlage 3 voor een aanvullende lijst met aandachtspunten per leefgebied. Dit is een hulpmiddel wat kán helpen bij het concreet in kaart brengen van de specifieke problemen van de cliënt per leefgebied zowel tijdens het huisbezoek als bij het uitwerken van het verslag. ,

In bijlage 4 zijn indicatieve beschrijvingen

die kunnen helpen om de zwaarte van de problematiek en de daaruit volgende ondersteuningsbehoefte per levensgebied te bepalen. opgenomen

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 12

Per leefgebied wordt door de Wmo-consulent

aangegeven

(gescoord) of sprake is van:

0. Geen ondersteuningsbehoefte De cliënt heeft op dit leefgebied geen problemen waarbij ondersteuning nodig is. 1. Lichte ondersteuningsbehoefte , er is toezien nodig De cliënt heeft op dit leefgebied weinig problemen. De cliënt kan de activiteit zelf uitvoeren

ander moet toezien stimuleren en controleren. De cliënt kan zelf ondersteuning vragen en kan wachten op deze ondersteuning. ,

maar een

,

2. Matige ondersteuningsbehoefte , er is hulp nodig De cliënt heeft op dit leefgebied meer problemen waardoor de cliënt deze activiteit slechts met moeite kan. Een ander moet helpen stimuleren instrueren en controleren. De cliënt kan meestal zelf ondersteuning vragen en kan soms wel en ,

,

soms

,

niet goed wachten op deze ondersteuning.

3. Zware ondersteuningsbehoefte , er is overname nodig De cliënt heeft op dit leefgebied grote problemen. De cliënt kan de activiteit niet zelf uitvoeren een ander moet overnemen aansturen instrueren en controleren. De cliënt heeft moeite met ondersteuning vragen en meestal ook moeite ,

,

met wachten

,

op

deze ondersteuning.

Let op: het gaat hier om de mate waarin ondersteuning nodig is naar het oordeel

van

de Wmo-consulent.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 13

Ad c. Inventarisatie van overige kenmerken van de cliënt Tot slot van stap 2 inventariseert de Wmo-consulent een aantal overige kenmerken van de cliënt (zie tabel 1). Deze overige kenmerken worden in combinatie met de scores op de leefgebieden later in stap 5 gebruikt bij de definitieve bepaling van de aard omvang en duur van de in te zetten ondersteuning. ,

Kenmerk

Score

1

Aard van de problematiek

Acuut

Fluctuerend/wisselend

Stabiel (continu aanwezig)

2

Zelfinzicht cliënt eigen handelen en mogelijkheden

Beperkend

Neutraal-gemiddeld

Bevorderend

3

Motivatie van de cliënt

Beperkend

Neutraal-gemiddeld

Bevorderend

4

Lerend vermogen van de cliënt

Beperkend

Neutraal-gemiddeld

Bevorderend

5

Belastbaarheid van de cliënt

Beperkend

Neutraal-gemiddeld

Bevorderend

6

Sociaal netwerk van de cliënt

Beperkend

Neutraal-gemiddeld

Bevorderend

7

Draagkracht netwerk

Hoog

Gemiddeld

Laag

8

Risico voor cliënt netwerk of samenleving als geen of minder ondersteuning wordt geboden ,

Hoog

Gemiddeld

Laag

9

Complexiteit van de problematiek

Hoog

Gemiddeld

Laag

10

Verwachting ontwikkeling van de cliënt

Achteruitgang

Gelijkblijvend/stabiel

Verbetering

Tabel 1. Overige kenmerken

van de

cliënt

van de cliënt

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 14

Toelichting overige cliëntkenmerken 1. Aard van de problematiek: Is de problematiek acuut van aard fluctuerend/wisselend in de tijd of continu/stabiel? 2. Zelfinzicht: In hoeverre begrijpt de cliënt zijn aandeel in de situatie/in de problematiek? Indien de cliënt inzicht heeft in zijn eigen handelen en dit kan beïnvloeden werkt dit bevorderend. Kan de cliënt dit niet dan werkt dit beperkend. 3. Motivatie: Staat de cliënt open voor hulpverlening en wil deze ook zelf aan de slag gaan met zijn hulpvragen dan is dit bevorderend. 4. Lerend vermogen: Is de cliënt in staat om nieuw gedrag aan te leren en dit toe te passen? Wat ook belangrijk is om mee te wegen is in hoeverre de cliënt in staat is om dit geleerde gedrag te generaliseren naar andere situaties. 5. Belastbaarheid cliënt: De belastbaarheid van de cliënt kan beperkend werken wanneer de cliënt onvoldoende energie of mentale capaciteit heeft om met zijn begeleidingsdoelen aan de slag te gaan. Andersom kan dit ook juist bevorderend werken wanneer de belastbaarheid goed is. 6. Sociaal netwerk: Is het sociale netwerk van de cliënt helpend in de situatie of is het netwerk onderdeel van het probleem. Als de cliënt geen netwerk heeft scoor je dit als neutraal. 7. Draagkracht van het netwerk: De draagkracht van het netwerk is hoog/gemiddeld/laag. In geval van overbelasting of afwezigheid van het netwerk is de draagkracht laag.

Overbelasting of afwezigheid van het netwerk kán problematiserend zijn. Bij een gemiddelde draagkracht kan het netwerk de cliënt op een reguliere wijze ondersteunen. Als sprake is van een hoge draagkracht dan helpt het netwerk nadrukkelijk om de problematiek van de cliënt op te lossen of te laten verminderen. ,

,

,

,

,

,

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 15

8.

Risico: Het risico voor de cliënt zelf of diens omgeving op ernstig nadeel voor de cliënt zelf of diens omgeving is in deze cliëntsituatie hoog/gemiddeld/laag. 9. Complexiteit van de problematiek: De complexiteit van de problematiek is over het geheel gezien hoog/gemiddeld/laag. In de afweging ten aanzien van de complexiteit van de problematiek als geheel speelt een rol: a. Problemen op enkele of meerdere levensgebieden? b. Ondersteuningsvraag is meer of minder voorspelbaar? c. Hoe gaat de omgeving om met de problematiek van de cliënt? d. Kun je goed met de cliënt communiceren over de problematiek? 10. Verwachting ontwikkeling situatie cliënt (wat is er mogelijk?): De situatie van de cliënt richting de toekomst met inzet van ondersteuning: gaat achteruit/blijft stabiel/verbetert. ,

Beschrijving scoremogelijkheden op de overige cliëntkenmerken 2 tot en met 6 De Wmo-consulent scoort de mate van invloed van de kenmerken op de omvang en duur van de in te zetten begeleiding: Beperkend: Dit kenmerk heeft een belemmerende invloed op de te bieden begeleiding. Door dit kenmerk komt de cliënt minder snel of minder makkelijk tot een oplossing voor het ervaren probleem. Neutraal/gemiddeld: Dit kenmerk heeft bij deze cliënt geen specifiek beperkend en ook geen specifiek bevorderend effect ten aanzien van de intensiteit van de in te zetten begeleiding dit komt overeen met wat cliënten voor begeleiding gemiddeld aankunnen. Bevorderend: Dit kenmerk is helpend op de te bieden begeleiding. Door dit kenmerk komt de cliënt sneller of makkelijker tot een oplossing voor het ervaren probleem. ,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 16

Stap 3. Vaststellen aard

ondersteuningsbehoefte De Wmo-consulent bepaalt zoveel als mogelijk in samenspraak met de cliënt en/of het netwerk de te behalen aandachtspunten per leefgebied en de noodzakelijke ondersteuning hiervoor. Zodat duidelijk wordt wat de aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte is van de cliënt en waar ook eventuele prioriteiten en keuzes van de cliënt liggen. Hierbij kan onder andere gebruik worden gemaakt van een zorginventarisatie het persoonlijk plan of het ondersteuningsplan van de cliënt. en omvang ,

,

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 17

Stap 4. Afweging In stap 4 weegt de Wmo-consulent vervolgens af welke andere oplossingen dan voor de cliënt om diens ondersteuningsbehoefte in te vullen.

op

grond van de Wmo 2015 beschikbaar zijn

De Wmo-consulent bespreekt met de cliënt en onderzoekt de mogelijkheden van de cliënt zelf

het cliëntsysteem en het netwerk van de cliënt om oplossingen te vinden voor de door de cliënt ervaren zelfredzaamheids- en/of participatieproblemen. Dit betreft naast de mogelijkheden van de cliënt persoonlijk ook mogelijkheden om gebruik te maken van andere regelingen dan de Wmo. Deze oplossingen kunnen onder andere zijn: algemeen gebruikelijke voorzieningen algemene voorzieningen laagdrempelige steunpunten de Zorgverzekeringswet de Participatiewet en/of de Wet langdurige zorg (Wlz). ,

van

,

,

,

,

Alle oplossingen die voorliggend zijn op een Wmo-maatwerkvoorziening worden als eerste benut. Hierover wordt de cliënt geadviseerd in het gespreksverslag. Daarbij is het conform de uitspraak van de CRvB van belang dat de Wmo-consulent nadrukkelijk onderzoekt of de voorliggende oplossing daadwerkelijk een oplossing biedt voor het probleem van de cliënt én ook voor de cliënt beschikbaar is. Het is ook mogelijk dat de ondersteuningsbehoefte van de cliënt wordt ingevuld door een combinatie van eigen kracht en/of voorliggende oplossingen met daarop aanvullend een maatwerkvoorziening.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 18

Stap 5. Maatwerkvoorziening In de laatste stap van het indicatieproces volgen de substappen 5a 5b en 5c: 5a. Concreet maken benodigde Wmo-maatwerkvoorziening. ,

5b. Kiezen van het best passende profiel dat richting geeft aan het uiteindelijk te nemen besluit. 5c. Afweging op basis van alle verzamelde informatie: definitieve aard omvang en duur van de te indiceren ondersteuning. ,

,

5. 1

Stap 5a - Concreet maken benodigde Wmo-maatwerkvoorzieningen

Na de stappen 3 en 4 is duidelijk voor welke aandachtspunten op welke leefgebieden een Wmo-maatwerkvoorziening nodig is om de cliënt te helpen diens zelfredzaamheids- en/of participatieproblemen op te lossen. De Wmo-consulent maakt in deze stap ook keuzes over: a.

b.

of individuele begeleiding of dagbesteding (in groepsverband) nodig is of een combinatie hiervan; of de ondersteuning ontwikkelgericht of behoudgericht moet zijn (primaire focus).

Ad b-1. Ontwikkelgerichte begeleiding Primair doel van de begeleiding is het realiseren van een duidelijke ontwikkeling (leren groeien versterken) van de mogelijkheden van de cliënt om zich (meer) zelfstandig te redden in het leven. Hiervoor wordt een overzichtelijke periode bepaald bijvoorbeeld een aantal maanden tot een jaar (eventueel twee jaar). Hierbij kan dus ook een secundair element van behouden aan de orde zijn. ,

,

,

Ad b-2. Behoudgerichte begeleiding Primair doel van de begeleiding is het behouden of zoveel als mogelijk behouden van de mogelijkheden van de cliënt om zich zelfstandig te redden in het leven. Er kan ook sprake zijn van begeleiding bij achteruitgang. Hierbij kan dus ook een bijkomend element van ontwikkeling aan de orde zijn.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 19

De keuze

ontwikkelgericht dan wel behoudgericht heeft niet zozeer gevolgen voor de omvang van de te indiceren ondersteuning. Maar wel voor de opdracht die wordt meegegeven aan de aanbieder en voor de duur van de indicatie. voor

Stap 5b - Profiel kiezen

5. 2

Op basis van onderzoek in de uitvoeringspraktijk hebben we ‘profielen’ uitgewerkt. Zowel voor individuele begeleiding als voor

dagbesteding en voor beide een ontwikkelgerichte en een behoudgerichte versie. Deze profielen geven een beschrijving van cliëntgroepen aan de hand van de mogelijke scores op de set met leefgebieden en overige cliëntkenmerken zoals hiervoor beschreven. Aan ieder profiel is een

omvang van

de te indiceren ondersteuning gekoppeld. Deze omvang is richtinggevend en dus niet

dwingend bepalend. Want: het kiezen van een profiel gebeurt op basis van de inhoudelijke beschrijving van de ondersteuningsvraag van de cliënt. Maar: er zijn ook altijd cliënten waarbij zodanige bijzonderheden aan de orde zijn dat het nodig is buiten de bandbreedte van het profiel te indiceren. En dat kan dan uiteraard op grond van twee stelregels: ‘Pas toe of leg uit’ en ‘Het enige doel dat je hebt is ondersteuning op maat voor de cliënt indiceren’. ,

,

In stap 5b kiest de Wmo-consulent

basis van alle over de cliënt verzamelde informatie het voor deze cliënt best passende profiel. Dit doet de Wmo-consulent op basis van het totaalbeeld uit stap 2: de problemen van de cliënt de scoring op de leefgebieden en de scoring op de overige cliëntkenmerken. Dit kunnen ook twee profielen zijn: één voor individuele begeleiding en één voor dagbesteding. Hierna geven we een nadere beschrijving van deze twee typen profielen. op

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 20

I. Profielen individuele begeleiding We onderscheiden vier profielen voor individuele begeleiding met een ontwikkelgericht respectievelijk behoudgericht karakter. De ontwikkelgerichte individuele begeleiding wordt in het algemeen voor relatief korte duur geïndiceerd. De behoudgerichte individuele begeleiding wordt in het algemeen voor lange duur geïndiceerd. Per profiel is een bandbreedte gesteld van de gemiddelde tijd die een cliënt binnen dit profiel nodig heeft aan individuele

begeleiding. De uren in het profiel zijn de direct cliëntgebonden uren. Dit betreft de uren die een begeleider direct besteedt aan het begeleiden van de cliënt (fysieke afspraken telefonisch contact digicontact et cetera). Alle andere uren die een begeleider besteedt aan een cliënt - denk hierbij bijvoorbeeld aan reistijd of rapportage - vallen niet binnen de uren in het normenkader. ,

,

Zie tabel 2 op de volgende bladzijde voor een samenvatting van de profielen. In bijlage 1 zijn de profielen helemaal uitgeschreven.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 21

ONTWIKKELGERICHT

BEHOUDGERICHT

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 1 (IBO-1) Lichte problematiek primair ontwikkelgericht

Individuele Begeleiding Behoudgericht 1 (IBB-1) Lichte problematiek weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht primair behoudgericht

,

t

hc iL

Maximaal één uur begeleiding per week

a

M

,

Maximaal één uur begeleiding per week

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 2 (IBO-2) Matige problematiek primair ontwikkelgericht ,

igt

,

Eén tot drie uur begeleiding per week

Individuele Begeleiding Behoudgericht 2 (IBB-2) Matige problematiek weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht primair behoudgericht ,

,

Eén tot drie uur begeleiding per week

w z-

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 3 (IBO-3) Matig tot zware problematiek primair ontwikkelgericht

Individuele Begeleiding Behoudgericht 3 (IBB-3) Matig tot zware problematiek weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht primair behoudgericht

gi t

Drie tot vijf uur begeleiding per week

Drie tot vijf uur begeleiding per week

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 4 (IBO-4) Zware problematiek kortdurende inzet primair ontwikkelgericht

Individuele Begeleiding Behoudgericht 4 (IBB-4) Zware problematiek weinig mogelijkheden tot verbetering verwacht primair behoudgericht

Vijf uur of meer begeleiding per week

Vijf uur of meer begeleiding per week

r

a a

a

,

,

,

M

r

a a

w

Z

,

,

,

,

Tabel 2. Profielen individuele begeleiding

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 22

Uit het door ons uitgevoerde data-onderzoek blijkt dat bij een ontwikkelgericht profiel de volgende kenmerken komen: De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd. • • Lerend vermogen van de cliënt: het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend. ,

naar voren

Als sprake is van een behoudgericht profiel komen de volgende kenmerken naar voren: • De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst stabiel of gaat achteruit. • Lerend vermogen van de cliënt: het lerend vermogen van de cliënt is beperkend. ,

Op basis van data-onderzoek in het uitvoeringsveld hebben

nader inzicht gekregen welke leefgebieden en overige cliëntkenmerken welke mate van invloed hebben op de keuze van een profiel. In figuur 2 hebben we dit zichtbaar gemaakt. we

N. B. : het kiezen van het voor deze cliënt best passende profiel blijft een nadrukkelijke kwalitatieve component houden. Maar op basis van onderzoeksdata kunnen we wel aangeven wat de denkrichting is. En nogmaals: het gaat om het kiezen van het

best passende profiel en dus niet om een 100% match met een profiel. In figuur 2 is te zien dat: 1.

Er eerst volledig onderzoek wordt gedaan (stappen 1 – 2 – 3).

2.

Vervolgens worden eigen kracht en voorliggende oplossingen onderzocht (stap 4). Volgende vraag: ‘Wat is de verwachting van de ontwikkeling in de situatie van de cliënt? Daarna is de mate van complexiteit van de problematiek sterk bepalend of je bij de lagere of hogere profielen uitkomt. Bij IBO-1 en IBO-2 is daarna de motivatie van de cliënt heel bepalend. Bij IBO-3 en IBO-4 is vooral de mate van risico heel bepalend. Tot slot is het aantal leefgebieden en de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte daarop heel bepalend. Bij de IBB-profielen zijn met name de aard van de problematiek en het risico bepalend. Wederom in combinatie met het aantal leefgebieden en de zwaarte van de ondersteuningsbehoefte daarop van de cliënt.

3. 4. 5. 6.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 23

Figuur 2. Individuele begeleiding

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 24

De ‘totaalscore’ die in figuur 2 wordt benoemd

de optelling van de scores op alle leefgebieden. Zie de beschrijving van de profielen voor individuele begeleiding in bijlage 1 voor de bijbehorende getallen. II. Profielen dagbesteding We onderscheiden twee profielen voor dagbesteding met een ontwikkelgericht respectievelijk behoudgericht karakter. De ontwikkelgerichte dagbesteding (begeleiding groep) wordt in het algemeen voor relatief kortere duur geïndiceerd. De behoudgerichte dagbesteding (begeleiding groep) wordt in het algemeen voor lange duur geïndiceerd. De profielen voor dagbesteding zijn gesplitst naar 1 t/m 4 dagdelen (1 of 2 dagen) versus 5 t/m 9 dagdelen (3 4 of 45 dagen). Zie tabel 3 voor een samenvatting van de profielen. In bijlage 2 zijn de profielen uitgeschreven. =

,

n l ee

,

ONTWIKKELGERICHT

BEHOUDGERICHT

Dagbesteding Ontwikkelgericht 1 (DBO-1)

Dagbesteding Behoudgericht 1 (DBB-1)

,

d ga w d / 4 p

Doel: Ontwikkelen van vaardigheden van de cliënt.

Doel: Behouden van vaardigheden ontlasting mantelzorg

/t

m

Eén tot maximaal vier dagdelen per week

Eén tot maximaal vier dagdelen per week

n

Dagbesteding Ontwikkelgericht 2 (DBO-2)

,

1

l ee dg a w d / 9 p m

/t 5

Ontwikkelen

van

Vijf tot maximaal

Doel: vaardigheden van de cliënt negen

dagdelen per week

Dagbesteding Behoudgericht 2 (DBB-2) Behouden

van

Doel: vaardigheden ontlasting mantelzorg

Vijf tot maximaal

,

negen

dagdelen per week

Tabel 3. Profielen dagbesteding

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 25

Als sprake is van een ontwikkelgericht profiel komt het volgende kenmerk naar voren: • De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd. ,

Als sprake is van een behoudgericht profiel komt het volgende kenmerk naar voren: • De verwachte ontwikkeling van de cliënt: de situatie van de cliënt is in de toekomst stabiel of gaat achteruit. ,

Een ander aspect dat bij de keuze voor

een

profiel voor dagbesteding heel bepalend is is de hoofdvraag binnen de ,

ondersteuningsbehoefte van de cliënt: •

Primaire vraag van de cliënt = zinvolle daginvulling Voor een deel van de cliënten is de primaire vraag het bieden van een zinvolle daginvulling ter vervanging van werk of studie. Waarbij de cliënt ook wordt gesteund en gestimuleerd bij het persoonlijk functioneren. Bijkomend kan sprake zijn van het ontlasten van mantelzorg/netwerk. ,

•

Primaire vraag van de cliënt = ontlasten van mantelzorg/netwerk Voor een deel van de cliënten is de primaire vraag gericht op het ontlasten van mantelzorgers of het netwerk. Zodat de cliënt samen of alleen zo lang mogelijk in een zelfstandige huisvestingssituatie kan verblijven. Aan de cliënt zelf wordt een zinvolle daginvulling geboden en deze wordt gesteund en gestimuleerd bij het persoonlijk functioneren.

Het data-onderzoek in het uitvoeringsveld liet niet zien dat bepaalde leefgebieden of overige cliëntkenmerken een duidelijke statistisch te bepalen invloed hebben op de keuze van een dagbestedingsprofiel. De leefgebieden werk/school en vrije tijd zijn

belang voor de keuze óf inzet van dagbesteding zinvol is voor de cliënt. Op basis van aanvullend kwalitatief onderzoek werd duidelijk welke elementen belangrijk zijn in de keuze voor het aantal dagdelen dagbesteding. In figuur 3 hebben we dit zichtbaar gemaakt. van

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 26

In figuur 3 is te zien dat: 1.

Er eerst volledig onderzoek wordt gedaan (stappen 1 – 2 – 3).

2.

Vervolgens worden eigen kracht en voorliggende oplossingen onderzocht (stap 4). Daarna is de vraag ‘Wat is de verwachting van de ontwikkeling in de situatie van de cliënt? leidend voor de keuze tussen een ontwikkelgericht of behoudgericht profiel. Vervolgens is de kernvraag in de keuze voor het aantal in te zetten dagdelen dagbesteding: ‘Kun je zelf(standig) de dag doorkomen?’ Bij alle profielen zijn de belastbaarheid van de inwoner en de belastbaarheid van het netwerk sterk bepalend in de keuze voor het aantal dagdelen. Bij DBO-1 en DBO-2 zijn daarbij het lerend vermogen en de motivatie van de cliënt mede bepalend voor de omvang. Bij DBB-1 en DBB-2 zijn daarbij de behoefte van het netwerk en het risico mede bepalend voor de omvang. Bij alle profielen is tot slot van belang om de situatie van de cliënt op het persoonlijk functioneren het sociaal functioneren en gezondheid en zelfzorg mee te wegen in de invulling van en de omvang van de ondersteuning middels dagbesteding die de cliënt nodig heeft.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 27

Figuur 3. Afweging omvang dagbesteding

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 28

Stap 5c - Laatste afweging , vaststellen definitieve indicatie

5. 3

Het in stap 5b gekozen profiel geeft richting aan de te stellen indicatie: ‘dit is de aard en omvang

de indicatie die bij deze cliënt gezien de ondersteuningsbehoefte en kenmerken van de cliënt verwacht mag worden nodig te zijn’. In stap 5c maakt de Wmo-consulent de definitieve afweging over de omvang en de duur van de te stellen indicatie. Zo wordt gekomen tot een indicatie op maat voor deze cliënt. ,

van

,

Omvang ondersteuningstijd bepalen In het gekozen profiel (individuele begeleiding en/of dagbesteding) is de mogelijke

de benodigde ondersteuning

omvang van

indicatief in een bandbreedte aangegeven. Op basis van de specifieke situatie van de cliënt weegt de Wmo-consulent af of er meer of minder omvang van de ondersteuning nodig is dan gemiddeld in het profiel staat. In eerste instantie gebeurt dit binnen de aangegeven bandbreedte. Maar dit kan daar ook buiten zijn als dit de daadwerkelijk benodigde ondersteuning voor de cliënt is. Cliënten kunnen zo nodig voor individuele begeleiding en dagbesteding tegelijk een indicatie krijgen. Bij het definitief afwegen het finetunen van de omvang van de indicatie maakt de Wmo-consulent gebruik van het totaalbeeld dat deze heeft van de cliënt en maakt een gemotiveerde inschatting of de cliënt afgezet tegen de ‘gemiddelde cliënt in het profiel’ hoger of lager dan dit gemiddelde moet worden geïndiceerd. ,

,

,

,

,

Voor alle profielen kan het risico-aspect een doorslaggevende factor zijn voor de aard

duur van de ondersteuning. Als sprake is van een groot risico voor de cliënt of de omgeving dan kan deze factor belangrijker zijn dan bijvoorbeeld leerbaarheid motivatie of de draagkracht van het netwerk. Dan is afdoende ingrijpen belangrijker. Bij individuele begeleiding gericht op het ontwikkelen van vaardigheden zijn vooral de leerbaarheid en motivatie van de cliënt leidend bij de beslissing of meer ondersteuning wordt geboden tijdens een kortere termijn. Of dat juist minder ondersteuning tegelijk wordt geboden maar gedurende een langere termijn. ,

omvang

en

,

,

,

Bij individuele begeleiding gericht op het behouden van vaardigheden is vooral leidend wat minimaal nodig is om de situatie van de cliënt stabiel te houden. Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 29

Als de ondersteuningsvraag van de cliënt dagbesteding betreft die is gericht op het behoud van vaardigheden speelt meestal de belastbaarheid van het netwerk een grote rol in het toekennen van het aantal dagdelen. Naast de belastbaarheid van de cliënt zelf. Soms moet een gebalanceerd evenwicht worden bereikt tussen deze twee. ,

Wanneer het gaat om ontwikkelgerichte dagbesteding dan is met name de belastbaarheid

het lerend vermogen van de cliënt zelf doorslaggevend. Is sprake van een positieve verwachting van het kunnen leren door of ontwikkelen van de cliënt dan kan worden overwogen een groter aantal dagdelen in te zetten voor een kortere termijn. Als de leerbaarheid en belastbaarheid beperkt is dan is een lagere omvang van de inzet gedurende een langere periode meer aangewezen. en

,

,

Verder spelen bij alle profielen de ondersteuningsmogelijkheden van het netwerk van de cliënt een rol. Positief of negatief. Is er geen netwerk: dan heeft dit geen extra invloed op het indicatiebesluit. • • Heeft het netwerk enige of veel ondersteuningscapaciteit: dan is mogelijk minder inzet van ondersteuning nodig. • Het netwerk kan ook de oorzaak zijn van extra problemen: in dat geval is mogelijk juist meer ondersteuning nodig. Duur van de ondersteuning bepalen De Wmo-consulent bepaalt op cliëntniveau de best passende duur 8 van de indicatie.

Bij de duur van een indicatie is vooral de verwachting van de snelheid van ontwikkeling of situatie van de cliënt bepalend. Als snelle ontwikkeling wordt verwacht is sprake van ontwikkelgerichte ondersteuning en is een indicatie voor korte duur passend. Zodat controle of herijking van het indicatiebesluit kan plaatsvinden. Als geen snelle ontwikkeling of situatie van de cliënt wordt verwacht of sprake is van langdurig behoudgerichte ondersteuning is een indicatie voor lange duur passend. ,

,

8 Op

landelijk niveau wordt gewerkt aan nadere normering ten aanzien van het bepalen van de indicatieduur. Het leertraject Passend Beschikken (2024) , onder andere uitgevoerd door de VNG , levert hier een bijdrage aan. Controle of herijking is vaak belastend voor cliënten omdat zij zich steeds opnieuw zorgen maken over het voortzetten van hun begeleiding.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 30

Bijlage 1.

Profielen individuele begeleiding

Afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij individuele begeleiding: Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht (IBO-profielen)

Individuele Begeleiding Behoudgericht (IBB-profielen)

De verwachte ontwikkeling van de cliënt: De situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.

De verwachte ontwikkeling van de cliënt: De situatie van de cliënt in de toekomst blijft stabiel of gaat achteruit.

Lerend vermogen van de cliënt: Het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend.

Lerend vermogen van de cliënt: Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend of neutraal/gemiddeld.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 31

Algemeen

Zelfinzicht

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 1 (IBO-1)

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 2 (IBO-2)

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 3 (IBO-3)

Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht 4 (IBO-4)

Deze cliëntgroep heeft lichte problematiek , op een beperkt aantal leefgebieden , er is ruimte voor ontwikkeling. De cliënt heeft behoefte aan toezien , stimuleren en aanleren. De ondersteuning is planbaar. Vaak is voor een beperkte periode nog net enige ondersteuning nodig.

Deze cliëntgroep heeft matige problematiek , op wat meer leefgebieden , er is ruimte voor ontwikkeling. De cliënt heeft behoefte aan toezien , stimuleren en aanleren. De ondersteuning is meestal planbaar. De ondersteuning is voor een beperkte periode nodig.

Deze cliëntgroep heeft matige tot zware problematiek , op meer leefgebieden , er is ruimte voor ontwikkeling. De cliënt heeft behoefte aan toezien , stimuleren en aanleren , soms ook aan De ondersteuning is vaak planbaar. De ondersteuning is voor een beperkte periode nodig.

Deze cliëntgroep heeft zware problematiek , op veel leefgebieden , er is ruimte voor ontwikkeling , zij het met intensieve begeleiding. De cliënt heeft behoefte aan toezien , stimuleren en aanleren , en vaak ook aan overname. De ondersteuning is vaak niet planbaar. Als de ondersteuning met deze intensiteit niet in een beperkte periode kan worden afgebouwd , dan kan een oplossing buiten de thuissituatie nodig zijn.

Cliënt heeft zicht op eigen problematiek en herkent wanneer het nodig is hulp te

Cliënt heeft zicht op eigen problematiek maar herkent niet altijd wanneer het nodig is hulp te vragen.

Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent vaak niet wanneer het nodig is hulp te vragen.

Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent nauwelijks en soms niet wanneer het nodig is hulp te vragen.

vragen.

overname.

Belastbaarheid

Cliënt is belastbaar.

Cliënt is wisselend tot beperkt belastbaar.

Cliënt is beperkt belastbaar.

Cliënt is voldoende belastbaar om intensieve begeleiding aan te kunnen.

Complexiteit van de problematiek

De complexiteit is laag of gemiddeld.

De complexiteit is laag of gemiddeld.

De complexiteit is hoog.

De complexiteit is hoog.

Motivatie

De motivatie van de cliënt is bevorderend.

De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.

De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.

De motivatie van de cliënt is neutraal/gemiddeld.

Risico

Het risico is laag.

Het risico is gemiddeld.

Het risico is gemiddeld.

Het risico is hoog.

Beoogde inzet

De indicatie is maximaal één uur per week

De indicatie is één tot drie uur , gemiddeld twee uur per week

De indicatie is drie tot vijf uur , gemiddeld vier uur per week

De indicatie is minimaal vijf uur , gemiddeld acht uur per week

Zwaarte van de problematiek

Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt. Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt (kan van 0 tot maximaal 33 variëren).

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 32

Individuele Begeleiding Behoudgericht 1 (IBO-1)

Individuele Begeleiding Behoudgericht 2 (IBO-2)

Individuele Begeleiding Behoudgericht 3 (IBO-3)

Individuele Begeleiding Behoudgericht 4 (IBO-4)

Deze cliëntgroep heeft lichte problematiek , op een beperkt aantal leefgebieden , weinig of geen verbetermogelijkheden. De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien , onderhouden en behouden. De ondersteuning is meestal planbaar. De ondersteuning is meestal langdurig nodig.

Deze cliëntgroep heeft matige problematiek , op wat meer leefgebieden , weinig of geen verbetermogelijkheden. De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien , onderhouden en behouden. De ondersteuning is meestal planbaar. De ondersteuning is meestal langdurig nodig.

Deze cliëntgroep heeft matige problematiek , op meer leefgebieden , weinig of geen verbetermogelijkheden. De cliënt heeft behoefte aan begeleiding gericht op toezien , onderhouden en behouden , waarbij ook overname nodig kan zijn. De ondersteuning is meestal planbaar , maar moet op afstand , maar wel makkelijk beschikbaar zijn. De ondersteuning is meestal langdurig nodig.

Deze cliëntgroep heeft zware problematiek , op veel leefgebieden , weinig of geen verbetermogelijkheden. De cliënt heeft behoefte aan toezien , stimuleren en behouden , vaak ook aan

Zelfinzicht

Cliënt heeft zicht op eigen problematiek en herkent wanneer het nodig is hulp te vragen.

Cliënt heeft zicht op eigen problematiek , maar herkent niet altijd wanneer het nodig is hulp te vragen.

Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent vaak niet wanneer het nodig is hulp te vragen.

Cliënt heeft beperkt tot geen inzicht in eigen problematiek en herkent nauwelijks en soms niet wanneer het nodig is hulp te vragen.

Belastbaarheid

Cliënt is belastbaar

Cliënt is wisselend tot beperkt belastbaar

Cliënt is beperkt belastbaar

Cliënt is beperkt belastbaar.

Complexiteit van de problematiek

De complexiteit is laag of gemiddeld.

De complexiteit is laag of gemiddeld.

De complexiteit is hoog.

De complexiteit is hoog.

Aard van de problematiek

De problematiek is altijd aanwezig (stabiel).

De problematiek is altijd aanwezig (stabiel).

De problematiek is fluctuerend / er is acute problematiek.

De problematiek is fluctuerend / er is acute problematiek.

Risico

Het risico is laag of gemiddeld.

Het risico is laag of gemiddeld.

Het risico is hoog.

Het risico is hoog.

Beoogde inzet

De indicatie is maximaal één uur per week.

De indicatie is één tot drie uur , gemiddeld twee uur per week.

De indicatie is drie tot vijf uur , gemiddeld vier uur per week.

De indicatie is minimaal vijf uur , gemiddeld acht uur per week.

Zwaarte van de problematiek

Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt. Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.

Algemeen

overname.

De ondersteuning is vaak niet planbaar , moet (vrij) nabij beschikbaar zijn. Deze intensiteit van begeleiding in de thuissituatie is in principe tijdelijk.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 33

Bijlage 2.

Profielen dagbesteding

Afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij dagbesteding:

Dagbesteding Ontwikkelgericht (DBO-profielen)

Dagbesteding Behoudgericht (DBB-profielen)

De verwachte ontwikkeling van de cliënt: De situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.

De verwachte ontwikkeling van de cliënt: De situatie van de cliënt is in de toekomst blijft stabiel of gaat achteruit.

Lerend vermogen van de cliënt: Het lerend vermogen van de cliënt is neutraal/gemiddeld of bevorderend.

Lerend vermogen van de cliënt: Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 34

Dagbesteding Ontwikkelgericht 1 (DBO-1)

Dagbesteding Ontwikkelgericht 2 (DBO-2)

Dagbesteding Behoudgericht 1 (DBB-1)

Dagbesteding Behoudgericht 2 (DBB-2)

Algemeen

Deze cliëntengroep heeft behoefte aan ontwikkelgerichte begeleiding. Er is vaak sprake van een arbeidsmatig karakter van de begeleiding. De motivatie van de cliënt in combinatie met de belastbaarheid en de verdere invulling van de dagen bepaalt vooral de omvang van de dagbesteding. De duur van de begeleiding kan beperkt zijn.

Bij deze cliëntengroep staat vulling van de dag(en) zo mogelijk behoud van vaardigheden en/of de ontlasting van mantelzorgers centraal. Er is geen sprake van ontwikkeling. De belastbaarheid van de cliënt en de draagkracht van het netwerk bepalen vooral de omvang van de dagbesteding. De duur van de begeleiding kan lang tot zeer lang zijn.

Complexiteit van de problematiek

De complexiteit van de problematiek is laag of gemiddeld.

De complexiteit van de problematiek is gemiddeld of hoog.

Beoogde inzet

De indicatie is minimaal één en maximaal vier dagdelen per week

Zwaarte van de problematiek

Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt. Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware problematiek (score = 3) neemt toe naarmate het profiel hoger wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.

De indicatie is minimaal vijf en maximaal negen dagdelen per week.

,

De indicatie is minimaal één en maximaal vier dagdelen per week

De indicatie is minimaal vijf en maximaal negen dagdelen per week.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 35

Bijlage 3.

Aandachtspunten per leefgebied

De navolgende tabellen kunnen als hulpmiddel dienen bij het concreet in kaart brengen

de specifieke problemen van de cliënt per leefgebied zowel tijdens het huisbezoek als bij het uitwerken van het verslag. Bijlage 4 bevat een inhoudelijke beschrijving van de verschillende niveaus van problematiek die hierbij kunnen worden gebruikt. Let op: deze tabellen zijn geen afvinklijsten

,

neem

van

,

alleen de onderwerpen mee die voor het onderzoek relevant en nodig zijn.

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 36

Problematiek

PERSOONLIJK FUNCTIONEREN geen

licht

matig

zwaar

Zelfbeeld Zelfinzicht (o. a. inschatten gevaar voor zichzelf) Omgaan met veranderingen Begrijpen consequenties (korte/lange termijn) Keuzes maken/besluiten

nemen

Grenzen aangeven (eigen) Hulpvraag formuleren Impulsiviteit (sociale regels

geen

,

risico zien)

Emotieregulatie (overspoelen uitbarsten driftbuien) ,

Angsten (inclusief spanning

,

zenuwen

,

,

nerveus , bang)

Stemmingsproblemen (somber wisselingen uitbundig) ,

,

Teruggetrokken/eenzaam/verdrietig Agressie verbaal/fysiek (dreigen vloeken vechten) ,

,

Zelfbeschadigend gedrag/suïcide Dwanghandelingen (herhaling van gedragingen) Executieve functies (plannen initiëren van taken overzicht) ,

,

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 37

Problematiek SOCIAAL FUNCTIONEREN geen

licht

matig

zwaar

Beïnvloedbaar Inleven in de ander Grenzen aangeven (o.a.

,

gevaar voor

de ander)

Afspraken nakomen Functioneren binnen gezin/familie Duidelijkheid omtrent wel/geen contact met familie Vrienden maken Vriendschappen behouden Contact met personen die schadelijk zijn Verkering/relatie Vangnet Overlast Groepsgeschiktheid

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 38

Problematiek GEZONDHEID EN ZELFZORG geen

licht

matig

zwaar

Eten (verantwoord eetpatroon kan eten tot zich nemen) ,

Wassen (verzorgd uiterlijk geur) ,

Aankleden (schone kleding) Slapen (in- doorslapen wakker worden dag-nachtritme) ,

,

Voldoende beweging/sport Voorkomen van ziekten Beheer medicatie Afspraken zorgprofessionals (huisarts specialist begeleider) ,

,

Seksuele gezondheid (inclusief veilig vrijen)

Problematiek VERPLAATSEN EN VERVOER geen

licht

matig

zwaar

Deelnemen aan het verkeer Gebruikmaken eigen vervoermiddel (o. a. fiets auto) ,

Route bepalen Gebruikmaken van openbaar

vervoer

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 39

Problematiek WONEN geen

licht

matig

zwaar

Onderhoud woning/tuin Overlast (o. a. geluid stank spullen) ,

,

Veiligheid Zelfstandigheid Contact met eigenaar van de woning

Problematiek REGIE BIJ HET HUISHOUDEN geen

licht

matig

zwaar

Schoonmaken van de woning wasverzorging boodschappen en bereiden maaltijden ,

,

Problematiek SCHOOL/WERK geen

Evenwichtig dag-

licht

matig

zwaar

en nachtritme

Structuur Aansturing (zelfstandigheid zelfactivering) ,

Zinvolle invulling

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 40

Problematiek SCHOOL/WERK geen

licht

matig

zwaar

School/werk passend bij interesse Maken van keuzes voor de toekomst/toekomstperspectief Aanwezigheid Op tijd komen Accepteren autoriteit Taalbeheersing

Problematiek VRIJE TIJD geen

licht

matig

zwaar

Zelfstandigheid/structuur/invulling Interesses/hobby’s Sport

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 41

Problematiek FINANCIEN/ADMINISTRATIE geen

licht

matig

zwaar

Omgaan met betaal- communicatiemiddelen Formulieren invullen Leefgeld/zakgeld/inkomen Overzicht (financiën en administratie op orde) Schulden

Problematiek JUSTITIE geen

licht

matig

zwaar

Stelen/vandalisme Geweld Heling/oplichting Taakstraf Boetes

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 42

Problematiek VERSLAVING geen

licht

matig

zwaar

Roken Alcohol Drugs (softdrug harddrugs of anabolen) ,

Gamen

Telefoon/social media Seks/porno Gokken

Normenkader Begeleiding | © bureau HHM/Factum Advies | november 2024 | 43

Bijlage 4.

Beschrijving problematiek

per

leefgebied Beschrijving problematiek

Leefgebieden

Geen probleem

Lichte problemen (‘toezien’)

Matige problemen (‘helpen’)

Zware problemen (‘overnemen’)

Persoonlijk functioneren

Geen

Cliënt heeft een beperkt zelfbeeld en heeft soms moeite om eigen gedrag te sturen of heeft beperkt inzicht hierin. Cliënt is in staat hulp te vragen en de hulpvraag uit te stellen.

Cliënt heeft een beperkt (soms negatief) zelfbeeld en/of beperkte controle over het eigen gedrag of heeft onvoldoende inzicht hierin. Cliënt is niet in staat uit zichzelf hulp te vragen. De hulpvraag kan niet altijd worden uitgesteld.

Cliënt heeft geen realistisch zelfbeeld en/of zeer weinig tot geen controle over het eigen gedrag of geen inzicht hierin. Cliënt kan niet om hulp vragen of kan de hulpvraag niet uitstellen.

Sociaal functioneren

Geen

Cliënt is beperkt in staat tot het aangeven bewaken of naleven van (inter)persoonlijke grenzen of het maken van keuzes. Begeleiding is nodig op het gebied van (persoonlijke en sociale) vaardigheden. Er is sprake van een onsuccesvolle manier van sociaal

Cliënt loopt regelmatig vast in sociaal contact. Het aanleren en (tijdelijk) deels overnemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk. Er is sprake van een atypische of onsuccesvolle manier van sociaal contact.

Cliënt gedraagt zich inadequaat in sociaal contact. Cliënt beschadigt zichzelf en/of anderen en is niet in staat zichzelf hierin te reguleren. Het aanleren en (langdurig) overnemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk.

Cliënt heeft problemen op het gebied van zelfzorg en heeft hierbij hulp nodig. Cliënt heeft onvoldoende inzicht in gezondheidsrisico’s. Begeleiding bij afspraken met zorgprofessionals is nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15223292/1