Bijlage Concept beschikking GS aanvraag plaatsen watertank Randweg 1
Tekst van het document
CONCEPT Beschikking van Gedeputeerde Staten van NoordBrabant op de op 25 mei 2025 bij hen binnengekomen aanvraag van Vendrig Holding B.V., om omgevingsvergunning krachtens de Omgevingswet, voor het bedrijf aan de Randweg 1, 5711 DJ Someren voor het plaatsen van een watertank (milieu, bouw, BOPA).
Zaaknummer: Z2025-00014342
Ons kenmerk:
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
D2026-00002519
Namens deze,
Datum: 16-1-2026 Plaats: Tilburg
Teammanager Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg (013) 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
1
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING Onderwerp Op 26 mei 2025 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Vendrig Holding B.V. (verder Vendrig). Het betreft een aanvraag voor het plaatsen van een watertank en het afwijken van de regels van het omgevingsplan. De aanvraag heeft betrekking op Randweg 1 te Someren. De aanvraag is geregistreerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) onder nummer 2025052400025 en intern onder zaaknummer Z2025-00014342. Voor de opsomming van de aangevraagde activiteiten verwijzen we naar de projectomschrijving in paragraaf 1.2 van de procedurele overwegingen van dit besluit. Besluit Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Omgevingswet, de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Vendrig Holding B.V. een omgevingsvergunning te verlenen:
•
op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet (een milieubelastende activiteit) voor het wijzigen van de MBA “exploiteren van een Seveso-inrichting”.
•
op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet (een bouwactiviteit) voor het plaatsen van een watertank.
•
op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet en artikel 22.26 van het tijdelijk Omgevingsplan gemeente Someren (een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) voor het afwijken van regels in het omgevingsplan voor het plaatsen van een bouwwerk hoger dan de toegestane hoogte.
Tevens besluiten wij: aan deze vergunning voorschriften te verbinden en dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning: • •
• • • • • • •
•
aanvraagformulier DSO met kenmerk 20250524 00025 000, ontvangen op 24 mei 2025; notitie ‘toelichting aanvraag (2 blz)’ van BMD Advies met kenmerk HS 30918-9206-001 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Bestaande situatie’ van Bouwburo Z+ met kenmerk BS-01 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Nieuwe situatie’ van Bouwburo Z+ met kenmerk B-01 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Plattegrond / aanzichten / drs’ van Bouwburo Z+ met kenmerk B02 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Warmwatertank’ van HVL met kenmerk 2500063-0001_A en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Onderframe’ van HVL met kenmerk Vendrig-026 en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘tank’ van HVL met kenmerk Vendrig-001 en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; berekening ‘Onderconstructie watertank voor wasplaats (304 blz)’ van Van Meijl Verhaegh met kenmerk S25-018sb-03-21aug2025 en laatste wijzigingsdatum 21 augustus 2025, ontvangen op 27 augustus 2025; rapport ETFAL met DSO-kenmerk ‘Ruimtelijke onderbouwing (incl ETFAL) bouw warmwatertank Vendrig Holding B.V..pdf (9 blz)’ van Vendrig Holding B.V., ontvangen op 24 september 2025.
2
Rechtsbescherming Beroep Bent u het niet eens met dit besluit, dan kunt u een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 'sHertogenbosch. Verstuur uw beroepschrift binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd. In het beroepschrift zet u: •
uw naam en adres;
•
de datum en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent;
•
de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit;
•
de datum van uw beroepschrift en uw handtekening.
U kunt ook digitaal beroep instellen bij de rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. Voorlopige voorziening Als u een beroepschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw beroepschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's‑Hertogenbosch. U kunt ook digitaal verzoeken om een voorlopige voorziening. Zie daarvoor: http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. Er zijn kosten verbonden aan het indienen van een beroepschrift en het vragen van een voorlopige voorziening (griffierecht).
3
INHOUDSOPGAVE
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING
2
ONDERWERP BESLUIT RECHTSBESCHERMING
2 2 3
VOORSCHRIFTEN
6
BOUWACTIVITEIT
6
PROCEDURELE ASPECTEN
7
1.
PROCEDURE
7
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. 1.7. 1.8. 1.9. 1.10.
7 7 7 8 8 8 9 9 10
GEGEVENS AANVRAGER OMSCHRIJVING VAN DE AANVRAAG HUIDIGE VERGUNNINGSITUATIE VERGUNNINGPLICHT BEVOEGD GEZAG BEOORDELING VAN DE AANVRAAG UITGEBREIDE PROCEDURE ADVIES EN INSTEMMING PARTICIPATIE WET BEVORDERING INTEGRITEITSBEOORDELINGEN DOOR HET OPENBAAR BESTUUR (WET BIBOB) 1.11. ZIENSWIJZEN OP DE ONTWERPBESCHIKKING 1.12. WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE ONTWERPVERGUNNING
10 10 10
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
11
2.
MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT
11
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
11 11 11 12 13 13
3.
INLEIDING TOETSING AANVRAAG BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING ZORGPLICHT PLAATSEN VAN EEN WARMWATERTANK CONCLUSIE
BOUWACTIVITEIT (TECHNISCH)
14
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
14 14 14 14
INLEIDING TOETSING CONCLUSIE AANDACHTSPUNTEN
4. OMGEVINGSPLANACTIVITEIT BOUWEN EN AFWIJKEN VAN DE REGELS IN HET OMGEVINGSPLAN 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10. 4.11.
INLEIDING TOETSING BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT (BOPA) PROJECTBESCHRIJVING BESCHRIJVING VAN DE HUIDIGE EN NIEUWE SITUATIE TOETSING AAN BELEID (RIJK, PROVINCIE, GEMEENTE) ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING PARTICIPATIE FINANCIËLE UITVOERBAARHEID CONCLUSIE AANDACHTSPUNTEN
4
15 15 15 15 16 16 16 16 16 17 17 17
5
VOORSCHRIFTEN
Bouwactiviteit Bouwen (technisch) 1.1.
Algemeen
1.1.1.
De volgende gegevens en bescheiden moeten uiterlijk drie weken voor aanvang van de werkzaamheden ter beoordeling worden overgelegd aan het bevoegd gezag, via bouwen@omwb.nl: a.
de uitvoeringstekeningen van alle stalen constructieonderdelen;
b.
de detailberekeningen en -tekeningen van de verbindingen van de staalconstructies.
1.1.2.
Voordat met bouwwerkzaamheden wordt begonnen moet dit ten minste twee werkdagen (bij voorkeur één werkweek) van tevoren, conform artikel 7.7 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl), worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/startmeldingbouw.
1.1.3.
Zodra de werkzaamheden zijn beëindigd moet dit direct worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/gereedmelding-bouw. Conform artikel 7.7 lid 2 van het Bbl, wordt een bouwwerk waar een vergunning voor het bouwen is verleend, niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid van artikel 7.7 van het Bbl (gereedmelding).
6
PROCEDURELE ASPECTEN 1. PROCEDURE 1.1. Gegevens aanvrager Op 26 mei 2025 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet (Ow) ontvangen. Het betreft een aanvraag van: Vendrig Holding B.V. Randweg 1 5711 DJ Someren De activiteit waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het plaatsen van een warmwatertank ten behoeve van de wasinstallatie. Een uitgebreide omschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Omgevingswet omschreven activiteiten: • • •
1.2.
Artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet (milieubelastende activiteit) Artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet (omgevingsplanactiviteit) Artikel 5.1, tweede lid onder a van de Omgevingswet (bouwactiviteit)
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag bestaat uit de volgende delen: • •
• • • • • • •
•
1.3.
aanvraagformulier DSO met kenmerk 20250524 00025 000, ontvangen op 24 mei 2024; notitie ‘toelichting aanvraag (2 blz)’ van BMD Advies met kenmerk HS 30918-9206-001 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Bestaande situatie’ van Bouwburo Z+ met kenmerk BS-01 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Nieuwe situatie’ van Bouwburo Z+ met kenmerk B-01 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Plattegrond / aanzichten / drs’ van Bouwburo Z+ met kenmerk B02 en laatste wijzigingsdatum 23 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Warmwatertank’ van HVL met kenmerk 2500063-0001_A en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘Onderframe’ van HVL met kenmerk Vendrig-026 en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; tekening ‘tank’ van HVL met kenmerk Vendrig-001 en laatste wijzigingsdatum 16 mei 2025, ontvangen op 24 mei 2025; berekening ‘Onderconstructie watertank voor wasplaats (304 blz)’ van Van Meijl Verhaegh met kenmerk S25-018sb-03-21aug2025 en laatste wijzigingsdatum 21 augustus 2025, ontvangen op 27 augustus 2025; rapport ETFAL met DSO-kenmerk ‘Ruimtelijke onderbouwing (incl ETFAL) bouw warmwatertank Vendrig Holding B.V..pdf (9 blz)’ van Vendrig Holding B.V., ontvangen op 24 september 2025. Huidige vergunningsituatie
Op de locatie zijn voor milieubelastende activiteiten (MBA ’s) en andere relevante activiteiten eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend:
7
Soort
Vergunning
Kenmerk
Onderwerp
20090052 /
Opslag van
datum Revisievergunning
12 mei 2022
Wabo*
D2022-03018316
gevaarlijke stoffen in verpakking en in bovengrondse tanks
Veranderings
21 maart
2022-051249/
Wijziging vlampunt
vergunning Wabo*
2023
D2023-03-
opgeslagen stoffen
008625
en wijzing
(milieu)
blusvoorziening bij laadlosplaats Veranderingsvergunning
22 februari
2022-051381/
Plaatsen watertank
Wabo* (bouw,
2023
D2023-01-
en bluscontainer
milieuneutraal)
004584
Veranderingsvergunning
20 september
Z2024-
Uitbreiden
Ow (OPA, bouw)
2024
00019942/
kantoorgebouw
D202400174372
De hierboven genoemde vergunningen aangeduid met “*” zijn volgens de Invoeringswet Omgevingswet gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor een MBA voor onbepaalde tijd.
1.4.
Vergunningplicht
De aangevraagde activiteiten zijn op grond van onderstaande artikel van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vergunningplichtig: artikel 3.51, het exploiteren van een Seveso-inrichting.
1.5.
Bevoegd gezag
Wij zijn bevoegd gezag om te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de aangevraagde activiteiten. Dit volgt uit artikel 4.6 eerste lid, onder c van het Omgevingsbesluit (Ob) in samenhang gelezen met de MBA artikel 3.51 eerste lid van het Bal.
1.6.
Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 29 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld om tot 4 weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 24 september 2025. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
8
1.7.
Uitgebreide procedure
Voor het (ver)bouwen van een bouwwerk waarbij de toegestane bouwhoogte in strijd is met het gemeentelijk omgevingsplan van Someren is adviesrecht van de gemeenteraad, participatieverplichting en de uitgebreide procedure van toepassing. Deze beschikking is daarom voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 16.5.3 van de Ow. Gelet hierop hebben wij op 25 juni 2025 overeenkomstig artikel 16.57 van de Ow van de aanvraag kennis gegeven op internet via www.officielebekendmakingen.nl.
1.8.
Advies en instemming
In de Ow en het Ob worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 16.15, eerste lid van de Ow, alsmede afdeling 4.2 van het Ob, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden: •
Gemeente Someren;
•
Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost.
Op 24 juni 2025 hebben wij advies ontvangen van de gemeente Someren. De aanvraag dient te worden aangevuld met een Ruimtelijke motivering/ETFAL voor het hoger bouwen dan wat het omgevingsplan toelaat. Deze aanvulling hebben wij 24 september 2025 ontvangen. Op 14 november 2025 heeft de Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost aangegeven geen opmerkingen te hebben over de aanvraag. Op grond van artikel 16.16, eerste lid, van de Ow wijst het Ob categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning ook instemming behoeft van een daarbij aangewezen bestuursorgaan. Omdat het hier gaat om een aanvraag als vermeld in artikel 5.1, eerste lid onder a, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan wanneer de Raad van de gemeente Someren daarmee heeft ingestemd. In dit kader hebben wij na ontvangst van de complete aanvraag op 26 september 2025 een exemplaar hiervan toegezonden aan de gemeente Someren met het verzoek te reageren. Op 20 november 2025 hebben wij van het college van B&W van de gemeente Someren een advies ontvangen. Op 18 november 2025 heeft het college B&W van de gemeente besloten medewerking te willen verlenen aan het afwijken van het omgevingsplan voor het plaatsen van een watertank met een hoogte van 14,8 meter. De aanvraag is getoetst aan de regels van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012.
Het advies luidt als volgt: Ruimtelijk is het plan voorstelbaar De warmwatertank komt centraal op het perceel te liggen. Rondom de silo zijn verschillende bouwwerken hoger dan het voorliggende plan. Bedrijfsbebouwing ten noorden van de silo is ongeveer 14 meter hoog. Verschillende silo’s aan de oostzijde hebben een hoogte van 16 of zelfs 18 meter. De warmwatertank wordt vervaardigd met dezelfde materialen als de andere tanks op het terrein. De warmwatertank zal met de voorliggende maat van 14,8 m hoogte niet direct opvallen in het totale bedrijfsbeeld. Deze wordt als passend beschouwd bij de overige gebouwen die aanwezig zijn op het perceel. Milieu-aspecten Voor het afwijken van het omgevingsplan is een motivering op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aangeleverd. Aspecten die duidelijk geen relatie hebben met het initiatief zijn hier buiten beschouwing gelaten. De opslag en het verwarmen van het water gebeurt met elektriciteit en verwarmingselementen. Er zijn geen processen betrokken die trillingen
9
veroorzaken, geluid produceren of van negatieve invloed zijn op de luchtkwaliteit of geur. Daarnaast vormt warmwater in de basis geen risico voor de bodemkwaliteit Participatietoets In het kader van participatietoets zijn de direct aangrenzende ondernemers, gevestigd op de percelen grenzend aan het projectgebied en zicht hebben op het project, actief benaderd. Deze ondernemers hebben aangegeven geen hinder of bezwaren te hebben tegen de realisatie en het gebruik van het bouwwerk.
1.9.
Participatie
In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvraag van een omgevingsvergunning om bij een aanvraag aan te geven of de aanvraag participatie heeft gedaan en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. De gemeenteraad heeft aangegeven dat bij het bouwen hoger dan in het omgevingsplan toegestane hoogte participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.55, lid 7, Ow).
1.10. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob) Conform onze beleidsregel hebben wij op basis van de Wet Bibob een onderzoek verricht naar de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning. Onze conclusie op basis van dit onderzoek is dat er vanuit de Wet Bibob geen bezwaren zijn om de aangevraagde vergunning te verlenen. Wel wijzen we erop dat het Bibob-onderzoek een momentopname is. Er kan op een later moment blijken dat er (nieuwe) handhavingsinformatie, strafrechtelijke informatie of een andere indicatie is om een nieuw Bibob-onderzoek te starten. Uit dat onderzoek kan dan blijken dat er vanuit de Wet Bibob wel degelijk bezwaren zijn ten aanzien van de omgevingsvergunning.
1.11.
Zienswijzen op de ontwerpbeschikking
Van het ontwerp van de beschikking hebben wij de kennisgeving met de ontwerpbeschikking en de aanvraagdocumenten digitaal gepubliceerd op internet: www.officielebekendmakingen.nl op 3 december 2025. Tussen 3 december 2025 en 14 januari 2026 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
1.12. Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning Ten opzichte van de ontwerpvergunning zijn geen wijzigingen aangebracht.
10
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN 2. MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT 2.1.
Inleiding
De aanvraag heeft betrekking op het veranderen of veranderen van de werking van een milieubelastende activiteit (MBA) als bedoeld in artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het gaat hier om de volgende MBA: het exploiteren van een Seveso-inrichting. Het betreft een Seveso-inrichting, zoals omschreven in Bijlage I van het Bal. Op de locatie zijn een of meer installaties aanwezig, waar een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn wordt gemaakt, gebruikt, verwerkt of opgeslagen. 2.2.
Toetsing aanvraag
Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 8.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) beoordeeld of: • •
• • • • • •
•
milieuverontreiniging door de activiteit geïntegreerd wordt voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, beperkt; emissies in de lucht, het water en de bodem en het ontstaan van afval door die activiteit worden voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, beperkt om een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel te bereiken; alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; de voor de activiteit in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast; geen significante verontreiniging wordt veroorzaakt; energie doelmatig wordt gebruikt; maatregelen worden getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken; bij de definitieve beëindiging van activiteiten maatregelen worden getroffen om elk risico van milieuverontreiniging door de activiteit voor het terrein waarop de activiteit werd verricht, te voorkomen of te beperken, als dat nodig om dat terrein weer geschikt te maken voor toekomstig hergebruik; het ontstaan van afvalstoffen en afvalwater zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt en de ontstane afvalstoffen doelmatig worden beheerd.
In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn. De aangevraagde wijzigingen hebben geen gevolgen voor de aspecten waterbesparing, afvalpreventie, verkeer en vervoer, geluid, bodem, bedrijfsafvalwater en veiligheid. Deze aspecten zijn voldoende geregeld in de geldende vergunning. In deze veranderingsvergunning worden daarom voor deze aspecten geen voorschriften gesteld, maar wordt verwezen naar de voorschriften bij de revisievergunning van 12 mei 2022.
2.3.
Besluit activiteiten leefomgeving
De MBA(‘s) waarvoor vergunning is aangevraagd, passen binnen de reikwijdte van de aanwijzing van de vergunningplicht. Daarnaast vinden binnen de locatie geen MBA’s plaats, die niet vergunningplichtig zijn. Dit kan worden verklaard doordat de MBA het exploiteren van een Sevesoinrichting van toepassing is, de vergunningplicht voor de gehele inrichting en dus ook voor alle functioneel ondersteunende activiteiten geldt, dus ook voor MBA’s die bij niet complexe bedrijven meldingsplichtig zouden zijn.
11
Wel gelden er vanuit het Bal een aantal algemene regels. Er moet worden voldaan aan de volgende paragrafen/artikelen uit het Bal: • Paragraaf 3.2.1: stookinstallaties • Paragraaf 3.2.8: opslagtank voor vloeistoffen (diesel) • Paragraaf 4.2: een Seveso-inrichting • Paragraaf 5.2.1: eindonderzoek bodem • Paragraaf 5.4.1: verduurzaming van het energiegebruik Daarnaast moet ook worden voldaan aan de voorschriften uit het omgevingsplan: •
Paragraaf 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig van een bodembeschermende voorziening
2.4.
Zorgplicht
2.4.1.
Algemeen
Artikel 1.6 van de Ow bepaalt dat een ieder bij zijn activiteiten voldoende zorg draagt voor de fysieke leefomgeving. In het meer concrete artikel 1.7 van de Ow is bepaald dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs gevraagd kunnen worden om die gevolgen te voorkomen. Voor zover dat niet mogelijk is, is hij verplicht om die gevolgen zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Als ook dat onvoldoende mogelijk is, is hij verplicht om de activiteiten achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. 2.4.2.
Vangnetfunctie
Het is niet mogelijk, noch wenselijk, alle theoretisch mogelijke activiteiten te reguleren. De algemene zorgplicht fungeert als vangnet. Het vangnet is vooral van belang bij activiteiten of gevolgen van activiteiten die onmiskenbaar in strijd zijn met de zorgplicht, maar die niet nader zijn gereguleerd omdat de wetgever ze niet heeft voorzien. Het kan bijvoorbeeld gaan om activiteiten die in Nederland nog niet voorkomen of om nieuwe technische ontwikkelingen die niet vergunningplichtig zijn en waarvoor de geldende algemene regels niet voldoen. Een ander voorbeeld zijn activiteiten die in het algemeen geen problemen veroorzaken en daarom niet zijn gereguleerd, maar die in specifieke gevallen onacceptabele gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. 2.4.3.
Specifieke zorgplicht
Voor milieubelastende activiteiten zoals omschreven in het Bal geldt naast algemene regels of een eventuele vergunningplicht een specifieke zorgplicht. Deze specifieke zorgplicht staat in artikel 2.11 van het Bal. Hij geldt voor de milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen. Dat betekent dat de specifieke zorgplicht ook geldt voor activiteiten waarvoor in hoofdstukken 4 en 5, die de richtingaanwijzer bij de milieubelastende activiteit uit hoofdstuk 3 aanwijst, voorschriften zijn opgenomen. Artikel 2.11 van het Bal bestaat uit twee delen. Het eerste deel, bestaande uit het eerste lid, verplicht degene die de activiteit verricht om zorg te dragen voor bepaalde milieubelangen. Hoewel de zorgplicht een open norm is en moet blijven, wordt in het tweede deel van het artikel nader geconcretiseerd waaruit die zorgplicht bestaat. Dit geeft een handvat aan degene die de activiteit verricht om de vereiste zorg in te vullen. Het betreft geen uitputtende concretisering. In het algemeen zal de specifieke zorgplicht niet overtreden worden indien de activiteit op de gebruikelijke manier wordt uitgevoerd. De specifieke zorgplicht verbiedt handelingen waarvan duidelijk is dat deze niet toegestaan kunnen worden en iedereen zou moeten weten dat ze niet door de beugel kunnen.
Aan deze vergunning zullen geen voorschriften worden verbonden voor activiteiten of aspecten, die reeds voldoende worden gedekt door de specifieke zorgplicht. Dit is in het volgende hoofdstuk uitgewerkt.
12
2.5.
Plaatsen van een warmwatertank
De aanvraag betreft uitsluitend het plaatsen van een warmwatertank ten behoeve van de wasinstallatie. Er is geen sprake van nieuwe activiteiten. Op het terrein is een wasplaats aanwezig voor het wassen en reinigen van tankwagens en om tanks, eigen materieel en tanks die gelost hebben te reinigen of te spoelen. Tevens kunnen op de wasplaats, verpakkingen en minitanks gereinigd en gespoeld worden. Voor deze activiteit is een hoge druk-reiniger (gas gestookt) aanwezig. Bij de wasplaats wordt een, geïsoleerde, warmwatertank geplaatst met een inhoud van 120 m3. Deze tank bevat een werkvoorraad warm water, die gebruikt wordt bij het spoelen en reinigen van de tanks en eigen materieel. Het water wordt verwarmd middels een aantal elektrische verwarmingselementen. De verwarmingselementen worden gevoed door de energie van de zonnepanelen. Als de zonnepanelen onvoldoende stroom leveren, kan de energie uit het net gehaald worden in de daluren. Door de energie van de zonnepanelen te gebruiken wordt de opgewekte energie nuttig gebruikt voor het verwarmen van water, in plaats van terug leveren aan het net. Het water heeft naar schatting een temperatuur van circa 40 tot 50 graden Celsius. Dit is ruim voldoende voor de meeste reinigingsactiviteiten. Het plaatsen en gebruiken van een warmwatertank heeft geen gevolgen voor de bedrijfsactiviteiten, opslag en handelingen van producten.
Omdat het de opslag van water betreft zijn er geen effecten op de externe veiligheid. Er zijn geen negatieve milieueffecten te verwachten. Het gasverbruik bij de reinigingsactiviteiten zal minder worden doordat water vooral door middel van zonne-energie verwarmd zal worden. Er zullen geen voorschriften worden toegevoegd aan de omgevingsvergunning, omdat het een opslagtank voor water betreft. De voorschriften voor de bouw en de zorgplicht op basis van artikel 2.11 van het Bal worden voldoende geacht.
2.6.
Conclusie
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de milieubelastende activiteiten kan worden geconcludeerd, dat de omgevingsvergunning wordt kan worden verleend. Er worden geen voorschriften toegevoegd aan de omgevingsvergunning. Het voldoen aan de zorgplicht en de voorschriften uit de revisievergunning van 12 mei 2022 worden voldoende geacht.
13
3. BOUWACTIVITEIT (TECHNISCH)
3.1.
Inleiding
Op basis van artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Ow is het verboden om zonder een omgevingsvergunning een bouwactiviteit (technisch) te verrichten. Volgens artikel 2.25 van het Bbl is de vergunningplicht van toepassing voor de bouwactiviteit waarin de aanvraag voorziet. De voorgenomen bouwactiviteit valt niet onder de aangewezen uitzonderingen op basis van artikel 2.27 van het Bbl. In de artikelen 5.18 en 5.20 van de Ow juncto afdeling 8.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) zijn de beoordelingsregels voor een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit opgenomen. De aanvraag is getoetst aan deze beoordelingsregels.
3.2.
Toetsing
Besluit bouwwerken leefomgeving De aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens maken voldoende aannemelijk dat de bouwactiviteit waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven in het Bbl.
3.3.
Conclusie
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de bouwactiviteit zijn wij van oordeel dat de gevraagde vergunning voor de activiteit bouwen (technisch) verleend kan worden. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.
3.4.
Aandachtspunten
•
Het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden moet geschieden overeenkomstig de bepalingen van het Bbl. Dit geldt ook voor vergunningvrije bouwactiviteiten.
•
Wijzigingen in het bouwplan dienen aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor onder andere het bouwen van een bouwwerk. De wijzigingen kunnen zodanig zijn, dat nieuwe omgevingsvergunningen noodzakelijk zijn.
•
Bij het bouwen dient een veiligheidsafstand aangehouden te worden zoals bedoeld in paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid, versie 2.15. Indien het gebied binnen de veiligheidsafstand niet vrijgehouden kan worden zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om het gevaar te beperken. Meer informatie hierover is terug te vinden op de site https://www.bwtinfo.nl/dossiers/richtlijn-bouw-en-sloopveiligheid.
14
4.
OMGEVINGSPLANACTIVITEIT BOUWEN EN AFWIJKEN VAN DE REGELS IN HET OMGEVINGSPLAN
4.1.
Inleiding
Op basis van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Ow en artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Someren is het verboden om zonder een omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit voor de activiteit bouwen te verrichten. De voorgenomen bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit) valt niet onder vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten op basis van artikel 2.29 van het Bbl of de artikelen 22.27 en 22.36 van het Omgevingsplan. In de artikelen 5.18 en 5.21 van de Ow juncto afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) zijn de beoordelingsregels voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit opgenomen. De aanvraag is getoetst aan deze beoordelingsregels.
4.2.
Toetsing
Het plan is beoordeeld conform het Omgevingsplan zoals dat op de datum van aanvraag van kracht was: 4.2.1
Bouwregels (artikel 22.29 lid 1 onder a Omgevingsplan)
Op basis van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt het bestemmingsplan ‘Beheersverordening gemeente Someren - Beheersgebied bedrijventerrein Mortelweg (vastgesteld op 26 juni 2013)’ als deel van het omgevingsplan. Dit vormt het beoordelingskader. Het perceel waarop gebouwd gaat worden heeft volgens deze verordening de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden – BI’. De aanvraag is getoetst aan de voorschriften van deze beheersverordening. Hieruit is gebleken dat de ingediende aanvraag niet past binnen de voorschriften van deze beheersverordening. Artikel 3 (Bedrijfsdoeleinden - BI), hoofdstuk III (Bebouwingsvoorschriften), lid 1 onder c bepaalt dat de toegelaten bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 10 meter. De aanvraag gaat uit van een hoogte van 14,8 meter en daarom is er sprake van strijd met deze beheersverordening. Het is niet mogelijk om met toepassing van artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl deze activiteit te vergunnen. Er is sprake van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: bopa). 4.2.2
Welstand (artikel 22.29 lid 1 onder b Omgevingsplan)
De aanvraag is getoetst aan het welstandsbeleid van de gemeente Someren. Uit de toetsing is gebleken dat het bouwplan is gelegen in een welstandsvrij gebied. 4.2.3
Bodem (artikel 22.29 lid 1 onder c Omgevingsplan)
Op basis van artikel 5.89g van het Bkl is geen bodemonderzoek voorgeschreven omdat hier geen sprake is van een bodemgevoelig gebouw.
4.3.
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa)
De aanvraag voorziet in het gebruik van gronden voor de realisatie van een bouwwerk in strijd met het Omgevingsplan. De strijdigheid betreft het overschrijden van de maximaal toegestane hoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. In artikel 8.0a van het Bkl staan de beoordelingsregels voor een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking hebbende op een omgevingsplanactiviteit. In het tweede lid van artikel 8.0a van het Bkl staat dat de omgevingsvergunning kan 15
worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.4.
Projectbeschrijving
De aanvraag voorziet in het plaatsen van een watertank op een onderconstructie.
4.5.
Beschrijving van de huidige en nieuwe situatie
Op de locatie staan al een aantal gebouwen en bouwwerken. Op basis van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt de ‘Beheersverordening gemeente Someren - Beheersgebied bedrijventerrein Mortelweg (vastgesteld op 26 juni 2013)’ als deel van het Omgevingsplan. Dit vormt het beoordelingskader. Artikel 3 (Bedrijfsdoeleinden - BI), hoofdstuk III (Bebouwingsvoorschriften), lid 1 onder c bepaalt dat de toegelaten bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 10 meter. De aanvraag gaat uit van een hoogte van 14,8 meter en daarom is er sprake van strijd met deze beheersverordening. De beheersverordening biedt geen binnenplanse afwijkmogelijkheden en daarom is hier sprake van een bopa.
4.6.
Toetsing aan beleid (rijk, provincie, gemeente)
Aard en omvang van de afwijking zijn zodanig beperkt dat deze niet te relateren is aan provinciaal- of rijksbeleid waardoor geen strijdigheid is vastgesteld. Het plan waarin de aanvraag voorziet is enkel strijdig met het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in het Omgevingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren heeft op 20 november 2025 in een advies aangegeven medewerking te willen verlenen aan het afwijken van het omgevingsplan voor het plaatsen van een watertank met een hoogte van 14,8 meter.
4.7. 4.7.1
Aspecten fysieke leefomgeving Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
De aanvraag moet worden beoordeeld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Bkl zijn de aspecten benoemd die in dit kader dienen te worden beoordeeld. De activiteit waarin de aanvraag voorziet, het overschrijden van het maximaal toegestane bouwhoogte in het Omgevingsplan, heeft enkel een mogelijke relatie met ‘Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed’ en de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ zoals bedoeld in de paragraaf 5.1.5 van het Bkl. Uit de beoordeling van de aanvraag blijkt dat het plan geen significant nadelige gevolgen heeft ten aanzien van de aspecten zoals benoemd in afdeling 5.1 van het Bkl. 4.7.2
Uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving
De activiteit waarin de aanvraag voorziet heeft geen invloed op de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in afdeling 5.2 van het Bkl.
4.8.
Participatie
De gemeenteraad van Someren heeft deze afwijking aangewezen als een geval waarbij sprake is van verplichte participatie bij afwijkingen van het Omgevingsplan en waarbij de uitgebreide procedure van toepassing is. 16
De aanvrager heeft aangegeven dat de direct aangrenzende ondernemers, gevestigd op de percelen grenzend aan het projectgebied en zicht hebben op het project, actief zijn benaderd. Tijdens een bezoek op locatie is het voorgenomen initiatief toegelicht en zijn de situatietekening en aanzichten van het beoogde bouwwerk getoond. Aan de betreffende ondernemers is gevraagd of zij bezwaar of zorgen hebben ten aanzien van het geplande bouwwerk op ons terrein. De aangrenzende ondernemers hebben aangegeven geen hinder of bezwaren te hebben tegen de realisatie en het gebruik van het bouwwerk.
4.9.
Financiële uitvoerbaarheid
Het risico voor financiële uitvoerbaarheid ligt geheel bij de aanvrager. Het achterwege blijven van planrealisatie op het perceel heeft geen gevolgen voor planrealisatie buiten het perceel.
4.10.
Conclusie
Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Wij zijn van oordeel dat de aangevraagde activiteit kan worden vergund met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en voldoet aan het beoordelingskader voor de bopa.
4.11.
Aandachtspunten
•
Wijzigingen in het bouwplan dienen aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor onder andere het bouwen van een bouwwerk. De wijzigingen kunnen zodanig zijn, dat nieuwe omgevingsvergunningen noodzakelijk zijn.
•
Indien er gesloopt wordt waarbij meer dan 10 m3 sloopafval of asbest vrijkomt, dient er conform artikel 7.10 van het Bbl een sloopmelding gedaan te worden, indien deze nog niet reeds is gedaan.
Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en/of bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van de Omgevingswet van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.
17