Bijlage bij raadsinformatiebrief 3, EPR Monitoringsrapportage 2023
Tekst van het document
Eikenprocessierups 2023 MONITORING
2
Eikenprocessierups 2023 MONITORING PROJECTINFORMATIE Datum: 6 december 2023 Versie 1.2 Auteur: Harrie Vaessen
HERMAN VAESSEN TUIN BOOM GROEN Leemvenweg 1 5993 RH MAASBREE 077-4651708
3
VOORWOORD
Dit document beschrijft hoe Herman Vaessen BV, in het kader van de eikenprocessierupsbestrijding 2023, alle monitorings- en bestrijdingswerkzaamheden heeft uitgevoerd. Herman Vaessen BV wil alle gemeentes bedanken voor het in ons gestelde vertrouwen en de prettige samenwerking. Maasbree, december 2023 Harrie Vaessen
4
Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1 1.2 1.3
Aanleiding rapportage Doel Leeswijzer
7 7 7
2. MONITORING 2.1
2.2
2.3
Doel Monitoring 2.1.1. Ontwikkeling rups 2.1.2. Bewustwording 2.1.3. Plaagdruk in kaart brengen 2.1.4. Bepalen go-moment Werkwijze 2.2.1. Stap 1: Risico-inventarisatie 2.2.2. Stap 2: Waarnemen en registreren 2.2.3. Stap 3: Beheersing Monitoringsresultaten 2.3.1. Eerste monitoring & Tweede monitoring 2.3.2. Derde monitoring 2.3.3. Vierde monitoring 2.3.4. Preventieve bestrijding
9 9 9 9 9 10 12 12 13 14 15
3. MEDIABERICHT: ECHTPAAR STELT GEMEENTE EN BEDRIJF AANSPRAKELIJK VOOR OVERLIJDEN EN VERWONDING PAARDEN 17 4. MEDIABERICHT: STABILISERING EIKENPROCESSIEVLINDERS OP LAAG NIVEAU; KENNIS GRONDNESTEN GEBUNDELD 19 5. MEDIABERICHT: WEER MINDER EIKENRPOCESSIERUPSEN, HOEVEEL NESTEN ZITTEN ER IN DE EIKEN IN JOUW BUURT 25 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1 6.2
Conclusies Aanbevelingen 6.2.1. Aanbevelingen voorgaande jaren 6.2.2 Nieuwe aanbevelingen
7. BIBLIOGRAFIE
31 32 33
35
5
1
Hoofdstuk
6
Inleiding 1.1 AANLEIDING
In 2023 heeft de eikenprocessierups wederom voor weinig problemen gezorgd. Het afnemen van de rupsen en het structureel preventief bestrijden zijn de redenen dat de overlast in 2023 beperkt is gebleven. Ten behoeve van een goed beheerprotocol voor de bestrijding van de eikenprocessierups is een vroegtijdige aanpak essentieel. De kwaliteit van dit beheerprotocol is allesbepalend voor de effectiviteit van de bestrijding. Naast een effectieve bestrijding is het jaarlijks van belang om de resultaten van de monitoring en bestrijding onderling te vergelijken waardoor er conclusies kunnen worden getrokken over ontwikkeling en spreiding van de rups.
1.2 DOEL
Inzicht krijgen in populatie van de eikenprocessierups; • Informeren over zowel de monitoring als de bestrijding van 2023; • Kennisdeling van beide partijen (gemeente en aannemer) wat resulteert in een • structurele aanpak; • Op basis van populatie en risico, beheermaatregelen opstellen; • Verwachte ontwikkeling van de Processierups voor de komende periode • inzichtelijk maken.
1.3 LEESWIJZER
Hoofdstuk 2: Belangrijkste onderdeel van dit hoofdstuk zijn de monitoringsresultaten. Hierin wordt beschreven in welke mate de rupsen aanwezig zijn op de vastgestelde monitoringsmomenten en monitoringslocaties. Hoofdstuk 3: Mediabericht: Echtpaar stelt gemeente en bedrijf aansprakelijk voor overlijd en verwonding paarden. Hoofdstuk 4: Mediabericht: Stabilisering eikenprocessievlinders op laag niveau: kennis grondnesten gebundeld. Hoofdstuk 5: Mediabericht: Weer minder eikenprocessierupsen, hoeveel nesten zitten er in de eiken in jouw buurt? Hoofdstuk 6: Een eindreflectie van alle werkzaamheden, conclusies, aanbevelingen en een uiteenzetting van go-momenten.
7
2
Hoofdstuk
8
Monitoring 2.1 DOEL MONITORING
Het hoofddoel van de monitoring is het op een maatschappelijk verantwoorde manier beperken van de overlast van de eikenprocessierups. Zonder een goede monitoring is dit doel niet te realiseren. Dit is te definiëren in verschillende subdoelen die tezamen het hoofddoel zullen bereiken:
2.1.1. ONTWIKKELING RUPS
Het in kaart brengen van de ontwikkeling van de rups van voorgaande jaren, dit jaar en wellicht de komende jaren zorgt voor een gerichte bestrijding.
2.1.2. BEWUSTWORDING
Het is belangrijk dat zowel de burger als de politiek op de hoogte wordt gesteld van de noodzaak van het bestrijden. Door de monitorings- en bestrijdingsresultaten te overhandigen aan politiek en burgers zal de bewustwording gestimuleerd worden.
2.1.3. PLAAGDRUK IN KAART BRENGEN
Monitoringsresultaten zorgen ervoor dat de verwachte plaagdruk in kaart gebracht kan worden. Om deze verwachting te onderbouwen zijn de volgende drie zaken belangrijk: • Beoordeling eilegsel; • Stadium van de rupsen; • Bladontwikkeling van de boom. De rupsen dienen uit het eilegsel te zijn en voldoende actieve vraat te vertonen. Hierbij dient de Eik een bladmassa van 30% tot 50% te hebben om een effectieve bestrijding te bewerkstelligen
2.1.4. BEPALEN GO-MOMENT
Alle verzamelde informatie tijdens de monitoringsfase resulteert in het vaststellen van het ‘go-moment’. Dit is de exacte datum waarop de preventieve bestrijding van de eikenprocessierups van start zal gaan.
2.2 WERKWIJZE
Herman Vaessen BV voert de werkzaamheden met betrekking tot de eikenprocessierupsbestrijding uit conform de ‘Leidraad beheersing Eikenprocessierups’ editie 2022 van het ministerie van LNV. Hierin staan verschillende stappen beschreven waaraan de werkwijze dient te voldoen.
2.2.1. RISICO-INVENTARISATIE
Waar liggen de gevoelige beplantingen? Waar kunnen gezondheidsrisico’s optreden? Waar gelden beperkingen voor de bestrijding in verband met ecologische risico’s? Dat zijn allemaal vragen die gesteld dienen te worden wanneer het gaat om het in kaart brengen van de risico’s.
9
De gevoelige beplantingen zijn monoculturen van eiken, met name de inlandse zomereik (Quercus robur), moseikd (Quercus cerris) en Amerikaanse Eik (Quercus rubra). In 2020 is bij 65.000 niet behandelde eiken in Nederland gekeken naar de mate van aantasting van de eikenprocessierups. In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste soorten opgesomd.
Figuur 1: Mate van voorkomen van nesten eikenprocessierups in de verschillende eikensoorten. (bron: batenburg 2022)
De mate waarin gezondheidsrisico is een rol spelen is geheel afhankelijk van de gebiedseigenschappen waarin de desbetreffende eikenboom zich bevindt. Wanneer deze gelokaliseerd is in een drukke woonwijk waar constant mensen zijn, is het risico uiteraard groot. Wanneer het om een Eik gaat in een afgelegen bosrand is het risico uiteraard kleiner en kunnen er afwegingen gemaakt worden in prioriteit. Sinds een aantal jaar wordt er gebruik gemaakt van het biologische bestrijdingsmiddel Xentari WG waardoor er onbedoeld ook andere vlindersoorten worden bestreden. Om dit te voorkomen worden aanwezige vlindergebieden, geregistreerd door de vlinderstichting, in kaart gebracht zodat er geen onwenselijke situaties ontstaan.
2.2.2. WAARNEMEN EN REGISTREREN
Elk jaar zijn er een 4-tal momenten waarop gemonitord wordt. Met de eerste 3 monitoringsmomenten wordt het go-moment bepaald en met de vierde ronde wordt de effectiviteit van de bestrijding beoordeeld. Hieronder een uiteenzetting van de monitoringsmomenten. Moment 1: Het merken van de bomen met ei-afzettingen; Moment 2: Het beoordelen van de voortgang van het legsel; Moment 3: Het nogmaals beoordelen van het legsel en bladmassa. Hieruit wordt het go-moment bepaald; Moment 4: Het beoordelen van het effect van de bestrijding. Uit de risicoanalyse worden diverse monitoringslocaties vastgelegd waar een uitgebreide monitoring wordt uitgevoerd. Op deze locaties wordt de potentiële plaagdruk in kaart gebracht door middel van waarnemen en registreren voorafgaand, gedurende en na afloop van het plaagseizoen.
10
Gemeente Leudal 1. Haardstraat, Neeritter 2. Meidoornstraat / Bussstraat, Ell 3. Beemderhoekweg, Baexem 4. Op de Stap, Baexem
Gemeente Nederweert 32. Sluppevenweg, Ospel 33. Houtsberg 1, Nederweert Gemeente Nuenen 34. Langhei, Nuenen 35. Wettenseind/Geldropsedijk, Nuenen 36. Lissevoort, Nuenen
Gemeente Echt-Susteren 5. Baakhovenweg, Susteren 6. Ingelstraat, Roosteren 7. Bos en Broek, Echt
Gemeente Valkenswaard 37. De Vest, Valkenswaard 38. Kapelweg, Valkenswaard 39. Berkheuvels, Valkenswaard
Gemeente Roermond 8. Maasstraat, Herten 9. Vlinkensbroek, Boukel Gemeente Peel & Maas 10. Eerenbeemd, Meijel 11. Slinkstraat, Panningen 12. Vredepeelweg / Zandpad, Beringe
Gemeente Eindhoven 40. ESO 41. Park Forum
Gemeente Maasgouw 13. Wessemerdijk, Heel 14. Baexemerweg, Beegden Gemeente Weert 15. Horsterweg 88, Stramproy 16. Heilhuisweg, Altweerterheide 17. Galgenbergweg, Weert 18. Kruising Bocholterweg, Weert Gemeente Beesel 19. Burg. Janssenstraat, Beesel 20. Bergerhofweg, Beesel Gemeente Geldrop-Mierlo 21. Mackenziestraat, Geldrop 22. Mierloseweg, Mierlo Gemeente Asten 23. Busserdijk, Ommel 24. Keizersdijk, Asten 25. Heesakkerweg, Asten 26. Rinkveld, Asten 27. Meijelsweg, Heusden 28. Weerterbaan, Asten Gemeente Someren 29. Stevensvaartje, Someren 30. Houtbroekdijk, Someren 31. Kempenweg, Someren 11
Afbeelding 1: Locaties monitoring (bron: Google Maps)
2.2.3. BEHEERSING
De verzamelde informatie in monitoringsronde 1,2 en 3 resulteert in een go-moment. Het go-moment is niets anders dan een startdatum voor de bestrijdingswerkzaamheden waardoor de bestrijding zo effectief mogelijk zal zijn. En dat is waar de hele monitoring om draait: een efficiënte en effectieve bestrijding.
2.3 MONITORINGSRESULTATEN
Ook dit jaar hebben er 4 monitoringsrondes plaatsgevonden (3 vóór aanvang van de bestrijding en 1 na de bestrijding). Hierbij is de hele ontwikkeling van de rupsen geregistreerd en geanalyseerd van ei tot larve en van bestrijding tot effectiviteitscontrole.
2.3.1. EERSTE EN TWEEDE MONITORING Op maandag 27 maart 2023 (week 13) is ons monitoringsteam gestart met het monitoren van de eikenbomen op de diverse locaties. Ook dit jaar is er weer in een groot gebied gemonitord, namelijk in diverse gemeentes in midden- en noord Limburg en diverse gemeentes in Brabant (zie afbeelding 1). Hierdoor krijgen we ook dit jaar weer een goed beeld van de verwachte plaagdruk. In 2023 heeft Herman Vaessen voor 15 gemeentes op ca. 40 locaties verschillende eilegsels gemonitord. Tijdens de eerste monitoringsronde zijn bij de gemarkeerde bomen eilegsels aangetroffen (zie foto 2). 12
Figuur 2: Temperatuurverloop maart en april 2023 (bron: KNMI)
In tegenstelling tot vorig jaar was de temperatuur dit jaar aan de lage kant met als gevolg dat de ontwikkeling behoorlijk achter blijft. Tijdens de tweede monitoringsronde is de temperatuur relatief laag gebleven. Waar we verwacht hadden dat de eerste eilegsel rond pasen zouden uitkomen, was dit niet het geval.Dit heeft ervoor gezorgd na de relatief warme periode eind maart, de ontwikkeling begin april gelijk tot wat achter bleef. Begin april zijn grotendeels (ca. 80%) van de eilegsels nog inactief. Uiteindelijk hebben we op dinsdag 18 april de eerste rupsjes weer aangetroffen uit het legsel.Vorig jaar was dit op 4 april. Een significant verschil dus van 14 dagen. Daardoor zal het go- moment ook verschuiven. De bladbezitting aan de bomen is nog zeer minimaal. Deze dient minimaal 30% tot 50% te zijn. Dit percentage zal waarschijnlijk over 2-3 weken gehaald worden. Dit is wederom afhankelijk van de temperatuur overdag en in de nacht.
2.3.2. DERDE MONITORING - BEPALEN GO-MOMENT
Tijdens de derde monitoringsronde zien we dat er steeds meer activiteit is bij de eilegsels (week 16/17). Het overgrote deel van de eilegsels is inmiddels uitgekomen. Door de warme temperaturen overdag hebben uiteindelijk alle gemarkeerde eilegsels eind week 17 hun eilegsel verlaten.
13
Afbeelding 2: EPR in Asten.
Afbeelding 3: EPR in Asten.
Afbeelding 4: EPR in Asten.
Ondanks het warme weer overdag, zijn de nachten nog fris eind april. Hierdoor is de bladbezetting bij enkele bomen nog niet optimaal halverwege week 16. Het grotendeel van de bomen daarin tegen heeft inmiddels volgende blad ontwikkeld.
GO-MOMENT
Tijdens de monitoring in week 16/17 is er op de meeste locaties voldoende blad geconstateerd. De bestrijding kan hierdoor starten. Het go-moment voor 202 is vastgesteld op maandag 01 mei (week 18). Dit is 5 dagen later dan de bestrijding van vorig jaar en is rond dezelfde tijd periode als in 2021. Onderstaand een overzicht van de Go-momenten van de afgelopen 5 jaar: • 2022 maandag 25 april (week 17) • 2021 maandag 3 mei (week 18); • 2020 maandag 20 april (week 17); • 2019 woensdag 24 april (week 17); • 2018 donderdag 26 april (week 17); • 2017 vrijdag 21 april (week 16);
2.3.3. VIERDE MONITORING
Wederom heeft er een zeer effectieve bestrijding plaatsgevonden uitgaande van de resultaten voortkomend uit de vierde monitoringsronde. In vergelijking met voorgaande jaren kunnen we concluderen dat het gomoment van dit jaar vrij gemiddeld is. Zo blijkt wederom dat een goede monitoring ten behoeve van het bepalen van het go-moment van groot belang is.
14
Ook dit jaar is er duidelijk te zien dat waar Herman Vaessen BV het volledige beheer (monitoring, advies, preventieve & curatieve bestrijding) uitvoert, curatieve behandelingen relatief laag zijn.
2.3.4 PREVENTIEVE BESTRIJDING:
Herman Vaessen BV heeft in de 2023 geen preventieve bestrijding middels nematoden uitgevoerd. Daar geen enkele opdrachtgever voor deze optie heeft gekozen. De bestrijding met Xentari is dit jaar gestart op maandag 01 mei. Met 17 speciaal uitgeruste EPR-bestrijdingsploegen werd er circa 20 uur per dag gewerkt bij diverse particulieren, bedrijven, instellingen en gemeentes. De preventieve bestrijdingsperiode duurt ongeveer 5-6 weken en is vlekkeloos verlopen.
Afbeelding 5: Start preventieve bestrijding
15
3
Hoofdstuk
16
Echtpaar stelt gemeente en bedrijf aansprakelijk voor overlijden en verwonding paarden In Bergeijk overleed vorig jaar mei een merrie en een drachtige merrie raakte gewond. Volgens de eigenaar, een echtpaar uit Bergeijk, zijn de paarden op hol geslagen door het geluid en het felle licht van een tractor die de eikenprocessierups aan het bestrijden was. Het echtpaar uit Bergeijk stelt de Gemeente en het bedrijf dat de bestrijding uitvoerde aansprakelijk. Dat meldt Omroep Brabant. Door Maud de Bruijn De eigenaren hebben een schadeclaim ingediend, waarvan de hoogte niet bekend is gemaakt. De rechtbank in Den Bosch heeft zich afgelopen dinsdag over de zaak gebogen en doet in januari een uitspraak. Het leed had volgens hen voorkomen kunnen worden als zij vooraf geïnformeerd waren wanneer de processierups bestreden zou worden. Volgens de gemeente gebeurt dit al jaren en worden de bewoners geïnformeerd via de gemeentelijke website, via Facebook en doormiddel van een huis-aan-huisblad. Volgens het echtpaar niet duidelijk wanneer de bestrijding precies plaatsvindt. Verder gebruiken ze geen Facebook en wordt het weekblad niet bij hun bezorgd.
SCHADECLAIM
De eigenaren hebben een schadeclaim ingediend, waarvan de hoogte niet bekend is gemaakt. De overleden merrie overleed aan koliek, volgens de eigenaren veroorzaakt door de stress van de bestrijding. De gemeente heeft daar vraagtekens bij. De gewonde merrie is inmiddels weer aan de beterende hand. De rechtbank in Den Bosch heeft zich afgelopen dinsdag over de zaak gebogen en doet in januari een uitspraak.
Afbeelding 6: Processierupsnest in boom.
17
4
Hoofdstuk
18
Stabilisering eikenprocessievlinders op laag niveau; kennis grondnesten gebundeld 25-OKT-2023 - De afgelopen maanden is het aantal eikenprocessievlinders gemonitord. De aantallen zijn net als vorig jaar laag, met in het noorden de hoogste dichtheden. Op basis van deze vlinderdichtheid koersen we aan op een lage plaagdruk van de eikenprocessierupsen in 2024. Maar uit een nieuw rapport blijkt dat rupsen lang in grondnesten kunnen blijven en misschien toch nog voor verrassingen kunnen zorgen. In de ongeveer 2100 feromoonvallen die afgelopen maanden door heel Nederland hingen, werden gemiddeld tien eikenprocessievlinders per val gevangen. De vallen bevatten feromonen (sekslokstoffen) die mannetjes aantrekken. Het aantal vlinders per val geeft een indicatie voor hoeveel eitjes er afgezet zijn door de vrouwtjes en hoe groot de plaagdruk het volgende voorjaar kan zijn. Het aantal vlinders dit jaar ligt landelijk 16 procent hoger dan de 8,5 vlinders per val van vorig jaar. De toename is echter niet statistisch significant. De gemiddelde vlinderdichtheid in de noordelijke provincies (Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel, Flevoland) lag met veertien vlinders per val beduidend hoger dan het gemiddelde van 1,6 vlinders per val in de overige provincies.
Het aantal vlinders was veel lager dan het landelijk gemiddelde van 73 vlinders per val in 2018 (zie de blauwe lijn in de onderstaande grafiek en de kaart met de animatie van het verloop van het gemiddeld aantal vlinders per jaar per provincie in de jaren 2016 tot en met 2023).
LAGE PLAAGDRUK DIT JAAR
Dit jaar zijn in zeven procent van de eiken nesten aangetroffen van de eikenprocessierupsen (op basis van een inventarisatie van zo’n honderdduizend eiken zonder bespuitingen met bacteriën of nematoden). Dat was iets lager dan de negen procent in 2022 en veel lager dan de 53 procent in het piekjaar van 2019 (zie rode lijn in bovenste figuur). Met zeven procent kan men spreken van een lage plaagdruk in 2023. Ondanks dat de plaagdruk gemiddeld over het land laag was, zijn er op een aantal locaties toch grote aantallen rupsen aangetroffen. Het zijn vooral de noordelijke provincies waarbij in de door eik gedomineerde gebieden de incidentele zware aantastingen zijn waargenomen. Incidenteel worden ook in Zuid Holland zwaar aangetaste eikenclusters nabij snelwegen waargenomen. In NoordHolland is voornamelijk een afnemende trend waarneembaar met slechts vier procent aangetaste eiken. Landelijk vergelijkbare cijfers van de plaagdruk van voor het piekjaar 2019 zijn helaas niet beschikbaar.
19
Figuur 3: Blauwe lijn: verloop van het gemiddeld aantal vlinders per feromoonval sinds 2012 (in 2020 werkten de feromonen niet). Rode lijn: percentage eiken met eikenprocessierups sinds 2019 (Bron: Kenniscentrum Eikenprocessierups)
PROGNOSE 2024: LAGE PLAAGDRUK MAAR GRONDNESTEN ZIJN EEN ONZEKERE FACTOR
Op basis van het lage aantal eikenprocessierupsen en het lage aantal vlinders verwachten we voor volgend seizoen wederom een lage plaagdruk. Daar waar lokaal wel hoge aantallen vlinders gevangen zijn, moet er rekening gehouden worden met een flinke plaagdruk. Er zijn verder wel een paar factoren die voor een hogere landelijke plaagdruk kunnen zorgen dan wat we op basis van het aantal vlinders kunnen verwachten. Allereerst regende het veel tijdens de vliegperiode. Bij veel regen vliegen de vlinders minder ver. Als ze minder ver vliegen, is de kans ook minder groot dat ze een feromoonval tegenkomen. Het gevolg is dat de vrouwtjesvlinders dichter bij elkaar hun eitjes afzetten in de eiken, waardoor meer variatie in de plaagdruk ontstaat met lokaal een hogere plaagdruk. In gebieden met meer dan vijf vlinders per feromoonval is het advies om een gerichte inspectie uit te voeren in het komende rupsenseizoen.
IN VERLENGDE DIAPAUZE IN DE GROND
Eikenprocessierupsen die in een verlengde diapauze (verlengde rustfase) in de grond zitten, en onverwacht volgend jaar juni tevoorschijn komen, vormen een tweede factor die tot meer plaagdruk zou kunnen leiden dan verwacht. Dat blijkt onder andere uit een nieuw rapport: Grondnesten eikenprocessievlinder Thaumetopoea processionea en verlengde diapauze (pdf: 13,01 MB). Tot nu toe gingen we ervan uit dat een eikenprocessierups vooral in hetzelfde jaar dat het uit het eitje komt zich na zes larvale stadia verpopt tot vlinder die weer in de periode van eind juli tot eind september eitjes afzet waarna de eitjes overwinteren. Het blijkt echter dat een deel van de rupsen onder de grond kruipt om daar in een rustfase te gaan. Dit doen ze als ze het vierde larvestadium bereikt hebben. Dit is 20
Afbeelding 7: Mannetje eikenprocessievlinder (Bron: Silvia Hellingman)
het stadium waarin ze net de beruchte brandharen hebben gekregen. Deze rupsen komen waarschijnlijk pas in juni van het volgende jaar tevoorschijn. Dat is het moment waarop een eventuele bespuiting met nematoden of een bacteriemengsel al heeft plaatsgevonden. Omdat ze brandharen hebben, is het niet meer mogelijk om bij een hoge plaagdruk een bespuiting uit te voeren. Dan is wegzuigen van rupsen en nesten de enige methode om de plotselinge toename in plaagdruk te verminderen.
21
Afbeelding 8: Rupsen uit grondnesten (Bron: Silvia Hellingman)
RECORDWARM, KAALVRAAT EN MEELDAUW
Het is helaas niet duidelijk hoeveel rupsen er waar in de bodem in een verlengde diapauze zitten en hoelang ze daar blijven. Ook is niet helemaal duidelijk bij welke omstandigheden de rupsen besluiten om de grond in te kruipen. Dat kan als het heel heet is, maar ook als er te veel natuurlijke vijanden zijn of als er te weinig voedsel is. Vanaf het moment van uitlopen van de eiken in mei heeft dit jaar op grote schaal kaalvraat plaatsgevonden door allerlei andere rupsen en larven van bladwespen met voedselgebrek tot gevolg. Juni dit jaar is de warmste juni ooit geweest. Dat kan eikenprocessierupsen getriggerd hebben om de grond in te gaan. Eind juni liepen de eiken voor een tweede keer uit, maar het eikenblad werd toen op grote schaal aangetast door meeldauw. Door deze aantasting nam de voedselkwaliteit van het eikenblad sterk af. Er waren dus drie factoren die de vorming van grondnesten gestimuleerd kan hebben. Maar of en op welke schaal dit ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is onduidelijk. In het nieuwe rapport beschrijven Silvia Hellingman en Arnold van Vliet ook dat de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups tegelijkertijd met de rupsen de bodem in trekken. Allerlei sluipvliegen en sluipwespen kropen ook uit de onderzochte grondnesten tevoorschijn.
De rupsen lijken dus maar voor een deel aan hun natuurlijke vijanden te kunnen ontsnappen als ze de bodem in kruipen.
22
Afbeelding 9: Meeldauw bij zomereiken in 2023 (Bron: Henry Kuppen)Kaalvraat zomereiken 2023 (Bron: Henry Kuppen)
HOE LANG IN VERLENGDE DIAPAUZE?
Van de dennenprocessierups is bekend dat ze negen jaar lang in verlengde diapauze kunnen blijven. Bij de eikenprocessierups is daar nooit uitgebreid naar gekeken. Het staat wel vast dat het langer is dan eerder gedacht, en dat de levenscyclus veel variabeler en complexer in elkaar zit dan werd verondersteld. In het rapport worden de verschillende varianten beschreven die nu bekend zijn. De meest complexe is de levenscyclus waarbij de eitjes die in jaar 1 gelegd worden in jaar 2 in het voorjaar uitkomen. De rupsen ontwikkelen zich dan tot het vierde larvestadium waarna ze als rups in de grond kruipen en daar in verlengde diapauze gaan. In jaar 3 komen ze in juni tevoorschijn waarna ze zich verder ontwikkelen tot het zesde larvestadium. Ze kruipen dan weer de bodem in om daar in de grondnesten te verpoppen en voor de tweede keer in een verlengde diapauze gaan om in jaar 4 als vlinder uit de grond te kruipen. Overigens is een deel van de rupsen die in jaar 3 de grond in gekropen zijn nog niet in jaar 4 uitgevlogen. Het is nog afwachten of en wanneer die alsnog uit gaan vliegen. Duidelijk is in ieder geval dat het belangrijk is om jaarrond de populatieontwikkeling te volgen middels nestinspecties en feromoonvalmonitoring om zo de eikenprocessierups beheersbaar te houden en overlastsituaties zo veel mogelijk te voorkomen. Verdere verrassingen moeten we niet uitsluiten.
23
5
Hoofdstuk
24
Weer minder eikenprocessierupsen, hoeveel nesten zitten er in de eiken in jouw buurt? 6-JUL-2023 - Tot nu toe zijn in 8 % van de eiken eikenprocessierupsen aangetroffen en wordt er lokaal overlast gemeld. Om meer inzicht in de variatie in plaagdruk te krijgen vragen we om van minimaal 30 eiken in jouw buurt door te geven hoeveel nesten je ziet en hoe groot deze nesten zijn. Met deze plaagdrukinformatie kunnen we onder andere voorkomen dat boomeigenaren onnodig de eikenprocessierups bestrijden. In de zomermaanden is relatief eenvoudig een goede schatting van de eikenprociessierupsplaagdruk te maken. Uit een voorlopige inventarisatie van 120 duizend eiken in ruim 25 gemeenten blijkt dat er maar in 8 procent van de bomen eikenprocessierupsen worden aangetroffen. Dat is minder dan de 11 procent van vorig jaar. We hadden al een verdere daling verwacht omdat er afgelopen najaar beduidend minder eikenprocessievlinders werden aangetroffen dan het jaar ervoor. Ondanks de afname zijn er diverse hotspots bekend waar lokaal heel veel eikenprocessierupsen worden waargenomen en de aantallen tot overlast leiden
INVENTARISEER HET AANTAL EIKEN MET EIKENPROCESSIERUPSNESTEN BIJ JOU IN DE BUURT
Om beter inzicht te krijgen in de variatie in plaagdruk roepen we vrijwilligers, maar ook gemeenten en boombeheerders, op om van zoveel mogelijk eiken minimaal dertig - door te geven of er eikenprocessierupsen in zitten. Je telling kun je doorgeven op straat-, wijk, of gemeenteniveau via een speciaal online formulier. Gemeenten die voor de hele gemeente al een eigen inventarisatie hebben gemaakt, kunnen dus eenvoudig de totalen voor de hele gemeente invoeren. Op de plaagdrukkaart is vervolgens te zien wat de plaagdruk in de geïnventariseerde gebieden is. De waarnemingen worden automatisch één keer per dag bijgewerkt in de kaart
25
Afbeelding 10: Registratieformulier plaagdruk eikenprocessierups (Bron: Kenniscentrum Eikenprocessierups)
NESTGROOTTE: TENNISBAL, VOETBAL OF DEKEN
Indien mogelijk vragen we om bij de inventarisatie onderscheid te maken tussen nesten van verschillende omvang: nesten ter grootte van een tennisbal, voetbal of deken. In onderstaande foto’s wordt duidelijk gemaakt wat daarmee bedoeld wordt. Uiteraard zijn er nesten die tussen deze formaten in zitten. Kies dan de categorie die er het dichtst bij zit. Tip: gebruik een telformulier, zie bijvoorbeeld dit worddocument (30,5 KB) waarop je tijdens de inventarisatie per boom aangeeft of er één of meerdere nesten in de boom zitten en hoeveel nesten er van elke categorie zijn. Bij het doorgeven van je waarnemingen in het online registratieformulier hoef je alleen de totalen van alle getelde bomen per gebied door te geven.
26
Afbeelding 11: REikenprocessierupsnesten van tennisbalformaat (Bron: Silvia Hellingman en Arnold van Vliet)
Afbeelding 12: Eikenprocessierupsnesten van voetbalformaat (Bron: Henry Kuppen en Silvia Hellingman)
27
Afbeelding 13: Eikenprocessierupsnesten van dekenformaat (Bron: Silvia Hellingman en Henry Kuppen)
BESPOTEN BOMEN APART REGISTREREN
We vragen daarnaast aan gemeenten om voor bomen waar bespuiting heeft plaatsgevonden, of waar maatregelen zijn genomen om natuurlijke vijanden te stimuleren, een aparte inventarisatie te maken. Aangezien vrijwilligers deze gegevens niet hebben, hoeven zij daar geen rekening mee te houden.
TIPS BIJ HET TELLEN
Houd bij het tellen rekening met de volgende punten: • Eikenprocessierupsen hebben op dit moment brandharen. Houd dus zo veel mogelijk afstand van de eikenprocessierupsen. • Bedek je lichaam zoveel mogelijk. Ga niet met blote benen en armen en open schoenen de inventarisatie doen. • Ben je onverhoopt toch in aanraking gekomen met eikenprocessierupsharen? Op Processierups.nu lees je wat je moet doen bij huidklachten. • Door de wind kunnen nesten en rupsen uit de bomen gevallen zijn. Hierdoor kunnen brandharen ook rondom de bomen op de grond liggen of in naast liggende percelen, zoals weilanden waar dieren grazen, terecht zijn gekomen. Indien oude nesten vorig jaar niet verwijderd zijn, kunnen die ook rondom de bomen op de grond liggen. • Let op het verkeer in de directe omgeving. • Neem een verrekijker mee om ook eikenprocessierupsen hoger in de bomen te observeren. • Doe de inventarisatie overdag. In de loop van de avond verlaten de rupsen in processie de nesten om bovenin de boom te gaan eten. Dan zijn de nesten en de omvang ervan moeilijker te onderscheiden. • Het is soms moeilijk om de hele boom te bekijken. Tel alleen de nesten die je kunt zien. Om inzicht in de plaagdruk te krijgen, is het niet heel erg als er af en toe een nest gemist wordt. 28
• Bekijk minimaal dertig bomen. Hoe meer bomen er geteld worden, hoe betrouwbaarder de inschatting van de plaagdruk is. • Kies bij voorkeur bomen op verschillende plekken in de gemeente. • Gebruik een telformulier, bijvoorbeeld deze (worddocument; 30,5 KB), waarop je tijdens de inventarisatie per boom aangeeft of er één of meerdere nesten in de boom zitten en hoeveel nesten er van elke categorie zijn. Bij thuiskomst is het dan eenvoudig om de waarnemingen door te geven. Ga naar het formulier om eikenprocessierupsnesten door te geven of de plaagdruk te bekijken. De plaagdrukinventarisatie wordt uitgevoerd door het Kenniscentrum Eikenprocessierups in opdracht van het Kennisplatform Processierups. Nesten uit bomen gewaaid door storm Poly Met de storm Poly is veel schade aan bomen ontstaan en voorts is de kans groot dat veel nesten van eikenprocessierupsen uit de bomen zijn gewaaid. Dit speelt uiteraard met name in gebieden waar er een flinke bezetting van eikenprocessierupsen is. Nog lang niet alle rupsen zijn verpopt. Dat betekent dat ze aan de wandel kunnen gaan en op muren, tuinen of andere bomen terecht kunnen komen. Nesten met verpopte rupsen zijn eveneens gevaarlijk vanwege de brandharen. Let op en meld het. Houd honden en landbouwhuisdieren uit de buurt van omgewaaide eiken of uit de boom gewaaide nesten.
Op wegen kan opspattend water tot overlast leiden als er brandharen/nesten op de weg zijn terechtgekomen.
29
6
Hoofdstuk
30
Conclusies en aanbevelingen 6.1 MONITORING & BESTRIJDING:
Dit jaar is de monitoring weer grootschalig en tijdig ingezet om de verwachte plaagdruk in kaart te brengen en het go-moment te bepalen. De monitoring is uitgevoerd op 40 locaties verspreid over 15 gemeentes in de provincies NoordBrabant en Limburg (midden en noord). Dit zorgt voor een goed verdeeld beeld. Dit jaar waren de eilegsels ten opzicht van voorgaande jaren goed te vinden. Op alle locaties zijn eilegsels gevonden en gemarkeerd. De druk van eilegsels was wel hoger, er werden per boom gemiddeld minder eipakketten gevonden. De temperatuurverloop eind maart en begin april heeft er dit jaar voor gezorgd dat het uitkomen van de eilegsels vrij onregelmatig was. Eind maart was de temperatuur aan de vrij hoge kant, rond 10 graden gemiddeld. Dit zorgde voor een snellere ontwikkeling van de eilegsels. Begin april zakte de temperatuur, naar 5 graden- gemiddeld, waardoor de ontwikkeling van de eilegsels achter tot gelijk bleef (ca. 80% nog inactief begin april). De gemiddelde temperatuur in maart was 7 graden, waar deze normaal 6,5 graden is. Voor April geldt dat deze 8.7 graden was en normaal 9,8 graden. In week 17 zijn alle rupsen uit het eilegsel gekropen. De bladbezitting was eind week 17 voldoende om te starten met de preventieve bestrijding middels Xentari. Op maandag 01 mei 2022 (week 18) is gestart met de preventieve bestrijding.
Dit is 5 dagen later dan in 2022 (zie tabel 2). Dit jaar zijn er gemiddeld landelijk minder Eikenprocessievlinders gevangen. Volgens Naturetoday zijn er gemiddeld 10 eikenprocessievlinders per val gevangen. Het aantal vlinders is daarmee 16% hoger dan de 8,5 vlinders per val vorig jaar. De toename is echter niet statisch significant. De gemiddelde vlinderdichtheid in de noordelijke provincies lag met 14 vlinders beduidend hoger dan het gemiddelde van 1,6 vlinders per val in de overige provincies. Het aantal vlinders was veel lager dan het landelijk gemiddelde van 72 vlinders per val in 2018 (zie grafiek)
ϭϭͲŵĞŝ
ĂƉƌŝů ĂƉƌŝů ĂƉƌŝů ĂƉƌŝů ŵĞŝ ŵĞŝ
ϲͲŵĞŝ ϭͲŵĞŝ ϮϲͲĂƉƌ ϮϭͲĂƉƌ ϭϲͲĂƉƌ ϮϬϬϲ
ϮϬϬϴ
ϮϬϭϬ
ϮϬϭϮ
ϮϬϭϰ
ϮϬϭϲ
Figuur 4: Spreiding van de go-momenten 2008 tot en met 2023
31
ϮϬϭϴ
ϮϬϮϬ
ϮϬϮϮ
ϮϬϮϰ
Net als in 2022 komen we daarmee op het niveau van 2013. Dit betekent dat we kunnen stellen dat de vlinderdicht stabiliseert. Het percentage eiken met Eikenprocessierups was dit jaar met 7% net iets minder dan vorig jaar (9%). Mogelijke oorzaken voor de afname van de eikenprocessierupsen en vlinders volgens Naturetoday zijn: • Gunstige omstandigheden in het voorjaar voor de preventieve bestrijding; • Veel nesten zijn tijdig verwijderd (curatieve bestrijding); • Veel nesten waarvan de vlinders nog niet zijn uitgekomen. Het is nog onduidelijk of en wanneer deze vlinders zullen uitvliegen; • Bevordering van natuurlijke bestrijding zorgt voor een toename van predatie door vogels en roofinsecten.
6.2 AANBEVELINGEN:
Op basis van het lage aantal eikenprocessierupsen en het lage aantal vlinder is voor 2024 wederom een lage plaagdruk te verwachten. Er zijn wel factoren die nog kunnen zorgen voor een hoge plaagdruk. Tijdens de vliegperiode regende het veel, vlinders vliegen dan minder ver. Als ze minder ver vliegen is de kans ook minder groot dat ze een feromoonval tegen komen. Het gevolg is dat de vrouwtjes vlinders dichter bij elkaar hun eitjes afzetten, waardoor lokaal er een hogere plaagdruk kan zijn. Om de plaagdruk de komende jaren ook beheersbaar te houden heeft Herman Vaessen BV enkele aanbevelingen opgesomd ten behoeve van het bestrijden van de eikenprocessierups.
6.2.1. AANBEVELINGEN VOORGAANDE JAREN
De onderstaande aanbevelingen zijn kort de aanbevelingen die wij voorgaande jaren ook hebben benoemd in het rapport. Deze aanbevelingen zijn nog steeds van toepassing. • Indirecte (preventieve) bestrijding: Aantrekken van natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups (d.m.v. bloemrijke bermen, filterkasten etc.). Belangrijk om aanvullend te vermelden is dat het vergroten van de biodiversiteit niet binnen enkele jaren bereikt kan worden. Om dit doel te bereiken is een structurele aanpak van minimaal 10 jaar nodig. • Preventieve bestrijding Nematoden: Bestrijding met Nematoden heeft als voordeel dat de preventieve bespuiting ca. 2 weken sneller kan starten ten opzichte van bespuiting met Xentari. Nematoden kunnen alleen in de avonduren worden toegepast. Dit heeft te maken met het UV-licht waar Nematoden gevoelig voor zijn. Het resultaat van Nematoden ligt op ruim 80% bij 2 bespuitingen. Xentari daarin tegen heeft een resultaat van 99% bij 2 spuitrondes. Welke methode het beste is, zal per locatie uitgezocht moeten worden.
32
• Meer diversiteit in het bomenbestand. Om het risico te beperken is het belangrijk om rekening te houden met de onderstaande diversiteitsrichtlijn die gebaseerd is op de richtlijn van Santamour. o Maximaal 5% van het totale bomenbestand mag van dezelfde soort zijn. o Maximaal 10% van het totale bomenbestand mag van hetzelfde geslacht zijn. o Maximaal 20% van het totale bomenbestand mag van dezelfde familie zijn. • Het beheren van de eikenprocessierups met behulp van filterkasten heeft goede resultaten opgeleverd en heeft de aanbeveling om dit meer toe te passen. De natuurlijke vijanden worden door deze methode gestimuleerd. Op de lange termijn kan dit ervoor zorgen dat er weer een stabiel ecologisch evenwicht staat. • Behalve filterkasten kan men ook op geschikte locaties de nesten laten hagen en deze op natuurlijk verloop zetten. Hierdoor worden de predatoren gestimuleerd in ontwikkeling. Dit komt door het beschikbare voedsel. Deze mogelijkheid heeft men enkel op locaties die hiervoor geschikt zijn. Dit zijn bijvoorbeeld locaties waar het risicoprofiel als laag wordt ingeschat. Men vergroot hierdoor effectief de biodiversiteit.
6.2.2. NIEUWE AANBEVELINGEN
Ondanks de stabilisering van de plaagdruk adviseren we om aandacht te blijven houden voor preventieve bestrijding. Dit om plaagdruk ook beheersbaar te blijven te houden. Zoals beschreven bij de preventieve bestrijding zien we bij gemeentes die terug gaan van 2 bestrijdingen naar 1 bestrijding een toename van 10-15%.
33
7
Hoofdstuk
Bibliografie Leidraad Beheersing Eikenprocessierups 2022 KenniscentrumEikenprocessierups en het Kennisplatform Processierups https://processierups.nu/leidraad-beheersing-eikenprocessierups/ Mediaberichten: • Hoofdstuk 3: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/ message/?msg=30077 • Hoofdstuk 4: https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/ message/?msg=28831 • Hoofdstuk 5: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/ message/?msg=29256#:~:text=Het%20Kenniscentrum%20 Eikenprocessierups%20heeft%20in,109.000%20ge%C3%AFnventariseerde%20 bomen%20aangetast%20was. Figuren: • Figuur 1: Batenburg 2022 • Figuur 2: https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-enseizoensoverzichten/2022/april#:~:text=Met%20een%20gemiddelde%20 temperatuur%20van,rond%20of%20iets%20boven%20normaal. • Figuur 3 & 4: Terra Nostra en Hellingman Onderzoek en advies. https://www. naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=30077 • Figuur 5: KenniscentrumEikenprocessierups en het Kennisplatform Processierups https://processierups.nu/leidraad-beheersing-eikenprocessierups/
35