Bijlage benchmark Kermisvisie Someren
Tekst van het document
Versie 1.0
Benchmark Kermisvisie Gemeente Someren 2027-2032
1
Versie 1.0
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De kermis is al decennialang een herkenbaar element in de Somerense dorpen, maar de omstandigheden rondom organisatie, kosten en bezoekersgedrag zijn veranderd. Exploitanten haken af, jeugd blijft weg, en de uitvoeringsruimte in de dorpen wordt kleiner. Het is daarom goed om ook naar (kleine) kermissen in andere gemeenten te kijken. Deze benchmark vergelijkt Someren met Asten en Land van Cuijk om inzicht te krijgen in verschillende beleidsmodellen voor organisatie, sturing en samenwerking. De vergelijking biedt richting voor een toekomstbestendig Somerens kermismodel.
1.2 Doel van de benchmark De benchmark biedt een systematische vergelijking tussen Someren, Asten en Land van Cuijk, drie gemeenten met vergelijkbare kermisstructuren, maar verschillende organisatorische keuzes. Het doel is om scherp te krijgen: – Hoe andere gemeenten omgaan met krimpende dorpskermissen – Welke organisatie- en financieringsmodellen werken, en waarom – Hoe lokale gemeenschap, horeca en dorpsraden worden ingezet – Hoe gemeenten sturen op kwaliteit, beleving en behoud – Welke beleidskeuzes bijdragen aan continuïteit Deze benchmark gaat verder dan feiten vergelijken. Ze maakt zichtbaar waar Someren sterk staat, waar gaten zitten in governance en beleid, en waar kansen liggen om de kermissen te versterken. De inzichten vormen samen met de analyse de inhoudelijke basis onder de kermisvisie van Someren.
1.3 Geselecteerde referentiegemeenten Voor de benchmark zijn twee gemeenten gekozen die qua structuur en karakter relevant zijn voor Someren:
2
Versie 1.0
Gemeente Asten • • • •
Drie kernen, drie kermissen Sterke dorpsidentiteit, veel horeca-energie Eén dorpskermis (Ommel) volledig gedragen door een lokaal comité met supportersmodel Problemen met concessiemodellen hebben geleid tot nieuwe keuzes rond betaalbaarheid en ritprijzen
Bronnen: interviews Jaap van Lieshout (organisator kermis Ommel) en wethouder Van Moosdijk
Gemeente Land van Cuijk • • • •
Fusiegemeente met 33 dorpen, 28 kermissen Meest uitgewerkt beleid: onderscheid tussen gemeentelijk georganiseerde kermissen en dorpskermissen met subsidie Dorpsraden als formele partner in besluitvorming Heldere financiële kaders en maatwerk per kern
De combinatie van Asten en Land van Cuijk biedt zowel herkenning als verbreding. Beide gemeenten laten zien hoe bestuurlijke keuzes directe impact hebben op draagvlak, continuïteit en kwaliteit.
1.4 Bronnen De benchmark steunt op een combinatie van interviews en bestuurlijke input. Twee primaire interviews: één met Jaap van Lieshout (kermiscomité Ommel) en één met wethouder Leon van Moosdijk (gemeente Asten) en daarnaast een schriftelijke reactie van de gemeente Land van Cuijk, waarin de organisatievorm, knelpunten en beleidskeuzes uit hun nieuwe kermiskader zijn toegelicht. Deze combinatie van documenten, interviews en bestuurlijke input levert een compleet beeld op van werkende modellen, knelpunten en kansen voor Someren.
1.5 Leeswijzer De benchmark gaat in hoofdstuk 3 in op tien inhoudelijke thema’s die gezamenlijk een compleet beeld geven van de kermisdynamiek in de drie gemeenten. Per thema worden verschillen, overeenkomsten en implicaties voor Someren beschreven. De thema’s: 1. Organisatievorm 3
Versie 1.0
2. Omvang en type kermissen 3. Bezoek en financiële resultaten 4. Gemeentelijke bijdrage en subsidies 5. Ruimtelijke inpassing 6. Inwonersbeleving en draagvlak 7. Beleidsambitie en positionering 8. Governance en samenwerking 9. Communicatie en promotie 10. Duurzaamheid en inclusie Het document sluit af met een conclusie en aanbeveling voor de kermisvisie in Someren.
4
Versie 1.0
2. Gemeenteprofielen Om de kermissen goed te kunnen vergelijken, is het essentieel om de structuur, cultuur en bestuurlijke logica van de drie gemeenten scherp te hebben. Alle drie zijn landelijke gemeenten met meerdere kernen, maar de manier waarop de gemeenschap functioneert verschilt. Die verschillen verklaren waarom bepaalde kermismodellen daar wél werken, en in Someren (nog) niet. Someren kent vier kermissen met grote verschillen in schaal. De organisatie ligt bij één organisator en er is geen onderscheid in rol, schaal of beleid per kern. Asten werkt met twee modellen: een marktmodel in Asten/Heusden en een dorpsmodel in Ommel. De gemeente stuurt in Asten en Heusden actief op ritprijzen en betaalbaarheid na eerdere organisatietechnische problemen. Land van Cuijk werkt met een breed en uitgewerkt beleidskader waarin de kermis expliciet onderdeel is van leefbaarheid. Kleine kernen ontvangen een vaste subsidie en worden via de dorpsraden direct betrokken bij de organisatie en besluitvorming. Tegelijkertijd werkt Land van Cuijk ook met een marktmodel: een deel van de grotere kermissen is aanbesteed en wordt professioneel georganiseerd. Zo combineren zij lokale autonomie in kleine dorpen met professionele uitvoering in de grotere kernen, een hybride model dat zowel continuïteit als maatwerk biedt.
Gemeente Someren Someren kent kernen die elk een sterk eigen dorpskarakter hebben. De binding in de dorpen is groot, maar de organisatiekracht verschilt per kern. Demografie en structuur – 20.214 inwoners – Vier kernen: Someren-Dorp, Someren-Eind, Someren-Heide, Lierop – Someren-Dorp is dominant: centrumfunctie, winkels, horeca, spoor van sociale activiteit Kermisstructuur – Vier kermissen – Eén grote kermis (Someren-Dorp), drie kleine kermissen (Eind, Heide en Lierop) – Kleine kermissen staan onder druk: afnemend aanbod, minder jeugd, hogere kosten Bestuurlijke context – Organisatie is volledig uitbesteed aan één opdrachtnemer – Geen beleidskader, afspraken vastgelegd in een concessieovereenkomst – Afhankelijk van één uitvoerende partij, beperkte lokale inbreng 5
Versie 1.0
Analyse Someren heeft een sterke kermistraditie, maar weinig bestuurlijke borging. De kermissen draaien nog vooral op routine en goodwill. De verschillen tussen de dorpen zijn groot, maar worden niet meegenomen in het model. Dat maakt de drie kleine kermissen kwetsbaar.
Gemeente Asten Asten is qua schaal en kermisopzet het meest vergelijkbaar met Someren, maar de dynamiek in de kernen is anders. De horeca, verenigingen en centrummanagement spelen een veel actievere rol in het trekken van publiek. Demografie en structuur – 17.390 inwoners – Drie kernen: Asten, Heusden, Ommel – Sterke lokale identiteit, vooral in Ommel en Heusden Kermisstructuur – Drie kermissen – Asten: middelgrote centrumkermis – Heusden: volwaardige dorpskermis met stevige horeca-inbreng – Ommel: dorpskermis volledig gedragen door een comité (zie uitgebreid interview Jaap van Lieshout) Bestuurlijke context – Concessiemodel (Asten, Heusden) met inkoopproblemen in afgelopen jaren – Ervaringen met mislukte contracten hebben geleid tot scherpe focus op betaalbare ritprijzen – Ommel werkt volgens een sociaal model: supportersclub, café als kernpartner, lokale donaties Analyse Asten laat zien dat de kracht van een kermis niet alleen in attracties zit, maar in lokale organisatiekracht, horeca en verenigingsleven doen actief mee. Ommel bewijst dat een kleine kermis kan floreren wanneer het dorp eigenaarschap voelt en het model past bij de schaal. Asten bevestigt ook dat centrale concessies kwetsbaar zijn wanneer de uitvoerder niet presteert.
Gemeente Land van Cuijk Land van Cuijk is inhoudelijk het meest interessant omdat het laat zien hoe je schaalgrootte vertaalt naar maatwerk per kern. De gemeente heeft het meest uitgewerkte en bestuurlijk geborgde kermisbeleid. Demografie en structuur – 92.774 inwoners 6
Versie 1.0
– 33 kernen, 28 kermissen – Grote variatie in dorpsprofielen: van stedelijke kernen (Cuijk, Boxmeer) tot zeer kleine dorpen Kermisstructuur – Topkermissen (30–40 attracties) in grote kernen – Middelgrote kermissen (15–25 attracties) – Kleine kermissen (3–8 attracties) of alternatieve invulling zonder attracties Bestuurlijke context – Nieuw beleid (2024–2029) legt tweesporenmodel vast – Model 1: gemeente geeft opdracht (grote kernen) – Model 2: dorpsraden organiseren zelf met een vaste subsidie van €3.000 per kern – Dorpsraden zijn formeel partner in beleid, besluitvorming en uitvoering
7
Versie 1.0
3. Vergelijking per thema Dit hoofdstuk duidt de belangrijkste verschillen tussen Someren, Asten en Land van Cuijk. Niet alleen wat er anders is, maar waarom dat ertoe doet voor de toekomstbestendigheid van de kermissen in Someren.
3.1 Organisatievorm De organisatievorm bepaalt de speelruimte van de kermis: kwaliteit, ritprijzen, betrokkenheid en continuïteit hangen direct samen met hoe gemeenten sturen. De drie gemeenten kiezen ieder een andere koers — met grote verschillen in stabiliteit en draagvlak.
Gemeente Someren Someren werkt met één centrale concessie: − − − − − −
Swinkels exploiteert alle vier de kermissen binnen één overeenkomst. Swinkels betaalt een jaarlijkse pachtsom aan de gemeente. Gemeente faciliteert tegen betaling (nutsvoorzieningen, vergunningen, veiligheid), maar stuurt nauwelijks op inhoud of ritprijzen. Dorpsraden, horeca en vrijwilligersorganisaties hebben geen formele rol. De concessie kent weinig prikkels voor kwaliteitsverbetering of differentiatie per kern. Er wordt niet gehandhaafd op het niet nakomen van afspraken uit de concessieovereenkomst.
Effect − − − − − −
Efficiënt, maar inflexibel. Grote afhankelijkheid van één marktpartij. Weinig onderscheid tussen de behoeften van Dorp, Eind, Heide en Lierop. Kwaliteit kermissen in de kleine kernen neemt steeds meer af Lokale identiteit wordt niet benut → dorpen herkennen “hun kermis” onvoldoende. Continuïteit kleine kermissen staat elk jaar onder druk.
Gemeente Asten Asten werkt met twee modellen, afhankelijk van schaal, maar het belangrijkste is de nieuwe bestuurlijke richting. 8
Versie 1.0
1. Concessiemodel (Asten & Heusden) – huidig maar aflopend − − − − −
Buro de Kermisgids organiseerde jarenlang, maar met structurele problemen: Ritprijzen te hoog (i.v.m. Bovak richtlijnen) Te weinig attracties Twee jaar geen kermis (2021–2022) Geen financieel inzicht voor de gemeente (black-box)
Gemeente Asten voert een nieuwe organisatievorm in voor Asten en Heusden. Kern van het nieuwe model: 1. Ritprijzen worden door de gemeente vastgesteld (jeugd €1,50 / regulier €2,50). 2. De organisator moet tegen deze prijzen kunnen exploiteren. 3. De vergoeding die door Buro de Kermisgids betaald werd aan de gemeente van €21.000 per jaar vervalt volledig. 4. Het wordt een geslotenbeurs-model: geen vergoeding, geen subsidie. 5. De gemeente verrekent alleen nog energie en afval. 6. Selectie vindt plaats via een pilotovereenkomst van twee jaar met organisator Rechter (Boekel).
2. Ommel – lokaal model − −
Dorpscomité, café Ons Jantje, supportersclub (±120 leden) en weldoenersstichting financieren en organiseren. Organisatie door Martijn Hendrikx werkt goed op kleine schaal.
Wat dit zegt: − − − −
Asten kiest niet voor meer subsidie, maar voor meer sturing. Betaalbaarheid is leidend. De markt krijgt ruimte, maar binnen harde kaders. Risico ligt bij de organisator, niet bij de gemeente.
Gemeente Land van Cuijk Land van Cuijk heeft het meest robuuste kader.
9
Versie 1.0
Twee sporen, vastgelegd in beleid (2024–2029): 1. Grote kernen → gemeentelijke organisatie of opdrachtverlening – Gemeente organiseert of besteedt aan met volledige regie. 2. Kleine kernen → dorpsraden organiseren met subsidie (€3.000/jaar) – Lokale autonomie. – Gemeente bewaakt kaders, veiligheid en traditie. – Dorpsraden hebben formele rol in beleid en uitvoering. Effect – Flexibel systeem dat rekening houdt met schaal en identiteit. – Subsidie maakt kwetsbare kermissen levensvatbaar. – Sturing en betrokkenheid zijn structureel geborgd. Someren werkt met één concessie voor vier ongelijksoortige kernen. De gemeente heeft beperkte sturingsmogelijkheden en dorpsraden zijn geen formele partner. Asten kiest juist voor harde sturing via ritprijzen en een geslotenbeurs-model, terwijl Land van Cuijk inzet op een tweesporensysteem met subsidie en dorpsorganisatie. Hierdoor is het model van Someren het meest kwetsbaar.
3.2 Omvang en type kermissen De schaal en samenstelling van een kermis bepalen de aantrekkingskracht, doelgroep en beleving. De drie gemeenten laten duidelijk verschillende patronen zien: van grote centrumkermissen tot dorpskermissen die draaien op sociale infrastructuur. Die verschillen zijn essentieel voor de toekomstige keuzes in Someren.
Gemeente Someren Someren-Dorp – ±20 attracties – Mix van grootvermaak, familiezaken, kinderzaken en eetzaken – Sterke horeca-invulling: terrassen, cafés, live muziek – Centrale ligging trekt publiek uit omliggende dorpen Beleving Volwaardig stadsniveau. Horeca is de motor van de sfeer. De kermis is stevig ingebed in het centrum.
10
Versie 1.0
Someren-Eind, Someren-Heide, Lierop – 6–10 attracties – Overwegend kinderzaken, basisvermaak, enkele eetzaken – Beperkt of geen grootvermaak – Kleinschalige horeca-activatie (meestal cafés met muziekavond) Beleving Functioneel, maar kwetsbaar. Attracties variëren per jaar en zijn afhankelijk van wat exploitanten nog rendabel vinden.
Gemeente Asten Asten (centrum) – ±20–25 attracties – Twee pleinen, waarvan het horecaplein dominant is – Mix van grootvermaak, thrill rides, eetzaken, feestprogrammering Beleving Asten draait op horeca en feestcultuur: kermis is onderdeel van een breder dorpsritme.
Heusden – ±10 attracties – Dorpskarakter, maar relatief groot voor de schaal van het dorp – Jeugdcentrum (60 jaar oud) en horeca dragen actief bij Beleving Sterke sociale infrastructuur maakt Heusden “levendig” ondanks beperkte omvang.
Ommel – ±3-4 attracties (wisselend uit rups, draaimolen, funhouse, reuzenrad, beachparty) – Omringd door viskraam, oliebollen, schietsalon, grijpers – Ritprijzen max. €1,50 Beleving Ommel bewijst dat sfeer > grootte. De kermis voelt als een eigen feestje: supportersshirts, brunch, artiesten bij het café, betrokkenheid vrijwilligers. 11
Versie 1.0
Gemeente Land van Cuijk Grote kernen (Cuijk, Boxmeer) – 30–40 attracties – Thrill rides, topzaken, grote familiezaken – Horeca, evenementen, omlijstende programmering
Middelgrote kernen – 15–25 attracties – Standaard mix van familiezaken, kinderzaken, horeca-ondersteuning
Kleine kernen – 3–8 attracties – Soms alternatieve kermis (springkussenfestival, dorpsactiviteit) – Ingericht op leefbaarheid, niet op commercieel volume Beleving Maatwerk per kern. De schaal is niet de doelstelling, de identiteit van het dorp is leidend. Gemeente Land van Cuijk laat zien dat diversiteit juist een kracht is wanneer het beleid daarop aansluit. Niet iedere kern hoeft een volwaardige kermis te hebben; sommige hebben meer aan een compacte kermis of alternatief programma.
1. In Someren wordt nog gewerkt vanuit één uniform model voor vier kermissen, terwijl de schaal, doelgroep en dynamiek per kern sterk uiteenlopen. 2. Een kleine kermis hoeft geen probleem te zijn, als het concept past bij het dorp. Ommel bewijst dat een kermis met 3-4 attracties meer beleving kan bieden dan een kermis met acht. 3. Soms is een “kermis” niet meer vanzelfsprekend. In Land van Cuijk krijgen dorpen de vrijheid om alternatieven te organiseren. 4. Horeca en lokale partners bepalen vaak meer dan het aantal attracties. In Asten en Heusden is horeca het fundament onder de beleving.
Conclusie De Somerense kermissen lopen uiteen van een volwaardige centrumkermis tot kleine dorpskermissen met slechts enkele attracties. Asten kent een vergelijkbaar spectrum, maar benut 12
Versie 1.0
horecadynamiek en dorpsidentiteit beter. Land van Cuijk werkt bewust met schaalverschillen: de vorm van de kermis volgt het karakter van de kern. Dit ontbreekt in Someren.
3.3 Bezoek en financiële resultaten Bezoekersgedrag en financiële haalbaarheid bepalen uiteindelijk of een kermis toekomst heeft. De drie gemeenten laten een vergelijkbaar patroon zien: grote kermissen blijven overeind, kleine kermissen verliezen trekkracht. Maar de manier waarop gemeenten hiermee omgaan verschilt sterk.
Gemeente Someren Someren-Dorp – Jaarlijks stabiel publiek, gedragen door horeca, centrale ligging en vaste programmering. – Bezoekers trekken uit de hele gemeente én omliggende dorpen.
Dorpskermissen (Eind, Heide, Lierop) – Sterke fluctuatie in bezoek; vooral jeugd en jonge gezinnen blijven weg. – Economische druk bij exploitanten is groot: kleine kermissen zijn nauwelijks rendabel. – Afnemend aanbod → afnemende bezoekers → verdere daling van aantrekkelijkheid.
Financiële realiteit – Vergoeding vanuit Swinkels aan de gemeente is stabiel, maar zegt niets over daadwerkelijke exploitatie. – Dorpskermissen draaien in de praktijk op goodwill van exploitanten, niet op gezonde businesscases. – Gemeente heeft géén zicht op bezoekersaantallen, omzet of economische impact.
Analyse – Someren werkt zonder data → geen sturing. – De dorpen balanceren op het randje van “te klein om rendabel te zijn”. – Het huidige model maskeert de onderliggende financiële kwetsbaarheid.
13
Versie 1.0
Gemeente Asten Asten (centrum) – Hoge opkomst, vooral tijdens kermismaandag en horeca-events. – Feestcultuur werkt als aanjager. – De kracht zit niet alleen in attracties, maar in programmering en horeca.
Heusden – Stabiel lokaal publiek. – Lokale gezelligheid
Ommel – Zaterdag ±130 bezoekers, zondag ±150 bezoekers (piek), maandag ±130. – Structurele groei door lage ritprijzen (€1,50), sterke lokale organisatie en randprogrammering.
Financiële realiteit in Asten – De concessie liep vast omdat de organisator ritprijzen niet wilde verlagen → dalend bezoek → twee jaar géén kermis (crisis 2021–2022). – Gemeente grijpt in: ritprijzenbeleid + pilot met nieuwe organisator. – Ommel laat zien dat een kermis klein kan blijven, mits het dorp de motor is. – Betaalbaarheid = bezoekersaantallen. – Lokale energie en community-vorming maken kleine kermissen financieel haalbaar. – Asten heeft geleerd dat “markt alleen” niet werkt zonder prijs- en kwaliteitsbegrenzingen.
Gemeente Land van Cuijk Grote kermissen (Cuijk, Boxmeer) – Tienduizenden bezoekers per editie. – Hoge pachtopbrengsten voor de gemeente. – Breed regionaal publiek.
14
Versie 1.0
Middelgrote kernen – Redelijke tot goede opkomst, afhankelijk van horeca en lokale activiteiten.
Kleine kernen – Bezoek is beperkt, maar sociaal hoog gewaardeerd. – Zonder subsidie zouden veel van deze kermissen verdwijnen.
Financiële realiteit in Land van Cuijk – Gemeente kiest bewust voor verdeling van middelen: geen focus op winstmaximalisatie. – Subsidie van €3.000 per kern voorkomt dat dorpskermissen verdwijnen. – De gemeente accepteert dat kleine kermissen verliesgevend zijn → leefbaarheid is het doel.
Analyse Land van Cuijk erkent expliciet dat de waarde van een dorpskermis niet financieel is maar sociaal. Dat bestuurlijke inzicht maakt het systeem stabieler dan bij Someren en Asten. 1. Grote kermissen draaien overal goed. Dorp, Asten-centrum, Boxmeer en Cuijk hebben vergelijkbare kracht: horeca, ligging en regionale functie. 2. Kleine kermissen zijn financieel kwetsbaar. Dat geldt voor Eind, Heide, Lierop, Heusden en de kleine dorpen in Land van Cuijk. 3. De manier waarop gemeenten deze kwetsbaarheid opvangen verschilt: – Someren: geen instrumenten → afhankelijk van markt – Asten: ritprijzenbeleid → sterke sturing, geen subsidie – Land van Cuijk: subsidie → dorpen kunnen blijven organiseren 4. Betaalbaarheid bepaalt bezoekersgedrag. – Ommel stijgt door lage ritprijzen. – Asten kelderde door hoge ritprijzen. – Someren heeft geen ritprijzenstrategie. 5. Draagvlak en beleving zijn sterkere voorspellers dan omvang. – Ommel en Heusden doen het beter dan vergelijkbare kermissen in Someren vanwege lokale energie.
Conclusie
15
Versie 1.0
Waar Someren-Dorp stabiel presteert, laten de dorpen een dalende trend zien. Er is geen structurele data over bezoekersstromen of omzet. In Asten is bezoek sterk gekoppeld aan ritprijzen en beleving; Ommel laat zien dat lage tarieven en lokaal eigenaarschap werken. In Land van Cuijk worden kleine kermissen financieel geborgd via subsidies. Someren mist instrumenten om kleine kermissen overeind te houden.
3.4 Gemeentelijke bijdrage en subsidies Gemeentelijke ondersteuning bepaalt of kleine kermissen kunnen blijven bestaan. De drie gemeenten kiezen daarbij verschillende routes. Dit thema laat één ding zien: zonder financiële instrumenten verdwijnen dorpskermissen uiteindelijk vanzelf.
Gemeente Someren – De gemeente verstrekt geen structurele of incidentele subsidie aan kermissen. – Swinkels betaalt een jaarlijkse afkoopsom aan de gemeente. – Dorpskermissen worden niet financieel ondersteund, ook niet als exploitanten verliesgevend draaien. – Kosten voor nutsvoorzieningen en gemeentelijke inzet worden gedekt binnen reguliere begroting. – Geen stimuleringsregeling voor programmering, draagvlak of kwaliteit. – Dorpskermissen afhankelijk van goodwill exploitanten → structureel risico. Effect – Kleine kermissen (Eind, Heide, Lierop) hebben geen vangnet. – Gemeente accepteert impliciet dat aanbod krimpt en kwaliteit daalt. – Er is geen instrument om verschillen tussen kernen eerlijk te compenseren.
Gemeente Asten Huidige situatie – Geen structurele subsidies. – Asten en Heusden: concessie, geen gemeentelijke bijdrage. – Ommel: financiële basis via gemeenschap: – Supportersclub (±120 leden) – Donaties vanuit lokale bedrijven (o.a. €5.000) – Jaarlijkse steun van weldoenersstichting: €8.000 – Exploitanten betalen géén pacht
16
Versie 1.0
Nieuwe koers Asten en Heusden – Gemeentelijke bijdrage van €21.000 per jaar wordt volledig afgebouwd. – Gemeente hanteert voortaan geslotenbeurs-uitvraag: – Geen pacht. – Geen subsidie. – Organisator moet financieel rondkomen binnen ritprijzen die de gemeente vaststelt. – Gemeente verrekent alleen nog energie- en afvalkosten. Effect – Asten investeert in sturing, niet in subsidie. – Betaalbaarheid wordt volledig via ritprijzenbeleid gereguleerd. – Financiële risico’s liggen bij de markt, niet bij de gemeente.
Gemeente Land van Cuijk – Elke kleine kern krijgt €3.000 subsidie per jaar om zelf de kermis te organiseren. – Deze subsidie is onderdeel van vastgesteld beleid (2024–2029). – Voorwaarden: * Eigen vergunningaanvraag * Jaarlijkse uitvoering * Verantwoording van besteding * Aansluiten bij traditionele kermisweekend – Gemeente erkent expliciet dat kleine kermissen niet rendabel hoeven te zijn. – Grote kermissen leveren pacht op; die balans is bestuurlijk geaccepteerd. Effect – Dorpen hebben een stabiele financiële basis. – Kermissen verdwijnen niet door marktwerking. – Subsidie versterkt draagvlak, eigenaarschap en continuïteit.
Conclusie Someren kent geen subsidieregeling en legt verantwoordelijkheid bij de markt. Asten werkt eveneens zonder subsidie, maar stuurt via ritprijzen en een geslotenbeurs-model. Land van Cuijk gebruikt subsidies van €3.000 per kern om dorpskermissen structureel te ondersteunen. Zonder instrument dreigen kermissen in de Somerense dorpen langzaam te verdwijnen.
17
Versie 1.0
3.5 Ruimtelijke inpassing De ruimtelijke opstelling bepaalt in sterke mate de haalbaarheid, veiligheid, aantrekkelijkheid en kosten van een kermis. In compacte dorpskernen is ruimte schaars en concurreren mobiliteit, horeca, veiligheid en voorzieningen met de kermis. De drie gemeenten gaan hier totaal verschillend mee om en dat bepaalt de kwaliteit van het aanbod.
Gemeente Someren – In alle vier de kernen geldt: pleinen zijn klein, onregelmatig van vorm en sterk afhankelijk van herinrichtingsprojecten. – Elke herinrichting (stenen, plantvakken, verkeersmaatregelen) verkleint de beschikbare opstellingsruimte. – Aanrijroutes, veiligheidszones en bevoorrading zijn per editie opnieuw onderwerp van discussie. – Geen vaststaand locatieprofiel per kern, geen kaartbeeld, geen logistieke standaard. Effect – Oplossingen zijn ad hoc → inconsistentie per jaar. – Exploitanten ervaren Someren als krap en minder aantrekkelijk. – In de dorpen is nauwelijks ruimte voor grootvermaak. – Veiligheids- en aanrijdproblemen keren jaarlijks terug.
Gemeente Asten Asten (centrum) – Twee pleinen met sterk verschillende dynamiek: – Kroegenplein: compact, levendig, hoge bezoekersdruk. – Achterplein: rustiger, minder traffic, moeilijker te verhuren. – Horeca fungeert als ruimtelijke aanjager: terrassen en programmering trekken publiek richting attracties. – Kermisopstelling wordt afgestemd op loopstromen van het centrum.
Heusden – Dorp heeft een gunstige layout: centraal plein met horeca. – Daardoor ontstaat vanzelf gezellige drukte ondanks beperkte schaal.
18
Versie 1.0
Ommel – Overzichtelijk, alles rond één compact plein. – Sfeer is niet afhankelijk van grootte, maar van sociale nabijheid. Effect – Asten benut ruimtelijke structuur om beleving te versterken. – Contrast tussen pleinen maakt beleid noodzakelijk, maar het wordt gedragen door horeca en verenigingen.
Gemeente Land van Cuijk – Voor elke kern is een locatieprofiel: opstelling, looproutes, veiligheidszones, aanrijdpunten. – Grote kernen (Boxmeer, Cuijk) hebben uitgewerkte logistieke plannen: – verkeersmaatregelen – noodroutes – opstelzones – integratie horeca – Kleine kernen krijgen flexibiliteit: compacte kermis of alternatief programma mogelijk. – Ruimtelijke keuzes zijn onderdeel van de totale beleidsafweging “wat past bij de kern”. Effect – Geen jaarlijkse discussies of improvisatie. – Exploitanten weten wat ze kunnen verwachten. – Ruimtelijke beperkingen worden geaccepteerd én gecompenseerd door maatwerk.
Conclusie In Someren ontbreekt een ruimtelijk kader per kern, waardoor jaarlijks ad hoc gepuzzeld wordt met opstellingen. Asten benut bestaande horeca- en loopstromen, terwijl Land van Cuijk werkt met vaste locatieprofielen. Voor Someren is het ontwikkelen van profielen per kern handig om kwaliteit en veiligheid te borgen.
3.6 Inwonersbeleving en draagvlak Gemeente Someren In Someren-Dorp voelt de kermis nog vanzelfsprekend. Het centrum stroomt vol, terrassen zijn bezet, livemuziek vult de straten en voor veel inwoners is het een jaarlijks ankerpunt. Het draait hier minder om de attracties en meer om het samenzijn, om herkenning. Het is de kermis zoals Someren die altijd heeft gekend. 19
Versie 1.0
In de drie dorpen is de sfeer anders. Daar overheerst een soort nostalgische vanzelfsprekendheid: “het hoort bij het dorp”. Maar dat gevoel verliest langzaam kracht. Bezoekers komen minder, vooral jeugd haakt af, en inwoners voelen zich nauwelijks betrokken bij de organisatie. Er is geen vast element dat mensen bindt, geen bijzondere gelegenheden zoals in Ommel. De kermis ís er maar ze leeft minder. Het draagvlak is daarmee vooral traditioneel. Het is aanwezig, maar passief. Zonder nieuwe energie en lokale betrokkenheid brokkelt deze laag langzaam steeds verder af.
Gemeente Asten Asten (centrum) In Asten voelt de kermis als een lang weekend waarin het dorp even openklapt. De terrassen zijn gevuld, looproutes stromen vanzelf richting de pleinen, families gaan op zondag, jongeren verzamelen zich rond de kroegen en de feestavonden bepalen de toon. De kermis is hier sociaal weefsel — een klein beetje festival, een beetje dorpsfeest, en juist die mix creëert de energie.
Heusden In Heusden is de kermis bijna een cultureel anker. Het 60 jaar oude jongerencentrum is een constante factor, de horeca bouwt voort op vaste tradities en de kermis voelt als een dorpsmoment waar verschillende generaties elkaar ontmoeten. De schaal is kleiner dan in Asten, maar de sociale infrastructuur is hecht.
Ommel Ommel is het beste voorbeeld van hoe beleving ontstaat wanneer een dorp de kermis echt zelf draagt. Je ziet het direct: supportersshirts in dezelfde kleur, een café dat als huiskamer van het dorp fungeert, een brunch waar inwoners, exploitanten en vrijwilligers samenkomen, een matinee dat mensen uitnodigt om langer te blijven. Het gaat hier niet om de drie attracties, maar om de betekenis ervan. De kermis is een sociaal ritueel, bijna onderdeel van de lokale identiteit. Mensen voelen dat dit hún kermis is. Dat maakt Ommel levendig, warm en verrassend sterk voor zo’n kleine schaal.
20
Versie 1.0
Gemeente Land van Cuijck In Land van Cuijk is de kermis vooral sterk omdat inwoners er formeel onderdeel van zijn. Dorpsraden beslissen mee over programma, vorm, schaal en inpassing. Daardoor voelt de kermis in elke kern als een eigen dorpstraditie. In de grotere kernen is de kermis levendig en grootschalig, met regionale aantrekkingskracht. In de kleinere dorpen is de kermis juist intiem en dorpsgericht, soms bijna ceremonieel. De identiteit van de kern bepaalt de vorm, niet andersom. Draagvlak ontstaat hier niet uit gewoonte, maar uit governance: doordat inwoners structureel meebeslissen, voelen zij zich eigenaar.
Conclusie De beleving in Someren-Dorp is stevig, maar in de dorpen vooral traditioneel en afnemend. In Asten en Heusden wordt de kermis gedragen door horeca en sociale infrastructuur, terwijl Ommel laat zien hoe sterk een dorpskermis wordt wanneer een dorp mede-eigenaar is. Land van Cuijk borgt draagvlak structureel via dorpsraden. Someren heeft hier de meeste winst te behalen.
3.7 Beleidsambitie en positionering Een kermis bestaat nooit los van beleid. Ambitie bepaalt richting: wat moet de kermis zijn, voor wie, tegen welke prijs, met welk karakter en met welke inspanning van de gemeente? De drie gemeenten verschillen sterk in hun manier van denken en juist die verschillen laten zien wat Someren nu mist.
Gemeente Someren In Someren is de kermis jarenlang benaderd als een uitvoeringsproduct. Een vast ritme, een vaste organisator, een voorspelbaar programma: dat was genoeg. Er is geen recent beleidskader dat uitlegt waar de kermis voor staat, wat de gemeente ermee wil bereiken, of welke kwaliteit minimaal gewaarborgd moet zijn. Hierdoor ontstaat een leeg midden. De kermis gaat door omdat hij altijd doorging. Niet omdat er een visie ligt op de waarde voor de gemeenschap, de jeugd, de leefbaarheid of de versterking van de dorpsidentiteit. Er zijn geen criteria voor schaal, geen doelstelling voor bezoekers, geen sturingsmechanismen voor ritprijzen, geen ambitie voor programmering en geen onderscheid tussen de vier kernen.
21
Versie 1.0
Gemeente Asten Asten heeft een ander verhaal. Daar is het beleid niet ontstaan uit ambitie, maar uit noodzaak. De problemen met de kermisorganisatie, hoge ritprijzen, slechte kwaliteit, twee jaar geen kermis, hadden direct maatschappelijke impact. Bewoners mopperden, horeca verloor publiek, en de gemeenteraad moest ingrijpen. Deze crisis heeft geleid tot een scherpe beleidsambitie. Asten wil een betaalbare en betrouwbare kermis, met ritprijzen die passen bij gezinnen, jeugd en lokale traditie. De gemeente heeft daarom besloten om ritprijzen voortaan zélf vast te stellen, als harde eis in de inkoopstrategie. De nieuwe koers is helder: een geslotenbeurs-model, waarin geen subsidie wordt verstrekt, de jaarlijkse bijdrage van €21.000 vervalt, en de organisator verplicht is om binnen deze grenzen te presteren. Beleid is hier dus sturend: de gemeente formuleert wat zij wil bereiken, betaalbaarheid, continuïteit en zet vervolgens instrumenten in om dat te bereiken. Geen vrijblijvendheid, geen afhankelijkheid van de markt. Asten positioneert de kermis als een dorpsvoorziening die toegankelijk moet blijven. Deze keuze geeft richting én vertrouwen terug in de gemeenschap.
Gemeente Land van Cuijk Land van Cuijk kiest voor een veel bredere benadering. Daar is de kermis geen los evenement, maar onderdeel van de leefbaarheid van de 33 kernen. De beleidsambitie is helder geformuleerd in het officiële kermisbeleid 2024–2029: continuïteit waarborgen, lokale identiteit centraal zetten en maatwerk per dorp bieden. Hier is beleid een middel om ruimte te organiseren: grote kernen krijgen professionele kermissen, kleine kernen krijgen subsidie en autonomie om hun eigen vorm te kiezen. De gemeente ziet de kermis niet als marktproduct, maar als sociaal kapitaal. Daarom zijn subsidies, dorpsraad-rollen en structurele ondersteuning in het beleid verankerd. De positionering is daarmee breder dan attracties: het gaat om cultuur, samenkomst, lokale identiteit en borging van tradities voor de lange termijn.
Conclusie Someren heeft geen actuele beleidsrichting voor de kermissen. Asten kiest nadrukkelijk voor betaalbaarheid en continuïteit, terwijl Land van Cuijk de kermis positioneert als onderdeel van leefbaarheid en identiteit. Someren moet bepalen welke rol de kermis in de toekomst moet spelen. 22
Versie 1.0
3.8 Governance en samenwerking Een kermis staat of valt met de manier waarop partijen samenwerken: gemeente, exploitanten, horeca, dorpsraden, verenigingen en inwoners. Governance bepaalt wie aan tafel zit, wie verantwoordelijk is en wie invloed heeft op keuzes. De drie gemeenten verschillen hierin fundamenteel — en precies daar wordt duidelijk waarom sommige kermissen wél toekomstbestendig zijn en andere niet.
Gemeente Someren In Someren is samenwerking vooral operationeel en zelden strategisch. De organisatie ligt bij één exploitant, waardoor de gemeente vooral een faciliterende rol heeft: vergunningen, veiligheid, nutsvoorzieningen, communicatie. Dorpsraden worden nauwelijks betrokken. Er is geen vast kermisoverleg per kern, geen gezamenlijke planning, geen overleg over programmering of ritprijzen, en geen structurele rol voor horeca of verenigingen. Samenwerking vindt hooguit incidenteel plaats wanneer er een knelpunt is of wanneer een ondernemer zelf initiatief neemt. Dat zorgt voor afstand: dorpen voelen weinig eigenaarschap, horeca in de dorpen is geen partner, en exploitanten bepalen grotendeels de invulling binnen de concessie. De governance is daarmee smal, centraal en afhankelijk van één partij. Het gevolg is voorspelbaar: weinig nieuwe energie, weinig innovatie en een hoge kwetsbaarheid wanneer de markt verandert.
Gemeente Asten Asten kent een veel rijkere samenwerkingsstructuur, al verschilt die per kern.
Asten (centrum) Hier staat samenwerking bijna automatisch, doordat horeca en centrummanagement actief bijdragen aan sfeer en programmering. Kermis en feestcultuur lopen in elkaar over. Horeca is geen “bijrolspeler”, maar medeorganisator van de beleving. De gemeente werkt pragmatisch samen met ondernemers en stemt af over looproutes, terrassen en programmering.
23
Versie 1.0
Heusden Heusden heeft een van nature sterke sociale infrastructuur: een jongerencentrum dat al 60 jaar bestaat, vrijwilligersnetwerken en betrokken horeca. Deze partijen zetten zich in alsof het een gezamenlijk product is.
Ommel Ommel is governance in zijn puurste dorpsvorm: een comité dat verantwoordelijk is voor vrijwel alles, een café dat als motor fungeert, een supportersgroep die de kermis financiert, vrijwilligers die randprogrammering draaien, en een dorpsgemeenschap die aanwezigheid vanzelfsprekend vindt. De gemeente faciliteert hier vooral: ze zorgt voor nutsvoorzieningen, veiligheid en vergunningen, maar laat de inhoud en energie bij het dorp. Dit is samenwerking als cultuur, niet als structuur en het werkt omdat de gemeenschap het wil dragen. Bestuurlijke les uit Asten: wanneer de sociale infrastructuur sterk is, kan samenwerking licht georganiseerd zijn, maar wél krachtig.
Gemeente Land van Cuijk Waar Asten leunt op cultuur, leunt Land van Cuijk op structuur. De samenwerking is hier bestuurlijk geborgd. Dorpsraden hebben een formele positie binnen het beleid niet als adviseur, maar als medeorganisator. Elke kern werkt binnen vaste kaders: een locatieprofiel, subsidievoorwaarden, een jaarlijks overlegmoment, en een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden. De gemeente bewaakt randvoorwaarden, veiligheid en continuïteit; het dorp bepaalt vorm en invulling. Bij grotere kermissen werken horeca, politie, brandweer en de organisatie samen binnen vaste multidisciplinaire overlegstructuren. Het resultaat: een stabiel systeem waarin iedereen weet wat zijn rol is. Geen afhankelijkheid van toevallige initiatiefnemers of goodwill, maar een governance die zó is ingericht dat kermissen kunnen blijven bestaan.
Conclusie De governance in Someren is smal: gemeente en exploitant bepalen, dorpen en horeca hebben geen centrale rol. Asten leunt op sterke sociale netwerken en vrijwilligers, terwijl Land van Cuijk werkt met vaste samenwerkingsstructuren via dorpsraden en een gemeentelijke kermiscommissie. Someren moet governance verbreden om draagvlak en kwaliteit te versterken. 24
Versie 1.0
3.9 Communicatie en promotie Communicatie bepaalt niet alleen of mensen weten dát er een kermis is, maar vooral wat die kermis betekent. Het bepaalt de identiteit, de mate van herkenning en de aantrekkingskracht buiten de dorpsgrenzen. De drie gemeenten laten grote verschillen zien: van versnipperde communicatie tot een volwassen, herkenbare kermisbranding. Dit thema maakt zichtbaar waar Someren nu kansen laat liggen.
Gemeente Someren In Someren bestaat er eigenlijk geen gezamenlijke kermiscommunicatie. Ieder onderdeel communiceert voor zichzelf: Swinkels promoot wat nodig is voor de exploitatie, horeca in SomerenDorp communiceert eigen feestavonden, dorpskernen plaatsen af en toe iets op Facebook, en de gemeente publiceert een formeel bericht op de website of in het Weekblad. Het resultaat is een landschap zonder samenhang. Er is geen herkenbare stijl, geen overkoepelend verhaal en geen merk waarmee inwoners zich kunnen verbinden. De kermis in Dorp en de dorpskermissen voelen in communicatie als vier losse evenementen niet als onderdeel van één Somerense identiteit. Tot nu toe werkte dat, maar alleen omdat de traditie sterk genoeg was. Nu bezoekersaantallen dalen en de concurrentie om aandacht groeit, wordt zichtbaar dat Someren met een communicatieaanpak uit het verleden werkt.
Asten In Asten draait veel van de communicatie om horeca en sfeer. Terrassen promoten hun feestavonden, cafés adverteren met thema’s, het centrummanagement deelt posters en social content. Voor inwoners voelt de kermis daardoor als een levendig totaalpakket, zelfs als de formele communicatie niet perfect is. Asten vertrouwt op het sociale netwerk van het dorp. Nieuws gaat snel, foto’s worden gedeeld, activiteiten worden via korte lijnen verspreid. De kermis leeft in de hoofden van mensen omdat ze onderdeel zijn van de beleving. In Heusden speelt dezelfde dynamiek: het jongerencentrum, verenigingen en horeca genereren zelf zichtbaarheid. In Ommel komt daar nog iets bij: trots. Supporters trekken met shirts over straat, delen foto’s, betrekken scholen en zorgen voor sfeer. De 25
Versie 1.0
communicatie is kleinschalig, maar authentiek. Mensen herkennen elkaar in de beelden en dat is vaak effectiever dan elke professionele campagne.
Gemeente Land van Cuijk Land van Cuijk heeft communicatie wél structureel georganiseerd. De gemeente communiceert met een overkoepelend narratief waarin de kermis onderdeel is van de leefbaarheid van de kernen. Grote kermissen worden professioneel gepromoot met evenementenposters, socialcampagnes en persuitingen. Kleine kernen krijgen ondersteuning en richtlijnen, maar behouden hun eigen toon en lokale identiteit. Hier ontstaat herkenning: inwoners weten wat de kermis betekent, waarom deze belangrijk is en wat de rol van het dorp zelf is. De consistentie in toon en stijl geeft vertrouwen en duidelijkheid. Daarbij is er ruimte voor maatwerk: een grote kermis in Boxmeer vraagt een andere uiting dan een compacte dorpskermis in een kleine kern. Maar ieder dorp communiceert binnen hetzelfde systeem en dat maakt de som groter dan de delen.
Conclusie Communicatie rondom de Somerense kermissen is versnipperd en mist een herkenbare identiteit. In Asten trekt horeca veel zichtbaarheid, terwijl Ommel profiteert van dorpsenergie. Land van Cuijk werkt met een centrale communicatielijn met lokaal maatwerk. Someren heeft behoefte aan een overkoepelend communicatiekader.
3.10 Duurzaamheid en inclusie Duurzaamheid en inclusie zijn steeds minder randvoorwaarden en steeds meer noodzakelijke onderdelen van moderne evenementen. Niet alleen vanuit regelgeving, maar ook vanuit maatschappelijke verwachting: inwoners willen veilige, schone, toegankelijke kermissen die passen bij hun woonomgeving. De manier waarop gemeenten hiermee omgaan, verschilt sterk en laat zien waar Someren kansen laat liggen.
Gemeente Someren In Someren worden duurzaamheid en inclusie vooral gezien als uitvoerende randvoorwaarden. De organisator regelt afval, de gemeente kijkt naar veiligheid en toegankelijkheid waar nodig is, en exploitanten doen wat wettelijk verplicht is. Maar nergens is vastgelegd wat Someren wíl op deze thema’s.
26
Versie 1.0
Er is geen afvalplan per kern, geen afspraken over energiebesparing, geen richtlijnen voor toegankelijkheid, en geen visie op de impact van de kermis op het dorpscentrum. Alles gebeurt fragmentarisch: een voorziening hier, een oplossing daar, maar zonder samenhang of ambitie. Dit betekent dat duurzaamheid afhankelijk blijft van toevallige keuzes van de organisator, en inclusie afhankelijk is van wat inwoners zelf signaleren. Dat is reactief, niet toekomstgericht.
Gemeente Asten In Asten speelt duurzaamheid geen grote rol in het beleid, maar is wel geborgd in de uitvoering. Afval wordt goed geregeld, horeca werkt mee aan schone pleinen en inkoop van energie en afvalverwerking is inmiddels een vast onderdeel van de afspraken. Toch is er weinig structurele visie. Duidelijke keuzes over energiezuinige attracties, prikkelarme momenten, stille uren of circulair materiaalgebruik zijn niet gemaakt. De gemeente is vooral bezig met betaalbaarheid en kwaliteit, waardoor duurzaamheid nog geen prominente plek heeft in de beleidskoers. Wel zie je dat inclusie, hoewel informeel, sterker aanwezig is dan in Someren. Dorpen als Ommel en Heusden creëren een laagdrempelige sfeer waarin iedereen welkom is. De combinatie van lage ritprijzen en sociaal karakter maakt de kermis vanzelf toegankelijker voor gezinnen met lagere inkomens. Duurzaamheid is hier dus functioneel geregeld, maar niet strategisch gepositioneerd.
Land van Cuijk Land van Cuijk is de enige van de drie gemeenten die duurzaamheid en inclusie benoemd heeft als onderdeel van het officiële kermisbeleid. Dit betekent dat elke kern, groot of klein, binnen dit kader moet organiseren. Elementen die daar terugkomen zijn onder andere: • • • • •
aandacht voor afvalscheiding en schone pleinen; afspraken over energiehuishouding en gebruik van stroomkasten; toegankelijkheid van het terrein (toegankelijke routes, beperkte obstakels); ruimte voor prikkelarme momenten of rustige opstellingen bij kleine kermissen; afspraken met exploitanten over geluid, openingstijden en hinderbeperking.
De kracht zit hier in het systeem: duurzaamheid en inclusie zijn geen losse maatregelen, maar integraal onderdeel van het kwaliteitsbeleid. Dat maakt het voorspelbaar — en vooral: uitvoerbaar. 27
Versie 1.0
Gemeenten die duurzaamheid structureel willen verankeren, passen dit model toe: duidelijke minimumstandaarden, met ruimte voor dorpsspecifieke keuzes.
Conclusie Someren werkt vooral reactief en kent geen duidelijke standaarden voor afval of toegankelijkheid. Asten heeft basismaatregelen, maar geen visie. Land van Cuijk heeft duurzaamheid en inclusie opgenomen als kwaliteitscriteria. Someren moet minimaal eisen vastleggen om aan toekomstige wet- en maatschappelijke verwachtingen te voldoen.
4. Samenvattende tabel De analyse van de tien thema’s laat veel details zien, maar de essentie wordt pas zichtbaar wanneer alle verschillen per gemeente naast elkaar worden gelegd. Thema 1. Organisatievorm
Someren Centrale concessie met één exploitant (Swinkels). Beperkte gemeentelijke sturing. Geen formele rol dorpsraden/ horeca.
2. Omvang & type kermissen
Dorp: volwaardige centrumkermis (±20 attracties). Dorpen: 6–10 attracties, kwetsbaar, veel kinderzaken. Dorp stabiel; dorpen dalend. Geen bezoekersdata. Kleine kermissen financieel nauwelijks rendabel. Afhankelijk van goodwill exploitanten. Geen subsidies. Markt moet alles dragen. Pacht via Swinkels.
3. Bezoek & financiële resultaten
4. Gemeentelijke bijdrage & subsidies
Asten Twee modellen: concessie (Asten/Heusden) + lokaal model (Ommel). Nieuwe koers: geslotenbeurs, ritprijzen vast, bijdrage €21.000 vervalt. Asten: 20–25 attracties. Heusden: ±10. Ommel: 3–4 attracties + sterke randprogrammering.
Land van Cuijck Hybride model: grote kernen door gemeente aanbesteed, kleine kernen door dorpsraden met €3.000 subsidie per jaar.
Asten goed bezocht door horeca/ feestcultuur. Ommel stijgend door lage ritprijzen. Concessie economisch instabiel (crisisjaren). Geen subsidies. Ommel: supportersclub +
Grote kermissen winstgevend. Kleine dorpskermissen verlieslatend, maar sociaal waardevol. Gemeente accepteert dat en subsidieert. €3.000 subsidie per dorp voor zelforganisatie. Deel
Grote kernen: 30–40 attracties. Middelgrote: 15–25. Kleine: 3–8 of alternatieve invulling.
28
Versie 1.0
5. Ruimtelijke inpassing
Krappe pleinen, geen locatieprofielen. Jaarlijks ad hoc puzzelen. Geen logistieke standaard.
6. Inwonersbeleving & draagvlak
Dorp sterk; dorpen traditioneel maar afnemend. Jeugd haakt af. Geen participeerstructuur.
7. Beleidsambitie & positionering
Geen actuele visie. Uitvoering leidend, geen richting.
8. Governance & samenwerking
Smal: gemeente + exploitant. Geen structurele samenwerking met dorpsraden, horeca of verenigingen.
9. Communicatie & promotie
Versnipperd. Geen centraal merk, geen herkenbare stijl.
donaties + weldoeners. Nieuwe koers: geen pacht, geen subsidie, ritprijzen dwingend. Twee pleinen met verschillende dynamiek. Ruimte en routing bepaald door horeca en lokale structuur. Ommel compact en overzichtelijk. Asten en Heusden: sterke sociale infrastructuur. Ommel: hoge betrokkenheid via supportersclub en vrijwilligers. Nieuwe koers: betaalbaarheid, ritprijzenbeleid, geslotenbeurs. Gericht op toegankelijkheid en stabiliteit. Asten: horeca als motor. Heusden: jeugdcentrum + horeca. Ommel: dorpscomité + café + supportersclub. Gemeente faciliterend. Sterke-communicatie; community-gedreven (m.n. Ommel). Geen centrale strategie.
van vastgesteld beleid 2024–2029.
Per kern een locatieprofiel. Logistiek uitgewerkt. Maatwerk mogelijk per schaal. Vrijheid voor alternatieve opzet. Dorpsraden formeel betrokken → draagvlak ingebakken in systeem. Identiteit per dorp leidend.
Brede visie: leefbaarheid, continuïteit, identiteit. Kermis als onderdeel van kernendemocratie. Governance breed: dorpsraden, kermiscommissie, gemeentelijk team. Rollen formeel vastgelegd.
Gemeente communiceert centraal, dorpen aanvullend. Herkenbare identiteit binnen kaders.
29
Versie 1.0
10. Duurzaamheid & inclusie
Ad hoc; geen beleid, Basis op orde, weinig geen kwaliteitskaders. visie. Inclusie vooral via lage ritprijzen en sociale cultuur.
Duurzaamheid en inclusie onderdeel van beleid. Minimale standaarden en maatwerk per kern.
30
Versie 1.0
5. Conclusie en aanbevelingen De benchmark laat zien dat de huidige manier van organiseren in Someren tekortschiet. De grote kermis houdt zichzelf overeind, maar de drie dorpskermissen verliezen kwaliteit, aanbod en bezoekers. Dat komt niet door een gebrek aan draagvlak in de dorpen, maar doordat het organisatiemodel onvoldoende aansluit op wat kleine kernen nodig hebben: sturing, lokale betrokkenheid en een realistische financiële basis. Asten laat zien dat stevige kaders nodig zijn om betaalbaarheid en kwaliteit te waarborgen. Land van Cuijk toont dat dorpsbetrokkenheid structureel geborgd kan worden via duidelijke rollen en financiële instrumenten. In Someren ontbreken beide elementen: er is geen ritprijzenbeleid, geen dorpsdifferentiatie, geen rol voor dorpsraden en geen instrument om kleine kermissen overeind te houden. De richting voor Someren wordt daarom helder: één professionele organisator voor de hele gemeente, gecombineerd met een veel sterker en structureel geborgd lokaal eigenaarschap in de kleine kernen. Dit model houdt de voordelen van centrale organisatie (continuïteit, veiligheid, kwaliteit, efficiëntie) overeind, maar herstelt tegelijkertijd de sociale basis en herkenbaarheid die essentieel zijn voor dorpskermissen. Dat betekent dat Someren kiest voor één uitvoeringsmodel, maar niet voor één uniforme kermis.
In Eind, Heide en Lierop wordt de lokale inbreng formeel georganiseerd via een kermisoverleg, met deelname van dorpsraden, gemeente en organisator. Zij bepalen samen, binnen de gemeentelijke kaders, de gewenste schaal, programmering en uitstraling van hun kermis. De organisator voert uit, de dorpen bepalen mee. Zo ontstaat een duidelijk evenwicht: professioneel georganiseerd, lokaal gedragen. Om dit model te laten werken zijn aanvullende keuzes nodig: ritprijzenbeleid om betaalbaarheid te borgen, locatieprofielen om realistische opstellingen mogelijk te maken, minimale kwaliteitsstandaarden voor duurzaamheid en inclusie, en een herkenbare communicatielijn voor de hele gemeente met ruimte voor dorpsaccenten. Met deze koers maakt Someren een duidelijke stap: van een verouderd en kwetsbaar concessiemodel naar een toekomstbestendig systeem waarin vieren en ontmoeten centraal staan. Eén organisator, vier kermissen, elk met een eigen karakter en een stevigere lokale basis.
31