Bijlage 6 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
19-7-2022
QuickScan flora en fauna Michelslaan 14, Someren
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna op de locatie: Michelslaan 14, Someren
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Michelslaan 14 5712 PL Someren
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 22148.QFF 19-7-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Interim omgevingsverordening .................................................................5 Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7
3.2.1
De bestaande woning ...................................................................8
3.2.2
De kavels..................................................................................8
3.2.3
Directe omgeving en beplantingen ....................................................9
3.3
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1
Algemeen..................................................................................... 11
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11
4.2.2
Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) .................... 11
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 12
4.2.4
Werken binnen het broedseizoen ................................................... 12
4.3
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 12
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 12
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 13
4.4
Nationaal beschermde soorten............................................................ 13
4.4.1
Amfibieën en reptielen ............................................................... 13
4.4.2
Libellen ................................................................................. 14
4.4.3
Dagvlinders ............................................................................. 14
4.4.4
Vaatplanten ............................................................................ 14
4.4.5
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 14
2
4.
Vooronderzoek ................................................................................9
Pagina
3.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 5.1
5.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 15
5.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15
5.1.3
Algemene broedvogels ................................................................ 15
5.2
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 16
5.2.1
Vleermuizen ............................................................................ 16
5.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16
5.3
Nationaal beschermde soorten............................................................ 16
5.4
Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ............................................... 16
Conclusie .......................................................................................... 17
3
6.
Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 15
Pagina
5.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer, is op dinsdag 21 juni 2022, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Het doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Michelslaan 14 Someren. De werkzaamheden betreffen een aanbouw aan de bestaande woning en de bouw van een nieuwe bedrijfsloods. Op- en nabij de kavels en in de directe omgeving van het plangebied, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen, welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Interim omgevingsverordening
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art.3.1 lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art. 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van beschermde soorten, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voorplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernietigen.
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.10 lid 1c Vaatplanten van de beschermde soorten, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art. 3.1 lid 4 en 5 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art. 3.5 lid 5 Het is verboden planten van beschermde soorten, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 3 De verboden, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van het centrum van Someren, in de gemeente Someren, liggende in de provincie Noord-Brabant (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: kadviewer
3.2 Voorgenomen ontwikkeling
Afbeelding 2: De kavels met kavelnummers: 4472, 4473 en 1082, welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. Bron: kadviewer
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
7
De werkzaamheden betreffen een aanbouw aan de bestaande woning en de bouw van een nieuwe bedrijfsloods. Op- en nabij de kavels en in de directe omgeving van het plangebied, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen, welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
3.2.1 De bestaande woning De bestaande woning gaat uitgebreid worden doormiddel van een aanbouw (zie afbeelding 3 en 4). Hierbij wordt een doorgang gemaakt in de bestaande oostgevel van de woning. De geplande werkzaamheden kunnen nadelige effecten hebben op beschermde soorten flora en fauna. Tijdens de quickscan flora en fauna dient bekeken te worden of, en welke, nadelige effecten op beschermde soorten voor kunnen komen.
Afbeelding 3 en 4: De te bestaande te verbouwen woning. Bron: BNL advies, datum: 21-06-2022
3.2.2 De kavels
Pagina
8
Op de kavels (zie afbeelding 5 t/m 8) dienen beplantingen en kleine bijgebouwen / bouwwerken verwijderd te worden om plaats te maken voor de bouw van een nieuwe aanbouw aan de bestaande woning. De geplande werkzaamheden kunnen nadelige effecten hebben op beschermde soorten flora en fauna. Tijdens de quickscan flora en fauna dient bekeken te worden of, en welke, nadelige effecten op beschermde soorten voor kunnen komen. De kavels bieden potentie voor vaste, foerageer-, voortplantings- en verblijfplaatsen van vleermuizen en van soorten met jaarrond beschermde nesten/ verblijfplaatsen in bomen en bebouwingen en in holen in de grond, maar ook meer algemene vogel- en diersoorten kunnen de kavel en de aangrenzende beplantingen gebruiken om te nestelen en zich voort te planten. De onderstaande afbeeldingen geven een algemeen beeld van de kavel en de direct aangrenzende omgeving.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 5 t/m 8: De te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 21-06-2022
3.2.3 Directe omgeving en beplantingen Aangrenzend aan de kavels zijn bomen, heesters, kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 9 en 10). Tijdens de rondgang dienen deze beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavels. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voorkomen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
Afbeelding 9 en 10: Aangrenzende beplantingen. Bron: BNL advies, datum: 21-06-2022
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
9
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 175-374.
Het belangrijkste dat opviel, is dat in de directe omgeving diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden, door middel van een veldbezoek, of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied. Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes/ mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Pagina
10
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren en amfibieën in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op dinsdag 21 juni 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is, zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels binnen- en in de directe omgeving van het projectgebied Nesten / nestlocatie in woning in bouwwerken op de kavels Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels en vleermuizen gebruikt kunnen worden Beschermde soorten vaatplanten op de kavels. Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen op de kavels Overige (beschermde) soorten flora en fauna op en nabij de kavels
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te ontwikkelen kavels) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in bomen. Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken vanwege de afwezigheid van nestkasten voor deze soorten in bomen en bebouwingen binnen en nabij het plangebied. Ook ontbreken er voor de steenuil geschikte broedholen in oude bomen binnen het plangebied en in de directe omgeving. De locatie is verder niet geschikt als voortplantings- en verblijfplaats, er zijn ook geen braakballen of prooiresten aangetroffen welke erop kunnen wijzen dan er uilen actief zijn binnen het gebied. Overige soorten. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten-, mogelijke verblijfplaatsen of sporen van gebouw- en boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als huismus, gierzwaluw, boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.
4.2.2 Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (Categorie 5)
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt, kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
11
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met nietjaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten in bebouwingen, nestkasten en bomen, zoals spreeuw, boomklever, boomkruiper, groene specht, bonte specht, zwarte mees, koolmees en pimpelmees.
4.2.3 Algemene broedvogels De directe omgeving van het plangebied en de beplantingen op de kavels zelf, zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De heesters, hagen en de bomen binnen- en nabij het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt. Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Op aanwijzing van de betreffende persoon dient het werk te worden uitgevoerd teneinde in gebruik zijnde nesten van vogels niet te verstoren. Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen
Pagina
12
Woning en bijgebouwen. In de woning waar de aanbouw plaats gaat vinden en bijgebouwen zijn geen geschikte openingen, spleten en scheuren aangetroffen die de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zouden maken. De overstek sluit goed aan, er zijn geen open stootvoegen en scheuren in de gevels en schoorstenen aanwezig. Ook zijn er nabij de kozijnen van ramen en deuren geen openingen aanwezig en de loodslabben bij de schoorsteen sluiten goed aan. Overige mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen en sporen van vleermuizen zijn in de woning en aangrenzende bebouwing niet aangetroffen. Een nader onderzoek naar vleermuizen in bebouwingen binnen het plangebied wordt dus niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 11 en 12: Geen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de woning waar de aanbouw plaats gaat vinden. Bron: BNL advies, datum: 21-06-2022
Beplantingen en directe omgeving. In de bomen en kleine bijgebouwen op de kavel zelf en in de bomen aangrenzend aan de kavel zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren in bomen aangetroffen die de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zouden maken. Wel kunnen de bomen en beplantingen aan randen van de te ontwikkelen kavel, dienen als vliegroute en foerageergebied, maar gezien de voldoende vergelijkbare structuren in de directe omgeving, wordt nader onderzoek naar vleermuizen op de kavel, met betrekking tot de geplande werkzaamheden, niet nodig geacht (houtsingels en bestaande bomen blijven gehandhaafd, waardoor geen essentieel leefgebied kan verdwijnen).
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn, zoals de kamsalamander en rugstreeppad. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid een geschikt habitat/ waarnemingen in de directe omgeving, is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.
4.4 Nationaal beschermde soorten
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied (de te ontwikkelen kavels) is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt, zoals alpenwatersalamander en kleine watersalamander door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
13
Het plangebied (locatie nieuw te bouwen bedrijfsloods) is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats en functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren, waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing. Geschikte potentiële verblijfplaatsen, zoals holen, burchten, takken- en steenhopen zijn op het gedeelte van de te ontwikkelen kavel niet aanwezig. Ook zijn er geen sporen in de vorm van prooidieren of uitwerpselen aangetroffen. Wel kan het omliggende landschap geschikt zijn als foerageergebied, maar aangezien hier nauwelijks veranderingen in aangebracht worden, en met een bijbehorend landschappelijk inpassingsplan alleen maar geschikter wordt gemaakt, wordt nader onderzoek niet nodig geacht.
4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.
4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing
Pagina
14
De directe omgeving van het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat, indien mogelijk, schadelijke effecten op soorten zo veel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten zoals de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil, door de afwezigheid van mogelijke nestlocaties. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden, wordt niet nodig geacht door het ontbreken van verblijfplaatsen/ nesten in de direct omgeving.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Door de aanwezigheid nestkasten in aangrenzende bomen is de aanwezigheid van vogels met niet jaarrond beschermde nesten aannemelijk. Nestkasten mogen buiten het broedseizoen, wanneer eventuele jonge vogels uitgevlogen zijn, verhangen worden. Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).
Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen, hagen en struiken welke aanwezig zijn binnen- en nabij het plangebied.
Pagina
15
Schadelijke effecten op algemene broedvogels, door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten, zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.
5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten/ mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Het plangebied is potentieel geschikt voor nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zo veel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na de bouw van de aanbouw op de kavel. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevel van de woning of tegen de bomen in de aangrenzende tuin. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivarapro.nl / www.waveka.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen. -
Vleermuiskast inbouw type: IB VL 06 (Vivarapro) Vleermuiskast opbouw type: 1FTH-zwart (Waveka) Huismus inbouw type: NK MU 07 (Vivarapro) Huismus opbouw type: NK MU 08 (Vivarapro
Pagina
16
Alles wat hierboven benoemd wordt, is geen verplichting of iets wat opgelegd wordt, maar dit zou voor de vogels en vleermuizen in het gebied een welkome verandering zijn en voor ons als mens een kleine moeite.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanvullend flora en faunaonderzoek nodig voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Het zou goed zijn om hoofdstuk 5.4 mee te nemen tijdens de ontwikkeling van de nieuwe aanbouw aan de bestaande woning. Door het aanbrengen van nestkasten aan of in de bebouwing (of aan de bomen in de omgeving) vergroot je de biodiversiteit zonder afbreuk te doen aan de eisen gesteld m.b.t. isolatiewaarden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
17
19-07-2022
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68