CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 E Effect en Haalbaarheidsonderzoek Regionaal Bedrijventerrein Peelgemeenten

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Bijlagen geheimhouding opgeheven 11 september 2025.26.742 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Effect- en Haalbaarheidsonderzoek Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost

Klant:

Gemeente Helmond

Referentie: BI4504-RP-2 Status:

S0/Definitief

Datum:

5 april 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB Eindhoven Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Effect- en Haalbaarheidsonderzoek

Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost

Sub titelReferentie: BI4504-RP-2 Status: P01.01/S0 Datum: 5 april 2023 ProjectnaamProjectnummer: BI4504

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 5 april 2023

BI4504-RP-2

2

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

6

1.1

De zoekgebieden

7

1.2

De methode

7

1.3

Leeswijzer

8

2

Toelichting op Beoordelingscriteria en Scorekaarten

9

2.1

Beleid en Regelgeving

9

2.2

Milieu – Bodem

11

2.3

Milieu – Natuur en Ecologie

12

2.4

Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit

14

2.5

Milieu – Klimaat en Water

16

2.6

Milieu – Veiligheid

19

2.7

Milieu – Wegverkeerslawaai

22

2.8

Milieu – Industriegeluid, geur en milieuzonering

23

2.9

Verkeer

25

2.10

Landschap

27

Hoofdstuk 3:

30

Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Lungendonk

30

3

Effect en Haalbaarheidstoets Lungendonk

31

3.1

Inleiding

31

3.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Lungendonk

32

3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9 3.2.10

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving 32 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Bodem 40 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Natuur en Ecologie 43 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit 47 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Klimaat en Water 51 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Veiligheid 55 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Wegverkeerslawaai 58 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Industriegeluid, geur & milieuzonering 59 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Verkeer 62 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Landschap 65

Hoofdstuk 4:

68

Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Varenschut

68

4

Effect en Haalbaarheidstoets Varenschut

69

4.1

Inleiding

69

4.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Varenschut

70

4.2.1

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving

70

5 april 2023

BI4504-RP-2

3

Projectgerelateerd

4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Bodem 77 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Natuur en Ecologie 79 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit 82 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Klimaat en Water 85 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Veiligheid 90 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Wegverkeerslawaai 93 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Industriegeluid, geur & milieuzonering 94 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Verkeer 97 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Landschap 100

Hoofdstuk 5:

103

Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Achterbroek

103

5

Effect en Haalbaarheidstoets Achterbroek

104

5.1

Inleiding

104

5.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Achterbroek

105

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving 105 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Bodem 113 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Natuur en Ecologie 116 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit 120 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Klimaat en Water 124 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Veiligheid 128 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Wegverkeerslawaai 131 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Industriegeluid, geur & milieuzonering 132 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Verkeer 135 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Landschap 139

5.2.9 5.2.10

Hoofdstuk 6:

142

Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Someren-Noord

142

6

Effect en Haalbaarheidstoets Someren-Noord

143

6.1

Inleiding

143

6.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Someren-Noord

144

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.2.8

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving 144 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Bodem 151 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Natuur en Ecologie 153 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit 157 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Klimaat en Water 161 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Veiligheid 166 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Wegverkeerslawaai 169 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Industriegeluid, geur & milieuzonering 170 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Verkeer 173 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Landschap 177

6.2.9 6.2.10

5 april 2023

BI4504-RP-2

4

Projectgerelateerd

Hoofdstuk 7:

180

Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Someren-Eind

180

7

Effect en Haalbaarheidstoets Someren-Eind

181

7.1

Inleiding

181

7.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Someren-Eind

182

7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5 7.2.6 7.2.7 7.2.8 7.2.9 7.2.10

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving 182 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Bodem 189 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Natuur en Ecologie 190 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit 194 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Klimaat en Water 198 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Veiligheid 203 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Wegverkeerslawaai 207 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Milieu – Industriegeluid, geur & milieuzonering 208 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Verkeer 211 Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling Landschap 214

8

Overzichtstabel

217

8.1

Overzichtstabel Lungendonk

217

8.2

Overzichtstabel Varenschut

218

8.3

Overzichtstabel Achterbroek

219

8.4

Overzichtstabel Someren Noord

220

8.5

Overzichtstabel Someren-Eind

221

8.6

Totaaloverzicht

222

9

Bijlagen

223

5 april 2023

BI4504-RP-2

5

Projectgerelateerd

1

Inleiding

Deze rapportage vormt een onderdeel in een reeks van samenhangende rapporten, gericht op de beoordeling van mogelijke locaties voor een regionaal bedrijventerrein. Het vormt een onderdeel binnen een proces van afweging en beoordeling. Het volledige processchema is weergegeven in Figuur 2. In deze rapportage worden onderstaande stappen 4 tot en met 7 beschreven. Stap 1 t/m 3 betreft achtergronddocumenten waarnaar gerefereerd wordt.

Figuur 1 Methode

In dit rapport worden de ruimtelijke en milieutechnische effecten en haalbaarheid voor vijf zoekgebieden 1 beoordeeld. Deze effecten en haalbaarheid worden getoetst aan de Referentiesituatie 2030, zoals uiteengezet in het Rapport ‘Huidige en Referentiesituatie’. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de scorekaarten zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze rapportage. Voor een toelichting op de scorekaarten en de wijze van beoordelen, verwijzen wij gemakshalve naar het Rapport ‘Methode & Beoordelingscriteria’. De uitgangspunten die voor de locaties worden gehanteerd bij deze beoordelingen, zijn uiteengezet in het Rapport ‘Uitgangspuntennotitie’. Hierin is ook een onderlegger te vinden van alle locaties, inclusief de omvang van het programma.

1

Het proces hoe tot deze zoekgebieden is gekomen, en de gebieden zelf, zijn beschreven in de ‘Uitgangspuntennotitie’ (Royal HaskoningDHV januari 2023, kenmerk BI4504 S0/P0.01).

5 april 2023

BI4504-RP-2

6

Projectgerelateerd

1.1

De zoekgebieden

In dit Effect- en Haalbaarheidsonderzoek worden de vijf zoekgebieden beoordeeld. Deze locaties zijn op kaart weergegeven (Figuur 1). Het betreft de volgende locaties (en bruto omvang in hectare): 1. 2. 3. 4. 5.

Lungendonk inclusief Stipdonk (150 Ha); Varenschut (36 Ha); Achterbroek (116 Ha); Someren-Noord (146 Ha); Someren-Eind (72 Ha).

1.2

De methode

Iedere locatie wordt beoordeeld op de volgende thema’s met bijbehorende criteria: • Beleid en regelgeving: gemeentelijk beleid, provinciaal beleid, de RES, Waterschapsbeleid, vrijetijdseconomie, maatschappelijk draagvlak. • Milieu: Bodem, Natuur en Ecologie, Klimaat en Water, veiligheid, Luchtkwaliteit, Stikstofdepositie, Wegverkeerslawaai (Volgt), Industriegeluid, geur en Milieuzonering. Deze aspecten vallen uiteen in diverse criteria. • Verkeer: ontsluiting, wegencapaciteit, mobiliteitstransitie, verkeersveiligheid. • Landschap: Natuurlijk erfgoed en archeologie, historisch karakter, natuurlijkheid, ruimtelijkheid.

Figuur 2 Locaties zoekgebieden

Voor het aspect Beleid en Regelgeving worden geen effectscores gegeven omdat de ontwikkeling van een bedrijventerrein geen direct effect heeft op Beleid en regelgeving. Wel wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling van een bedrijventerrein in relatie tot beleid en regelgeving getoetst en meegewogen. Voor het beoordelen van de effecten maken we gebruik van een 5-puntsschaal. De 5-puntsschaal reikt van zeer negatief (- -) tot zeer positief (+ +). De scores worden overzichtelijk gepresenteerd in een matrixtabel per criterium en uiteindelijk voor alle criteria samen. Daarnaast worden de resultaten en inzichten ook beschreven in een toelichtende tekst. Een overzichtstabel per locatie is opgenomen in Hoofdstuk 7 van deze rapportage. MER-methodiek Het voorliggende haalbaarheidsonderzoek is niet als zodanig m.e.r.-plichtig. Wel worden in dit haalbaarheidsonderzoek, net als in een mer, de mogelijke milieueffecten in beeld gebracht. Dit met als doel om de verschillen in milieueffecten tussen de verschillende locaties in beeld te brengen en te kunnen wegen. Dit zodat het milieubelang betrokken kan worden in de locatieafweging. In een toekomstig mer-traject voor de voorkeurslocatie zal onderbouwd moeten worden waarom voor die specifieke voorkeurslocatie is gekozen. Daarbij zal ook gemotiveerd moeten worden in hoeverre het milieubelang daarbij een rol heeft gespeeld.

Dit onderzoek kan nar inhoud en opzet gebruikt worden als onderbouwing voor de locatiekeuze waarin milieuaspecten mee zijn gewogen in de afweging.

5 april 2023

BI4504-RP-2

7

Projectgerelateerd

Disclaimers: 1

Belangrijk is om bij de beoordeling op te merken dat de scores van de verschillende milieuthema’s niet zomaar tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Een - - (zeer negatief) op het gebied van stikstof staat niet per definitie gelijk aan een - - bij een ecologie-aspect. De scores zijn verder niet gewogen om ze onderling met elkaar te kunnen vergeleken. Dat hoort een politieke afweging te zijn. Wel de scores inzicht in het verschil op een specifiek aspect tussen verschillende locaties: een - - op een locatie is negatiever dan een – of een + op een andere locatie bij hetzelfde criterium. Zo kunnen de scores van 1 criterium wel tussen verschillende locaties worden vergeleken. De effectbeoordeling is relatief en ten opzichte van de Autonome referentiesituatie 2030. Daarmee geeft de effectbeoordeling een ontwikkelingsrichting en doet het geen uitspraak over de gewenstheid of kwaliteit van de eindsituatie.

2

De beoordeling van de haalbaarheid richt zich op het ‘mogelijk zijn’, maar doet geen uitspraken over de wenselijkheid.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt ingedeeld: • Hoofdstuk 2 beschrijft de toelichting op de beoordelingscriteria en gebruikte scorekaarten voor zowel het effect- als haalbaarheidsonderzoek; • Hoofdstuk 3 t/m 7 beschrijven de effect- en haalbaarheidstoets voor achtereenvolgens Lungendonk, Varenschut, Achterbroek, Someren-Noord, en Someren-Eind; • Hoofdstuk 8 geeft een overzichtstabel van de effect- en haalbaarheidsscores (na het nemen van mitigerende maatregelen) voor alle locaties.

5 april 2023

BI4504-RP-2

8

Projectgerelateerd

2

Toelichting op Beoordelingscriteria en Scorekaarten

2.1

Beleid en Regelgeving

De thema’s onder ‘Beleid en Regelgeving’ worden enkel getoetst op Haalbaarheid. Onderdeel hiervan is: • • • • • •

Gemeentelijk Beleid Waterschapsbeleid Provinciaal Beleid Regionaal Beleid Energietransitie Vrijetijdseconomie Maatschappelijk draagvlak

Gemeentelijk beleid In hoeverre sluit de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein aan bij het gemeentelijk beleid en ambities? Het gemeentelijk beleid en ambities worden binnen dit ruimtelijke ordeningscriterium geanalyseerd. Omgevings- en structuurvisies geven een helder beeld voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de toekomst. Door deze visies te analyseren op ambities die relevant zijn voor de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein, kan de visie en daarmee de ambitie ten aanzien van een bedrijventerrein worden getoetst. Huidige bestemmingsplannen geven inzicht in de huidige bestemming van het gebied en de bindende voorwaarden. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de woonvisie. Waterschapsbeleid In hoeverre sluit de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein aan bij het beleid van het Waterschap Aa en Maas? Het waterbeheersplan, de Keur en de Legger van het waterschap worden geanalyseerd. Hierin wordt onder andere gekeken naar attentiezones (nieuwe ontwikkelingen in deze zones die niet gericht zijn op behoud of versterking van de natuurwaarden zijn niet toegestaan), waterwingebieden (de beperkingen bij deze kwetsbare gebieden hebben een negatief effect op de haalbaarheid van het ontwikkelen van een bedrijventerrein) en de gevoeligheidsfactor (geeft aan hoeveel compensatie er nodig is bij een toename van verhard oppervlak).

Daarnaast wordt er nog gekeken in hoeverre het zoekgebied gelegen is in een invloedsgebied van de Natura2000 en in een beschermd gebied. Het Waterschapsbeleid wordt door Waterschap Aa en Maas gekarakteriseerd als een richtlijn. Dat houdt in dat op basis van voorschrijdend inzicht beleidsuitspraken genuanceerd kunnen worden of zelfs (gemotiveerd) van afgeweken kan worden, wanneer zich nieuwe omstandigheden, zoals betere kansen of nieuwe inzichten, voordoen. Provinciaal Beleid In hoeverre sluit de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein aan bij het provinciaal beleid? Diverse beleidsdocumenten worden onderzocht waarbij met name wordt gekeken naar de provinciale omgevingsverordening. Binnen deze provinciale verordening is gekeken naar de volgende aspecten: stedelijk afweegbaar gebied, landelijk gebied, attentiezone stiltegebied, beperking veehouderij, stalderingsgebied, NNB (natuur netwerk Brabant) en ecologische verbinding attentiezone geluid provinciale weg, milieu, (reservering) waterberging, diep grondwaterlichaam (waterkwaliteit) en de groenblauwe mantel. De aanduiding ‘zoekgebied verstedelijking’ in de Verordening ruimte Noord-Brabant geeft aan dat het transformeren van buitengebied naar stedelijk gebied (wonen, werken, voorzieningen, stedelijk groen) afweegbaar is als dat nodig is om in de stedelijke ruimtebehoefte te voorzien.

Gemeenten en provincie voeren regionaal overleg om een goede afstemming van de stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) binnen een regio te bevorderen. Regionaal Beleid rondom de Energietransitie Qua regionaal beleid wordt de Regionale Energie Strategie (RES) in beschouwing genomen. De aspecten Netcapaciteit en Transportschaarste, Warmtetransitie en Restwarmte en Windenergie worden bekeken.

5 april 2023

BI4504-RP-2

9

Projectgerelateerd

Netcapaciteit en transport schaarste - In hoeverre kan het bedrijventerrein tijdig worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk (i.v.m. transport schaarste en netcongestie)? Welke mogelijkheden zijn er voor aansluiting op het elektriciteitsnet voor afname en mogelijke terug levering. Er wordt per zoekgebied aan de hand van netcapaciteitskaarten wat de beschikbare capaciteit is. Voor de haalbaarheid wordt gekeken naar wanneer er welke capaciteit beschikbaar zou kunnen komen. Warmtetransitie en restwarmte - In hoeverre biedt het bedrijventerrein mogelijkheden voor het produceren en uitwisselen van restwarmte voor de omgeving en eigen gebruik? Hiervoor is gekeken naar potentie voor de (productie)bronnen geothermie en WKO’s en wordt er gekeken naar mogelijkheden om aan te sluiten op een warmtenet voor een in de buurt gelegen wijk. Of de bedrijven restwarmte produceren is afhankelijk van het type bedrijf en niet van de locatie. Wanneer een zoekgebied veel potentie heeft op dit criterium wordt verwacht dat dit een positief effect heeft op de haalbaarheid van het realiseren van een bedrijventerrein op deze locatie. Hiernaast wordt er gekeken naar de potentie van het bedrijventerrein als energiehub, hiervoor is gekeken naar de RES.

Windenergie- In hoeverre heeft de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie impact op de (mogelijke) productie van windenergie? Dit thema wordt getoetst door een analyse van de RES (bevindt het zoekgebied zich in een wind zoekgebied) en harde planologische belemmeringen zoals een vliegzone. Vrijetijdseconomie In hoeverre heeft de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie impact op de recreatieve waarden en mogelijkheden in dit gebied? Hierbij wordt getoetst welke recreatieve waarden (beleidsonderzoek zoals gemeentelijke toerisme/recreatiebeleid, omgevingsvisie en BP en locatie onderzoek) aanwezig zijn in de zoekgebieden of in welke potentie wordt gezien en welke impact een bedrijventerrein heeft op deze waarden. De haalbaarheid wordt ook getoetst op aanwezigheid van recreatieve waarden of de potentie hiervan. Maatschappelijk draagvlak In hoeverre wordt tegenstand vanuit de (directe) omgeving verwacht voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein op deze locatie? Op basis van een ambtelijke analyse is via ervaring en gebiedskennis een inschatting gemaakt van het verwachte draagvlak en verwachte inzicht vanuit belanghebbende. Daarbij wordt geput uit reeds bekende inzichten vanuit de ambtelijke organisatie. Bij de aspecten van beleid en regelgeving wordt de volgende scoretabel gebruikt om op Haalbaarheid te toetsen.

Een groene haalbaarheidsscore betekend dat er geen knelpunten (meer) zijn. Bijv. omdat er mitigerende maatregelen zijn genomen (lichtgroen), of omdat er überhaupt geen knelpunt ontstaat die de haalbaarheid van het Regionaal Bedrijventerrein op dit aspect belemmerd (donkergroen). Dit hoeft niet per se te betekenen dat er geen negatief effect is. Ter illustratie: geluidsproductie kan bijvoorbeeld toenemen (een effect), maar dit kan alsnog binnen de gestelde wettelijke grenzen vallen, waardoor het geen knelpunt voor de haalbaarheid hoeft te zijn (en daarom een positieve haalbaarheidsscore krijgt) Tabel 1 Haalbaarheid beleid en regelgeving scorekaart

5 april 2023

BI4504-RP-2

10

Projectgerelateerd

2.2

Milieu – Bodem

Onder het thema bodem wordt gekeken naar: • Bodemkwaliteit • Archeologie en Cultuurhistorie Bodemkwaliteit Bij de herontwikkeling van de locaties zal rekening gehouden moeten worden met de lokale bodemkwaliteit op de betreffende locatie. Bodemverontreiniging kan leiden tot stagnatie in de ruimtelijke en economische ontwikkeling van een locatie. Door tijdig inzicht te hebben in de aanwezige bodemkwaliteit en mogelijk aanwezige bodemverontreiniging kunnen per locatie de eventuele belemmeringen die daaruit voortvloeien worden gesignaleerd. Om de belemmeringen in beeld te brengen worden per locatie de volgende aspecten getoetst: • Zijn er Wbb-locaties (gevallen met ernstige bodemverontreiniging) binnen de locatie aanwezig? • Zijn de aanwezige Wbb-locaties al gesaneerd of dienen de saneringen nog te worden opgestart? • Zijn er restverontreinigingen of nazorgverplichtingen die voortvloeien uit gesaneerde Wbblocaties? • Zijn er voormalige stortplaatsen binnen de locaties aanwezig? Archeologie en Cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) van kracht. In deze wet zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Malta (1992) voor Nederland nader uitgewerkt.

Bij de beleidsuitvoering van de Wamz dienen de gemeenten de archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeenten op een verantwoorde wijze te worden geïntegreerd in het ruimtelijke beleid. Per locatie wordt een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Bij deze effectbeoordeling worden de volgende scorekaarten gebruikt (voor de haalbaarheidsscorekaart, zie onder Beleid en Regelgeving): Tabel 2 Scorekaart Effectanalyse Bodemkwaliteit

Tabel 3 Scorekaart Effectanalyse Cultuurhistorie en Archeologie

5 april 2023

BI4504-RP-2

11

Projectgerelateerd

2.3

Milieu – Natuur en Ecologie

Per locatie wordt een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten op natuur en beschermde natuurwaarden. Hierbij wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Het voorkomen van beschermde soorten is gebaseerd op data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en de interpretatie van het huidige grondgebruik. Ten aanzien van beschermde soorten is nog geen soortgericht onderzoek op de locaties uitgevoerd. Er zal per locatie beoordeeld worden op de effecten op zowel de aanlegfase als de gebruiksfase voor: • Beschermde soorten – leefgebieden - In hoeverre beïnvloedt de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie de leefgebieden van beschermde soorten? • Beschermde soorten – verblijfplaatsen - In hoeverre beïnvloed de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie de verblijfplaatsen van beschermde soorten? • Beschermde soorten- verbindingsroutes - In hoeverre beïnvloedt de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie de verbindingsroutes van beschermde soorten? • Beschermde gebieden/natuurgebieden - In hoeverre heeft de ontwikkeling van een bedrijventerrein impact op de omliggende beschermde gebieden (bijv. NNB of Natura2000)? Bij deze effectbeoordeling worden de volgende scorekaarten gebruikt (voor de haalbaarheidsscorekaart, zie onder Beleid en Regelgeving):

5 april 2023

BI4504-RP-2

12

Projectgerelateerd

Tabel 4 Scorekaart Beschermde soorten

Tabel 5 Scorekaart beschermde gebieden

5 april 2023

BI4504-RP-2

13

Projectgerelateerd

2.4

Milieu – Stikstofdepositie en luchtkwaliteit

Wettelijk kader - Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij wijzigingen getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. In Figuur 3 is de beslisboom met de stappen om de vergunningsplicht vast te stellen opgenomen. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) - Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Hierin heeft de Nederlandse overheid de doelstelling opgenomen om in 2030 minimaal 50% areaal met stikstofgevoelige habitats onder de kritische depositiewaarde te brengen. Hiervoor is een aanzienlijke reductie in stikstofemissies binnen diverse sectoren nodig, waarvoor verschillende programma’s en aanpakken worden opgesteld. Salderen - Bij salderen kan de toename van stikstofdepositie worden verminderd door tegelijkertijd een afname te realiseren zodat er, per saldo, geen toename van de stikstofdepositie optreedt. Intern salderen (stap Figuur 3 Stappenplan vaststellen vergunningplicht stikstofdepositie 2) heeft betrekking op een afname binnen hetzelfde projectgebied, bij extern salderen (stap 4) wordt de afname buiten het projectgebied gerealiseerd. De mogelijkheden en voorwaarden voor intern en extern salderen worden momenteel juridisch betwist.

Enerzijds betreft dit het gebruik van niet benutte (maar wel vergunde) emissieruimte, anderzijds de vraag of vrijgekomen emissieruimte niet eerst moet worden gebruikt voor natuurherstel in plaats van het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Het is op dit moment nog niet duidelijk wanneer de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving hierover zal besluiten. Schone Lucht Akkoord - De Rijksoverheid wil de luchtkwaliteit in Nederland verbeteren en de gezondheidsschade door luchtverontreiniging in 2030 halveren. Daartoe worden extra maatregelen genomen, vooral rondom grote steden en in de buurt van intensieve veehouderijen. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit akkoord is ondertekend door de provincie NoordBrabant en de gemeenten Helmond en Deurne. De SLA-maatregelen zullen positief bijdragen aan het verlagen van de emissies en concentraties in het zoekgebied en daarom zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit en de gezondheid van de mensen die in en rond dit gebied werken en/of wonen. WHO-advieswaarden - Op 22 september 2021 heeft de World Health Organization (WHO) aangescherpte gezondheidskundige advieswaarden en interimwaarden luchtkwaliteit gepubliceerd. Deze waarden betreffen een aanscherping van de tot op dat moment gelende advieswaarden uit 2005.

Luchtbeleid provincie Noord-Brabant - Voor zover bekend hebben de gemeente Noord-Brabant en de betrokken gemeenten geen aanvullend luchtbeleid. Er zal per locatie beoordeeld worden op de effecten op zowel de aanlegfase als de gebruiksfase voor:

5 april 2023

BI4504-RP-2

14

Projectgerelateerd

− −

Stikstofdepositie- Wat is de verwachte stikstofdepositie van het bedrijventerrein in de operationele fase (afgezet tegen de huidige stikstofwaarden in de referentiesituatie)? Luchtkwaliteit - In welke mate wordt de luchtkwaliteit (negatief) beïnvloedt, door de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie (ten aanzien van de referentiesituatie)?

Tabel 6: score effect Stikstofdepositie

Score effect - - Zeer negatief effect Negatief effect 0 Geen of nihil effect + Positief effect + + Zeer positief effect Tabel 7: score effect Luchtkwaliteit

Score effect - - Zeer negatief effect Negatief effect 0 Geen of nihil effect + Positief effect + + Zeer positief effect Er zal per locatie beoordeeld worden wat de invloed van dit aspect op de haalbaarheid is, onderstaande tabellen geven de beoordelingscriteria voor stikstof en luchtkwaliteit weer: − Stikstofdepositie- Zijn er knelpunten te verwachten door de verwachte stikstofdepositie van het bedrijventerrein in de tijdelijke ontwikkel en in de operationele fase (afgezet tegen de huidige stikstofwaarden in de referentiesituatie)? − Luchtkwaliteit – Ontstaan er knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit door de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie (ten aanzien van de referentiesituatie)? Een knelpunt ontstaan wanneer de grenswaarde voor luchtkwaliteit wordt overschreden. Tabel 8: score haalbaarheid stikstofdepositie en luchtkwaliteit

Score haalbaarheid Knelpunten die haalbaarheid onmogelijk maken Knelpunten die bedrijventerrein haalbaarheid zeer belemmeren Knelpunten waarmee bedrijventerrein nog wel haalbaar is Geen knelpunten (met mitigerende maatregelen) Geen knelpunten (zonder mitigerende maatregelen)

5 april 2023

BI4504-RP-2

15

Projectgerelateerd

2.5

Milieu – Klimaat en Water

Binnen het onderwerp water en klimaat wordt er getoetst op een 6-tal thema’s: grondwaterkwaliteit, grondwaterkwantiteit (droogte en vernatting), wateroverlast, oppervlaktewaterkwaliteit, hittestress en waterveiligheid. De kansen voor aquathermie of TEO (thermische energie uit oppervlakteater) worden beschreven bij het thema ‘beleid en regelgeving - Regionaal Beleid rondom de Energietransitie’. De thema’s richten zich op de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling op de waterhuishouding. Aanvullend wordt gekeken naar de verwachte op de impact (kwetsbaarheid) van klimaatverandering op de onderzoeksgebieden. De vier klassieke klimaatthema’s laten zien hoe kwetsbaar het gebied is ten opzichte van waterlast, droogte, hittestress en waterveiligheid. Voor de toetsing op deze thema’s wordt gebruik gemaakt van de openbare data uit de Klimaateffectatlas. Voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein geldt voor alle locaties dat de waterbergingsopgave opgelost moet worden en dat er geen grondwater onttrokken wordt. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de waterbergingsopgave ingepast wordt in het gereserveerde bruto oppervlak van het openbaar gebied, Het gereserveerde oppervlak betreft 10% open water en 15% groen (zie ‘Uitgangspuntennotitie HBO Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’).

Grondwaterkwantiteit Binnen het thema grondwaterkwantiteit ligt de nadruk op verwachte veranderingen in de grondwaterstand als gevolg van klimaatverandering en de ontwikkeling. Er is sprake van droogte wanneer er minder water beschikbaar is dan normaal; er kan dan een watertekort ontstaan. Voor het thema droogte wordt gekeken naar de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). De GLG is een mate voor droogte en geeft de gemiddeld laagste grondwaterstand weer gemeten over een periode van 8 jaar. Een verlaging van de grondwaterstand kan ervoor zorgen dat het aanwezige groen minder water kan opnemen en verdroogd of in zelfs afsterft. In het waterbeheersplan van het waterschap is opgenomen dat de aankomende jaren wordt ingezet op het verhogen van de grondwaterstand. In hoeverre de ontwikkeling kan bijdragen aan een aanvulling van het grondwater bepaald daarmee of er sprake is van een positief of negatief effect. Tabel 9: score effect grondwaterkwantiteit

Score effect -0 + ++

Zeer negatief door sterk verminderde aanvulling van het grondwaterpakket en daarmee tevens een verlaging van de GLG Negatief effect door verminderde aanvulling van het grondwaterpakket en daarmee tevens een beperkte verlaging van de GLG Geen of nihil effect, Geen verandering in de grondwateraanvulling en GLG Positief effect door een toename van de aanvulling van het grondwaterpakket en daarmee ook een verhoging van de GLG Zeer positief effect door een sterke toename van de aanvulling van het grondwaterpakket en daarmee ook een verhoging van de GLG.

5 april 2023

BI4504-RP-2

16

Projectgerelateerd

Grondwaterkwaliteit Voor het thema grondwaterkwaliteit is van belang of de ontwikkeling een positief of negatief zal hebben op de grondwaterkwaliteit. Voor de haalbaarheid is het daarnaast van belang of het onderzoeksgebied in een grondwaterbeschermingsgebied valt waardoor er mogelijke restricties gelden zoals een verbod op infiltratie van hemelwater of het onttrekken van grondwater. Tabel 10: score effect (grond)waterkwaliteit

Score effect - - Zeer negatief effect op de grondwaterkwaliteit -

Negatief effect op de grondwaterkwaliteit

0

Geen of nihil effect op de grondwaterkwaliteit

+

Positief effect op de grondwaterkwaliteit

++ Zeer positief effect op de grondwaterkwaliteit Wateroverlast Voor het thema wateroverlast wordt er getoetst aan de verwachte wateroverlast. Hierbij wordt gekeken naar de wateroverlast risico’s zoals beschreven in de huidige situatie met onder andere een bui die eens in de 100 jaar voorkomt. Bij deze bui valt 70mm in 2 uur. Bij de ontwikkeling moet te allen tijde wateroverlast als gevolg ven hevige neerslag worden tegengegaan door het compenseren van de toename aan verharding. Hiermee wordt het risico op wateroverlast gemitigeerd. Omdat deze mitigerende maatregelen gelden voor alle gebieden is dit aspect minder onderscheidend. De score van het effect is daarom toegespitst op de mogelijkheden voor mitigatie. Infiltreren scoort daarbij het hoogst omdat het water in het gebied wordt vastgehouden en tevens grondwateraanvulling plaatsvindt. Lokaal bergen en vertraagd afvoeren scoort minder en berging in oppervlaktewater scoort het slechts. Het huidige grondgebruik speelt daarbij ook een rol. De in de referentiesituatie deels verharde gebieden zijn gevoeliger voor wateroverlast. Door de herontwikkeling van deze gebieden zal het risico op wateroverlast daarom sterker afnemen dan bij de onverharde gebieden. De nu bebouwde gebieden zijn namelijk niet afgestemd op het toekomstig klimaat.

Voor de haalbaarheid wordt gekeken in hoeverre er momenteel sprake is van wateroverlast in het gebied, Dit gebeurd aan de hand van de wateroverlastkaarten van het waterschap. Tabel 11 score effect wateroverlast

Score effect --

Zeer negatief op de te verwachten wateroverlast. Gebied is niet bebouwd en waterberging alleen mogelijk in oppervlaktewater. Negatief effect op de te verwachten wateroverlast. Gebied is bebouwd en waterberging alleen mogelijk in oppervlaktewater. 0 Geen of nihil effect op de te verwachten wateroverlast. Gebied is bebouwd of onbebouwd en lokaal bergen en vertraagd afvoeren is mogelijk. + Positief effect op de te verwachten wateroverlast Gebied is niet bebouwd, lokaal vasthouden en infiltreren is mogelijk ++ Zeer positief effect op de te verwachten wateroverlast. Gebied is deels bebouwd en lokaal vasthouden en infiltreren is mogelijk

5 april 2023

BI4504-RP-2

17

Projectgerelateerd

Oppervlaktewaterkwaliteit Voor het thema oppervlaktewaterkwaliteit wordt er getoetst aan de verslechtering van de waterkwaliteit als gevolg van afstromend hemelwater, functieverandering en de afstand tot een KRW-watergang. Omdat door het toepassen van voldoende mitigerende maatregelen een goede waterkwaliteit kan worden gewaarborgd en dit voor alle gebieden geldt is de afstand tot een KRW-watergang en de functieverandering leidend in de toetsing. Bij een functieverandering van agrarisch naar bedrijventerrein zullen minder meststoffen naar het oppervlaktewater uitspoelen. Tabel 12 score effect oppervlaktewaterkwaliteit

Score effect --

-

0 + ++

Zeer negatief voor wateroverlast voor de ontwikkeling en de omgeving Door het nemen van voldoende maatregelen om vervuiling tegen te gaan is lokaal de waterkwaliteit geborgd. Er ligt een KRW-watergang op een korte afstand van het gebied. Er is geen sprake van functieverandering van agrarisch naar bebouwing. Negatief effect op de te verwachten wateroverlast. Door het nemen van voldoende maatregelen om vervuiling tegen te gaan is lokaal de waterkwaliteit geborgd. Er ligt een KRW-watergang op een geringe afstand van het gebied. Er is geen sprake van functieverandering van agrarisch naar bebouwing. Geen of nihil effect op de te verwachten wateroverlast Positief effect op de te verwachten waterkwaliteit door het nemen van voldoende maatregelen om vervuiling tegen te gaan. Er ligt geen KRW-watergang in de directe omgeving van het gebied. Er is gedeeltelijk sprake van functieverandering van agrarisch naar bebouwing. Zeer positief effect op de te verwachten waterkwaliteit door het nemen van voldoende maatregelen om vervuiling tegen te gaan. Er ligt geen KRW-watergang in de wijde omgeving van het gebied. Er is geen sprake van functieverandering van agrarisch naar bebouwing.

Hittestress

Hittestress wordt getoetst aan de hand van het Urban Heat Island (UHI) effect. Het UHI-effect is het verschil in temperatuur tussen het rurale omliggende gebied en de locatie. Het geeft weer wat het extra (hitte eiland) effect is van de bebouwde omgeving tijdens een hittegolf. Stedelijke ontwikkelingen zorgen voor een verhoogde UHI. De effecten van de ontwikkeling op hittestress en het UHI-effect wordt getoetst. Tabel 13: score effect Hittestress

Score effect --

Het effect van meer verhard oppervlakte en dichtere bebouwing zorgt voor grote negatieve gevolgen voor hittestress en de leefbaarheid op het bedrijventerrein door de bestaande bebouwde omgeving.

-

Het effect van meer verhard oppervlakte en dichtere bebouwing zorgt voor negatieve gevolgen voor hittestress en de leefbaarheid op het bedrijventerrein door de bestaande bebouwde omgeving.

0

Het effect van meer verhard oppervlakte en dichtere bebouwing zorgt voor weinig of geen gevolgen voor hittestress en de leefbaarheid op het bedrijventerrein.

+

Het effect van de ontwikkeling zorgt voor een positief gevolg voor hittestress en de leefbaarheid op het bedrijventerrein door de bestaande bebouwde omgeving.

++

Het effect van de ontwikkeling zorgt voor een zeer positief gevolg voor hittestress en de leefbaarheid op het bedrijventerrein door de bestaande bebouwde omgeving.

5 april 2023

BI4504-RP-2

18

Projectgerelateerd

Waterveiligheid Voor het thema waterveiligheid zijn voor de zoekgebieden de kans op bij een middelgrote kans van overstromen bepaald (1 per 100 jaar). Hierbij wordt de overstroming weergegeven bij het falen van het regionale systeem. Deze regionale waterkeringen bieden overwegend bescherming tegen overstroming vanuit binnenwater (dit is het water dat zich binnen de kustlijn bevindt). De effecten van de ontwikkeling op dit risico worden beoordeeld waarna ook de invloed van het overstromingsrisico op de haalbaarheid getoetst wordt. Tabel 14: score effect Waterveiligheid

-0 + ++

Score effect Zeer negatief effect door een toename van de overstromingskans Negatief effect door een beperkte toename van de overstromingskans Geen of nihil effect Positief effect door een afname van de overstromingskans of mate van overstroming Zeer positief effect door een sterke afname van de overstromingskans of mate van overstroming

Beoordeling haalbaarheid van de verschillende klimaat thema’s Tabel 15: score haalbaarheid verschillende klimaat thema’s

Score haalbaarheid Knelpunten die haalbaarheid onmogelijk maken Knelpunten die bedrijventerrein haalbaarheid zeer belemmeren Knelpunten waarmee bedrijventerrein nog wel haalbaar is Geen knelpunten (met mitigerende maatregelen) Geen knelpunten (zonder mitigerende maatregelen)

2.6

Milieu – Veiligheid

Dit plan wordt in het kader van veiligheid getoetst in overeenstemming met de Omgevingswet. Deze paragraaf geeft een korte beschouwing over wetgeving en toetsingscriteria voor veiligheid waaraan een ruimtelijk plan wordt getoetst. Wet- en regelgeving veiligheid onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet (inwerkingtreding naar verwachting op 1 juli 2023) wordt getoetst aan de besluiten: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Veiligheid wordt beoordeeld aan de hand van het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats buiten de begrenzing van de locatie van een risicovolle activiteit, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De PR10-6 per jaar contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare gebouwen en locaties en voor zeer kwetsbare gebouwen (art. 5.7 Bkl). Deze waarde is een standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties (art. 5.11 Bkl). Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare gebouwen en locaties en van zeer kwetsbare gebouwen is uitgesloten binnen de PR10-6 per jaar contour.

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties kunnen zwaar gemotiveerd onder bepaalde voorwaarden wel worden toegestaan.

5 april 2023

BI4504-RP-2

19

Projectgerelateerd

Er is in deze studie ook gekeken naar relevante risicocontouren en aandachtsgebieden buiten de grenzen van het zoekgebied, zoals de risicocontouren van de Snelweg A67 ter hoogte van zoekgebied Achterbroek. Aandachtsgebieden Rondom risicobronnen zijn aandachtsgebieden vastgesteld in het Bkl of dienen aandachtsgebieden te worden berekend in specifieke gevallen. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s en bijbehorende effecten. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (= de gemeente) in beginsel zogenaamde voorschriftengebieden moet aanwijzen in het omgevingsplan. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Voor zeer kwetsbare gebouwen (bijv. kinderdagverblijven) is de gemeente wettelijk verplicht om een voorschriftengebied aan te wijzen. Binnen een aangewezen voorschriftengebied geldt de verplichting om bouwkundige (of gelijkwaardige) maatregelen te treffen aan nieuwbouw. Deze verplichting geldt altijd, dus voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Een voorschriftengebied hoeft dus niet voor het gehele aandachtsgebied te gelden.

Een gemeente kan er gemotiveerd voor kiezen om slechts een deel van een aandachtsgebied als voorschriftengebied aan te wijzen wanneer het gaat om (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties. Onderstaande tabellen geven de scorekaarten weer voor de effectanalyse van het aspect veiligheid. Uitgangspunt van het planvoornemen is dat inrichtingen met milieucategorie 3.1/3.2 en 4.1/42 worden toegestaan in bepaalde gebieden van het plangebied. Met het benoemen van toegestane milieucategorieën is het mogelijk dat bepaalde inrichtingen met gevaarlijke stoffen zich hier vestigen. Deze kunnen een PR10-6 per jaar contour hebben, alsmede een brand- en/of explosieaandachtsgebied. Het is in dit stadium van het planvoornemen nog niet bekend welke inrichtingen op het industrieterrein toegelaten worden, waarmee tevens niet bekend is of en met welke PR10-6 per jaar contouren, brandaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden rekening gehouden dient te worden. Er is daarom voor de beoordeling aangesloten bij de VNG-richtafstanden in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering’ (VNG, 2009). Voor milieucategorie 4.2 wordt in de handreiking een maximale veiligheidsafstand gehanteerd van 300 meter en voor milieucategorie 3.2 100 meter. Tabel 16 Scorekaart Risicobronnen

Score effect risicobronnen --

PR10-6 per jaar contour over plangebied bedrijventerrein en wel aandachtsgebieden over plangebied bedrijventerrein

-

Geen PR10-6 per jaar contour over plangebied bedrijventerrein en wel brand- en explosieaandachtsgebied over plangebied bedrijventerrein

0

Geen PR10-6 per jaar contour over plangebied bedrijventerrein en wel brand- of explosieaandachtsgebied over plangebied bedrijventerrein

+

Geen PR10-6 per jaar contour over plangebied bedrijventerrein en wel brandaandachtsgebied over plangebied bedrijventerrein

++

Geen PR10-6 per jaar contour over plangebied bedrijventerrein en geen brandaandachtsgebied over plangebied bedrijventerrein

5 april 2023

BI4504-RP-2

20

Projectgerelateerd

Tabel 17 Scorekaart Risicovolle activiteiten

Score effect verwachting risicovolle activiteiten met PR10-6 per jaar --

PR10-6 per jaar contour buiten plangebied bedrijventerrein over kwetsbare objecten: niet toegestaan

-

PR10-6 per jaar contour buiten plangebied bedrijventerrein toegestaan

0

PR10-6 per jaar contour buiten perceelsgrens maar binnen plangebied bedrijventerrein toegestaan

+

PR10-6 per jaar contour binnen perceelsgrens toegestaan

++

Geen PR10-6 per jaar contour aanwezig

Tabel 18 Scorekaart Effectgebieden

Score effect brand- en explosieaandachtsgebied --

Zowel brand- als explosieaandachtsgebied buiten plangebied bedrijventerrein aanwezig

-

Brandaandachtsgebied binnen plangebied bedrijventerrein, explosieaandachtsgebied buiten plangebied bedrijventerrein aanwezig

0

Brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied binnen plangebied bedrijventerrein aanwezig

+

Brand- en explosieaandachtsgebied binnen perceelsgrens bedrijf aanwezig

++

Geen brand- en explosieaandachtsgebied aanwezig

Calamiteiten Daarnaast is op verzoek van de Expertgroep onderzocht wat de situatie is van de bluswatervoorzieningen per zoekgebied, en de verwachte opkomsttijd. Dit in verband met mogelijke calamiteiten. Bluswatervoorzieningen kunnen bestaan uit brandkranen, geboorde putten en open waterwinpunten. Industriegebieden vallen in de hoogste bluswatercategorie. Er zullen daarom altijd aanvullende bluswatervoorzieningen moeten worden gemaakt. Opkomsttijden van alarmdiensten zijn globaal bepaald. Tabel 19 Scorekaart Calamiteiten

Score effect Calamiteiten (bluswatervoorzieningen en opkomsttijden) --

Er zijn geen bluswatervoorzieningen aanwezig, en ook niet te creëren. Opkomsttijden zijn > 20 minuten.

-

Er zijn geen bluswatervoorzieningen aanwezig, en in beperkte mate te creëren. Opkomsttijden zijn > 15 minuten.

0

Er is geen bluswatervoorziening aanwezig maar eenvoudig te realiseren. Opkomsttijden zijn > 10 minuten.

+

Er zijn bluswatervoorzieningen aanwezig. Het gebied ligt gunstig ten opzichte van locaties waar aanvullend bluswater gewonnen kan worden. Opkomsttijden zijn > 5 minuten.

++

Er zijn bluswatervoorzieningen aanwezig in voldoende mate. Opkomsttijden zijn < 5 minuten.

5 april 2023

BI4504-RP-2

21

Projectgerelateerd

2.7

Milieu – Wegverkeerslawaai

In dit hoofdstuk wordt het aspect wegverkeerslawaai toegelicht. Wat is de impact van de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie in termen van wegverkeerslawaai? De analyse over wegverkeerslawaai kan alleen worden uitgevoerd mits er afdoende verkeersgegevens en verkeersmodellen bekend zijn. Vanuit de gemeenten is deze data reeds verkregen. Voor de effectscore wordt de volgende scorekaart gebruikt: Tabel 20 Scorekaart Wegverkeerslawaai

Score effect wegverkeerslawaai --

Zeer negatief effect, een groot aantal van de woningen in de omgeving van het zoekgebied wordt belast met een toename van 2 tot 3 dB door wegverkeerslawaai.

-

Negatief effect, een groot deel van de woningen in de omgeving wordt belast met een toename van 1 dB door wegverkeerslawaai

0

Geen toename (0 dB).

+

Positief effect, een groot deel van de woningen in de omgeving van het zoekgebied heeft een wegverkeerslawaai afname van 1 dB.

++

Positief effect, een groot deel van de woningen in de omgeving van het zoekgebied heeft een wegverkeerslawaai afname van 2 dB of meer.

Voor de analyse van wegverkeerslawaai is het volgende kader gebruikt als begrenzing van de ‘omgeving’ van de zoekgebieden.

Figuur 4 Begrenzing omgeving

5 april 2023

BI4504-RP-2

22

Projectgerelateerd

2.8

Milieu – Industriegeluid, geur en milieuzonering

Voor het onderwerp bedrijven en milieuzonering zijn de thema’s Geluid en Geur maatgevend. Daarnaast is het thema Gevaar/Veiligheid relevant, maar dat heeft een eigen thema binnen deze studie. Industriegeluid betreft zowel het geluid van de bedrijven op het bedrijventerreindeel (per bedrijf) als het geluid van het industrieterrein met geluidproductieplafonds. Industrielawaai Wat is de verwachte mate waarin geluidshinder kan voorkomen tijdens de operationele fase van het bedrijventerrein? Er wordt gescoord ten opzichte van de referentiesituatie 2030. Als er geluid veroorzakende activiteiten verdwijnen door de ontwikkeling kan dat gunstig zijn, of een eventueel negatief effect verzachten. Als rond een locatie veel vrije ruimte aanwezig is, is dat gunstig voor geluidsbeleving, omdat het geluid dan de woonomgeving niet of nauwelijks zal bereiken. Geurhinder Wat is de verwachte mate waarin geurhinder kan voorkomen tijdens de operationele fase van het bedrijventerrein? Er wordt gescoord ten opzichte van de referentiesituatie 2030. Als er geur veroorzakende activiteiten verdwijnen door de ontwikkeling kan dat gunstig zijn, of een eventueel negatief effect verzachten. Dit geldt met name voor intensieve veehouderijen. Als veel vrije ruimte aanwezig is rond een locatie, is dat gunstig voor geur, omdat de geur dan de woonomgeving niet of nauwelijks zal bereiken.

Aspecten die niet worden meegenomen in de beoordeling Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met geur-emitterende bedrijven buiten de grenzen van het zoekgebied, omdat onder de nieuwe Omgevingswet ervan uit wordt gegaan dat de activiteiten op het regionaal bedrijventerrein niet geurgevoelig zijn. Onder de huidige wetgeving is dit echter wel het geval. Onder de Omgevingswet kan de gemeente zelf per activiteit bepalen of deze als geurgevoelig dient te worden aangemerkt. Indien activiteiten op het regionaal bedrijventerrein als dusdanig worden aangemerkt, dient ook gekeken te worden naar de geur-emitters in de omgeving. Dat is maatwerk wat buiten de scope van deze algemene beoordeling valt. Daarnaast wordt in deze studie niet specifiek rekening gehouden met de overheersende windrichting in relatie tot geur en geluid. Dit omdat in de studie het principe van inwaarts zoneren conform de VNGsystematiek wordt gehanteerd. Deze systematiek houdt geen rekening met overheersende windrichting. Ook in een hierop volgende planfase wordt voor geluid geen rekening gehouden met de overheersende windrichting: volgens de huidige en toekomstige rekenregels voor industriegeluid wordt gewerkt met een windichting-onafhankelijk meteocorrectie. Bij de modellering van geur is dit in de planfase ook zeer ongebruikelijk en lastig mee te nemen.

Bij een concrete inpassing van activiteiten (milieuvergunning, toetsing van het activiteitenbesluit), geldt voor geluid hetzelfde als bij de modellering in de planfase. Indien geurrelevante activiteiten gemodelleerd gaan worden, wordt echter wel rekening gehouden met de overheersende windrichting.. Voor de mate waarin er een positief effect op kan treden door het beëindigen van intensieve veehouderijen kan de overheersende windrichting wel een rol spelen, maar de analyse is op dit punt te globaal om daar in deze beoordeling al rekening mee te houden. Tabel 21 Scorekaart Geluid

5 april 2023

BI4504-RP-2

23

Projectgerelateerd

Tabel 22 Scorekaart Geur

5 april 2023

BI4504-RP-2

24

Projectgerelateerd

2.9

Verkeer

Voor de verkeer analyse zijn verkeersmodelberekeningen gemaakt voor de vijf zoekgebieden. Hierbij is het BBMA-model versie S203 (januari 2023) gebruikt voor de modelberekeningen. Idealiter wordt voor de verkeersanalyse van nieuwe bedrijventerreinen sociaaleconomische gegevens gebruikt, zoals het aantal arbeidsplaatsen. Nu dat nog niet bekend is, is er een andere manier gehanteerd voor het analyseren van de verkeerseffecten van de verschillende bedrijventerreinen. Er is gerefereerd aan bestaande bedrijventerreinen in de buurt van de nieuwe locatie. Voor de locaties dichtbij Helmond (Varenschut en Lungendonk) is een “zone” gebruikt op de bedrijventerreinen Hoogeind en de Weijer. In deze zone zitten ook het aantal verkeersbewegingen die deze zone genereert. Van deze zone hebben we de verdeling gebruikt en geëxtrapoleerd naar de nieuwe bedrijventerreinen. Hierdoor is de verdeling voor het verkeer van het nieuwe bedrijventerrein berekend. Voor de locaties Achterbroek, Someren en Someren-Eind hebben we een zone in het bedrijventerrein Half Elfje, Sluis XI en Lage Akkerweg in Someren gebruikt. Een kanttekening bij deze methode is dat de twee terreinen bij Helmond (Varenschut en Lungendonk) erg op Helmond gericht zijn. Dit is ook reëel te verklaren: Helmond is een grote kern waar waarschijnlijk veel werknemers van het bedrijventerrein in dit geval (gaan) wonen.

Voor de andere drie terreinen is een bedrijventerrein in Someren gebruikt, waardoor deze terreinen deels op Someren gericht zijn, maar ook meer op de regio en verkeer meer via de snelwegen rijdt. Voornamelijk voor Achterbroek is dit de reden om voor deze zone te kiezen omdat de locatie Achterbroek direct aan de A67 ligt. Dit betekent echter wel dat ook een grotere verkeersstroom richting Someren ontstaat dan richting Helmond. Het maken van een andere toedeling stuit, zoals eerder aangeduid, op het ontbreken van sociaaleconomische gegevens. De modelberekeningen zijn gedaan door een zone te ontsluiten op één weg; de weg waarop de hoofdontsluiting van het bedrijventerrein beoogd is. Hierdoor komt de verkeersgeneratie van het bedrijventerrein op dit wegvak terecht. Er zijn een aantal gebieden waarbij de bedrijventerreinen ingepast worden en door bestaande wegen wordt doorkruist zoals bij de terreinen Achterbroek en Someren-Noord. Door de gekozen werkwijze ontsluiten deze respectievelijk op de N612 en de Witvrouwenbergweg, waardoor er minder of geen effect te zien is op de kruisende wegen. Dit is in het geval van Achterbroek de Herselseweg en Steemertseweg, bij Someren-Noord gaat het om de Provincialeweg. Bij deze locaties beschrijven we ook de effecten op deze wegen, maar zijn deze niet gestaafd met modelberekeningen.

Ontsluiting en Omliggend wegennet capaciteit In hoeverre kan het bedrijventerrein goed en logisch worden ontsloten, in relatie tot omliggende gebieden, de beschikbare vervoersverbindingen (weg, OV, fiets) en de autonome verkeerssituatie. In hoeverre heeft de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie impact op de wegencapaciteit in de directe omgeving? In dit criterium wordt een score toegewezen aan de impact op het omliggende wegennet. Tabel 23: score effect Ontsluiting en Omliggend wegennet capaciteit

Score effect - - Zeer negatief effect Negatief effect 0 Geen of nihil effect + Positief effect + + Zeer positief effect

5 april 2023

BI4504-RP-2

25

Projectgerelateerd

Verkeersveiligheid In hoeverre kan het bedrijventerrein verkeersveilig ontsloten worden, of brengt de ontwikkeling juist verkeersrisico's met zich mee? Tabel 24: score effect verkeersveiligheid

Score effect - - Zeer negatief effect Negatief effect 0 Geen of nihil effect + Positief effect + + Zeer positief effect

Mobiliteitstransitie In hoeverre kan de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie bijdragen aan de mobiliteitstransitie? Met de mobiliteitstransitie wordt gedoeld op de transitie van de wijze waarmee men zich verplaats rondom de stedelijke omgevingen, denk hierbij aan stimulering van OV- en fietsgebruik én duurzame mobiliteit en het ontmoedigen van bijvoorbeeld autogebruik. Tabel 25: score effect mobiliteitstransitie

Score effect - - Zeer negatief effect op mobiliteitstransitie Negatief effect op mobiliteitstransitie 0 Beperkte effect op mobiliteitstransitie + Positief effect op mobiliteitstransitie ++ Zeer positief effect op mobiliteitstransitie

Beoordeling haalbaarheid van de verschillende verkeer thema’s Tabel 26: score haalbaarheid verschillende verkeer thema’s

Score haalbaarheid Knelpunten die haalbaarheid onmogelijk maken Knelpunten die bedrijventerrein haalbaarheid zeer belemmeren Knelpunten waarmee bedrijventerrein nog wel haalbaar is Geen knelpunten (met mitigerende maatregelen) Geen knelpunten (zonder mitigerende maatregelen)

5 april 2023

BI4504-RP-2

26

Projectgerelateerd

2.10

Landschap

De landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit wordt beoordeeld volgens de methodiek uit het ‘Ruimtelijk afwegingskader De Peel’ (MUST, 2020). Deze methodiek gaat uit van drie waarden om kwaliteit of schoonheid te duiden: belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde. Voor elk van deze drie waarden zijn een aantal criteria uit het afwegingskader genomen die van toepassing zijn voor het beoordelen van het regionale bedrijventerrein voor de vijf locatie, namelijk: • Voedsel en landbouwtransitie • Cultuur & Historie – Natuurlijk erfgoed, symbolische waarde en historisch karakter • Groene recreatie • Natuurlijkheid • Ruimtelijkheid

•

Verstedelijking

Onderstaande tabellen weergeven de scorekaarten voor de effectanalyse op het aspect Landschap: Tabel 27 Scorekaart Voedsel en Landbouwtransitie

Tabel 28 Scorekaart Cultuur en Historie: Natuurlijk erfgoed, symbolische waarde en historisch karakter

5 april 2023

BI4504-RP-2

27

Projectgerelateerd

Tabel 31 Scorekaart Natuurlijkheid

Tabel 30 Scorekaart Groene Recreatie

Tabel 29 Scorekaart Ruimtelijkheid

5 april 2023

BI4504-RP-2

28

Projectgerelateerd

Tabel 32 Scorekaart Verstedelijking

5 april 2023

BI4504-RP-2

29

Projectgerelateerd

Hoofdstuk 3: Effect- en Haalbaarheidstoets Zoekgebied Lungendonk

5 april 2023

BI4504-RP-2

30

Projectgerelateerd

3

Effect en Haalbaarheidstoets Lungendonk

3.1

Inleiding

De locatie Lungendonk ligt ten Zuidwesten van Helmond en sluit aan op het zoekgebied Varenschut (Hoofdstuk 4) in het Noordoosten. Zoals te zien op de onderlegger valt het zoekgebied wel in de gemeente Someren. De omvang van het zoekgebied is begrensd tot 150 hectare bruto. Het gebied is gelegen in gemengd landelijk gebied, en heeft enkele percelen van het Natuur Netwerk Brabant hierbinnen liggen. Daarnaast liggen hier ook andere aanduidingen zoals de Groenblauwe Mantel, het Beekdal en zoekgebieden voor windmolens. Onderstaand kaartbeeld (Figuur 5) geeft de inpassing van een regionaal bedrijventerrein op locatie Lungendonk, inclusief Stipdonk, weer. Daarin is onder andere weergegeven hoe de ontwikkeling van 150 Ha bruto regionaal bedrijventerrein (inclusief 50 hectare bruto uitbreidingsmogelijkheid) binnen dit zoekgebied kan landen. Een toelichting op het Programma en de onderverdeling van milieuzones is opgenomen in het rapport ‘Uitgangspuntennotitie’.

Figuur 5: Onderlegger Lungendonk

5 april 2023

BI4504-RP-2

31

Projectgerelateerd

3.2

Effectbeoordeling & Haalbaarheidsbeoordeling zoekgebied Lungendonk

3.2.1

Haalbaarheidsbeoordeling Beleid en Regelgeving

Tabel 33 Haalbaarheidsscore Beleid en Regelgeving Lungendonk

Beoordelingscriteria Beleid en Regelgeving – Zoekgebied Lungendonk

Gemeentelijk Beleid

5 april 2023

Haalbaarheidsscore (++/+/0/-/--)

Onderbouwing Haalbaarheidsscore De Omgevingsvisie van gemeente Someren is nog niet definitief vastgesteld. De Concept Omgevingsvisie (2022) beschrijft het belang van het ontwikkelen van een nieuwe bedrijventerrein, in verband met de groei van lokale ondernemingen waarvoor er nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden zijn. Daarbij wordt benadrukt dat bedrijven die in het buitengebied doorgroeien moeten verplaatsen naar een bedrijventerrein. Aandachtspunt daarbij is dat er voldoende ruimte is op bedrijventerreinen, en wordt dit onderstreept als een nieuwe opgave. Echter is op bestaande bedrijventerreinen weinig ruimte en wordt zoekgebied Lungendonk in deze studie bekeken om dit mogelijk te maken.

0

In de referentiesituatie 2030 zijn enkele agrarische activiteiten binnen het zoekgebied aanwezig. Deze activiteiten zullen voor het regionaal bedrijventerrein moeten wijken. Omdat dit activiteiten zijn met geluid en emissies kan dit kansen opleveren voor het regionaal bedrijventerrein (wat meegenomen wordt onder desbetreffende Milieuaspecten in deze Haalbaarheidstoets). De aanwezige functies in het zoekgebied zoals de verleende Omgevingsvergunning voor het zonnepark zal in de referentiesituatie nog gelden. Voor deze activiteiten dient een andere oplossing gevonden te worden (zoals Zon op Dak, of verplaatsen). Echter participeren diverse partijen en bewoners in dit initiatief, waardoor een verplaatsing van deze activiteit mogelijk minder draagvlak vindt (zie ook onder Maatschappelijk Draagvlak). Binnen het zoekgebied zijn in de referentiesituatie 2030 tevens diverse Natuur Netwerk Brabant gebiedjes. Ook deze dienen uitgeplaatst te worden of ingepast te worden. De effecten en haalbaarheid hiervan wordt meegenomen onder het aspect ‘Natuur en Ecologie’. Hetzelfde geldt voor de Groen-blauwe mantel grenzend aan de Zuid-Willemsvaart, welke staat opgenomen in de Intergemeentelijke Structuurvisie Rijk van Dommel en Aa (2011), maar is gelegen buiten het zoekgebied.

BI4504-RP-2

32

Projectgerelateerd

Binnen het Woonbeleid (woonvisie Someren 2030) zijn geen grote plannen op het gebied van woningbouw in of om het zoekgebied bekend waarmee het regionaal bedrijventerrein eventueel kan conflicteren. In het bestemmingsplan heeft het zoekgebied grotendeels de bestemming Agrarisch met Waarden. Dit houdt in dat er in dit gebied sprake is van landschappelijke waarde die aandacht en bescherming verdienen. Een regionaal bedrijventerrein zal deze waarden aantasten zoals ook meegenomen onder het Aspect ‘Landschap’. Wel kan er bij de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein rekening gehouden worden met het terugbrengen van bepaalde landschappelijke karakteristieken. Veel gebieden kennen ook de Enkelbestemming Agrarisch, zonder waarden. Daarnaast zijn er enkele dubbelbestemmingen zoals Waarde Ecologie en Leiding: Hoogspanningsverbinding. Op enkele plaatsen is de bestemming ‘bedrijf’ al toegekend. Op sommige plekken is ook de aanduiding cultuurhistorisch waardevol’ en landschappelijke elementen opgenomen. Het effect van een regionaal bedrijventerrein op deze waarden staat onderbouwd onder het aspect ‘Landschap’ in deze rapportage. De ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein is dus niet direct passend binnen het Bestemmingsplan (en in de Referentiesituatie 2030 het Omgevingsplan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15856394/1