CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a nota van zienwijzen

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen locatie Hersel 6 in Lierop6.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 290 5710 AG Someren Telefoon (0493) - 494888 fax (0493) – 494850

Bijlage 2 a: Nota van zienswijzen aanvraag omgevingsvergunning ‘Hersel 6 Lierop’ NL.IMRO.0847.OV02022002-VS01

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2.

Gemeentelijke beantwoording 2.1

zienswijze 1 provincie

2.2

zienswijze 2 omwonende

2.3

Zienswijze 3 omwonenden (buurt)

2.4

Conclusie beantwoording zienswijzen

3. Publicatie 4. Ingediende zienswijzen

Bijlage 2b: landschappelijke inpassing Bijlage 2c: spuitzone-onderzoek toegevoegd van Adromi Groep Bijlage 2d: Verharding paden Bijlage 2e: Verslag buurtdialoog

2

1.

Inleiding

De gemeenteraad heeft op 16 mei 2025 een ontwerp verklaring van

Bijlage 1 geeft de publicatie weer. In bijlage 2 zijn de ingekomen

geen bedenkingen afgegeven voor de omgevingsvergunning ‘Hersel 6

zienswijze opgenomen. In de beantwoording wordt verwezen naar de

Lierop’ en besloten dit plan vrij te geven voor zienswijzen. Op donderdag

overige bijlagen.

30 mei 2024 heeft het college door publicaties in het Contact en het gemeenteblad (via www.officielebekendmakingen.nl) de terinzagelegging voor 6 weken, vanaf 31 mei 2024, aangekondigd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft 31 mei 2024 tot en met 11 juli 2024 ter inzage gelegen. Eenieder kon mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen. Er zijn schriftelijke zienswijze ontvangen van: 

Zienswijze 1 provincie, gedateerd op 8 juli 2024, ontvangen op 11 juli 2024;

Zienswijze 2 omwonende, gedateerd op 11 juli 2024, ontvangen op 11 juli 2024;

Zienswijze 3 omwonenden (3 personen) gedateerd op 11 juli 2024, ontvangen op 12 juli 2024

Zienswijze 1 en 2 zijn tijdig ingediend. Zienswijze 3 is formeel buiten de termijn ingediend. Door de huidige jurisprudentie waarbij een ieder beroep kan instellen, is er in dit geval voor gekozen alle zienswijzen te behandelen. In deze nota van zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 de ingekomen zienswijze van een gemeentelijke beantwoording voorzien. Wij vatten daarbij elke zienswijze samen en voorzien deze van een reactie.

3

2.

Beantwoording zienswijzen

De ingediende zienswijzen worden hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling worden betrokken. De zienswijze is in zijn geheel beoordeeld.

2.1 Zienswijze 1 Provincie 2.1.1

Zienswijze

Gemeentelijke reactie

De bouw of uitvoering van permanente teeltondersteunende

Volgens de basisprincipes van de provincie wordt gekeken naar een

voorzieningen is toegestaan tot ten hoogte 3 ha. In het geval het de

evenwichtige toedeling van functies. Artikel 3.5 verduidelijkt dat er

bouw of uitvoering van meer dan 3 ha permanente voorzieningen

gezorgd moet worden voor een goede omgevingskwaliteit en een

betreft dienen op grond van artikel 3.54, lid 2, onder c en d IOV de

veilige, gezonde leefomgeving waarbij rekening wordt gehouden met:

effecten van de ontwikkeling op het water- en bodemsysteem en

• zorgvuldig ruimtegebruik;

omliggende waarden te worden afgewogen.

• de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; • de meerwaardecreatie. Voor de beantwoording van de zienswijze zal nu enkel worden ingegaan op de aangegeven punten in de zienswijze. Verzocht is om de effecten van de ontwikkeling op het water- en bodemsysteem nader uit te werken en te motiveren. Ten aanzien van de ondergrond kan gesteld worden dat de locatie niet gelegen is binnen specifiek provinciaal beschermde gebieden. De locatie is gelegen binnen een dekzandgebied, waarbij de bodem bestaat uit hoge zwarte enkeerdgronden. Voor de frambozen palen is het niet noodzakelijk dat er verharding op het perceel wordt aangelegd. Tussen de frambozen palen wordt gras gezaaid. Daarmee blijft de bodem op het perceel grotendeels intact. Op het perceel is reeds een waterput aanwezig. Het is niet noodzakelijk om een nieuwe put te slaan. Het veld wordt in gebruik genomen voor de opkweek van frambozenplanten met behulp van teeltondersteunende voorzieningen. De planten worden gedruppeld, waarbij de watergift is afgestemd op de behoefte van de

plant. De exacte behoefte aan water is afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en fase van ontwikkeling van de plant. Maar omdat gedruppeld wordt kan de watergift hierop afgestemd worden, zodat er niet meer gegeven wordt dan nodig is. Dit in tegenstelling tot de beregening met sproeiers waarbij de watergift veel minder precies is het water deels ook niet bij de planten terecht komt. Het grondwatergebruik zal hiermee niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Verder vindt er met het aanleggen van de teeltondersteunende voorzieningen geen toename van verharding plaats. Het hemelwater kan in de bodem blijven infiltreren. Hiermee wordt het grondwater op het perceel op natuurlijke wijze op peil gehouden. De oppervlakte van de stellages zijn zeer beperkt. Het zijn palen, met een strook worteldoek. Al het hemelwater wat daarop valt kan infiltreren. En omdat het smalle stroken zijn, doet het niet veel voor de bodem. Dit betekent dat er ook geen invloed is op het naastgelegen perceel dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Onderhavige ontwikkeling zal gelet op het bovenstaande geen effecten hebben op het water- en bodemsysteem. De planlocatie is in het vigerende bestemmingsplan aangeduid als ‘specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch waardevol’.

Cultuurhistorische waarden zijn waarden die samenhangen met de archeologisch, historisch- landschappelijk, historisch- geografisch en/of historisch- bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. Middels verlening van de beoogde omgevingsvergunning vindt geen aantasting plaats van de bestaande verkavelingsstructuur. De teeltondersteunende voorzieningen die worden gerealiseerd hebben een groenkarakter en worden uitgevoerd met natuurlijke materialen. De schaal en maat van het landschap

5/59

worden niet veranderd met de beoogde herinrichting. De planlocatie betreft geen bolle of hoge akker. De beoogde inpassing leidt niet tot aantasting van bestaande zichtlijnen. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden op de planlocatie of de omgeving. De gronden zijn voor de teeltondersteunende voorzieningen machinaal bewerkt en voor deze bewerkingsmogelijkheid rationeel ingedeeld. Er is geen sprake van een bolle akker, opstaand groen of ander cultuurhistorisch waardevolle elementen op dit land. Met dit plan vindt geen wijziging plaats in bebouwing, slotenpatroon of opgaand groen binnen het perceel. 2.1.2

Tevens dienen maatregelen te worden getroffen en geborgd

20 ha teeltondersteunende voorzieningen is een vergund recht en

waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan een waterrobuuste inrichting

hiermee onderdeel van de bestaande situatie. Bij de beoordeling van

van het gebied en waardoor een verstoring van de hydrologische

het plan dient daarom gekeken te worden naar de uitbreiding van de

situatie ter plaatse wordt gemitigeerd.

oppervlakte, niet zozeer een nieuwe afweging voor het gehele gebied.

De uitbreiding van teeltondersteunende voorzieningen waar deze

Uiteraard dient bij de afweging de invloed van de omgeving te worden

aanvraag op ziet, heeft een omvang van 3,7 ha. Deze ontwikkeling

meegewogen.

kan niet los gezien worden van de reeds 20 ha teeltondersteunende

Op de gronden zal gewerkt worden met gewasbeschermingsmiddelen.

voorzieningen die reeds als teelt in gebruik zijn. De effecten van de

Bij de voorheen aanwezige teelt (grasland en wisselteelt, bijvoorbeeld

ontwikkeling op het water- en bodemsysteem zijn onvoldoende

aardappelen) werden ook gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Alle

onderzocht. Zo wordt bijvoorbeeld niets vermeld over de effecten

voorzorgsmaatregelen worden door de initiatiefnemer toegepast. Bij het

van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen op

toepassen van gewasbeschermingsmiddelen wordt gewerkt met

de bodem- en waterkwaliteit in dit gebied.

materiaal dat de drift met 90 % reduceert. Dit betekent dat de

Daarnaast wordt ook onvoldoende beschreven hoe dit voornemen

verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen zo veel als mogelijk

hydrologisch neutraal is. De planten worden beregenend met

voorkomen wordt. Door de toepassing van teeltondersteunende

grondwater, echter vraagt deze ontwikkeling daarmee extra

voorzieningen is de teelt beter te sturen en controleren. Dit voorkomt

grondwater ten opzichte van een situatie waarin er geen sprake was

ziektes en plagen in de planten. Daarmee kan er gewerkt worden met

van de teeltondersteunende voorziening.

minder gewasbeschermingsmiddelen dan in de teelt zonder teeltondersteunende voorzieningen. De teeltondersteunende voorzieningen dragen bij een aan optimaal klimaat voor de planten, zodat deze beter drogen bij nat weer en wordt voorkomen dat de

6/59

bladeren in contact komen met de grond. De toegepaste machines zijn specifiek ontworpen voor deze teelt en zijn voorzien van driftreducerende doppen die gerichter spuiten. Ook de luchtondersteuning draagt hieraan bij. Dit voorkomt drift. Bovendien geeft het toepassen van teeltondersteunende voorzieningen ook betere mogelijkheden om te werken met biologische gewasbeschermingsmiddelen. De invloed van de teeltondersteunende voorzieningen op de omgeving wordt hiermee beperkt en is zeker niet meer dan bij een reguliere teelt op het perceel. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de gezondheid. Het project heeft geen gevolgen voor de veiligheid. Ten aanzien van milieu geldt dat de teelt dezelfde of minder invloed heeft dan een reguliere teelt. Zoals hiervoor beschreven wordt de inzet van gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum beperkt, wat mogelijk is door de inzet van de teeltondersteunende voorzieningen, het bodemsysteem blijft intact (wordt niet afgedekt en tussen de rijen wordt gras geplant) en door toepassing van druppelirrigatie kan de afgifte van meststoffen en water zeer precies gestuurd worden, zodat de waterbehoefte geminimaliseerd wordt en meststoffen naar behoefte gegeven worden waardoor er geen/zeer minimaal uitspoeling plaatsvindt.

Daarmee geeft de ontwikkeling, zeker in vergelijk met een regulier teelt zonder teeltondersteunende voorzieningen, geen nadelige invloed op het naastgelegen NNB. Het hemelwater dat op het perceel valt kan infiltreren in de bodem. Tussen de rijen frambozenplanten is gras aanwezig. Het hemelwater dat valt op het perceel zal niet afstromen naar omliggende gronden, waarmee sprake is van een water robuuste inrichting van het perceel. Er is geen sprake van een aantasting van de hydrologische situatie ter plaatse. Om te borgen dat er niet meer verharding gerealiseerd kan worden zal

7/59

Opgemerkt wordt dat bij het verwerken van de vergunning in het omgevingsplan enkel de mogelijkheden van de voorliggende vergunning worden overgenomen en geen extra mogelijkheden worden geboden voor verharding van het perceel. 2.1.3

Het effect van onderhavige permanente teeltondersteunende

Momenteel heeft de initiatiefnemer geen gronden rondom zijn bedrijf in

voorzieningen dient in samenhang met overige bedrijfsvoorzieningen

bezit. Mocht er een aanvraag in de toekomst worden ingediend, dan

te worden gemeten. Tevens van belang hierbij is wat het eindbeeld is

dient bij deze aanvraag een zorgvuldige ruimtelijke afweging te worden

van de totaalontwikkeling van dit bedrijf is. Hierbij is van belang te

gemaakt. De voorliggende aanvraag voor teeltondersteunende

wegen wat wenselijk en passend is qua omvang van het bedrijf in

voorzieningen is passend binnen het gebied. Initiatiefnemer blijft de

relatie tot de waarden van het gebied.

mogelijkheid behouden om conform het omgevingsplan een aanvraag in te dienen. Het verder uitbreiden van het bestemmingsvlak is ruimtelijk niet wenselijk. Dit is ook niet het doel van de initiatiefnemer. In de toekomst is het mogelijk dat de bestaande bebouwing vervangen wordt door een nieuwe loods voor het stallen van machines en materieel dat onder andere gebruikt wordt op het naastgelegen perceel. Deze nieuwe loods komt binnen het huidige bouwvlak van de locatie. Er zal hierbij geen sprake zijn van uitbreiding van het bouwvlak. Het toetsingskader volgt uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 4’.

2.2 Zienswijze 2 omwonende 2.2.1

Zienswijze

Gemeentelijke reactie

Wordt er bij de gemeente met 2 maten gemeten? Er wordt zonder

De teeltondersteunende voorzieningen zijn gerealiseerd zonder de

vergunning gebouwd en de buurt wordt niet betrokken bij de

benodigde vergunning. Na het constateren van de overtreding is de

ontwikkeling.

initiatiefnemer aangeschreven. Bij elke overtreding wordt een

Vanuit het veegplan worden relatief kleine bebouwing aangepakt

initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld om de ontwikkeling te

maar bij het voorliggende plan is niet gehandhaafd.

legaliseren middels een vergunning. Op 10 juni 2022 is deze aanvraag ingediend. Bij het indienen van de aanvraag hoort ook een dialoog zodat de buurt op een juiste wijze wordt betrokken bij de ontwikkeling.

8/59

Op 21 mei 2025 heeft er een buurtdialoog plaatsgevonden. Bij de uitwerking van onderhavige ontwikkeling is geprobeerd zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen en belangen van de omwonenden. Vervolgens is het aan de gemeente om de aanvraag te beoordelen. Vanuit het veegplan traject is het proces identiek. Naar aanleiding van een controle wordt geconstateerd of er strijdigheden aanwezig zijn. Indien deze strijdigheden er zijn, wordt de kans geboden om de strijdigheden te legaliseren. De plannen worden dan getoetst aan beleid en er wordt een standpunt ingenomen of voldaan kan worden aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. 2.2.2

Agrarisch met waarde heeft een totaal andere aanblik dan deze

De teeltondersteunende voorzieningen die worden gerealiseerd hebben

teeltondersteunende activiteiten. Het open landschap met bv een

een groen karakter en worden uitgevoerd met natuurlijke materialen. Er

boomgaard en grazende koeien en schapen zoals het in deze buurt

wordt geen beton gebruikt, maar stelconplaten op het kadastraal

normaal is, maakt plaats voor beton en stellages om

perceel gemeente Someren, sectie U, nummer 506 met een

frambozenplanten op te kweken.

oppervlakte van 300 m². De schaal en maat van het landschap worden niet veranderd met de beoogde herinrichting. De beoogde inpassing leidt niet tot aantasting van bestaande zichtlijnen. Er is geen sprake van een bolle akker, opstaand groen of ander cultuurhistorisch waardevolle elementen op dit land. Met dit plan vindt geen wijziging plaats in bebouwing, slotenpatroon of opgaand groen binnen het perceel. Dit is ook afleesbaar uit de topografische kaarten. De planlocatie is gelegen ten noorden van Lierop. Dit betreft van oorsprong een kampenlandschap. Dit oude agrarische landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur. De verkaveling is kleinschalig en op sommige plekken grillig van vorm. In de loop der tijd heeft het landschap een relatief meer open karakter gekregen. Van oorsprong komen hier veel meer landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling van groen en bebouwing. De boerderijen die van oudsher vrijliggend of in kleine clusters gebouwd zijn, liggen inmiddels in relatief dichte linten, knopen

9/59

en clusters. Rekening houdend met het type kampenlandschap wordt de planlocatie landschappelijk ingepast met knip- en scheerhagen en solitaire bomen en fruitbomen. Dit zijn landschapselementen die passen bij en behoren bij een kampenlandschap. Met het gebruik van hagen wordt tevens de teelt beschermd en is sprake van een groene uitstraling. De ontwikkeling sluit aan bij de agrarische waarden van het gebied.

2.2.3

Ondanks herhaalde oproepen heeft de gemeente niets gedaan aan

Voor de planontwikkeling is het van belang dat het hemelwater van het

de verstopte duikers die moeten zorgen voor afvoer van het water,

plangebied op eigen terrein wordt geïnfiltreerd en geen overlast

dus de gemeente accepteert de overlast die een veranderende

bezorgd voor omwonenden. Dit onderwerp is besproken tijdens de

situatie met zich meebrengt maar doet niets om die overlast te

dialoog met de omgeving op 21 mei 2025. Hoewel aanvullende

verminderen! Gevolg is dat al het water dat nu van de betonplaten

infiltratie niet noodzakelijk is, heeft de ontwikkelaar besloten ter hoogte

van Hersel 6 wegloopt, op onze percelen blijft staan omdat de afvoer

van de percelen aan de Hersel een extra greppel (sloot) met een diepte

van al dat water via de sloten niet goed in orde is.

van 30 centimeter te realiseren om toekomstige wateroverlast te voorkomen. De aanleg van deze greppel is opgenomen in het Landschappelijk Inpassingsplan (zie bijlage 2b). Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de greppel binnen zes maanden na het in werking treden van de vergunning dient te worden gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand gehouden moet worden. Benadrukt wordt dat er geen betonplaten worden gerealiseerd ter hoogte van Hersel 6. Initiatiefnemer is niet verantwoordelijk voor eventuele overlast van andere percelen welke geen onderdeel zijn van het plangebied. Afzonderlijk van dit traject kunnen er gesprekken gevoerd worden om de overlast (indien deze nog aanwezig is na de maatregel van initiatiefnemer) te verminderen.

2.2.4

Hoe zit dat met de uitspoeling van de bestrijdingsmiddelen en

Conform de huidige bestemming in het omgevingsplan (agrarisch) is

meststoffen die gebruikt worden bij de productie van de

het reeds mogelijk om voor de gewassen bedrijfsmiddelen en

10/59

frambozenplanten op Hersel 6? Komen die stoffen via het water op

meststoffen te gebruiken. De aanpassing van het omgevingsplan richt

andere gronden terecht, zeker omdat de gemeente / waterschap de

zich op het plaatsen van de stellage, niet op het aanvullend gebruiken

afwatering van Hersel niet op orde heeft en juist de percelen van

van gewasbescherming.

bezwaarmakers onder water komen te staan met eventuele

In overleg is afgesproken om een extra sloot te realiseren om het

wateroverlast?

hemelwater op een correcte manier op te vangen en eventuele (niet te

is de vastgestelde of de wateroverlast niet te wijten is aan de

verwachten) overlast te voorkomen.

toename van de verharding en stellages op Hersel 6? Is daar

Het hemelwater kan in de bodem blijven infiltreren. Hiermee wordt het

onderzoek naar gedaan door de gemeente?

grondwater op het perceel op natuurlijke wijze op peil gehouden. De oppervlakte van de stellages zijn zeer beperkt. Het zijn palen, met een strook worteldoek. Al het hemelwater wat daarop valt kan infiltreren. En omdat het smalle stroken zijn, doet het niet veel voor de bodem. Van verharding ter plaatse van de teeltondersteunende voorzieningen is geen sprake.

2.2.5

Is er onderzoek gedaan naar het effect van deze wijze van productie

Voor deze vergelijking dient niet het huidige gebruik of vorige gebruik

op de omgeving, in vergelijking met een perceel dat agrarisch met

te worden aangehouden, maar de mogelijkheden die gegeven worden

waarde heeft (een weiland met koeien)?

in het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan geen beperkingen opgenomen inzake bestrijdingsmiddelen of meststoffen. Voor deze punten is dan ook geen verzoek ingediend om af te wijken van de bestaande regels in het omgevingsplan. Het is immers reeds mogelijk in de huidige plan opzet.

2.2.6

Is er onderzoek gedaan naar de terugval van de biodiversiteit door

Ook hiervoor wordt verwezen naar de mogelijkheden in het huidige

de aanleg van 40.000 m2 beton en stellages in plaats van weides en

omgevingsplan. Het betreft een agrarische bestemming waar het telen

akkerranden?

van gewassen en verwerken van de grond onderdeel van is. Hierdoor leent het gebied zich niet voor het ontplooien van meer biodiversiteit. Benadrukt dient te worden dat geen sprake is van de aanleg van 40.000 m2 beton. De omgevingsvergunning enkel op de aanleg van verharding van 300m² op het perceel kadastraal bekend perceel gemeente Someren, sectie U, nummer 506.

2.2.7

Hier lijkt het alsof er slechts een pad wordt verhard van 50x6 meter.

De omgevingsvergunning ziet op het aanleggen van verharding (artikel

U denkt nu dit kleine pad te legaliseren maar feitelijk lopen er nu al

2.1. onder c Wabo en artikel 2.1 onder b Wabo) met een oppervlakte

11/59

2.2.8

meerdere betonnen paden op het perceel die ook allen worden

van 300 m² op het perceel kadastraal bekend gemeente Someren,

gebruikt om op Hersel of op de Mierloseweg te komen vanaf de

sectie U, nummer 506. Andere verharding is niet toegestaan en wordt

percelen van Van Gennip op Hersel en Eindje.

met onderhavige omgevingsvergunning ook niet vergund.

Het grootste bezwaar betreft een nieuwe ontsluiting op de

In de dialoog is dit onderdeel besproken. Initiatiefnemer heeft

Mierloseweg grote gevolgen gaat hebben voor de verkeersveiligheid.

aangegeven de ontsluiting niet te realiseren ter hoogte van Hersel 6. In

De Mierloseweg is afgelopen jaren al een racebaan geworden waar

het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage a) is dit verder vorm

helaas meerdere slachtoffers zijn gevallen. Dit heeft veel impact op

gegeven. Er zal een greppel (sloot) worden gerealiseerd ter afsluiting.

de buurt.

Op deze wijze is de de ontsluiting ook praktisch niet meer te gebruiken is. De aanleg van deze greppel is opgenomen in het Landschappelijk Inpassingsplan. Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de greppel binnen zes maanden na het in werking treden van de vergunning dient te worden gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand gehouden. Het landschappelijk inpassingsplan wordt aangepast op basis van de zienswijze.

2.3 Zienswijze 3 Buurt 2.3.1

Zienswijze

Gemeentelijke reactie

Door de ontwikkeling blijft van het landelijke karakter van de

De teeltondersteunende voorzieningen die worden gerealiseerd

omgeving niets meer over.

hebben een groenkarakter en worden uitgevoerd met natuurlijke materialen. De schaal en maat van het landschap worden niet veranderd met de beoogde herinrichting. De beoogde inpassing leidt niet tot aantasting van bestaande zichtlijnen. Zie ook punt 2.2.1 en 2.2.2.

2.3.2

Met de nieuwe ontwikkeling ontstaat meer geluidsoverlast, omdat

In het huidige omgevingsplan heeft de locatie de bestemming

de agrarische activiteiten met het gebruik van agrarische machines

‘agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. Ingevolge deze

en werktuigen binnen het plangebied in grote mate zal intensiveren

bestemming mogen de gronden worden gebruikt voor al dan niet

in vergelijking met de agrarische activiteiten die op de percelen

bedrijfsmatige agrarische doeleinden.

plaatsvond toen slechts sprake was van een melkveebedrijf. Op

Volgens de begrippenlijst is agrarische doeleinden het al dan niet

12/59

geen enkele wijze wordt geborgd dat geluidsnormen met de nieuwe

bedrijfsmatig gebruik van gronden of gebouwen voor het telen van

ontwikkeling niet worden overschreden of is vastgelegd in welk

gewassen of het houden van dieren.

tijdsbestek van de dag het perceel gebruik kan worden.

Welke gewassen geteeld mogen worden en hoe de teelt moet worden uitgevoerd is planologisch niet vastgelegd. Gelet op deze bestemming en het daarin toegestane gebruik, is het daarom toegestaan de gronden met machines en werktuigen te bewerken en gewassen te telen binnen de agrarische bestemming, , zoals dit gebruikelijk is op de akkers in het buitengebied. De percelen waarop teeltondersteunende voorzieningen worden toegestaan voor de opkweek van frambozenstruiken behoeven beperkt machinale bewerking (gemiddeld 1 keer per week). De pieken zitten, net als bij een teelt zonder teeltondersteunende voorzieningen, in de incidentele situaties zijnde het voorbereiding voor het zetten en het zetten (6 dagen) en oogsten (5 dagen) van de planten. Hierdoor zijn er geen akoestische gevolgen te verwachten als gevolg van de teelt van dit gewas. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden ten aanzien van het aspect geluid.

2.3.3

Er wordt gefreesd dat met de intensivering van de agrarische

Ook in dit geval wordt verwezen naar de mogelijkheden die het

activiteiten binnen het plangebied, als gevolg van het legaliseren

geldende omgevingsplan biedt. Conform dit plan is de teelt van

van de teeltondersteunende voorzieningen, tevens een

gewassen toegestaan. Dat deze teelt een zekere mate van geur met

onevenredige toename van geuroverlast met zich meebrengt.

zich mee kan brengen, is inherent aan agrarisch gebruik en vormt geen aanleiding om de bestaande planologische mogelijkheden ruimtelijk aan te passen. Daarnaast wordt betwist dat er sprake zou kunnen zijn van onevenredige toename van geuroverlast als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of landbouwvoertuigen. Voor zover er al enige geurhinder optreedt door het gebruik van landbouwmachines of het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, betreft dit een hinder die van beperkte aard en duur is en die past binnen de normale bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf. Daarmee

13/59

kan in redelijkheid worden geconcludeerd dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. 2.3.4

Het plangebied ligt te dicht bij de woningen. Het woon- en

In de huidige situatie is de afstand reeds 4 meter. De impact van de

leefklimaat van deze woningen dient daarom te worden

teeltondersteunende voorzieningen is beperkt. Het betreft een

gerespecteerd. De teeltondersteunende voorzieningen komen op

bouwwerk van circa. 2,5 tot 3,0 meter hoogte. De planten worden

een afstand van slechts 4 meter van perceelsgrenzen van de

middels touw op hun plaats gehouden. Door deze vorm van

bezwaarmakers.

teeltondersteunende voorzieningen is er in het grootste deel van het seizoen voornamelijk zicht op planten. Het perceel behoudt hierdoor het groen karakter. Derhalve blijft de impact op het landschap beperkt.

2.3.5

Door initiatiefnemer wordt voor de bedrijfsvoering binnen het

Op 25 maart 2025 is een locatiespecifiek onderzoek ingediend waarbij

plangebied gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Volgens vaste

de mogelijke gezondheidsrisico’s met beoordeeld die kunnen

rechtspraak geldt de vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen

samenhangen met blootstelling aan drift van

gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid in de fruitsector

gewasbeschermingsmiddelen. Deze rapportage wordt als bijlage

waarbij gewasbescherrningsmiddelen worden gebruikt, in het

gevoegd bij de omgevingsvergunning.

algemeen niet onredelijk is. Om een kleinere spuitzone mogelijk te

In het rapport wordt geconcludeerd dat door invulling te geven aan het

maken, is een locatie specifiek onderzoek nodig.

voorzorgbeginsel een kortere afstand kan worden toegelaten om een

En de voorwaarde van het realiseren van een haag aan de noord- en

planologische aanvaardbare situatie te bereiken. In het voorliggend

oostzijde van het plangebied is niet voldoende afscheiding. Deze

plan worden de volgende voorzorgmaatregelen genomen cq. is sprake

moet 12 maanden na verlenen van het verlenen van de

van de volgende omstandigheden die driftreducerend werken:

omgevingsvergunning worden aangelegd. Dit betekent dat er 12

1) Er wordt bovenwettelijke driftreductie toegepast van 90%;

maanden geen afscheiding is.

2) De V-vormige configuratie van de frambozenstruiken draagt bij aan opvang van drift; 3) De rijpaden en wendakkers creëren extra afstand; 4) Er zal een afscherming worden geplaatst langs de relevante zijden van het perceel. Met deze maatregelen wordt het risico op blootstelling aan druppeldrift op de omliggende functies voorkomen.

14/59

Het volgende punt zal als voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld: 

Er wordt bovenwettelijke driftreductie toegepast van 90%; Er zal een afscherming worden geplaatst langs de relevante zijden van het perceel middels een landschappelijk inpassingsplan. Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat het landschappelijk inpassingsplan binnen zes maanden na het in werking treden van de vergunning dient te worden gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand gehouden moet worden.

2.3.6

Onduidelijk is of de Hardi-spuittechniek met luchtondersteuning de

Er zijn op dit moment geen aanknopingspunten om aan te nemen dat

beste spuitmethode betreft naar de huidige stand van de techniek

de toegepaste spuitapparatuur niet in staat zou zijn om een

en ook daadwerkelijk de gestelde driftreductie tot gevolg heeft.

driftreductie van 90% te realiseren. Bovendien wordt deze voorwaarde expliciet verbonden aan de omgevingsvergunning. Dit betekent dat, indien de vereiste driftreductie van 90% niet wordt behaald, sprake is van een overtreding van de vergunningvoorschriften. In dat geval kan handhavend worden opgetreden door het bevoegd gezag, zodat de naleving van de gestelde voorwaarden is gewaarborgd.

2.3.7

De spuittechnieken zijn niet vastgelegd in de vergunning.

Het is juist dat in de vergunning de specifieke spuittechnieken niet

Daarnaast is er ook geen beperking opgelegd in duur en/of

afzonderlijk zijn vastgelegd. Dit betekent echter niet dat er sprake is

tijdsbestek.

van een onbeperkte toepassing. Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden die zit op het behalen van een driftreductie van 90%. Dit voorschrift borgt dat uitsluitend spuitapparatuur en technieken mogen worden toegepast die aan deze reductienorm voldoen. Daarmee is indirect maar voldoende concreet geborgd welke technieken wel en niet toelaatbaar zijn. Ten aanzien van de duur en/of het tijdsbestek geldt dat de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen een normaal en inherent onderdeel vormt van de agrarische bedrijfsvoering. Deze toepassing vindt slechts plaats op die momenten waarop dit noodzakelijk is voor de teelt, en is

15/59

derhalve beperkt in omvang en tijd. Gelet hierop is er geen aanleiding om in de vergunning aanvullende beperkingen in duur of tijdsbestek op te nemen. 2.3.8

Het is onduidelijk waarom er in het kader van spuitzones en drift in

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het landschappelijk

het landschappelijk inpassingsplan op de grens van het plangebied

inpassingsplan herzien. In de aangepaste versie is nu wél voorzien in

en de percelen van cliënten voor is gekozen om geen knip- en

de aanleg van een knip- en scheerhaag aan de zijde van de percelen

scheerhaag te plaatsen en slechts een haag aan de noord- en

van de omwonenden. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de

oostzijde voldoende is.

zorgen over spuitzones en drift. Door deze aanvulling wordt niet alleen de landschappelijke inpassing versterkt, maar wordt ook een extra fysieke barrière gerealiseerd die de effecten van eventuele drift verder beperkt. De keuze om in de eerdere versie van het plan uitsluitend aan de noord- en oostzijde een haag te voorzien, is hiermee verlaten. In de nieuwe situatie geldt dus dat langs de grens met de percelen van de omwonenden een knip- en scheerhaag als verplichting is opgenomen. Hiermee is het plan landschappelijk en milieutechnisch beter geborgd en is aan de ingebrachte zienswijze tegemoetgekomen.

2.3.9

De in de ruimtelijke onderbouwing gemaakte afweging dat de

Op 25 maart 2025 is spuitrapport ingediend. Daarin is tevens een

windrichting in Nederland overwegend zuidwestelijk is, is

analyse opgenomen inzake de invloed van de wind.

onvoldoende. Middels een bijlage (windhinder) wordt toegelicht dat

Volgens het artikel 3.83 lid 5 Activiteitenbesluit (oud) en volgens artikel

er ook sprake kan zijn van noordelijke, noordoostelijke en

4.723e Besluit activiteiten leefomgeving mogen er geen

noordwestelijke windrichting.

gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast bij snelheden hoger dan 5 m/s. Deze windsnelheid komt overeen met windkracht 2 à 3 Beaufort. De lage windsnelheden kunnen vanuit alle richtingen komen. De positie van een teeltperceel ten opzichte van een gevoelige functie is bij lage windsnelheden beperkt relevant in relatie tot driftblootstelling. Bij hogere windsnelheden zal de drift groter zijn, maar zich ook veel sneller verspreiden en verdunnen in de buitenlucht. Ter nadere

16/59

onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 5.2 uit het locatiespecifiek onderzoek. Het locatiespecifiek onderzoek wordt toegevoegd aan de vergunning. 2.3.10

Nergens in het ontwerpbesluit is geborgd dat op dagen dat sprake is

Het klopt dat in het ontwerpbesluit niet expliciet is opgenomen dat het

van een afwijkende windrichting het gebruik van

gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij afwijkende

gewasbestrijdingsmiddelen niet is toegestaan.

windrichtingen niet is toegestaan. Het opnemen van een dergelijke bepaling is echter ook niet noodzakelijk. In paragraaf 5.2 van het locatiespecifiek onderzoek is uitgebreid onderbouwd dat, gelet op de gehanteerde driftreducerende maatregelen en de landschappelijke inpassing, geen onaanvaardbare effecten optreden op nabijgelegen gevoelige functies, ongeacht de windrichting. Daarnaast geldt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in alle gevallen moet plaatsvinden conform de geldende wet- en regelgeving en de daarbij behorende etikettenvoorschriften. Hierin zijn reeds bepalingen opgenomen die mede zien op het gebruik bij ongunstige weersomstandigheden, waaronder wind. Deze regels zijn rechtstreeks van toepassing en bieden daarmee voldoende waarborgen. Om die reden is het opnemen van een aanvullende voorwaarde in het besluit niet nodig.

2.3.11

Deze teelt is seizoensgebonden. Slechts gedurende enkele maanden

Het klopt dat de teelt van frambozen seizoensgebonden is en slechts

per jaar worden de frambozenplanten door van Gennip geteeld. Het

gedurende enkele maanden per jaar plaatsvindt. De teelt van

toestaan van de nieuwe ontwikkeling gedurende het gehele jaar is

frambozen is echter rechtstreeks toegestaan op grond van het

een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Er kan

omgevingsplan. Onderhavige omgevingsvergunning ziet specifiek op

een voorwaarde in de omgevingsvergunning worden opgenomen dat

het permanent mogen plaatsen en aanwezig hebben van

het de activiteiten enkel in het teeltseizoen mogelijk zijn.

teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van deze teelt. Dit

17/59

betreft een logische aanvulling, aangezien dergelijke voorzieningen noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering en in de praktijk gedurende het hele jaar aanwezig moeten kunnen zijn om de teelt goed te kunnen faciliteren en voorbereiden. De aanwezigheid van de voorzieningen betekent niet dat er het gehele jaar door activiteiten plaatsvinden die leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat. Integendeel: de feitelijke teeltactiviteiten en het gebruik van machines en arbeid zijn beperkt tot het teeltseizoen. Buiten deze periode gaat het enkel om de aanwezigheid van ondersteunende voorzieningen, hetgeen geen noemenswaardige ruimtelijke of milieutechnische belasting met zich meebrengt. Gelet hierop is er geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Het opnemen van een aanvullende voorwaarde dat de activiteiten enkel in het teeltseizoen mogen plaatsvinden, is daarom niet noodzakelijk en zou afbreuk doen aan de praktische uitvoerbaarheid en continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering. 2.3.12

Er wordt gevreesd dat de korte knop- en scheerhaag aan de

Langs de Mierloseweg is reeds een bomenrij aanwezig. Het realiseren

zuidzijde van het plangebied zal zorgen voor (nog meer)

van een knip- en scheerhaag daarachter zal het zicht op de

verkeersgevaarlijke situaties.

Mierloseweg niet aantasten. De bestaande bomenrij is reeds bepalend voor het zicht, waardoor de haag enkel een landschappelijke aanvulling vormt zonder verkeerskundige consequenties.

2.3.13

Aan de zuidzijde van het plangebied liggen de openbare wegen

Zie de reactie op de zienswijzen onder 2.2.8. Er wordt een greppel

(Mierloseweg en Hersel). Dwars door het plangebied loopt een semi

(sloot) gerealiseerd, waardoor dit gedeelte van het perceel niet als

verhard pad dat ter plaatse dienst doet als weg voor de agrarische

ontsluiting gebruikt kan worden.

machines en werktuigen van initatiatiefnemer. Ontsluiting via dit pad is niet wenselijk. Het pad wordt echter door initiatiefnemer wel gebruikt als sluiproute naar en vanaf het plangebied. Dit heeft tot gevolg dat er fijnzand opwaait wat voor overlast zorgt.

18/59

2.3.14

In het ontwerpbesluit is geen enkele voorziening of voorwaarde

Zie de reactie op de zienswijzen onder 2.2.8 en 2.3.13.

opgenomen om dit sluipverkeer tegen te gaan. Hierbij kan worden gedacht aan een volledige omheining van het plangebied, dan wel het treffen van een verkeersnaatregel of het plaatsen van hekwerk aan het einde van het pad of in de onverharde berm, waardoor sluipverkeer niet meer mogelijk is. 2.3.15

De arbeiders kunnen, gelet op de situering van het plangebied en

Conform de huidige planologische mogelijkheden kunnen de gronden

percelen op het perceel en in de woningen van bezwaarmaker

worden gebruikt voor de teelt. Dit brengt met zich mee dat er

kijken. Volgens cliënten maakt de nieuwe ontwikkeling daarom ook

arbeiders in het plangebied aanwezig kunnen zijn.

inbreuk op hun privacy. Een knip- en of scheerhaag aan de noord- en oostzijde kan dit probleem oplossen.

Om de bezwaarmaker tegemoet te komen, is ingestemd met de aanleg van een knip- en scheerhaag. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het landschappelijk inpassingsplan herzien. In de aangepaste versie is nu wél voorzien in de aanleg van een knip- en scheerhaag aan de zijde van de percelen van de omwonenden. Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat het landschappelijk inpassingsplan binnen zes maanden na het in werking treden van de vergunning dient te zijn gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand gehouden moet worden. Het landschappelijk inpassingsplan is derhalve aangepast op basis van de ingediende zienswijzen.

2.3.16

De ruimtelijke onderbouwing biedt onvoldoende motivatie om aan te

Zie reactie 2.2.3. Ter hoogte van de percelen aan de Hersel zal een

nemen dat de nieuwe ontwikkeling voldoende rekening houdt met

extra greppel (sloot) met een diepte van 30 centimeter worden

het verwerken van water binnen het plangebied. Grondwaterstanden

gerealiseerd om toekomstige wateroverlast te voorkomen.

zijn gestegen de afgelopen periode. Wateroverlast zal hierdoor toenemen.

19/59

2.4. Conclusie De naar voren gebrachte zienswijzen van de omwonenden leiden tot aanpassen van de ontwerp omgevingsvergunning voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen aan Hersel 6 te Lierop: -

Opgemerkt wordt dat bij het verwerken van de vergunning in het omgevingsplan enkel de mogelijkheden van de voorliggende vergunning worden overgenomen en geen extra mogelijkheden worden geboden voor verharding van het perceel;

-

Aan de omgevingsvergunning wordt een locatiespecifiek spuitzone-onderzoek toegevoegd van Adromi Groep d.d. 6 maart 2025;

-

Aan de omgevingsvergunning wordt een gewijzigd landschappelijk inpassingsplan toegevoegd;

-

Aan de omgevingsvergunning wordt het verslag van het buurtdialoog toegevoegd;

-

Aan de omgevingsvergunning worden voorschriften toegevoegd welke zien op het realiseren en in stand houden van de landschappelijke inpassing en het realiseren van greppels (sloten) binnen zes maanden na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning.

20/59

3.

publicatie

Bijgevoegd de publicatie zoals deze voor de ontwerpbeschikking in het gemeenteblad en ’t Contact hebben gestaan op 31 mei 2024.

4.

publicatie

Bijgevoegd de zienswijzen die zijn gediend tegen het plan.

zienswijze 1 Provincie

22/59

23/59

24/59

Zienswijze 2 Omwonende

25/59

26/59

27/59

28/59

Zienswijze 3 Buurt

29/59

30/59

31/59

32/59

33/59

34/59

35/59

36/59

37/59

38/59

39/59

40/59

41/59

42/59

43/59

44/59

45/59

46/59

47/59

48/59

49/59

50/59

51/59

52/59

53/59

54/59

55/59

56/59

57/59

58/59

59/59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16544279/2