Bijlage 2 Memo uitwerking categorising horecabeleid
Tekst van het document
dirkzwager legal
MEMO
& tax
2 UITWERKINGEN (geanonimiseerd)
HORECA-CATEGORISERING
(geanonimiseerd)
Van: Dossier:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (oer) (geanonimiseerd) KE, MN
Inzake:
Gemeente
Datum:
28
5076789
Someren
advies horecabeleid
-
oktober 2024
Inleiding In
opdracht
van
de gemeente
Verordening
(APV)
onderzocht.
Dit heeft
knelpunten
hebben
een
voorstel
In
geresulteerd
gesignaleerd.
memo
overweging voorliggen. e
Optie
tot
om
1: Het
zullen
Horecabeleid
bestemmingsplannen memo
3
van
januari
Algemene Plaatselijke
van
de
2024
waarin
oplegnotitie van 2 februari 2024
In een
eenduidige zijn met
wij
2021, de
het
nader
aanpak
te
komen
gemeente
Someren
wij
verschillende
hebben
wij vervolgens
de
waarbij
en
het
dit moment
ter
APV
omgevingsplan.
stilstaan
bij de
opties
twee
die op
opties zijn:
Deze
hanteren
het
in het
een
in overeenstemming
dit aanvullende
wij
verschillende
en
gedaan
horecabeleid
hebben
de twee
van
categorieën (in combinatie
met
het
regelen
van
zaken in
exploitatievergunningen). e
Optie
2:
het
hanteren
mogelijk
c.q.
beperkt blijft.
is
ons
verzocht
Daarnaast
meerdere
van
categorieën, waarbij
nader te onderzoeken
om
de
categorisering
hoe
het horecabeleid
kiest
om
en
zo
APV
simpel
aangepast
dienen te worden.
Conclusie
e
Indien de gemeente, ondanks te
hanteren,
adviseren
wij
ons
advies,
de termen
ervoor
‘zelfstandige
horeca’
of
die
slechts twee en
horecacategorieën
‘ondersteunende
horeca’ te
gebruiken. e
Wij
identificeren
dergelijke
echter
vier risico’s
gebreken
gepaard
gaan
met
het
gebruik
van
brede definities.
Pagina
1 van
19
-
het hanteren van brede definities de mogelijkheid van de gemeente om maatwerk te leveren in de toepasselijke regels voor verschillende vormen van horeca. Dit maakt het bovendien moeilijker , zo niet onmogelijk , om ongewenste vormen van horeca op specifieke locaties te weren , rekening houdend Ten
eerste beperkt
met de omgeving en de daarmee samenhangende belangen. De problematiek rondom shisha-lounges is hiervan een treffend voorbeeld. -
Ten tweede stellen wij ons de vraag of de gemeente voldoende rekening houdt met
-
de bezwaren van belanghebbenden tegen het planologisch toestaan van zowel een bistro als een discotheek op dezelfde locatie. Het is aannemelijk dat dergelijke bezwaren , zowel nu als bij toekomstige wijzigingen , zullen opkomen. Dit is het directe gevolg van het gebruik van te brede horecadefinities. Ten derde wijzen wij erop dat regels die de fysieke leefomgeving reguleren op grond de Omgevingswet verplicht in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Wij sluiten niet uit dat dergelijke regels in de toekomst niet vastgelegd kunnen worden in een APV of exploitatievergunning , zelfs als deze noodzakelijk blijken te zijn. Ten vierde achten wij het , vanuit het oogpunt van rechtszekerheid , wenselijker om specifieke regels voor horeca op een heldere en voor iedereen toegankelijke wijze vast te stellen per locatie. Wanneer aanvullende regels slechts in de exploitatievergunning worden opgenomen , blijven deze voor derden onzichtbaar. Wij betwijfelen of dit in lijn is met de gemeentelijke ambitie om het horecabeleid te vereenvoudigen. van
-
•
Op
basis van bovenstaande overwegingen adviseren wij om binnen de categorie ‘zelfstandige horeca’ drie subcategorieën te hanteren , namelijk: lichte , middelzware en zware horeca. Dit biedt enerzijds duidelijkheid en anderzijds ruimte voor maatwerk binnen deze categorieën.
•
Het voornaamste bezwaar tegen dit systeem , namelijk het verminderde flexibele karakter ,
kan voldoende worden ondervangen. Het blijft immers mogelijk om op specifieke locaties meerdere horecacategorieën toe te staan. Eventueel strijdig gebruik kan via een omgevingsplanactiviteit (OPA of BOPA) worden opgeheven , zonder dat een aanpassing van het omgevingsplan nodig is. •
Om discrepanties tussen verschillende beleidsstukken en kosteninefficiëntie te voorkomen , adviseren wij de gemeente om eerst het omgevingsplan te wijzigen en een definitieve keuze te maken
de te hanteren horecacategorieën. Vervolgens kunnen de regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) worden aangepast (waarbij wij nu vooral het oog hebben op de bepaling over sluitingstijden). Wij zijn van mening dat discrepanties tussen burgers bindende regels en het horecabeleid het beste kunnen worden voorkomen wanneer voor
het beleid pas wordt gewijzigd nadat er duidelijkheid bestaat over de te hanteren regels. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.
Pagina 2 van 19
Toelichting 1.
Optie 1: indeling in zelfstandige en ondersteunende horeca A.
1. 1
Nadere uitwerking
Het college heeft eerder de wens uitgesproken de horeca-categorisering zo simpel mogelijk te willen houden. Daarbij zou de voorkeur ernaar uitgaan om slechts twee categorieën te hanteren: zelfstandige 1 horeca en ondersteunende horeca.
1. 2
De eerder gehanteerde definities brachten verschillende nadelen met zich mee. Zo viel verblijfsgerelateerde horeca geheel niet onder de definitie van ‘zelfstandige horeca’. De
definitie voor ondersteunende horeca bevatte de beperking dat de horeca ten dienste moet staan van de hoofdfunctie , terwijl juist ook was beoogd hier horeca onder te scharen voor bezoekers die niet voor de hoofdactiviteit komen. 1. 3
Indien wordt gekozen voor het hanteren van (slechts) twee horeca-categorieën , stellen wij – gelet op het voorgaande – voor de volgende definities in het omgevingsplan op te nemen:
Zelfstandige horeca Een exploitatievorm die als hoofdfunctie heeft te voorzien in maaltijden en/of verkoop van etenswaren die ter plaatse genuttigd kunnen worden of een exploitatievorm die als hoofdfunctie (al dan niet alcoholhoudende) drank verstrekt die ter plaatse genuttigd wordt of een exploitatievorm die als hoofdfunctie nachtverblijf verstrekt. Ondersteunende horeca: Horeca die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft; ,
1. 4
Deze categorisering zal eerst in het omgevingsplan moeten
worden verwerkt. Daarna dienen de APV en het beleid te worden aangepast. Bij het aanpassen van de APV is het van
belang om voor ogen te houden dat hierin geen regels kunnen worden opgenomen
1
In de stukken die wij hebben ontvangen zijn de termen ‘reguliere horeca’ en ‘zelfstandige horeca’ naast elkaar gebruikt , waarbij telkens hetzelfde lijkt te worden beoogd. Wij zijn er voor het memo van 3 januari 2024 van uitgegaan dat reguliere horeca en zelfstandige horeca hetzelfde inhouden. In dit memo hanteren wij het begrip ‘zelfstandige horeca’.
Pagina 3 van 19
die ertoe strekken de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te reguleren. Die regels horen in het omgevingsplan thuis. Dit volgt uit artikel 2. 1 lid 1 van het Omgevingsbesluit: Onverminderd het tweede lid worden in ieder geval regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld in artikel 1.2 derde lid onder a van de wet alleen in het omgevingsplan opgenomen. ,
,
,
1. 5
Regels over openings- en sluitingstijden kunnen bijv. wel worden opgenomen in een APV , als het oogmerk ervan is gelegen in het handhaven van de openbare orde. Openings- en sluitingstijden kunnen echter ook in een omgevingsplan worden opgenomen , omdat ze van belang zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In ieder geval zijn ze in het verleden als ruimtelijke relevant aangemerkt (in ieder geval voor ondersteunende horeca , ABRvS 18 januari 2017 , ECLI:NL:RVS:2017:123 en ABRvS 24 april 2024 , ECLI:NL:RVS:2024:1724 t. a. v. ondersteunende horeca).
1. 6
Het is ook van belang om voor ogen te houden dat in de APV regels over paracommercie moeten worden gesteld op grond van de Alcoholwet. Nu horecabedrijven van
paracommerciële rechtspersonen vaak ook aan te merken zijn als ondergeschikte horeca in planologische zin , adviseren wij om in het horecabeleid duidelijk te maken dat voor deze horecagelegenheden uitsluitend de APV-regels voor paracommerciële niet rechtspersonen gelden en ook de APV-regels voor ondergeschikte horeca. 1. 7
Wij adviseren het horecabeleid aan te passen nadat het omgevingsplan is gewijzigd. Het
beleid kan dienen als overzicht voor ondernemers waarin zij kunnen terugvinden waar welke regels voor horeca zijn gesteld. B. 1. 8
Risico’s en gebreken
Wij begrijpen dat de gemeente streeft naar een vereenvoudiging van het horecabeleid. Wij vragen ons echter af of deze wens tot vereenvoudiging niet leidt tot meer risico’s en
nadelige gevolgen dan de gemeente nu wellicht voor ogen heeft. Geen maatwerk mogelijk 1. 9
In de eerste plaats rijst de vraag of de gemeente door het enkel hanteren van het onderscheid tussen zelfstandige en ondersteunende horeca (brede definities) zichzelf niet
ongewild berooft van de mogelijkheid om locatie-specifiek maatwerk te leveren. Van een planwetgever mag worden verwacht dat alle aspecten van de fysieke leefomgeving
Pagina 4 van 19
zorgvuldig worden gewogen bij de wijziging van het omgevingsplan. Er zal sprake moeten zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen: goede ruimtelijke ordening). Het maken van onderscheid in horecacategorieën kan bijdragen aan , maar ook noodzakelijk zijn voor het bereiken van die evenwichtige toedeling. Immers , bepaalde vormen van horeca brengen naar hun aard meer overlast en/of meer belasting voor het woon- en leefklimaat met zich dan andere vormen. Dit blijkt ook uit jurisprudentie: “5. 8 (…)Anders dan [appellant sub 2] betoogt zijn de in het plan opgenomen beperkingen aan de horecafunctie op het perceel van [appellant sub 2] ruimtelijk relevant. Een snackbar die onder horeca van categorie 2 is toegestaan kan minder belastend zijn voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden dan een danscafé dat onder horeca van categorie 3 is toegestaan. Dat de aanduiding " horeca van categorie 2 " is toegekend aan een plandeel met een verblijfsrecreatieve bestemming maakt dit niet anders. ” 2 1. 10
hanteren van een brede definitie als ‘zelfstandige horeca’ (zonder verder onderscheid) maakt het planologisch mogelijk om op een locatie een grote verscheidenheid aan horeca te exploiteren. Dit lijkt ons onwenselijk , aangezien de ruimtelijke gevolgen die sterk uiteen kunnen lopen dan niet gereguleerd worden. Wij zijn bijvoorbeeld bekend met gemeenten die hinder ondervinden van shisha-lounges , maar Het
deze vanwege de toegekende horecacategorie niet kunnen weren. Indien er wel een onderscheid wordt gemaakt naar categorieën horeca die toegestaan zijn , kunnen dergelijke activiteiten makkelijker gereguleerd of geweerd worden. Ter illustratie verwijzen wij naar een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 11 april 2022: “4. 3. Het betoog van eiser dat verweerder de nieuwe horecavisie niet heeft kunnen betrekken bij zijn afweging slaagt niet. Ten eerste is van belang dat eiser een vergunning voor horeca-C heeft aangevraagd. Verweerder is dus terecht uitgegaan van die categorie. Daarnaast valt een shishalounge onder het bestaande bestemmingsplan weliswaar onder horeca-A maar gevraagd wordt om voor horeca-C van dat bestemmingsplan af te wijken. Bij die beoordeling heeft verweerder terecht de nieuwste beleidsinzichten over shisha-lounges betrokken. ,
4. 4. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel kan niet slagen. Zoals al vastgesteld mocht eiser er hoogstens op vertrouwen dat een shisha-lounge onder de categorie horeca-A valt en op de verdieping was toegestaan. Hij mocht er dus niet op vertrouwen dat (ook) horeca-C in het hele pand ter plaatse zou worden vergund.
2 ABRvS
25 juni 2014 , ECLI:NL:RVS:2014:2292.
Pagina 5 van 19
4. 5. Ook verder heeft verweerder in het bestreden besluit afdoende gemotiveerd waarom het mogelijk maken van horeca-C in het pand ongewenst is zodat het beroep tegen het niet toepassen van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid ook niet slaagt. ” 3 ,
1. 11
Het is van groot belang dat de gemeente zich realiseert dat , door het hanteren van een
brede definitie ‘zelfstandige horeca’ , geen onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende soorten horeca. Hierdoor kan in principe elke ondernemer , ook van buiten de gemeente , elke vorm van horeca exploiteren die binnen de ruime begripsbepaling valt. Uiteraard voor zover op een locatie ‘zelfstandige horeca’ wordt toegestaan. Burgerperspectief 1. 12
In de tweede plaats vragen wij ons af of de brede definitie ‘zelfstandige horeca’ ook vanuit
het perspectief van burgers c. q. omwonenden is bekeken. Wij kunnen ons voorstellen dat het gebruik van een dergelijk breed begrip weerstand bij bewoners kan en zal oproepen. Een omwonende kan bijvoorbeeld geconfronteerd worden met het feit dat in zijn straat zowel een nachtclub als een lunchroom mogelijk wordt gemaakt. Het is zeer aannemelijk dat een omwonende sneller rechtsmiddelen zal aanwenden dan in een situatie waarin de horeca-activiteiten in het omgevingsplan zijn beperkt tot lichtere vormen van horeca. Mogelijke gevolgen voor verlening exploitatievergunning 1. 13
In de derde plaats wijzen wij erop dat het misschien niet meer mogelijk is om in het kader van het verlenen van een exploitatievergunning
rekening te houden met aspecten van de fysieke leefomgeving , zoals de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet kon de burgmeester daarmee bij het beoordelen van de exploitatievergunning wel rekening houden. Wij hebben hieronder een aantal voorbeelden opgenomen: ABRvS 28 augustus 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:2880 6. 2. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de weigeringsgrond van artikel 2:28 tweede lid van de APV is opgeheven doordat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de woon- en leefsituatie van omwonenden niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. De burgemeester heeft zich in dat verband op het standpunt gesteld dat hij ter voorkoming van overlast onder meer maatwerkvoorschriften aan de ,
3 Rechtbank
Gelderland 8 april 2022 , ECLI:NL:RBGEL:2022:1807
Pagina 6 van 19
,
vergunning heeft verbonden waaronder de voorschriften dat het horecabedrijf tussen 23:00 uur en 07:30 uur gesloten moet zijn en dat het terras alleen van 10:00 tot 20:00 uur geëxploiteerd mag worden. ,
.
ABRvS 8 september 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:2008 4. 1. Volgens artikel 9 eerste lid onder d van de Horecaverordening Utrecht 2015 weigert de burgemeester de exploitatievergunning indien naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat de openbare orde of veiligheid in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 4. 2. De Afdeling stelt vast dat sprake is van een kleinschalig hotel. Ook staat voldoende vast dat het aantal kamers ten opzichte van de op grond van het bestemmingsplan al toegestane uitoefening van een Bed & Breakfast (met maximaal 4 kamers) slechts beperkt toeneemt. Verder is van belang dat het hotel wordt gevestigd in een centrum-stedelijke omgeving. Voor zover [appellant] meent dat er sprake is van overlast door fout geparkeerde fietsen kan hij de gemeente om handhaving vragen. Ook het gestelde handelen in strijd met een recht van overpad ziet niet op de vergunningverlening en is door de rechtbank terecht niet in haar beoordeling betrokken. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank onder deze omstandigheden terecht geoordeeld dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van een ontoelaatbare nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat van [appellant]. ,
,
,
,
,
ABRvS 20 juni 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW8878 2. 6. 1. Gelet op de bewoordingen van artikel 10 eerste lid aanhef en onder d gelezen in samenhang met e van de horecaverordening komt de burgemeester beoordelingsvrijheid toe bij de beoordeling of onder meer het woon- en leefklimaat gelet op het karakter van de straat en van de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de uitoefening van die bevoegdheid door de rechter terughoudend moet worden getoetst. (…) 2. 6. 4. Gelet op het vorenstaande bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het woon- en leefklimaat de openbare orde of veiligheid in de omgeving van het horecabedrijf niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. Het betoog faalt. ,
,
,
,
,
,
,
Rb. Gelderland 25 januari 2023 , ECLI:NL:RBGEL:2023:355 8. Een andere weigeringsgrond voor de exploitatievergunning bestaat wanneer naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5 (…) 8. 4. (…) De burgemeester heeft in de exploitatievergunning opgenomen dat de afspraken in het horecaconvenant als aanvullende voorwaarden op de vergunning gelden. De burgemeester heeft in de beslissing op bezwaar de invloed van het restaurant op de woon- en leefsituatie voldoende
Pagina 7 van 19
Daarbij heeft de burgemeester geen onredelijk gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid en beleidsruimte. Dat het restaurant invloed heeft op de woon- en leefsituatie van eisers is door de burgemeester meegewogen en door eisers is niet voldoende onderbouwd dat het besluit onevenredige nadelige gevolgen heeft. meegewogen.
1. 14
Het is onduidelijk of het onder de Omgevingswet nog steeds mogelijk is om de gevolgen
de verlening van een exploitatievergunning. Die houdt verband met het hiervoor al aangehaalde artikel 2. 1. van het Omgevingsbesluit. Op grond van deze bepaling moeten alle regels die gaan over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit geldt dús ook voor regels uit de APV die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Slechts voor zover regels (alleen!) het oogmerk hebben om de openbare orde te beschermen mogen ze in de APV blijven staan. voor
1. 15
het
woon-
en
leefklimaat
mee
te
wegen
bij
Het is dus voorstelbaar dat het niet mogelijk is om in een APV een toetsingskader voor de exploitatievergunning op te nemen , waarin ook de gevolgen voor het woon- en
leefklimaat kunnen worden getoetst. Het is bijgevolg voorstelbaar dat in een exploitatievergunning geen nadere regels kunnen worden gesteld die strekken ter bescherming van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Het is voorstelbaar dat deze aspecten moeten worden gewogen bij de wijziging van het omgevingsplan en tot uitdrukking moeten worden gebracht in de planregeling. 1. 16
Uit de aangehaalde uitspraken zou overigens ook de conclusie getrokken kunnen worden
dat het criterium ontoelaatbare nadelige gevolgen als openbare orde aspect wordt gezien (omdat ingrijpen door de burgemeester alleen plaatsvindt als sprake is van ontoelaatbare nadelige gevolgen) , maar juist bij die lezing bestaat er geen mogelijkheid de exploitatievergunning te weigeren op grond van het oordeel dat een horeca-activiteit niet passend is in de omgeving. Daarmee leidt de horeca-activiteit niet per definitie tot ontoelaatbare nadelige gevolgen. Overigens denken wij niet dat het criterium als openbare orde aspect kan worden aangemerkt , omdat in de meeste bepalingen wordt gesproken over ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat of de openbare orde (zie hierna). 1. 17
Zoals wij eerder hebben toegelicht verplicht het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat bepaalde regels over geluid , externe veiligheid en luchtkwaliteit in ieder geval in het omgevingsplan worden opgenomen. Deze instructieregels zijn gericht op de veiligheid van de bezoekers van de horeca en het voorkomen van overlast op de omgeving.
Pagina 8 van 19
1. 18
geluid , externe veiligheid en luchtkwaliteit kunnen echter ook regels over bijvoorbeeld openings- en sluitingstijden (zie hiervoor) en terrasgebruik in het omgevingsplan worden opgenomen , mits deze van belang zijn voor de bescherming van de fysieke leefomgeving. Het stellen van dergelijke regels kan noodzakelijk zijn om de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat te waarborgen. Indien de regels niet zijn Naast
ingegeven vanuit de noodzaak voor een evenwichtige toedeling van locaties , maar (louter) vanuit het oogpunt van openbare orde , mogen deze regels niet in het
omgevingsplan worden opgenomen. In dat geval dienen zij opgenomen te blijven in de APV. 1. 19
Als aspecten ter bescherming van het woon- en leefklimaat alleen of vooral in het omgevingsplan gereguleerd moeten worden , dan is het belang om daarbij onderscheid te maken in categorieën horeca om die bescherming van het woon- en leefklimaat ook daadwerkelijk handen en voeten te kunnen geven. Het gebruik van één brede definitie van ‘zelfstandige horeca’ lijkt die bescherming te ondergraven. Rechtszekerheid derden
1. 20
de vierde plaats willen wij benadrukken dat het , vanuit het oogpunt van rechtszekerheid , problematisch kan zijn om alleen twee algemene horeca-categorieën te definiëren zonder verder specifieke regels in het omgevingsplan op te nemen. Hoewel het denkbaar is dat meer gedetailleerde voorschriften (bijv. ter bescherming van het woonen leefklimaat) worden gesteld in een exploitatievergunning , - nogmaals: voor zover dat In
überhaupt onder de Omgevingswet nog mogelijk is!! – zijn deze regels niet direct kenbaar voor derden. Dit leidt tot onzekerheid bij zowel omwonenden als andere belanghebbenden over wat op een bepaalde locatie nu exact is toegestaan. Het opnemen van regels die betrekking hebben op de gevolgen voor de fysieke leefomgeving (zoals de gevolgen voor het woon- en leefklimaat) in het omgevingsplan , dient het belang van rechtszekerheid , maar sluit ook aan bij de wens van de gemeente om het horecabeleid te vereenvoudigen en duidelijker te maken voor alle betrokkenen. 2.
Optie 2: indeling met meer categorieën A.
2. 1
Nadere uitwerking
De tweede optie betreft het hanteren van twee hoofdcategorieën , waarbij wij voorstellen om
dezelfde categorieën als benoemd in randnummer 1. 3 van dit memo aan te houden.
Pagina 9 van 19
Binnen
de categorie gehanteerd. 2. 2
‘zelfstandige
horeca’
worden
dan
nadere
subcategorieën
In onze oplegnotitie van 2 februari 2024 hebben wij al verwezen naar een voorbeeld van
de gemeente Amsterdam dat ter inspiratie kan dienen voor de onderverdeling in subcategorieën binnen de categorie ‘zelfstandige horeca’. 4 Volledigheidshalve voegen wij de tabel onderstaand nogmaals in.
2. 3
We
kennen echter ook voorbeelden uit horecacategorieën (slechts) tot drie is beperkt:
jurisprudentie
waarin
het
aantal
ABRvS januari 2023 , ECLI:NL:RVS:2023:76 “In de Staat van Horeca-activiteiten die als bijlage 5 bij de planregels is gevoegd wordt onderscheid gemaakt tussen " Categorie I ‘lichte horeca’ " " Categorie 2 ‘middelzware horeca’ " en " Categorie 3 ‘zware horeca’." Onder de eerste categorie wordt verstaan: " Bedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. " Onder de tweede categorie wordt verstaan: " Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: bar bierhuis biljartcentrum café proeflokaal shoarma/grillroom zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen). " Tot slot wordt onder de derde categorie verstaan: " Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die ,
,
4 Lijst van
,
,
,
,
horecacategorieën , iplo. nl (geraadpleegd op 10 oktober 2024).
Pagina 10 van 19
,
tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met
zich mee kunnen brengen: dancing discotheek nachtclub partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen)." ,
,
,
Rechtbank Midden-Nederland 16 juni 2023 , ECLI:NL:RBMNE:2023:2878 “2. In [plaats] is de horeca met name gelegen in de winkelstraten waaronder de [straat] In het bestemmingsplan is de horeca specifiek bestemd. Horecabedrijven tot en met categorie 1c van de Staat van Horeca-activiteiten zijn op grond van het bestemmingsplan zonder meer toegestaan binnen de bestemming “ Centrum ”. 3 In de [straat] vallen de meeste percelen binnen deze bestemming. Er zijn ook een aantal percelen die vallen binnen de bestemming “wonen” waar horeca niet is toegestaan. Onder categorie 1 (lichte horeca) vallen volgens de Staat van Horecaactiviteiten bedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds zijn geopend en die daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. De nacht begint volgens artikel 1. 1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer om 23. 00 uur. .
,
3. De horecabedrijven van categorie 2 en 3 zijn uitsluitend ter plaatse van een functieaanduiding in het bestemmingsplan toegestaan. 4 In de Staat van Horeca-activiteiten is beschreven dat onder categorie 2 (middelzware horeca) bedrijven vallen die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken zoals een biljarthuis of een café. Onder categorie 3 (zware horeca) vallen bedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen zoals een dancing discotheek nachtclub of partycentrum. 5 In de toelichting bij het bestemminsplan is beschreven dat deze natte horeca wordt geclusterd in de [straat] Op deze manier wordt voorkomen dat natte horeca zich verspreidt over het hele centrum en overlast veroorzaakt. In de [straat] hebben zes percelen de functieaanduiding horecacategorie 2 en vier percelen de functieaanduiding horecacategorie 3. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de vier panden die onder categorie 3 vallen thans niet als zodanig gebruikt worden. ” ,
,
,
.
2. 4
De gemene deler voor het onderscheid in verschillende categorieën is de mate van hinder
die omwonenden mogelijk zouden kunnen ervaren. Wij merken op dat het niet ongebruikelijk is dat de planwetgever overgaat tot een dergelijke indeling. Zoals in dit memo toegelicht zijn wij eveneens van mening dat een dergelijk onderscheid , mede gelet op de noodzaak om maatwerk toe te passen en het voorkomen van mogelijke (toekomstige) bezwaren bij omwonenden , gewenst is. 2. 5
Voor een nadere verdeling in drie subcategorieën hebben wij een voorbeeld gevonden in
het bestemmingsplan ‘Langeraar en Papenveer’. 5 Geïnspireerd door dit voorbeeld (maar
5 Bijlage
3 bij bestemmingsplan ‘Langeraar en Papenveer’.
Pagina 11 van 19
ook andere voorbeelden)6 , zou overwogen kunnen worden om de onderstaande subcategorieën binnen de categorie ‘zelfstandige horeca’ op te nemen: Zelfstandige horeca , categorie 1 (lichte horeca) Horecabedrijven die in beginsel slechts overdag en ’s avonds geopend zijn voor het verstrekken van etenswaren en maaltijden en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Hierbij kan worden gedacht aan: broodjeszaken cafetaria’s koffiebars lunchrooms snackbars en bistro’s. ,
,
,
,
Zelfstandige horeca , categorie 2 (middelzware horeca) Horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken. Hierbij kan worden gedacht aan: cafés bars bierhuizen proeflokalen en zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/ dansevenementen). ,
,
,
Zelfstandige horeca , categorie 3 (zware horeca). Horecabedrijven die voor een goed functioneren ook in de nacht geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. Hierbij kan worden gedacht aan: discotheken nachtclubs en partycentra. ,
2. 6
Het aanbrengen van dit onderscheid in drie horecacategorieën doet onzes inziens niets af
de overzichtelijkheid c. q. eenvoud overzichtelijkheid van het horecabeleid. aan
2. 7
van
planregels , dan
wel de eenvoud
of
Het grootste voordeel is onzes inziens gelegen in het feit dat een dergelijk onderscheid
het mogelijk maakt voor iedere subcategorie ter bescherming van het woon- en leefklimaat (lees: ter voorkoming van hinder van omwonenden) nadere regels te stellen over (bijvoorbeeld) openings- en sluitingstijden. Het onderscheid in deze categorieën wordt voornamelijk ingegeven door het tijdstip op de dag waarop overlast van de horecaactiviteiten en het komen en gaan van bezoekers ophoudt. Ter illustratie verwijzen wij naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 juli 2019: “7. Eiser bestrijdt dit en stelt zich op het standpunt dat sprake is van activiteiten die vallen onder categorie 3. [derde belanghebbende] baat volgens hem een (eet-)café of café-restaurant uit met feestzaal. Bezoekers komen ook regelmatig alleen borrelen of een drankje drinken. Dat [derde belanghebbende] deze mogelijkheid biedt blijkt ook uit het feit dat ze diverse bieren op de tap hebben en borrelhappen serveren. Er komen grote groepen mensen en er is op een avond veel ,
6
Zie bijvoorbeeld: bijlage 1 bij bestemmingsplan ‘Servicebioscoop’.
Winkelcentrum Tolberg’ én bijlage 1 bij bestemmingsplan
Pagina 12 van 19
verloop met de daarbij komende overlast ook op het terras. Zo wordt de feestzaal volgens eiser regelmatig gebruikt voor feesten partijen en andere gelegenheden zoals bijvoorbeeld condoleances. Eiser ervaart vooral veel overlast van het terras te meer nu de omliggende gebouwen werken als een klankkast voor het geluid. ,
,
,
8. De rechtbank merkt allereerst op dat ook een horecabedrijf dat in categorie 2 valt – anders dan eiser lijkt te betogen – niet overlastvrij is. Uit de opbouw van de definitie van de in het bestemmingsplan opgenomen horecacategorieën maakt de rechtbank op dat het onderscheid tussen de categorieën vooral te maken heeft met het tijdstip op de dag waarop overlast van de horeca-activiteiten en het komen en gaan van bezoekers ophoudt. Bij een categorie 1 bedrijf (bijvoorbeeld een lunchroom) is dat in de regel gelijktijdig met winkelsluitingstijden. Bij een horecabedrijf van categorie 2 als een restaurant is dat in de regel vroeger dan bij een café (categorie 3) die in de regel pas na middernacht sluiten. Bij een categorie 4 bedrijf (bijvoorbeeld een nachtclub) is dat in de regel tot ver in de nacht. ” 7 ,
Risico’s / gebreken 2. 8
Wij hebben zorgvuldig overwogen welke risico’s verbonden zouden kunnen zijn aan de
tweede optie. Onze conclusie is echter dat er geen significante risico’s zijn , en dat eventuele risico's op eenvoudige wijze kunnen worden ondervangen. Wij lichten dit toe. 2. 9
Het grootste mogelijke risico voor het gebruiken van meerdere categorieën zou kunnen zijn dat er sprake is van minder flexibiliteit in de gebruiksmogelijkheden , maar in feite vormt een beperking van het gebruik (lees: het toestaan van minder categorieën) nu juist
het sluitstuk van een brede planologische afweging. 2. 10
Overigens betekent het hanteren van meerdere categorieën niet dat er per definitie een
beperking van de gebruiksmogelijkheden aan de orde is. De gemeente kan ervoor kiezen om op een locatie meerdere , zo niet alle , horeca-categorieën toe te staan. Wel dient deze keuze deugdelijk gemotiveerd te worden , met oog op het belang van de fysieke leefomgeving. De gemeente moet , indien nodig , kunnen verantwoorden waarom bijvoorbeeld naast een koffiehuis ook een discotheek op een locatie planologisch toegestaan is. Daarnaast is een beperking in gebruiksmogelijkheden geen keuze voor de eeuwigheid. Het is altijd mogelijk om – mits goed gemotiveerd – af te wijken van het omgevingsplan. Een ondernemer kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Ter illustratie verwijzen wij naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 april 2024:
7 Rechtbank
Noord-Holland 22 juli 2019 , ECLI:NL:RBNHO:2019:6169.
Pagina 13 van 19
“12. De rechtbank overweegt in het licht van het bovenstaande dat verweerder in het bestreden besluit 3 in het kader van zijn belangenafweging - als gevolg van de verleende toestemming om horeca categorie 2 in plaats van horeca categorie 1 ter plaatse toe te staan - diverse vormen van geluid(soverlast) heeft betrokken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hiervoor beoordeelde (bestreden) voorschriften afdoende om geluidsoverlast in voldoende mate te voorkomen in ieder geval zodanig dat de verleende toestemming tot afwijking van het bestemmingsplan niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Ook verder acht de rechtbank de in het bestreden besluit 3 opgenomen voorschriften voor een horeca categorie 2 inrichting toereikend. Als eisers ondanks de voorschriften overlast van (komende en vertrekkende) bezoekers opstootjes op straat en openbaar dronkenschap ervaren en vinden dat [vergunninghouder] zich niet aan de voorschriften houdt geven voornoemde voorschriften eisers een grondslag om verweerder te verzoeken om handhavend op te treden. Tegelijkertijd zullen eisers moeten accepteren dat op grond van het bestemmingsplan en de nu verleende omgevingsvergunning ter plaatse een café aanwezig mag zijn. Die functie heeft onmiskenbaar invloed op de directe omgeving en brengt een zekere mate van geluid mee.
Alles afwegende vindt de rechtbank dat verweerder de gevolgen voor de omgeving goed heeft onderzocht en afgewogen deze situatie door middel van voorschriften verder voldoende heeft gereguleerd en daarmee uiteindelijk in redelijkheid niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten. ” 8 ,
,
,
,
,
,
,
2. 11
Wij denken dat de keuze voor de subcategorieën en de uitleg daarvan op een heldere en inzichtelijke manier kan worden opgenomen in het horecabeleid. Indien gewenst , kan het
beleid nader specificeren welke omstandigheden van belang zijn om te bepalen in welke categorie een horecabedrijf. 3.
Aanpassingen APV en Horecabeleid
3. 1
De gemeente heeft Dirkzwager ook gevraagd om aan te geven op welke wijze de APV en
het horecabeleid aangepast dienen te worden om goed te kunnen aansluiten op de categorisering in het omgevingsplan. APV 3. 2
In artikel 2. 28 van de APV is bepaald dat het verboden is om een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester (waarbij de mogelijkheid is geboden
het verbod te beperken tot bepaalde gebieden en/of categorieën van bedrijven. Daar hebben wij geen opmerkingen over. om
8 Rechtbank
Rotterdam 5 april 2024 , ECLI:NL:RBROT:2024:4611.
Pagina 14 van 19
3. 3
Wat onder een openbare inrichting wordt verstaan is gedefinieerd in artikel 2. 27 van de APV. Alhoewel wij de daarin gehanteerde categorisering (tussen onder i en ii genoemde
inrichtingen) niet helemaal kunnen volgen , lijken (vrijwel) alle horecabedrijven als ‘openbare inrichting’ aangemerkt te worden. In zoverre zouden alle horecabedrijven onder de exploitatievergunningplicht gebracht kunnen worden. 3. 4
In
artikel 2. 28 lid 3 , 4 en 5 van de APV exploitatievergunning opgenomen:
zijn de
weigeringsgronden voor
de
3. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan beheersverordening exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag. de 5. Bij toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal gelegen zijn de aard van de openbare inrichting en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. ,
,
,
,
3. 5
,
In feite is in artikel 2. 28 lid 3 van de APV een weigeringsgrond opgenomen die illusoir
wordt als alleen een onderscheid wordt gemaakt tussen zelfstandige en ondersteunende horeca. De weigeringsgrond is wel effectief als een horeca-categorisering wordt doorgevoerd. Ook merken wij op dat in dit artikellid de nieuwe terminologie moet worden doorgevoerd: ‘omgevingsplan’. Tot het omgevingsplan van rechtswege behoren alle bestemmingsplannen , beheersverordeningen , exploitatieplannen en voorbereidingsbesluiten. 3. 6
In artikel 2. 28 lid 4 sub a van de APV is bepaald dat de burgemeester (wij nemen aan als er geen strijd is met het omgevingsplan) de vergunning slechts kan weigeren als de woon-
of leefsituatie in de omgeving [van] de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 3. 7
Het valt ons op dat er sprake is van een ‘of’-bepaling , waarbij de ontoelaatbare nadelige
beïnvloeding van de woon- en leefsituatie in de omgeving los gezien moet worden van de
Pagina 15 van 19
ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor de openbare orde. Zie bijv. ABRvS 1 december 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2678): “4. 3 De burgemeester moet bij het nemen van een besluit op een aanvraag om een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Heusden 2016 (hierna: de APV) beoordelen of de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Ingevolge het vierde lid moet de burgemeester daarbij rekening houden met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen de aard van het horecabedrijf de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie en de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant van het horecabedrijf. ,
,
,
,
,
,
4. 4. De burgemeester heeft bij haar oordeel dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed de bij besluit van 3 april 2001 krachtens het Besluit horeca- sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer vastgestelde maatwerkvoorschriften van belang geacht. De burgemeester stelt dat een ondernemer volgens deze maatwerkvoorschriften het horecapand zeven dagen per week mag exploiteren voor besloten feesten en partijen voor maximaal 550 bezoekers per keer en dat eens per week meer dan 550 bezoekers zijn toegestaan. De burgemeester stelt verder dat de aan De Steeg vergunde activiteiten voor het exploiteren van een bruin café en het organiseren van 52 openbare activiteiten per jaar een uitbreiding is van de aan De Hut vergunde activiteiten. Daartegenover staat een vermindering van het volgens de maatwerkvoorschriften maximum aantal toegestane bezoekers van 550 naar 400 een beperking van het maximum aantal toegestane besloten feesten per week van zeven naar twee en het schrappen van de cafetariafunctie. De burgemeester is daarom van oordeel dat de aan De Steeg vergunde activiteiten niet tot meer geluidsproductie verkeersbewegingen en parkeerdruk leiden dan daarvoor en dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van De Steeg daarom niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
De rechtbank heeft dit oordeel van de burgemeester gevolgd. ,
,
,
,
,
,
,
,
4. 5. Niet valt in te zien waarom een vermindering van het volgens de maatwerkvoorschriften maximum aantal toegestane bezoekers van 550 naar 400 een vermindering van hinder betekent ten opzichte van de situatie zoals die daarvoor was. [appellant] heeft onbestreden gesteld dat De Hut bij een normale bedrijfsvoering slechts 80 tot 300 bezoekers had waarbij de besloten feesten alleen op vrijdag zaterdag of zondag plaatsvonden. Ook valt niet in te zien waarom een vermindering van het aantal toegestane besloten feesten van zeven naar twee per week een vermindering van hinder betekent ten opzichte van de situatie zoals die daarvoor was. ” ,
,
,
,
,
3. 8
,
Wij hebben hiervoor al gesignaleerd dat aspecten die verband houden met de fysieke leefomgeving niet meer in een verordening mogen worden gereguleerd , maar in het
omgevingsplan gereguleerd moeten worden. Dat betekent dat er een risico bestaat dat
Pagina 16 van 19
burgemeester bij het beslissen op een aanvraag om een exploitatievergunning niet meer mag toetsen aan de gevolgen voor woon- en leefklimaat. Het is bijzonder dat wij daarover geen literatuur hebben gevonden. Hoe dan ook , het gegeven dat zaken die gevolgen voor de fysieke leefomgeving betreffen eigenlijk niet meer in de APV mogen landen , maakt het onzes inziens belangrijk om
die zaken goed in het omgevingsplan te borgen. Dat kan door het gebruik van horeca-categorisering en bijvoorbeeld openings- en sluitingstijden. 3. 9
Gebeurt dat niet – en het omgevingsplan verbiedt een bepaald type horeca dus niet – dan bestaat het risico dat een exploitatievergunning moet worden verleend , omdat er geen weigeringsgronden zijn (geen strijd met het omgevingsplan , artikel 2. 28 lid 3 APV) en/of de weigeringsgronden t. a. v. de fysieke leefomgeving buiten toepassing moeten worden gelaten of onverbindend moeten worden geacht (gevolgen woon- en leefmilieu). Wij kunnen niet inschatten of dat risico daadwerkelijk groot is , maar het is er wel!
3. 10
In aansluiting op het voorgaande is de vraag of het vijfde lid (helemaal) de toets der kritiek
kan doorstaan. Daarin wordt namelijk het karakter van de straat en de wijk en de spanning op het woonmilieu betrokken bij de afweging om een exploitatievergunning te weigeren. Wij denken overigens dat het vijfde lid ten onrechte verwijst naar het derde lid en dat is bedoeld te verwijzen naar het vierde lid! 3. 11
Alles overziend zien wij geen aanleiding om
–
behalve de onjuiste verwijzingen – artikel
aan te passen.9
2. 28 van de APV per direct Er moet echter wel worden bedacht dat het maar de vraag is of weigeringsgronden in artikel 2. 28 lid 4 sub a en lid 5 de toets der kritiek
kunnen blijven doorstaan (nu de Omgevingswet in werking is getreden en alle aspecten van de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan gereguleerd moeten worden). Dat risico zet ons pleidooi voor goede werkbare een horeca-categorisering in het omgevingsplan alleen maar kracht bij. 3. 12
Reeds in het memo van 3 januari 2024 en het oplegmemo van 2 februari 2024 zijn wij ingegaan op de aanpassingen van de APV die onzes inziens (in ieder geval) moeten worden doorgevoerd. Ten aanzien van de bepaling over sluitingstijden (artikel 2. 29 van de APV) hebben wij de volgende voorstellen gedaan: -
Bepaling afstemmen op horeca-categorisering;
9 Temeer
daar in de nieuwste model APV uit 2024 nog steeds dezelfde weigeringsgronden worden gehanteerd , dus ook de weigeringsgrond die betrekking heeft op het woon- en leefklimaat. In de toelichting is opgemerkt: “De weigeringsgrond woon- en leefmilieu valt onder de ‘rule of reason’ en mag daarom (bij een horecaondernemer die zich hier vestigt) ook op grond van de Dienstenrichtlijn als weigeringsgrond worden gehanteerd. "
Pagina 17 van 19
3. 13
-
Geen overgangsrecht t. a. v. sluitingstijden;
-
Voor de definitie van ‘paracommercie’ aansluiten bij de Alcoholwet;
Wij
merken
in
aanvulling
hierop
op
dat
de
sluitingstijden alleen
gelden
voor
horecabedrijven in de zin van de Alcoholwet en niet voor alle openbare inrichtingen. Dat zou aangepast moeten worden , in de zin dat de algemene bepaling over sluitingstijden voor alle openbare inrichtingen geldt. Daarbij merken wij op dat niet de sluitingstijd niet per horeca-categorie hoeft te worden bepaald of per horeca-categorie zou moeten verschillen. Het is mogelijk om in beginsel voor alle categorieën dezelfde sluitingstijden te hanteren , met de mogelijkheid maatwerk te bieden , zoals nu ook mogelijk is op grond van artikel 2. 29 lid 5 van de APV. 3. 14
Daarnaast zou een algemene regeling voor sluitingstijden kunnen worden opgenomen voor ondersteunende horeca (zeker , indien daarvoor in het omgevingsplan een regeling
wordt opgenomen , naast de door ons bepleite categorisering van zelfstandige horeca). In de eerder aangehaalde APV van Heusden is zo’n aanvullende regeling opgenomen voor ondersteunende horeca , al worden die daar aangemerkt als ‘aanverwante’ inrichtingen: een inrichting ten dienste van de op het perceel gelegen bestemming , waarin bedrijfsmatig of tegen betaling dranken , inclusief alcoholhoudende dranken , of etenswaren worden verstrekt voor gebruik ten plaatse ten behoeve van de gebruikers van de bestemming , zoals een sportkantine , sociëteit , clublokaal , gemeenschapshuis , sociaalcultureel centrum , buurthuis en dergelijke. Horecabeleid 3. 15
Wij
zijn van
mening
dat , mede vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit , het verstandiger is eerst een definitieve keuze te maken ten aanzien van de te hanteren horeca-categorieën in het omgevingsplan , alvorens nader in te gaan op de wijziging van het beleid. Natuurlijk kunnen wij (indien gewenst) altijd in een later stadium met de gemeente meekijken.
3. 16
Wij merken hierbij op dat wij reeds in ons eerste memo van 3 januari hebben aangegeven op welke punten de huidige APV niet in overeenstemming is met het huidige beleid. Zo
hebben wij bijvoorbeeld in randnummer 2. 26 geconstateerd dat de sluitingstijden niet alleen van toepassing zijn op ondergeschikte horeca in het buitengebied. 3. 17
Met betrekking tot het horecabeleid hebben wij in genoemd memo geadviseerd om dit pas aan te passen nadat het omgevingsplan is vastgesteld en er een definitieve keuze is
Pagina 18 van 19
gemaakt voor de te hanteren horecacategorieën. Dit impliceert ook dat eerst moet worden onderzocht welke regels voor horeca in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Deze regels dienen gericht te zijn op het bevorderen dan wel beschermen van de fysieke leefomgeving. Vervolgens kan worden geïnventariseerd welke regels op welke locaties toelaatbaar worden geacht. 3. 18
Zodra de gemeente een volledig overzicht heeft van de categorieën , de op te nemen regels en de desbetreffende locaties , kan de APV dienovereenkomstig worden aangepast. Eventuele discrepanties kunnen vervolgens worden voorkomen door het horecabeleid pas aan te passen nadat de bindende regels in zowel het omgevingsplan als de APV zijn vastgesteld. Dit achten wij de meest geschikte methode om tegenstrijdigheden te voorkomen , aangezien het horecabeleid verduidelijkt hoe de gemeente in de praktijk invulling geeft aan de bindende regels. Het is dan ook gebruikelijk om eerst duidelijkheid te verschaffen over de voor het gemeentebestuur noodzakelijke bindende regels , alvorens het beleid wordt vastgesteld.
*****
Pagina 19 van 19