CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1. Quickscan flora en fauna Vaarselstraat 33-39 Someren 200492451

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen van bestemmingsplan Vaarselstraat 33 en 39 Someren9.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

S NATUUR EN

e

dl

BUITENGEBIED

2003 2

as. J

te

3e

6

Quickscan flora en fauna en 39 te Someren Rapportnummer 20210353

www.starobv.nl

Staro NATUUR EN

BUITENGEBIED

+

Quickscan fl ra en fauna

Vaarselstraat 33 en 39 te Someren December 2021, aanpassing 1 juli 2022

Rapportnummer:

20210353

Opdrachtgever:

MIBA Bouwmanagement BV

Uitgevoerd door:

Staro Natuur en Buitengebied

tel fax. www.starobv.nl

Veldonderzoek: Auteur:

Kwaliteitscontrole

Staro NATUUR

EN

BUITENGEBIED I

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Inhoud 1

Inleiding............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................. 3 1.2 Doel...........................................................................................................................................3 1.3 Geldigheid onderzoek............................................................................................................... 3 1.4 Zorgplicht.................................................................................................................................. 4 1.5 Leeswijzer................................................................................................................................. 4

2

Plangebied....................................................................................................................................... 5 2.1 Ligging en beschrijving plangebied .......................................................................................... 5 2.2 Voorgenomen plannen............................................................................................................. 8

3

Methode............................................................................................................................................ 9

4

Natuurwaarden .............................................................................................................................. 10 4.1 Beschermde gebieden.............................................................................................................10 4.2 Beschermde soorten............................................................................................................. 11 4.2.1 Flora..................................................................................................................................... 12 4.2.2 Vlinders en libellen ............................................................................................................ 12 4.2.3 Kevers en weekdieren ....................................................................................................... 13 4.2.4 Vissen ................................................................................................................................ 14 4.2.5 Amfibieën en reptielen........................................................................................................ 14 4.2.6 Vogels................................................................................................................................. 15 4.2.7 Zoogdieren..........................................................................................................................

17 4.3 Te kappen zoete kers ............................................................................................................ 18

5

Conclusies..................................................................................................................................... 20 5.1 Beschermde gebieden........................................................................................................... 20 5.2 Beschermde soorten ............................................................................................................. 20 5.3 Advies en aanbevelingen ...................................................................................................... 22 5.4 Gevolgen voor (het tijdpad van) de voorgenomen plannen .................................................. 24

Geraadpleegde bronnen...................................................................................................................... 25

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Wet- en regelgeving Rapport nader onderzoek zoete kers

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens woningen te bouwen op de percelen aan Vaarselstraat 33 en 39 te Someren. Hiervoor wordt een schuur, enkele bijgebouwen en een deel van een bestaande woning gesloopt. Tevens worden enkele bomen en struiken gekapt. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen hierop. Door middel van de quickscan wordt in beeld gebracht of de ontwikkeling in strijd is met de natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden.

1.2

Doel Het doel van het onderliggende onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. Voor soortbescherming en gebiedsbescherming is sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van belang. Daarnaast is gebiedsbescherming vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS genoemd). In bijlage 1 wordt deze wet- en regelgeving uitgebreid beschreven. Het in deze rapportage beschreven onderzoek stelt de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming vast. Tevens beoordelen we op welke wijze en in welke mate de voorgenomen ontwikkeling invloed kan hebben op het eventueel voorkomen van beschermde soorten. Op basis van de resultaten kan worden vastgesteld welke maatregelen getroffen en vervolgstappen genomen dienen te worden om te voorkomen dat in strijd met de natuurwetgeving zal worden gehandeld. Aanvullend zal worden bepaald of voorgenomen ontwikkelingen effect hebben op de beschermde natuurwaarden van nabijgelegen natuurgebieden.

1.3

Geldigheid onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen leiden tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en gebieden.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

3

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

1.4

Zorgplicht

Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook de niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt de gebruikte onderzoeksmethode besproken. De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden en de effecten van de geplande ingrepen op aanwezige beschermde natuurwaarden worden beschreven in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt tevens ingegaan op de mogelijke noodzaak tot het treffen van mitigerende maatregelen. In het laatste hoofdstuk zijn de conclusies, adviezen en vervolgstappen uiteengezet.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

4

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

2

Plangebied

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied ligt in het westen van de bebouwde kom van Someren aan Vaarselstraat 33 en 39. Het plangebied bestaat uit twee percelen met woningen, bijgebouwen en onderhouden tuinen. Het plangebied wordt rondom begrensd door hagen en hekwerk. Op het perceel van huisnummer 33 is een schuur aanwezig met daaromheen verharding en onderhouden gazon. In de tuin van huisnummer 33 staan enkele bomen en struiken die verwijderd zullen worden. In de bomen zijn geen holten aangetroffen. Op het perceel van huisnummer 39 zijn verschillende bijgebouwen aanwezig (overkappingen, tuinhuisjes, kippenhok, kas en dergelijke). Deze gebouwen hebben een zodanige constructie dat ze voor gebouwbewonende soorten (vogels, vleermuizen, marters en dergelijke) geen geschikte verblijfplaatsen bieden. In de tuin van huisnummer 39 is een zwembad, vijver en een kippenren aanwezig. In de tuin staan veel bomen, struiken en andere beplanting. Rond het deel van de woning van 39 dat gesloopt zal worden ligt verharding en onderhouden gazon. In het te slopen deel van de woning zijn geen openingen aangetroffen waardoor dieren binnen kunnen komen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in figuur 1. De globale begrenzing van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 2. Op pagina’s 6 en 7 is een foto-impressie van het plangebied opgenomen.

Natuurtheater De Donck

asastist"”"

Vaarsel

ij.

Heihorsteii

Figuur 1. Ligging plangebied (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer)

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

5

+

Staro

LB/g.

: dm

Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer)

Foto 1. Schuur en tuin van huisnummer 33

Foto 2. Schuur en tuin van huisnummer 33

oa—a

- ...... lülliilliï

Foto 3. Binnenkant van de schuur

Foto 4. Tuin van huisnummer 33

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

6

Foto 5. Grens tussen tuinen van huisnummer 33 en 39

Foto 6. Vijver bij huisnummer 39

Te

Foto 7. Overkapping, bijgebouw en zwembad bij

Foto 8. Bijgebouwen, kippenren en -hok bij huisnummer 39

huisnummer 39

2

s - estcedl

Foto 9. Kas bij huisnummer 39

Foto 10. Voortuin bij huisnummer 39

— mul I Foto 11. Voorzijde woning 39

Foto 12. Achterzijde woning 39

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

7

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

2.2

Voorgenomen plannen

De initiatiefnemer is voornemens woningen te bouwen op de percelen aan Vaarselstraat 33 en 39 te Someren en de percelen te splitsen, zoals is weergegeven in figuur 3. Tussen woning 33 en 39 wordt een nieuwe woning gebouwd. In het zuiden van de achtertuinen van woning 33 en 39 worden negen seniorenwoningen gebouwd.

Een deel van woning 39 wordt gesloopt. In de tuin van deze woning worden bijgebouwen gesloopt, een zwembad en vijver verwijderd en bomen, struiken en andere beplanting verwijderd. De schuur bij woning 33 wordt gesloopt en in de tuin worden enkele bomen, struiken en andere beplanting verwijderd.

31a

31

33 39

33a

CM

Figuur 3a en b. Huidige situatie (boven) en voorgenomen plannen (onder) Vaarselstraat 33 en 39 te Someren (bron: MIBA)

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

8

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

3

Methode

In het kader van deze quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden waarbij gekeken is naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de websites Vlinderstichting.nl, Waarneming.nl, EIS-nederland.nl, Zoogdiervereniging.nl en Verspreidingsatlas.nl en diverse verspreidingsatlassen. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. De ligging van Natura 2000-gebieden (o.a. Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) en het Natuurnetwerk Nederland in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarnaast heeft een veldbezoek plaatsgevonden waarbij alle op de locatie aanwezige habitats zijn opgenomen. De aanwezigheid van deze habitats vormt de basis voor de mogelijkheid tot het voorkomen van beschermde soorten. Naast de habitats zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Dergelijke aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten en het aantreffen van holen, uitwerpselen, prooiresten, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige habitats zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Ook is gekeken of binnen het plangebied invasieve exoten voorkomen.

Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat op basis van het veldbezoek het voorkomen van beschermde soorten niet per definitie is uit te sluiten. De bevindingen van het veldbezoek en het literatuuronderzoek zijn vervolgens gebundeld in deze rapportage.

Het veldbezoek dat voor dit onderzoek is uitgevoerd, heeft plaatsgevonden op 10 december 2021 in de middag onder de volgende weersomstandigheden: geheel bewolkt, droog, windkracht 3 en circa 4 °C.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

9

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

4

Natuurwaarden

4.1

Beschermde gebieden

Natura 2000 Uit de kaarten van de website van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 2,7 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt, zie figuur 4. Dit betreft het Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven.

Figuur 4. Ligging plangebied (zwarte cirkel) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (rood

gearceerd) (bron: noord-brabant.maps.arcgis.com)

Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Gezien de relatief grote afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebied als gevolg van effecten van verdroging, versnippering, optische en mechanische verstoring en verstoring door licht, geluid en trilling door de voorgenomen plannen.

Voor het aspect stikstofdepositie geldt een vrijstelling van vergunningplicht voor de realisatiefase (bouw-, aanleg- en sloopfase). Voor de gebruiksfase geldt geen vrijstelling. Gezien de toename van het aantal woningen met bijbehorende verkeersbewegingen en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (2,7km) is een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Dit is alleen uit te sluiten middels een berekening van de stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase met het rekenprogramma AERIUS calculator. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in provincie Noord-Brabant bestaande uit NNB Rijksdeel en Provinciaal deel)

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

10

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

heeft als doel om natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. Uit de kaarten op de website van provincie Noord-Brabant, blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het NNB. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNB Rijksdeel ligt op circa 740 meter ten westen van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNB Provinciaal deel ligt op circa 340 meter ten westen van het plangebied. De ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied is weergegeven in figuur 5. NNB Rijksdeel NNB Provinciaal deel

Figuur 5. Ligging plangebied (zwart omlijnd) ten opzichte van het NNN

(bron: noord-brabant.maps.arcgis.com)

Effectbeoordeling Het plangebied behoort niet tot het NNN. Gezien de lokale aard van de voorgenomen plannen is het uit te sluiten dat de voorgenomen plannen een negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Conclusie Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (2,7 kilometer) is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Een negatief effect als gevolg van stikstof die vrijkomt in de gebruiksfase kan niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve dient een AERIUS calculatie te worden uitgevoerd. De voorgenomen plannen hebben door de lokale aard van de werkzaamheden geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

4.2

Beschermde soorten Deze paragraaf beschrijft het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten worden verwacht, wat de

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

11

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

mogelijke effecten van de ingreep zijn en of het nemen van mitigerende maatregelen nodig is.

4.2.1

Flora

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde plantensoorten zijn waargenomen.

Het plangebied bestaat uit onderhouden tuinen met voedselrijke bodem in de bebouwde kom. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde planten of geschikte habitats voor beschermde planten aangetroffen. Het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied is zodoende uit te sluiten.

4.2.2

Vlinders en libellen Vlinders Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat op een afstand van twee tot vijf kilometer van het plangebied gentiaanblauwtje, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder en spiegeldikkopje (alle §3.3 Wnb) zijn waargenomen.

+

+

+

+

+

+

Gentiaanblauwtje is een vrij zeldzame soort van vochtige heide die lokaal voorkomt op zandgronden in Zuid-, Midden- en Noordoost-Nederland. De enige waardplant voor de rups is klokjesgentiaan. Naast vochtige heide komt de soort ook voor op natte heide, vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden. Grote vos is een zeldzame en kwetsbare soort die voorkomt in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De waardplanten van deze soort zijn vooral iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Grote weerschijnvlinder is een tot voor kort zeldzame (nu een niet bedreigde) standvlinder die voorkomt in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De waardplant van deze soort is vooral boswilg, soms grauwe wilg. Kleine ijsvogelvlinder is een kwetsbare standvlinder die in het zuidwesten van Nederland voorkomt in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. De waardplant van deze soort is wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie of gecultiveerde kamperfoelie. Kommavlinder is een vrij zeldzame en bedreigde standvlinder die voorkomt op droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide. De waardplant voor de rupsen is kleine polletjes van schapengras; soms ook andere zwenkgrassen, buntgras en struisgras.

Spiegeldikkopje is een zeer zeldzame vlinder die momenteel alleen nog voorkomt in de Peel in vochtige, grazige ruigten bij broekbossen of hakhoutbosjes en hoogveengebieden. De waardplanten voor de rups zijn hennegras en pijpenstrootje; soms boskortsteel of riet.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

12

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED

I

In het plangebied ontbreekt het geschikte habitat voor alle bovengenoemde en andere beschermde vlindersoorten. Derhalve is het voorkomen van beschermde vlindersoorten in het plangebied uitgesloten.

Libellen Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat op een afstand van twee tot vijf kilometer van het plangebied beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte glanslibel, speerwaterjuffer (alle §3.3 Wnb) en gevlekte witsnuitlibel (§3.2 Wnb) zijn waargenomen. Binnen het plangebied is alleen oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een vijver (tuin van huisnummer 39). Deze vijver biedt door de aanwezigheid van vissen en de afwezigheid van water- en oevervegetatie geen geschikt voortplantingshabitat voor (beschermde) libellen. Het voorkomen van essentieel habitat van (beschermde) libellen in het plangebied is uit te sluiten.

4.2.3

Kevers en weekdieren

Volgens de gegevens van de NDFF en EIS Nederland komen geen beschermde kevers en weekdieren voor in de omgeving van het plangebied. Voor de beschermde kevers en weekdieren zijn weinig verspreidingsgegevens bekend, daarom wordt in deze paragraaf van alle beschermde kevers en weekdieren beoordeeld of ze in het plangebied kunnen voorkomen.

+

+

+

+

Vliegend hert (§3.3 Wnb) komt voor in (oude) eikenbossen, dit habitat is binnen het plangebied niet aanwezig. Het voorkomen van deze soort in het plangebied is uit te sluiten. De beschermde houtkevers; vermiljoenkever, heldenbok en juchtleerkever (alle §3.2 Wnb) zijn afhankelijk van oude of holle vrijstaande bomen of (natte) gebieden met veel dood hout. Deze habitattypen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van deze beschermde houtkevers in het plangebied kan daarom worden uitgesloten. De beschermde waterkevers brede geelrandwaterroofkever en gestreepte waterroofkever (beide §3.2 Wnb) zijn voor het voorkomen afhankelijk van grote wateren. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikt oppervlaktewater en daarom is het voorkomen van beschermde waterkevers in het plangebied uitgesloten. De aquatische slakkensoort platte schijfhoren (§3.2 Wnb) is afhankelijk van de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten. Bataafse stroommossel (§3.2 Wnb) is een soort die voorkomt in stromend water (rivieren of beken). Deze soort is al 50 jaar niet meer waargenomen in Nederland. Vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van platte schijfhoren en Bataafse stroommossel uitgesloten.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

13

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

In het plangebied ontbreken geschikte habitats voor de beschermde soorten kevers en weekdieren. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied is derhalve uit te sluiten.

4.2.4

Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissoorten zijn waargenomen. Vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten in het plangebied uit te sluiten.

4.2.5

Amfibieën en reptielen

Amfibieën Uit de gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied Alpenwatersalamander en bruine kikker (beide §3.3 Wnb) zijn waargenomen. Op een afstand van één tot twee kilometer van het plangebied zijn gewone pad en kleine watersalamander (beide §3.3 Wnb) waargenomen.

In het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een vijver. De vijver bevat vissen, vrijwel geen schuilmogelijkheden en zeer steile randen. De vijver is hierdoor niet geschikt als voortplantingswater voor amfibieën. Het plangebied is wel geschikt als land- en overwinteringshabitat voor de algemene en niet-kritische soorten Alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten kunnen zich verschuilen tussen de struiken en beplanting, ingegraven in de grond en tussen opgeslagen materialen en elementen zoals takkenhopen. Reptielen Uit de gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde reptielen zijn waargenomen. Door de ligging van het plangebied in de bebouwde kom en door het ontbreken van geschikt habitat voor reptielen in het plangebied en de omgeving is het voorkomen van beschermde reptielen in het plangebied uitgesloten.

Effectbeoordeling Bij het verwijderen van bomen(stobben en wortels), struiken, andere beplanting, opgeslagen materialen en takkenhopen en bij graafwerkzaamheden kan het land- en overwinteringshabitat van bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander worden vernietigd en individuen worden verstoord of gedood.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

14

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Mitigerende maatregelen Voor bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie §1.4. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij graafwerkzaamheden en bij het verwijderen van de beplanting en opgeslagen materialen rustig en in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Voor Alpenwatersalamander geldt deze vrijstelling niet. Door de volgende werkwijze te hanteren worden negatieve effecten op de soort voorkomen. + Het verwijderen van bomen, struiken en andere beplanting vindt plaats buiten de overwinteringsperiode van Alpenwatersalamander. Dit betekent dat deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de periode half maart tot half oktober. + Wanneer bomen, struiken en andere beplanting is verwijderd en het terrein kaal is, vormt het geen geschikt landhabitat voor Alpenwatersalamander. In kaal terrein zijn graafwerkzaamheden niet aan een periode gebonden.

4.2.6

Vogels

Tijdens het veldbezoek is in het plangebied een merel gezien en in de tuin van huisnummer 33 is in een boom een oud vogelnestje gezien.

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat de volgende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn waargenomen in de wijde omgeving van het plangebied: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief (alle §3.1 Wnb).

Het plangebied biedt geen geschikte nestgelegenheid voor de bovengenoemde vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, met uitzondering van gierzwaluw. Voor de roofvogels zijn geen horsten aanwezig, voor de uilen zijn geen geschikte gebouwen met openingen, voor grote gele kwikstaart ontbreekt het waterrijke habitat en voor ooievaar ontbreekt een geschikte nestplaats. Onder het dak van de woning (huisnummer 39) is vogelschroot aanwezig in de dakranden met dakgoten. Hierdoor zijn geschikte nestlocaties voor huismus onbereikbaar. De woning met nummer 33 biedt mogelijkheden voor huismussen om onder de dakpannen te nestelen. De overige (bij)gebouwen bieden voor huismus geen geschikte locaties voor nesten. Voor gierzwaluw is geschikte nestgelegenheid aanwezig onder de overhangende dakpannen aan de zijgevel van de woning (nr. 39). Ook de woning met nummer 33 biedt geschikte nestgelegenheid voor gierzwaluwen onder de kantpannen. Gierzwaluwen nestelen van nature in rotsen, maar gebruiken tegenwoordig allerlei menselijke bouwwerken waarin holten en spleten aanwezig zijn.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

15

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Het plangebied biedt geschikt foerageergebied en leefgebied voor huismus indien in gebouwen in de directe omgeving van het plangebied wel nesten van huismus aanwezig zijn. Voor de overige vogels met een jaarrond beschermd nest biedt het plangebied geen bijzonder geschikt foerageergebied, deze maken mogelijk incidenteel gebruik van het plangebied als foerageergebied. Voor vogelsoorten waarvan het nest niet jaarrond is beschermd zijn geschikte nestlocaties aanwezig in de bomen en struiken in de tuinen (huisnummer 33 en 39). Ook bieden de tuinen geschikt foerageergebied voor vogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd.

Effectbeoordeling Bij het slopen van de helft van woning 39 kunnen nestlocaties van gierzwaluw verloren gaan en broedgevallen worden verstoord. Aangezien de woning 33 behouden blijft, treden geen negatieve effecten op ten aanzien van mogelijk in deze woning aanwezige nestplekken van huismus en gierzwaluw. Indien werkzaamheden aan het dak van de woning met nummer 33 plaatsvinden, zijn negatieve effecten op huismus en gierzwaluw niet uit te sluiten. De werkzaamheden in het plangebied hebben geen negatief effect op het leefgebied van huismus. In de omgeving van het plangebied blijft voldoende geschikt leefgebied aanwezig. In de nieuwe situatie kunnen de tuinen weer geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied van huismussen. Bij het kappen van bomen en struiken kunnen (niet-jaarrond beschermde) nesten worden vernietigd en broedende vogels worden verstoord. Gedurende het broedseizoen zijn nesten strikt beschermd.

Bij het slopen van de bijgebouwen (huisnummer 39) en de schuur (huisnummer 33) worden geen vogelnesten vernietigd, deze werkzaamheden hebben derhalve geen negatief effect op vogels.

De werkzaamheden in de tuinen hebben geen negatief effect op foerageergebied van vogels (zonder jaarrond beschermd nest). In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig. Tevens is het plangebied na afronding van de werkzaamheden opnieuw geschikt als foerageergebied. Mitigerende maatregelen Nader onderzoek is nodig naar de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw in de oostelijke helft van woning 39. Onderzoek naar gierzwaluw wordt uitgevoerd tijdens drie veldbezoeken tussen 1 juni en 15 juli.

Het kappen van bomen en struiken dient te worden uitgevoerd wanneer geen broedgeval aanwezig is en buiten het broedseizoen van vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

16

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

4.2.7

Zoogdieren Vleermuizen Uit de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (1997), Korsten en Regelink (2010) en gegevens van de NDFF blijkt dat de soorten franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis (alle §3.2 Wnb) voorkomen in de wijde omgeving van het plangebied. Beide woningen in het plangebied bieden geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen zich onder andere bevinden in spouwmuren, achter gevelbetimmering, daklijsten en vensterluiken, onder dakpannen, in spleten en nissen in muren. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in de bijgebouwen en de schuur geen geschikte openingen aanwezig zijn waarin vleermuizen kunnen verblijven. Het plangebied kan een onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen. In het plangebied zijn geen lijnvormige elementen aanwezig zoals laanbomen en watergangen die kunnen dienen als vliegroutes voor vleermuizen.

Overige zoogdieren Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied de volgende soorten zijn waargenomen: algemene spits-, woel- en ware muizensoorten, eekhoorn, egel, vos en wezel (alle §3.3 Wnb). Op een afstand van één tot twee kilometer van het plangebied zijn bunzing, haas, konijn, ree en steenmarter (alle §3.3 Wnb) waargenomen. Op een afstand van twee tot vijf kilometer zijn das, wild zwijn (beide §3.3 Wnb), bever, otter en wolf (alle §3.2 Wnb) waargenomen.

Het plangebied kan onderdeel vormen van het leefgebied van algemene muizensoorten en egel. Van deze soorten kunnen ook verblijfplaatsen aanwezig zijn in de tuinen (huisnummer 33 en 39). Muizen en egels kunnen verblijven tussen de struiken, andere beplanting, opgeslagen materialen en elementen zoals takkenhopen, muizen kunnen ook holen maken in de grond. Vos, wezel, bunzing, haas, konijn en steenmarter zijn soorten die kunnen voorkomen in de bebouwde kom, mogelijk gebruiken deze soorten incidenteel het plangebied als een klein en niet-essentieel onderdeel van het leefgebied. Het plangebied biedt geen essentiële migratieroutes voor marterachtigen. Voor eekhoorn zijn in het plangebied geen sporen aangetroffen, de bomen in en om het plangebied bieden niet voldoende leefgebied voor eekhoorn, maar kunnen incidenteel wel door eekhoorn worden gebruikt als niet-essentieel onderdeel van het leefgebied. Door de ligging van het plangebied in de bebouwde kom, de hekken rond het plangebied, en doordat de geschikte habitats ontbreken kan worden

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

17

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

uitgesloten dat ree, das, wild zwijn, bever, otter en wolf gebruik maken van het plangebied.

Effectbeoordeling Bij het slopen van de oostelijke helft van woning 39 kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden vernietigd en individuen worden verstoord of gedood. Aangezien de woning 33 behouden blijft, treden geen negatieve effecten op ten aanzien van mogelijk in deze woning aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen. Indien werkzaamheden aan het dak en/of de gevels van de woning met nummer 33 plaatsvinden, zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen niet uit te sluiten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op foerageergebied van vleermuizen. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig. Tevens is het plangebied na afronding van de werkzaamheden opnieuw geschikt als onderdeel van het foerageergebied. Bij het verwijderen van de struiken, beplanting, opgeslagen materialen en takkenhopen en bij graafwerkzaamheden kunnen algemene muizensoorten en egel worden verstoord en gedood en kunnen verblijfplaatsen worden vernietigd. Na afronding van de werkzaamheden is weer voldoende leefgebied aanwezig in het plangebied voor algemene muizensoorten en egel. Voor vos, wezel, bunzing, haas, konijn, steenmarter en eekhoorn vormt het plangebied geen essentieel onderdeel van het leefgebied zoals verblijfplaatsen of migratieroutes.

Voor deze soorten blijft voldoende leefgebied in de omgeving aanwezig. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op deze soorten.

Mitigerende maatregelen Nader onderzoek is nodig naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de oostelijke helft van woning 39. Onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd tijdens minimaal vijf veldbezoeken tussen 15 mei en 30 september.

Voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten en egel geldt in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie §1.4. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het verwijderen van de vegetatie en opgeslagen materialen rustig en in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten.

4.3

Te kappen zoete kers In de tuin van Vaarselstraat 39 staat een zoete kers. Deze boom staat op de bomenlijst van de gemeente. Initiatiefnemer heeft laten onderzoeken of het zinvol is de boom in te passen in de nieuwe situatie. Daartoe is onderzocht welke gebreken de boom heeft en wat de risico’s hiervan zijn. Tevens is de toekomstverwachting bepaald.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

18

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Dit onderzoek is uitgevoerd door Cobra Groeninzicht (Verhagen, 2022). Het rapport is in bijlage 2 aan dit rapport toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de conditie van de boom slecht is en dat sprake is van schimmelaantasting in de stamvoet. De toekomstverwachting is volgens het onderzoek minder dan vijf jaar. De onderzoeker adviseert de boom te verwijderen en niet in te passen in de nieuwe situatie.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

19

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

5

Conclusies

5.1

Beschermde gebieden Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (2,7 kilometer) is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Een negatief effect als gevolg van stikstofdepositie die vrijkomt in de gebruiksfase kan niet op voorhand worden uitgesloten. Dit kan alleen worden uitgesloten middels een stikstofdepositieberekening met het rekenprogramma AERIUS calculator. De voorgenomen plannen hebben door de lokale aard van de werkzaamheden geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

5.2

Beschermde soorten

In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1,3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde flora, vlinders, libellen, kevers, weekdieren, reptielen en vissen voorkomen. Wel geldt voor alle aanwezige soorten in het plangebied de algemene zorgplicht, zie §1.4 van dit rapport. Tabel 1 geeft een overzicht van de mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Soorten van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming Gierzwaluwen kunnen mogelijk beide woningen in het plangebied gebruiken als nestlocatie. Bij het slopen van de helft van de woning met huisnummer 39 kunnen nestlocaties worden vernietigd en broedgevallen worden verstoord. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw is noodzakelijk. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd door drie bezoeken in de periode tussen 1 juni en 15 juli. Aangezien de woning met huisnummer 33 behouden blijft, treden geen negatieve effecten op ten aanzien van mogelijk in deze woning aanwezige nestplekken van gierzwaluw. De woning met huisnummer 33 biedt onder de dakpannen mogelijkheden voor nestplekken van huismussen. Aangezien deze woning behouden blijft, treden geen negatieve effecten op ten aanzien van mogelijk in deze woning aanwezige nestplekken van huismus.

De woning met nummer 39 en de bijgebouwen bij beide woningen bieden geen mogelijkheden voor nestplekken van huismus. De tuinen bij de woningen kunnen onderdeel vormen van het leefgebied van huismussen die in de omgeving broeden. Rondom het plangebied blijft voldoende leefgebied voor huismussen behouden en in de nieuwe situatie kan het plangebied weer door huismussen worden gebruikt. Derhalve ontstaan geen negatieve effecten op huismussen. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op foerageergebied van vogels. Het kappen van bomen en struiken dient te worden uitgevoerd wanneer geen broedgeval aanwezig is en buiten het broedseizoen van vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In het kader van de Wet

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

20

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd. Soorten van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming Gebouwbewonende vleermuizen kunnen gebruikmaken van beide woningen in het plangebied als verblijfplaats. Aangezien de woning met huisnummer 33 behouden blijft, treden geen negatieve effecten op ten aanzien van mogelijk in deze woning aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen. Bij het slopen van de helft van de woning met huisnummer 39 kunnen verblijfplaatsen worden vernietigd en individuen worden verstoord of gedood. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de woning met nummer 39 is noodzakelijk en dient te worden uitgevoerd door minimaal 5 bezoeken verdeeld over de periode tussen 15 mei en 30 september. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen. Soorten van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming Bij het verwijderen van bomen(stobben en wortels), struiken, andere beplanting, opgeslagen materialen en takkenhopen, en bij graafwerkzaamheden kan het land- en overwinteringshabitat van bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander worden vernietigd en kunnen verblijfplaatsen van algemene muizensoorten en egel worden vernietigd, hierbij kunnen ook individuen worden verstoord of gedood.

Voor deze soorten (met uitzondering van Alpenwatersalamander) geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel geldt de Algemene zorgplicht. Door bij het verwijderen van beplanting en andere elementen die dekking bieden en bij graafwerkzaamheden voorzichtig en in één richting te werken kunnen dieren vluchten. Voor Alpenwatersalamander geldt geen vrijstelling en dienen negatieve effect op de soort te worden voorkomen. Door te werken buiten de kwetsbare periode (winter) kan worden voorkomen dat exemplaren van de soort worden verstoord of gedood. Het verwijderen van bomen, struiken en andere beplanting, opgeslagen materialen en takkenhopen vindt plaats buiten de overwinteringsperiode van Alpenwatersalamander. Dit betekent dat deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de periode half maart tot half oktober. Wanneer het terrein kaal is, vormt het geen geschikt landhabitat voor Alpenwatersalamander. In kaal terrein zijn graafwerkzaamheden niet aan een periode gebonden.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

21

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Tabel 1. Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied

Soort(groep)

Bescherming

Functie

Mogelijk

Ontheffing

plangebied

effect

nodig

Maatregelen

Kappen

Vogels

§3.1 Wnb

Nee, mits

wanneer geen

(nest niet

maatregelen

broedgeval

worden

aanwezig is en

uitgevoerd

buiten

jaarrond

Nestgelegenheid

Ja

beschermd)

broedseizoen

§3.1 Wnb

Gierzwaluw

(nest wel jaarrond

Nader

Nestgelegenheid

Ja

Mogelijk

onderzoek laten uitvoeren (nr.39)

beschermd)

§3.1 Wnb

Huismus

(nest wel

Nestgelegenheid

jaarrond

(nr.33)

Nee

Nee

Ja

Mogelijk

beschermd)

Nader

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Verblijfplaatsen

onderzoek laten uitvoeren (nr.39)

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Foerageergebie

d

Nee

Nee

-

verwijderen

Alpenwater­ salamander

Land- en §3.3 Wnb

overwinterings­

Ja

habitat

Nee, mits

bomen, struiken,

maatregelen

beplanting etc.

worden

uitvoeren tussen

uitgevoerd

15 maart en 15

oktober

Bruine kikker,

gewone pad en kleine water­

Nee,

Land- en §3.3 Wnb

overwinterings­

Ja

vrijstelling

habitat

salamander

Nee,

Algemene spits-,

woel- en ware

§3.3 Wnb

Verblijfplaatsen

muizen en egel

5.3

algehele

Ja

algehele vrijstelling

Rustig en in één

richting werken

Rustig en in één

richting werken

Advies en aanbevelingen Overtreding van de Wet natuurbescherming dient te worden voorkomen door het nemen van de volgende vervolgstappen en maatregelen: 1. Het slopen van de helft van de woning (39) is afhankelijk van het nader onderzoek dat dient te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen. 2. Het verwijderen van bomen, struiken, beplanting, takkenhopen, opgeslagen materialen en dergelijke dient te worden uitgevoerd tussen 1 augustus en 15 oktober, mits geen broedgeval aanwezig is. Hiermee wordt rekening gehouden met het broedseizoen van vogels (half maart t/m juli) en de

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

22

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

3.

4. 5.

6.

overwinteringsperiode van Alpenwatersalamander (half oktober t/m half maart). Indien het terrein kaal is, vormt het geen geschikt landhabitat voor Alpenwatersalamander en zijn graafwerkzaamheden (bouwrijp maken) en overige bouwwerkzaamheden niet aan een periode gebonden. Voor het slopen van de schuur (33) en de bijgebouwen (39) en het verwijderen van de vijver gelden geen specifieke perioden of maatregelen. Om negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden in de gebruiksfase te kunnen uitsluiten dient een Aerius-berekening te worden gemaakt. Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd aan het dak en/of de gevels van de woning met huisnummer 33, dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van nestplekken van huismus en gierzwaluw en mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen.

Gelet op de gevonden en te verwachten beschermde soorten en de beoogde planontwikkeling is het plan uitvoerbaar. Bouw 9 woningen Wanneer rekening wordt gehouden met bovengenoemde periode voor het verwijderen van bomen, struiken, beplanting, takkenhopen, opgeslagen materialen en dergelijke vormt flora en fauna geen belemmering voor het voornemen 9 woningen te bouwen aan de achterzijde van het plangebied.

Woningen Vaarselstraat 33 en 39 Ten aanzien van de voorgenomen aanpassingen aan de voorzijde van het plangebied, de woningen Vaarselstraat 33 en 39, zijn negatieve effecten op beschermde soorten vooralsnog niet uit te sluiten. Zoals in dit rapport beschreven bieden de woningen mogelijk verblijfplaatsen aan vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen (alleen nr. 33). Eventuele negatieve effecten zijn pas aan de orde op het moment dat er daadwerkelijk werkzaamheden aan deze woningen worden uitgevoerd. Door voorafgaand aan werkzaamheden aan de bestaande woningen een nader ecologisch onderzoek uit te voeren naar vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen (alleen nr. 33) kan aanwezigheid van deze soorten worden uitgesloten. Indien uit het nader ecologisch onderzoek blijkt dat een of meerdere soorten aanwezig zijn in de bestaande woning(en) en dat de werkzaamheden negatieve effecten tot gevolg hebben, dan dient voorafgaand aan werkzaamheden aan de woningen Vaarselstraat 33 en/of 39 een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen. Met het nemen van de juiste maatregelen, zoals onder andere het aanbieden van voldoende alternatieve verblijfplaatsen voor de aanwezige soort(en), werken buiten de meest kwetsbare periode van de betreffende soort(en) en voorkomen dat soorten worden gedood, is een ontheffing te verkrijgen en kunnen de werkzaamheden doorgang vinden.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

23

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

5 .4

Gevolgen voor (het tijdpad van) de voorgenomen plannen Nader onderzoek + Gierzwaluwonderzoek wordt uitgevoerd tijdens drie bezoeken tussen 1 juni en 15 juli. + Vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd tijdens minimaal vijf bezoeken verdeeld over de gehele periode tussen 15 mei en 30 september. Ontheffing Wet natuurbescherming + Indien verblijfplaatsen en nesten aanwezig zijn in het gebouw dient voorafgaand aan de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij provincie Noord-Brabant. + De aanvraag kan pas worden ingediend als het nader onderzoek helemaal is afgerond. De gemeente of Omgevingsdienst heeft 26 weken nodig om uw vergunning in orde te maken, gerekend vanaf het moment dat u uw aanvraag heeft ingestuurd. Als u niet alle gevraagde informatie bij uw aanvraag meestuurt, duurt de afhandeling langer. + Voor het aanvragen van een ontheffing dient een mitigatieplan/activiteitenplan te worden opgesteld ten behoeve van de verblijfplaatsen van de beschermde soort(en). + Daarnaast dienen mitigerende maatregelen genomen te worden om een ontheffing te kunnen verkrijgen indien noodzakelijk.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

24

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Geraadpleegde bronnen

Literatuur

+

+ +

+

+ + +

+

Bos F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwens, S. Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging - rapport 2017.32. Creemers R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. Korsten, E. en Regelink J.R. Herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en andere ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging - rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., K. Mostert, W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3 december 2016. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4.

Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Verhagen J., 2022. Nader onderzoek zoete kers Vaarselstraat 39 in Someren. Project 303955. Cobra Groeninzicht, Vianen.

Internet

+ Natura 2000-gebieden, noord-brabant.maps.arcgis.com , 06-12-2021 + Natuurnetwerk Nederland, noord-brabant.maps.arcgis.com, 06-12-2021 + NDFF - 06-12-2021 13:54:42 + www.eis-nederland.nl + www.vlinderstichting.nl + www.waarneming.nl + www.zoogdiervereniging.nl + www.verspreidingsatlas.nl

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

25

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Bijlage 1 Wet- en regelgeving

Wet natuurbescherming In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). Soortbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2.

Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: + Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; + Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; + Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

26

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Categorie 1 (§ 3.1 Wnb)

Categorie 2 (§ 3.2 Wnb)

Categorie 3 (§ 3.3 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten opzettelijk te

vogels opzettelijk te doden of te

natuurlijke verspreidingsgebied

doden of te vangen

vangen

opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels te

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

vernielen of te beschadigen, of nesten

van dieren te beschadigen of te

van dieren opzettelijk te beschadigen

van vogels weg te nemen

vernielen

of te vernielen

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

Het is verboden eieren te rapen en

Het is verboden eieren van dieren in

deze onder zich te hebben

de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te

Het is verboden dieren opzettelijk te

storen, tenzij de storing niet van

verstoren

-

wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun

Het is verboden plantensoorten in hun

natuurlijke verspreidingsgebied

natuurlijke verspreidingsgebied

opzettelijk te plukken en te

opzettelijk te plukken en te

verzamelen, af te snijden, te

verzamelen, af te snijden, te

ontwortelen of te vernielen

ontwortelen of te vernielen

Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.

Natura 2000 (bron: Rijksoverheid) In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en bijzondere nationale gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Ook plannen moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de Natura 2000gebieden. Dit gebeurt met de habitattoets.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

27

+

De habitattoets bestaat uit drie onderdelen: + oriëntatiefase (en voorover eg); + verslechterings- en verstor ngstoets; + passende beoordeling. De oriëntatiefase maakt geen deel uit van de in de wet geregelde procedures. In de praktijk is deze stap nodig. Gezamenlijk met het bevoegd gezag wordt bepaald of goedkeuring van het plan nodig is en welke verdere procedure doorlopen moet worden. Afhankelijk van de kans en omvang van de effecten op een Natura 2000-gebied bestaat de vervolgprocedure uit het uitvoeren van een verslechterings- en verstoringstoets, een passende beoordeling of geen enkele toetsing.

Indien er geen kans is op negatieve effecten op een Natura 2000-gebied is geen goedkeuring voor de plannen of het project nodig. Als uit de oriëntatiefase is gebleken dat er kans is op significant negatieve effecten voor het Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd. Indien uit de passende beoordeling blijkt dat er kans is op een significant negatief effect moet aan de volgende criteria worden voldaan: + er zijn geen alternatieve oplossingen voor het project die minder of geen negatieve effecten hebben voor het Natura 2000-(deel)gebied; + er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang; + er is voorz en in compenserende maatregelen.

Alléén als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan goedkeuring worden verleend. Indien uit de oriëntatiefase is gebleken dat er een kans is op (niet-significante) negatieve effecten, dient een verslechterings- en verstoringstoets te worden uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt bepaald: + of deze kans reëel is en + of de verslechtering of verstoring aanvaardbaar is.

Natuurnetwerk Nederland / Ecologische hoofdstructuur (bron: Rijksoverheid) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen bovendien meer soorten planten en dieren leven. Het doel van het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur is om de EHS als netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in de Ecologische Hoofdstructuur kan worden toegelaten. De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur vindt plaats door het nee-tenzij-regime uit de Nota Ruimte. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen in de EHS met een negatief effect op de EHS in principe niet zijn toegestaan. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. De beleidsmatige basis voor het afwegingskader voor de Ecologische Hoofdstructuur is de Nota Ruimte.

Daarnaast hebben Rijk en provincies een beleidskader Spelregels EHS opgesteld. Het beleidskader geeft een uitwerking, verduidelijking en aanscherping van de verschillende onderdelen

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

28

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

van het afwegingskader. De provincies laten de inhoud van de Spelregels EHS doorwerken in het provinciaal ruimtelijk beleid. De bescherming van de EHS gebeurt via de regelgeving van de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wro door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen.

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

29

+

Staro NATUUR EN BUITENGEBIED +

Bijlage 2 Rapport nader onderzoek zoete kers

Quickscan flora en fauna, Vaarselstraat 33 en 39 te Someren, december 2021

30

+

o Project 303955 v1.0

Nader onderzoek zoete kers Vaarselstraat 39 in Someren

Opdrachtgever MIBA Bouwmanagement BV

Inleiding Wij hebben een nader onderzoek uitgevoerd. Het gaat over een boom in een particuliere

tuin op adres Vaarselstraat 39 in Someren. Vakspecialist Jos Haverkamp (European Tree Technician) heeft het veldwerk uitgevoerd op 9 maart 2022. Aanleiding en doel De aanleiding voor het nader onderzoek is de aanwezigheid van diverse gebreken en het

voornemen de omgeving rondom de boom te herontwikkelen. De opdrachtgever wil weten

of het zinvol is de boom in te passen in de nieuwe situat e. Het doel van ons nader onderzoek is het vastleggen van de gebreken die bij de boom zichtbaar zijn en het bepalen van de risico ’ s hiervan voor de directe omgeving. We bepalen ook de

toekomstverwachting van de boom. Onderzoeksvragen

Dit onderzoek geeft antwoord op de volgende vragen:

?

Wat is de actuele kwaliteit en toekomstverwachting van de boom?

?

Wat is de ernst en omvang van de aanwezige gebreken?

?

Zijn maatregelen mogelijk en zinvol om de boom duurzaam te handhaven?

Beschrijving situatie De boom staat in een particuliere achtertuin in een gazon. Net achter de boom, aan de

zuidzijde, bevindt zich een laag gebouw. Op foto 1 is de boom en zijn locatie afgebeeld. Foto 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12852994/1