CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluiten toestemming te verlenen aan burgemeester en wethouders voor het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Besluiten toestemming te verlenen aan burgemeester en wethouders voor het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-20301.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

Toestemming verlenen aan college voor het aangaan van Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030

Portefeuillehouder:

K.W.H.M. Kusters

Documentnummer:

200601291

Zaaknummer:

200600169

Datum:

15 mei 2024

1. Samenvatting voor de burger In de Metropoolregio Eindhoven wordt al geruime tijd gewerkt aan de ontwikkeling van de Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030. Onderwerp van deze overeenkomst is de samenwerking en taakverdeling tussen partijen op het gebied van de aanpak van gemeentegrens overstijgende mobiliteitsopgaven in de Metropoolregio Eindhoven. Op een eerdere conceptversie van deze overeenkomst hebben de gemeente Someren en andere regiogemeenten zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijzen heeft het MRE de samenwerkingsovereenkomst aangepast en een Nota van zienswijzen opgesteld, waarin de zienswijzen van een reactie zijn voorzien. Aan de hand van dit raadsvoorstel kan de gemeenteraad toestemming verlenen aan het college om deze samenwerkingsovereenkomst aan te gaan.

2. Inleiding Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft het MRE de samenwerkingsovereenkomst aangepast en een Nota van zienswijzen opgesteld, waarin de zienswijzen van een reactie zijn voorzien. Op basis van dit voorstel wordt u over de voor de gemeente Someren relevante onderdelen geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld het college toestemming te verlenen om deze samenwerkingsovereenkomst aan te gaan.

3. Advies Toestemming te verlenen aan het college voor het aangaan van de Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030, conform het in de bijlagen van het voorstel opgenomen ontwerp van de samenwerkingsovereenkomst.

4. Beoogd effect Doel van de Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030 is het verbeteren van de samenwerking tussen partijen, die zij eerder zijn overeengekomen als een effectief middel om de uitdagingen op mobiliteitsgebied het hoofd te bieden.

5. Argumenten 1.1 Expliciete fout in tekst is hersteld in voorliggende samenwerkingsovereenkomst Er stond in artikel 17 van de eerdere versie van de samenwerkingsovereenkomst een verkeerde verwijzing naar artikel 15. Dit is in de huidige versie hersteld. Hierdoor kan zoals beoogd het bestuurlijk overleg Oost (bestaande uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio Oost) een bindend advies uitbrengen aan het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit over het verlenen van een subsidiebijdrage aan routegebonden projecten uit het Bereikbaarheidsakkoord. 1.2 Afspraak over het organiseren van ambtelijke overleggen Er is niet voor gekozen om in de samenwerkingsovereenkomst de ambtelijke overlegstructuur te benoemen (zoals bij de bestuurlijke overlegstructuur) omdat flexibiliteit in de ambtelijke overleggen gewenst wordt gevonden. Vanuit het MRE is wel afgesproken om twee (ambtelijke) overleggen te organiseren voor de 21 gemeenten. Daarbij gaat het om een digitaal en fysiek TOVER (Thema Overleg VERKeer). Als er in de toekomst behoefte is om dit anders in te richten, biedt artikel 10 daarvoor voldoende ruimte. 1.3 Een gedegen onafhankelijke evaluatie van de werking van de samenwerkingsovereenkomst In artikel 20 lid 5 staat dat het programmabureau zorg draagt voor een gedegen onafhankelijke evaluatie van de werking van de samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit.

Weliswaar is nu niet expliciet in de tekst opgenomen dat de evaluatie door een ter zake deskundig adviesbureau moet gebeuren, maar we verwachten dat het programmabureau zelf ook tot het inzicht kan komen, dat voor een gedegen onafhankelijke evaluatie (waarbij sprake is van een eigen betrokkenheid), het noodzakelijk is om een ter zake deskundig adviesbureau in te schakelen. Bovendien worden de aandachtspunten voor de evaluatie, zoals gebruikelijk, opgehaald in het portefeuillehoudersoverleg en verwerkt in de opdrachtenomschrijving. Daarnaast is expliciet in de samenwerkingsovereenkomst (artikel 20 lid 5) opgenomen dat de evaluatie en hieruit voorkomende verbeterpunten worden besproken in het Portefeuillehoudersoverleg mobiliteit. Verder is in de reactie in de Nota van zienswijzen aangegeven dat de doorontwikkelrichtingen, zoals beschreven in bijlage 1 van de overeenkomst, aandachtpunten zijn voor de evaluatie, waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat een gedegen onafhankelijke evaluatie van de werking van de samenwerkingsovereenkomst wordt geborgd, waarbij het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit op diverse momenten wordt betrokken en de mogelijkheid heeft om te sturen.

1.4 Geen grondslag om toestemming te onthouden voor het aangaan van samenwerkingsovereenkomst In artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt beschreven dat de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet overgaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Dit artikel heeft betrekking op de voorliggende samenwerkingsovereenkomst. Er zijn weliswaar een aantal nadelen verbonden aan deze samenwerkingsovereenkomst (zie kanttekeningen), maar er is geen sprake van strijd met het recht of het algemeen belang. Zodoende is er geen grondslag voor u om te beslissen dat aan het college toestemming wordt onthouden voor het aangaan van de voorliggende samenwerkingsovereenkomst.

2/4

6. Kanttekeningen 1.1 Geen borging dat stukken portefeuillehoudersoverleg ambtelijk worden voorbesproken We hadden in de samenwerkingsovereenkomst graag een regel toegevoegd willen zien, waarin is geborgd dat de stukken voor het portefeuillehoudersoverleg ambtelijk worden voorbesproken (inclusief het benoemen van ambtelijke overleggen, waarin die bespreking plaatsvindt). Hierop is in de Nota van zienswijzen geantwoord dat de voorbereidingen op het Portefeuillehoudersoverleg plaatsvindt in de deelregio. De deelregiocoördinatoren, die door het programmabureau nauw worden betrokken in de voorbereiding voor het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit, zouden moeten zorgen voor een gezamenlijke annotatie, die gebruikt kan worden in de 21 gemeenten. Er is bij de voorbereiding van het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit niks geregeld over de wijze waarop ambtenaren hun input kunnen leveren. De stukken voor dit overleg worden vaak al laat ontvangen, waardoor een goede tijdige voorbereiding/afstemming tussen ambtenaar en portefeuillehouder lastig wordt en soms niet eens mogelijk blijkt. Op dit vlak wordt er geen verbetering verwacht.

1.2 Geen duidelijkheid over afstemming van deelregiocoördinator met gemeenten Over de deelregiocoördinator is het volgende artikel opgenomen (artikel 21); ‘De deelregiocoördinator is verantwoordelijk voor de communicatie en het organiseren van de bestuurlijke en ambtelijke afstemming in de eigen deelregio.’ In de Nota van zienswijzen is aangegeven dat de samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit zich richt op de samenwerking in de regio en hoe dit georganiseerd is. De samenwerkingsovereenkomst gaat niet over de samenwerking in de deelregio’s. Daarom is ook niet verder geduid op welke wijze de afstemming door de deelregiocoördinator met gemeenten zou moeten plaatsvinden en wat voor soort zaken er zouden moeten worden afgestemd. De evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst (ten behoeve van verbeteren en doorontwikkelen van de samenwerking) biedt eventueel de mogelijkheid om dit punt onder de aandacht te brengen. De periode tot aan de evaluatie kan worden gebruikt om ervaringen met de nieuwe werkwijze op te doen. 1.3 Beperkte personele bezetting programmabureau Gelet op de zeer uitgebreide taakomschrijving in artikel 20 van de samenwerkingsovereenkomst wordt er veel verwacht van het Programmabureau. Het is zorgelijk of met een beperkte (en met name tijdelijk ingehuurde) capaciteit wel aan de verwachtingen kan worden voldaan.

Vacatures zullen nog of zijn recent opnieuw uitgezet. Het is zaak om bij de bestuurlijke en ambtelijke overleggen een vinger aan de pols te houden en te bekijken hoe zich dit verder ontwikkeld.

7. Financiën Om de organisatiekosten (personele kosten van programmabureau en kosten extern advies) te dekken wordt jaarlijks € 575.000,- ingebracht door partijen gezamenlijk naar rato van het aantal inwoners en het overige deel van de kosten wordt gedekt vanuit de MRE-begroting of andere bronnen. Het bedrag van € 575.000,- (gebaseerd op afspraken over bereikbaarheidsagenda) werd door de gemeente Helmond in rekening gebracht bij de gemeenten, maar vanwege de overheveling van werkzaamheden van het programmateam bereikbaarheidsagenda naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 vanuit het MRE in rekening gebracht. Dit gebeurd budgetneutraal, waardoor er geen extra kosten in rekening worden gebracht.

3/4

8. Communicatie We zijn vanuit het MRE onder meer gevraagd te besluiten om het instemmingsbesluit voor het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst voor 4 juni kenbaar te maken aan het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit. Echter zullen we dit instemmingsbesluit pas definitief kenbaar maken, nadat u een besluit heeft genomen over het verlenen van toestemming aan ons voor het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst. Omdat behandeling van dit voorstel is voorzien in de raadsvergadering van 13 juni, dus na 4 juni, hebben we het MRE hiervan ambtelijk op de hoogte gesteld. Voor de planning vormt dit geen direct obstakel, aangezien pas op 19 juni het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit plaatsvindt, waarin de wethouders mobiliteit van de regiogemeenten worden verzocht om de samenwerkingsovereenkomst namens hun gemeenten te ondertekenen.

9. Uitvoering Na ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030 in het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit op 19 juni 2024 zal het college van de gemeente Eindhoven zorgdragen voor de bekendmaking van de ondertekende overeenkomst, door toezending aan alle partijen en door kennisgeving van de inhoud daarvan in het elektronisch gemeenteblad. Deze overeenkomst treedt dan in werking met ingang van de achtste dag na publicatie in het elektronisch gemeenteblad.

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

de burgemeester,

J. Koppers-Van der Krabben

D. Blok

Bijlage(n)

O

Concept raadsbesluit, documentnr. 200601668

X

Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030,

X

NO

documentnr. 200601592 Nota van zienswijzen, documentnr. 200601595

X

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14148127/2