Besluiten om zienswijze in te dienen op voorgenomen wijziging van art. 36a van de gemeenschappelijke regeling BSOB
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp:
Zienswijze gemeenschappelijke regeling BSOB
Portefeuillehouder:
K.W.H.M. Kusters
Documentnummer:
200507248
Zaaknummer: Datum:
0847200506119 30 september 2023
1. Samenvatting voor de burger De gemeente Someren neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking OostBrabant (BSOB). Deze organisatie verzorgt de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de waardering van de WOZ-objecten in onze gemeente. De BSOB is opgericht om de kwaliteit, dienstverlening, efficiency en continuïteit van de waardering, heffing in inning van gemeentelijke en waterschapsbelastingen te verbeteren. De BSOB heeft het voornemen om artikel 36a van de GR te wijzigen en verzoekt de raad om haar zienswijze te geven op deze aanpassing.
2. Inleiding Op 28-6-2023 heeft het algemeen bestuur van de BSOB ingestemd met het advies om artikel 36a van de GR te wijzigen. Tevens is toen besloten om deze aanpassing aan de GR BSOB voor te leggen voor zienswijze aan de gemeenteraden en het Algemeen Bestuur van het Waterschap. Artikel 36a gaat over het verrichten van werkzaamheden voor andere overheden dan de deelnemers. De reden dat deze wijziging naar voren wordt getrokken uit het “totaalpakket” van – de nog te wijzigen GR (= de zogenaamde voorgenomen WGR (Wet Gemeenschappelijke Regelingen)) - is gelegen in het feit, dat er op dit moment sprake is van een potentiële nieuwe deelnemer. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4. Argumenten. Concreet bestaat de voorgenomen aanpassing van de GR uit; 1. De bestaande mogelijkheid om werkzaamheden voor andere overheden middels een DienstVerleningsOvereenkomst* (hierna: DVO) voor een periode van twee jaar (artikel 36a) te verlengen met 2 jaar tot een periode van maximaal 4 jaar**. *In de huidige opzet van het artikel 36a is de samenwerking vormvrij. **Outplacement van personeel duurt ca. 3 jaar. Door de periode van 4 jaar kan het kwantitatief aantal fte binnen BSOB worden gehandhaafd. 2.
Binnen deze periode zal de organisatie waarvoor deze DVO wordt uitgevoerd moeten besluiten om definitief aan te sluiten of de DVO wordt automatisch beëindigd na deze periode van 4 jaar, zonder mogelijkheid tot verlenging. Nb. In de bijlage (Djuma 200506122) is het integrale huidige artikel 36a en de voorgestelde wijziging beschreven.
3. Advies U wordt voorgesteld om: 1. in te stemmen met de in dit raadsvoorstel opgenomen zienswijze op de wijziging van de GR.
4. Beoogd effect Wij beogen u, als gemeenteraad, in staat te stellen om uw commentaar ten aanzien van het verzoek tot wijziging van artikel 36a van de GR BSOB kenbaar te maken bij het algemeen bestuur van de BSOB.
5. Argumenten Hierna informeren wij u over de argumenten die ten grondslag liggen aan de wijziging en doen wij u een voorstel ten aanzien van het vaststellen van een zienswijze. 1. Visie op groei van het aantal deelnemers en op uitbreiding van uit te voeren taken door derden. In haar Kadernota’s heeft BSOB herhaaldelijk aangegeven dat binnen het werkgebied Oost-Brabant gericht gestuurd kan worden om verder te groeien in het aantal deelnemers. Groei is daarbij geen doel op zich, maar kan bijdragen aan het vergroten van (kosten) efficiency en aantrekkelijk werkgeverschap (meer doorgroei mogelijkheden). Dit is ook aan de orde geweest in een sessie met het algemeen bestuur eind 2022. Ook vindt met een aantal deelnemers een verkenning plaats om meer gezamenlijke nieuwe taken uit te voeren. Er is met het algemeen bestuur afgesproken dat het maximale gebied waarbinnen gemeentes kunnen toetreden, het werkgebied van de twee waterschappen Aa en Maas en de Dommel is. 2.
Waarom wil BSOB dienstverlening op basis van een DVO?
BSOB kan op dit moment, conform de geldende GR BSOB, aan gemeenten en waterschappen een zekere dienstverlening bieden op het vlak van WOZ- en Belastingprocessen. In beginsel is het uitgangspunt daarbij dat de gemeente of het waterschap direct toetreedt tot de GR BSOB. Feit is echter, dat toetreden tot een GR een grote stap is voor een deelnemer die niet voor een paar jaar wordt genomen. De aanpassing met betrekking tot de DVO-dienstverlening zorgt voor een breder en meer flexibele basis voor BSOB waar het gaat om het bedienen van lokale overheden bij ondersteuningsvraagstukken, waarbij de betrokken lokale overheid nog niet (direct) zal toetreden tot de GR BSOB. In geval van toetreding tot een GR is er sprake van ‘overgang van onderneming’ waarbij de medewerker(s) van de toetreder - op basis van het principe ‘mens volgt werk’ - overgaat/overgaan naar BSOB met recht op een dienstverband. Het financiële voordeel dat naast kwaliteitsverhoging de uitkomst moet zijn voor de potentiële toetreder en de bestaande deelnemers van BSOB is alleen te behalen als de kwantiteit van het aantal werknemers bij de potentiële toetreder sterk verminderd wordt indien de uitvoering door BSOB geschied. Dat is voor BSOB geen gewenste situatie.
2/5
Daarbij is voor gemeenten en waterschappen de stap van rechtstreekse toetreding tot een GR soms te groot vanuit het toekomstperspectief van de gemeente of het waterschap, de wens tot behoud van identiteit en zelfstandigheid, of sluit de ‘standaard’ dienstverlening van BSOB niet (helemaal) aan bij de wensen (meer, minder of gesegmenteerd). BSOB wil daarom (ook) op basis van een DVO tijdelijk dienstverlening kunnen aanbieden aan gemeenten en waterschappen op het vlak van WOZ en Belastingen. Dan is het ook mogelijk om delen van het totaal aan te bieden, een korter durende overeenkomst aan te gaan en maatwerk te leveren. En daarmee ook het benodigde wederzijdse vertrouwen te winnen voor een latere toetreding binnen onze GR. Naast toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling kunnen reeds vanuit de huidige GR, artikel 36A, daarnaast ook werkzaamheden aan andere overheden uitgevoerd worden, met een maximale duur van 2 jaar. Door de DVO-vorm van aanbieden van dienstverlening toe te laten en te borgen in de GR BSOB, wordt een betere formele basis voor deze dienstverleningsvorm gecreëerd. Daarom is het voorstel om artikel 36a aan te passen en de duur te verlengen naar 4 jaar. In het voorstel wordt wel opgenomen dat binnen een periode van 4 jaar de deelnemer die gebruikt maakt van de DVO-vorm de keuze moet maken om definitief toe te treden tot de GR BSOB.
Doet of wil deze deelnemer dat niet, dan zal BSOB voor deze deelnemer de DVO-vorm niet verder kunnen aanbieden. De maximale looptijd van een DVO-vorm zal 4 jaar bedragen. 3. Waarom wordt de voorgestelde wijziging separaat voorgelegd en niet als onderdeel van het “totaalpakket” aan wijzigingen respectievelijk de voorgenomen WGR? Een heel belangrijke reden dat BSOB deze aanpassing nu willen doorvoeren heeft te maken met het gegeven dat de DVO met de potentiële nieuwe deelnemer voor BSOB van een groot strategisch belang is. Deze potentiële nieuwe deelnemer is gelegen in het gebied van waterschap de Dommel en wil de belastingtaken per 01-01-2024 uitbesteden. Deze partij heeft een sterke voorkeur om dit door BSOB te laten uitvoeren. Dat betekent dat de GR wijziging voor eind oktober geformaliseerd moet zijn om aansluiting per 01-01-2024 mogelijk te maken.
Het voorstel aan de raad is, om onderstaande opmerking kenbaar te maken, met betrekking tot de wijziging van de GR: We stellen vast, dat het huidige voorstel een aanpassing van de GR is, zonder directe koppeling aan een specifieke casus/nieuwe gemeente/waterschap. Op basis van de geschetste argumenten vinden we het voorstel dan ook passend. Hierbij vragen wij graag aandacht voor het volgende: Indien er in de toekomst sprake is van een voornemen tot een nieuwe DVO – zoals nu bij de geschetste potentiële toetreder - dient BSOB hiervan vooraleerst een totaalbeeld uit te werken. Daarmee bedoelen we een inzicht in alle financiële consequenties plus alle risico's en mogelijke scenario's te zijn uitgewerkt. Dit, met als doel dat de huidige deelnemers dit voorstel op een goede en volledige wijze kunnen beoordelen. Het is daarbij belangrijk dat BSOB dit voorstel ook tijdig voorlegt aan de deelnemers, zodat deze ook de noodzakelijke tijd krijgen om dit te kunnen beoordelen.
3/5
6. Kanttekeningen --
7. Financiën Het huidige voorstel heeft geen financiële gevolgen.
8. Communicatie Na de vergadering van de commissie Burger en Bestuur op 14-09-2023, zal het vermoedelijke standpunt van de gemeenteraad schriftelijk worden gecommuniceerd met het algemeen bestuur van BSOB. In verband met de geschetste tijdslijnen om e.e.a. geformaliseerd te hebben voor 01-01-2024, dient de zienswijze uiterlijk 27-09-2023 te zijn ingediend bij BSOB. Aangezien de gemeenteraad echter pas op 28-09-2023 zal vergaderen, stellen wij voor om BSOB te informeren over het vermoedelijke standpunt/de zienswijze van de gemeenteraad naar aanleiding van de commissievergadering op 14-09-2023. Mocht de gemeenteraad op 28-09-2023 desondanks tot een andere zienswijze komen, dan zullen wij BSOB daarover alsnog informeren.
9. Uitvoering --
Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,
de burgemeester,
J. Koppers-Van der Krabben
D. Blok
Bijlage(n)
O
Concept raadsbesluit, documentnr. Djuma 200507438
X
Concept zienswijzebrief, documentnr. Djuma 200507290
X
Aanbiedingsbrief wijziging art. 36a GR BSOB , documentnr. Djuma
X
NO
200506121
4/5
Bijlage(n)
O
Toelichting voorgestelde wijziging GR BSOB, documentnr. Djuma
X
NO
200506123 Bijlage met het “Huidig artikel” versus “Voorgestelde wijziging” ,
X
documentnr. Djuma 200506122
5/5