Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Someren 2025 definitief
Tekst van het document
Gemeente Someren Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten
2025
0
Inhoudsopgave 1. Definities..................................................................................................3 2. Toepassingsbereik....................................................................................4 3. Algemene beleidsuitgangspunten............................................................4 4. Huisvesting in reguliere woningen...........................................................5 4.1 Reguliere woningen in de kom............................................................5 4.2 Reguliere woningen in het buitengebied.............................................5 5. Huisvesting in bedrijfswoningen en -gebouwen.......................................6 5.1 Bedrijfswoningen in de kom en op bedrijventerreinen........................6 5.2 (Agrarische) Bedrijfswoningen in het buitengebied............................6 5.3 (Agrarische) Bedrijfsgebouwen in het buitengebied...........................7 6. Huisvesting in tijdelijke woonunits...........................................................7 7. Huisvesting in solitaire voorzieningen......................................................7 8. Toezicht en handhaving...........................................................................8 9. Omgevingsdialoog...................................................................................8 10. 10.
Afwijkingsbevoegdheid college........................................................8 Toelichting....................................................................................................9 1. Inleiding................................................................................................9 2. Doelstelling...........................................................................................9 3. Wettelijk en regelgevend kader..........................................................10 3.1 Nationaal beleid.............................................................................10 3.2 Provinciaal beleid...........................................................................11 3.3 Regionaal beleid............................................................................12 3.4 Lokaal beleid..................................................................................12 4. Beleidskeuzes per locatie....................................................................12 4.1 Huisvesting in reguliere woningen.................................................12 4.2 Huisvesting in bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen..................13 4.3 Huisvesting in solitaire voorzieningen...........................................14 5. Spreiding van huisvestingslocaties.....................................................14 6.
Registratie...........................................................................................15 6.1 Registratie niet-ingezetene (RNI)...................................................15 6.2 Basisregistratie Personen (BRP).....................................................15 6.3 Nachtregister.................................................................................15 1
7. Integratie............................................................................................16 7.1 Onis................................................................................................16 7.2 Kinderopvang.................................................................................16 7.3 Jeugdgezondheidszorg...................................................................16 7.4 Basisonderwijs...............................................................................16 7.5 Bibliotheek Helmond Peel..............................................................17 7.6 Gezins- en jongerencoaches..........................................................17 8. Toezicht en handhaving......................................................................17 9. Omgevingsdialoog..............................................................................18 10. Maximale termijn voor vergunningen...............................................18 11. Afwijkingsbevoegdheid college.........................................................18 12. Adviesrecht van de raad...................................................................19 13. Procedure..........................................................................................19
2
1.
Definities
AAB: adviescommissie agrarische bouwaanvragen Arbeidsmigrant: een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Someren komt en hier tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en een inkomen te verwerven. Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving. Bedrijfsgebouw: gebouw bestemd voor bedrijfsmatig gebruik. Bedrijfswoning: woning met een functionele binding met een bedrijf. Bedrijventerrein: een gebied dat is bestemd met bedrijventerrein en/of bestemd voor bedrijfsactiviteiten. Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. Bewoning: het verblijven in of gebruiken van een ruimte als woonruimte inclusief nachtverblijf. BRP: Basisregistratie Personen. Expat: persoon die gedurende langere tijd in het buitenland woont en werkt, omdat hij door een internationaal opererende organisatie in het buitenland is gestationeerd. Huishouden: een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling; Huisvestingslocatie: het gebied waarin huisvesting wordt geboden, zonder direct te verwijzen naar de specifieke woningen of woonruimtes. Huisvestingsplaats: de specifieke ruimte waar iemand kan wonen. Dit kan een kamer, appartement, huis of andere soort woonruimte zijn. Logiesgebouw: een verblijfsgebouw voor het bieden van tijdelijk onderdak.
Long stay arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant die zich al dan niet met partner en/of gezin in Nederland vestigt (reguliere huisvesting met het hoofdverblijf in Nederland). Mid stay arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant die tussen 6 maanden en 3 jaar in Nederland verblijft (structurele huisvesting met het hoofdverblijf buiten Nederland); Nachtregister: het nachtregister geeft inzage in de duur van het verblijf van een arbeidsmigrant. Omliggende bedrijven: bedrijven gelegen in de gemeente Someren of de aangrenzende Peelgemeenten; RNI: Registratie Niet-Ingezetenen; Short stay arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant die korte tijd (1 week tot 6 maanden) in Nederland verblijft (tijdelijke huisvesting met het hoofdverblijf buiten Nederland); SNF: Stichting Normering Flexwonen. Solitaire huisvestingsvoorzieningen: locatie waar het huisvesten van arbeidsmigranten de enige functie is. Wonen: het verblijven van een huishouden in een (bedrijfs-, of plattelands-)woning. Woonoppervlak: het aantal vierkante meters van een locatie dat effectief bewoonbaar is.
3
2.
Toepassingsbereik
De gestelde voorwaarden in dit beleidskader ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten zijn alleen van toepassing op de huisvesting van short- en mid stay arbeidsmigranten en gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Someren. De huisvesting van long stay arbeidsmigranten en expats maakt geen deel uit van dit beleid. Zij vestigen zich namelijk voor langere tijd in Nederland en brengen ook vaak gezinnen met zich mee. Om deze reden zijn de huisvestingsbehoeften van hen verschillend ten opzichte van die van short stay en mid stay arbeidsmigranten en hoort hier dus ook ander beleid bij.
3.
Algemene beleidsuitgangspunten
Alle locaties waar huisvesting van arbeidsmigranten plaatsvindt dienen aan de volgende algemene beleidsuitgangspunten te voldoen: De gemeente hanteert minimaal de SNF-norm als richtlijn voor kwalitatief goede huisvesting van arbeidsmigranten. Deze richtlijn geeft normen om fatsoenlijke en veilige woonomstandigheden te waarborgen; De verhuurder moet voldoen aan de Wet goed verhuurderschap. Op het gebied van verhuur aan arbeidsmigranten dient de verhuurder in ieder geval: o De huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst schriftelijk en in afzonderlijke documenten vast te leggen; o De informatie over de woonruimte aan de arbeidsmigrant schriftelijk te verstrekken in een taal waaraan hij/zij de voorkeur geeft.
De huisvestingslocaties dienen te voldoen aan de uitgangspunten uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl); Er dient in het kader van brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bbl, zoals geldend ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning; De woonvoorziening heeft minimaal 15m² woonoppervlak per persoon inclusief een slaapkamer van minimaal 5,5m² per persoon; Maximaal één persoon per slaapkamer; Indien er sprake is van een huishouden kan op bovenstaande regel met betrekking tot maximaal één persoon per slaapkamer een uitzondering worden gemaakt; Bij iedere huisvestingslocatie dient een nachtregister bijgehouden te worden; Arbeidsmigranten die binnen een half jaar, langer dan 4 maanden (dit hoeft niet aaneengesloten te zijn) in Nederland verblijven dienen zich in te schrijven in de BRP. Tijdens de controles die tweemaal per jaar worden uitgevoerd door Team Handhaving wordt gecontroleerd of de inschrijvingen BRP op orde zijn; Per huisvestingslocatie dient voldoende groene buitenruimte vrij beschikbaar en toegankelijk te zijn, die niet ook voor andere functies gebruikt wordt (zoals parkeren, opslag, etc.); De huisvesting mag niet leiden tot een onevenredige parkeeroverlast. Hiertoe wordt er gewerkt met een parkeernorm per huisvestingsplaats.
Er moet worden voldaan aan de normen conform de geldende nota parkeernormen; Parkeren dient in beginsel op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsschets aangetoond worden; Indien parkeren niet op eigen terrein kan plaatsvinden, zal onderbouwd aangetoond dienen te worden door middel van een parkeerdruk onderzoek door een ter zake deskundig onafhankelijk adviesbureau dat parkeren door de bewoning van arbeidsmigranten niet leidt tot een onevenredige belasting in het openbare gebied;
4
De huisvesting mag niet leiden tot overlast, milieuhinder of belemmeringen die het dagelijkse gebruik structureel overschrijden voor omliggende woningen of bedrijven; Indien nodig moet er een aparte ruimtelijke procedure worden doorlopen om de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk te maken; Tijdelijke woonunits worden gedurende de periode van realisatie (bouwperiode) van de permanente huisvestingsvoorziening beleidsmatig toegestaan; Bij initiatieven die het maximaal aantal personen zoals in dit beleidskader aangegeven overschrijden, is adviesrecht van de gemeenteraad nodig. Vergunningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, met uitzondering van solitaire voorzieningen, worden voor maximaal 5 jaar verleend.
Voor alle huisvestingslocaties waar meer dan 10 personen gehuisvest worden gelden de volgende regels aanvullend op de hierboven genoemde algemene regels: Het perceel dient landschappelijk ingepast te worden conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan buitengebied 2022; Het beheer dient in een overeenkomst vastgelegd te worden; Een gebruiksmelding is noodzakelijk.
4. Huisvesting in reguliere woningen 4.1 Reguliere woningen in de kom Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hier de volgende voorwaarden: Per reguliere woning binnen de kom mogen maximaal 4 personen gehuisvest worden; Per straat mag maximaal 10% van de woningen gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het aantal woningen naar boven wordt afgerond; Als er minder dan 10 woningen in een straat aanwezig zijn, dan mag 1 woning gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten; Het is niet toegestaan om twee woningen direct aangrenzend, direct tegenover elkaar en/of boven elkaar te (laten) gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; Er dient een minimale afstand van 30 meter te worden gehanteerd tussen locaties binnen de kom waar arbeidsmigranten gehuisvest worden, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn.
4.2 Reguliere woningen in het buitengebied Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hier de volgende voorwaarden: Per reguliere woning in het buitengebied mogen maximaal 20 personen gehuisvest worden; Per straat mag maximaal 20% van de reguliere woningen gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het aantal woningen naar boven wordt afgerond; Als er minder dan 5 woningen in een straat staan, is het toegestaan om maximaal 1 woning te gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten; Het is niet toegestaan om twee woningen direct aangrenzend, direct tegenover elkaar en/of boven elkaar te (laten) gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn;
5
Vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden.
5. Huisvesting in bedrijfswoningen en -gebouwen 5.1 Bedrijfswoningen in de kom en op bedrijventerreinen Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hier de volgende voorwaarden: Maximaal 20 personen per bedrijfswoning in de kom; De huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die werkzaamheden verrichten binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn of bij omliggende bedrijven; Minimaal 50% van de personen die gehuisvest zijn, dient werkzaam te zijn bij het ter plaatse gevestigde bedrijf. Per straat mag maximaal 10% van de woningen gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het aantal woningen naar boven wordt afgerond; Als er minder dan 10 woningen in een straat aanwezig zijn, dan mag maximaal 1 woning gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten; Het is niet toegestaan om twee woningen direct aangrenzend, direct tegenover elkaar en/of boven elkaar te (laten) gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; Er dient een minimale afstand van 30 meter te worden gehanteerd tussen locaties binnen de kom waar arbeidsmigranten gehuisvest worden, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn.
5.2 (Agrarische) Bedrijfswoningen in het buitengebied Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hier de volgende voorwaarden: Maximaal 20 personen per bedrijfswoning in het buitengebied; De huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die werkzaamheden verrichten bij het bedrijf waar ze gehuisvest zijn of bij omliggende bedrijven; Minimaal 50% van de personen die gehuisvest zijn, dient werkzaam te zijn bij het ter plaatse gevestigde bedrijf. Het is niet toegestaan om een (agrarische) bedrijfswoning direct aangrenzend of direct tegenover een reguliere woning waar arbeidsmigranten gehuisvest worden te (laten) gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; De huisvestingslocatie moet worden geplaatst binnen het bouwvlak; De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform het beeldkwaliteitsplan buitengebied 2022.
6
5.3 (Agrarische) Bedrijfsgebouwen in het buitengebied Huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen is alleen toegestaan in het buitengebied, met uitzondering van bedrijventerreinen. Voor bedrijfsgebouwen in het buitengebied gelden aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 de volgende voorwaarden: Maximaal 80 personen per bedrijfsgebouw in het buitengebied; De huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die werkzaamheden verrichten bij het bedrijf waar ze gehuisvest zijn of bij omliggende bedrijven; Minimaal 50% van de personen die gehuisvest zijn, dient werkzaam te zijn bij het ter plaatse gevestigde bedrijf. Het is niet toegestaan om een (agrarische) bedrijfsgebouw direct aangrenzend of direct tegenover een reguliere woning waar arbeidsmigranten gehuisvest worden te (laten) gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; De genoemde verblijven moeten worden geplaatst binnen het bouwvlak; De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform het beeldkwaliteitsplan buitengebied 2022; Zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is niet toegestaan. Huisvesting in bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen is niet toegestaan.
6. Huisvesting in tijdelijke woonunits De huisvesting van arbeidsmigranten in woonunits is tijdelijk toegestaan ten behoeve van piekmomenten bij agrarische bedrijven in het buitengebied. Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hiervoor de volgende voorwaarden: Ten behoeve van piekmomenten in de vollegrondstuinbouw en glastuinbouw kan voor een periode van maximaal 6 maanden per jaar gemotiveerd, door middel van een AAB advies, worden afgeweken van het maximaal aantal te huisvesten personen. Uit de motivatie moet blijken dat er sprake is van een tijdelijk grotere arbeidsbehoefte uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering in het betreffende agrarische bedrijf; In deze extra huisvestingsbehoefte kan worden voorzien door middel van tijdelijke woonunits; De tijdelijke woonunits moeten worden geplaatst binnen het bouwvlak; De gemeente dient goedkeuring te geven over de kwaliteit en het uiterlijk van de tijdelijke woonunits; Na afloop van de gestelde termijn van maximaal 6 maanden dienen de woonunits verwijderd te worden.
7. Huisvesting in solitaire voorzieningen De huisvesting van arbeidsmigranten in solitaire huisvestingsvoorzieningen is alleen toegestaan in het buitengebied. Huisvesting in solitaire voorzieningen is uitsluitend toegestaan in de vorm van
7
logiesgebouwen. Huisvesting van arbeidsmigranten op recreatieparken is niet toegestaan. Aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 3 gelden hier de volgende voorwaarden: Er worden maximaal 2 solitaire huisvestingsvoorzieningen in de gemeente toegestaan; Onder huisvesting in solitaire voorzieningen wordt huisvesting in logiesgebouwen verstaan; De huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen die werkzaamheden verrichten bij omliggende bedrijven; Per locatie mogen er in totaal maximaal 200 personen gehuisvest worden; Bij huisvesting in logiesgebouwen dient de gemeente goedkeuring te geven over de kwaliteit en uiterlijk van het logiesgebouw; De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform het beeldkwaliteitsplan buitengebied 2022; Zelfstandige bewoning in niet voor bewoning bestemde gebouwen is niet toegestaan; Er dient een beheerder te worden aangesteld en de beheerafspraken dienen te worden vastgelegd in een overeenkomst; Het perceel dient landschappelijk te worden ingepast; De locaties van solitaire huisvestingsvoorzieningen dienen op minimaal 250 meter afstand van andere locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest worden gelegen te zijn; Er dient een minimale afstand van 2,5 kilometer te zitten tussen twee solitaire huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten.
8.
Minimaal twee keer per jaar worden controles uitgevoerd door Team Handhaving op de huisvesting van arbeidsmigranten; Bij misstanden of onveilige situaties volgt een afspraak met de eigenaren/(onder)verhuurders op de problemen op te lossen; Indien de situatie onveranderd blijft kan er handhavend worden opgetreden; Indien noodzakelijk kan er direct worden ingegrepen.
9.
Toezicht en handhaving
Omgevingsdialoog
Bij initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten is het voeren van een omgevingsdialoog verplicht; De aanvraag moet een verslag bevatten van de gevoerde omgevingsdialoog. De omgevingsdialoog is vormvrij. Uit het verslag moet blijken dat er sprake is geweest van een zorgvuldig overleg tussen de initiatiefnemer en de omgeving over het initiatief.
10. 10. Afwijkingsbevoegdheid college
In bijzondere gevallen, waarin toepassing van dit beleidskader leidt tot een kennelijk onredelijke uitkomst, kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit beleidskader. Bij het gebruikmaken van deze bevoegdheid wordt de afwijking en de motivering daarvan schriftelijk vastgelegd. Toepassing van deze bevoegdheid wordt uitsluitend overwogen indien
8
sprake is van individuele omstandigheden of maatschappelijke belangen die niet voorzien zijn in dit kader. Het college informeert de raad jaarlijks over de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid.
Toelichting 1.Inleiding In Nederland is de aanwezigheid van arbeidskrachten uit het buitenland om tekorten op de binnenlandse arbeidsmarkt op te vangen van alle tijden. De verstoorde verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en het vrij verkeer van personen en diensten heeft geleid tot een forse groei van het aantal, al dan niet tijdelijke, arbeidsmigranten. De behoefte aan inzet van extra arbeidskrachten is tegenwoordig voor zowel laaggekwalificeerd werk (onder andere land- en tuinbouw, vlees- en metaalindustrie) als hooggekwalificeerd werk. Het invullen van dit werkaanbod aan onze Nederlandse economie is onmisbaar, aangezien arbeidsmigranten bijdragen aan het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat het aantal arbeidsmigranten de komende jaren verder zal groeien. Deze groei zorgt ervoor dat de gemeente Someren voor een uitdaging staat als het gaat om het bieden van passende huisvesting aan arbeidsmigranten. Dit beleidskader richt zich op het reguleren en faciliteren van huisvesting voor short stay en mid stay arbeidsmigranten en is van toepassing op het gehele grondgebied van de gemeente Someren. Conform besluitvorming rondom het beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2020 is ook een evaluatie opgenomen. In deze evaluatie is input opgehaald bij zowel interne als externe stakeholders.
Deze input heeft geleid tot een actualisatie van onderhavig beleidskader.
2.Doelstelling De gemeente Someren hecht waarde aan voldoende kwalitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten, met aandacht voor het welzijn van de bewoners, de relatie met de woon- en leefomgeving en het beheer van de locatie. In dit beleidskader zijn de voorwaarden uiteengezet waaraan initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten moeten voldoen. Deze voorwaarden bieden meer duidelijkheid over de aspecten die bepalen of een locatie of gebouw geschikt is voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Hiermee wil de gemeente Someren initiatiefnemers ondersteunen bij het vinden en ontwikkelen van geschikte locaties en gebouwen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, binnen de gestelde gemeentelijke kaders. Concrete doelstellingen van het beleid zijn onder meer het waarborgen van geschikte huisvesting voor arbeidsmigranten, het toezien op de naleving van de geldende wet- en regelgeving, het bevorderen van sociale cohesie en het beperken van eventuele negatieve effecten op de lokale infrastructuur en leefomgeving.
9
3.Wettelijk en regelgevend kader 3.1 Nationaal beleid Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (2020) Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten heeft in 2020, onder leiding van Emile Roemer, aanbevelingen gedaan om de positie van arbeidsmigranten in Nederland te verbeteren en misstanden tegen te gaan. De aanbevelingen van het Aanjaagteam richten zich op de kwaliteit van de huisvesting, de uitbreiding van de husvesting, het verbeteren van de huurpositie van arbeidsmigranten en de ondersteuning van gemeenten. Wet goed verhuurderschap Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (hierna: Wgv) in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee meer mogelijkheden gekregen om ongewenst verhuurgedrag, zoals woondiscriminatie, intimidatie, onredelijke servicekosten en een te hoge borg tegen te gaan. De wet stelt een aantal algemene regels waaraan verhuurders zich moeten houden. Ook zijn er specifieke regels in de wet opgenomen waardoor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt verbeterd. Zo moeten huurovereenkomsten met arbeidsmigranten volgens deze wet afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst worden afgesloten. Door het loskoppelen van de huur- en de arbeidsovereenkomst, eindigt de huurovereenkomst niet meer automatisch wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt.
Bovendien zullen alle verhuurders aan al hun zittende huurders (waaronder dus ook arbeidsmigranten), gedetailleerde informatie moeten verstrekken over de wederzijdse rechten en plichten in een taal waaraan de arbeidsmigrant de voorkeur geeft. Daarnaast moet iedere gemeente vanaf 1 januari 2024 beschikken over een meldpunt waar huurders signalen over misstanden kunnen melden. In de gemeente Someren is dit meldpunt te vinden via Melding Wet Goed Verhuurderschap - Gemeente Someren In aanvulling op de algemene regels voor goed verhuurderschap hebben gemeenten onder de Wet goed verhuurderschap de mogelijkheid om een vergunningsplicht in te voeren voor de verhuur van reguliere woonruimte en/of de verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten. Omgevingswet Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de Wro, het Bro en de Wabo komen te vervallen. De Omgevingswet en de bijbehorende regelgeving hebben deze vervangen. Door het overgangsrecht van de Omgevingswet beschikt de gemeente automatisch over één omgevingsplan. Alle bestaande bestemmingsplannen worden daarin geïntegreerd. Het omgevingsplan, dat is geregeld in de Omgevingswet, is in grote lijnen vergelijkbaar met het bestemmingsplan zoals dat voorheen geregeld was onder de Wro en het Bro.
Afwijkingen van het omgevingsplan kunnen onder de Omgevingswet worden toegestaan via een omgevingsvergunning, ook wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) genoemd. Deze vergunning is in grote mate vergelijkbaar met de uitgebreide afwijking van het bestemmingsplan volgens de Wabo. Echter, de ruimtelijke onderbouwing die moet worden opgesteld, moet voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en het bijbehorende Besluit kwaliteit leefomgeving. Een belangrijk verschil is dat voor de meeste aanvragen voortaan de reguliere voorbereidingsprocedure geldt in plaats van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Daarnaast wordt onder de Omgevingswet voortaan getoetst of er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, wat breder is dan de eis van ‘goede ruimtelijke ordening’ die onder de huidige Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt. Van het Bouwbesluit naar het Besluit bouwwerken leefomgeving
10
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het Bouwbesluit 2012 komen te vervallen en zijn de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bevat, net als het Bouwbesluit 2012, regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het bouwen, verbouwen en onderhouden van bouwwerken, evenals bij het gebruik van het bouwwerk en de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden. De veiligheidsregels betreffen onder andere de algehele sterkte van de bouwconstructie, de brandwerendheid, vloerafscheidingen, elektriciteit, verlichting, beweegbare constructie-onderdelen, brandvertragende materialen en de brandveilige indeling van gebouwen (zoals compartimentering en nooduitgangen). De regels met betrekking tot gezondheid hebben betrekking op het verminderen van geluid, vocht en ongedierte, het afvoeren van afvalwater en hemelwater, de drinkwater- en warmwatervoorziening, en de toetreding van daglicht. De regels voor de bruikbaarheid van gebouwen geven richtlijnen voor de afmetingen van verschillende gebruiksruimten, zoals verblijfsruimten (bijvoorbeeld woonkamer en slaapkamers), verkeersruimten (bijvoorbeeld gangen), sanitaire ruimtes (zoals badkamer en toilet) en technische ruimtes (zoals meterkast en liftkamer), evenals de bereikbaarheid tussen deze ruimtes.
De regels over duurzaamheid behandelen de isolatie, luchtdoorlatendheid en energieprestatie van gebouwen. De genoemde regels zijn van belang bij de huisvesting van arbeidsmigranten, aangezien het gaat om minimale eisen waaraan woonruimte in het algemeen moet voldoen. Wanneer een ander type gebouw wordt omgebouwd tot woonruimte, wat geregeld het geval is bij de huisvesting van arbeidsmigranten, kan het nodig zijn om het pand bouwkundig aan te passen zodat het geschikt is voor bewoning. Als het pand niet voldoet aan deze minimale eisen, kan het niet als woning in gebruik worden genomen. Het is echter belangrijk op te merken dat de huisvesting van arbeidsmigranten doorgaans betrekking heeft op tijdelijk of kortdurend verblijf. Vanwege de tijdelijke aard van dit gebruik, zijn de eisen voor logiesfuncties, zoals vastgelegd in onder andere het Bouwbesluit 2012 en het Bbl, lager dan die voor reguliere woonfuncties. Dit komt doordat het veronderstelde gebruik verschilt: de verblijfsduur van een persoon in een logiesfunctie is korter dan in een woning, en de eisen die aan de leefbaarheid worden gesteld, zijn hierop afgestemd. Brandveilig gebruiken van bouwwerken Het Bbl bevat, net als het Bouwbesluit 2012, verschillende regels die betrekking hebben op het brandveilig gebruiken van bouwwerken.
Het doel van deze regels is om slachtoffers (gewonden en doden) te voorkomen en te voorkomen dat een brand zich verspreidt naar andere percelen of delen van een gebouw. Deze regels hebben onder andere betrekking op de aanleg van brandmeldinstallaties, de plaatsing van brandbestrijdingsmiddelen en brandvertragende voorzieningen. De mate van naleving van deze regels wordt mede bepaald door de functie van het gebouw en de intensiteit van het gebruik. Huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten moeten voldoen aan de brandveiligheidseisen uit het Bbl. Onder het Bbl is er, in tegenstelling tot het Bouwbesluit 2012, geen omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik meer; in plaats daarvan is er alleen een gebruiksmelding. In het Bbl wordt aangegeven wanneer zo'n gebruiksmelding verplicht is in verband met brandveiligheid. Ook onder het Bbl blijft de mogelijkheid bestaan om in bepaalde gevallen extra voorwaarden te stellen via maatwerkvoorschriften.
3.2 Provinciaal beleid TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant In de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen specifieke regels opgenomen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De provincie Noord-Brabant heeft echter wel een handreiking uitgebracht: de ‘Handreiking huisvesting arbeidsmigratie’. Deze handreiking biedt richtlijnen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en behandelt aspecten zoals de kwaliteit van de huisvesting,
11
beheer en locatiekeuze. Het document maakt onderscheid tussen verschillende vormen van huisvesting (van kleinschalig tot grootschalig) en de verblijfsduur (kort, middellang en lang).
3.3 Regionaal beleid Afsprakenkader arbeidsmigranten regio De Peel 2021 De regio De Peel, wordt gevormd door een zestal gemeenten, te weten: Asten, Deurne, GemertBakel, Helmond, Laarbeek en Someren. In deze regio zijn een groot aantal arbeidsmigranten werkzaam. Zij zijn vooral werkzaam in de landbouw, voedingsindustrie, metaal, groothandel en bij toeleverende bedrijven. Deze internationale arbeidskrachten zijn hard nodig om deze sectoren draaiende te houden. Binnen de regio wordt daarom overleg gepleegd en afstemming gezocht over de huisvesting van arbeidsmigranten. Ten behoeve hiervan is in 2021 het afsprakenkader arbeidsmigranten regio De Peel opgesteld. Dit afsprakenkader wordt door de gemeenten uit de regio gebruikt als richtinggevend document voor lokaal beleid. Op dit moment wordt het afsprakenkader geactualiseerd, mede met het oog op de Wet goed verhuurderschap.
3.4 Lokaal beleid Structuurvisie arbeidsmigranten 2008 De gemeente Someren had als één van de eerste gemeenten een beleid voor het huisvesten van arbeidsmigranten opgesteld, te weten de ‘Structuurvisie arbeidsmigranten 2008’. Dit beleid is op 17 december 2008 door de gemeenteraad vastgesteld. Met deze structuurvisie heeft de gemeente Someren een kader voor de aanpak van de problematiek van de huisvesting, zowel voor tijdelijke en structurele huisvesting geschapen. In deze structuurvisie is opgenomen welke huisvestingsmogelijkheden waar en onder welke voorwaarden mogelijk zijn. Deze structuurvisie heeft ook zijn beslag gekregen in verschillende bestemmingsplannen door het opnemen van bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid om arbeidsmigranten te kunnen huisvesten bij agrarische bedrijven. Evaluatie 2013 van de ‘structuurvisie arbeidsmigranten 2008’ De evaluatie van de structuurvisie heeft op 24 april 2013 in de gemeenteraad plaatsgevonden. Deze evaluatie leidde ertoe dat de structuurvisie op een aantal punten werd aangepast. Deze aanpassingen zijn vertaald naar het Bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF beleid Someren’ in 2018. Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2020 In 2020 is het gemeentelijke beleid omtrent de huisvesting arbeidsmigranten geactualiseerd. Dit heeft geleid tot het opstellen van het ‘beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2020’.
De regels uit dit beleidskader zijn vervolgens opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen. Conform besluitvorming rondom het beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2020 is ook een evaluatie opgenomen. In deze evaluatie is input opgehaald bij zowel interne als externe stakeholders. Deze input heeft geleid tot een actualisatie van onderhavig beleidskader.
4.Beleidskeuzes per locatie 4.1 Huisvesting in reguliere woningen De huisvesting van arbeidsmigranten in reguliere woningen is zowel binnen de kom als in het buitengebied toegestaan. Er wordt naar gestreefd om de huisvesting van arbeidsmigranten binnen de kom zo veel mogelijk in lijn te brengen met de huisvesting van reguliere huishoudens. Om deze reden is voor wat betreft het maximaal aantal te huisvesten personen per reguliere woning binnen de kom
12
aansluiting gezocht bij de standaard gezinsgrootte van vier personen. Dit maximale aantal zorgt ervoor dat de huisvesting van arbeidsmigranten in reguliere woningen binnen de kom financieel minder aantrekkelijk wordt gemaakt. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de druk op de woningvoorraad wordt verminderd en dat er wellicht ook weer huizen die op dit moment gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten vrijkomen voor reguliere bewoning. Voor reguliere woningen in het buitengebied geldt een hoger maximum aantal, namelijk 20 personen. Dit heeft verschillende redenen. Ten eerste omdat de percelen en woningen in het buitengebied vaak groter zijn, waardoor hier meer personen gehuisvest kunnen worden. Daarnaast liggen de woningen in het buitengebied vaak op grotere afstand van elkaar. Dit zorgt ervoor dat een hoger aantal personen minder snel leidt tot een aantasting van de leefkwaliteit voor de directe omgeving. Door meer ruimte te bieden voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied wordt er ook voor gezorgd dat de druk op de woningvoorraad binnen de kom wordt verminderd.
4.2 Huisvesting in bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen De huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen is zowel binnen de kom als in het buitengebied toegestaan. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen binnen de kom worden dezelfde beleidsuitgangspunten gehanteerd als voor reguliere woningen binnen de kom. Zoals in hoofdstuk 4.1 aangegeven wordt ernaar gestreefd om de huisvesting van arbeidsmigranten zo veel mogelijk in lijn te brengen met de huisvesting van reguliere huishoudens. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen binnen de kom is dit niet anders. Deze bedrijfswoningen zijn veelal gelegen in de nabijheid van woonwijken. Met het oog op de leefbaarheid van deze woonwijken wordt daarom gekozen voor aansluiting bij de criteria voor de huisvesting in reguliere woningen binnen de kom. Ook de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen in het buitengebied sluit aan bij de criteria voor de huisvesting van arbeidsmigranten in reguliere woningen in het buitengebied. Bedrijfswoningen verschillen namelijk niet wezenlijk van reguliere woningen wat ervoor zorgt dat dezelfde criteria hier van toepassing zijn.
Wel geldt voor de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen, zowel binnen de kom als in het buitengebied, dat aanvullend op de beleidsuitgangspunten voor reguliere woningen minimaal 50% van de personen werkzaam dient te zijn bij het ter plaatse gevestigde bedrijf. De overige personen mogen ook werkzaamheden verrichten bij omliggende bedrijven. De huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen is alleen toegestaan in het buitengebied, met uitzondering van bedrijfsgebouwen in het buitengebied gelegen op bedrijventerreinen. Vanwege de schaarste aan bedrijfsgebouwen die op dit moment al aanwezig is, wordt ervoor gekozen om deze niet nog verder onder druk te zetten. Daarom is de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen binnen de kom en op bedrijventerreinen niet toegestaan. Aangezien bedrijfsgebouwen vaak groter in omvang zijn dan reguliere woningen of bedrijfswoningen, is het toegestaan om hier meer arbeidsmigranten te huisvesten, met een maximaal aantal van 80 per bedrijfsgebouw. De huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen en -gebouwen mag uitsluitend werknemers betreffen die werkzaamheden verrichten binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn of bij omliggende bedrijven. Voorwaarde hierbij is wel dat tenminste 50% van de personen die gehuisvest worden werkzaamheden verrichten bij het ter plaatse gevestigde bedrijf.
Door het huisvesten voor omliggende bedrijven mogelijk maken wordt aansluiting gezocht bij de gemaakte afspraken door de
13
Peelgemeenten. Door hier flexibel in te zijn is het ook mogelijk dat er volgordelijk gehuisvest wordt. De huisvestingsvoorziening hoeft dan niet (volledig) leeg te staan wanneer er sprake is van seizoenswerk.
4.3 Huisvesting in solitaire voorzieningen Vanwege het lagere maximale aantal personen dat in reguliere woningen mag worden gehuisvest dient er een alternatief geboden te worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, aangezien deze mensen in de gemeente Someren een arbeidsbehoefte vervullen. Een goede oplossing hiervoor zou de realisatie van enkele solitaire huisvestingsvoorzieningen kunnen zijn. Deze solitaire huisvestingsvoorzieningen kunnen in de vorm van logiesgebouwen gerealiseerd worden, waarbij een groot aantal huisvestingsplaatsen per locatie wordt gerealiseerd, met een maximum aantal van 200 personen. Gezien het grotere aantal personen dat hier gehuisvest wordt is het verplicht om voor deze locaties een beheerder aan te wijzen, waarbij het beheer in een overeenkomst dient te worden vastgelegd. Voor de gemeente is het van belang om een uitspraak te doen over het maximale aantal solitaire huisvestingsvoorzieningen dat gewenst is binnen de gemeente om vanuit het oogpunt van de leefbaarheid een wildgroei aan locaties te voorkomen. De gemeente gaat deze solitaire huisvestingsvoorzieningen niet zelf ontwikkelen, het initiatief hiervoor ligt bij mogelijke initiatiefnemers. De gemeente hanteert voor dit moment een maximum van twee solitaire voorzieningen met een minimale afstand van 2,5 kilometer tussen de voorzieningen.
5.Spreiding van huisvestingslocaties Bij het huisvesten van arbeidsmigranten binnen een bepaald gebied dient er sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening en leefbaarheid is het van belang een goede balans te waarborgen tussen de huisvesting van arbeidsmigranten en ‘standaard huishoudens’. Dit betekent dat het niet wenselijk is dat complete straten worden aangewend voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar dat hier een spreiding in aangebracht dient te worden. Door een goede spreiding van de locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest worden te realiseren, wordt naast het behoud van de leefbaarheid, ook de parkeerdruk in een straat verminderd. Om deze redenen zijn in het beleid regels opgenomen die betrekking hebben op de spreiding van de locaties waar arbeidsmigranten worden gehuisvest. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen locaties binnen de kom en locaties in het buitengebied. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten binnen de kom (in zowel reguliere woningen als bedrijfswoningen) wordt de regel gehanteerd dat maximaal 10% van de woningen in een straat gebruikt mag worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het aantal woningen naar boven wordt afgerond.
Indien er minder dan 10 woningen in een straat aanwezig zijn, mag maximaal 1 woning gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Twee locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest worden mogen ook niet direct naast, tegenover of boven elkaar gesitueerd zijn. Om ervoor te zorgen dat er niet aan weerszijden van een woning arbeidsmigranten gehuisvest kunnen worden dient er een minimale afstand van 30 meter te worden gehanteerd tussen locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest worden, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten in reguliere woningen in het buitengebied wordt de regel gehanteerd dat maximaal 20% van de reguliere woningen in een straat gebruikt mag worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het aantal woningen naar boven wordt afgerond. Indien er minder dan 5 woningen in een straat aanwezig zijn, mag maximaal 1 woning gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze regel is daarmee minder strikt dan het geval is binnen de
14
kom. Dit omdat de locaties in het buitengebied vaak al op grotere afstand van elkaar gelegen zijn en deze dus minder impact hebben op hun directe omgeving. Wel wordt de regel gehanteerd dat reguliere woningen in het buitengebied waar meer dan 10 personen gehuisvest worden op tenminste 250 meter afstand moeten liggen van andere locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest worden. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen in het buitengebied wordt geen maximaal aantal per straat gehanteerd. Het kan namelijk voorkomen dat meerdere bedrijven die naast elkaar gelegen zijn arbeidsmigranten nodig hebben. Deze bedrijven dienen allemaal in hun arbeidsbehoefte te kunnen voorzien en dienen dus ook de mogelijkheid te hebben om de benodigde arbeidsmigranten bij hun bedrijf te kunnen huisvesten. Wat betreft solitaire huisvestingsvoorzieningen is de regel opgenomen dat deze, vanwege het aanzienlijk grotere aantal personen dat hier gehuisvest wordt, op minimaal 250 meter van andere locaties waar arbeidsmigranten worden gehuisvest gelegen dienen te zijn. Daarnaast dienen twee solitaire huisvestingsvoorzieningen op tenminste 2,5 kilometer van elkaar gelegen te zijn. Het is niet wenselijk dat twee locaties van deze omvang in de directe nabijheid van elkaar gelegen zijn.
6.Registratie De registratie van arbeidsmigranten in de Basisregistratie Personen (BRP) en de Registratie NietIngezetenen (RNI) maakt ook deel uit van het beleid voor arbeidsmigranten in de gemeente Someren. Door middel van deze registratie kan de gemeente inzicht krijgen in het verblijf van arbeidsmigranten en hun rechten en plichten waarborgen.
6.1 Registratie niet-ingezetene (RNI) Arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven kunnen zich inschrijven in het RNI. Dit is echter niet verplicht. Als de arbeidsmigrant een Burgerservicenummer (BSN) nodig heeft, is het wel nodig dat hij/zij zich hierin inschrijft. In tegenstelling tot de registratie in de BRP biedt deze inschrijving de gemeente Someren geen zicht in de gegevens en het verblijfadres van de arbeidsmigrant.
6.2 Basisregistratie Personen (BRP) Arbeidsmigranten die binnen een half jaar, langer dan 4 maanden (dit hoeft niet aaneengesloten te zijn) in Nederland verblijven, zijn verplicht om zich in te schrijven in de BRP op het adres waar zij verblijven. Dit geeft hen dezelfde rechten en plichten als andere inwoners van de gemeente Someren. Daarnaast geeft inschrijving de gemeente Someren zicht op waar arbeidsmigranten verblijven en hun verblijfsduur.
6.3 Nachtregister Om vast te leggen hoeveel personen een woning bewonen, wordt een nachtregister in alle gevallen verplicht gesteld. In het nachtregister moeten de naam, woonplaats, dag van aankomst en dag van vertrek van de arbeidsmigrant geregistreerd worden. Dit is van belang om te weten of een arbeidsmigrant zich moet inschrijven in de BRP of bij een duur van minder dan 4 maanden toeristenbelasting dient te betalen.
15
7.Integratie Een deel van de buitenlandse werknemers besluit uiteindelijk om zich in Nederland te vestigen. Voor huisvesting zijn deze nieuwkomers aangewezen op de reguliere woningmarkt. Concreet betekent dit dat zij een woning huren via een woningcorporatie, particuliere huur of een woning kopen. Naast huisvesting is het belangrijk dat deze nieuwkomers gaan participeren in de samenleving. Om de integratie in goede banen te leiden wordt er binnen de gemeente Someren bij diverse instanties aandacht besteed aan de integratie. Bij de instanties kinderopvang, onderwijs, bibliotheek en welzijns- en gezondheidsinstellingen wordt een aanbod op maat aangeboden. Bestuurlijk is verzocht om een passage op te nemen over de voorzieningen die diverse instanties hebben om arbeidsmigranten te laten integreren in de samenleving. Onderstaand treft u een overzicht aan van het aanbod per instantie.
7.1 Onis Onis begeleidt arbeidsmigranten bij hun komst in Someren en maakt daarbij gebruik van tolken. Onis heeft hiervoor een netwerk van (vrijwillige) tolken. Daarnaast heeft Onis voor arbeidsmigranten een Taalgroep voor Nederlands 2e taal en geeft Onis cursussen Nederlands voor Polen. Voor financiële vragen kan Onis terecht bij de Formulieren-Brigade als Schulddienst. Bij arbeidsuitbuiting of conflicten zet Onis klachten door naar het Peelland Interventieteam (PIT).
7.2 Kinderopvang Alle Kinderopvangorganisaties in Someren zijn VVE (voor- en vroegschoolse educatie) gecertificeerd. Dit houdt in dat de pedagogisch medewerkers speciaal geschoold zijn om de VVE programma’s uit te voeren en daarmee in een extra aanbod voor de peuters met taalachterstand te voorzien. De gemeente subsidieert 3,5 uur peuterwerk per week voor de peuters met VVE indicatie, naar verwachting komen alle arbeidsmigranten hiervoor in aanmerking. Tevens wordt er geprobeerd wederzijds begrip te krijgen over de gebruiken in Nederland en het land van herkomst. De kinderopvang zorgt voor een verwijzing naar Onis voor de taalcursussen. De kinderopvang geeft een ouderbrief (in Nederlands en/of Pools) mee over het project dat centraal staat, zodat zij ook thuis hier met het kind mee aan de slag kunnen. Voor de bespreking van een kind kunnen de ouders een tolk meenemen. Daarnaast wordt aan anderstalige ouders zoveel mogelijk prentenboeken meegegeven, zodat ze het boek in hun eigen taal met de kinderen kunnen lezen.
7.3 Jeugdgezondheidszorg Door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt extra aandacht gegeven aan de peuters van arbeidsmigranten/anderstaligen om de algehele ontwikkeling van de peuter te volgen. Dit kan samengaan met opvoedingsgerichte Individuele huisbezoeken. De JGZ werkt met het “Aanbod Stevig Ouderschap” bij specifieke casussen voor arbeidsmigranten. Ook wordt gewerkt met de methode “GIZ” (gezamenlijk inschatten zorgbehoeftes bij ouders). Bij de multiprobleemgezinnen wordt de Jeugd- en Jongerencoach ingeschakeld.
7.4 Basisonderwijs De kinderen van arbeidsmigranten die in Someren komen wonen en de basisschool leeftijd hebben, kunnen kiezen tussen een integrale opvang bij de openbare basisschool De Ranonkel van de Stichting PlatOO of de aparte opvang die de basisschool De Diamant aanbiedt voor de bijzondere scholen van de Stichting Prodas. Vanuit de gemeente wordt een subsidie geboden voor de opvang leerlingen voor wie de Nederlandse taal de tweede taal is. Aangevuld met de extra middelen vanuit
16
de schoolbesturen wordt een passend aanbod gerealiseerd. Op de Diamant wordt met o.a. beide genoemde subsidiemogelijkheden taalonderwijs voor kinderen van arbeidsmigranten aangeboden door middel van: de nieuwkomersklas (intensief NT2 onderwijs voor kinderen die korter dan een jaar in NL zijn). Het aantal uren is afhankelijk van de hoeveelheid nieuwkomers (ongeveer 4 uur per nieuwkomer). Deze worden gegeven door een NT2 leerkracht. Op dit moment betekent dat de volledige lestijd; de taalklas; 2 dagdelen Nederlandse les. Doorgaans leerlingen die al langer dan een jaar in NL zijn. Deze worden gegeven door een NT2 leerkracht + NT2 onderwijsassistent; ondersteuning in groep 1-2; 5 dagdelen door een NT2 onderwijsassistent. Op basisschool De Ranonkel wordt de opvang van de NT2 leerlingen zoveel mogelijk geïntegreerd binnen het bestaande aanbod.
7.5 Bibliotheek Helmond Peel Met de Bibliotheek Helmond Peel wordt samengewerkt om de ouders te mobiliseren voor een bezoek aan de bibliotheek en het bijwonen van themabijeenkomsten in de bibliotheek. Boeken in de eigen taal (o.a. Poolse) zijn aanwezig op de bibliotheek. De Bibliotheek Helmond Peel heeft een collectie “andere talen” in de bibliotheek Someren, deze is onlangs uitgebreid met extra boeken voor Arabische en Poolse peuters en kleuters. Op basisschool De Diamant zijn diverse activiteiten uitgevoerd om de schrijfvaardigheid van de leerlingen te verbeteren door de leesconsulent van de bibliotheek tijdens het wekelijkse atelier. Binnen de bibliotheek is een Taalpunt ingericht waar deze doelgroep specifieke informatie kan vinden. Daarnaast biedt het programma Klik en Tik de mogelijkheid om de digitale vaardigheid van o.a. arbeidsmigranten te verhogen. De bibliotheek en het consultatiebureau hebben geregeld overleg over het bereiken van deze doelgroep. De bibliotheek zorgt dat er voor de kinderen van deze doelgroep boeken in de moedertaal aanwezig zijn.
7.6 Gezins- en jongerencoaches Gezins- en Jongerencoaches hebben weinig arbeidsmigranten onder hun cliënten. De verwachting is, dat met stijgen van het aantal arbeidsmigranten binnen onze gemeente, de Gezins- en Jongerencoaches daarmee ook meer (kinderen van) arbeidsmigranten als cliënt krijgen. De Gezins- en Jongerencoaches zijn nog maar beperkt toegerust voor deze doelgroep. De Gezins- en Jongerencoaches hebben behoefte aan training en informatie daarover.
8.Toezicht en handhaving In de huidige situatie voert team handhaving tweemaal per jaar controles uit op de huisvesting van arbeidsmigranten. Daar waar misstanden of onveilige situaties geconstateerd worden, volgt een afspraak met de eigenaren c.q. (onder)verhuurders van de woning om de problemen op te lossen. Indien dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt handhavend opgetreden. Dit laatste komt nagenoeg niet voor. Daarnaast kan er direct ingegrepen worden bij onveilige situaties als dat noodzakelijk is. Tijdens deze controles wordt ook in kaart gebracht of de inschrijvingen in het BRP op orde zijn. Verblijven arbeidsmigranten langer dan 4 maanden in Nederland behoren zij zicht in te (laten) schrijven op het adres waar zij wonen. In de praktijk blijkt dit vaak lastig, omdat arbeidsmigranten
17
niet weten hoe lang ze zullen blijven of ze geven (onterecht) aan dat ze maar voor korte duur verblijven en zicht niet hoeven in te schrijven.
9.Omgevingsdialoog Voor het creëren van draagvlak rondom de huisvesting van arbeidsmigranten is het essentieel om open en effectieve communicatie te onderhouden met de directe omgeving. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in eerste instantie bij de huisvester. Dit betekent dat de huisvester proactief, tijdig en transparant dient te communiceren met de omwonenden. Door duidelijk te informeren over de plannen, de impact en de maatregelen die genomen worden om eventuele zorgen te adresseren, kan er begrip en draagvlak gecreëerd worden voor de realisatie van de huisvestingsvoorziening.
10. Maximale termijn voor vergunningen Vergunningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten worden afgegeven voor een maximale duur van 5 jaar. Deze termijn sluit aan bij de wens om ontwikkelingen periodiek te kunnen heroverwegen in het licht van veranderende ruimtelijke, maatschappelijke of beleidsmatige omstandigheden. Hierbij geldt een uitzondering voor solitaire voorzieningen in verband met de financiële haalbaarheid ervan. Na afloop van deze termijn vervalt de vergunning van rechtswege, tenzij tijdig een nieuwe aanvraag wordt ingediend en het college op basis van een actuele beoordeling besluit tot verlenging. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de feitelijke gebruikssituatie, naleving van de vergunningsvoorwaarden, eventuele klachten uit de omgeving en de beleidsruimte die op dat moment geldt. Deze beperkte termijn geeft de gemeente de mogelijkheid om flexibel en responsief op te treden en bevordert zorgvuldig ruimtelijk en sociaal beleid met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten.
11. Afwijkingsbevoegdheid college De afwijkingsbevoegdheid biedt ruimte voor maatwerk en voorkomt starre toepassing van dit beleidskader. Hoewel dit beleidskader duidelijke richtlijnen biedt voor de huisvesting van arbeidsmigranten binnen de gemeente, is het niet wenselijk om op voorhand alle situaties volledig dicht te regelen. De praktijk kent soms unieke of uitzonderlijke omstandigheden die een flexibele benadering vereisen. Deze afwijkingsbevoegdheid kan worden ingezet indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarbij strikte toepassing van het beleid zou leiden tot een onevenredig resultaat of wanneer een initiatief een overduidelijke maatschappelijke meerwaarde heeft en past binnen de ruimtelijke en sociale doelstellingen van de gemeente. Het college informeert de raad jaarlijks over de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid. Dit kan bijvoorbeeld via een raadsinformatiebrief.
18
12. Adviesrecht van de raad In de huidige situatie is voor afwijkingen op het beleid een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. De verklaring van geen bedenkingen is onder de Omgevingswet komen te vervallen. In de plaats hiervan is het adviesrecht van de raad gekomen. Een belangrijk verschil is het omdraaien van de discussie. Op dit moment is de raad altijd nodig om af te wijken van het bestemmingsplan, tenzij de raad vooraf heeft aangewezen in welke gevallen dat niet nodig is. Onder de Omgevingswet wijst de raad vooraf gevallen aan waarin haar advies vereist is. Wanneer een situatie niet door de raad is aangewezen, bestaat het adviesrecht niet en kan het college zelf bepalen of er van het omgevingsplan wordt afgeweken. Natuurlijk blijft er wel een politieke component aanwezig en zal het college niet zomaar afwijken van gemeentelijk beleid, maar de raad beslist dan in ieder geval niet zelf. De raad van de gemeente Someren heeft aangegeven dat het adviesrecht van toepassing is bij het huisvesten van arbeidsmigranten wanneer dat leidt tot overschrijding van het aantal personen in strijd met het omgevingsplan.
13. Procedure In het kader van de huisvesting van arbeidsmigranten hanteert de gemeente een zorgvuldig en transparant proces voor initiatieven die worden ingediend. Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen solitaire ontwikkelingen en andersoortige ontwikkelingen. Het proces voor solitaire ontwikkelingen bestaat uit de volgende stappen:
Vooroverleg. Bij het indienen van een initiatief wordt eerst een vooroverleg gevoerd tussen de initiatiefnemer en de gemeente. In deze fase worden informeel de mogelijkheden en voorwaarden besproken, zoals de geschiktheid van de locatie en de lokale beleidskaders; Initiatief leefomgeving. Indien het initiatief na het vooroverleg positief wordt beoordeeld, kan de initiatiefnemer een initiatief leefomgeving indienen. Dit verzoek legt de basis voor de verdere ontwikkeling van het plan. Intakegesprek. Na aanmelding van het initiatief wordt er een bezoek gebracht aan de locatie en wordt het initiatief besproken tussen de aanmelder en gemeente. Beleidstafel. Tijdens dit overleg vindt er een beoordeling plaats met betrekking tot de wenselijkheid van de ontwikkeling op de geplande locatie. Intaketafel. Het overleg dient ter beoordeling van de (financiële) haalbaarheid van de ontwikkeling. Conceptverzoek. Hierbij worden alle stukken beoordeeld voor de definitieve aanvraag. In deze fase wordt ook de omgeving geïnformeerd en betrokken. De uitkomsten van deze participatie kunnen invloed hebben op het initiatief. Definitieve aanvraag. Bij een positieve reactie van de gemeente op het verzoek kan de initiatiefnemer een formele aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen.
Dit is de laatste stap in het procedurele proces, waarin de gemeente de aanvraag beoordeelt op basis van de geldende regels en vereisten. Als de vergunning wordt verleend, kan de ontwikkeling van de huisvesting starten.
19
Andersoortige aanvragen die voldoen aan de randvoorwaarden uit het beleidskader arbeidsmigranten, maar nog niet passen binnen het omgevingsplan doorlopen de volgende procedure:
Vooroverleg. Bij het indienen van een initiatief wordt eerst een vooroverleg gevoerd tussen de initiatiefnemer en de gemeente. In deze fase worden informeel de mogelijkheden en voorwaarden besproken, zoals de geschiktheid van de locatie en de lokale beleidskaders; Conceptverzoek. Hierbij worden alle stukken beoordeeld voor de definitieve aanvraag. In deze fase wordt ook de omgeving geïnformeerd en betrokken. De uitkomsten van deze participatie kunnen invloed hebben op het initiatief. Definitieve aanvraag. Bij een positieve reactie van de gemeente op het verzoek kan de initiatiefnemer een formele aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen. Dit is de laatste stap in het procedurele proces, waarin de gemeente de aanvraag beoordeelt op basis van de geldende regels en vereisten. Als de vergunning wordt verleend, kan de ontwikkeling van de huisvesting starten.
20