Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
BEGROTING 2025 Meerjarenraming 2026 - 2028
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028 Versie 14 maart 2024
In opdracht van
Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Auteur
Kees van Daal
Datum
14 maart 2024
Status
Vastgesteld door het dagelijks bestuur.
Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
2
Inhoudsopgave
1
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 4
2
BELEIDSBEGROTING ......................................................................................................................................... 5 2.1 2.2
3
PROGRAMMAPLAN ......................................................................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ...................................................................................................... 12 FINANCIERING .................................................................................................................................................... 14 BEDRIJFSVOERING ............................................................................................................................................... 16 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF ................................................................................................................................ 17 VERBONDEN PARTIJEN ......................................................................................................................................... 17
FINANCIELE BEGROTING ................................................................................................................................ 18 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6
PROGRAMMA LOKALE DIENSTVERLENING .................................................................................................................. 7 PROGRAMMA REGIONALE SAMENWERKING ............................................................................................................... 8 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ............................................................................................................................ 10 KOSTEN OVERHEAD ............................................................................................................................................. 10 HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING .................................................................................................................... 11 ONVOORZIEN ..................................................................................................................................................... 11
PARAGRAFEN ................................................................................................................................................ 12 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
MEERJARENVISIE 2023-2027 ................................................................................................................................ 5 TOEKOMSTBESTENDIGE OMGEVINGSDIENSTEN ........................................................................................................... 5
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ......................................................................................................................... 18 TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................................................ 19 OPBOUW GEMIDDELD UURTARIEF.......................................................................................................................... 23 UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE EN DE TOELICHTING ............................................................................................ 25 MEERJARENRAMING 2026-2028 EN DE TOELICHTING .............................................................................................. 30
BIJLAGEN ....................................................................................................................................................... 32 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
SPECIFICATIE BIJDRAGE PER DEELNEMER .................................................................................................................. 32 SPECIFICATIE BIJDRAGE PER DEELNEMER MEERJARIG (2026 T/M 2028) ....................................................................... 33 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ........................................................................................................... 34 OVERZICHT BATEN EN LASTEN (EXPLOITATIE) ........................................................................................................... 35 RISICO-INVENTARISATIE ....................................................................................................................................... 36 LIJST VAN AFKORTINGEN ...................................................................................................................................... 37
Begroting 2025 3
1
INLEIDING
Voor u ligt de (ontwerp)begroting 2025 met de meerjarenraming 2026–2028 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Deze begroting is gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten uit de Kadernota 2025. Daarnaast is rekening gehouden met relevante voortschrijdende (financiële) inzichten. Kernpunten begroting •
De begroting laat een stijging van baten en lasten zien van 2,9%. Dit is lager dan de toegepaste indexering van lonen en prijzen van bijna 5,7%.
•
Het gemiddeld uurtarief komt lager uit dan in de Kadernota 2025 werd aangekondigd. Het daalt van €126,31 naar €124,68. Dit is een aanvulling op de al verwerkte tariefsdaling van €0,95 wegens de beëindiging van de tijdelijke bekostiging (2023 en 2024) voor Naar een Fitte Organisatie.
•
Het aan te houden weerstandsvermogen verschuift (wegens het begrotingstotaal dat boven de €30 miljoen uitstijgt) naar een minimumwaarde van €1,5 miljoen. Aan de algemene reserve wordt daarom €0,3 miljoen toegevoegd.
•
Er wordt een ontwikkelbudget van €0,8 miljoen geïntroduceerd waarover aan het algemeen bestuur in december 2024 een nader besluit wordt voorgelegd op basis van een dan beschikbare samenhangende verbeteraanpak. Deze aanpak moet er toe leiden dat de ODZOB voldoet aan de robuustheidscriteria uit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel. Dit ontwikkelbudget wordt enkel ingezet na een expliciet akkoord van het algemeen bestuur.
•
Het Programma regionale samenwerking bestaat (in lijn met AB-besluitvorming in maart 2024) vanaf 2025 uit 3 pijlers: Samen Sterk in Brabant (SSiB), Omgevingsveiligheid en Collectieve Taken.
Opbouw begroting De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: •
Het programmaplan dat ingaat op de programma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking en daarnaast een toelichting geeft op ontwikkelingen in de overhead.
•
De presentatie van de verplichte paragrafen, voor zover deze voor de ODZOB van toepassing is.
•
De financiële begroting die nader ingaat op de ontwikkelingen van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Ook wordt hier ingegaan op de meerjarenraming.
•
Bijlagen: de gespecificeerde bijdrage per deelnemer, het exploitatieoverzicht van baten en lasten, de geactualiseerde risico-inventarisatie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.
De in de diverse tabellen gepresenteerde realisatiecijfers over 2023 betreffen conceptcijfers die nog niet door de accountant zijn geverifieerd.
Begroting 2025 4
2 2.1
BELEIDSBEGROTING
Meerjarenvisie 2023-2027
In maart 2023 is, als opvolger van het Concernplan 2019-2022, de Meerjarenvisie 2023-2027 door het algemeen bestuur vastgesteld. Deze visie is het uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren. Het doel van de ODZOB is samen zorgen voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Er zijn verschillende wetten en regels die het milieu en onze fysieke leefomgeving beschermen. We zijn daarbij complementair aan de andere twee Brabantse omgevingsdiensten, Veiligheidsregio BrabantZuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Metropoolregio Eindhoven, Inspectie Leefomgeving & Transport, Functioneel Parket, waterschappen en werken samen. Deze Meerjarenvisie gaat uit van deze brede aanpak gericht op de fysieke leefomgeving. We zien de fysieke leefomgeving niet als een gekaderd speelveld, maar als een omgeving om in te wonen, te werken, te leven en te verblijven. De ODZOB voert immers VTH- en adviestaken uit die gekoppeld zijn aan de landelijke, provinciale en gemeentelijke opgaven (beleid/regelgeving) en verwachtingen van het VTH-instrumentarium gericht op beperken van emissies en risico’s in de fysieke leefomgeving. We staan niet alleen in dit speelveld en werken samen met anderen in de regio. Daarbij wordt ook de urgentie bepaald door de milieutoestand in de regio.
Onder andere de Atlas van de fysieke leefomgeving of onderzoeken van het Planbureau voor de Leefomgeving geven daar indicatoren voor. Ook hebben we rekening te houden met verschillende ambities in de regio, zoals deze verwoord zijn in de coalitieakkoorden of omgevingsplannen. Gerichtheid en focus is daarbij belangrijk, zodat verwachtingen en waarmaken in balans zijn. De ODZOB wil werken vanuit de big-8 gedachte, waarbij de operationele cyclus bij de omgevingsdienst verbonden is met het strategische beleid ingevuld door landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. De visie kent drie thema’s. ‘Fundament op orde’ zet in op het op orde hebben, onderhouden en verstevigen van het fundament (operationele cyclus). ‘In samenhang’ is het verbinden van uitvoering met beleid en het verbinden tussen verschillende beleidsopgaven in de praktijk. In een ‘Regionaal platform’ (strategische cyclus) gaat het om het voeden van het provinciale en gemeentelijke beleidskader met kennis en ervaring vanuit de uitvoering. In de visie wordt gekozen voor het FUNDAMENT OP ORDE (is primaire focus) en aanvullende inzet op de niveaus IN SAMENHANG en REGIONAAL PLATFORM daar waar urgentie of bestaande afspraken er specifiek om vragen. Dit speelt vooral bij de pijlers gezond en duurzaam.
2.2
Toekomstbestendige omgevingsdiensten
Naar aanleiding van een aantal landelijke rapporten werd duidelijk dat het VTH-stelsel in Nederland versterkt moest worden. Op 1 juli 2022 startte daarom het Interbestuurlijk Programma Versterking VTHstelsel (IBP VTH). Het doel van het programma is het merkbaar verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het verminderen van schade aan het milieu die vermeden had kunnen worden. Het IBP VTH is een samenwerking tussen Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Ministerie Justitie en Veiligheid (JenV), Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Omgevingsdienst NL biedt de klankbordgroepen en stuurgroep, projectleiding en advisering en helpt mee bij de uitvoering van projectwerkzaamheden.
Begroting 2025 5
Om de verbeteringen door te voeren zijn er zes pijlers binnen het programma. Het IBP stopt eind september 2024. De zes pijlers zijn: 1.
Robuuste omgevingsdiensten en financiering
2.
Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging
3.
Informatievoorziening
4.
Kennisinfrastructuur
5.
Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving
6.
Monitoring kwaliteit milieutoezicht
In 2023 zijn voor uitwerking van pijler 1 afspraken gemaakt met als doel dat omgevingsdiensten per 1 april 2026 voldoen aan de robuustheidcriteria en de daarbij horende kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). In 2023 hebben alle omgevingsdiensten een (zelf)toetsing uitgevoerd. Deze zijn door IenW beoordeeld en op 19 december heeft de ODZOB de beoordeling ontvangen. Conclusie van IenW is dat geen enkele omgevingsdienst op dit moment robuust is. Op 7 maart 2024 heeft het algemeen bestuur ingestemd met een plan van aanpak robuustheid. Daarin zijn acht acties opgenomen die in 2024-2026 worden uitgevoerd met als doel per 1 april 2026 robuust te zijn.
Begroting 2025 6
3
PROGRAMMAPLAN
De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de opgedragen werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving; zowel voor deelnemers als niet-deelnemende organisaties. In de begroting 2025 worden de volgende programma’s onderscheiden: •
Lokale dienstverlening
•
Regionale samenwerking
In onderstaand overzicht zijn de baten, lasten en saldi per programma weergegeven. Programmaplan
* bedragen x 1€ Omschrijving
Baten
Lasten
Saldo
Programma Lokale dienstverlening
29.225.919
19.836.076
9.389.843
Programma Regionale samenwerking
2.040.828
1.576.462
464.366
200.000
0
200.000
Overhead
0
9.749.208
-9.749.208
Heffing VPB
0
5.000
-5.000
Bedrag onvoorzien
0
0
0
31.466.746
31.166.746
300.000
0
300.000
-300.000
0
300.000
-300.000
31.466.746
31.466.746
0
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves Toevoeging en ont t rekking reserves Mutatie reserves Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves Saldo van bat en en last en na mut at ie reserves
3.1
Programma lokale dienstverlening
Wat willen we bereiken? De ODZOB wil samen met gemeenten, provincie en samenwerkingspartners bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Wat gaan we daar voor doen? Onder dit programma vallen de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert voor zowel haar deelnemers, als voor overige publieke organisaties. Kenmerkend hierbij is de een-op-een relatie tussen de ODZOB (als opdrachtnemer) en de opdrachtgever. De ODZOB richt zich op vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op inhoudelijke thema’s als milieu, bodem, water, landbouw, duurzaamheid, asbest, bouwen, omgevingskwaliteit en ruimtelijke ordening. Wat mag het kosten? In onderstaand overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar basis- en verzoektaken getoond. De inhoudelijke toelichting volgt in paragraaf 5.2.
Begroting 2025 7
Raming van bat en en last en; Programma Lokale dienst verlening
* bedragen x 1€
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Basistaken
11.995.315
13.147.886
13.855.496
Verzoektaken
14.585.884
14.976.835
15.370.423
Totaal baten
26.581.198
28.124.720
29.225.919
Omschrijving Bat en
Last en Basistaken
7.893.453
9.238.534
9.403.936
Verzoektaken
10.241.849
10.523.669
10.432.140
Totaal lasten
18.135.302
19.762.203
19.836.076
Tot aal saldo van bat en en last en
8.445.896
8.362.517
9.389.843
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
8.445.896
8.362.517
9.389.843
Result aat
3.2
Programma regionale samenwerking
Wat willen we bereiken? Ook bij dit programma is een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving het uitgangspunt. Consensus tussen de deelnemers is hierbij van groot belang. In gezamenlijkheid wordt het collectief programma vastgesteld door het algemeen bestuur. Gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen, bundeling van expertise en schaalvoordelen liggen vaak ten grondslag aan onderdelen van dit programma. Het programma regionale samenwerking is breder dan het voorheen gebruikte collectief programma. Wat gaan we daar voor doen? Dit programma bestaat uit de volgende subprogramma’s: • Samen Sterk in Brabant (SSiB) •
Omgevingsveiligheid
•
Programma Nazorg Omgevingswet
•
Overige collectieve taken
De (provinciebrede) regie en uitvoering van Samen Sterk in Brabant (SSiB) is belegd bij de collega’s van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). De financiële bijdrage vanuit onze regio loopt via de (begroting van de) ODZOB. Het algemeen bestuur van de ODZOB heeft op 7 maart 2024 een besluit genomen over de voortzetting van de deelname aan SSiB. Hierbij is ingestemd met het opnemen van de kosten die voortvloeien uit de SSiB-deelname vanaf 2025 in de ontwerpbegroting 2025. De werkzaamheden voor de Omgevingsveiligheid maken vanaf 2022 onderdeel uit van het programma Regionale Samenwerking. Het algemeen bestuur besloot in de vergadering van 7 maart 2024 om de taken op het gebied van omgevingsveiligheid, op de wijze zoals deze de afgelopen 4 jaar zijn uitgevoerd en gefinancierd structureel op dezelfde manier voort te zetten. Aangezien dit uitgevoerd kan worden zonder een bijstelling van de hiervoor benodigde middelen, hoeft hierover geen goedkeuring meer plaats te vinden via de zienswijzeprocedure die van toepassing is op de ontwerpbegroting 2025.
Begroting 2025 8
Naar verwachting is 2025 het jaar waarin het programma Nazorg Omgevingswet kan worden beëindigd. Zoals is toegelicht in de Bestuursrapportage 2023 is het de bedoeling dat de middelen die in de begroting 2024 zijn gereserveerd voor dit programma voldoende van omvang zijn om de werkzaamheden voor 2024 én 2025 te kunnen bekostigen. Hierbij gaat het dan onder andere om de inzet van het eind 2023 geïntroduceerde Interventieteam Omgevingswet. Het bestuurlijk vastgestelde Collectieve Programma maakt onderdeel uit van de overige collectieve taken. Sinds 2023 is hier een herijkt afwegingskader op van toepassing. Dit leidt tot een scherpere afbakening tussen structurele programmaonderdelen en projecten met een beperkte doorlooptijd. Wat mag het kosten? In het volgende overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar de subprogramma’s, getoond. Raming van bat en en last en; Programma Regionale samenwerking Omschrijving
Realisatie 2023
* bedragen x 1€ Begroting 2024
Begroting 2025
Bat en Samen Sterk in Brabant (SSIB)
337.906
387.178
394.785
Omgevingsveiligheid
118.471
156.293
161.688
Programma Omgevingswet
415.023
488.232
0
Overige collectieve taken
1.178.115
1.434.832
1.484.355
Overige baten
323.549
Totaal baten
2.373.065
2.466.535
2.040.828
Lasten
1.585.837
1.905.950
1.576.462
Totaal lasten
Last en 1.585.837
1.905.950
1.576.462
Tot aal saldo van bat en en last en
787.228
560.584
464.366
Toevoegingen aan reserves
51.466
0
0
Onttrekkingen aan reserves Result aat
Begroting 2025 9
0
0
0
735.762
560.584
464.366
3.3
Algemene dekkingsmiddelen
Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn de verwachte rentebaten geraamd. Sinds 2023 heeft deze rente een zodanige ontwikkeling doorgemaakt, dat er voor 2025 hiervoor een raming kan worden opgenomen. Wat mag het kosten? Algemene dekkingsmiddelen Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
294.216
0
Lasten
nvt
nvt
nvt
Saldo Algemene dekkingsmiddelen
294.216
0
200.000
Toevoegingen aan reserves
669.226
0
300.000
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
-375.010
0
-100.000
Result aat
3.4
200.000
Kosten overhead
Het Besluit begroten en verantwoorden (Bbv) hanteert als definitie voor de overhead: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Dit betreft derhalve de overheadfuncties van de ODZOB. Ook is hier het nieuwe Ontwikkelbudget opgenomen. Wat mag het kosten? Overhead
* bedragen x 1€ Omschrijving
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
0
0
0
Lasten
8.099.073
8.913.102
9.749.208
Saldo overhead
-8.099.073
-8.913.102
-9.749.208
215.791
0
0
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Result aat
0
0
0
-8.314.864
-8.913.102
-9.749.208
Begroting 2025 10
3.5
Heffing vennootschapsbelasting
Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-plicht. Wat mag het kosten? Heffing Vennoot schapsbelast ing Omschrijving
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
0
0
0
Lasten
7.359
10.000
5.000
Saldo VPB
-7.359
-10.000
-5.000
3.6
Onvoorzien
De ODZOB beschikt niet (meer) over een post onvoorzien. Onderstaand overzicht is enkel opgenomen voor het volledige beeld. Wat mag het kosten? Onvoorzien
* bedragen x 1€ Omschrijving
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
0
0
0
Lasten
0
0
0
Saldo Onvoorzien
0
0
0
Begroting 2025 11
4
PARAGRAFEN
Het Bbv schrijft voor dat in de beleidsbegroting ingegaan dient te worden op een zevental verplichte paragrafen. Voor de thema’s lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid geldt dat deze niet van toepassing zijn voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt.
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de financiële verordening is bepaald dat het algemeen bestuur het beleid over risico’s vastlegt in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De meest recente nota, met daarin kaders voor onder andere het risicomanagement, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, algemene reserve en de verhoudingen binnen de gemeenschappelijke regeling is in 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.
𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =
𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡
Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De ODZOB heeft als streefwaarde voor het weerstandsvermogen ≥ 1,0 vastgesteld. De werkelijke waarde per eind 2023 komt, naar verwachting, uit op 1,09. In regio Zuidoost-Brabant hebben de grote gemeenschappelijke regelingen (4GR-verband), omwille van de eenvoud, afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting. Het totaal van baten en lasten in de begroting 2025 ligt iets boven de 30 miljoen. Dit leidt er toe dat de streefwaarde van de algemene reserve verschuift naar € 1,5 tot € 2,0 miljoen. Tot en met 2023 was de streefwaarde van € 1,2 tot € 1,5 miljoen van toepassing. Bij het vaststellen van de jaarstukken 2023 wordt een voorstel gedaan om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde die dan van toepassing is (te weten: € 1,2 miljoen). Hiervoor is een éénmalige storting van bijna € 0,7 miljoen nodig. Deze kan, naar verwachting, worden bekostigd uit het positieve resultaat over 2023.
In de voorliggende ontwerpbegroting is rekening gehouden met een verdere versteviging van het weerstandsvermogen tot een bedrag van € 1,5 miljoen. Er is geen hogere deelnemersbijdrage nodig om dit te kunnen effecturen. Indien de algemene reserve (en daarmee het weerstandsvermogen) wordt verhoogd naar € 1,5 miljoen komt de weerstandsratio uit op circa 1,36.
Begroting 2025 12
Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Vandaar dat tweemaal per jaar de risicoinventarisatie wordt geactualiseerd. Deze is opgenomen in bijlage 6.5. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van circa € 1,1 miljoen en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,7 miljoen. Om een beeld te presenteren over de financiële positie van de ODZOB worden hier enkele kentallen gepresenteerd. Deze zijn afgeleid van de in paragraaf 5.4 getoonde geprognotiseerde balans. Kenget allen Realisat ie 2023
Raming 2024
Begrot ing 2025
Mjr 2026
Mjr 2027
Mjr 2028
-5,5%
Netto schuldquote
-8,6%
-5,2%
-5,3%
-5,0%
-5,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-8,6%
-5,2%
-5,3%
-5,0%
-5,5%
-5,5%
Solvabiliteitsratio
23,9%
22,8%
25,1%
25,4%
25,8%
26,3%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling.
Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn.
Begroting 2025 13
4.2
Financiering
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de begroting heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld. Rentetoerekening Onderstaand overzicht toont welke rentelasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. Rent eschema
* bedragen x 1€
Omschrijving a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
200.000
Saldo rentelasten en rentebaten
-198.000
c1 c2 c3
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
2.000
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-198.000
d1
Rente over eigen vermogen
0
d2
Rente over vreemd vermogen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-198.000
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
198.000
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
0
De beperkte rentelast en de rentebaten worden toegerekend aan de overhead. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert haar activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. Hiervoor beschikt de ODZOB over een kredietfaciliteit tot maximaal € 1,8 mln. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor de ODZOB komt dit in 2025 neer op een saldo van maximaal ruim € 2,5 mln. Uit onderstaande tabel blijkt dat de ODZOB binnen deze norm blijft. Begroting 2025 14
Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € Omschrijving
ultimo 2023
ultimo 2024
ultimo 2025
- opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
- schuld in rekening-courant
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
- overige schulden / overlopende passiva
510.443
510.443
510.443
Totaal
510.443
510.443
510.443
1 Vlottende schuld
2 Vlottende middelen - contante gelden in kas
-
-
-
5.638.209
5.371.001
5.298.263
- overige uitstaande tegoeden < 1 jaar
1.874.223
1.874.223
1.874.223
Totaal
7.512.431
7.245.224
7.172.485
3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)
-7.001.988
-6.734.781
-6.662.042
3.2 Toegestane kasgeldlimiet
2.099.242
2.508.483
2.580.273
Ruimte (3.2 -/- 3.1)
9.101.230
9.243.264
9.242.316
Begrotingstotaal
25.600.512
30.591.255
31.466.746
Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
2.099.242
2.508.483
2.580.273
- tegoeden rekening courant
3 Toets kasgeldlimiet
Berekening toegestane kasgeldlimiet
Norm
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld bestaat er een renterisiconorm. Deze norm schrijft voor welk deel van de leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Bij de ODZOB is in 2025 geen sprake van herfinanciering en daardoor wordt er voldaan aan de norm. Rent erisiconorm Variabelen
* bedragen x 1 € 2024
2025
2026
2027
1
Renteherzieningen
0
0
0
0
2
Aflossingen
0
0
0
0
3
Renterisico (1+2)
0
0
0
0
4
Renterisiconorm
6.118.251
6.293.349
6.293.349
6.293.349
5a Ruimte onder risiconorm (4 > 3)
6.118.251
6.293.349
6.293.349
6.293.349
5b Overschrijding risiconorm (3 > 4)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begrotingstotaal
30.591.255
31.466.746
31.466.746
31.466.746
Percentage 20%
6.118.251
6.293.349
6.293.349
6.293.349
Minimumbedrag conform regeling
2.500.000
2.500.000
2.500.000
2.500.000
Berekening renterisiconorm (4)
Begroting 2025 15
4.3
Bedrijfsvoering
In 2023 en 2024 is en wordt gewerkt aan de uitvoering van ‘Naar een fitte organisatie’. Tegelijkertijd is 2024 voor de ODZOB een bijzonder jaar. In de eerste drie kwartalen gaat een aantal onderzoeken leiden tot aanbevelingen tot verbetering van het functioneren: het Medewerkersonderzoek, de archiefinspectie en de inventarisatie van de kwaliteitscriteria. De provincie laat bovendien een onderzoek uitvoeren naar de efficiency (bedrijfsvoeringstaken die geen relatie hebben met de uitvoering van VTH-taken) van de drie Brabantse omgevingsdiensten. Daarnaast worden gesprekken gevoerd met de ondernemingsraad en wordt binnen het management het gesprek gevoerd om tot een gezamenlijk beeld te komen van wat er nodig is voor de groei c.q. het verbeteren van het functioneren van de ODZOB. En 2024 is tenslotte ook het jaar waarin het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel op de verschillende pijlers producten gaat opleveren waarvan de verwachting is dat deze worden ingebed in de samenwerking met de deelnemers en de bedrijfsvoering van de ODZOB. Gezien de hiervoor geschetste context is voor de ODZOB een behapbare en samenhangende aanpak nodig. Een aanpak waarbij de beschikbare ontwikkelcapaciteit gericht wordt op die projecten en activiteiten die er op dat moment (en in die volgorde) het meest toe doen.
Niet alles kan tegelijk en het succes en tempo wordt in hoge mate bepaald door de beschikbare ontwikkelcapaciteit. Robuustheid richt zich immers niet alleen op de criteria en voorwaarden om te komen tot een omgevingsdienst die goed kán functioneren. Fundament op orde richt zich op de (stapeling van) alle activiteiten en projecten die nodig zijn om de ODZOB daadwerkelijk goed te láten functioneren. In lijn met het rapport ‘Naar een fitte organisatie’ zal de verbeteraanpak zich vooral richten op dat wat nodig is voor het goed functioneren van de mens en proceskwaliteit en informatie gestuurd werken. Bovendien is er aandacht nodig voor het versterken van de samenwerking en relatie met onze deelnemers/opdrachtgevers. De verwachting is dat de ODZOB eind 2024 in staat zal zijn de hiervoor beschreven meerjarige, behapbare en samenhangende verbeteraanpak gereed te hebben. Momenteel bestaat er nog geen zicht op de structurele en incidentele financiële en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het aangehaalde plan van aanpak. In de voorliggende ontwerpbegroting 2025 wordt daarom een nieuw onderdeel, te weten een Ontwikkelbudget, geïntroduceerd. Hierbij kan worden gedacht aan een versterking van het innovatiebudget/opleidingsbudget in het kader van de robuustheidscriteria.
Het kan ook gaan om incidentele impulsen of structurele inzet in het versterken van het fundament op orde dan wel het vertalen en realiseren van de IBP-afspraken. Tenslotte kan dit budget ook worden gezien als een buffer voor onder andere de eventuele structurele gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en het opvangen van de risico’s die de krappe arbeidsmarkt met zich meebrengt (verhouding vast personeel-externe inhuur). In de AB-vergadering van december 2024 volgt een plan van aanpak inclusief een onderbouwing van de hiervoor benodigde middelen (op basis van enkele alternatieve scenario’s) voor dit Ontwikkelbudget. Hierdoor kan het algemeen bestuur een afgewogen keuze maken. Pas na vaststelling van dit plan kan over de benodigde middelen worden beschikt. Tot die tijd staat er bij wijze van spreken een hek omheen. Door deze middelen nu in de ontwerpbegroting 2025 beschikbaar te houden kunnen alle gemeenteraden en Provinciale Staten hun zienswijze geven op dit initiatief.
Begroting 2025 16
4.4
Openbaarheidsparagraaf
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.5 van de Woo schrijft voor dat een bestuursorgaan in de begroting aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de wet. Bij de Woo staan de volgende pijlers centraal: •
Actieve openbaarmakingsplicht: de overheid moet sommige informatie uit zichzelf openbaar maken;
•
Openbaarmakingsplicht op verzoek: de overheid maakt informatie openbaar als iemand erom vraagt;
•
Informatiehuishoudingsplicht: overheidsinformatie moet goed te vinden zijn.
Actieve openbaarmaking De Woo noemt elf categorieën van informatie die actief openbaar moeten worden gemaakt. In de loop van 2024 zal meer duidelijkheid komen over wanneer de verplichting tot actieve openbaarmaking voor de elf informatiecategorieën ingaat. Dit zal stapsgewijs worden ingevoerd voor de afzonderlijke categorieën. Vooruitlopend daarop gaan wij het proces inrichten voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën. Passieve openbaarmaking: Woo-verzoeken Iedereen kan de ODZOB vragen om bepaalde informatie openbaar te maken: het Woo-verzoek. Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is. Informatiehuishoudingsplicht Eén van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De verbetering van de informatiehuishouding is bij de ODZOB niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van het zaakgericht werken en digitalisering.
4.5
Verbonden partijen
Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). Deze stichting heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de Bizob, vandaar dat Bizob hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. De ODZOB heeft geen voornemens om zich aan andere organisaties te verbinden.
Begroting 2025 17
5
FINANCIELE BEGROTING
5.1
Overzicht van baten en lasten
Overzicht van bat en en last en Realisatie 2023 Baten
Lasten
Begroting 2024 Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2025 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Programma Programma Lokale dienstverlening
26.581.198
18.135.301
8.445.896
28.124.720
19.762.203
8.362.517
29.225.919
19.836.076
9.389.843
- Basistaken 1)
11.995.315
7.893.453
4.101.862
13.147.886
9.238.534
3.909.352
13.855.496
9.403.936
4.451.560
- Verzoektaken 2)
14.585.883
10.241.849
4.344.034
14.976.835
10.523.669
4.453.166
15.370.423
10.432.140
4.938.283
2.373.065
1.585.837
787.228
2.466.535
1.905.950
560.584
2.040.828
1.576.462
464.366
28.954.262
19.721.138
9.233.124
30.591.255
21.668.153
8.923.102
31.266.746
21.412.538
9.854.208
Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's Algemene dekkingsmiddelen
294.216
0
294.216
0
0
0
200.000
0
200.000
Overhead
0
8.099.073
-8.099.073
0
8.913.102
-8.913.102
0
9.749.208
-9.749.208
Heffing VPB
0
7.359
-7.359
0
10.000
-10.000
0
5.000
-5.000
Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
29.248.479
27.827.570
1.420.909
30.591.255
30.591.255
0
31.466.746
31.166.746
300.000
Mutatie reserves
0
936.483
-936.483
0
0
0
0
300.000
-300.000
Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves
0
936.483
-936.483
0
0
0
0
300.000
-300.000
Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
29.248.479
28.764.053
484.426
30.591.255
30.591.255
0
31.466.746
31.466.746
0
Toevoeging en ont t rekking reserves
1)
De gerealiseerde baten 2023 zijn inclusief €55.028 externe projectkosten.
2)
De gerealiseerde baten 2023 zijn inclusief €877.145 externe projectkosten.
Begroting 2025 18
5.2
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de individuele werkprogramma’s van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De begroting 2025 is, zoals gebruikelijk, gebaseerd op de meest recente ramingen uit werkprogramma’s (in dit geval: 2024) en de afzonderlijke onderdelen uit het programma regionale samenwerking (voor zover van toepassing). De opgedragen werkprogramma’s voor 2024 kennen de Omgevingswet als uitgangspunt. Het volume van de vastgestelde werkprogramma’s 2024 komt uit op € 24,56 mln. Het geraamd volume van opdrachten buiten de werkprogramma’s (inclusief niet-deelnemers) komt uit op € 4,67 mln. Het totaal van het programma individuele dienstverlening bedraagt hierdoor € 29,23 mln. Het programma regionale samenwerking sluit op een bedrag van € 2,04 mln. De totale baten die voortvloeien uit het uitvoeren van werkzaamheden tellen op tot € 31,27 mln. Daarnaast wordt rekening gehouden met € 0,20 mln. aan rentebaten, waardoor de totale baten uitkomen op € 31,47 mln.
De lasten bestaan voornamelijk uit personeelsgerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur. In de kostenramingen is rekening gehouden met: •
De gevolgen van de Cao voor 2024-2025; zowel voor wat betreft de aangekondigde salarisverhogingen als een afname van het aantal werkbare dagen.
•
De prijsindexcijfers uit de Macro Economische Verkenning 2024, voor het begrotingsjaar 2025.
•
De benodigde externe inhuur wordt afgeleid van de totale benodigde capaciteitsinzet, rekening houdend met de verwachte inzet van medewerkers met een vast dienstverband.
•
De overige personele kosten hebben deels een variabel karakter (bewegen mee met de geraamde bezetting) en deels een vast karakter en zijn geactualiseerd op basis van onderliggende contracten en verwachte kostenstijgingen.
•
De afschrijvingen zijn gebaseerd op zowel de lasten die voortvloeien uit eerdere investeringen als uit nieuwe c.q. vervangingsinvesteringen.
De in de begroting 2025 toegepaste indexering sluit (op een afronding na) aan op de in de Kadernota 2025 gepresenteerde indexcijfers. De gemiddelde indexering komt daarmee uit op 5,7%. Indexering t arieven index
gewicht
gewogen
Lonen
6,7%
67%
4,5%
Prijzen
3,5%
33%
1,2%
100%
5,7%
Totaal
Het totaal van de lasten sluit op € 31,17 mln. Het verschil met het totaal van de baten is € 0,30 mln. en is het gevolg van de geraamde storting in de algemene reserve ter versterking van het weerstandsvermogen.
Begroting 2025 19
Onderstaand overzicht toont de verschillende kostenrubrieken op hoofdlijnen en de kostentoerekening naar de programma’s. Tenslotte wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen per kostensoort. Last en naar kost ensoort en programma
* bedragen x 1€
POST
Personeel
Programma Lokale dienstverlening
Programma Regionale samenwerking
Overhead
Heffing Vpb
Totaal
19.089.957
1.279.702
6.425.653
0
26.795.311
Uitbesteding
0
0
252.000
0
252.000
Kapitaallasten
0
0
308.968
0
308.968
419.285
28.107
1.962.586
0
2.409.978
Organisatiekosten Ontwikkelingsbudget TOTAAL LASTEN (excl. doorbelastingen)
0
0
800.000
0
800.000
19.509.241
1.307.808
9.749.208
0
30.566.258
Externe (door te belasten) kosten TOTAAL LASTEN (incl. doorbelastingen)
0
595.488
0
0
595.488
19.509.241
1.903.296
9.749.208
0
31.161.746
Overige lasten TOTAAL LASTEN
0
0
0
5.000
5.000
19.509.241
1.903.296
9.749.208
5.000
31.166.746
Personeel Om te komen tot de realisatie van 246.000 declarabele uren moet de ODZOB over een passende hoeveelheid personeel beschikken. Voor 2025 wordt uitgegaan van 1.299 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Deze declarabiliteitsnorm ligt lager dan eerder werd gepresenteerd in de Kadernota 2025. In de nieuwe Cao wordt namelijk het aantal bovenwettelijke vakantiedagen verhoogd naar 8 (dat waren er tot nu toe 7). Als gevolg hiervan komt de benodigde personele inzet uit op 236,7 fte, die als volgt zijn verdeeld: •
Primair proces
•
Overhead
47,3 fte
•
Totaal
236,7 fte
189,4 fte (20% van het totaal)
Gemiddelde bezet t ing POST
* aantal in fte's Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Dienstverband
178,9
185,0
Inhuur / payroll Totaal
47,8
53,3
42,4
226,7
238,3
236,7
Voor 2025 wordt gerekend met een flexibele schil van 18%. De personele kosten (in totaal € 26,79 mln.) bestaan uit de volgende categorieën: •
Salarissen eigen personeel
•
Externe inhuur
•
Opleidingen
•
Reis- en verblijfskosten
•
Overige personele kosten
Begroting 2025 20
194,3
De geraamde salariskosten komen in 2025 uit op bijna €20,08 mln. Dat is €1,26 mln. meer dan in 2024. De geraamde kosten voor externe inhuur dalen met €1,48 mln. naar €5,48 mln. De stijging van de kosten voor vast personeel is kleiner dan de daling van de kosten voor externe inhuur. Per saldo is dit een voordelig effect (van €219.000) dat wordt verklaard uit de volgende ontwikkelingen: •
Het aandeel van externe inhuur (de flexibele schil) is verlaagd van 22% naar 18%. De gemiddelde kosten per fte voor vast personeel liggen lager dan die voor externe inhuur.
•
De totale personele inzet neemt af met 1,6 fte. Hierdoor nemen de personele kosten af ten opzichte van 2024.
•
Zowel de gemiddelde inhuurkosten als de gemiddelde salariskosten blijken in de herziene begroting 2023 en de begroting 2024 te hoog geraamd te zijn. Dit wordt veroorzaakt door een veranderende samenstelling van het personeelsbestand; het vertrek van meer ervaren (senior) medewerkers kan niet altijd op een vergelijkbare wijze opnieuw worden ingevuld. Gevolg hiervan is dat er (gemiddeld genomen) minder ervaren medewerkers worden aangetrokken waarvan de honorering ook iets lager ligt dan die van de ervaren medewerkers. Bij het inhuren van externen speelt (bij bepaalde expertises) hetzelfde; daar zijn nauwelijks (zeer) ervaren professionals beschikbaar, waardoor er enkel kan worden beschikt over medewerkers op medior of junior niveau.
•
Op basis van de realisatiecijfers uit 2023 voor salarissen en externe inhuur zijn deze kosten opnieuw berekend, rekening houdend met recente Cao-ontwikkelingen voor 2024 en 2025.
De raming voor de opleidingskosten zijn (nog) niet in lijn gebracht met de robuustheidscriteria die vanaf 2026 van toepassing worden (te weten: 3% van de loonsom). De raming voor 2025 kent een grondslag van 2% van deze kosten en komt uit op een bedrag van €398.000. Dit is inclusief de kosten die voortkomen uit de op handen staande ODNL Academy. Het budget voor reis- en verblijfskosten daalt wegens (naar verwachting) minder reisbewegingen naar €320.000. De overige personele kosten stijgen naar €519.000. Dit vloeit voort uit geactualiseerde ramingen voor werving & selectie, personeels-bijeenkomsten en Arbo- en thuiswerkfaciliteiten. Uitbesteding Onder uitbesteding vallen de kosten voor extern onderzoek en advies. Het grootste deel van dit budget betreft advieskosten over inkoop (Bizob) en kosten voor de externe accountant. In 2024 waren hier ook de (tijdelijke) kosten geraamd om te komen tot een fitte organisatie; vanaf 2025 is dit niet meer het geval. De totale raming voor externe advieskosten komt uit op €252.000 (bijna €236.000 minder dan in 2024). Kapitaallasten Kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijvingen. Bij de ODZOB gaat het in praktische zin enkel om afschrijvingen omdat er nauwelijks sprake is van een externe financieringsbehoefte (met daaruit voortvloeiende rentekosten) voor deze investeringen.
De kapitaallasten zijn in 2025 marginaal gestegen ten opzichte van 2024. De raming voor 2025 komt uit op ruim € 309.000 en is gebaseerd op een geactualiseerd investeringsprogramma (met name op gebied van IT-voorzieningen). In 2024 zal duidelijk worden of er, en zo ja welke, investeringen nodig zijn ten behoeve van de huisvesting van de ODZOB. Het huurcontract van het huidige kantoorpand loopt tot eind 2025. De huidige ramingen kunnen pas geconcretiseerd worden nadat er een keuze is gemaakt over de huisvestingslocatie van de ODZOB. Paragraaf 5.4. bevat het geactualiseerde investeringsoverzicht voor 2024.
Begroting 2025 21
Organisatiekosten De organisatiekosten hebben betrekking op onder andere kantoorkosten, IT-gerelateerde kosten, huur- en servicekosten en aanverwante zaken. De totale raming voor 2025 bedraagt €2,41 mln. en dat is hoger dan in 2024 toen de raming uitkwam op €2,30 mln. Er is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de IT-beheerkosten. Een gedegen beheer is en blijft van groot belang. Vandaar dat deze kosten €35.000 hoger zijn dan in 2024 (maar ook beduidend lager dan in 2023 het geval was). De pandgebonden servicekosten stijgen met €25.000 ten opzichte van 2024; onder andere als gevolg van de hogere energiekosten. Ook hier geldt weer dat de raming lager ligt dan de werkelijke kosten in 2023. De kosten voor lidmaatschappen/contributies stijgen in 2025 met €21.000 ten opzichte van 2024. Dit vloeit voort uit een verwachte stijging van de bijdrage aan koepelorganisatie ODNL (van €40.000 naar €80.000) per jaar. Programmakosten Nieuw in deze begroting is de raming voor een ontwikkelbudget van €0,8 mln. Dit initiatief vloeit voort uit het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel. Zowel in paragraaf 2.1 (toekomstbestendige omgevingsdiensten) als in de paragraaf bedrijfsvoering (4.3) is de achtergrond hiervan nader toegelicht.
Externe programmakosten In het programma Regionale Samenwerking zijn externe programmakosten opgenomen die worden bekostigd door de deelnemersbijdragen aan dit programma. De zijn als volgt opgebouwd: •
Bijdrage aan SSiB
€394.875
•
Bijdrage Brabantbrede meldkamer
€121.638
•
Contractmanagement Regionaal Meetnet
€66.901
•
Diversen
€12.164
•
Totaal
€595.488
Begroting 2025 22
5.3
Opbouw gemiddeld uurtarief
Het gemiddeld uurtarief dat in de voorliggende Begroting 2025 wordt gepresenteerd kent zijn oorsprong in de Kadernota 2025. Daarin werd de volgende opzet vastgesteld: •
Gemiddeld uurtarief 2024
€120,52
•
Opslag fitte organisatie vervalt vanaf 2025
- €0,95
•
Loonontwikkeling MEV 2024 (4,5%)
€5,34
•
Prijsontwikkeling MEV 2024 (1,2%)
€1,39
•
Gemiddeld uurtarief begroting 2025
€126,31
Vanaf 2025 hebben onze medewerkers recht op één extra bovenwettelijke verlofdag. Hierdoor daalt de declarabiliteitsnorm van 1.306 uur per uur naar 1.299 uur per fte en stijgt het benodigd aantal fte. Bij het opstellen van de Ontwerpbegroting 2025 is gebleken dat zowel de geraamde salariskosten als de geraamde kosten voor externe inhuur te hoog zijn ingeschat. Op basis van de gerealiseerde kosten in 2023 zijn de gemiddelde kosten per fte (zowel voor vast personeel als externe inhuur) opnieuw becijferd. Daarnaast is rekening gehouden met de salarisontwikkelingen voor 2024 en 2025 (gebaseerd op de recent afgesloten Cao 2024-2025). Dit alles heeft tot gevolg dat de eerder gepresenteerde tariefontwikkeling voor 2025 neerwaarts kan worden bijgesteld. Concreet betekent dit het volgende: •
Gepresenteerd gemiddeld uurtarief Kadernota 2025
•
Tariefbijstelling wegens lagere personele kosten
- €1,63
•
Gemiddeld uurtarief begroting 2025
€124,68
€126,31
Het gemiddeld uurtarief voor 2025 komt daarmee uit op €124,68 en is als volgt opgebouwd: Berekening gemiddelde uurt arieven
* bedragen x 1€
Totaal lasten1) Vennootschapsbelasting
Direct
Overhead
Totaal
21.412.538
9.749.208
31.161.746
0
5.000
5.000
300.000
300.000
10.054.208
31.466.746
595.488
0
595.488
0
200.000
200.000
20.817.050
9.854.208
30.671.258
246.000
246.000
246.000
84,62
40,06
124,68
Storting algemene reverve Totaal lasten
21.412.538
-/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten -/- Algemene dekkingsmiddelen Kosten 2024 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen Aantal declarabele uren2) Gemiddeld uurtarief
1)
Zie bijlage 6.4 voor een nadere onderbouw ing van de lasten;
2)
Aantal directe fte's (189,4) x aantal declarabele uren per directe fte (1.299 uur);
Begroting 2025 23
Kenget allen Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Uurtarief1)
€ 115,16
€ 120,52
€ 124,68
Declarabele uren
235.990
249.000
246.000
FTE's direct
180,00
190,70
189,38
Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE
1.311
1.306
1.299
Ziekteverzuim
6,6%
6,0%
6,0%
180,00
190,70
189,38
FTE's Direct Overhead Totaal
Begroting 2025 24
46,70
47,60
47,34
226,70
238,30
236,72
5.4
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting
De financiële positie wordt toegelicht in de volgende overzichten waarin de verwachte ontwikkelingen op de balans zijn weergegeven. Dit voor zowel het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. Geprognotiseerde begin- en eindbalans: activa (Geprognost iceerde) balans per 31-12 ACTIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Vast e act iva Immat eriële vast e act iva
0
0
0
0
0
0
Mat eriële vast e act iva
545.150
851.181
1.022.454
1.137.995
977.885
977.885
Investeringen met een economisch nut
545.150
851.181
1.022.454
1.137.995
977.885
977.885
0
0
0
0
0
0
545.150
851.181
1.022.454
1.137.995
977.885
977.885
Financiële vast e act iva Totaal vaste activa
Vlot t ende act iva Voorraden
0
0
0
0
0
0
Onderhanden werk
0
0
0
0
0
0
Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar
7.260.359
6.993.152
6.920.413
6.654.873
6.664.983
6.514.983
Vorderingen op openbare lichamen
1.856.349
1.856.349
1.856.349
1.856.349
1.856.349
1.856.349
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar;
5.386.136
5.118.929
5.046.190
4.780.650
4.790.760
4.640.760
17.874
17.874
17.874
17.874
17.874
17.874
Overige vorderingen Liquide middelen
252.072
252.072
252.072
252.072
252.072
252.072
Banksaldi
252.072
252.072
252.072
252.072
252.072
252.072
2.130.757
1.648.530
1.648.530
1.648.530
1.648.530
1.648.530
Overlopende act iva
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen
0
- het Rijk
0
- overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
0 1.719.306 411.451
Totaal vlottende activa
9.643.189
8.893.754
8.821.015
8.555.475
8.565.585
8.415.585
TOTAAL ACTIVA
10.188.338
9.744.935
9.843.469
9.693.469
9.543.469
9.393.469
Begroting 2025 25
Geprognotiseerde begin- en eindbalans: passiva (Geprognost iceerde) balans per 31-12 PASSIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Vast e passiva Eigen vermogen
2.433.223
2.217.432
2.465.966
2.465.967
2.465.967
2.465.967
Algemene reserve
1.200.000
1.684.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
Bestemmingsreserve verlofdagen
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
Bestemmingsreserve nazorg omgevingswet
51.466
51.466
0
0
0
0
Bestemmingsreserve fitte organisatie
215.791
0
0
0
0
0
Resultaat boekjaar voor bestemming
484.426
0
0
0
0
0
Voorzieningen
309.946
232.334
232.334
232.334
232.334
232.334
Spaarverlof
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
Bovenmatig verlofsaldo
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
Transitievergoedingen
77.612
0
0
0
0
0
Vast e schulden
0
0
0
0
0
0
Binnenlandse banken en overige financiele instellingen
0
0
0
0
0
0
2.743.169
2.449.766
2.698.300
2.698.300
2.698.300
2.698.300
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar
510.443
510.443
510.443
510.443
510.443
510.443
Overige schulden
510.443
510.443
510.443
510.443
510.443
510.443
6.934.726
6.784.726
6.634.726
6.484.726
6.334.726
6.184.726
Totaal vaste financieringsmiddelen Vlot t ende passiva
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.724.544
De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk
907.493
- overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
4.302.689
Totaal vlottende passiva
7.445.169
7.295.169
7.145.169
6.995.169
6.845.169
6.695.169
TOTAAL PASSIVA
10.188.338
9.744.935
9.843.469
9.693.469
9.543.469
9.393.469
Begroting 2025 26
EMU-saldo EMU-saldo
* bedragen x 1 € Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
484.426
0
0
0
0
0
2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
249.004
218.666
306.968
221.727
290.459
293.110
3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
0
0
0
4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
0
483.128
613.000
393.000
406.000
133.000
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
0
6a. Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs)
0
0
0
0
0
0
6b. Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
0
0
8a. Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)
0
0
0
0
0
0
8b. Boekwinst op grondverkopen
0
0
0
0
0
0
9. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
733.429
-264.462
-306.032
-171.273
-115.541
160.110
Berekend EMU-saldo
Jaarlijkse arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Deze verplichtingen hebben betrekking op de verlofrechten van onze medewerkers. Mede door ruimere verlofregelingen wordt het steeds lastiger om een gedegen onderscheid te maken tussen het al dan niet bovenmatige deel van de verlofrechten van onze medewerkers. Dit kan gevolgen hebben voor de aard en omvang van de bestemmingsreserve en de twee voorzieningen die de ODZOB hiervoor in het leven heeft geroepen wegens de jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen. Investeringen Investeringen worden ook wel materiële vaste activa of kapitaalgoederen genoemd. Kenmerkend zijn de meerjarige gevolgen. Het aanschaffen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Goederen worden geactiveerd indien ze langere tijd meegaan en gedurende deze periode een bepaalde waarde behouden. De materiële vaste activa worden op de balans verantwoord. De (jaarlijkse) lasten die voortvloeien uit het investeren in materiële vaste activa maken onderdeel uit van het overzicht van baten en lasten; te weten de kapitaallasten. Invest eringen met een economisch nut Type investering
* bedragen x 1€ Kredietaanvraag
2024*
2025
2026
bedrijfsgebouwen
74.128
500.000
200.000
0
0
774.128
machines, apparaten, installaties
32.000
28.000
28.000
36.000
28.000
152.000
inventaris
10.000
15.000
25.000
10.000
15.000
75.000
hardware
367.000
70.000
140.000
360.000
90.000
1.027.000
Tot aal
483.128
613.000
393.000
406.000
133.000
2.028.128
*
2027
2028
Totaal
Het krediet 2024 bet reft deels doorgesc hoven, nog niet benut t e krediet en uit 2023
In bovenstaand overzicht is uitgegaan van het doorschuiven van kredieten uit 2023 naar 2024 (€ 213.713 van in totaal € 483.128). De investeringsbehoefte voor 2025 komt uit op een krediet € 613.000. Deze kredietaanvraag voor 2025 houdt verband met kosten die (kunnen) voortvloeien uit de in 2024 te maken keuze voor de toekomstige huisvesting van de ODZOB.
Begroting 2025 27
Verloop reserves en voorzieningen De ODZOB beschikt naast de algemene reserve over drie bestemmingsreserves en eveneens drie voorzieningen. Het betreft concreet: •
Bestemmingsreserve verlofdagen
•
Bestemmingsreserve Fitte Organisatie
•
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
•
Voorziening spaarverlof
•
Voorziening bovenmatig verlofsaldo
•
Voorziening transitievergoeding
De verwachte, op onderdelen nog indicatieve, ontwikkeling van de reserves en voorzieningen wordt hieronder gepresenteerd. St and van de reserves per 31-12
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve Algemene reserve
1.684.426
1.684.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
Totaal algemene reserves
1.684.426
1.684.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
Bestemmingsreserve verlofdagen
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
51.466
51.466
0
Bestemmingsreserve Fitte Organisatie
215.791
0
0
Totaal bestemmingsreserves
748.798
533.007
481.541
481.541
481.541
481.541
TOTAAL VAN DE RESERVES
2.433.223
2.217.432
2.465.966
2.465.967
2.465.967
2.465.967
2024
2025
2026
2027
Best emmingsreserves
St and en verloop van de reserves
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
2028
Algemene reserve Saldo per 1-1
530.774
1.684.426
1.684.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
bij: Aanvulling tot minimumniveau € 1,2 miljoen
669.226
0
0
0
0
0
bij: Aanvulling tot minimumniveau € 1,5 miljoen
0
0
300.000
0
0
0
484.426
0
0
0
0
0
1.684.426
1.684.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
1.984.426
bij: Resultaat voorgaand boekjaar Saldo per 31-12 Best emmingsreserve verlofdagen Saldo per 1-1
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
bij:
0
0
0
0
0
0
af:
0
0
0
0
0
0
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
Saldo per 31-12
Best emmingsreserve Nazorg Omgevingswet Saldo per 1-1
0
51.466
51.466
0
0
0
bij:
51.466
0
0
0
0
0
af:
0
0
51.466
0
0
0
51.466
51.466
0
0
0
0
Saldo per 31-12
Best emmingsreserve Fit t e Organisat ie Saldo per 1-1
0
215.791
0
0
0
0
bij:
215.791
0
0
0
0
0
af:
0
215.791
0
0
0
0
215.791
0
0
0
0
0
2.433.223
2.217.432
2.465.966
2.465.966
2.465.966
2.465.966
Saldo per 31-12
TOTAAL VAN DE RESERVES
Begroting 2025 28
St and van de voorzieningen per 31-12
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Voorzieningen Spaarverlof
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
Bovenmatig verlofsaldo
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
Transitievergoedingen
77.612
0
0
0
0
0
TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN
309.946
232.334
232.334
232.334
232.334
232.334
St and en verloop van de voorzieningen
* bedragen x 1€ Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Spaarverlof personeel Saldo per 1-1
23.824
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
bij:
19.350
0
0
0
0
0
af:
0
0
0
0
0
0
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
43.174
Saldo per 31-12
Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bovenmat ig verlofsaldo personeel Saldo per 1-1
64.440
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
bij:
124.720
0
0
0
0
0
af:
0
0
0
0
0
0
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
189.160
Saldo per 31-12
Realisatie 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Transit ievergoedingen Saldo per 1-1
0
77.612
0
0
0
0
bij:
77.612
0
0
0
0
0
af:
0
77.612
0
0
0
0
Saldo per 31-12
77.612
0
0
0
0
0
TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN
309.946
232.334
232.334
232.334
232.334
232.334
In de gepresenteerde ontwikkeling van de algemene reserve toont bovenstaand overzicht dat het gehele (verwachte) positieve resultaat over 2023 aan de algemene reserve wordt toegevoegd. Het algemeen bestuur neemt daarover medio 2023 een besluit. Hoewel op dit moment niet duidelijk is wat de verwachtingen zijn over het spaarverlof van het ODZOBpersoneel en van de ontwikkeling in het bovenmatig aandeel binnen het verlofsaldo, ligt het in de lijn der verwachting dat hier de komende jaren mutaties in gaan optreden.