Beantwoording vervolgvragen technische vragen Wij zijn Someren VVD herziening APV horecabedrijven
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen Fractie
WijZijnSomeren/VVD
Portefeuillehouder
P.J.M.G. Blanksma
Onderwerp
Vervolgvraag begrip 'horecabedrijf' en 'openbare inrichting'
Zaaknummer
200743023
Datum vraag
5 juni 2025
Datum antwoord
12 juni 2025
Soort vraag
Technische vraag
Toelichting
Raadsvoorstel Herzien Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Someren 2018 200729683
1. Vraag/vragen In de lijst staat dat de wijzigingen in artikel 2:28 en 2:29 zijn geïnitieerd in kader van de omgevingswet. Er lijkt nu iets mis te gaan bij artikel 2:29. Dit komt doordat men het begrip ‘horecabedrijf’ is gaan uitwisselen met ‘openbare inrichting’. In de huidige APV staat het volgende: In artikel 2:27 wordt gedefinieerd wat een openbare inrichting is:
Dus hotels, pensions en groepsaccommodaties zijn als geheel openbare inrichtingen. In de huidige APV wordt in artikel 2:29 m.b.t. sluitingstijden gesproken over een horecabedrijf:
Beantwoording raadsvragen
In het voorstel met de aangepaste APV wordt in artikel 2:29 bij lid 1 tot en met 6 nu in plaats van een horecabedrijf gesproken over openbare inrichtingen,
Het lijkt er op dat het gevolg is dat Hotels , pension en groepsaccommodaties nu ook onder deze sluitingstijden vallen. Omdat we de sluitingstijden niet alleen voor de Horeca hanteren maar voor alle openbare inrichtingen. Het zal toch niet de bedoeling zijn dat deze bedrijven snachts hun gasten op straat moeten gaan zetten. Graag verduidelijking over deze aanpassing in de tekst.
Beantwoording raadsvragen 1. Antwoord In de modelverordening van de VNG wordt de term ‘openbare inrichting’ gebruikt omdat die meer dan enkel de term ‘horecabedrijf’ omvat. De term ‘horecabedrijf’ komt voort uit de Alcoholwet en sluit niet naadloos aan bij de reikwijdte van wat een gemeente in een APV kan en mag regelen in artikelen 2:27 en 2:29. Het grote verschil zit in het wel of niet schenken van alcohol. Er is voor gekozen om de APV van de gemeente Someren weer aan te laten sluiten bij de modelverordening. Dit maakt toekomstige wijzigingen makkelijker te verwerken. De definitiewijziging is enkel van juridische aard en maakt voor de praktijksituatie niets uit. Er is ook niet beoogd om een inhoudelijke wijziging door te voeren. In het verleden moest een hotel, een pensioen of een groepsaccommodatie volgens de term ‘horecabedrijf’ de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, staken tijdens de sluitingstijden van een horecabedrijf volgens artikel 2:29 APV. Bijvoorbeeld, een hotel heeft een bar/lounge-gedeelte die voor iedereen toegankelijk is, zowel hotelgasten als bezoekers. Die ruimte dient zich aan de sluitingstijden te houden van artikel 2:29 APV. Als de ruimte sluit dan is het publiek toegankelijke gedeelte waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken voor directe consumptie gesloten.
De bezoekers gaan naar huis en de gasten naar de geboekte hotelkamer. 2. Vervolgvragen Woensdag kregen we net voor de commisievergadering antwoord op onze vraag aangaande de APV. We hebben het antwoord bekeken en komen tot de conclusie dat het hierdoor niet duidelijker wordt. Er wordt aangegeven dat het alleen om een juridische wijziging gaat, maar vervolgens moet men uitleggen hoe het bedoeld is, en dat laatste komt niet in de APV. Wij zijn van mening dat de APV geen reden tot discussie mag vormen aangaande de regels. Daarom moet wat ons betreft e.e.a. nogmaals goed bekeken worden. In artikel 2:27 wordt uitgelegd wat de gemeente Someren onder een openbare inrichting verstaat:
Dus de openbare inrichting betreft de volledige inrichting. Dus het gehele hotel, het gehele vakantiepark, de gehele groepsaccommodatie, de gehele arbeidsmigrantenhuisvesting en de volledige TGO.
Beantwoording raadsvragen Het betreft niet een gehele arbeidsmigrantenhuisvesting of een volledige TGO. Die vallen niet onder de definitie ‘openbare inrichting’. Daarnaast geeft de VNG zelf aan dat de sluitingsbepalingen van artikel 2:29 de gedeelten van de inrichting betreffen waarin de eigenlijke horecawerkzaamheden worden uitgeoefend: een op het trottoir gesitueerd terras behoort wel tot de inrichting, de zich boven de inrichting bevindende woning van de exploitant niet (BRON: VNG ‘Toelichting op de Model-APV’). In artikel 2:29 wordt bepaald wanneer deze openbare inrichting te zijn gesloten. En wanneer het verboden is om gasten in de openbare inrichting te laten verblijven.
Noch in artikel 2:27 of in artikel 2:29 wordt ingezoomd op dat gedeelte van de inrichting welke gereguleerd is onder de Alcoholwet. Dus de volledige openbare inrichting dient in zijn geheel te worden gesloten en bezoekers zijn in dat tijdvak verboden. Zie vorige antwoord. Wij lezen dat het de bedoeling is een inhoudelijke wijziging door te voeren. Maar in tegenstelling tot wat in de beantwoording van onze vragen raadsvragen door de afdeling wordt gesteld, maakt deze juridische tekstwijziging in de praktijksituatie wel een groot verschil. Er wordt geen inhoudelijke wijziging doorgevoerd. In de bestaande APV had de sluitingstijd alleen betrekking op het ‘horecabedrijf’ gedeelte van de inrichting. Door in artikel 2:29 het begrip ‘horecabedrijf’ te wijzigen in ‘openbare inrichting’ heeft de sluitingstijd nu betrekking op de volledige inrichting. Dus de reikwijdte van hetgeen dat onder artikel 2:29 / de sluitingstijd valt is compleet veranderd. Dit is niet het geval. Zie vorige antwoorden.
De verwarring wordt vergroot door het voorbeeld in de beantwoording van de raadsvragen: “In het verleden moest een hotel, een pensioen of een groepsaccommodatie volgens de term ‘horecabedrijf’ de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, staken tijdens de sluitingstijden van een horecabedrijf volgens artikel 2:29 APV.
Beantwoording raadsvragen Ofwel conform de huidige formulering van artikel 2:29 dient het ‘horecabedrijf’ gedeelte van de inrichting te worden gesloten. Dit voorbeeld beschrijft de huidige situatie. Daar is geen discussie over. Maar nu wordt door de begripswijziging in 2:29 de gehele inrichting gesloten. Door toe te lichten dat je het eigenlijk anders bedoelt dan is opgeschreven, veranderd de rechtskracht van de nieuwe APV niet. De gemeente moet de APV onverkort toepassen en de inrichtingen moeten hieraan voldoen. Zie vorige antwoorden. Er wordt geen inhoudelijke wijziging doorgevoerd. Volgens de voorgestelde formulering heeft de sluitingstijd geen directe relatie meer met het schenken van alcohol. Artikel 2:27 stel glashelder dat alleen het bedrijfsmatig verstrekken van logies op zichzelf je een openbare inrichting maakt waar de sluitingstijden van artikel 2:29 op van toepassing zijn. De voorgestelde APV tekst introduceert dus ook sluitingstijden (en verbod op aanwezigheid van gasten) in de vakantieparken, de asielopvang en de arbeidsmigrantenhuisvesting. Zie vorige antwoorden. Er worden geen nieuwe sluitingstijden dan wel een verbod op de aanwezigheid opgelegd bij vakantieparken, asielopvang en arbeidsmigrantenhuisvesting.
Samenvattend: door in artikel 2:29 het begrip ‘horecabedrijf’ te wijzigen in ‘openbare inrichting’ creëren we in Someren een situatie die (wellicht onbedoeld door het volgen van de model APV-verordening) niet gewenst is. Het is een definitiewijziging die inhoudelijk geen wijziging teweegbrengt. Het is één-op-één overgenomen van het VNG-model dat juridisch geborgd is. Aanvullend is afgestemd met APV-experts van gemeente Helmond dat de voorgestelde definities juist zijn. In omliggende gemeenten met een actuele APV worden ook deze definities gehanteerd. Graag zien wij dit aangepast, zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan. Dit kan door een ambtelijke wijziging voor de raadsvergadering, of wij gaan het amenderen. Het ambtelijk advies is om de terminologie van de VNG over te nemen. Een andere vorm is mogelijk juridisch niet borgend. 2. Antwoord Het antwoord is hierboven in blauw weergegeven.