CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording raadsvragen raadsenquête Someren

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Behandelen Eindrapport enquêtecommissie: Lage Akkerweg hoog opgelopen3.032 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraagnummer

Indiener – Fractie

Paginanummer rapportage

1

CDA

Pag. 4/54

Vraag

Antwoord

Rapportage We lezen dat er in het college geen afspraken gemaakt zijn over projectwethouderschap voor het Bedrijventerrein Lage Akkerweg en dat er daardoor onduidelijkheid ontstaan is over de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het project. a. Kan de commissie verduidelijken waarom er onduidelijkheid ontstaat als er geen afspraken gemaakt zijn over het projectwethouderschap? b. Wat zijn de verantwoordelijkheden en waar zijn die belegd bij afwezigheid van die afspraken?

2

CDA

Pag. 10/54

We lezen dat zowel de medewerker ruimtelijke ontwikkeling als de projectleider bevestigen dat de grondprijs uit 2022 gehanteerd kan worden

1

a. Zoals beschreven in alinea 2 van pagina 16 van het rapport, blijkt uit de gesprekken dat verschillende betrokkenen ervan uitgingen dat wethouder Swinkels bestuurlijk verantwoordelijk was vanuit een rol als projectwethouder. Een besluit hierover is echter nooit genomen door het college. De commissie vindt het een omissie dat het college en de ambtelijke organisatie geen afspraken hebben vastgelegd over hoe zij naar Bedrijventerrein Lage Akkerweg kijken als project. Bijvoorbeeld of het gaat om een grote opdracht die in projectvorm met een bestuurlijke en ambtelijke projectverantwoordelijke wordt uitgevoerd, of om een kleinere opdracht. Hiermee handelt het college niet in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijkbestuurlijke samenwerking. Met de keuze voor een grote opdracht had het college ook expliciet moeten maken of er sprake was van projectwethouderschap. b. De verantwoordelijkheden zijn bij afwezigheid van afspraken belegd bij de verschillende portefeuillehouders. De commissie verwijst naar pagina 19 t/m 22 van het rapport voor een uitgebreide beschrijving over de totstandkoming van de optiebrieven. De commissie verwijst naar pagina 26 van het rapport voor een

(14 maart en 6 april). Dit wordt via mail bevestigd.

3

4

CDA

CDA

Pag. 11/54

Pag. 12/54

Wie had de optiebrieven n.a.v. dit gegeven moeten versturen zodat dit proces voor april 2023 afgerond had kunnen worden? We lezen dat op 23 november 2024 de ondertekening anterieure overeenkomst tussen Nuva Keukens en de gemeente Someren plaatsvindt. Is dit mogelijk een verschrijving en moet deze datum 23 november 2023 zijn? In bijlage 1 staat dit wel op deze manier vermeld. Regel 5 december 2024 Waarom wordt er niet tot aanvullend onderzoek overgegaan en bij wie lag dit besluit?

5

6

CDA

CDA

Pag. 28/54

Pag. 31/54

We lezen dat de commissie constateert dat het college het vier-ogenprincipe in de loop van 2024 sterk heeft afgeschaald omdat enkele wethouders de toegevoegde waarde van het meekijken niet inzagen en de werklast te hoog vonden worden. Welke wethouders zagen de toegevoegde waarde niet en ervoeren een te hoge werklast? We lezen dat na constatering van de hantering van de grondprijs 2022 in plaats van 2024 en het ten onrechte betalen van de notariële overdrachtskosten door de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling deze medewerker dit 2

analyse en beoordeling over het construct van de optiebrief.

De commissie constateert dat hier inderdaad sprake is van een typefout. De datum moet 23 november 2023 zijn.

De commissie verwijst naar alinea 3 op pagina 36 van het rapport voor een beschrijving van het verzoek tot onafhankelijk onderzoek. Een analyse en beoordeling is opgenomen in alinea 2 op pagina 39 van het rapport. De commissie heeft dit vastgesteld op basis van enkele interviews. Wethouder Kusters en Van Doorn zagen de toegevoegde waarde van het meekijken niet in en vonden de werklast te hoog.

a. Uit de gesprekken blijkt dat de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) dit bij wethouder Kusters gemeld heeft, omdat de afwijkingen te maken hadden met grondzaken en dit zijn portefeuille raakte.

meldt bij de projectleider en aan haar teammanager. Een week later meldt zij dit aan wethouder Kusters. a. Heeft de commissie onderzocht waarom dit alleen aan wethouder Kusters wordt gemeld en niet aan wethouder Swinkels?

7

CDA

Pag. 32/54

b. Werd wethouder Kusters als verantwoordelijk wethouder gezien door de organisatie voor de constateringen van de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken)? We lezen dat het collegevoorstel tussen 9 oktober en 30 oktober op verschillende punten is aangepast. a. Wie heeft het collegevoorstel in deze periode aangepast? b. En wie gaf daar opdracht toe? c. Is het gebruikelijk dat een collegevoorstel wordt aangepast zonder dat dit met portefeuillehouders wordt besproken?

3

b. De commissie stelt niet dat wethouder Kusters door de hele organisatie als verantwoordelijk werd gezien voor de constateringen van de medewerker. Wel vond de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) wethouder Kusters de juiste wethouder om dit signaal in eerste instantie aan over te brengen.

a. Het aanpassen van het collegevoorstel is een intern ambtelijk proces geweest. b. De commissie heeft geen duidelijk opdrachtgeverschap geconstateerd voor het aanpassen van het collegevoorstel. c. De commissie heeft geen onderzoek gedaan naar of het gebruikelijk is dat een collegevoorstel wordt aangepast zonder dat dit met portefeuillehouders wordt besproken. De commissie vindt het een omissie dat de meest betrokken wethouders, Swinkels en Kusters, hier niet bij worden betrokken, dan wel tussendoor op de hoogte worden gesteld hoe het uitzoekwerk verloopt. Dat wordt verder toegelicht in alinea 4 op pagina 39 van het rapport.

8

CDA

Pag. 38/54

We lezen dat de commissie de indruk heeft dat het zaadje eerder was geplant. Kan de commissie dit verduidelijken? Hoe en waar en door wie is dat gebeurd en wat heeft dat aantoonbaar voor gevolgen gehad?

9

10

11

CDA

CDA

CDA

Pag. 38/54

Pag. 40/54

Pag. 40/54

We lezen dat “in ieder geval wethouder Kusters” wist dat er een afwijkende grondprijs was gehanteerd. Blijkt ergens dat hiervan ook andere wethouders op de hoogte waren? Zo ja welke en waar blijkt dat uit? Zo nee waarom staat hier dan “in ieder geval”? We lezen dat de gemeentesecretarissen grip proberen te houden op de samenwerking tussen wethouder Swinkels en de ambtenaren. Er worden maatregelen genomen die betrekking hebben op de informatievoorziening richting wethouder Swinkels. Waarom worden er maatregelen genomen die betrekking hebben op de informatievoorziening van wethouder Swinkels en waarom worden deze niet bij ander collegeleden genomen? We lezen dat de commissie op basis van de gesprekken vast stelt dat de druk die ambtenaren zouden ervaren van wethouder Swinkels geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was.

4

Zoals in de opvolgende zin genoemd, constateert de commissie dat er los van het dossier Lage Akkerweg geen goede sfeer was in het college. Hier baseert de commissie de uitspraak op dat het zaadje al eerder was geplant. Er is geen verder onderzoek gedaan naar hoe, waar en door wie deze sfeer was veroorzaakt en welke aantoonbare gevolgen dit heeft gehad. Uit de documentatie blijkt dat wethouder Kusters op de hoogte was van de afwijkende grondprijs. De commissie heeft verder niet met zekerheid vast kunnen stellen of er nog andere collegeleden hiervan op de hoogte waren. Daarom is er gekozen voor de aanduiding “in ieder geval”. Waarom er maatregelen genomen worden die betrekking hebben op wethouder Swinkels wordt beschreven in de laatste alinea op pagina 39 en de eerste alinea op pagina 40. De commissie heeft niet geconstateerd dat de ambtelijke organisatie aanleiding zag om ook maatregelen te nemen die betrekking hadden op andere collegeleden.

De commissie heeft niet specifiek onderzocht of onbehoorlijke en oneigenlijke druk door de waarnemend collegesecretaris is uitgeoefend op de heer Swinkels. Wel constateert de commissie dat wethouder Swinkels niet de informatie kreeg waar hij wel recht op had. Ook constateert de commissie dat

12

CDA

Pag. 40/54

Heeft de commissie onderzocht of omgekeerd onbehoorlijke en oneigenlijke druk door de waarnemend collegesecretaris is uitgeoefend op de heer Swinkels? Graag motiveren waarom wel of niet onderzocht en waarom daar al of geen sprake van was. We lezen dat de commissie op basis van de gesprekken vast stelt dat de druk die ambtenaren zouden ervaren van wethouder Swinkels geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was. a. Heeft de commissie onderzocht in welke periode er bestuurlijke druk zou zijn ervaren? b. Werd de bestuurlijke druk ervaren op de afdeling ruimtelijke ontwikkeling economie of grondzaken (of RO)?

13

CDA

Pag. 40/54

c. Was de omissie (het ontbreken van een collegebesluit voor de verkoop van de percelen) iets dat door de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling (economie) of door de afdeling Grondzaken opgepakt zou moeten worden? We lezen “Het college had haar niet in deze positie moeten brengen.” a. Waaruit blijkt dat het college haar in deze positie gebracht had?

5

een ongelijke informatiepositie ontstond ten opzichte van de andere collegeleden die wel informatie konden krijgen van betrokken ambtenaren.

a. De commissie heeft de bestuurlijke druk onderzocht in relatie tot het dossier Lage Akkerweg voor de volledige onderzoeksperiode van de raadsenquête. b. De commissie heeft vastgesteld dat de druk die ambtenaren zouden hebben ervaren van wethouder Swinkels, geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was. De commissie heeft niet verder onderzocht op welke afdelingen bestuurlijke druk ervaren werd. c. De commissie heeft geen afspraken gevonden over waar de verantwoordelijkheid lag, voor het oppakken van het ontbreken van een collegebesluit voor de verkoop van de percelen. Hoe dit in de praktijk is verlopen wordt beschreven op pagina 31 en 32 van het rapport. a. Het college wijst de secretaris aan (artikel 102 van de Gemeentewet). b. De commissie heeft hier geen onderzoek naar gedaan en kan daarom ook geen uitspraak doen over of dit in de rede had gelegen.

b. Heeft de commissie onderzocht of betreffende ambtenaar deze spagaat bespreekbaar gemaakt heeft? Had dit volgens de commissie in de rede gelegen?

14

CDA

Pag. 42/54

c. Heeft de commissie onderzoek gedaan naar het proces waarlangs gekomen is tot invulling van de rol van gemeentesecretaris na het vertrek daarvan in augustus ’24? Zo ja kan daarvan een beschrijving gegeven worden? Zo nee, waarom niet? We lezen dat de commissie stelt dat het achteraf bezien misschien beter was geweest wat meer tijd te kopen en het debat in de raad te voeren op basis van meer informatie, zoals het rapport van de heer De Kroon. a. Waarom kiest de commissie hier voor het woord “misschien”? b. Is de commissie er niet zeker van dat het debat in de raad op basis van meer informatie plaats had moeten vinden? c. Bestond er volgens de commissie, met alles wat in dit rapport uitgezocht is, een mogelijkheid voor een goed debat? d. Hoe ziet de commissie de (informatie)positie van wethouder

6

c. De commissie heeft hier geen onderzoek naar gedaan. Dit viel buiten de scope van het onderzoek, wat gericht was op het dossier Bedrijventerrein Lage Akkerweg.

a. De commissie kiest hier voor het woord ‘misschien’ omdat het hier gaat om een redenering achteraf. Met de kennis van nu over de inhoud van het rapport van de heer de Kroon is het makkelijker redeneren dan zonder deze kennis in december 2024. b. De commissie is hier niet zeker van, omdat het ook hier gaat om een redenering achteraf met de kennis van nu. c. De commissie is van mening dat het rapport van de heer de Kroon meer informatie bevatte dan tot dan toe bekend was. Dat had bij kunnen dragen aan een beter debat. d. De commissie concludeert dat wethouder Swinkels niet de informatie kreeg waar hij wel recht op had.

15

16

17

18

CDA

CDA

CDA

CDA

Pag. 46/54

Pag. 46/54

Pag. 47/54

Pag. 47/54

Swinkels om deel te nemen aan het debat in de raad? Eerste alinea Waarom wordt de melding voor het doen van een onderzoek nadat deze gevoegd werd bij het lopende onderzoek niet officieel afgehecht met de heer Swinkels? Wat betekent “afhechten” in dit verband? We lezen dat het college weliswaar besluit een ambtelijk projectteam te vormen maar dat dit ambtelijk niet wordt uitgevoerd. Wie was belast met en verantwoordelijk voor het vormen van een ambtelijke projectteam? We lezen dat de commissie concludeert dat de waarnemend gemeentesecretaris in het proces tussen het college en de ambtelijke organisatie in een onmogelijke spagaat kwam als enerzijds secretaris van het college en anderzijds als domeinmanager en leidinggevende van de meest betrokken ambtenaren. Waarom koos de organisatie voor een domeinmanager als waarnemend gemeentesecretaris gezien de dubbelrol in het proces tussen de rol van secretaris in het college en domeinmanager/leidinggevende binnen de ambtelijke organisatie? We lezen een alinea over de brief van de OR aan wethouder Van Doorn als portefeuillehouder P&O. In bijlage 1 lezen we dat deze in CC aan de waarnemend gemeentesecretaris gestuurd is. 7

Met afhechten bedoelt de commissie een formele reactie richting wethouder Swinkels over hoe er opvolging is gegeven aan de melding . Waarom deze afhechting niet plaatsvond is voor de commissie niet duidelijk geworden. Zoals beschreven in bijlage 3, specifiek ‘Regels, procedures en afspraken binnen de gemeente, het college, de ambtelijke organisatie’ is het management verantwoordelijk voor opdrachten aan de organisatie. Het management bewaakt de afspraken die in het college gemaakt zijn. De commissie verwijst naar het antwoord op vraag 13.

De WOR-bestuurder was ten tijde van de brief de waarnemend gemeentesecretaris/secretaris van het college. De waarnemend gemeentesecretaris/

19

20

CDA

CDA

Pag 4, 29, 47, 50/54

Pag. 50/54

Wie is de WOR-bestuurder aan welke deze brief gericht had moeten zijn volgens de commissie? Welke functies had deze WOR-bestuurder nog meer? We lezen dat interne controlemechanismen gefaald hebben. Betreffen bedoelde controlemechanismen Grondzaken, Ruimtelijke Ordening of Economie? We lezen dat bij de behandeling van de brief van de OR rolvervaging ontstaat bij zowel de OR als wethouder Van Doorn. a. Kan de commissie nader duiden waaruit de rolvervaging bij de OR danwel wethouder Van Doorn bestaat en wat daarin fout gegaan is? b. Is er sprake van rolvervaging bij de WORbestuurder geweest?

secretaris van het college was daarnaast ook de domeinmanager Ruimte. De commissie verwijst naar de controlemechanismen binnen de volledige ambtelijke organisatie. Het gaat niet specifiek over één organisatieonderdeel. Controlemechanismen zijn ook buiten de lijn belegd (zoals financiën, concerncontrol). a. De commissie verwijst naar de laatste alinea van pagina 40 van het rapport. In de eerste plaats dient de OR een dergelijke brief te richten aan de WOR-bestuurder, in dit geval de waarnemend gemeentesecretaris/ secretaris van het college. Gezien de inhoud van de brief zou zij dan de portefeuillehouder P&O en het college kunnen informeren. In de tweede plaats ontstaat de rolvervaging bij de portefeuillehouder zelf. Hij stuurt als reactie uiteindelijk een brief naar het presidium voor een eventuele bespreking in de raad. Hij vraagt hierin aan de raad om over de kwestie mee te denken. Volgens de commissie is dit niet de rol van de raad noch de taak van de wethouder om deze brief naar het presidium te sturen. Wethouder Van Doorn had eerst met de WOR-bestuurder en de OR in overleg moeten gaan. Daarna had de raad eventueel kunnen worden geïnformeerd. b. De commissie constateert geen rolvervaging bij de WOR-bestuurder.

8

21

22

23

CDA

CDA

CDA

Pag. 30/50

Pag. 42/50

Pag. 43/50

Feitenrelaas Mailwisseling tussen directieteam en wethouder Swinkels. We lezen dat uit de mail blijkt dat “verschillende” medewerkers vragen hebben ontvangen van wethouder Swinkels. In de regel daarboven echter staat dat die mail door wethouder Swinkels enkel aan de projectleider en een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) gestuurd is. Dat zijn twee medewerkers.

De aanduiding “verschillende” is overgenomen uit de mail van het directieteam aan wethouder Swinkels. De directe relatie tussen de mail van wethouder Swinkels aan de projectleider en een beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (economie) enerzijds en de mailwisseling het directieteam en wethouder Swinkels anderzijds wordt door de commissie niet gelegd.

Vraag: Zijn dat de twee die hier aangeduid worden met “verschillende”? Of zijn er meer? Zo ja waaruit blijkt dat, welke betreft het en welke afdeling(en) betreft het? We lezen dat de betekenis van de onbehoorlijke en oneigenlijke druk in de bijlage nader toegelicht wordt.

De bijlage is een factsheet van de Universiteit Utrecht over oneigenlijke druk in politiek-ambtelijke omgeving.

Vraag: Kan de commissie aangeven wat in de bijlage hierover gemeld is? We lezen dat Wethouder van Doorn in zijn brief aan burgemeester Blok schrijft dat de relevante feiten al op tafel liggen.

De commissie heeft op dit punt geen verdere duiding verkregen en kan dus geen uitspraak doen of dit klopte.

Vraag: klopte dat? 24

CDA

Pag. 2/2

Bijlage 4 Het lijkt er op dat de lijst op datum gesorteerd zou moeten zijn. De nota Grondbeleid 20232027 staat in dat geval op de verkeerde regel hetgeen enigszins verwarrend is in de tijdslijn.

9

De data kloppen, de volgordelijkheid van de documenten is inderdaad niet chronologisch.

25

VVD

n.v.t.

Uit uw rapport blijkt dat al in het vorige college, dit proces mbt Lage Akkerweg, was opgestart en er al besluiten zijn genomen en mogelijk hadden moeten worden genomen. Het is gebruikelijk dat voor de raad er bij iedere nieuwe periode een overdrachtsdocument wordt opgesteld. Wij zouden ons kunnen voorstellen dat er bij wisseling van portefeuillehouders op de diverse portefeuilles ook met zo’n overdrachtsdocument wordt gewerkt, zodat nieuwe portefeuillehouders weten wat er speelt of aan gaat komen. a. Onze vraag daarbij is of uw commissie dit in het onderzoek heeft meegenomen of hiervan tijdens het onderzoek iets heeft vast kunnen stellen? Als dit niet in uw onderzoek is meegenomen of naar voren is gekomen zal het wellicht lastig zijn om deze vraag te beantwoorden. b. Als uit uw bevindingen blijkt dat dit niet is gebeurd, zou het dan een aanbeveling kunnen zijn om dit in de toekomst ook in te richten zodat alle nieuwe portefeuillehouders vanaf de start goed worden geïnformeerd?

10

a. De commissie heeft tijdens het onderzoek geen overdrachtsdocumenten voor het college aangetroffen. Met de informatieverzoeken heeft de commissie hier ook niet specifiek naar gevraagd. Wel heeft de commissie gevraagd naar ‘alle correspondentie tussen collegeleden, inclusief de gemeentesecretaris of plaatsvervangende gemeentesecretaris’ en om ‘alle correspondentie tussen collegeleden, inclusief de gemeentesecretaris of plaatsvervangende gemeentesecretaris, en de ambtelijke organisatie’ welke direct of indirect te maken had met de verkoop van de gronden op het Bedrijventerrein Lage Akkerweg. De commissie gaat ervan uit dat als er een overdrachtsdocument was geweest, welke betrekking had op de ontwikkeling op het Bedrijventerrein Lage Akkerweg, deze met de commissie gedeeld zou zijn. b. In het verlengde van het antwoord op vraag a is een antwoord op deze vraag niet meer opportuun.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16235502/1