CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden - Vragen CDA Someren nav advies flexibilisering asielketen 4 november 2024

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Flexibilisering asielketen1.906 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen bij de notitie Advies bij voorstel Flexibilisering asielketen •

Kunnen beraadslagingen opnieuw geopend worden? De beraadslagingen kunnen opnieuw geopend worden in een volgende vergadering. Dat is niet verplicht, maar het kan. Als er niemand wil beraadslagen, wordt direct tot herstemming overgegaan.

•

Moet over de vraag of er opnieuw beraadslaagd wordt gestemd worden of worden de beraadslagingen heropend indien één partij daarom vraagt? Beraadslagingen kunnen worden heropend als een raadslid daarom verzoekt. Dit is vergelijkbaar wanneer een raadslid van een hamerstuk een bespreekstuk wil maken. Als de beraadslagingen opnieuw geopend worden kunnen er ook amendementen en subamendementen worden ingediend.

•

De raad stelt ter vergadering de agenda vast. Deze kan ter vergadering gewijzigd worden, n.a.v. een agendaverzoek. Indien er geen overeenstemming is over het al dan niet plaatsen van een onderwerp op de agenda, wordt gewogen gestemd. Indien hierbij de stemmen wederom staken, wat dan? Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de Gemeentewet. Aanvullend ter info: Artikel 32 Gemeentewet, leden 4 en 5: • 4. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. • 5 Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. Als de tweede keer de stemmen andermaal staken over het amendement dan heeft dat tot gevolg dat het amendement niet is aangenomen en daarmee uit beeld is. Daarna wordt het onderliggende voorstel (voor de eerste keer) in stemming gebracht. Staken dan stemmen, dan geldt art 32 lid 4 Gemeentewet en gaat het voorstel naar een volgende vergadering.

Zie Pas op bij het staken van stemmen in de raad (binnenlandsbestuur.nl)

•

De raad hoeft niet in te stemmen met een locatie, maar zorg te dragen voor aanpassing van het ruimtelijk kader als de locatie niet is bestemd voor het huisvesten van asielzoekers. Mag ik hieruit afleiden dat het college de locatie sowieso mag aanbieden aan het COA? Het college mag de locatie aanbieden aan het COA, echter is er door het college voor gekozen om samen op te trekken met de raad. Dit in het kader van transparantie en het belang wat het college hecht aan de mening van de raad op dit onderwerp.

•

Indien dat zo is, is de raad dan verplicht mee te werken aan wijziging van het bestemmingsplan. In artikel 7 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) staat het volgende:

1

1. Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor: a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college.

2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening.”

•

Betekent dit dat indien de raad niet akkoord gaat met de voorgestelde locatie en geen alternatief aandraagt, het college verplicht is alsnog een (de) locatie aan te dragen? Verplichting is juridisch niet afdwingbaar. Het risico bij niet aandragen van een locatie is dat de regie verloren gaat en er mogelijk een aanwijsbesluit volgt door Minister / Staatssecretaris.

T.a.v. de datum 1 november: •

Kan het college van B&W inzicht geven in de bestuurlijke afspraken omtrent het doorgeven van locaties door de CvdK aan de minister? Met de inwerkingtreding van de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (hierna: ’de Spreidingswet’) heeft de wetgever de gemeenten een wettelijke taak gegeven om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken. De Spreidingswet maakt daarmee een einde aan de oude situatie waarin het Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (hierna: ‘het COA’) afhankelijk was van de vrijwillige medewerking van gemeenten. Met de inwerkingtreding van de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (hierna: ’de Spreidingswet’) heeft de wetgever de gemeenten een wettelijke taak gegeven om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken. De wetscyclus is op 31 januari 2024 gestart met de capaciteitsraming van de minister van Justitie en Veiligheid voor het aantal opvangplaatsen dat in het gehele land naar verwachting de komende twee jaren benodigd is. De raming is uitgekomen op in totaal 96.000 opvangplaatsen. Daarnaast voorziet de minister in een raming voor het aantal opvangplaatsen per provincie (de zogenaamde provinciale opvangopgave) en een indicatieve verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente.

Voor de gemeente is van belang dat de provincie Noord-Brabant in totaal 14.689 opvangplaatsen heeft toebedeeld gekregen en de gemeente dient er daarvan 121 ter beschikking te stellen aan het COA. Deze 121 opvangplaatsen zijn momenteel nog indicatief, het is mogelijk om in onderling overleg met de overige Brabantse gemeenten een andere verdeling te maken (daar is in onze regio overigens niet voor gekozen). De provincie is ervoor verantwoordelijk dat aan het einde van de rit alle 14.689 opvangplaatsen zijn ingevuld in de gemeenten.

2

Na de capaciteitsraming is op 1 februari 2024 de overlegfase gestart. Dit overleg wordt gehouden door middel van zogenaamde Provinciale regietafels. Onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koning (hierna: ‘CvdK’) wordt overleg gevoerd tussen de colleges van B&W, gedeputeerde staten en het COA om de indicatieve verdeling in te vullen. Het is mogelijk dat een gemeente meer of juist minder opvangplaatsen invult dan in de verdeling door de minister was opgenomen. De CvdK brengt voor 1 november 2024 aan de minister verslag uit van het overleg. De gedachte van de wetgever was dat gemeenten gedurende de overlegperiode (1 februari – 1 november 2024) ook al zouden starten met handelingen om opvangplaatsen mogelijk te maken. De minister, maar eigenlijk de staatssecretaris, zal vervolgens op basis van de twaalf verslagen van iedere provincie een verdeelbesluit nemen vóór 31 december 2024. Het verdeelbesluit (per provincie) is juridisch bindend. Tegen het verdeelbesluit staan de rechtsmiddelen uit de Algemene wet bestuursrecht open. De opvanglocatie zelf wordt niet vastgesteld in het verdeelbesluit. In het verdeelbesluit wordt per provincie bepaald hoeveel opvangplaatsen er moeten worden gerealiseerd per gemeente.

Als uit het overleg geen overeenstemming is gekomen omdat de gemeente vóór 1 november 2024 geen keuze heeft kunnen maken over het aantal opvangplaatsen dat zij beschikbaar kan stellen zal de minister toch een verdeelbesluit moeten nemen. De minister zal dan dus geen rekening kunnen houden met de ‘wensen’ van de gemeente. Het aantal opvangplaatsen voor de gemeente wordt dan vastgesteld overeenkomstig (i: evenwichtigheid) de ‘SES-WOA-score per gemeente’ van het CBS, (ii: de geschiedenis) de duur en omvang van eerder geboden asielopvang en de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten, (iii) de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit.” •

Welke afspraken zijn hierover tussen de gemeenten/regio’s en de CvdK gemaakt? Na de capaciteitsraming is op 1 februari 2024 de overlegfase gestart. Dit overleg wordt gehouden door middel van zogenaamde Provinciale regietafels. Onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koning (hierna: ‘CvdK’) wordt overleg gevoerd tussen de colleges van B&W, gedeputeerde staten en het COA om de indicatieve verdeling in te vullen. Het is mogelijk dat een gemeente meer of juist minder opvangplaatsen invult dan in de verdeling door de minister was opgenomen. De CvdK brengt voor 1 november 2024 aan de minister verslag uit van het overleg. De gedachte van de wetgever was dat gemeenten gedurende de overlegperiode (1 februari – 1 november 2024) ook al zouden starten met handelingen om opvangplaatsen mogelijk te maken. De data uit de wetscyclus zijn hard. De fases raming, overleg, verdeling en uitvoering volgen elkaar op. Voor de overzichtelijkheid hebben we de data op een rij gezet: o o o o o

Raming: voor 1 februari 2024 Overleg: 1 februari – 1 november 2024 Verdeling: beslistermijn minister 1 nov. – 31 dec. 2024 verdeelbesluit: uiterlijk 31 december 2024 Uitvoering: twee jaar opvang en opvangvoorziening moet vanaf 1 juli 2025 beschikbaar zijn

De termijn van 1 november 2024 is voor de gemeente minder hard dan voor de provincie. De provincie moet het verslag op deze datum uit brengen aan de minister zodat de minister het verdeelbesluit kan gaan nemen. Zoals gezegd neemt de minister het verslag over, maar als het verslag geen blijk geeft van een

3

uitvoerbare en volledige invulling kijkt de minister naar een andere wel haalbare i nvulling. Er kan dus voor worden gekozen om geen verslag in te dienen, maar dan wordt er ook geen rekening gehouden met de wensen van de provincie en de gemeenten.” •

Volgen uit die afspraken verplichtingen voor de raad voort? In artikel 7 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) staat het volgende: 1.

Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor:

a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college.

2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening. •

We begrijpen uit het ED dat de provincie gezegd heeft dat de wet niet overtreden wordt indien niet voor 1 november een locatie wordt aangeboden. We lezen in het advies van de griffie dat de staatssecretaris uiterlijk op 31-12-24 een verdeelbesluit neemt. Als dat zo is, heeft het dan überhaupt zin om na 1 november nog een locatie aan te bieden? Door afstemming aan de regionale regietafel is er een bestuurlijke plicht bij elke Peelgemeente om een locatie aan te wijzen voor 1 nov. Vanuit de PRT willen de Peelgemeentes hier hun verantwoordelijkheid in nemen. Het verdeelbesluit op 3112-2024 neemt risico’s met zich mee omdat je dan mogelijk de regie verliest naarmate gemeenten geen of kleinere locaties aanwijzen.

•

Hoe zit het met datum van 1 juli 2025 in de spreidingswet? De wettelijke taak voor de gemeente ziet op het zorgdragen voor een locatie of voorziening overeenkomstig het verdeelbesluit. De gemeente moet dus enkel een locatie of accommodatie ter beschikking stellen om de toegewezen opvangplaatsen te kunnen realiseren, in beginsel door het COA. Met accommodatie wordt volgens de Memorie van Toelichting gedoeld op (leegstaand) vastgoed (bijv. hotels, vakantieparken) of andere registergoederen (zoals cruiseschepen) en met locaties worden (bij voorkeur bouwrijpe) gronden bedoeld. In artikel 7, eerste lid, onder a, van de Spreidingswet is voor het beschikbaar stellen van de accommodatie of locatie (het kunnen er ook meerdere zijn) een termijn van zes maanden bepaald. Zoals hierboven al gezegd worden de verdeelbesluiten zeer waarschijnlijk kort voor 31 december 2024 genomen. Dat betekent dus dat de locatie zes maanden later aan het COA beschikbaar moet worden gesteld of zoveel later als dat in het verdeelbesluit is opgenomen. Die mogelijkheid biedt de wet ook.

•

Handelt de gemeente in strijd met de wet indien op of voor die datum niet “geleverd” wordt?

4

De data uit de wetscyclus zijn hard. De fases raming, overleg, verdeling en uitvoering volgen elkaar op. Voor de overzichtelijkheid hebben we de data op een rij gezet: o Raming: voor 1 februari, o Overleg: 1 februari – 1 november o Verdeling: beslistermijn minister 1 november – 31 december. o Uiterlijk 31 december verdeelbesluit o Uitvoering: twee jaar opvang en opvangvoorziening moet vanaf 1 juli beschikbaar zijn

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14761565/1