Afhandeling toezegging aan fractie Gemeenschapslijst over 4e vragen RBT 30 januari 2025
Tekst van het document
Afhandeling acties en toezeggingen
Fractie Portefeuillehouder Onderwerp Datum vergadering Datum antwoord
Gemeenschapslijst Koert Kusters RBT Brainport-Oost 30 januari 2025 24 februari 2025
Toezegging Schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording bij agendapunt 4e tijdens de vergadering van de raad op 30 januari 2025. Wethouder Kusters stelt wegens de complexiteit en gezien dat een deel van de vragen betrekking heeft tot de Provincie schriftelijk terug op de vragen binnen de termijn van 10 dagen. Antwoord Schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording bij agendapunt 4 e tijdens de vergadering van de raad op 30 januari 2025. Onze gemeente is samen met de regio bezig in een proces om te komen tot de realisatie van een Regionaal Bedrijventerrein (RBT). Daarover heeft de fractie van de Gemeenschapslijst een aantal vragen. Om te beginnen over de planning van het proces. Deze is inmiddels meer dan een keer aangepast, waarbij een samenwerkingsvehikel nu pas op zijn vroegst in Q2 ter besluitvorming naar de raad toekomt. Eerder was dit nog eind 2024. 1. Wat is de reden dat de stuurgroep haar originele planning niet heeft gehaald? In het proces van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost is afgesproken een onderzoek uit te voeren naar de mogelijke samenwerkingsvormen. De Peel-gemeenten en de gemeente Helmond hebben nog verdere afspraken gemaakt in het gesloten convenant.
In dezelfde periode hebben de samenwerkende gemeenten uit de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven aangegeven interesse te hebben in betrokkenheid bij het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost. Deze gemeenten tekenden op 17 juni 2024 een intentieverklaring hieromtrent. Gezien deze ontwikkelingen zijn er in de periode september-november 2024 gesprekken met zowel de gemeenten uit de Peel-subregio als de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven, met als doel de bereidheid tot deelname of betrokkenheid nader te bespreken. Deze besprekingen gaven wel duidelijkheid over hoe de gemeenten er in staan, maar hebben wel geleid tot vertraging in het proces om te komen tot de mogelijke samenwerkingsvormen.
2. Wat is de reden dat gemeenten pas een samenwerkingsvehikel vaststellen en zo vergaande samenwerking aangaan nádat er een voorkeurslocatie gekozen is binnen wat mogelijk slechts een klein deel van de uiteindelijke deelnemers van de samenwerking is? De Peel-gemeenten en de gemeente Helmond hebben al veel eerder (vanaf 2019) de ambitie uitgesproken gezamenlijk een grootschalig bedrijventerrein te willen ontwikkelen. Dus de bereidheid om dit met alle gemeenten te doen was er al, voordat de locatiestudie in gang werd gezet. Dezelfde gemeenten hebben ook het convenant in 2024 ondertekend. Omdat de gemeente Helmond deel uitmaakt van de subregio Stedelijk Gebied (als het gaat om de programmering van bedrijventerreinen) zijn de gesprekken met de overige gemeenten in deze subregio ook nog gevoerd. 3. Worden in de definitieve samenwerkingsovereenkomst ook zaken als inkomsten uit OZB en de verdeling daarvan definitief vastgelegd tussen alle betrokken partijen? Op dit moment wordt gewerkt aan de juiste samenwerkingsvorm en bijbehorende overeenkomst. De onderwerpen die hierbij betrokken worden, zullen deels nog bepaald moeten worden. OZB is overigens direct gerelateerd aan de gemeente waarbinnen het bedrijf gelegen is. 4.
Is het mogelijk om binnen een regionale samenwerkingsvorm meerdere RBT’s te exploiteren? Vooralsnog wordt uitgegaan van een samenwerkingsvorm die het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost betreft. Vervolgens heeft onze fractie nog enkele vragen over het RBT zelf. Eind 2023 werd benoemd dat de Provincie een locatie voor een RBT wilde van minimaal 150 ha bruto. Inmiddels is de voorkeurslocatie een stuk kleiner geworden. 5. Waarom is de Provincie hiermee akkoord gegaan? De subregionale bedrijventerreinenprogrammering voor De Peel is op 24 februari 2021 bij de extra ontwikkeldag ‘Bedrijventerreinen’ vastgesteld. In hoofdstuk 1.6 op pagina 11 staat de opdracht op hoofdlijnen voor het regionale bedrijventerrein: “Totale initiële omvang van totaal circa 150 ha bruto, voor 50-70 ha uitgeefbare grond (netto) plus eventuele bijkomende functies en ruimte voor uitbreiding op lange termijn.” Zie https://samenwerken.pleio.nl/file/download/4bc45419-fe96-4449-b43c-9938914175b2/ ontwikkeldag-agendapunt-5.pdf. De voorkeurslocatie bestaat uit Lungendonk te Someren en Varenschut te Helmond. Dat vervolgens niet op het volledige in beeld gebracht gebied Wvg gelegd is, is een uitvloeisel van het amendement aangenomen door de raad van de gemeente Someren.
Op basis van de huidige inzichten zullen de netto oppervlaktes van deze deelgebieden Lungendonk en Varenschut 45 respectievelijk 22 hectare zijn. Deze voorziene totale netto oppervlakte valt in de bandbreedte van de genoemde opdracht en worden opgenomen in de uitvoeringsagenda regionaal programma werklocaties ter vaststelling door de 21 MRE-gemeenten, waterschappen en provincie.
2/3
6. Is deze 150 ha bruto bestaand beleid van de Provincie of is dit een bestuurlijk benoemde voorkeur? Zie antwoord bij 5. 7. Lopen er gesprekken met de Provincie concreet over een verbreding van de Kanaaldijk op korte-middellange termijn naar aanleiding van de mogelijke komst van het RBT? Op dit moment worden gewerkt aan de uitwerking van het Verstedelijkingsakkoord SGE 2022 met in dit kader ook de zuidelijke ontsluiting Helmond, de uitbreiding van de spoor capaciteit, het autoluw maken van het centrum (incl. mogelijk afschalen Kasteeltraverse) en de mobiliteitstransitie, waaronder ook deelmobiliteit, flexibel OV en fiets. Op dit moment loopt een onderzoek naar de meest optimale verkeersstructuur, inclusief scenario’s/varianten voor de zuidelijke Ontsluiting. Wat dit betekent voor de N612 (‘Kanaaldijk’) is nog niet concreet uitgewerkt. Over een meerwaarde voor Someren bij de invulling van het RBT werd meerdere malen gesproken in de raad en op informatieve bijeenkomsten. Daarbij werd meermaals zogenoemde ‘’schuifruimte’’ benoemd: bedrijven uit Someren zouden op het RBT plaats kunnen nemen en daarmee ruimte vrijmaken op bedrijventerreinen in onze gemeente. 8.
Wat is de minimale oppervlakte die een bedrijf moet hebben om op het RBT Brainport-Oost plaats te kunnen nemen volgens de huidige plannen? Voorshands wordt uitgegaan van een minimale oppervlakte van 1 ha voor een bedrijfskavel. Dit zal nog definitief gemaakt moeten worden bij de wijziging van het Omgevingsplan en het uitgiftebeleid. 9. Hoeveel bedrijven in Someren hebben we die aan dat minimum voldoen en om hoeveel ha gaat dit in totaal? Een dergelijke lijst wordt binnen Someren op dit moment niet bijgehouden. Maar er zijn meerdere bedrijven in Someren die thans groter zijn dan 1 ha. 10. Is bekend of en zo ja, hoeveel bedrijven in Someren op zoek zijn naar uitbreidingsmogelijkheden op de schaal van een RBT? Nee, dit is nog niet bekend. Er is wel al interesse getoond door diverse bedrijven, waaronder enkele Somerense bedrijven. 11. Zo nee, is het college van plan daarnaar onderzoek te doen voor de definitieve vaststelling van de samenwerkingsovereenkomst? Nee, aangezien het een regionale ontwikkeling betreft, is bij de behoefte aansluiting gezocht bij de provinciale prognoses en vraag-onderzoeken.
3/3