Adviesnota Wijziging Wet Gemeenschappelijke Regeling
Tekst van het document
ADVIESNOTA
Auteur: mr. A.J. van Griethuysen
Dagelijks Bestuur
Team: Staf
Algemeen Bestuur
Volgnr.: Openbaar Openbaar na informeren betrokkenen Niet openbaar Vertrouwelijk
Effect op de begroting:
Ja Nee
Verordening Beleidsregels Besluit van algemene strekking Overige
Onderwerp Aanpassing Wet gemeenschappelijke regelingen en versterking democratische legitimatie Te besluiten om 1.
Een gezamenlijk standpunt in te nemen met betrekking tot artikel 50 lid 4;
2.
Geen invulling te geven aan de via zienswijze geuite behoefte tot mogelijk maken van digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur bij vergaderingen;
3.
De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant aan te passen op basis van de eerder voorgelegde tekst van wijziging. De voorgelegde tekst van wijziging is voor de volledigheid nog als bijlage bijgevoegd. Waarbij artikel 50 lid 4 aangepast zal worden conform besluitvorming lid 1 van deze adviesnota.
Inleiding / Probleemstelling De huidige GR BSOB ging reeds ver in de bevoegdheden van de deelnemers en de invloed op de GR BSOB door de deelnemers. De aanpassing van de Wet GR vult op de meeste punten in relatie tot de GR BSOB wettelijk elementen in die in de GR BSOB reeds waren opgenomen. Als gevolg daarvan heeft de aanpassing van de Wet GR geen invloed op de inhoud van de GR BSOB. Met betrekking tot de aanpassing van de GR BSOB op het vlak van de DVO-dienstverlening (artikel 36a, lid 2 van de GR BSOB) is separaat een besluit genomen. De hieruit
voortgevloeide tekstuele aanpassing in de GR BSOB is in de voorgelegde tekst van wijziging al verwerkt. Voor de volledigheid wordt tevens verwezen naar de aanpassing van de GR BSOB. 1.
Standpunt met betrekking tot artikel 50 lid 4;
Ter zake van de aanpassing van de GR BSOB is conform de voorschriften aan de deelnemers een zienswijze op de aanpassing gevraagd. Voor zover door deelnemers niet is afgezien van het indienen van een zienswijze, of een instemmende zienswijze is ontvangen, is een reactie ontvangen op de aanpassing van artikel 50 lid 4. Huidig artikel Artikel 50: 4.
Ontwerpbegroting
Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassingen op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in het totaal van de bijdragen van de deelnemers.
Voorgestelde wijziging Artikel 50: 4.
Ontwerpbegroting
Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij begrotingswijzigingen waarbij tenminste één deelnemer de bijdrage van die deelnemer (inclusief BTW) meer dan 10% afwijkt.
In onderstaande tabel is per deelnemer (waar van toepassing) de zienswijze met betrekking tot artikel 50 lid 4 opgenomen. Deelnemer
akkoord met het voorstel
huidige artikel handhaven
alternatief (5% zienswijze nog stijging) te ontvangen
(10% stijging) Aa en Maas
X
Asten
X X
Bernheze Boekel
X
Deurne
X
Gemert-Bakel
X X
Laarbeek Maashorst Oss
X X
Door het algemeen bestuur dient een gezamenlijk standpunt ingenomen te worden zodat BSOB deze kan verwerken in de tekst van aangepaste GR.
2
Met betrekking tot het alternatieve voorstel van artikel 50 lid schrijft de betreffende deelnemer het volgende in de zienswijze:
2.
Behoefte tot mogelijk maken van digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur bij vergaderingen;
Daarnaast is er als zienswijze een voorstel ontvangen tot aanvullende aanpassing van de GR BSOB. Die aanvullende aanpassing betreft de behoefte tot mogelijk maken van digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur bij vergadering Het is gewoon en gebruikelijk dat de leden van het algemeen bestuur in persoon c.q. fysiek aanwezig zijn bij vergaderingen. Vergaderingen kunnen alleen plaatsvinden als het quorum als bepaald in artikel 10 van de GR BSOB is behaald. Het benodigde quorum is bereikt als uit de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van de leden aanwezig is. Tijdens de corona-maatregelen was fysiek bijeenkomen niet toegestaan en was ter voorkoming van het vastlopen van bestuurlijke processen en besluitvorming een uitzondering van toepassing op basis van
.
Deze uitzondering maakte het mogelijk de vergadering van het algemeen bestuur rechtsgeldig digitaal te laten plaatsvinden. Deze uitzondering is door het vervallen van de coronamaatregelen niet meer van toepassing sinds 1 juli 2022. Als gevolg van de ervaringen tijdens de periode met corona-maatregelen en beperkingen is de maatschappij substantieel veranderd en zijn digitale contacten en overleggen in Ook voor de vergadering van het algemeen bestuur is behoefte aan de mogelijkheid om indien fysieke aanwezigheid niet mogelijk is, digitaal tegenwoordig te zijn. Dit biedt de leden van het algemeen bestuur ook meer ruimte om toch tegenwoordig te kunnen zijn als bijvoorbeeld andere verplichtingen in combinatie met reizen dat voor fysiek tegenwoordig zijn zouden belemmeren. De tekst van het huidige eerste lid van artikel 10 van de GR BSOB laat nu in ieder geval geen ruimte om in de bovengenoemde behoefte te voorzien. Aan de behoefte kan invulling worden gegeven door aan de bepaling van artikel 10, eerste lid GR BSOB toe te voegen dat tegenwoordig zijn van leden bij de vergadering ook langs digitale weg is toegestaan. De voorkeur blijft bestaan voor fysiek tegenwoordig zijn, met de digitale weg als alternatief. Aan de bestaande tekst van artikel 10, eerste lid van de GR BSOB zou daarvoor het volgende kunnen worden toegevoegd:
3
Het probleem is evenwel dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor de verruiming of digitalisering van het tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur. Althans nog niet. De tijdelijke wetgeving tijdens de coronamaatregelen bestaat niet meer en een andere of aanvullende regeling is er nog niet. Er loopt sinds december 2023 een wetgevingstraject om geheel digitaal vergaderen voor privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, verenigingen, coöperaties en verenigingen van eigenaren, opnieuw mogelijk te maken. Deels fysiek en deel digitaal, als alternatief voor geheel fysiek was al toegestaan voor deze rechtspersonen. Deze aanpassing heeft een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2025. Een gemeenschappelijke regeling als BSOB wordt hierdoor echter niet geraakt als publiekrechtelijk rechtspersoon. Een gemeenschappelijke regeling zou geraakt zijn echter rekenen op een negatief advies van de Raad van State. De Raad van State acht digitaal vergaderen door decentrale overheden enkel aanvaardbaar in noodsituaties en bij zuiver interne aangelegenheden. Hoewel een gemeenschappelijke regeling geen zuivere decentrale overheid is zoals een gemeente en een waterschap wel zijn, wordt een gemeenschappelijke regeling daarmee wel gelijkgesteld.
Door dit grijze gebied zou verondersteld kunnen worden dat er iets meer ruimte bestaat voor een gemeenschappelijke regeling tot het treffen van een afwijkende regeling voor digitaal vergaderen zoals nu voor privaatrechtelijk rechtspersonen al bestaat: geheel fysiek, of deels fysiek en deels digitaal als alternatief. Een dergelijke insteek, rekening houdend met een gebrek aan wettelijke grondslag, heeft een dusdanig experimenteel karakter dat het bij zienswijze ingebrachte een negatief advies dient te krijgen. Door experimenteel vooruit te lopen op een eventuele toekomstige wetswijziging loopt de gemeenschappelijke regeling de kans op achteraf niet rechtsgeldig genomen besluiten. Er kan vooruit worden gelopen op een eventuele wetswijziging door in de tekst van de GR BSOB de mogelijkheid
alvast op te nemen onder de voor-
waarde van het toekomstig ontstaan van een wettelijke grondslag. Artikel 10, lid 1 van de GR BSOB zou dan met deze tekst kunnen worden aangevuld.
Dan is BSOB voorbereid als het wettelijk mogelijk wordt en hoeft dan niet opnieuw het hele traject van de aanpassing van de GR te doorlopen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar gelet op de situatie dat deze zienswijze via het algemeen bestuur tot een aangepaste versie van de voorgestelde tekst van de GR BSOB zou leiden, zal opnieuw het zienswijze-traject doorlopen dienen te worden. De daarmee gepaard gaande tijd zou ertoe leiden dat een nieuwe GR BSOB niet voor de wettelijke datum van 1 juli 2024 kan worden vastgesteld. 4
De combinatie van het vorenstaande met het experimentele karakter leidt tot een negatief advies voor de aanpassing van artikel 10, lid 1 van de GR BSOB. Eerst dan wanneer er een solide grondslag voor de geuite behoefte is zal de aanpassing van de GR worden op dit punt worden gedaan. 3.
De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant aan te passen op basis van de eerder voorgelegde tekst van wijziging.
De voorgelegde tekst van wijziging is voor de volledigheid nog als bijlage bijgevoegd. Artikel 50 lid 4 zal aangepast zal worden conform besluitvorming lid 1 van deze adviesnota.
Beoogd effect Door het vaststellen van de nieuwe GR BSOB voldoet de gemeenschappelijke regeling weer en op tijd aan de wettelijke eisen en wordt invulling gegeven aan de aanpassingen die de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen kent. Argumenten De wijziging van de WGR ligt in lijn met de nieuwe wettelijke kaders vanuit de WGR. Ten aanzien van de zienswijze over digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur bij vergaderingen is een gebrek aan wettelijke grondslag en het experimentele karakter van het treffen van een regeling die de voorbij gaat aan een wettelijke grondslag doorslaggevend voor het advies vooralsnog geen invulling te geven aan de behoefte digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemene bestuur bij vergaderingen toe te staan als alternatief op fysiek tegenwoordig zijn. Kanttekeningen Niet van toepassing.
Niet voldoen aan de wetswijzigingen
binnen de implementatieperiode tot 1 juli 2024 -
raakt de rechtmatigheid van de GR BSOB. De vaststelling van de nieuwe GR BSOB voor 1 juli 2024 neemt dit risico weg. Het geven van invulling aan de behoefte van digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur door aanpassing van artikel 10, eerste lid van de GR BSOB bergt grote risico s in zich op het vlak van de rechtsgeldigheid van (deels) digitaal genomen besluiten. Voorts zal het doorvoeren van de zienswijze in de GR BSOB opnieuw een zienswijze-ronde tot gevolg hebben. De daarmee gepaard gaande tijd zal inhouden dat de vaststelling van de nieuwe GR BSOB niet voor de wettelijke datum van 1 juli 2024 kan plaatsvinden. Communicatie Na besluitvorming zal de nieuwe Wgr gepubliceerd worden op de website(s) en bij het Kennis- en Exploitatiecentrum van Officiële Overheidspublicaties in dit geval (DROP). 5
Vervolg Eerder is het totale traject voorgehouden. Daarvan zijn de volgende stappen/fasen inmiddels gepasseerd. -
De besturen hebben na het verzoek tot zienswijze acht weken de tijd gekregen voor het opstellen en kenbaar maken van de zienswijze. De GR BSOB zal aan de hand van de zienswijze worden aangepast en ter besluitvorming/toestemming verzonden worden aan de deelnemers
-
Akkoord AB 21 december 2023, daarna voorleggen voor zienswijze aan de raden en het bestuur van het waterschap.
De totale trajectplanning is schematisch weergegeven in onderstaand schema.
De planning voor de vervolgstappen voor BSOB en haar deelnemers is als volgt. -
Na vaststelling door het algemeen bestuur wordt bijgaande tekst voorgelegd aan de deelnemers voor definitieve vaststelling van de GR;
-
Toestemming raden en bestuur van het waterschap binnen 13 weken;
-
Besluit in juni 2024 in AB nemen en invoeren per 1 juli 2024 waarmee voldaan wordt aan de wettelijke voorschriften.
Bijlagen: - voorstel nieuwe GR BSOB 2024 - Was wordt lijst GR BSOB 2024 - Bijlage bij advies WGR
6
BESLUIT DAGELIJKS BESTUUR VOORSTEL Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking OostBrabant; gelet op, -
de Wet Gemeenschappelijke Regelingen;
-
de bepalingen in de Gemeenschappelijke Regeling BSOB.
BESLUIT: 1.
Het voorstel Wijziging Wet Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant ter goedkeuring het Algemeen Bestuur aan te bieden.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van BSOB van 18 maart 2024
De voorzitter Dagelijks Bestuur
De secretaris
G.T. Buter
E.M. van der Reijden
7
BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking OostBrabant; gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 18 maart 2024 gelet op, -
de Wet Gemeenschappelijke Regelingen;
-
de bepalingen in de Gemeenschappelijke Regeling BSOB.
BESLUIT: 1.
Een gezamenlijk standpunt in te nemen met betrekking tot artikel 50 lid 4;
2.
Geen invulling te geven aan de via zienswijze geuite behoefte tot mogelijk maken van digitaal tegenwoordig zijn van leden van het algemeen bestuur bij vergaderingen;
3.
De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant aan te passen op basis van de eerder voorgelegde tekst van wijziging. De voorgelegde tekst van wijziging is voor de volledigheid nog als bijlage bijgevoegd. Waarbij artikel 50 lid 4 aangepast zal worden conform besluitvorming lid 1 van deze adviesnota.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van BSOB van 28 maart 2024
De voorzitter Algemeen Bestuur
De secretaris
G.T. Buter
E.M. van der Reijden
8