CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Besluiten over het adviesrecht, participatieverplichting en uitgebreide procedure in het kader van de Omgevingswet

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Besluiten over het adviesrecht, participatieverplichting en procedure in het kader van de omgevingswet2.339 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

Besluiten over het adviesrecht, participatieverplichting en procedure in het kader van de Omgevingswet

Agendapunt: Opsteller:

9 van Mil, Petra

Portefeuillehouder:

D. Blok

Documentnummer:

200250850

Zaaknummer:

0847200224613

Datum:

24 februari 2021

1. Samenvatting voor de burger De Omgevingswet treedt naar alle waarschijnlijk in werking op 1-1-2022. Dit heeft ook gevolgen voor de raad. Voordat de wet in werking treedt dient de raad over onder andere de volgende drie onderdelen een besluit te nemen: -

wanneer zij het adviesrecht van toepassing wil verklaren;

-

wanneer zij een participatieverplichting wil opleggen;

-

wanneer zij de uitgebreide procedure van toepassing wil verklaren;

voor zover het situaties betreft van aanvragen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor het bouwen is.

2. Inleiding Op 8 oktober 2020 is een Raad vraagt Raad bijeenkomst over het onderwerp ‘Adviesrecht van de raad’ georganiseerd, gevolgd door een Raadsinformatiebrief op 3 november 2020. Hierin is aangegeven dat in Q1 van 2021 dit voorstel zou volgen. Dit voorstel is dan ook gebaseerd op de uitkomsten van deze Raad vraagt Raad sessie. Ondanks dat op dit moment het onderwerp ‘Omgevingswet’ en de daarmee samenhangende datum van inwerkingtreding van 1 januari 2022 een heet hangijzer is in politiek Den Haag, moeten we toch verder met de implementatie. Nu afwachten is geen optie, voor het geval dat de inwerkingtreding van de wet wel doorgaat per 2022.

3. Advies 1.

In te stemmen met de lijst van categorieën waarop zowel het advies van de gemeenteraad, als de participatieverplichting als de uitgebreide procedure op van toepassing wordt verklaard;

2.

Het huidige raadsbesluit van 20 maart 2011 ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig’ in te trekken op de datum dat de Omgevingswet in werking treedt;

3.

Dit besluit in werking te laten treden op de datum dat de Omgevingswet in werking treedt;

4.

In te stemmen met een evaluatie 2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet.

4. Beoogd effect Dit raadsvoorstel is een onderdeel van de aspecten die aan de orde komen bij de implementatie van de Omgevingswet. Op basis van de gemaakte keuzes voor het toepassen van het adviesrecht van de raad, de participatieverplichting voor de aanvrager van een vergunning en de situaties waarbij de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard, kunnen de processen onder de Omgevingswet verder worden ingericht.

5. Argumenten 1.1 Lijst van categorieën wanneer het adviesrecht van toepassing is, wanneer de participatieverplichting geldt én wanneer de uitgebreide procedure van toepassing is. Onder de Omgevingswet dient de raad vooraf onderwerpen te benoemen wanneer ze van het adviesrecht gebruik wil maken. Aangezien deze onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn én het daarbij gaat om de uitzondering op de regels, is het voorstel om bij de 3 genoemde categorieën ook altijd de 3 genoemde situaties toe te passen. Wanneer zich één van onderstaande situaties voordoet, is er dus sprake van zowel adviesrecht van de raad, als de verplichting tot participatie voor de aanvrager én is de uitgebreide procedure van toepassing. Lijst van categorieën waarbij de gemeenteraad gebruik wil maken van:

Advies Bevoegdhei d (art 16:15 b Ow) x

Participatie Verplichtin g (art 16.55 lid 7 Ow)

Uitgebreide Procedure (art 16.65 lid 4 Ow)

x

x

•

het (ver)bouwen van een bouwwerk waarbij de toegestane bouwhoogte in strijd is met het omgevingsplan

•

het uitbreiden of oprichten van bebouwing van een horecagelegenheid die valt onder een zware categorie (II: elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die geheel of nagenoeg geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, inrichtingen waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend; seksinrichtingen)

x

x

x

•

Het huisvesten van arbeidsmigranten wanneer dat leidt tot overschrijding van het aantal personen in strijd met het omgevingsplan

x

x

x

Voor de leesbaarheid van dit voorstel, zijn de betreffende artikelen van de Omgevingswet als naslagwerk opgenomen in bijlage 1 bij dit voorstel. 1.2 Wat betekent het adviesrecht voor de raad? Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het omgevingsplan vervangt de huidige bestemmingsplannen. De huidige kaders in de bestemmingplannen blijven van rechtswege van kracht ook na de inwerkingtreding van de 2/6

Omgevingswet, totdat het Omgevingsplan is vastgesteld. In het huidige besluit in het kader van de verklaring van geen bedenkingen staat dat bij ontwikkelingen in strijd met de gemeentelijke structuurvisie ‘Structuurvisie Someren 2028, vastgesteld 24 april 2013’ in ieder geval een aanvraag van een verklaring van geen bedenkingen bij de gemeenteraad is vereist. In het afgelopen jaren is er weinig tot geen gebruik gemaakt van deze procedure. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Het college mag hiervan niet ‘gemotiveerd afwijken’ wat bij een gewoon advies wel kan. Praktisch gezien is dit dus een instemmingsrecht. De raad kan via het bindend advies invloed hebben op ontwikkelingen die afwijken van het omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht (zie artikel 16.15a lid b onder 1 Omgevingswet en tevens opgenomen als bijlage bij dit voorstel). De gemeenteraad moet vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin zij advies wil geven indien er sprake is van afwijking van het omgevingsplan. Omdat de huidige regeling te algemeen van aard is, kunnen we deze regeling niet als basis vertalen naar het nieuwe adviesrecht van de gemeenteraad onder de Omgevingswet.

Daarvoor in de plaats komen de 3 categorieën zoals in argument 1.1 zijn beschreven. Hiermee wordt de positie van de raad in ieder geval verstrekt voor deze aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 1.3 Wat betekent de participatieverplichting? De gemeenteraad kan specifieke gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is (artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet, zie ook hiervoor de bijlage). In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. In de praktijk kan er overlap zijn tussen de lijst van buitenplanse activiteiten waar de gemeenteraad over wil adviseren en buitenplanse activiteiten met verplichte participatie. Maar het zijn strikt genomen twee aparte lijsten, waar -eventueel gecombineerdbesluitvorming over moet plaatsvinden, zoals we ook hier adviseren. Participatie is overigens een belangrijke pijler onder de Omgevingswet en gemeenten moeten daarom voorzien in participatiebeleid. In uw vergadering van 25 februari 2021 is de nota “Burgerparticipatiebeleid gemeente Someren” aan u voorgelegd. Bij een vergunningaanvraag moet de aanvrager aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden.

Als hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken moet hij beschrijven hoe hij dat heeft gedaan, ook moet hij aangeven wat hij heeft gedaan met de resultaten van de participatie. Als de aanvrager niet kan aantonen dat er aan participatie is gedaan, kan de gemeente besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. De gemeente gebruikt de informatie over de participatie van belanghebbenden bij de beoordeling van de aanvraag. Daarna neemt de gemeente binnen de beslistermijn een besluit over de aanvraag en publiceert dat. Belanghebbenden kunnen tegen dat besluit een bezwaarschrift indienen of in beroep gaan. Rechtsbescherming blijft bestaan. Participatie vervangt dat niet. 1.4 Wat zijn de gevolgen van de uitgebreide procedure? Naast het adviesrecht en de participatieverplichting is ook een besluit nodig van de gemeenteraad wanneer zij de uitgebreide procedure van toepassing wil verklaren bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent 2 voorbereidingsprocedures 3/6

namelijk de reguliere voorbereidingsprocedure (titel 4.1 Awb) en de uitgebreide voorbereidingsprocedure (uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb). In de Omgevingswet zal in de meeste gevallen voor de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure moeten worden doorlopen (8 weken). De uitgebreide procedure van 26 weken is de uitzondering. Uitzonderingen op het toepassen van de reguliere procedure staan op diverse plaatsen in de Omgevingswet beschreven en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. In die gevallen wordt de uitgebreide procedure wettelijk voorgeschreven en toegepast. Het bevoegd gezag beslist binnen 26 weken op een aanvraag. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit dat openstaat voor zienswijzen. Nadat het besluit is genomen is er nog beroep bij de Rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State mogelijk. De beslistermijn voor de reguliere procedure is 8 weken. Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig verlengen met 6 weken (artikel 16.64 lid 2 Omgevingswet). Het van toepassing verklaren van het adviesrecht is geen reden voor verlenging.

Op grond van artikel 16.65, vierde lid Ow, kan het bevoegd gezag, zoals het college van B&W, de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit kan alleen indien het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Wij verwachten dat dat in ieder geval is bij de 3 genoemde categorieën zoals beschreven onder argument 1.1. 2.1 Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het huidige besluit in het kader van de verklaring van geen bedenkingen en er komt niet automatisch iets anders voor in de plaats. Onder de huidige wetgeving kan de gemeenteraad beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Op 30 maart 2011 is door de raad een besluit genomen over een lijst van gevallen ten aanzien waarvan een verklaring van geen bedenkingen nodig is. Het huidige raadsbesluit hiertoe (de ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is, 30 maart 2011’) vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeven B&W niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

Gezien het feit dat de raad heeft besloten om in een aantal gevallen wél gebruik te willen maken van het adviesrecht, is dit niet wenselijk. Het is dan ook zaak om het oorspronkelijke besluit in te trekken en er zelf actief een nieuw besluit over te nemen. 2.2 en 3.1 Dit dient gelijktijdig te gebeuren. Op de dag dat de Omgevingswet ingaat, naar verwachting 1 januari 2022, moet het huidige raadsbesluit van 30 maart 2011 ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervallen én gelijktijdig moet dit besluit over het adviesrecht van de raad, de participatieverplichting voor de aanvrager en de situaties voor toepassing van de uitgebreide procedure in werking treden. Omdat de datum op dit moment ter discussie staat, is het op deze wijze geformuleerd. 4.1 Noodzaak tot evalueren. Aangezien we te maken hebben met nieuwe wetgeving is het zinvol om na een periode van 2 jaar te evalueren. Op dat moment hebben we voldoende ervaring opgedaan met het nieuwe systeem om te kunnen bepalen of we de juiste keuzes hebben gemaakt, dan wel strenger of juist minder streng moeten zijn. Tevens is er dan jurisprudentie bekend die uiteindelijk een wet mee inkleurt. 4/6

4.2 Als onderdeel van de evaluatie ieder half jaar informatie verstrekken aan de raad Omdat de bevoegdheid tot het vaststellen van de lijst aan de gemeenteraad is toebedeeld, is het van belang dat de gemeenteraad inzicht houdt in de wijze waarop het college met de lijst omgaat. Het college van B&W dient zorg te dragen dat de informatievoorziening over overwegingen, standpunten en afwegingen over aanvragen van buitenplanse omgevingsactiviteiten transparant en toegankelijk zijn. Het college van B&W stelt voor om zeker in de eerste jaren na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, periodiek aan de gemeenteraad te rapporteren over alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De nadruk ligt vooral op de afwegingen die tot keuzes hebben geleid. Deze moeten transparant en navolgbaar zijn. De commissie Ruimte zal daarom in kennis worden gesteld van de verleende en geweigerde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

6. Kanttekeningen 1.1 Inrichting vergadercyclus Hoe meer de raad gebruik maakt van het adviesrecht hoe meer druk dit geeft op de vergadercyclus van de raad. Dit kan ondervangen worden door de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op de categorieën waar ook het adviesrecht van toepassing wordt verklaard maar dit heeft als nadeel dat dit weer een behoorlijke vertraging in het besluitvormingsproces tot gevolg heeft (8 weken versus 26 weken). Hier dient dus terughoudend mee te worden omgesprongen. Vergunningaanvragen, ook die in strijd zijn met het omgevingsplan, worden na ontvangst gepubliceerd. Daarna vraagt het college van B&W advies aan de gemeenteraad. Op het moment dat de lijst van categorieën waar adviesrecht van de raad voor nodig is, groter wordt zonder de uitgebreide procedure toe te passen, betekent dit dat binnen de periode van 8 weken de aanvraag inhoudelijk getoetst moet zijn, het voorstel voor adviesrecht besloten moet zijn in uw raadsvergadering én de vergunning daadwerkelijk verleend moet zijn. Op het moment dat deze situatie zich voordoet, is een hogere frequentie van de raadsvergaderingen noodzakelijk. 1.2. De aanwijzing van categorieën kan worden gewijzigd door de gemeenteraad Het besluit dat nu genomen wordt, kan te allen tijde worden gewijzigd door een nieuw raadsbesluit.

7. Financiën Aan dit voorstel zitten geen directe financiële gevolgen. Uiteindelijke zullen de gevolgen van het toepassen van een bepaalde procedure verankerd worden in de legesverordening.

8. Communicatie Het besluit wordt bekendgemaakt op de gemeentepagina van ’t Contact, geplaatst op de website en op het intranet.

5/6

9. Uitvoering De uitvoering van dit voorstel is vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dit moment gaan we uit van 1 januari 2022.

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

de burgemeester,

T.M.G. van Leeuwen

D. Blok

Bijlage(n)

O

Concept raadsbesluit, documentnr. Djuma 200251123

X

Presentatie Raad vraagt Raad - 8 oktober 2020, documentnr. Djuma

X

NO

200226307 Raadsinformatiebrief adviesrecht van de Raad, november 2020,

X

documentnr. Djuma 200224614 Bijlage tekstversie artikelen Omgevingswet , documentnr. Djuma

X

200250853

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9890748/2