8f. Vastgesteld bp Nieuwendijk 90-92 - Toelichting bijlage 2 Quick scan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren
1
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren
Status: Concept In opdracht van: Van den Eijnde Vangnetten BV Roy van den Eijnde Nieuwendijk 90-92 5712 EN Someren Contactpersoon: Guido Bosmans, Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk: M. Lomans Rapportage: M. Lomans Projectnr: 2021 Datum: 30-06-2020
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
2
Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling van het onderzoek..............................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ...............................................................................5 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................6 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................7 4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................8 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................8 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 11 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 12 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 13 5.1 Flora .................................................................................................................................... 13 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 13 5.3 Landzoogdieren grondgebonden ......................................................................................... 15 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 16 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................
16 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 17 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 19 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 19 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 20 6.3 Overige provinciale beschermingszones .............................................................................. 20 6.4 Houtopstanden ................................................................................................................... 20 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 21 8. AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 22 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 23 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om de locatie Nieuwendijk 90-92 in Someren- eind te herontwikkelen. Daarvoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Crijns rentmeesters te Someren begeleidt de initiatiefnemer tijdens de te doorlopen ruimtelijke procedure. In het kader van de Wet natuurbescherming daarvoor dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemer opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.
1.2
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap
1.3
Doelstelling van het onderzoek
Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied Nieuwendijk 90-92 ligt ten westen van de kern Someren- eind, gemeente Someren in het buitengebied. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Someren, Sectie R, nummer 793. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. Direct aangrenzend aan de oostzijde bevindt zich de bedrijfsbebouwing van een houthandel, aan de zuidoostzijde ligt de Nieuwendijk en ten (zuid)westen bevinden zich agrarische percelen en het woonhuis met het adres Nieuwendijk nr. 94.
Figuur 1. Globale begrenzing (geel) plangebied Nieuwendijk 90-92 te Someren.
Bron: Google Earth.
Binnen het plangebied is een bedrijf gevestigd dat is gespecialiseerd in vangnetten en vangbeveiliging, doeken en zeilen. De bedrijfsactiviteiten bestaan uit o.a. de verkoop en montage van tuin-, industrie- en sportnetten, wind- en schaduwdoeken en verandazeilen. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning, een kantoorgebouw met bijgebouwen en diverse loodsen voor materiaalopslag, de fabricage van netten/doeken en werkmaterieel. Het terrein aan de Nieuwendijk nr. 90 is tussen de bedrijfsgebouwen geheel verhard met asfalt, beton en betonklinkers. Aan de voorzijde van het kantoorgebouw ligt een kleine siertuin. Er is opgaand groen aanwezig in de vorm van een eik en enkele berken tegen de perceelsgrens aan de oostzijde. Het agrarische perceel in de noordwesthoek bestaat uit een productiegrasland en er ligt smalle stook extensief witbolgrasland ten oosten van de grote loods tegen de oostelijke perceelsgrens. Rond de bedrijfswoning op nr. 92 ligt een siertuin met gazon en omringd met voornamelijk diverse heesters, berken, groepjes coniferen en enkele naaldbomen. Aan de noordzijde van de tuin bevindt zich een kleine paardenweide met een paardenstalletje.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
5 2.2
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling betreft de herbestemming van het bedrijf. Hierbij wordt een oude loods gesaneerd met een oppervlakte van 261m² en een nieuwe loods gerealiseerd met een oppervlakte van 1000 m². De bedrijfswoning op nr. 92 krijgt een eigen woonbestemming. Er wordt geen bestaand groen verwijderd. Het nieuwe plan zal landschappelijk worden ingepast met een aanvulling van de bestaande groenstructuren met inheemse bomen en struikvormers.
Figuur 2. Situatieschets beoogde herontwikkeling Nieuwendijk 90-92 te Someren.
Lomans Ecoworks
Bron: Crijns rentmeesters.
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
6 2.3
Foto- impressie plangebied
Zicht op het plangebied Nieuwendijk 90-92. De bedrijfswoning op nr. 92 en het kantoorgebouw op nr. 90.
Indruk van het terrein, de bedrijfsgebouwen en de strook extensief grasland aan de oostzijde.
De te slopen loods, een kijkje binnen de loods en zicht op de afgedichte golfplaten met vogelschroot.
Indruk van de achtertuin Nieuwendijk 92 en het agrarisch perceel ter plaatse van de beoogde nieuwe loods.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
7
3.
WERKWIJZE
De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling.
Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: NDFF - quickscanhulp.nl 22 juni 2020. NDFF gegevens betreffen indicatieve waarden. Dit betekent dus dat een bepaalde soort die niet vermeld staat in de NDFF- database wel degelijk kan voorkomen ter plaatse van het plangebied. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 24 juni in de voormiddag. Het weer was zonnig met een zwakke zuidoosten wind bij een temperatuur van 24°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
8
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
9 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
10 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
11 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
12
4.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
13
5.
RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1
FLORA
Voorkomen Een groot deel van het plangebied is verhard. Tegen de oostelijke perceelsgrens ligt een smalle strook extensief grasland van het type witbolgrasland met plaatselijk ruigtebegroeiing van grote brandnetel en akkerdistel. Het agrarische perceel in de noordwestzijde bestaat uit een bemest productiegrasland. Aan de randen bloeien tussen het gras wat papaver en kamille. Beschermde plantensoorten zijn niet aanwezig en worden ook niet verwacht gezien de bodemgesteldheid ter plaatse en de ligging van het plangebied in een agrarische omgeving. Volgens bronnen uit het de Nationale Databank Flora en Fauna zijn ook geen beschermde plantensoorten bekend uit de directe omgeving. Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
5.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens enkele vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw, huismus en steenuil. Op een afstand van 15 kilometer van het plangebied zijn waarnemingen bekend van kerkuil. De te slopen loods is opgetrokken uit enkelsteens muren en een golfplaten dak met eterniet dakbeschot aan de onderzijde. De ruimtes onder de golfplaten aan de zijgevels zijn afgedicht met vogelschroot. Op de kopgevel is gedeeltelijk gevelbekleding van stalen damwandplaat bevestigd.
De loods is aan de binnenzijde geïnspecteerd. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen en worden ook niet verwacht gezien het type dak (golfplaten) en de afgedichte ruimtes tussen de golfplaten waardoor vogels geen toegang hebben onder het dak. In de overige bedrijfsgebouwen met golfplaten daken en in het kantoorgebouw met plat dak kunnen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-4 worden uitgesloten. De bedrijfswoning op nr. 92
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
14 met pannendak heeft potenties voor huismussen. Vaste verblijfplaatsen van gierzwaluwen worden niet verwacht. De gierzwaluwen nestelen binnen de bebouwde kom van Someren- eind, niet in het buitengebied. Alle overige bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning op nr. 92 met omliggende tuin blijven in hun huidige vorm gehandhaafd. Categorie 1-4 jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aangetroffen. Volgens gegevens uit het NDFF komt de roek met jaarrond beschermd nest voor binnen een afstand van één kilometer van het plangebied. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer zijn waarnemingen bekend van boomvalk, buizerd, havik, wespendief, sperwer, ransuil en slechtvalk. Genoemde soorten zijn afhankelijk van o.a. hoge boomgroepjes, (vochtig) bos- en heidegebied. Voor sperwer en ransuil die ook wel nestelen in grote tuinen met dicht struweel en naaldbomen ontbreekt eveneens geschikt broedbiotoop. Alle bomen in het plangebied blijven behouden en worden aangevuld met struikvormers en houtsingels. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid.
Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn sporen van uitwerpselen van spreeuwen uit deze categorie aangetroffen tegen de muur van de te slopen loods. De spreeuwen hebben genesteld achter de damwandplaten gevelbekleding aan de kopgevel van de loods. Er zijn geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die in dit geval rechtvaardigen dat de spreeuwennesten beschermd zouden zijn. Voor de spreeuwen zijn voldoende alternatieve nestgelegenheden in de omgeving beschikbaar. In de achtertuin van de bedrijfswoning op nr. 92 zijn spechtengaten in bomen aangetroffen. Zo lang de veiligheid gewaarborgd is blijven de holtebomen behouden. Overige Vogelrichtlijnsoorten Voor soorten uit deze categorie geldt dat de nesten alleen gedurende de broedtijd beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek zijn overige enkele algemene vogelrichtlijnsoorten gespot als merel, vink, houtduif. Verder zijn roodborst, winterkoninkje en heggenmus gehoord in de achtertuin van de bedrijfswoning op nr. 92. Nesten van overige vogelrichtlijnsoorten zijn niet aangetroffen. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen De aanwezigheid van jaarrond beschermde cat.
1-4 nesten in de te slopen loods kan worden uitgesloten door de ongeschikheid van het golfplaten dak en de ontoegankelijkheid voor vogels. Het is niet uit te sluiten dat jaarrond beschermde nesten van huismus aanwezig zijn in de bedrijfswoning op nr. 92. De bedrijfswoning en tuin blijven in de huidige vorm gehandhaafd. Tijdens het veldbezoek is een voormalig spreeuwennest (cat. 5) aangetroffen onder de damwand gevelbekleding aan de voorkant van de te slopen loods. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven voor spreeuwen om te nestelen. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen zijn niet aangetroffen. Voor vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen ontbreekt geschikt broedbiotoop en foerageergebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten waargenomen, vooral aan de westzijde in de groene achtertuin van de bedrijfswoning.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
15 Met de beoogde herontwikkeling zullen groenelementen in de vorm van houtsingels en struikvormers worden toegevoegd. Hierdoor zullen nest- en foerageergelegenheid voor een groot aantal tuin- en struweelvogels worden versterkt. Met betrekking tot de geplande sloop- en bouwwerkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart – half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.
5.3
LANDZOOGDIEREN GRONDGEBONDEN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komt de wezel (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Van de bunzing, hermelijn, steenmarter, eekhoorn, bever en das (§ 3.3 Wnb) zijn waarnemingen bekend op enige afstand van 1-5 kilometer. Wezel en overige kleine marterachtigen (bunzing en hermelijn) De wezel en overige kleine marterachtigen als bunzing en hermelijn verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Verblijfplaatsen van kleine marterachtigen bevinden zich doorgaans niet in bebouwing. Verder ontbreken landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor wezel en overige kleine marterachtigen. Sporen van aanwezigheid van de steenmarter (uitwerpselen, krabsporen of prooiresten) zijn niet aangetroffen in de te slopen loods. Het is niet uit te sluiten dat de eekhoorn de groene tuin achter de bedrijfswoning op nr. 92 benut om te foerageren. Nesten van eekhoorn zijn niet waargenomen.
De aanwezigheid van bever en das kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied binnen het plangebied. Vrijgestelde soorten Voor een aantal algemene zoogdieren, meest uitgesproken cultuurvolgers, geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen uit de Wnb. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen. Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als konijn, haas, egel, mol en enkele algemene muizensoorten. Voor al deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing, d.w.z. dat onnodig doden of verwonden vermeden dient te worden. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal algemene landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
16 5.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens gegevens uit het NDFF komen in de ruime omgeving o.a. de volgende soorten vleermuizen voor: gewone-, ruige- en kleine dwergvleermuis, baard/Brandtsvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis en franjestaart. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen)structuren die mogelijk dienst doen als vaste vlieg- of foerageerroute. Vooral de groene omgeving rond de bedrijfswoning op nr. 92 vormt foerageergebied van redelijke kwaliteit. Boven het productiegrasland zijn de jachtmogelijkheden wat beperkter. Met de beoogde ontwikkeling zullen groenstructuren worden uitgebreid.
De voorkeur gaat uit naar inheemse soorten ter versterking van de biodiversiteit ter plaatse. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee verbeteren. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden, soorten die in gebouwen verblijven en enkele soorten die zowel in bebouwing als in bomen verblijven. Het voorkomen van boombewonende vleermuizen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Er zijn wel spechtengaten aanwezig, echter gezien de boomsoort (berk) en de stamdikte, worden geen vleermuisverblijfplaatsen verwacht. Alle bestaande bomen blijven behouden in het nieuwe plan. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning op nr. 92 met pannendak heeft potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. De te slopen loods is opgetrokken uit enkelsteens muren, een golfplaten dak met eterniet dakbeschot met gaten. De ruimtes onder de golfplaten zijn afgedicht met vogelschroot. Vleermuizen verblijven vrijwel nooit onder golfplaten daken door de sterke temperatuurschommelingen en in dit geval is geen toegang onder het dak mogelijk door de afdichting met vogelschroot.
Onder de delen gevelplaat van stalen damwand worden eveneens geen vleermuisverblijfplaatsen verwacht door het ontbreken van gebufferde plekjes met een stabiel microklimaat. De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen loods kan worden uitgesloten. Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Belangrijke vliegroutes voor vleermuizen ontbreken door de afwezigheid van eenééngesloten lijnvormige (groen)structuren binnen het plangebied. De groene delen van het plangebied vormen geschikt foerageergebied voor vleermuizen. In het nieuwe plan zullen foerageermogelijkheden verbeteren door de versterking van groenstructuren met een houtsingel met inheemse bomen en struiken. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
17 Verblijfplaatsen Vleermuisverblijfplaatsen in bomen kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte vleermuisbomen. Alle bomen blijven behouden in het nieuwe plan. Vleermuisverblijfplaatsen in de te slopen loods kunnen worden uitgesloten door de constructie, de gebruikte materialen en de ontoegankelijkheid voor vleermuizen. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde.
5.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn enkele kleine koolwitjes aangetroffen boven het raaigrasland. Uit bronnenonderzoek blijkt dat geen waarnemingen van een beschermde libellen en dagvlinders binnen één kilometer afstand van het plangebied bekend zijn. Op een afstand van 1-5 kilometer vermeld de NDFF dagvlinders als grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, spiegeldikkopje, grote vos, (§ 3.3 Wnb) en de nachtvlinder teunisbloempijlstaart (§ 3.2 Wnb). Genoemde soorten dagvlinders komen voor in Natura 2000-gebied Weerterbos met gemengde bosrijke biotopen met open, zonnige plekken en waardplanten als kamperfoelie, hennegras en pijpenstrootje. De grote vos is afhankelijk van vrijstaande hoge bomen als iep, zoete kers en wilg en de teunisbloempijlstaart houdt van warme, open plaatsen en bosranden met waardplanten als harig wilgenroosje en teunisbloem. Voor beschermde soorten vlinders ontbreekt leefgebied binnen het plangebied en directe omgeving. Binnen het plangebied worden enkel algemene soorten verwacht in de groene tuin van de bedrijfswoning op nr. 92 als citroenvlinder, dagpauwoog, boomblauwtje en atalanta. Voor libellen ontbreekt geschikt leefgebied en voortplantingswater.
Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn enkele kleine koolwitjes waargenomen en geen libellen. In het plangebied ontbreekt geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
5.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Reptielen en amfibieën Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
18 Binnen één kilometer afstand van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen en amfibieën. Volgens gegevens uit het NDFF komen op een afstand van 1-5 kilometer een aantal soorten beschermde reptielen en amfibieën voor als gladde slang (§ 3.2 Wnb) hazelworm, levendbarende hagedis en alpenwatersalamander (§ 3.2 Wnb), en rugstreeppad, heikikker en poelkikker (§ 3.2 Wnb). Bovengenoemde reptielen en amfibieën vinden leefgebied in Natura 2000-gebieden in de omgeving met bos,- heideterreinen en voortplantingswateren. Binnen de omgeving van het plangebied ontbreekt geschikt landhabitat en voortplantingswater. Het voorkomen van beschermde reptielen en amfibieën kan worden uitgesloten. Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van voortplantingswater en geschikt leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door de gewone pad en bruine kikker als landhabitat. De gewone pad behoort tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
19
6.
RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING
6.1
Natura 2000
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het plangebied ligt binnen een driehoek van Natura 2000-gebieden. Op ca. 6 kilometer ten noordwesten ligt de Strabrechtse heide en Beuven, een bos- en heide gebied met het Beuven als grootste natuurlijke ven van Nederland met bijzondere zachtwaterflora, op ruim 4 kilometer ten zuidoosten bevindt zich hoogveengebied de Groote Peel en op een afstand van 4 kilometer ten zuidwesten ligt Weerter- en Budelerbergen en Ringselven met o.a. bos- heide-, en moerasgebieden met zwakgebufferde vennen.
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd). Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/
Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Stikstofdepositie Gezien de beperkte schaal van de herontwikkeling en de afstand tot de Natura 2000-gebieden worden geen negatieve effecten verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen voor (stikstofgevoelige) habitattypen en leefgebieden van soorten. Met de beoogde sanering en nieuwbouw van de loods, de omzetting naar een eigen woonbestemming zal niet leiden tot een overschrijding van gestelde drempelwaarden voor stikstofdepositie. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de bescheiden omvang van de beoogde ontwikkeling, het effectbereik en afstand t.o.v. Natura 2000-gebieden, zijn negatieve effecten door licht, geluid en trillingen op voorhand uit te sluiten.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
20 6.2
Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebieden die zijn begrensd als Natuurnetwerk Brabant liggen op een afstand van 1,5 kilometer ten (noord) westen van het plangebied. Het betreft NNB/EVZ Zuid-Willemsvaart op de beheertype kaart aangegeven met N04.02 en aanliggende vochtige productiebosjes met beheertype N16.04.
Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant (groen gearceerd). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/
In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt op ruime afstand van de NNB gebieden. De beoogde ontwikkeling zal geen negatief effect hebben op de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ van de omliggende NNB-gebieden.
6.3
Overige provinciale beschermingszones
Het plangebied ligt niet in een overige provinciale beschermingszone.
6.4
Houtopstanden
Het onderdeel houtopstanden is niet aan de orde. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
21
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)
BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Categorie 1-4 jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In de te slopen loods zijn geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen cat. 1-4 aangetroffen en worden niet verwacht door de constructie, de gebruikte materialen en het ontbreken van toegangsmogelijkheden onder het dak. Categorie 5 jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Onder de damwand kopgevelplaat is een spreeuwennest uit deze categorie aangetroffen. Er zijn geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die in dit geval rechtvaardigen dat het spreeuwennest beschermd zou zijn. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven voor spreeuwen om te nestelen. Overige Vogelrichtlijnsoorten Delen van het plangebied vormen geschikt leefgebied voor een aantal algemene vogelsoorten waarvan het nest alleen in de broedtijd is beschermd. Met de beoogde herontwikkeling zullen groenelementen in de vorm van een houtsingel worden toegevoegd. Hierdoor zullen nest- en foerageergelegenheid voor een aantal algemene tuin- en struweelvogels worden versterkt. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn.
Door het ontbreken van aanééngesloten lijnvormige (groen)structuren het plangebied zijn geen vaste vlieg- en foerageerroutes voor vleermuizen aanwezig. Vooral de groene delen van het plangebied vormen foerageergebied van redelijke kwaliteit. Met de beoogde ontwikkeling zal geen belangrijk foerageergebied verloren gaan. Door het ontbreken van geschikte holtebomen en de ongeschiktheid/ontoegankelijkheid van de te slopen loods, kan de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen worden uitgesloten. Met de uitbreiding van opgaande groenstructuren in het nieuwe plan zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen versterkt worden. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals haas, konijn, egel, gewone pad en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.
BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied Gezien de aard en de kleinschaligheid van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen voor (stikstofgevoelige) habitattypen en leefgebieden van soorten worden uitgesloten. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en de omvang, het effectbereik van de werkzaamheden en de afstand tot Natura 2000-gebieden, zijn negatieve effecten op voorhand uit te sluiten.
Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of aangrenzend aan een NNB-gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied.
Houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
22
Eindconclusie: • De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. • Nadere onderzoeken of mogelijke ontheffingsaanvraag zijn niet aan de orde. • De aanbevelingen voor ‘Vogels algemeen’ dienen te worden opgevolgd.
8.
AANBEVELINGEN
Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Voor de in de directe omgeving van het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door de sloopwerkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren, of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen. Landschappelijke inpassing in het nieuwe plan Bij de landschappelijke inpassing wordt bij voorkeur inheems groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar.
Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
23
9.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.
Internetsites • www.brabant.nl • www.someren.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
24
BIJLAGE 1
BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels
steenuil
Athene noctua
Categorie 1
Vogels
gierzwaluw
Apus apus
Categorie 2
Vogels
huismus
Passer domesticus
Categorie 2
Vogels
roek
Corvus frugilegus
Categorie 2
Vogels
grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Categorie 3
Vogels
kerkuil
Tyto alba
Categorie 3
Vogels
oehoe
Bubo bubo
Categorie 3
Vogels
ooievaar
Ciconia ciconia
Categorie 3
Vogels
slechtvalk
Falco peregrinus
Categorie 3
Vogels
boomvalk
Falco subbuteo
Categorie 4
Vogels
buizerd
Buteo buteo
Categorie 4
Vogels
havik
Accipiter gentilis
Categorie 4
Vogels
ransuil
Asio otus
Categorie 4
Vogels
sperwer
Accipiter nisus
Categorie 4
Vogels
wespendief
Pernis apivorus
Categorie 4
Vogels
zwarte wouw
Milvus migrans
Categorie 4
Vogels
blauwe reiger
Ardea cinerea
Categorie 5
Vogels
boerenzwaluw
Hirundo rustica
Categorie 5
Vogels
bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
Categorie 5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
25
Vogels
boomklever
Sitta europaea
Categorie 5
Vogels
boomkruiper
Certhia brachydactyla
Categorie 5
Vogels
bosuil
Strix aluco
Categorie 5
Vogels
brilduiker
Bucephala clangula
Categorie 5
Vogels
draaihals
Jynx torquilla
Categorie 5
Vogels
eidereend
Somateria mollissima
Categorie 5
Vogels
ekster
Pica pica
Categorie 5
Vogels
gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
Categorie 5
Vogels
glanskop
Parus palustris
Categorie 5
Vogels
grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Categorie 5
Vogels
groene specht
Picus viridis
Categorie 5
Vogels
grote bonte specht
Dendrocopos major
Categorie 5
Vogels
hop
Upupa epops
Categorie 5
Vogels
huiszwaluw
Delichon urbicum
Categorie 5
Vogels
ijsvogel
Alcedo atthis
Categorie 5
Vogels
kleine bonte specht
Dendrocopos minor
Categorie 5
Vogels
kleine vliegenvanger
Ficedula parva
Categorie 5
Vogels
koolmees
Parus major
Categorie 5
Vogels
kortsnavelboomkruiper
Certhia familiaris macrodactyla Categorie 5
Vogels
oeverzwaluw
Riparia riparia
Categorie 5
Vogels
pimpelmees
Parus caeruleus
Categorie 5
Vogels
raaf
Corvus corax
Categorie 5
Vogels
ruigpootuil
Aegolius funereus
Categorie 5
Vogels
spreeuw
Sturnus vulgaris
Categorie 5
Vogels
tapuit
Oenanthe oenanthe
Categorie 5
Vogels
torenvalk
Falco tinnunculus
Categorie 5
Vogels
zeearend
Haliaeetus albicilla
Categorie 5
Vogels
zwarte kraai
Corvus corone
Categorie 5
Vogels
zwarte mees
Periparus ater
Categorie 5
Vogels
zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros
Categorie 5
Vogels
zwarte specht
Dryocopus martius
Categorie 5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
26
BIJLAGE 2
BESCHERMDE SOORTEN HABITATRICHTLIJN
(NIET VOGELS) Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten bedoeld in art. 3.5 van de Wnb. Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Sporenplantenbladmossen
geel schorpioenmos
Hamatocaulis vernicosus
Bern I
Sporenplantenbladmossen
tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
Bern I
Sporenplanten-varens
kleine vlotvaren
Salvinia natans
Bern I
Zaadplanten
liggende raket
Sisymbrium supinum
Bern I
Zaadplanten
drijvende waterweegbree
Luronium natans
Bern I, HR IV
Zaadplanten
groenknolorchis
Liparis loeselii
Bern I, HR IV
Zaadplanten
kruipend moerasscherm
Apium repens
Bern I, HR IV
Zaadplanten
zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Bern I, HR IV
Insecten-dagvlinders
moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia ssp. aurinia
Bern II
Insecten-haften
oeveraas
Palingenia longicauda
Bern II
Insecten-libellen
mercuurwaterjuffer
Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale
Bern II
Zoogdierenzeezoogdieren
walrus
Odobenus rosmarus ssp. rosmarus
Bern II
Reptielen
dikkopschildpad
Caretta caretta
Bern II, Bon I, HR IV
Reptielen
kemp's zeeschildpad
Lepidochelys kempii
Bern II, Bon I, HR IV
Reptielen
lederschildpad
Dermochelys coriacea
Bern II, Bon I, HR IV
Reptielen
soepschildpad
Chelonia mydas
Bern II, Bon I, HR IV
Zoogdierenzeezoogdieren
bultrug
Megaptera novaeangliae
Bern II, Bon I, HR IV
Zoogdierenzeezoogdieren
gewone vinvis
Balaenoptera physalus
Bern II, Bon I, HR IV
Amfibiëen
boomkikker
Hyla arborea ssp. arborea
Bern II, HR IV
Amfibiëen
geelbuikvuurpad
Bombina variegata ssp. variegata
Bern II, HR IV
Amfibiëen
heikikker
Rana arvalis ssp. arvalis
Bern II, HR IV
Amfibiëen
kamsalamander
Triturus cristatus
Bern II, HR IV
Amfibiëen
knoflookpad
Pelobates fuscus ssp. fuscus
Bern II, HR IV
Amfibiëen
rugstreeppad
Bufo calamita
Bern II, HR IV
Amfibiëen
vroedmeesterpad
Alytes obstetricans ssp. obstetricans
Bern II, HR IV
Insecten-dagvlinders
apollovlinder
Parnassius apollo
Bern II, HR IV
Insecten-dagvlinders
boszandoog
Lopinga achine
Bern II, HR IV
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Nieuwendijk 90-92 te Someren.
27
Insecten-dagvlinders
donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Bern II, HR IV
Insecten-dagvlinders
grote vuurvlinder
Lycaena dispar ssp. batava
Bern II, HR IV
Insecten-dagvlinders
pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Bern II, HR IV
Insecten-dagvlinders