8d Nota van zienswijzen - Bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 3
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied – Deelgebied 3
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied - Deelgebied 3
Titel:
Nota van zienswijzen
Datum:
04-2021
Zaaknummer: 200270106
Inhoud 1.
Overzicht van de gevolgde procedure ............................................................................ 2
1.1
Object van zienswijzen ........................................................................................... 2
1.2
Subject van zienswijzen.......................................................................................... 2
1.3
Procedure ............................................................................................................. 2
1.4
Ingekomen reacties ............................................................................................... 2
2.
Beantwoording zienswijzen .......................................................................................... 4
Schriftelijke zienswijzen .................................................................................................... 4 2.1
Appellant 1 – Peelweg 1 ......................................................................................... 4
2.2
Appellant 2 – Vaartje 45a ....................................................................................... 5
2.3
Appellant 3 – Hoeksestraat 15 ................................................................................. 5
2.4
Appellant 4 – Boerenkamplaan 61............................................................................ 6
2.5
Appellant 5 – Einderweg 4 ...................................................................................... 8
2.6
Appellant 6 – Brugstraat 27-29 ............................................................................... 8
2.7
Appellant 7 – Vaartje 14 ......................................................................................... 9
2.8
Appellant 8 – Gezandebaan 2 ................................................................................. 10
2.9
Appellant 9 – Jan Smitslaan 6 ................................................................................ 11
2.10
Appellant 10 – Gezandebaan 17a ............................................................................ 12
2.11
Appellant 11 – Brugstraat 35.................................................................................. 15
Mondelinge zienswijzen .................................................................................................... 17 2.12
Appellant 12 – Gezandebaan 21 ............................................................................. 17
2.13
Appellant 13 – Gezandebaan 13 ............................................................................. 18
Wettelijke overlegpartners ................................................................................................ 19 2.14
Zienswijze Provincie Noord-Brabant ........................................................................ 19
Bijlagen ............................................................................................................................ 27 1. Zienswijze Peelweg 1 2. Zienswijze Vaartje 45a 3. Zienswijze Hoeksestraat 15 4. Zienswijze Boerenkamplaan 61 5a. Pro forma zienswijze Einderweg 4 5b. Aanvulling zienswijze Einderweg 4 6. Zienswijze Brugstraat 27-29 7. Zienswijze Vaartje 14 8. Zienswijze Gezandebaan 2 9. Zienswijze Jan Smitslaan 6 10. Zienswijze Gezandebaan 17a 11. Zienswijze Brugstraat 35 12. Zienswijze Gezandebaan 21 13. Zienswijze Gezandebaan 13 14. Zienswijze Provincie Noord-Brabant
1
1.
Overzicht van de gevolgde procedure
1.1
Object van zienswijzen
Object van zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied – Deelgebied 3”, met het identificatienummer NL.IMRO.0847.BP02020022-OW01.
1.2
Subject van zienswijzen
Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Someren en overige belanghebbenden. Daarnaast is aan de wettelijke vooroverlegpartners de mogelijkheid geboden om hun reactie kenbaar te maken.
1.3
Procedure
De wijze waarop inspraak wordt gegeven, is geregeld in de inspraakverordening van de gemeente Someren, vastgesteld op 27 februari 2008. Op de inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 18 februari 2021 zes weken ter inzage gelegen. De termijn voor het indienen van zienswijzen is aangevangen op vrijdag 19 februari en is geëindigd op donderdag 1 april 2021. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “’t Contact” en de Staatscourant van donderdag 18 februari 2021. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Someren en belanghebbenden schriftelijk en/of mondeling zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast is gelijktijdig het wettelijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Bro gevoerd.
1.4
Ingekomen reacties
Gedurende de termijn zijn de volgende schriftelijke zienswijzen ingekomen: 1. Zienswijze inzake Peelweg 1, 5712 SZ te Someren, d.d. 18 februari 2021, ontvangen 18 februari 2021 (bijlage 1); 2. Zienswijze inzake Vaartje 45a, 5712 BA te Someren, d.d. 10 maart 2021, ontvangen 17 maart 2021 (bijlage 2); 3. Zienswijze inzake Hoeksestraat 15, 5712 AP te Someren, d.d. 29 maart 2021, ontvangen 30 maart 2021 (bijlage 3); 4. Zienswijze inzake Boerenkamplaan 61, 5712 AB te Someren, d.d. 29 maart 2021, ontvangen 30 maart 2021 (bijlage 4); 5. Zienswijze inzake Einderweg 4, 5712 AW te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 29 maart 2021 en aangevuld 7 april 2021 (bijlage 5a en 5b); 6. Zienswijze inzake Brugstraat 27-29, 5712 AX te Someren, d.d. 30 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 (bijlage 6); 7. Zienswijze inzake Vaartje 14, 5712 BA te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 (bijlage 7); 8. Zienswijze inzake Gezandebaan 2, 5712 TD te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 1 april 2021 (bijlage 8); 9. Zienswijze inzake Jan Smitslaan 6, 5712 SV te Someren, d.d. 29 maart 2021, ontvangen 6 april 2021 (bijlage 9);
2
10. Zienswijze inzake Gezandebaan 17a, 5712 TD te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 6 april 2021 (bijlage 10); 11. Zienswijze inzake Brugstraat 35, 5712 AX te Someren, d.d. 1 april 2021, ontvangen 6 april 2021 (bijlage 11). Gedurende de termijn zijn de volgende mondelinge zienswijzen ingekomen: 12. Zienswijze inzake Gezandebaan 21, 5712 TD te Someren, d.d. 10 maart 2021 (bijlage 12); 13. Zienswijze inzake Gezandebaan 13, 5712 TD te Someren, d.d. 19 maart 2021 (bijlage 13). Van de wettelijke overlegpartners (artikel 3.1.1. Bro) zijn daarnaast zienswijzen ontvangen: 14. Provincie Noord-Brabant, postbus 90151, 5200 MC ’s-Hertogenbosch (bijlage 14).
3
2.
Beantwoording zienswijzen
Schriftelijke zienswijzen
2.1
Appellant 1 – Peelweg 1 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Peelweg 1, 5712 SZ te Someren, d.d. 18 februari 2021, ontvangen 18 februari 2021 2.1.1
Appellant bezit landbouwgrond aangrenzend aan Peelweg 1
De gemeente heeft eerder een verzoek van appellant om het bestemmingsvlak
waaraan in het vigerende bestemmingsplan een
toe te voegen aan zijn bestaande bouwvlak op Peelweg 9 afgewezen. Wij zien
woonbestemming is toegekend. In het onderhavige
geen andere mogelijkheden dan het gebruik van de gronden ten behoeve van de
bestemmingsplan is deze bestemming gewijzigd naar
woonbestemming op Peelweg 1, dan wel het omzetten van de bestemming naar
‘Agrarisch’. Appellant verzoekt de woonbestemming
‘Agrarisch’ ten behoeve van het agrarisch gebruik.
behorende bij Peelweg 1 onveranderd te laten ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan of het gesprek aan te
Bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt de woonbestemming weer terug
gaan om tot andere oplossingen te komen.
gelegd op het perceel, zodat tegemoet gekomen wordt aan de wensen van appellant. Het huidige gebruik blijft dan echter in strijd met het bestemmingsplan en zal derhalve gestaakt moeten worden.
2.1.2
De functiewijziging van ‘Wonen’ naar ‘Wonen’ met een
De functiewijziging naar ‘wonen-plus’ voorziet in de vestiging van een bedrijf aan
aanduiding ‘specifiek vorm van wonen - wonen plus’ houdt
huis in de milieucategorie 1 of 2. Initiatiefnemer is voornemens hier een
naar mening van appellant verband met ontwikkelingen
timmerbedrijf te vestigen. De huisvesting van arbeidsmigranten waarnaar
rondom de voorgenomen huisvesting van arbeidsmigranten
appellant refereert is reeds toegestaan per omgevingsvergunning van 1 april
op de locatie. Vanwege de leefbaarheid ziet appellant deze
2020. Het college van burgemeester en wethouders heeft kennis gegeven van de
ontwikkeling bij voorkeur niet aan de Peelweg.
aanvraag omgevingsvergunning en het verlenen van de beschikking middels een publicatie in ’t Contact. Bij de vergunningverlening is getoetst aan het beleid voor arbeidsmigranten zoals vastgesteld op 7 maart 2020. In het beleid is het huisvesten van arbeidsmigranten binnen de bestemming ‘Wonen’ met
4
functieaanduiding ‘wonen-plus’ toegestaan. Een omgevingsdialoog vormt geen voorwaarde voor het toestaan van deze huisvesting.
2.2
Appellant 2 – Vaartje 45a Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Vaartje 45a, 5712 BA te Someren, d.d. 10 maart 2021, ontvangen 17 maart 2021 2.2.1
Conform art. 7.2.1 lid c van het vigerende
In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ als ook ‘Buitengebied 2013,
bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ is ter plaatse van de
reparatie locatie Vaartje 45’ is opgenomen dat de goothoogte op de locatie 8 m 1
locatie Vaartje 45/45a toegestaan om gebouwen op te
mag bedragen. Door middel van een specifieke bouwaanduiding “afwijkende
richten en in gebruik te hebben tot een maximale
bouwregels” wordt opgenomen dat op de locatie Vaartje 45/45a een afwijkende
goothoogte van 8 m1 conform bouwregels uit de
goothoogte van 8,0 m1 wordt toegestaan, waarmee deze bestaande rechten en
bedrijfstabel. Het onderhavige bestemmingsplan staat een
het feitelijk gebruik wordt gerespecteerd.
goothoogte van maximaal 4,5 m1 en met afwijking maximaal 6,0 m1 toe. Appellant verzoekt specifieke bouwregels op te nemen voor de locatie waarmee de bestaande rechten en het feitelijk gebruik op een juiste wijze wordt geborgd.
2.3
Appellant 3 – Hoeksestraat 15 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Hoeksestraat 15, 5712 AP te Someren, d.d. 29 maart 2021, ontvangen 30 maart 2021 2.3.1
Appellant verzoekt als maximale oppervlakte 250 m² op te
Wij betreuren dat in het eerder opgestelde rapport een verkeerde oppervlakte is
nemen voor bestaande bijgebouwen (212 m²) en een te
opgenomen. De conclusie is echter onveranderd. Het betreffende bijgebouw is
bouwen overkapping 38 m². Appellant voert aan dat in een
vergund, het andere op het perceel aanwezige bijgebouw niet. In totaal mag
eerdere ambtelijke rapportage ten onrechte een
volgens het bestemmingsplan 100 m² aan bijgebouwen worden opgericht.
oppervlakte van 47 m² in plaats van 89 m² is opgenomen,
Daarnaast biedt de regeling voor vergunningvrij bouwen uit het Besluit 5
waardoor het overschot aan bijgebouwen hoger is dan
omgevingsrecht (bijlage II, art. 2) onder voorwaarden de mogelijkheid om dit uit
eerder opgegeven. Appellanten hebben hiermee geen
te breiden naar maximaal 150 m² bijbehorende bouwwerken.
rekening kunnen houden bij de koop, omdat zij hier pas later mee geconfronteerd werden.
De betreffende bebouwing is zonder vergunning opgericht en tevens niet overgangsrechtelijk beschermd. Het is daarom niet zonder meer mogelijk om de maximale oppervlakte bijgebouwen te verhogen zonder kwaliteitsverbetering. Het toekennen van extra vierkante meters voor een nog te bouwen bouwwerk is tevens niet mogelijk. Met appellant is eerder gecommuniceerd welke mogelijkheden er zijn om de oppervlakte bijgebouwen op de locatie uit te breiden. De gemeente Someren biedt hiervoor opties door middel van de Sloopbank dan wel de Landschapsinvesteringsregeling. In beide gevallen dient dit vergezeld te zijn van een landschappelijke inpassing. Wij nodigen appellant dan ook uit hiertoe een plan in te dienen.
2.4
Appellant 4 – Boerenkamplaan 61 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Boerenkamplaan 61, 5712 AB te Someren, d.d. 29 maart 2021, ontvangen 30 maart 2021 2.4.1
Appellanten verzoekt om enkel de beplanting in het
Een vormverandering wordt gezien als categorie 2-ontwikkeling in het kader van
bestemmingsplan vast te leggen voor zover benodigd voor
de Landschapsinvesteringsregeling. Er dient sprake te zijn van een goede
de vormverandering van het bestemmingsvlak.
landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing moet qua vormgeving en inpassing aansluiten bij het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren. Hieraan worden geen kwantitatieve, maar wel kwalitatieve eisen gesteld. Door appellant is een beplantingsplan ingediend, welke akkoord is bevonden. Het beplantingsplan dat wordt opgenomen bij de vaststelling van dit plan is beoordeeld als een goede landschappelijke inpassing. Het bestemmingsvlak wordt van vorm veranderd.
6
2.4.2
Appellanten vragen bevestiging dat de buitenrijbaan,
Zoals vermeld door appellant is een rijbak aanwezig zonder fundering en
zonder lichtmasten en zonder fundering, legaal aanwezig is
lichtmasten, ingericht voor het houden van paarden. Appellanten hebben
en is toegestaan op grond van het bestemmingsplan.
aangegeven dit soms te gebruiken voor gasten van de B&B die paarden meenemen. In deze hoedanigheid is geen vergunning benodigd voor de voorzieningen. Indien de buitenrijbaan in de toekomst actief gebruikt zal gaan worden als rijbak of als er lichtmasten dan wel een fundering wordt aangebracht, zal er alsnog een vergunning moeten worden aangevraagd.
2.4.3
Appellanten verzoeken de maatvoering ‘maximum
Het positief bestemmen van bijgebouwen die in het verleden zijn vergund ten
oppervlakte bijgebouw: 235 m²’ op te nemen bij de
behoeve van een (agrarisch) bedrijf wordt in de Landschapsinvesteringsregeling
woonbestemming behorend bij Boerenkamplaan 61. Dit ten
gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van
behoeve van het bakhuis met een oppervlakte van 79 m²
een goede landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan dat wordt opgenomen
en de loods met een oppervlakte van 156 m² welke beide
bij de vaststelling van dit plan is beoordeeld als een goede landschappelijke
onder het overgangsrecht vallen. Verzoek is om enkel de
inpassing. Er wordt voor de locatie dan ook een maatvoering ‘maximum
beplanting als aanduiding op de verbeelding van het
oppervlakte bijgebouwen: 235 m²’ opgenomen.
bestemmingsplan op te nemen voor zover benodigd voor het bijgebouw. 2.4.4
Appellanten willen twee overige bijgebouwen (D en E, 66
De gemeente ziet de plannen graag tegemoet.
en 106 m²) gedeeltelijk positief laten bestemmen middels de Landschapsinvesteringsregeling. Het is appellanten niet gelukt tijdig de benodigde stukken aan te leveren. Appellanten zullen daarom op een later moment een omgevingsvergunning aanvragen, dan wel dit regelen via een veegplan. 2.4.5
Appellant voert aan dat bijgebouw F (overkapping 16 m²)
Bijgebouw F is legaal opgericht op basis van de voorgaande regeling voor
legaal is opgericht onder een voormalige regeling voor
vergunningvrij bouwen uit het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-
vergunningvrij bouwen.
bouwvergunningplichtige bouwwerken en daarmee legaal aanwezig op het perceel. Dit gebouw mag behouden blijven, maar mag niet worden herbouwd.
7
2.5
Appellant 5 – Einderweg 4 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Einderweg 4, 5712 AW te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 29 maart 2021 en aangevuld 7 april 2021 2.5.1
In het vigerende bestemmingsplan is op de locatie
Het verzoek zoals gedaan door appellant is niet passend binnen het vigerende
Einderweg 4 één bedrijf in milieucategorie 3.2 toegestaan.
bestemmingsplan dan wel het voorliggende bestemmingsplan. De zienswijze
Appellant verzoekt om op Einderweg 4 twee bedrijven in
bevat niet voldoende informatie om in behandeling te kunnen worden genomen
milieucategorie 2 toe te staan. Appellant voert aan dat de
als verzoek. De ruimtelijke aanvaardbaarheid kan niet worden beoordeeld op
locatie al sinds 50 jaar in gebruik is voor twee bedrijven.
basis van het ingediende. Toetsing aan de geldende wet- en regelgeving en
Appellant zal indien hiermee wordt ingestemd voor 31
beleid ontbreekt. Zoals eerder gecommuniceerd zal appellant hiervoor een
december 2023 renovatie van het bedrijfspand uitvoeren.
ruimtelijke onderbouwing in moeten dienen. Omdat het verzoek niet direct passend is binnen het huidige beleid van de gemeente wordt geadviseerd een principeverzoek in te dienen. Wij adviseren appellant hiervoor een deskundig ruimtelijk adviseur in te schakelen, die appellant hierbij kan begeleiden. Voor appellant geldt een gedoogbesluit voor verhuur aan de twee daar nu gevestigde bedrijven tot uiterlijk 31 december 2023. Dit onder voorwaarde dat voor 31 december 2022 het aangekondigde onderhoud wordt uitgevoerd en de buitenopslag verwijderd wordt.
2.6
Appellant 6 – Brugstraat 27-29 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Brugstraat 27-29, 5712 AX te Someren, d.d. 30 maart 2021 2.6.1
Appellant verzoekt de showroomfunctie op Brugstraat 27-
In de bedrijfstabel wordt bij vaststelling van voorliggend plan opgenomen dat
29 te behouden in het onderhavige plan, zoals ook
ondersteunende detailhandel in de vorm van een showroom met een oppervlakte
opgenomen in het vigerende bestemmingsplan.
van maximaal 170 m² wordt toegestaan. 8
1. Er bestaat geen juridische basis, noch een feitelijke noodzaak om de showroomfunctie weg te bestemmen. De showroom is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. 2. De showroomfunctie is/blijft nodig ten behoeve van het goede ondernemersklimaat. 3. De showroomfunctie vertegenwoordigt een toegevoegde en financiële waarde. 4. Appellant heeft geen behoefte aan een planschadeprocedure na eerdere bestuursrechtelijke en privaatrechtelijk procedures. 5. Belangenafweging
2.7
Appellant 7 – Vaartje 14 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Vaartje 14, 5712 BA te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 2.7.1
Appellant dient een zienswijze in met betrekking tot de
Naar aanleiding van de zienswijze heeft verder overleg plaatsgevonden met
legalisatie van de strijdigheden op locatie Vaartje 14:
appellant. Appellant heeft een beplantingsplan ingediend ten einde de bestaande
•
•
Bijgebouwen B en E1 zijn overgangsrechtelijk
strijdigheden op te lossen. Dit beplantingsplan is akkoord bevonden voor de
beschermd en vallen onder de functieaanduiding
volgende wijzigingen. Op basis van het ingediende landschappelijk
‘specifieke vorm van wonen – overtollige bebouwing’.
inpassingsplan wordt er een maatvoering 325 m² voor de bijgebouwen
Bijgebouwen D en G zijn met vergunning opgericht en opgenomen. De aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – overtollige bebouwing’ zijn positief bestemd in het ontwerpbestemmingsplan
wordt verwijderd. Het woonbestemmingsvlak wordt iets vergroot ten behoeve
met de aanduiding ‘maximum oppervlakte
van bijgebouw B. Ook hiervoor wordt een landschappelijke inpassing geleverd.
bijgebouwen 145 m²’ •
Bijgebouwen C, F, H, I en J worden verwijderd
9
•
De sleufsilo wordt verplaatst naar een locatie binnen het bestemmingsvlak.
2.7.2
Appellanten verzoeken daarnaast om bijgebouw E2
De oppervlakte van bijgebouw E2 wordt opgeplust middels de
(hooiopslag) positief te bestemmen op basis van de
Landschapsinvesteringsregeling en opgenomen in het bestemmingsplan. Wel
landschapsinvesteringsregeling.
dient nog een vergunning aangevraagd te worden voor het afwijken van de afstand tot de bestemmingsgrens.
2.7.3
In overleg tussen gemeente en appellant is afgestemd dat
De rijbak wordt positief bestemd middels een aanduiding ‘rijbak’ in het
de rijbak positief wordt bestemd op voorwaarde van
bestemmingsplan.
afstemming middels een omgevingsdialoog met de buren en het leveren van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van een landschappelijke inpassing. Appellant voldoet aan de voorwaarden en verzoekt de gemeente om het ontwerpbestemmingsplan op deze punten gewijzigd vast te stellen.
2.8
Appellant 8 – Gezandebaan 2 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze Gezandebaan 2, 5712 TD te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 1 april 2021 2.8.1
Appellant voert aan dat het opgenomen landschappelijke
Het inpassingsplan voldoet niet aan de eisen en het format welke de gemeente
inpassingsplan dateert van 1997. In de loop der jaren heeft
stelt. Uit de verbeelding kan niet voldoende informatie worden herleid om het
het bedrijf van appellant zich verder ontwikkeld. Het
plan volledig te kunnen beoordelen. Appellant wordt verzocht het plan aan te
inpassingsplan is echter niet aangepast aan deze
passen, zodat deze wel voldoet. Derhalve wordt vooralsnog het oude
ontwikkelingen. Appellant wenst hierom een deel van het
inpassingsplan opgenomen.
inpassingsplan aan te passen, zodat het nu en voor de toekomst geen belemmering vormt voor (de ontwikkeling van) het bedrijf. Appellant dient een voorstel aan voor het aanpassen van het inpassingsplan en verzoekt dit gewijzigde landschappelijke inpassingsplan op te nemen in 10
het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Deelgebied 3'. 2.8.2
In artikel 34.13.1 lid b is het volgende aangegeven: "ter
De betreffende passage maakt het inderdaad mogelijk om een alternatief
plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van
beplantingsplan goed te laten keuren ter vervanging van het oude plan. Dit kan
groen – landschappelijke inpassing ...' moet de
middels het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het gewijzigd
landschappelijke inpassing, ter plaatse van het opgenomen
uitvoeren van de landschappelijke inpassing bij, in dit geval, de vergunning voor
aanduidingsvlak zoals opgenomen in de onderstaande tabel
het oprichten van een opfokhennenstal uit 1998. Het betreft in dat geval een
onder Kolom A, overeenkomstig de bijlage uit Kolom B of
kleine wijziging van de eerder verleende vergunning waarmee de kosten en de
een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het
omvang van de procedure beperkt blijven. Indien het een wijziging van het
college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd,
bestemmingsplan zou betreffen kent de Legesverordening 2021 daarnaast onder
binnen het genoemde aantal maanden uit Kolom C, na de
2.8.1.9 een apart tarief voor een aanvraag die betrekking heeft op een
datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan zijn
kleinschalige wijziging in het bestemmingsplan waaronder alternatieve
uitgevoerd en als dusdanig in stand worden gehouden."
beplantingsplannen voor bestaande landschappelijke inpassingsplichten.
Het is voor appellant onduidelijk of dit lid mogelijk maakt om de uitvoering van een landschappelijk inpassingsplan te wijzigen ten opzichte van het vastgestelde landschappelijk inpassingsplan. Appellant verzoekt daarom om ter verduidelijking een afwijkingsbevoegdheid op te nemen ten behoeve van het wijzigen van een landschappelijk inpassingsplan, zoals bedoeld in artikel 34.13.
2.9
Appellant 9 – Jan Smitslaan 6 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Jan Smitslaan 6, 5712 TD te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 2.9.1
Appellant constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan
De zienswijze bevat niet voldoende onderbouwing om de vormverandering te
de mestbassin buiten het bestemmingsvlak ‘Agrarisch –
bewerkstelligen. Onder andere de toetsing aan het beleid, bestemmingsplan en
Agrarisch Bedrijf’ is gelegen. Om deze strijdigheid op te
milieu-afstanden ontbreekt. Appellant wordt uitgenodigd om een ruimtelijke
lossen doet appellant het voorstel om het bestemmingsvlak
onderbouwing in te dienen. 11
‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’ van vorm te veranderen. Als voorwaarde voor het vervormen van het bouwvlak dient voorzien te worden in een landschappelijke inpassing. Appellant is bereid met een voorstel voor landschappelijke inpassing te komen.
2.10
Appellant 10 – Gezandebaan 17a Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Gezandebaan 17a, 5712 TD te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 6 april 2021 (bijlage 10); 2.10.1 Appellant constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan
De vergroting welke is opgenomen in het ontwerp is enkel ten behoeve van de
het woonbestemmingsvlak is vergroot ten opzichte van het
bestaande rechten in verband met het ter plaatse gelegen vergunde bouwwerk.
voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van het
De inrichting van de omliggende gronden met verharding is in strijd met het
vergunde bouwwerk achter op het perceel. Echter
bestemmingsplan. Ook het gebruik van deze gronden voor stalling en
constateert appellant ook dat de vergroting niet in lijn is
buitenopslag van privé-goederen en voor bedrijfsvoertuigen is niet toegestaan op
met het grondgebruik op het buitenterrein bij het
basis van het bestemmingsplan. Zowel de illegaal opgerichte verharding als het
aanwezige bouwwerk. Deze gronden zijn namelijk door
strijdige gebruik van deze gronden is geen aanleiding om de woonbestemming
appellant verhard en mede in gebruik voor stalling en
verder te vergroten.
opslag van privé-goederen en voor bedrijfsvoertuigen aan huis van het hoveniersbedrijf van appellant. Een bestemming voor agrarisch gebruik voor die grond daar rond het gebouw is dan niet gewenst en ook niet doelmatig. 2.10.2 Appellant geeft aan dat er gekozen wordt om het gebouw
Voor het wijzigen van de woonbestemming naar ‘wonen-plus’ kan men een
achter op het perceel niet verder te willen gebruiken als
ruimtelijke procedure opstarten. Het is vervolgens aan de gemeente om te
bijgebouw bij de woning maar hoofdzakelijk als
beoordelen of een dergelijke aanpassing van het bestemmingsplan op deze
machineloods, stalling en opslag voor zijn bedrijfsmaterieel. locatie wenselijk wordt geacht. Zonder ruimtelijke onderbouwing kan geen Hiervoor wil appellant graag zijn locatie meteen in het
vervolg gegeven worden aan wensen van appellant. Immers is nu niet duidelijk
bestemmingsplan ingepast zien als “wonen-plus", met de
of en hoe het verzoek voldoet aan geldende wet- en regelgeving en beleid.
mogelijkheid om tot 350 m² bijgebouwen te hebben. 12
Bij een omzetting naar ‘wonen-plus’ wordt niet automatisch 350 m² aan bijgebouwen toegestaan. Om dit wel mogelijk te maken zal een passende kwaliteitsverbetering van het landschap moeten worden geleverd. 2.10.3 Appellanten beredeneren dat als de machineloods voor het
Wanneer de bouwmogelijkheden voor de bijgebouwen in het bestemmingsplan
kleinschalige bedrijf aan huis (wonen-plus) wordt ingezet,
zouden worden vergroot naar 350 m², dienen deze dierenverblijven alsnog
daarnaast nog ruimte is voor een uitbreiding aan deze
binnen het woonbestemmingsvlak te worden gesitueerd. Voor de huidige locatie
loods en tegelijk het behoud van de dierenverblijven
van de dierenverblijven heeft het geen meerwaarde om de vierkante meters aan
mogelijk wordt als bijgebouwen bij de woning, alles samen
bijgebouwen binnen het woonbestemmingsvlak op te plussen.
onder de maximale maat van 350 m² aan bijgebouwen. Met het behoud van de dierenverblijven gaat het om de
De dierenverblijven zijn buiten het woonbestemmingsvlak opgericht binnen een
paardenstal en het kippenhok met overkapping, met 18 PV- agrarische gebiedsbestemming zonder bouwmogelijkheden. Hierdoor vallen deze panelen op het dak als voorziening van duurzame
bouwwerken niet binnen het achtererfgebied, zoals vereist volgens in de regeling
energieopwekking, volgens appellant onopvallend ingepast
voor vergunningvrij bouwen (bijlage II art. 1 Besluit omgevingsrecht).
in de tuin. Appellanten geven aan deze twee dierenverblijven te hebben opgericht in de veronderstelling
De gemeente ziet geen aanleiding om beide dierenverblijven positief te
dat dit vergunningvrij mocht. Het is nadrukkelijk de wens
bestemmen in het op te stellen bestemmingsplan. Enige optie is het verplaatsen
en bedoeling van appellanten om de nette en
van de bouwwerken naar een locatie die binnen het woonbestemmingsvlak valt,
ondergeschikte bebouwing van die twee dierenverblijven te
waarbij wel rekening moet worden gehouden met de bouwregels en de maximaal
handhaven want die kunnen ze niet missen. Appellanten
toegestane oppervlakte aan bijgebouwen binnen het woonbestemmingsvlak.
vragen daarvoor nogmaals de medewerking van het college en de gemeenteraad. 2.10.4 Appellanten verzoeken alsnog een afwijkingsregeling in het
De gemeenteraad heeft eerder een afweging gemaakt om in het
plan op te nemen voor de afstand van de bijgebouwen tot
bestemmingsplan deze ’20 meter-regeling’ op te nemen. Zij beoogd hiermee een
de woning, meer dan de in de optiek van appellante te
concentratie van bebouwing af te dwingen en hiermee een kwaliteitsverbetering
starre 20 meter, zoals opgenomen in artikel 19.2.3 van de
van het landschap te bewerkstelligen. Ook het provinciaal beleid streeft naar een
regels in het ontwerpbestemmingsplan. Appellanten
compact bouwblok. Voorliggende situatie is voor de gemeente geen aanleiding
beredeneren dat in het verleden op deze locatie grote
om van deze regeling af te zien of hierop een uitzondering in de regels op te
kippenschuren zijn verwijderd en hier, in vergelijking met
nemen.
elders in de gemeente, geen vergelijkbare bebouwing voor terug is gebouwd. Appellanten hebben enkel de genoemde dierenverblijven opgericht. Appellanten stellen dat voor dit soort gebouwtjes de 20 meter-regeling tot de woning te 13
weinig is. Appellanten hebben dan ook bezwaar tegen deze regeling in artikel 19.2.3 als daar geen afwijkingsbepaling voor maatwerk bij kan worden opgenomen. 2.10.5 Appellanten beredeneren dat als het toegestane oppervlak
Zie antwoord onder 2.10.3.
aan bijgebouwen met de aanpassing naar ‘wonen-plus’ wordt vergroot tot maximaal 350 m² en met de realisatie van landschappelijke inpassing de bijgebouwen gelegaliseerd moeten kunnen worden. Ook omdat de grond gewoon hoort bij de tuin en de inrichting daar passend direct op aansluit. Er zou dan volgens appellanten ook beslist geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven in de buurt. 2.10.6 Als alternatieve oplossingsrichting stellen appellanten voor
De gemeente ziet geen aanleiding om beide dierenverblijven te bestemmen als
om de genoemde dierenverblijven een vergelijkbare status
veldschuren, aangezien beide bouwwerken zonder vergunning en in strijd met
toe te kennen als veldschuren die buiten een
het bestemmingsplan zijn opgericht.
bestemmingsvlak gehandhaafd mogen blijven, zoals op
Op locaties waar deze werkwijze elders in de gemeente wel wordt toegepast
plaatsen elders in de gemeente ook is gebeurd.
geldt dat de bouwwerken legaal zijn opgericht.
2.10.7 Appellanten geven aan bereid te zijn om tegenprestaties te
De gemeente stelt het op prijs dat appellanten bereid zijn om een tegenprestatie
leveren voor het behouden van de dierenverblijven. Zo
te leveren voor het behoud van de dierenverblijven. Echter ziet de gemeente de
stellen appellanten voor om onder andere een aantal
voorgestelde sloop van bouwwerken D, F en G niet als tegenprestatie, aangezien
andere bouwsels uit hun hobbyweiden te verwijderen die
deze bouwwerken zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan zijn
minder belangrijk voor hen zijn. Dit betreffen, op basis van
opgericht en derhalve zonder meer verwijderd dienen te worden.
de laatste inventarisatie van de gemeente met verslagdatum 21-01-2021, pergola D, tuinkasje F, en (betimmerde) container G. 2.10.8 Appellanten willen, vanuit voortschrijdend inzicht, graag
Zie antwoord onder 2.10.2. Indien appellanten navolging willen geven aan het
alsnog gevolg geven aan de ambtelijke suggestie om te
beschreven verzoek wordt verzocht om een ruimtelijke onderbouwing of
gaan voor een oplossing via ‘wonen-plus’. Hiervoor wil men
principeverzoek in te dienen.
ook voldoen aan de Landschapsinvesteringsregeling via zo nodig een sloopbijdrage en in elk geval een 14
kwaliteitsverbetering van het landschap door realisatie van een beplantingsplan voor een landschappelijk betere inpassing van het perceel. Voor het aanpassen van de bestemming naar ‘wonen-plus’, zoals dus nu de bedoeling is, zijn appellanten bereid om nog een nadere ruimtelijke onderbouwing met beplantingsplan aan te leveren en de verschuldigde leges voor een bestemmingswijziging te betalen. 2.10.9 Appellanten geven aan dat de gewenste nadere
Er is geen ruimtelijke onderbouwing ingediend door appellanten. De ruimtelijke
onderbouwing, ten behoeve van een ontwikkeling naar
ontwikkeling kan derhalve niet voldoende worden beoordeeld op ruimtelijke
‘wonen-plus’, op korte termijn zal worden ingediend.
aanvaardbaarheid. Deze ontwikkeling kan niet worden meegenomen in
Appellanten verzoeken daarbij om deze ontwikkeling bij de
voorliggende bestemmingsplanwijziging.
voorliggende bestemmingsplanwijziging alsnog mee te nemen.
2.11
Appellant 11 – Brugstraat 35 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Brugstraat 35, 5712 AX te Someren, d.d. 1 april 2021, ontvangen 6 april 2021 (bijlage 11). 2.11.1 Appellanten beargumenteren dat de aanbouw aan de
Het overgangsrecht is alleen van toepassing indien het bouwwerk sindsdien
voorzijde van de woning, vanaf de bouw van de woning in
onveranderd aanwezig zou zijn geweest. Door omschreven aanpassingen is er
1955 al als serre aanwezig was en zelfs nog groter dan de
geen sprake meer van een eventueel overgangsrecht. Daarnaast is nooit een
huidige uitbouw. De serre is eind vorige eeuw door de
vergunning verleend voor de betreffende bebouwing.
toenmalige eigenaar in fasen aangepast. Aan de zijkant is de serre op enig moment een meter of twee ingekort, gelijklopend met de zijgevel van de achterliggende uitbouw van de woning. Aan de voorgevel werd de serre in de nieuwe situatie ca. een halve meter voor de voorgevel uit
15
geplaatst. Met deze beargumentering doen appellanten een beroep op het overgangsrecht. 2.11.2 Appellanten zijn het dan ook pertinent oneens dat de
Zie antwoord onder 2.11.1.
bebouwing niet onder de bescherming van het overgangsrecht zou vallen. Appellanten beargumenteren dat het overgrote deel van de serre wel onder het overgangsrecht valt en mogelijk een strookje van het oppervlak aan de voorkant en de ramen niet. 2.11.3 Appellanten geven aan dat zij het bijzonder vinden dat er in De gemeente betreurt het feit dat hier niet eerder opmerkingen over zijn al die jaren geen opmerking is geweest over de aangepaste
geplaatst. Dat de gemeente niet eerder heeft gereageerd op de aanbouw aan de
aanbouw, terwijl de gemeente diverse keren op het perceel
woning bij inspecties van andere bouwwerken, wil echter niet zeggen dat deze
is geweest om andere bouwwerken te inspecteren.
aanbouw legaal aanwezig is.
2.11.4 Appellanten geven aan mee te willen werken aan een
De betreffende concept-tekening is voorgelegd aan de Adviescommissie
aanpassing van de uitbouw. Daarop voortbordurend heeft
Ruimtelijke Kwaliteit. Het standpunt blijft onveranderd. De bebouwing voldoet
men een concept-bouwtekening laten maken. Appellanten
niet aan het bestemmingsplan. De bebouwing bevindt zich niet in het
hebben zich voorgenomen de volgende zaken aan te
achtererfgebied en ligt te dicht op de as van de weg en de grens van het
passen:
bestemmingsvlak. De mogelijkheden voor het oprichten van bijbehorende,
•
dak aanpassen naar een met pannen gedekt dak in
ondergeschikte bouwwerken beginnen een meter achter de voorgevelrooilijn.
plaats van de huidige polycarbonaat dakplaten die • •
worden verwijderd;
Ook is de bebouwing getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. De locatie valt binnen
voorgevel terugbrengen gelijk met de voorgevel
het gebiedstype ‘linten, knopen en clusters’. Hierin staat opgenomen dat de
van de woning volgens de oude situatie;
bebouwing een eenvoudige, langwerpige bouwvorm heeft. Door de toevoeging
plaatsing ramen en raamverdeling aanpassen en
van de aangebouwde serre wordt dit beeld verstoord.
kolommen bekleden met gepotdekselde houten delen zodat de serre een eigentijds uitstraling krijgt; •
passende herinrichting van de voortuin voor de serre zodat die in de combinatie mooier gaat ogen.
16
2.11.5 Appellanten vragen het college en de gemeenteraad om
Zie antwoord onder 2.11.4. Het staat appellanten uiteraard vrij om het
voor de voorgestelde aanpassingen aan de aanbouw
vooroverleg omgevingsvergunning aan te vragen met betrekking tot de aanbouw
medewerking toe te zeggen. Wanneer dit het geval is dan
aan de woning.
dienen appellanten op korte termijn een aanvraag in om de voorgenomen aanpassing met een omgevingsvergunning te formaliseren.
Mondelinge zienswijzen 2.12
Appellant 12 – Gezandebaan 21 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Gezandebaan 21, 5712 TD te Someren, d.d. 10 maart 2021 2.12.1 Appellanten zijn het er niet mee eens dat de eerder
Eerder is met appellanten gesproken over mogelijke oplossingen voor
voorgestelde vormverandering niet is doorgevoerd in het
voorzieningen buiten het bestemmingsvlak. Hierbij is een voorstel gedaan aan
bestemmingsplan. Daarnaast zijn zij van mening dat zij
appellanten voor een vormverandering. Zowel het gemeentelijk als provinciaal
hier geen tegenprestatie voor dienen te leveren, omdat er
beleid stelt dat elke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een
al leges worden betaald. Ook zijn appellanten al bereid om
kwaliteitsverbetering van het landschap. Om de vormverandering mogelijk te
de milieuvergunning voor hun locatie in te laten trekken en
maken zal dan ook een beplantingsplan in moeten worden gediend. Zonder
bijgebouw I te verwijderen. Er is al veel groen aanwezig op
beplantingsplan is het niet mogelijk een vormverandering door te voeren.
de locatie en in de omgeving is al veel natuur. 2.12.2 Appellanten voelen zich gedupeerd, aangezien zij niet goed
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Buitengebied Someren uit 2011 zijn
op de hoogte zijn gebracht door de gemeente dat in 2011
meerdere inloopdagen georganiseerd en is er een website opgezet om mensen te
het woonbestemmingsvlak op dusdanige wijze is bestemd.
informeren over het plan. Daarnaast is voor het plan de uniforme
Het zou naar mening van appellanten eerlijker zijn om uit
voorbereidingsprocedure doorlopen, waarbij het voorontwerp, ontwerp en de
te gaan van de bestaande situatie.
vast te stellen plan gedurende zes weken ter inzage hebben gelegen. Eenieder heeft hierbij de mogelijkheid gekregen om een zienswijze ten aanzien van het plan in te dienen.
17
Appellanten waren bekend met dit bestemmingsplan aangezien zij destijds tegen dit plan een zienswijze hebben ingediend met betrekking tot de milieuvergunning en het gebruik van de locatie. 2.12.3 Appellanten vinden dat de gemeente niet kan verwachten
2.13
De gemeente betreurt dat er niet eerder melding is gedaan van de strijdigheden
dat bebouwing/voorzieningen die er al ruime tijd staan, nu
met het bestemmingsplan. Als er voor de voorzieningen en bebouwing die
gesloopt moet worden. Er had ten tijde van het oprichten
worden opgericht geen vergunning wordt aangevraagd, dan zijn deze
van deze bebouwing en de voorzieningen al door de
bouwwerken echter niet altijd bekend bij de gemeente. Bebouwing en
gemeente moeten worden gesteld dat dit niet was
voorzieningen die zonder vergunning zijn opgericht in strijd met het destijds
toegestaan.
geldende plan worden niet gelegaliseerd door verjaring.
Appellant 13 – Gezandebaan 13 Zienswijze
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze inzake Gezandebaan 13, 5712 TD te Someren, d.d. 19 maart 2021 2.12.1 Appellanten kunnen zich niet verenigen met de conclusie
Er is weliswaar een vergunning verleend voor de bouw van de garage op deze
ten aanzien van één van de bijgebouwen op hun perceel.
locatie, echter is de bebouwing aangepast en vergroot zonder vergunning. Het
Het betreft een garage aan de voorzijde van het perceel.
bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor het bouwen dan wel uitbreiden
Omdat de garage is gelegen voor de voorgevel van de
van bouwwerken op het voorerf. Bijgebouwen dienen op een afstand van ten
woning is geconcludeerd dat hier geen vergunning voor
minste één meter achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd.
verleend kan worden. In 1970 is een vergunning verleend
Daarnaast is er op het perceel al 350 m² aan bijbehorende bouwwerken
voor het oprichten van een garage op deze locatie. In de
opgericht. Het Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en
huidige vorm staat het bouwwerk er al sinds 10 jaar, maar
maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige bedrijfsgebouwen stelt
sinds begin jaren ’80 staat er al een bouwwerk met deze
350 m² als maximaal toelaatbare oppervlakte bijgebouwen bij een woning in het
omvang. Appellanten hebben juist getracht de bebouwing
buitengebied. Derhalve zijn er niet meer mogelijkheden om de bebouwing nog
te verbeteren.
verder uit te breiden.
18
Wettelijke overlegpartners 2.14
Zienswijze Provincie Noord-Brabant Vooroverlegreactie
Gemeentelijke beantwoording
Zienswijze provincie Noord-Brabant, Brabantlaan 1, 5200 MC ’s-Hertogenbosch, d.d. 31 maart 2021, ingekomen 1 april 2021 2.14.1 Voor vergroting van het bestemmingsvlak met de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ aan Kalkweg 3 is
De gemaakte opmerking wordt ter harte genomen en de overeenkomst wordt opgenomen in het vaststellingsbesluit.
gekozen voor een afdracht in het gemeentelijk BIO-fonds. Er wordt verzocht om de gesloten anterieure overeenkomst op te nemen in het vaststellingsbesluit. 2.14.2 Aan de Potakkerweg 21, 25-27 zijn de beide bestemmingen Er wordt een verantwoording opgenomen ten aanzien van de toegenomen ‘Sport’ ondergebracht in één bestemmingsvlak. De
bebouwingsmogelijkheden. De kwaliteitsverbetering bestaat uit het inbrengen en
maximaal toegestane bebouwingsmogelijkheden van de
als zodanig bestemmen van landschappelijke inpassing.
beide bestemmingen zijn ook samengevoegd. Op basis van de vigerende situatie is voor beide bestemmingen ‘Sport’ 2.995 m2 bebouwing toegestaan. In het ontwerpbestemmingsplan is dit verruimd naar 3.365 m2. Voor de toename van 370 m2 aan bouwmogelijkheden wordt een verantwoording gemist ten aanzien van de kwaliteitsverbetering. 2.14.3 De provincie kan zich niet verenigen met de
De begripsbepaling wordt als volgt aangepast:
begripsbepaling voor het hobbymatig houden van dieren.
Het houden van dieren, niet zijnde een veehouderij of anderszins in een
De begripsbepaling die is opgenomen in het
bedrijfsmatige omvang. Voor de bepaling of er sprake is van een bedrijfsmatige
ontwerpbestemmingsplan is te beperkt omdat deze enkel
omvang zijn factoren zoals continuïteit, winstoogmerk, hinder, omvang van de
steunt op economische motieven, terwijl de
dierstapel, huisvesting, commerciële doeleinden, gebruik van de dieren,
milieutechnische benadering (uitgangspunt aantallen
perceelsgrootte en omgeving bepalend.
dieren) voor het houden van dieren van primair belang is om te bepalen wanneer er sprake is van het hobbymatig
19
houden van dieren en niet van veehouderij. Gevraagd wordt om de begripsbepaling aan te passen. 2.14.4 Ten aanzien van de locatie Stevensvaartje 15 is
De stal aan de noordelijke zijde van het bestemmingsvlak is met vergunning
geadviseerd om door middel van vormverandering de
opgericht. Het bestemmingsvlak wordt van vorm veranderd in het vast te stellen
uitbreiding van de veehouderij zo gering mogelijk te
plan, zodat de bouwmogelijkheden gelijk blijven en de vergunde bebouwing er
houden en nader te verantwoorden. Het college heeft aangegeven dat een vormverandering niet mogelijk is omdat er sprake is van een bestaand vergund recht ten
binnen komt te liggen. De uitbreiding die in het ontwerpplan was opgenomen, wordt dus gewijzigd in een vormverandering.
aanzien van de stal aan de noordzijde. Gelet op de reactie van het college wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van een onherroepelijke bouwvergunning. In dat geval is sprake van een bestaand recht op grond van artikel 9.8 lid 2 onder b van de IOV. Er dient wel vastgesteld te worden of de stal volgens vergunning is gebouwd omdat deze buiten het bouwperceel aanwezig is. In tegenstelling tot hetgeen door het college gesteld wordt, ziet de provincie nog wel mogelijkheden voor vormverandering. Deze ruimte zit zuidwestelijk binnen het bouwperceel. De landschappelijke inpassing hoeft geen deel uit te maken van het bouwperceel en kan als zodanig functioneren buiten het bouwperceel. Verzocht wordt om nogmaals kritisch te kijken naar de mogelijkheid tot vormverandering óf om te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.49 van de IOV. 2.14.5 In het ontwerpbestemmingsplan is zowel het bouwperceel
Op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ heeft
aan de Steegstraat 9-9a-9b aangeduid als veehouderij, als
de Achterweg slechts de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’. Er ligt geen
ook het daaraan gekoppelde bouwperceel aan de
aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ op deze locatie. Deze aanduiding ligt wél
Achterweg. Op basis van de aanduiding is ingevolge de
op Steegstraat 9 op basis van het voornoemde plan, dus de provincie kan
planregeling een veehouderij toegestaan. Dit betekent dat
gevolgd worden in deze zienswijze. De aanduiding wordt van het
het plan voorziet in een uitbreiding van een veehouderij ten bestemmingsvlak aan de Achterweg af gehaald en de situatie wordt daarmee in opzichte van de vigerende situatie. Verzocht wordt om de
overeenstemming gebracht met het vigerende plan.
gekoppelde bouwpercelen in overeenstemming te brengen 20
met de vigerende planologische situatie om strijd met het provinciaal beleid voor de veehouderij te voorkomen. 2.14.6 Aan Achterweg 3 is een agrarisch bouwperceel gelegen dat
Op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ heeft
is gekoppeld met een oostelijk gelegen bouwperceel aan de
Achterweg 3 slechts de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’. Er ligt geen
Steegstraat. In het ontwerpplan is binnen beide
aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ op deze locatie. Deze aanduiding ligt wél
bouwpercelen een veehouderij toegestaan op basis van de
op het bestemmingsvlak aan de Steegstraat op basis van het voornoemde plan,
opgenomen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –
dus de provincie kan gevolgd worden in deze zienswijze. De aanduiding wordt
veehouderij’. Het plan voorziet daarmee in de uitbreiding
van het bestemmingsvlak aan de Achterweg af gehaald en de situatie wordt
van een veehouderij ten opzichte van de vigerende
daarmee in overeenstemming gebracht met het vigerende plan.
planologische situatie. Verzocht wordt om de gekoppelde bouwpercelen in overeenstemming te brengen met de vigerende planologische situatie om strijd met het provinciaal beleid te voorkómen. 2.14.7 Ter plaatse van de veehouderij aan Peelweg 11 is een
Naar aanleiding van de zienswijze van provincie is een vormverandering
gebouw zuidelijk op het perceel buiten het bouwperceel
doorgevoerd met betrekking tot het bestemmingsvlak behorend bij Peelweg 11.
geprojecteerd door het herstellen van de planologische
Hierbij is het bedoelde gebouw binnen het bouwperceel gelegd. Daarnaast zijn de
situatie ten tijde van het bestemmingsplan ‘Buitengebied
aanduidingen voor de landschappelijke inpassing zo aangepast, dat deze niet
2014’. Gebouwen dienen op grond van artikel 3.6 lid 1
over de bestaande bebouwing heen vallen, in lijn met het goedgekeurde
onder c van de IOV echter binnen een bouwperceel te
beplantingsplan voor de locatie.
worden geprojecteerd. Een deel van de landschappelijke inpassing is daarnaast over een gebouw heen geprojecteerd. Er wordt verzocht om te onderzoeken of een vormverandering kan worden doorgevoerd, zodat de landschappelijke inpassing kan worden uitgevoerd en het bedoelde gebouw binnen het bouwperceel wordt geprojecteerd. 2.14.8 De oppervlakte van bijgebouwen bij de veehouderij gelegen Er is een vergunning verleend voor 120 m² bijgebouw in het verleden. Er is voor aan de Gezandebaan 5-5a wordt met 166 m2 uitgebreid. Op de beperkte toename aan vierkante meters op basis van dit bestemmingsplan grond van het bepaalde in artikel 3.51 lid 1 onder b van de
een forse tegenprestatie geleverd in de vorm van landschappelijke inpassing.
IOV is een toename van de bestaande oppervlakte aan
Volgens de toelichting bij het aangehaalde artikel gaat het om het zogenaamde
gebouwen, met uitzondering van de bestaande
‘slot op de muur’ voor veehouderijen. Een uitbreiding van een bijgebouw bij een
bedrijfswoning, uitgesloten. Uit het plan kan niet worden
bedrijfswoning kan niet worden gezien als uitbreiding van de veehouderij. Om dit 21
opgemaakt of het hier bebouwing betreft die vóór 21
te borgen, is in de regels opgenomen dat bijgebouwen bij de bedrijfswoning van
september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was of
een veehouderij niet gebruikt mogen worden ten behoeve van de veehouderij.
mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september
Op dit onderdeel van de zienswijze volgen wij GS niet.
verleende vergunning. Verzocht wordt om hier duidelijkheid over te verschaffen.
22
3.
Conclusie
De naar voren gebrachte zienswijzen leiden niet tot een heroverweging
•
van de medewerking aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren Deelgebied 3’.
Appellant 7, Vaartje 14, 5712 BA te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 ontvankelijk en gegrond;
•
Appellant 8, Gezandebaan 2, 5712 TD te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 1 april 2021 ontvankelijk en ongegrond;
Gelet op de beantwoording van de zienswijzen uit hoofdstuk 2
•
concluderen wij dat de zienswijze van: •
Appellant 1, Peelweg 1, 5712 SZ te Someren, d.d. 16 februari
2021, ontvangen 6 april 2021 ontvankelijk en ongegrond; •
2021, ontvangen 18 februari 2021 ontvankelijk en deels gegrond; •
Appellant 2, Vaartje 45a, 5712 BA te Someren, d.d. 10 maart Appellant 3, Hoeksestraat 15, 5712 AP te Someren, d.d. 29 maart
•
Appellant 4, Boerenkamplaan 61, 5712 AB te Someren, d.d. 29
•
Appellant 5, Einderweg 4, 5712 AW te Someren, d.d. 25 maart 2021, ontvangen 29 maart 2021 ontvankelijk en ongegrond;
•
Appellant 12, Gezandebaan 21, 5712 TD te Someren, d.d. 10 maart 2021 ontvankelijk en ongegrond;
•
maart 2021, ontvangen 30 maart 2021 ontvankelijk en gegrond; •
Appellant 11, Brugstraat 35, 5712 AX te Someren, d.d. 1 april 2021, ontvangen 6 april 2021 ontvankelijk en ongegrond;
2021, ontvangen 30 maart 2021 ontvankelijk en ongegrond; •
Appellant 10, Gezandebaan 17a, 5712 TD te Someren, d.d. 31 maart 2021, ontvangen 6 april 2021 ontvankelijk en ongegrond;
2021, ontvangen 17 maart 2021 ontvankelijk en gegrond; •
Appellant 9, Jan Smitslaan 6, 5712 SV te Someren, d.d. 29 maart
Appellant 13, Gezandebaan 13, 5712 TD te Someren, d.d. 19 maart 2021 ontvankelijk en ongegrond;
•
Provincie Noord-Brabant, postbus 90151, 5200 MC ’sHertogenbosch ontvankelijk en deels gegrond.
Appellant 6, Brugstraat 27-29, 5712 AX te Someren, d.d. 30 maart 2021, ontvangen 31 maart 2021 ontvankelijk en gegrond;
23
4.
Overzicht van de aanpassingen
De ingekomen reacties vormen reden om het bestemmingsplan op verschillende onderdelen aan te passen.
4.1
Regels
Aanpassingen n.a.v. zienswijzen §
Naar aanleiding van reactie
Worden de regels als volgt aangepast
4.1.1
2.2.1
Door middel van een specifieke bouwaanduiding “afwijkende bouwregels” wordt opgenomen dat op de locatie Vaartje 45/45a een afwijkende goothoogte van 8,0 m1 wordt toegestaan.
4.1.2
2.4.1
Op de Boerenkamplaan 61 wordt een landschappelijke inpassing opgenomen met daarbij een voorwaardelijke verplichting die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing waarborgt.
4.1.3
2.6.1
In de bedrijfstabel wordt opgenomen dat ondersteunende detailhandel in de vorm van een showroom met een oppervlakte van maximaal 170 m² wordt toegestaan.
4.1.4
2.8.1
Op Vaartje 14 wordt een landschappelijke inpassing opgenomen met daarbij een verplichting die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing waarborgt.
4.1.5
2.14.2
Op de Potakkerweg 21, 25-27 wordt een landschappelijke inpassing opgenomen met daarbij een verplichting die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing waarborgt.
4.1.6
2.14.3
De begripsbepaling voor het hobbymatig houden van dieren wordt aangepast naar: Het houden van dieren, niet zijnde een veehouderij of anderszins in een bedrijfsmatige omvang. Voor de bepaling of er sprake is van een bedrijfsmatige omvang zijn factoren zoals continuïteit, winstoogmerk, hinder, omvang van de dierstapel, huisvesting, commerciële doeleinden, gebruik van de dieren, perceelsgrootte en omgeving bepalend.
4.1.7
2.14.8
Er wordt een regeling opgenomen dat het gebruik van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning of plattelandswoning voor het houden van dieren is uitgesloten.
Ambtshalve aanpassingen §
Locatie
Worden de regels als volgt aangepast
4.1.8
Boerenkamplaan 91a
Het alternatieve beplantingsplan wordt als bijlage bij de regels opgenomen.
24
4.1.9
Gezandebaan 13
Voor de locatie wordt een landschappelijke inpassing opgenomen met daarbij een verplichting die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing waarborgt.
4.1.10 Nummering landschappelijke inpassingen en
Tussen ontwerp en vaststelling zijn enkele nieuwe beplantingsplannen toegevoegd. De nummering is hierop aangepast.
voorwaardelijke verplichtingen
4.2
Verbeelding
Aanpassingen n.a.v. zienswijzen §
Naar aanleiding van reactie
Wordt de verbeelding als volgt aangepast
4.2.1
2.1.1
Het woonbestemmingsvlak op Peelweg 1 wordt teruggebracht naar de vigerende situatie.
4.2.2
2.2.1
Door middel van een specifieke bouwaanduiding “afwijkende bouwregels” wordt opgenomen dat op de locatie Vaartje 45/45a een afwijkende goothoogte van 8,0 m1 wordt toegestaan.
4.2.3
2.4.1
Op de Boerenkamplaan 61 wordt een functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen.
4.2.4
2.4.3
Voor Boerenkamplaan 61 wordt een maatvoering ‘maximum oppervlakte bijgebouwen: 235 m²’ opgenomen. De aanduiding ‘overtollige bijgebouwen’ wordt verwijderd.
4.2.5
2.8.1, 2.8.2, 2.8.3
Op Vaartje 14 wordt het bestemmingsvlak vergroot, een functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen, een maatvoering voor de bijgebouwen: 325 m² opgenomen en de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – overtollige bebouwing’ wordt verwijderd.
4.2.6.
2.8.3
Er wordt een aanduiding ‘rijbak’ opgenomen ter plaatse van de buitenrijbaan op Vaartje 14.
4.2.7
2.14.2
Op de Potakkerweg 21, 25-27 wordt een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’
4.2.8
2.14.4
opgenomen. In plaats van een vergroting van het bestemmingsvlak, wordt het agrarisch bedrijfsbestemmingsvlak van vorm veranderd. De overige gronden krijgen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – abiotische waarden’. 4.2.9
2.14.5
De aanduiding ‘veehouderij’ wordt verwijderd van het gekoppelde bouwvlak behorend bij de veehouderij op Steegstraat 9-9a-9b.
4.2.10 2.14.6
De aanduiding ‘veehouderij’ wordt verwijderd van het gekoppelde bouwvlak aan de Achterweg behorend bij de veehouderij op Steegstraat 19.
4.2.11 2.14.7
De aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ wordt zo aangepast dat deze niet over de bestaande bebouwing heen valt. 25
Ambtshalve aanpassingen §
Locatie
4.2.12 Boerenkamplaan 91a
Wordt de verbeelding als volgt aangepast De functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' wordt aangepas op basis van het alternatieve beplantingsplan.
4.2.13 Boerenkamplaan 99
Het achterste gedeelte van perceel H4450 wordt omgezet van ‘Recreatie’ naar ‘Agrarisch’.
4.2.14 Gezandebaan 13
Voor de locatie wordt een maatvoering voor de bijgebouwen: 241 m² opgenomen en er wordt een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen.
4.2.15 Nummering landschappelijke inpassingen en
Tussen ontwerp en vaststelling zijn enkele nieuwe beplantingsplannen toegevoegd. De nummering is hierop aangepast.
voorwaardelijke verplichtingen
4.3
Toelichting
Aanpassingen n.a.v. zienswijzen §
Naar aanleiding van reactie
Wordt de toelichting als volgt aangepast
4.3.1
2.1.1
Het woonbestemmingsvlak op Peelweg 1 wordt teruggebracht naar de vigerende situatie.
4.3.2
2.2.1
Door middel van een specifieke bouwaanduiding “afwijkende bouwregels” wordt opgenomen dat op de locatie Vaartje 45/45a een afwijkende goothoogte van 8,0 m wordt toegestaan
4.3.3
2.4.1 & 2.4.3
Het vergroten van het woonbestemmingsvlak en het opplussen van de bijgebouwen wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Hiervoor wordt een landschappelijke inpassing geleverd.
4.3.4
2.6.1
In de bedrijfstabel wordt opgenomen dat ondersteunende detailhandel in de vorm van een showroom met een oppervlakte van maximaal 170 m² wordt toegestaan op basis van de bestaande rechten.
4.3.5
2.8.1 & 2.8.3
Voor de locatie Vaartje 14 is een uitgebreid landschappelijk inpassingsplan ingediend. Hiermee wordt een kwaliteitsverbetering geleverd voor de gewenste ontwikkelingen op de locatie, zijnde het legaliseren van een rijbak en 325 m² bijgebouwen. Daarnaast wordt het bestemmingsvlak iets vergroot ten behoeve van de legalisatie van een overgangsrechtelijk beschermd gebouw. Ook hiervoor wordt een passende kwaliteitsverbetering geleverd.
26
4.3.6
2.14.2
4.3.7
2.14.3
Op de Potakkerweg 21, 25-27 wordt een landschappelijke inpassing opgenomen als kwaliteitsverbetering voor het toestaan van extra vierkante meters bebouwing. De begripsbepaling voor het hobbymatig houden van dieren wordt aangepast om ook de milieutechnische benadering hierin te betrekken. Het houden van dieren, niet zijnde een veehouderij of anderszins in een bedrijfsmatige omvang. Voor de bepaling of er sprake is van een bedrijfsmatige omvang zijn factoren zoals continuïteit, winstoogmerk, hinder, omvang van de dierstapel, huisvesting, commerciële doeleinden, gebruik van de dieren, perceelsgrootte en omgeving bepalend.
4.3.8
2.14.4
In plaats van een vergroting van het bestemmingsvlak, wordt het agrarisch bedrijfsbestemmingsvlak van vorm veranderd.
4.3.9
2.14.8
Er wordt een regeling opgenomen dat het gebruik van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning of plattelandswoning voor het houden van dieren is uitgesloten.
Ambtshalve aanpassingen §
Locatie
Wordt de toelichting als volgt aangepast
4.3.10 Boerenkamplaan 91a
Voor de locatie is een alternatief beplantingsplan ingediend, deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan.
4.3.11 Boerenkamplaan 99
Het achterste gedeelte van perceel H4450 wordt omgezet van ‘Recreatie’ naar ‘Agrarisch’ conform feitelijk gebruik.
4.3.12 Gezandebaan 13
Voor de locatie is een nieuw verzoek ingediend voor legalisatie van een bijgebouw. De maatvoering voor de bijgebouwen wordt daarom aangepast. Ook wordt een alternatief beplantingsplan hierbij opgenomen ten opzichte van het ontwerp.
27
Bijlagen
28
Bijlage 1: Zienswijze Peelweg 1
Gemeente Someren t.a.v. raad v/d gemeente Someren Postbus 290 5710 AG Someren
Betreft
: Zienswijze ontwerp bestemmingsplan deelgebied 3 Someren d.d. 16-02-2021
Someren, 18-2-2021
Geachte heer, mevrouw, Recentelijk hebben wij kennisgenomen van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan deelgebied 3 te Someren d.d. 16-02-2021. Graag dienen wij onze zienswijze in voor de locatie Peelweg 1. Peelweg 1 In het vigerende bestemmingsplan buitengebied Someren, vastgesteld 29-06-2011, is de enkelbestemming wonen opgenomen ten dele op de in ons bezit zijnde landbouwgrond welke aangrenzend van het perceel Peelweg 1 is. De gemeente Someren is voornemens deze enkelbestemming wonen in te trekken en daarover zijn wij reeds geïnformeerd. In een schrijven richting de gemeente van d.d. 07-01-2021 hebben wij de mogelijkheid aangereikt het bestemmingsvlak wonen te verplaatsen c.q. om te zetten naar een agrarisch bouwvlak grenzend aan het bouwvlak van Peelweg 9, eveneens in ons bezit. Middels een schrijven van d.d. 02-02-2021 reageert de gemeente Someren hierop met de mededeling hieraan geen medewerking te verlenen. In het ontwerpbestemmingsplan is dan ook dit vlak met enkelbestemming wonen verkleind tot het perceel dat tot Peelweg 1 behoort. Hierdoor wordt de mogelijkheid in de toekomst ontnomen om een grondruil te laten plaatsvinden tussen de eigenaar van Peelweg 1 en ondergetekende om deze huidige bestemming te gelde te maken.
Ook wanneer wij als eigenaar van de landbouwgrond in de toekomst de mogelijkheid verkrijgen om het woning aan Peelweg 1 te kopen kunnen wij niet meer gebruik maken van de rechten die nu in de enkelbestemming wonen geborgd zijn. Vice Versa geldt dit natuurlijk ook voor de eigenaar van Peelweg 1. Wij worden hier onrechtmatig in benadeeld en zien het vlak enkelbestemming wonen bij voorkeur ongewijzigd in het ontwerpbestemmingsplan deelgebied 3 óf wij geven de gemeente Someren nogmaals de gelegenheid in gesprek te treden om tot andere oplossingen te komen. Voorts vindt een tweede reden tot zienswijze zich in de oorzaak m.b.t. plannen voor de beoogde migrantenhuisvesting aan Peelweg 1. Als buurtbewoners zijn wij noch door de gemeente noch door de initiatiefnemer hierover geïnformeerd middels bijvoorbeeld een omgevingsdialoog zoals dat voor bouwprocedures in de agrarische sector vereist is. De functiewijziging van wonen naar wonen-plus houdt in onze beleving verband met de ontwikkelingen rondom de voorgenomen migrantenhuisvesting. Om de leefbaarheid in deze buurt te behouden zien wij deze ontwikkelingen bij voorkeur niet in de Peelweg plaatsvinden. Wij vertrouwen erop een constructieve zienswijze op bovenstaande locatie gegeven te hebben en zien uw reactie graag tegemoet.