CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

8c Raadsinformatiebrief adviesrecht van de raad, november 2020

Commissie Ruimte 10 maart 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Besluiten over het adviesrecht, participatieverplichting en uitgebreide procedure in het kader van de Omgevingswet1.743 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp: Opsteller:

Terugkoppeling Raad vraagt Raad 8 oktober 2020 - Adviesrecht Mil van, Petra (A. Nooijen, MasterMeester)

Portefeuillehouder:

D. Blok

Documentnummer:

200224614

Zaaknummer:

0847200224613

Openbaarheid:

Openbaar

Datum:

3 november 2020

Aanleiding Met deze raadsinformatiebrief wordt voorzien in de terugkoppeling van de Raad vraagt Raad bijeenkomst van 8 oktober 2020.

Inhoud De raad vraagt raad bijeenkomst van 8 oktober stond in het teken van het nieuwe adviesrecht van de gemeenteraad. Na het algemene inleidende deel van de avond over het adviesrecht van de raad onder de nieuwe Omgevingswet, zijn we in 2 groepen uiteen gegaan om de casussen te bespreken. De vraag die bij iedere casus werd gesteld, is of de raadsleden in de toekomstige situatie vinden dat zij het adviesrecht van toepassing willen verklaren op een bepaald onderwerp. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste informatie over het adviesrecht en de uitkomsten van de bijeenkomst. Huidige stand van zaken in de gemeente Someren Het huidige raadsbesluit van 30 maart 2011 ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W dus niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er 1 omgevingsplan. Het omgevingsplan vervangt de huidige bestemmingsplannen. De huidige kaders in de bestemmingplannen blijven ook na de inwerkingtreding nog van kracht.

In het besluit van 30 maart 2011 staat dat bij ontwikkelingen in strijd met de gemeentelijke structuurvisie in ieder geval een aanvraag van een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist. In de afgelopen jaren is er weinig tot geen gebruik gemaakt van een verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad. Dit komt door de vrije ruime formulering van het besluit en de Structuurvisie Someren 2028. Omdat de huidige regeling algemeen van aard is en geen expliciete categorieën in staan, kunnen we deze regeling niet als basis vertalen naar adviesrecht. Er moet immers in de nieuwe situatie wel benoemd worden wanneer de raad iets wil vinden. Hier wordt verder op ingegaan onder het volgende kopje.

Nieuwe adviesrecht van de raad onder de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert het adviesrecht van de gemeenteraad. Het is via een amendement in de wet terechtgekomen. Indieners wilden de positie van de raad versterken door een verzwaard adviesrecht toe te voegen bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (vroegere afwijkingen van bestemmingsplan). Hiervoor dient de raad vooraf onderwerpen te benoemen wanneer ze van het adviesrecht gebruik willen maken. Onder de Omgevingswet is de situatie precies het omgekeerde dan dat nu het geval is. Onder de Omgevingswet wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wél een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Het college mag hiervan niet ‘gemotiveerd afwijken’ wat bij een gewoon advies wel kan. Praktisch gezien is dit dus een instemmingsrecht. De raad kan via het bindend advies invloed hebben op ontwikkelingen die afwijken van het omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht (zie artikel 16.15a lid b. onder 1 Omgevingswet). De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin zij advies wil geven indien er sprake is van afwijking van het omgevingsplan.

De raad zal dus op zeer korte termijn moeten bepalen wanneer zij in de toekomst gebruik wil maken van dit adviesrecht en dat vóór inwerkingtreding van de wet vastleggen. Belangrijk hierin is om het werkbaar te houden. Hoe meer de raad gebruik wenst te maken van het adviesrecht, hoe meer er vergaderd moet worden. De termijnen blijven immers kort. Het gaat er vooral om te bepalen wat de categorieën / kernmerken / gevallen zijn van de buitenplanse initiatieven waarbij de raad gebruik wil maken van het adviesrecht. In de bijeenkomst is benadrukt dat de gemeenteraad bij het bepalen van de lijst moet meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit De gemeenteraad kan ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarvoor participatie verplicht is. In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. Er kan in de praktijk overlap zijn tussen de lijst van buitenplanse activiteiten waar de gemeenteraad over wil adviseren en buitenplanse activiteiten met verplichte participatie. Maar het zijn strikt genomen twee aparte lijsten, waar -eventueel gecombineerdbesluitvorming over moet plaatsvinden. Participatie is overigens een belangrijke pijler onder de Omgevingswet.

Gemeenten zullen participatiebeleid moeten formuleren en uitvoeren. Binnen de gemeente Someren staat het participatiebeleid op de agenda voor begin 2021.

2/5

Casus behandelen In de casuïstiek zijn uiteenlopende voorbeelden van omgevingsplanactiviteiten gebruikt met de vraag of de gemeenteraad gebruik wil maken van zijn adviesbevoegdheid. De casussen zijn bedoeld om een gevoel te krijgen waar de raad iets van wil vinden en waarvan niet. Hieronder volgt een samenvatting van de behandeling van de casussen, die tijdens de bijeenkomst in twee aparte groepen is besproken. Casussen Casus 1 t/m 4: Oude schoollocatie naar woningbouw, zowel reguliere woningen als appartementen in meerdere lagen. Op zich hebben de aanwezigen geen bezwaren tegen woningbouw op de plek van oude schoolgebouwen. Wat wel iets is om goed in ogenschouw te nemen, is de hoogte waarin wordt gebouwd. De raadsleden vinden het belangrijk dat op het moment dat een gebouw ‘de hoogte in gaat’ (bijvoorbeeld bij appartementen in meerdere lagen), dat dit goed ingekaderd moet worden in het Omgevingsplan. Met name gezien het feit ook dat de omgeving waarschijnlijk wel iets vindt van het oprichten van hoge(re) bebouwing. Hiervoor zou dus ook een participatieverplichting voor de initiatiefnemer opgelegd kunnen worden door de gemeenteraad. Wanneer de bouwhoogte is geregeld in het Omgevingsplan en er komt een aanvraag die hiervan afwijkt, dan willen de raadsleden hier wel iets van vinden. Ook de locatie is van groot belang.

Er bestond ook verdeeldheid over het uiterlijk van het straatbeeld. Het uiterlijk van het straatbeeld en de verandering van het straatbeeld is bepalend voor de keuze van wel of geen adviesrecht. Anderen zeggen weer dat als de ontwikkeling niet past in straatbeeld maar wel in de visie, ook al veranderd het beeld, is dat niet erg. Ook willen verschillende raadsleden meer weet hebben van nieuwe ontwikkelingen/initiatieven dan nu het geval is.  Conclusie: goed kijken wat we op welke manier willen gaan regelen in het Omgevingsplan. Die kaders moeten helder zijn. Daarnaast is de juiste participatie met de omgeving van belang. De raadsleden willen graag weet hebben van ontwikkelingen en willen meer dan nu het geval is informatie over nieuwe plan (weten wat er speelt). Casus 5: Appartementen in schoolgebouw, zonder het aanzicht te veranderen.  Conclusie: De raadsleden geven aan hierop niet het adviesrecht van toepassing te willen verklaren. Casus 6: Oude schoollocatie naar appartementen op de bovenste laag en horeca op de onderste laag. In de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan willen de raadsleden gebieden aanwijzen waar horeca wel of niet is toegestaan. Stel dat de schoollocatie in de casus in een gebied ligt waar de raad horeca heeft toegestaan, dan is de transformatie voorstelbaar.

Wanneer er een aanvraag komt in een gebied waar horeca niet is toegestaan, dan moet het langs de raad.  Conclusie: ook hier is het kader van belang. Het Omgevingsplan moet dergelijke zaken dus goed regelen.

3/5

Casus 7 t/m 9: Stoppende agrariër die Ruimte voor Ruimte woningen wil bouwen (oplopend in aantal). De aanwezigen vinden met name de zoekgebieden voor de Ruimte voor Ruimte woningen belangrijk. Deze zijn al een hele poos geleden (bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’) op kaart gezet en het is de vraag of deze nog actueel zijn. Deze zoekgebieden zouden dan ook nog eens tegen het licht gehouden moeten worden. Het maakt het heel moeilijk voor de raad om nog iets te vinden als een plek in het zoekgebied ligt, er een afweging is gemaakt door het college, naar aanleiding daarvan investeringen zijn gedaan door de initiatiefnemer, maar de raad het eigenlijk geen goede plek vindt voor toevoeging van woningen. Het aantal toe te voegen woningen maakt de aanwezigen in principe niet heel veel uit, maar het gaat meer om de plek. Ook wordt nog genoemd dat de verhouding tussen de sloop en de toe te voegen bebouwing moet kloppen; er moet altijd sprake zijn van kwaliteitsverbetering. Wellicht zou het ook nog van belang kunnen zijn hoe groot het bedrijf is dat stopt en hoeveel mensen overlast ondervinden van dit bedrijf.  Conclusie: het van te voren op een goede manier aanwijzen van zoekgebieden is van groter belang dan het aantal woningen dat wordt toegevoegd. Visie en plan moeten hier iets van vinden, het van te voren stellen van kaders is dus ook hier weer van belang.

Casus 10 en 11: Stoppende agrariër die daghoreca wil en 24/7 horeca  Conclusie: Daghoreca is geen onderwerp voor het adviesrecht. Dit geldt wel voor 24/7 horeca, hierop wenst de raad het adviesrecht van toepassing te verklaren. Voorafgaand dient het Omgevingsplan duidelijke kaders te bieden. Casus 12 en 13: Stoppende agrariër wil minicamping en midgetgolfbaan  Conclusie: De raadsleden geven aan hierop niet het adviesrecht van toepassing te willen verklaren. Casus 14 t/m 16: Stoppende agrariër wil arbeidsmigranten huisvesten Het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten is actueel en dit zou moeten worden overgenomen. Past een plan niet binnen het beleid, dan moet de raad er iets van vinden. Ook de vraag of de omgeving iets zal vinden van een bepaald plan(voornemen) is van belang. Er moet nog een keuze worden gemaakt of zaken op de participatieverplichtingenlijst komen of dat er adviesrecht nodig is, óf beiden.  Conclusie: het is van belang om actuele beleidskaders goed te vertalen in de visie of het plan. Casus 17: Agrariër wil uitbreiden  Conclusie: De aanwezigen vinden dat adviesrecht op een dergelijke situatie niet nodig is.

4/5

Na het behandelen van de casuïstiek is een beeld over welke onderwerpen de gemeenteraad haar adviesrecht op van toepassing wil verklaren. Op veel punten is er al actueel beleid en de werkwijze is hierin vastgelegd. Het bestaande beleid vormt de basis voor het omgevingsplan.

Het vervolg Op basis van de uitkomsten wordt een raadsvoorstel voorbereid en aan u voorgelegd in Q1 2021. Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

de burgemeester,

T.M.G. van Leeuwen

D. Blok

Bijlagen: Presentatie Raad vraagt Raad 8 oktober

Documentnr.

O

200226307

X

NO

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9816065/1