CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

8a. Toelichting BP Kerkendijk ong Molenbrugweg ong

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kerkendijk ong. – Molenbrugweg ong.13.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Crijns Rentmeesters BV Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 – 47 17 77

BESTEMMINGSPLAN KERKENDIJK ONG. EN MOLENBRUGWEG ONG. SOMEREN

Crijns Rentmeesters bv Maart 2022

E: info@crijns-rentmeesters.nl I: www.crijns-rentmeesters.nl

PLANGEGEVENS Naam bestemmingsplan

Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.

IMRO-idn Versie ontwerp

NL.IMRO.0847.BP02020025-VS01 Augustus 2021

Versie vastgesteld

April 2022

Opgesteld door

Guido Bosmans

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING________________________________________________________ 4 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding ___________________________________________________________ 4 Ligging en begrenzing plangebied ________________________________________ 4 Vigerende bestemmingsplannen __________________________________________ 6 Leeswijzer ___________________________________________________________ 8

2. HUIDIGE SITUATIE ________________________________________________ 9 2.1 2.2 2.3

Ontstaansgeschiedenis omgeving ________________________________________ 9 Functionele structuur ___________________________________________________ 9 Bestaande situatie plangebied __________________________________________ 10

3. PLANBESCHRIJVING _____________________________________________ 12 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding ____________________________________________________________ 12 Kerkendijk __________________________________________________________ 12 Molenbrugweg _______________________________________________________ 15 Verkeer en parkeren __________________________________________________ 19

4. BELEIDSKADER _________________________________________________ 20 4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid __________________________________________________________ 20 Provinciaal beleid ____________________________________________________ 21 Gemeentelijk beleid ___________________________________________________ 25

5. MILIEUASPECTEN ________________________________________________ 28 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Bodemonderzoek ____________________________________________________ 28 Water ______________________________________________________________ 29 Cultuurhistorie _______________________________________________________ 31 Archeologie _________________________________________________________ 32 Natuur _____________________________________________________________ 33 Geluid _____________________________________________________________ 34 Agrarische bedrijvigheid _______________________________________________ 35 Gezondheid _________________________________________________________ 38 Bedrijven en milieuzonering ____________________________________________ 40 Externe veiligheid ____________________________________________________ 42 Luchtkwaliteit ________________________________________________________ 43 M.e.r-beoordeling ____________________________________________________ 45

6. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING __________________________________ 47 6.1 6.2 6.3 6.4

Inleiding ____________________________________________________________ 47 Algemene toelichting verbeelding ________________________________________ 47 Algemene toelichting regels ____________________________________________ 47 Toelichting bestemmingen ______________________________________________ 48

7. UITVOERBAARHEID ______________________________________________ 49 7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid ___________________________________________ 49 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ________________________________________ 49

8. PROCEDURE ____________________________________________________ 50

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

1

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

8.1 8.2 8.3 8.4

Inleiding ____________________________________________________________ 50 Inspraakprocedure ____________________________________________________ 50 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro _____________________________________________ 50 Zienswijzen _________________________________________________________ 50

BIJLAGEN: Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Kostenbegroting Bijlage 4: Aeriusberekening Bijlage 5: Ontwerp deel Waterschap De Dommel

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

2

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

3

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan is voor initiatiefnemer opgesteld ten behoeve van de herontwikkeling van de planlocaties Kerkendijk ongenummerd (ong.) en Molenbrugweg ong. te Someren. Beoogd wordt aan Kerkendijk ong., ten zuiden van Kerkendijk 140, één nieuwe woning te realiseren in het kader van de provinciale regeling ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij brief d.d. 7 februari 2011 met kenmerk vrom/sd 10-1709 medewerking verleend voor de bouw van twee extra woningen aan de Kerkendijk, waarvan er tot nog toe één is ontwikkeld. Ten behoeve van de woningbouw vindt een tegenprestatie plaats in de vorm natuurontwikkeling. Op de planlocatie aan Molenbrugweg ong. wordt een ecologische verbindingszone (EVZ) ingericht. Het betreft hierbij de inrichting van een ontbrekende schakel in de EVZ ‘De Hutten – Boksenberg’. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daartoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit twee planlocaties. De woningbouwlocatie bevindt zich ten zuiden van Kerkendijk 140. De planlocatie is kadastraal bekend als: gemeente Someren, sectie G, nummer 5196 en heeft een omvang van 1.470 m². Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kadastrale kaart, geprojecteerd op luchtfoto, waarop de ligging van de planlocatie met een bolletjeslijn is aangeduid.

Figuur 1: Uitsnede kadastrale kaart, waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

4

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

De planlocatie waar de ecologische verbindingszone wordt gerealiseerd is gesitueerd ten noorden de Molenbrugweg. De planlocatie is kadastraal bekend als: gemeente Someren, sectie G, nummer 3760 en heeft een omvang van 6.751 m². Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kadastrale kaart, geprojecteerd op luchtfoto, waarop de ligging van de planlocatie met een bolletjeslijn is aangeduid.

Figuur 2: Uitsnede kadastrale kaart, waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid

Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van beide planlocaties ten opzichte van de omgeving.

Figuur 3: Situering planlocatie aan de Kerkendijk aangeduid met een bolletjeslijn

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

5

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 4: Situering planlocatie aan de Molenbrugweg aangeduid met een bolletjeslijn

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van de planlocatie aan de Kerkendijk is het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’ het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld 16 mei 2011 en is onherroepelijk. Navolgende figuur geeft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weer, waarbij de planlocatie is aangeduid.

Figuur 5: Vigerend bestemmingsplan planlocatie Kerkendijk ong. (aangeduid met een bolletjeslijn)

De planlocatie is in het vigerende bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch met waarden Landschappelijke

waarden’

en

voorzien

van

de

gebiedsaanduiding

‘overige

zone

-

bebouwingsconcentratie’ en de inmiddels op provinciaal niveau vervallen gebiedsaanduiding

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

6

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. Ter plaatse geldt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - visueel waardevol, openheid’. Ter plaatse van de planlocatie is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ vigerend. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 28 juni 2018. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ omvat het aanpassen en toevoegen van een aantal regels van de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Someren. Deze aanpassingen worden aangebracht doordat de ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied van Someren zijn gewijzigd door de vaststelling van het gemeentelijk beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied (NAF-beleid). Aangezien het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ slechts wijzigingen in de regels bevat is er geen sprake van een verbeelding. De realisatie van een woning ter plaatse is niet rechtstreeks mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan. Ter plaatse van de planlocatie aan de Molenbrugweg is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren Deelgebied 1’ het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld 30 november 2017 en is onherroepelijk.

Navolgende figuur geeft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weer, waarbij de planlocatie is aangeduid met een bolletjeslijn.

Figuur 6: Vigerend bestemmingsplan planlocatie Molenbrugweg ong. (aangeduid met een bolletjeslijn)

De

planlocatie

is

in

het

vigerende

bestemmingsplan

bestemd

als

‘Agrarisch’

met

de

dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - boringsvrije zone’ en ‘overige zone – staldering’.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

7

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleidskader weergegeven. Het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale en het gemeentelijke beleid wordt toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de planologische relevante (milieu)aspecten met betrekking tot de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. In hoofdstuk 8 wordt de procedure nader toegelicht.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

8

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Ontstaansgeschiedenis omgeving

Het dorp Someren is van oorsprong een kransakkerdorp of tiendakkerdorp. Rondom de centrale kern met een kerk en marktplaats was een aantal kleinere agrarische buurtschappen gelegen. Kenmerkend zijn de lange bebouwingslinten, die een tamelijk rechtlijnig karakter hebben. De linten onderscheiden zich van elkaar door de aard van de bebouwing en de al dan niet aanwezige laanbeplanting. Als gevolg van de ontginningen in de 19e eeuw is de kern Someren-Heide ontstaan. De benaming ‘Heide’ is overgenomen van het uitgestrekte ontginningsgebied waaruit het ontginningsdorp in 1920 is ontstaan. Het jonge landschap is opgebouwd uit een rechtlijnige blokverkaveling, die zich sterk noordzuid oriënteert. Langs deze lijnen hebben zich bebouwingslinten gevormd. Sommige van deze bebouwingslinten zijn puur gericht op agrarische productie. Andere linten bieden ruimte aan een andere soort bedrijvigheid en woningen, of vallen op door hun kleinschaligheid. De voornaamste linten die naast een agrarische functie ook andere functies hebben, zijn de Nieuwendijk en de Kerkendijk. Dit betreffende de belangrijkste doorgaande linten tussen dorpskernen Someren, Someren-Heide en Someren-Eind binnen de gemeente Someren. De landschappelijke structuur van de gemeente Someren onderscheidt zich in verschillende landschapseenheden.

Aan de westzijde van de gemeente liggen grote bos- en heidecomplexen op de hoge dekzandruggen en stuifduinen. Kenmerkend zijn de grote aaneengesloten bosgebieden. Hieraan grenzen de beekdalen van de Vleutloop en de Kleine Aa, die vanwege de aanwezigheid van landschappelijke beplantingen een besloten landschapseenheid kennen. De beekdalen doorsnijden de oude kamp-ontginningsgebieden met oude open akkers op de dekzandruggen rondom Lierop en de kern van Someren. De kampontginningen kennen een kleinschalige, blokvormige, onregelmatige verkavelingsstructuur met een relatief besloten landschapsbeeld. In deze structuur zijn plaatselijk de oude open akkers te herkennen als relatief open gebieden met een gebogen belijning en een bol reliëf. Aan de zuidzijde van de gemeente Someren ligt het jonge heideontginningsgebied op de dekzandvlakte rondom de kernen Someren-Heide en Someren-Eind. In dit gebied bestaat de structuur uit een grootschalige en rationele verkaveling. De blokvormige wegenstructuur hierbinnen wordt begeleid door wegbeplanting, zodat het rechthoekige patroon van wegen en kavels in het landschapsbeeld zichtbaar is. Langs de wegen liggen de agrarische bedrijven verspreid door het gebied. Beide planlocaties zijn binnen deze jonge heideontginning gelegen.

2.2

Functionele structuur

De gemeente Someren kent een uitgebreide verzorgings- en voorzieningenstructuur. Deze is met name geconcentreerd in de kern van Someren. De gebiedsontsluitingsweg (N266) is gelegen langs de Zuid-Willemsvaart en verbindt de kern Someren met Helmond en Nederweert. Ter hoogte van Lierop bevindt zich een aansluiting op de Rijksweg A67. Een tweede gebieds-ontsluitingsweg betreft de Provincialeweg (N609). Deze bevindt zich ter hoogte van de kern Someren en betreft een regionale ontsluitingsweg tussen de kernen Heeze, Someren en Asten. De woningbouwlocatie is gelegen aan de Kerkendijk. Aan de Kerkendijk wisselen verschillende functies elkaar af. Er is sprake van een sterke variatie van woonfuncties, lichte bedrijvigheid en veehouderijen aan de Kerkendijk. De natuurontwikkelingslocatie is gesitueerd aan de Molenbrugweg, de planlocatie vindt zich ten noorden

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

9

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

van natura 2000 gebied ‘Weerter- en Budelerbergen & Ringselven’ en ten zuiden van natuurgebied De Boksenberg.

2.3

Bestaande situatie plangebied

2.3.1

Kerkendijk

De planlocatie is als grasland in gebruik en voor agrarisch gebruik bestemd. De kavel heeft een frontbreedte van circa 30 meter en wordt van de Kerkdijk gescheiden doormiddel van een zaksloot. Tussen de Kerkendijk en het perceel ligt tevens een fietspad. Navolgende figuur geeft de huidige situatie ter plaatse weer.

Figuur 7: Planlocatie aan Kerkendijk 138, rechts de eerder ontwikkelde Ruimte voor Ruimte woning

2.3.2

Molenbrugweg

De planlocatie aan de Molenbrugweg is in gebruik als cultuurgrond. Aan de noodzijde van het perceel is een a-watergang aanwezig. De belendende percelen zijn reeds ingericht als ‘ecologische verbindingszone’. Door onderhavig initiatief wordt de ecologische verbindingszone gecompleteerd. Het betreft hierbij een ontbrekende schakel in de EVZ ‘De Hutten – Boksenberg’. Navolgende figuur geeft een overzicht van het perceel in de huidige situatie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

10

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 8: Planlocatie aan de Molenbrugweg

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

11

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1 Inleiding Beoogd wordt om aan Kerkendijk ong., ten zuiden van Kerkendijk 140, één woning te realiseren in het kader van de provinciale regeling ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’. Ten behoeve van de woningbouw vindt een tegenprestatie plaats in de vorm natuurontwikkeling doormiddel van het completeren van een ecologische verbindingszone. De planlocatie hiervoor bevindt zich aan Molenbrugweg ongenummerd.

3.2

Kerkendijk

3.2.1

Planologische situatie

De planlocatie aan de Kerkendijk heeft een frontbreedte van circa 30 meter wordt van de Kerkdijk gescheiden doormiddel van een zaksloot. Tussen de Kerkendijk en het perceel ligt tevens een fietspad. Beoogd wordt om op het perceel een woning op te richten parallel aan de weg. De woning wordt centraal op het perceel gesitueerd. Voor de woning geldt dat deze 7 meter uit de zijdelingse perceelsgrens gesitueerd dient te worden en dat de woning een maximale inhoud krijgt van 900 m³. Navolgende figuur geeft een overzicht van de beoogde planologische situatie na herontwikkeling.

Figuur 9: Beoogde planologische situatie Kerkendijk ongenummerd

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

12

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

3.2.2

Beeldkwaliteit

De te bouwen woning dient voor wat betreft beeldkwaliteit aan te sluiten bij de bestaande woningen in het buitengebied en de Kerkendijk. De woningen in de omgeving van de planlocatie zijn vrijwel allemaal voorzien van een rechthoekig grondplan. De woningen betreffen veelal woningen van één tot anderhalve bouwlaag met kap. De woningen in de omgeving zijn voorzien van een al dan niet afgewolfd zadeldak. De woningen zijn gedekt met pannen en/of riet. De woningen in de omgeving van de planlocatie zijn doorgaans parallel aan Kerkendijk georiënteerd, tenzij deze aan een zijstraat van de Kerkendijk liggen. De beeldkwaliteit van de nieuwe woning past qua beeldkwaliteit bij de woningen in de omgeving. Navolgende figuren geven een overzicht van de beeldkwaliteit van de nieuwe woning.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

13

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 10: Impressie beeldkwaliteit

3.2.3

Landschappelijke inpassing

Nieuwe bebouwing dient landschappelijk te worden ingepast. Hierbij dient aangesloten te worden bij het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011’ van de gemeente Someren. De planlocatie is in het Beeldkwaliteitplan gelegen binnen de aanduiding ‘linten, knopen en clusters’. Ter plaatse van de planlocatie is er sprake van een lint. Voor de landschappelijke inpassing binnen een lint gelden de volgende randvoorwaarden: de erven hebben een karakter en opzet van een boerenerf; -

het omringende landschap vormt de basis voor de erfinrichting;

-

de relatie tussen de tuin (voor- en achter) , het erf en het omringende landschap is duurzaam, open en transparant.

-

De landschappelijke inpassing dient te worden uitgevoerd in streekeigen plantensoorten.

De woning wordt landschappelijk ingepast met meerdere landschapselementen. Dit betreft onder meer een geschoren haag aan de voorzijde van de planlocatie, welke over gaat in een vrijgroeiende haag bij de achtergevel. De haag op de achterste perceelsgrens wordt versterkt met enkele overstaanders. Het landschappelijk inpassingsplan van de kavel is op schaal bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd ten behoeve van de concrete toetsbaarheid en handhaafbaarheid van de landschappelijk inpassing. Navolgende figuur geeft een beeld van de landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan is als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

14

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 11: Uitsnede beplantingsplan

3.3

Molenbrugweg

3.3.1

Inleiding

In 2016 is de aanleg van een EVZ gerealiseerd welke de gebieden De Pan en de Weerter bossen met elkaar verbind. Helaas is het toentertijd bij één grondeigenaar niet gelukt om de benodigde gronden te verwerven. Het betreft stroken grond op de percelen kadastraal bekend onder Sectie G nummers 3760 en 3763. Momenteel ontbreekt dit deel van de EVZ nog steeds. Het zou een enorme verstrekking zijn indien deze ontbrekende schakel alsnog gerealiseerd zou kunnen worden. De voltooiing van deze ontbrekende schakel zorgt voor meer robuustheid en minder kwetsbaarheid van de NNB.

3.3.2

Situering inrichtingslocatie

De initiatiefnemer heeft een perceel landbouwgrond, gelegen in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) aangekocht. Het perceel maakt deel uit van Ecologische verbindingszone (EVZ) De Hutten. Dit perceel wordt om niet geleverd aan de gemeente Someren. Nadere afspraken over deze levering zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente Someren en de initiatiefnemer van onderhavig plan. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van dit perceel in de omgeving.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

15

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 12: Locatie voor in te richten ecologische verbindingszone

Op bovenstaande figuur is het perceelgedeelte dat wordt ontwikkeld als natuur blauw omkaderd en groen ingekleurd. Op de luchtfoto is te zien dat het hier een nog niet gerealiseerd gedeelte van EVZ De Hutten betreft. Het reeds gerealiseerde deel van de EVZ is groen omkaderd. De EVZ De Hutten is begrensd in het natuurgebiedsplan van provincie Noord-Brabant. De afgelopen jaren is op het niet voltooide deel van de EVZ mais verbouwd. Door de inrichting van deze ontbrekende schakel, zullen in de toekomst geen meststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen meer worden aangewend en zal uitspoeling vanuit dit perceel niet langer plaatsvinden. Het over te dragen perceel betreft een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G, nummer 3760 ter grootte van 6.138 m². Het perceel is aangekocht door de initiatiefnemer en zal om niet aan de gemeente worden overgedragen. Deze partij zal in de toekomst het beheer en instandhouding waarborgen.

3.3.3

Inrichting van de planlocatie

Door Vinken administratie en advies is een begroting opgesteld ten behoeve van het inrichten van de EVZ op het perceel. Op onderstaande figuur is een uitsnede van het inrichtingsplan voor de gehele EVZ weergegeven. Dit inrichtingsplan is opgesteld in opdracht van Waterschap De Dommel. De inrichting van het nog te realiseren stuk EVZ zal hierbij aansluiten en op een zelfde wijze worden ingericht. Over deze inrichting heeft afstemming plaatsgevonden met provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel en gemeente Someren. Het perceel zal, op aangeven van waterschap De Dommel zodanig worden ingericht zodat een extra waterbuffering ontstaat en waar het water de kans krijgt om te infiltreren en draagt dus significant bij aan het project Onweerstaanbaar Someren.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

16

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 13: Uitsnede uit inrichtingsplan

De initiatiefnemer neemt de kosten voor de aankoop, inrichting, de bijkomende kosten en het 10 jarig beheer voor zijn rekening. Door de initiatiefnemer wordt hiervoor een bedrag van € 125.000,00 geïnvesteerd. Gemeente Someren wordt eigenaar van de gronden en het beheer zal (laten) uitvoeren. Een specificatie van deze kostenposten en een verantwoording van de algehele bijdrage is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Navolgende figuur geeft een weergave van de inrichting van de natte EVZ op het belendende perceel. Voor de aangrenzende EVZ is door Waterschap de Dommel een inrichtingsplan opgesteld. De planlocatie zal op een zelfde wijze worden ingericht als de aangrenzende natuur, waarbij een natuurvriendelijke oever wordt gerealiseerd aangrenzend aan de waterloop. Hiermee wordt extra bufferruimte gecreëerd voor waterberging in het gebied. Het perceel wordt daarvoor deels afgegraven. Tevens worden drie poelen gegraven. Aan de oostzijde is ruimte voor een struweelbosje bestaande uit inheemse boom en struiksoorten. Het geheel wordt voorzien van een afrastering waardoor een beheer in de vorm van schapen- of runderen begrazing kan worden uitgevoerd. Het bosje wordt daarbij apart voorzien van een raster waardoor hier een spontane ontwikkeling plaats kan vinden.

De EVZ zal een leefgebied vormen voor moeras- en waterplanten, water- en struweelvogels, insecten zoals libellen en dagvlinders. De EVZ zal tevens een functie vervullen voor de waterberging.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

17

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 14: Beoogde inrichting van de planlocatie

3.3.4

Planologische situatie

De planlocatie aan de Molenbrugweg is thans bestemd als ‘Agrarisch’. Middels onderhavige ontwikkeling wordt de agrarische bestemming herbestemd naar ‘Natuur’. De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – boringsvrije zone’, ‘overige zone – staldering’ en vrijwaringszone – watergang blijven gehandhaafd. Overeenkomstig de belendende percelen krijgt de planlocatie de aanduiding ‘overige zone - ecologische verbindingszone’. Navolgend wordt de beoogde planologische situatie weergegeven.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

18

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 15: Beoogde planologische situatie Molenbrugweg ongenummerd

3.4

Verkeer en parkeren

De nieuwe woning wordt ontsloten aan de Kerkendijk. De inrit wordt beoogd ter hoogte van de bestaande fietsoversteekplaats. Realisatie van de woning leidt tot een toename van verkeersbewegingen met personenauto’s behorende bij gebruik van deze woning. Dit leidt gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling niet tot een substantiële toename van de verkeersdruk aan de Kerkendijk. Vanaf het plangebied gaan verkeersbewegingen direct op in het heersende verkeersbeeld. Op het plangebied worden bij de woning drie parkeerplaatsen, exclusief garage gerealiseerd. Dit wordt middels een voorwaardelijke verplichting verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Het plangebied biedt hiertoe ruimschoots de ruimte.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

19

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -

Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

-

Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel;

-

Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s;

-

Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit bestemmingsplan heeft door omvang en aard van de ontwikkeling geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Dit draagt uiteraard op microniveau wel bij aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig landelijk gebied.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is het verplicht om in het geval dat een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Binnen het plangebied wordt één woning toegevoegd. Het toevoegen van één of enkele woningen wordt in het kader van de ladder voor duurzame ontwikkeling niet gezien als een stedelijke ontwikkeling.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

20

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de hoofdopgaven in de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De Provincie Noord-Brabant streeft er op zijn beurt naar dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt.

4.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

4.2.2.1 Inleiding De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van de planlocatie in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

4.2.2.2 Aanduidingen in de Interim omgevingsverordening Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van de planlocaties in de Interim omgevingsverordening.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

21

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 16: Aanduiding planlocatie Kerkendijk in Interim omgevingsverordening

De planlocatie aan de Kerkendijk is grotendeels gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied, met de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’. De planlocatie kent tevens de aanduiding verstedelijking afweegbaar.

Figuur 17: Aanduiding planlocatie Kerkendijk in Interim omgevingsverordening

De planlocatie aan de Molenbrugweg is gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied. De locatie kent de aanduidingen ‘Boringsvrije zone’, ‘Reservering Waterberging’, ‘Natuur Netwerk Brabant’ en ‘Stalderingsgebied’.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

22

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

4.2.2.3 Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. De realisatie van de woning aan de Kerkendijk wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar behoort conform artikel 3.78 van de Interim omgevingsverordening tot de mogelijkheden, in afwijking van artikel 3.6, dat gebruik gemaakt moet worden van een bestaand bouwperceel.

4.2.2.4 Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening stelt dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen het Landelijk gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing, de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones en het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In bijlage 3 bij deze toelichting is een berekening van de benodigde tegenprestatie in de vorm van kwaliteitsverbetering van het landschap weergegeven. In de berekening is een totaal bedrag van € 125.000,00 opgenomen als benodigde tegenprestatie. Dit bedrag is afgeleid uit de huidige marktwaarde voor een Ruimte voor Ruimte bouwtitel.

De initiatiefnemer neemt de kosten voor de aankoop, inrichting, de bijkomende kosten en het 10-jarig beheer voor zijn rekening. Het restant wat resteert na aankoop, inrichting en het 10-jarig beheer komt ten goede aan het gemeentelijk biofonds.

4.2.2.5 Artikel 3.25 natuur netwerk brabant - ecologische verbindingszone Een gedeelte van het plangebied is in de Interim omgevingsverordening aangewezen als gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het Natuur Netwerk Brabant betreft volgens de verordening “het samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met een belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden”. Ontwikkelingen binnen het Natuur Netwerk Brabant dienen te strekken tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. De ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

23

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

dienen te worden beschermd, waarbij rekening wordt gehouden met de overige aanwezige waarden en

kenmerken,

waaronder

de

cultuurhistorische

waarden

en

kenmerken.

In

onderhavig

bestemmingsplan wordt de ecologische verbindingszone duurzaam geborgd.

4.2.2.6 Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door veranderingen van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Onderhavige ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterhuishouding.

4.2.2.7 Artikel 3.36 Reservering waterberging De instructieregels binnen het Reserveringsgebied voor waterberging zijn gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen de reserveringsgebieden is een afweging wel mogelijk. Bij het opnemen van een regeling in het bestemmingsplan geldt dat betrokkenheid van de waterschappen, als primair verantwoordelijk bestuursorgaan voor de inrichting van de waterschapsgebieden nodig is. Doormiddel van deze ontwikkeling wordt het waterbergend vermogen versterkt door middel van de aanleg van extra bufferruimte.

4.2.2.8 Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Op het plangebied ligt gedeeltelijk de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’, waarvoor in artikel 3.43 regels zijn gesteld. Binnen het voor Verstedelijking afweegbaar gebied is onder voorwaarden nieuw ruimtebeslag mogelijk. Er wordt binnen het plangebied gebruik gemaakt van de regeling ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties.

4.2.2.9 Artikel 3.52 Staldering Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De beoogde herontwikkeling heeft geen toename van dierenverblijven tot gevolg.

4.2.2.10 Artikel 3.78 kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties Binnen bebouwingsconcentraties in Verstedelijking afweegbaar kan een bestemmingsplan de nieuwvestiging van één of meer woningen mogelijk maken. Voorwaarde is dat:  het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen te verzekeren; 

er geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling;

geen inbreuk wordt gedaan aan de toepassing van de regeling bedoeld in ruimte-voor-ruimte. Hiermee wordt bedoeld dat de tegenprestatie voor de bouw van een woning in beginsel gelijkwaardig moet zijn aan de tegenprestatie die gevraagd wordt bij het oprichten van een ruimte-voor-ruimte woning;

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

24

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

wordt gekeken of een ruimte voor ruimte ontwikkeling deel kan uitmaken van de ontwikkeling. Deze voorwaarde vraagt om in overleg te treden met de Ontwikkelingsmaatschappij om te kijken of samenwerking bij de ontwikkeling tot de mogelijkheden behoort.

Er zal in samenhang met de beoogde ontwikkeling geen sprake zijn van een aanzet tot stedelijke ontwikkeling. Het plan betreft slechts de bouw van één woning aan de Kerkendijk en natuurontwikkeling aan de Molenbrugweg. Het betreft een dusdanig kleine ontwikkeling dat gesteld kan worden dat geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling. Ten aanzien van de ontwikkeling van de woning in het kader van kwaliteitsverbetering van bebouwingsconcentraties dient een kwaliteitsverbetering van het landschap plaats te vinden. Er mag geen inbreuk wordt gemaakt op de toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte. Hiermee wordt bedoeld dat de tegenprestatie voor de bouw van een woning die gevraagd wordt in beginsel gelijkwaardig moet zijn aan de tegenprestatie die gevraagd wordt bij het oprichten van een Ruimte voor Ruimte woning. Hieraan wordt voldaan. In sub-paragraaf 4.2.2.4 is dit nader uitgewerkt.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Someren 2028

In de Structuurvisie Someren 2028 wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. Hierna is een uitsnede van deze kaart weergegeven waarop beide planlocaties zijn aangeduid.

Plangebied Figuur 18: Kaart uit de Structuurvisie Someren 2028, waarop de planlocatie is aangeduid

De planlocatie aan de Kerkendijk is op de structuurvisiekaart aangeduid als jonge heideontginning. Verder is de planlocatie niet nader aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

25

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Figuur 19: Kaart uit de Structuurvisie Someren 2028, waarop de planlocatie is aangeduid

De planlocatie aan de Molenbrugweg is op de structuurvisiekaart aangeduid als gelegen in een Broeken Waterbergingsgebied. Ter plaatse wordt ingezet op natuurontwikkeling en draagt derhalve bij aan het waterbergend vermogen en de waterkwaliteit ter plaatse.

4.3.2

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011

De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 gemeente Someren’ vastgesteld, gelijktijdig met het bestemmingsplan Buitengebied. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan het creëren van en het bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Het beeldkwaliteitsplan is vooral een inspiratiebron bij nieuwe ontwikkelingen. In dit beeldkwaliteitplan zijn ontwerprichtlijnen per gebiedstype opgenomen. De planlocatie aan de Kerkendijk is gesitueerd in een Jong Heideontginningsgebied. De planlocatie aan de Molenbrugweg is gesitueerd in een Broekgebied. In paragraaf 3.2.3 van deze toelichting is de beoogde landschappelijke inpassing nader toegelicht.

4.3.3

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020

In de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie moeten beschermen. Bij het opstellen van o.a. bestemmingsplannen moet met deze belangen rekening worden gehouden. In artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening is geregeld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden afgewogen. De Interim omgevingsverordening schrijft niet voor hoe of in welke mate een ontwikkeling aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. De provincie heeft nadrukkelijk het standpunt ingenomen dat de gemeenten dit zelf mogen bepalen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

26

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Gemeente Someren heeft haar beleid geformuleerd in Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020. Ontwikkelingen zijn daarbij verdeeld in drie categorieën en er is een lijst met bestemmingswaarden vastgelegd. Deze LIR is ook afgestemd met de provincie. Met betrekking tot de

regeling

‘Kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’

zijn in de

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020 geen aanvullende voorwaarden bepaald. In artikel 3.78 van de IOV is bepaald dat de nieuwvestiging van de woning gepaard gaat met een fysieke tegenprestatie die in evenredige verhouding staat tot de ontwikkeling van deze woning. Te tegenprestatie voor deze woning is gelijkwaardig aan de investering van een Ruimte voor Ruimte bouwtitel. Middels onderhavige ontwikkeling wordt als tegenprestatie voor de realisatie van de woning een EVZ aangelegd. Hiermee wordt een directe investering gedaan die bijdraagt aan de kwaliteit van bodem, water, natuur, landschap ter plaatse. Deze tegenprestatie is inzichtelijk gemaakt in een begroting. Deze begroting is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Een nadere toets aan artikel 3.78 IOV is opgenomen in subparagraaf 4.2.2.10. De planlocatie aan de Kerkendijk wordt landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Dit is verankerd middels een bepalingsplan. De ontwikkeling is daarmee passend binnen het beleid van gemeente Someren en provincie Noord-Brabant.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

5.

MILIEUASPECTEN

5.1 Bodemonderzoek Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Door Archimil is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek d.d. 4 september 2019 met rapportnummer 2201R002 behoort als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. De conclusies en aanbevelingen zijn hierna samengevat opgenomen. “Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Kerkendijk 142 te SomerenHeide. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is zeer licht verontreinigd met cadmium en zink. 2. De grond uit de onderlaag (0,4-3,8 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. 3. Het grondwater is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met barium en koper. 4. De hypothese niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan aankoop van of aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. 2.

De lichte verontreinigingen met cadmium en zink in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar. 3. Gelet op de aangetroffen diffuus verhoogde concentraties aan nikkel, barium en koper in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. Het is echter raadzaam om geen freatisch grondwater te gebruiken voor consumptieve doeleinden, zoals het besproeien van gewassen en/of drenken van dieren. 4. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.” Uit het onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

5.2

Water

5.2.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief op het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.

5.2.2

Beleidskader

5.2.2.1 Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Waardevol water’ Het waterschap heeft het Waterbeheerplan 4 ‘Waardevol Water’ vastgesteld. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedsbeheer Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal waterplan. Het nieuwe waterbeheerplan geeft vier uitgangspunten weer die de richting aangeven van de plannen en oplossingen van het waterschap voor de periode 2016–2021. Deze vier uitgangspunten luiden als volgt: 1. De beekdalbenadering: Door het beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan het waterschap integraler en effectiever werken. Wel is samenwerking met andere overheden, andere waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het ommeland. Water verbindt mensen. 2. De gebruiker centraal: De omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt. Ook veranderen de behoeften en belangen van gebruikers. De waarde van water verandert met de maatschappij mee. Daar heeft het waterschap oog voor en speelt daarop in. 3. Samen sterker: Door de handen ineen te slaan met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven, bereikt het waterschap meer dan op eigen houtje. Zij aan zij zoekt het waterschap naar de beste oplossingen en maakt daar werk van. Het waterschap wil inspireren en ruimte geven.

Door flexibel te zijn in de samenwerking met ideeën van derden versterkt het waterschap de uitvoeringskracht. 4. Gezonde toekomst: Ook toekomstige generaties wil het waterschap voldoende, veilig en schoon water kunnen bieden. Overal in de maatschappij streeft het waterschap naar duurzaamheid. Het denken in kringlopen is daarbij de basis. Het waterschap sluit hierbij aan en ziet het als een inspirerende uitdaging. Mensen bewust maken van de waarde van water om zo tot duurzaam gebruik te komen zal de komende jaren in het werk van het waterschap verweven zijn.

5.2.2.2 Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beide planlocaties zijn op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

5.2.2.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Ter plaatse van de planlocatie aan de Kerkendijk wordt één vrijstaande woning met bijgebouwen en erfverharding opgericht. De toename van het verhard oppervlak is minder dan 500 m².

Op basis van de ‘Algemene regels Keur 2015’ geldt voor een dergelijke ontwikkeling een vrijstelling van het verbod voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam. Op de planlocatie aan de Molenbrugweg wordt enkel natuur ontwikkeld. Voor de ingrepen aan de Molenbrugweg dient wel een watervergunningtraject te worden doorlopen. Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

5.2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De GHG ter plaatse van de planlocatie aan de Kerkendijk bedraagt tussen de 60-80 cm-mv. De bodem bestaat uit lage enkeerdgronden bestaande uit lemig fijn zand. De GHG ter plaatse van de planlocatie aan de Molenbrugweg bedraagt tussen de 0-40 cm-mv. De bodem aan de Molenbrugweg bestaat uit Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand.

5.2.4

Hemelwater na ontwikkeling

De gemeente Someren vereist dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd ter voorkoming van wateroverlast door toevoeging van de beoogde verharding binnen het plangebied. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woningen en bijgebouwen worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratievoorziening. Deze voorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval. In het VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

grootste deel van het jaar zal het water echter via infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. Voor toevoeging van de woning met bijbehorende bouwwerken en verharding wordt een omvang aan verharding verwacht van circa 400 m². Derhalve dient op het bouwperceel zorg gedragen te worden voor een watervoorziening met een omvang van circa 24 m³. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met een GHG van 60-80 cm-mv. Voorbeelden van een toe te passen hemelwatervoorziening zijn het gebruik van een infiltratieveld. Voorbeelden van deze manieren is weergeven in navolgende figuur.

Figuur 20: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden die kunnen worden toegepast

In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met inachtname van deze paragraaf.

5.2.5

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.2.6

Afvalwater

Het afvalwater afkomstig van de planlocatie aan de Kerkendijk zal worden afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. De initiatiefnemer betaalt hiervoor de aansluitkosten. Er is sprake van voldoende capaciteit voor het afvoeren van afvalwater.

5.3

Cultuurhistorie

Conform de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied aangeduid als een gebied met ‘provinciaal cultuurhistorisch belang’ (Regio Peelrand). De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele

kastelen,

diverse

kloosters

en

de

Peel-Raamstelling

verlenen

het

gebied

extra

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

cultuurhistorische betekenis. Het oud zandlandschap bij Stiphout is van provinciaal belang. Dragende structuren in de regio zijn de onder andere de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden, de jonge heideontginningen, de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa. De Kerkendijk is aangemerkt als lijn van hoge waarde. De laanbeplanting langs de Kerkendijk dateert grotendeels uit de periode 1940-1950 en is eveneens van redelijk hoge waarde. Middels de beoogde ontwikkeling wordt de waarde van dit lint niet aangetast. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt tot afronding van een bebouwingslint. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden op het plangebied of de omgeving.

5.4

Archeologie

5.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

5.4.2

Nota archeologiebeleid gemeente Someren

De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop de planlocaties zijn aangeduid.

Figuur 21: Uitsnede Archeologiekaart van Someren waarop de planlocaties indicatief zijn aangeduid met een rode cirkel

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Kerkendijk ong. en Molenbrugweg ong.’ - Toelichting

Het plangebied is op de Archeologiekaart van Someren aangeduid met ‘categorie 6’. De gebieden die vallen binnen categorie 6 zijn gebieden met een lage archeologische verwachting. p deze gebieden zijn geen ondergrenzen of een aanlegvergunning van toepassing. De beoogde ontwikkeling is geen bezwaar in het kader van archeologie. Omdat de aanwezigheid van archeologische resten echter nooit helemaal uitgesloten kunnen worden op basis van het uitgevoerde onderzoek, geldt er nog altijd een meldingsplicht (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11). Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Someren te melden.

5.5

Natuur

5.5.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

5.5.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- of Habitatrichtlijngebied betreft het Habitatrichtlijngebied ‘Weerteren Budelerbergen & Ringselven’. Dit Habitatrichtlijngebied is gelegen op een afstand van circa 3,1 kilometer ten zuiden van de planlocatie aan de Kerkendijk. De ontwikkeling op deze planlocatie heeft wegens deze afstand tot dit richtlijngebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling geen effecten op een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. De planlocatie aan de Molenbrugweg ligt op circa 500 meter ten noorden van het natura 2000 gebied ‘Weerter- en Budelerbergen & Ringselven’. Op deze locatie wordt een ecologische verbindingszone gecompleteerd waardoor juist een bedrage wordt geleverd aan natuurontwikkeling. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11401204/1