CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

7c Reacties-Gemeenten sept-2021

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen van de Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven 1.030.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op het regionale niveau kunnen partijen zorgen voor een efficiënte inzet van bovenlokale bronnen, infrastructuur en het betrekken van bovenlokale stakeholders. Dit niveau wordt als onderdeel van de RES 1.0 uitgewerkt in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Duurzame opwek

De raad hecht groot belang aan de mogelijkheid om op Eindhovens grondgebied bij te kunnen dragen aan de energietransitie, en ziet dat graag geborgd in de RES.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De raad onderstreept het belang dat ook regionaal een zonneladder wordt gehanteerd. De Concept RES 1.0 hanteert een zonneladder die in essentie overeenkomt met de zonneladder in de Eindhovense beleidsvisie: eerst op bebouwing, dan (tijdelijk) op ongebruikte ruimte en langs grootschalige infrastructuur, dan met meervoudig ruimtegebruik in combinatie met andere opgaven en functies, en tenslotte goed ingepast op landbouwgronden. De laatste categorie is op Eindhovens grondgebied niet gewenst verklaard, gezien de beperkte buitenruimte en het intensieve gebruik

De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking. Voor invulling van het bod aan het Rijk is ook zon en wind op land nodig. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang.

Het Klimaatplan 2021-2026 zet in op ontwikkeling van drie à vier zonneparken De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden binnen de richtlijnen van het beleid zon en wind. Apart te noemen is de in de RES 1.0. tijdelijke benutting van ruimte die gereserveerd is voor de nog te realiseren fases van de Brainport Industries Campus (BIC), zie figuur 1. Ook rond Eindhoven Airport zijn nog mogelijkheden. Het opwek potentieel van deze parken is circa 0,020 TWh. Voor het merendeel van het Eindhovens grondgebied geldt een ‘nee’ of een ‘nee, tenzij’, waarbij ruimte voor grootschalige opwekking wordt geboden rond infra en voor tijdelijk gebruik van plekken die in afwachting van ontwikkeling zijn.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De PlanMER milieu-effectbeoordeling laat zien dat opwekking in zoekgebied De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden 13 conflicteert met het Natuur Netwerk Brabant. De raad hecht echter aan in de RES 1.0. het uitgangspunt waarmee een uitzondering op de Interim omgevingsverordening van de provincie opgenomen voor windturbines in NNB-gebieden langs grootschalige infrastructuur. Daarnaast stelt de Concept RES 1.0 ook dat gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is. *Zoekgebied 13 toont ook negatieve effecten op de leefomgeving en op de gebruiks- en belevingswaarde. Daarentegen scoort het zoekgebied positief op de bredere thema’s ‘Natuur – nabij nog te ontwikkelen Natuur Netwerk Brabant’, ‘Natuur – nabij groenblauwe mantel’. De raad hecht belang aan een lokale afweging hierin door de direct betrokken gemeenten, in participatie met omwonenden en andere belanghebbenden. De positieve score van zoekgebied 13 bij het bredere thema ‘Ligging t.o.v. grootverbruikers’ komt niet terug in het MER-alternatief ‘Netinpassing’. Gezien de netcongestie in de regio en de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding, zou de ligging nabij energie-intensieve gebieden als De Hurk en De Run positiever beoordeeld mogen worden. De raad vraagt extra aandacht voor de moeilijkheden bij realisering van zonnepanelen op bedrijfsdaken.

De suggestie wordt betrokken in de verdere uitwerking van de regionale aanpak van zon op dak.

De raad vraagt aandacht voor het belang van bovengemeentelijke afstemming over netcapaciteit en lopende of voorgenomen projecten, en voor een regionaal of subregionaal afwegingskader voor projecten wanneer er sprake is van (dreigende) netcongestie. Het realiseren van zonnepanelen op grote daken en rondom snelwegen is een ruimtelijke ‘no regret’, maar complexer dan het vergunnen en aanleggen van zonneparken. Voorkomen dient te worden dat de no-regret maatregelen niet aangesloten kunnen worden door capaciteitsreserveringen voor zonneparken in het buitengebied.

De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.

De raad is positief dat de RES kijkt naar waterstof als kans voor de regio. Wel is het van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt over de inzet van groene waterstof, bijvoorbeeld volgens de Waterstofladder van Natuur&Milieu

Stap voor stap naar uitvoering

De raad wijst op de programma’s en projecten die al lopen bij de verschillende individuele gemeenten, en vraagt aandacht voor de aansluiting hierop. Zodat samenwerking gezocht kan worden op het meest effectieve schaalniveau, zowel tussen overheden onderling als met de verschillende stakeholders en uitvoerende partijen in de regio

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren, omdat dit bewezen technieken zijn. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het het bod per RES-regio voor 2030. De inzet van nieuwe technieken vanaf 2030 richt zich op de nog veel grotere opgave voor duurzame opwek van elektriciteit richting 2050 en na het verstrijken van de 25 jaar het (deels) invullen van die 35 TWh met andere technieken. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0.

Gemeente GeldropMierlo

Reactie gemeente

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Opgave en kader

Langere termijn en prioritering; De focus van de RES ligt sterk op 2030. Dit is logisch omdat dit het eerste ijkpunt is. Maar gezien de transportschaarste waar we mee te maken hebben, verwachten wij dat er keuzes gemaakt moeten worden in wat wij voor 2025 en voor 2030 uit kunnen voeren. Een regiobrede strategische benadering en prioritering is daarom noodzakelijk. Hoe gaan we de beperkte capaciteit die er is inzetten? Hierbij moeten we verder kijken dan 2030.

De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren, omdat dit bewezen technieken zijn. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor 2030. De inzet van nieuwe technieken vanaf 2030 richt zich op de nog veel grotere opgave voor duurzame opwek van elektriciteit richting 2050 en na het verstrijken van de 25 jaar het (deels) invullen van die 35 TWh met andere technieken.

Wij missen echter nog diepgang in deze samenwerking. We moeten het De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de op korte termijn gezamenlijk hebben over hoe wij gaan samenwerken impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, op onder andere het gebied van prioritering en uitvoering gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. Concreetheid van het stuk; Het abstractieniveau van de RES blijft hoog. We moeten op korte termijn keuzes maken in hoe wij deze strategie gaan uitvoeren en een daarbij horende planning maken. Ook moeten we verschillende thema’s zoals transportschaarste, zon op dak en innovatie verder uitwerken.

Dit wordt meegenomen in de RES 1.0. Er komt ook nog een publieksversie van de RES 1.0.

Thema's RES MRE Wij missen hierbij wel de uitwerking van deze thema’s. Want hoe gaan wij dit realiseren? Hoe gaan wij met de genoemde partijen samenwerken? Welke afspraken maken we? En wat gaat ons dit opleveren? Op korte termijn is een verdiepingsslag op deze thema’s nodig.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Innovatie; Meer aandacht is nodig voor innovatie. Wij moeten ons als Brainportregio nadrukkelijk op dit gebied profileren. Innovatie kan ook een belangrijke bijdrage leveren in de discussie rond transportschaarste en de beperkte mogelijkheden voor opwek in stedelijke gemeenten zoals Geldrop-Mierlo. Belangrijk is dat we zo snel mogelijk aan de slag gaan.

In o.a. hoofdstuk 3 van de concept RES 1.0 wordt ingegaan op het thema innovatie, met diverse voorbeelden. Samen met Brainport Development verkennen we welke trajecten we samen zouden kunnen oppakken. Om daarmee de in de Brainport Actieagenda opgenomen innovaties te versnellen en het realiseren van de doelen van de RES dichterbij te brengen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld als launching customer optreden bij de uitrol van innovatieproducten, zoals lichtgewicht zonnepanelen of dakinstallaties, die zowel zonne- en windenergie opwekken. Ook zien we kansen als gemeenten samen optrekken in gezamenlijke aanbestedingen. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.

Samen de energieambitie realiseren

Koppeling andere regionale opgaven; De RES wordt als hefboom voor Het toevoegen van de thema's landschap, natuur en biodiversiteit aan de andere regionale opgaven genoemd. Wij vinden het positief dat de thema's van de RES 1.0. Met een uitwerking hoe de koppeling in de transitie landelijk gebied, circulaire economie en klimaatadaptatie uitvoering gemaakt wordt en tevens de duurzaamheidsstrategie duidelijker genoemd worden. Wat ons betreft moeten landschap, natuur en naar voren komt. biodiversiteit hieraan toegevoegd worden. Ook is meer nodig dan deze onderwerpen alleen noemen. Wij verzoeken u in de RES verder uit te werken hoe deze koppelingen gemaakt kunnen worden en de uitvoering hiervan ook in de strategie te borgen. We moeten hierbij wel voorkomen dat het belang van verduurzaming vergeten wordt. In het stuk worden bijvoorbeeld de economische voordelen eerder genoemd dan duurzaamheid. Duidelijk moet blijven waarom we dit doen en deze strategie moet geen middel worden om andere opgaven zoals economische groei te bereiken. Voor de beeldvorming en creëren van draagvlak is het echter zeer Meer zichtbaarheid van het draagvlak meenemen in de RES 1.0 belangrijk om te laten zien dat wij deze wel meegenomen hebben in onze strategie en dat wat wij voorstellen dus daadwerkelijk uitvoerbaar en betaalbaar is.

Aandacht voor mensen met een kleinere beurs; Voorkomen moet worden dat mensen met een kleinere beurs achterblijven in de energietransitie. Meer aandacht is nodig voor het rechtvaardigheidsprincipe. Er wordt vooral uitgegaan van participatie van financieel draagkrachtigen. Op welke manier kunnen minder financieel draagkrachtigen deelnemen?

Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).

Verder moeten er afspraken gemaakt worden, zodat in elke gemeente ongeveer hetzelfde verhaal verteld wordt. Verder moet uitgewerkt worden hoe inwoners gedurende het gehele traject betrokken worden en niet alleen in deze eerste fase

Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven.

Participatie van jongeren en ouderen; Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er specifiek aandacht is voor jongeren en ouderen in dit proces. Zo weten we dat er een JongRES is, maar wordt hun rol in de RES niet besproken. Een goede participatiestrategie is nodig.

Er is een JongRES die tevens ook een afvaardiging heeft in de adviesgroep RES MRE. Het benoemen hiervan wordt meegenomen in de RES 1.0. Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).

Besparing

Er zijn in de regio al veel initiatieven van investeerders om zonneparken te realiseren en bij enkele projecten dreigen plaatselijke energiecoöperaties buiten spel te komen staan waardoor van participatie niets terecht komt. Wij stellen voor om in de RES de ondersteuning van lokale energiecoöperaties regionaal op te pakken. Belangrijk is dat zij een volwaardige partij kunnen zijn die op kan tegen de kapitaalkrachtige grote commerciële partijen.

Deze zienswijze nemen we mee in het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Het model dat we ontwikkelen is ook voor energiecoöperaties en is ook in samenspraak met de regionale vertegenwoordigers van de energiecoöperaties opgesteld.

Besparing; In de concept RES gaven we aan dat besparing de basis is en de hoogste prioriteit heeft. Dit moet beter naar voren komen in de RES 1.0. Zo wordt de prioriteit van besparing ook weer niet genoemd bij deze kernpunten uit de Concept RES 1.0

De inzet op besparing is benoemd bij de leidende principes voor de RES. In hoofdstuk 4 van de RES 1.0 is aangegeven dat de focus op besparen ligt.

Opslag en de gevolgen van seizoensinvloeden; Deze gaan een belangrijke rol spelen in de energietransitie maar worden niet of nauwelijks meegenomen in de RES.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.

Hiervoor is een goede monitoring en evaluatie nodig. Zo houden we ook Monitoring en evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5 als een van de zicht of besparing in de gehele regio haar prioriteit behoudt thema's in het op te stellen samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Daarnaast wordt monitoring en evaluatie specifiek genoemd bij het hoofdstuk besparing om inzicht te krijgen in de haalbaarheid en opbrengst van de verschillende besparingsaanpakken. Verhuurders; In de RES zouden wij graag meer aandacht zien voor de De zienswijze wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de inbreng van verhuurders. Wat er nu staat is beperkt en weinig concreet. besparingsaanpakken. In de werkgroep Besparing wordt aandacht aan dit Wij verzoeken u bijvoorbeeld verder te onderzoeken of het mogelijk is thema besteed. om regionaal of subregionaal prestatieafspraken te maken.

Duurzame warmte

Duurzame opwek

Elektrificatie warmte; Warmte is vooral in de winter nodig. Als we warmte gaan elektrificeren (bijvoorbeeld door toepassen van warmtepompen) zal in de winter dus veel elektra nodig zijn. In de RES wordt duurzame energie vooral opgewekt door zonnepanelen. Deze energie is veel minder beschikbaar in de winter. Dit maakt het noodzakelijk om bijvoorbeeld ook te kijken naar seizoensopslag. Daarnaast levert elektrificatie ook een extra belasting van het elektriciteitsnet op. Er is dus meer aandacht nodig voor wat dit betekent, hoe we hier mee om gaan, wat alternatieven zijn voor elektrificatie en hoe we innovatie hiervoor in kunnen zetten. Transportschaarste; Wat opvalt is dat er in de RES nauwelijks aandacht is voor transportschaarste, ook na 2030 wanneer de opgave nog veel groter is. Dit terwijl dit een van de grootste bedreigingen is voor de uitvoerbaarheid van de RES. Het is nodig beter in kaart te brengen wat dit betekent voor ons bod en de uitvoering en planning daarvan.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.

Zonneladder en no-regret maatregelen; In de RES geven we aan dat we de zonneladder toepassen. De focus van het stuk duurzame opwek ligt vervolgens vooral op zoekgebieden in trede 5. Extra aandacht is nodig voor hoe wij de eerste treden van de zonneladder gaan realiseren. Dit komt nu niet aan bod. Zo stellen wij voor om regionaal de mogelijkheden die het besluit bouwwerken leefomgeving uit de omgevingswet straks zal bieden om bijvoorbeeld een verplichting voor zon op dak op te nemen verder uit te werken en dit regionaal in te voeren. Ook zouden we het organiseren van postcoderoosprojecten op daken of soortgelijke initiatieven op kunnen schalen.

Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming.

De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Prioritering; Gezien de huidige transportschaarste is daarnaast De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt prioritering op basis van deze zonneladder nodig. Zonder prioritering bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit kan de situatie ontstaan dat een project in trede 5 van de ladder (zon op maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede landbouwgronden) uitgevoerd wordt en dat daardoor projecten in trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet 1 t/m 4 niet uitgevoerd kunnen worden omdat er geen voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de aansluitcapaciteit meer is. Een regionale strategische prioritering zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op waarbij inzichtelijk gemaakt wordt per gebied hoeveel capaciteit dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een beschikbaar is om aan te sluiten en hoeveel opwek mogelijk is in dat maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en gebied per trede van de zonneladder uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking. Opwek 'Ten dienste van andere opgaven'; De zoekgebieden in onze De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de gemeente bieden zeer beperkte mogelijkheden voor zon op land. Wij RES 1.0.

zien echter wel mogelijkheden voor zon ‘ten dienste van andere opgaven’ (veel al trede 4 van de zonneladder). Deze mogelijkheden hebben we uitgewerkt in onze beleidsvisie zonneparken en windmolens. Op dit moment zijn er een aantal concrete initiatieven. Enexis geeft hiervan echter aan dat deze initiatieven niet meegenomen zijn in hun doorrekening van de RES en dat zij hiermee dus geen rekening houden in hun investeringsplannen. Dit zou kunnen betekenen dat deze projecten niet aangesloten kunnen worden. Wij verzoeken u dan ook nadrukkelijk om opwek ‘ten dienste van andere opgaven’ en concrete projecten nadrukkelijk wel mee te nemen in de RES en deze dus ook concreet te benoemen, zodat Enexis deze mee kan nemen in hun doorrekening. Wij vragen u om dat voor onze gemeente te doen door de zoekgebieden in onze gemeentelijke beleidsvisie zonneparken en windmolens mee te nemen in de RES. We moeten voorkomen dat concrete plannen die ten dienste staan van andere opgaven en zodanig veel meerwaarde hebben voor de gemeente niet uitgevoerd kunnen worden omdat ruimte gereserveerd wordt voor een theoretisch nog uit te werken zoekgebied in trede 5 van de zonneladder. Wij vragen u ook concrete ontwikkelingen die draagvlak genieten en bijdragen aan maatschappelijke meerwaarde voorrang te geven bij de realisatie van de noodzakelijke netuitbreidingen.

Zoekgebieden; Het zoekgebied in onze gemeente voor wind is De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de afgevallen (zoekgebied 14).Wij betreuren de manier waarop dit gebeurd RES 1.0. is. Het beleid van de provincie is geen harde belemmering en kan in de toekomst wijzigen. Zeker gezien het feit dat dit zoekgebied langs de snelweg ligt. Wat ons betreft was het waardevol geweest om ook van dit gebied de milieueffecten van windmolens te bepalen. Op basis daarvan hadden we vervolgens beter in beeld gehad of deze locatie potentie heeft. Zeker ook omdat onze opgave niet ophoudt in 2030. Om in 2050 energieneutraal te worden moeten ook na 2030 stappen gezet worden. We zullen dan verder moeten kijken dan de zoekgebieden die we nu benoemd hebben. Wij zien kansen voor een energiecorridor A67. Omdat dit zeer langdurige trajecten zijn moeten we niet te lang wachten met de verkenning hiervan. Dit soort trajecten, waarbij verschillende gemeenten betrokken zijn, zijn bij uitstek een opgave die regionaal opgepakt moet worden. Wij stellen daarom voor dit onderdeel te laten zijn van de RES. Landschap, biodiversiteit en natuurwaarden; Wij vinden het zeer De invulling van de zoekgebieden is aan de gemeenten. Een uitgangspunt in belangrijk dat grootschalige opwek afgestemd wordt op het landschap.

de RES is dat er koppelingen worden gezocht tussen energieopwekking en Bij het uitwerken van de zoekgebieden verzoeken wij u hier nadrukkelijk ontwikkeling van natuur. rekening te houden. Daarnaast willen wij benadrukken dat biodiversiteit wordt slechts eenmaal genoemd. Behoud en ontwikkeling van natuur moet een prominentere plaats krijgen in de RES. Stap voor stap naar uitvoering

Op dit moment is echter niet in het proces geborgd dat input die wij lokaal ophalen bij onze inwoners ook meegenomen wordt in de RES. Wij verzoeken u met spoed dit te regelen en dit proces op papier uit te werken. Wij kunnen pas lokaal input ophalen als geborgd is dat input ook verwerkt zal worden. Wij willen namelijk niet het risico lopen dat er niets gebeurt met de inbreng van onze inwoners en wij hen hierin moeten teleurstellen.

Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven. Gemeenteraden en portefeuillehouders stemmen de resultaten van dit maatwerk regionaal met elkaar af.

Wij moeten op korte termijn concreet afspraken maken over deze In het op te stellen Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma werken we uitvoering. Wij verzoeken u dit te prioriteren en de scenario’s voor verder uit welke taken we vanuit het regionale perspectief kunnen samenwerken op korte termijn uit te werken en ook uit te gaan voeren. oppakken en hoe de beschikbare capaciteit en middelen het beste kunnen worden ingezet.

Evaluatie; Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de RES ook geëvalueerd wordt. Belangrijk is dat we blijven monitoren hoe het gaat en wat wel en niet werkt, zodat we ook gedurende het proces bij kunnen sturen. Wij verzoeken u daarom verder uit te werken hoe we dit gaan doen en hoe wij dit gedurende het verdere proces (en dus ook bij latere actualisaties) blijven borgen.

Monitoring en evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5 als een van de thema's in het op te stellen samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Daarnaast is er aan monitoring en evaluatie bij sommige thema's ook een concrete invulling gegeven. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk besparing om inzicht te krijgen in de haalbaarheid en opbrengst van de verschillende besparingsaanpakken. Monitoring en evaluatie wordt ook meegenomen in de herijking richting RES 2.0.

Gemeente Reactie gemeente Gemert-Bakel

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Duurzame opwek

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

Gebied 3 Pandelaarse kampen: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen. gebiedsgerichte aanpakaan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden. Gebied 4 Esdonk: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpak- aan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden. Uit de enquêtes blijkt dat windenergie gevoelig ligt maar dat er wel enig draagvlak is. Op dit moment maken we nog geen keuze voor windenergie. We staan open voor lokale, gedagen initiatieven.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

Gebied 5 Elsendorp: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpak- aan te wijzen als zoekgebied voor grootschalige energieopwek in de RES. Op kleinere schaal dan planMER is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden. Gebied 6 omgeving zwarte water: Het is niet wenselijk om dit gebied met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpak- aan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden. Gebied 7 Elsendorp-De Rips: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpakaan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden.

Uit de enquêtes blijkt dat windenergie gevoelig ligt en dat is in dit gebied nauwelijks draagvlak is. Op dit moment maken we nog geen keuze voor windenergie. We staan open voor lokale, gedagen initiatieven. Gebied 8 De Rips: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpak- aan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

Gebied 9 Omgeving Zaarvlaas: Het is niet wenselijk om dit gebied -met haar waarden, haar opgaven en de gekozen gebiedsgerichte aanpakaan te wijzen als zoekgebied voor energieopwek in de RES. Op kleinere schaal is het voorstelbaar dat gebiedsgerichte projecten die bijdragen aan de gebiedsopgaven en waarbij energieopwek een ondergeschikt onderdeel is, wel doorgang kunnen vinden. Dit past ook binnen de vastgestelde afwegingskaders zonnevelden. Gebied 10 omgeving vliegbasis: Dit zoekgebied scoort goed op basis van de resultaten van de planMER en heeft ook de eerste voorkeur op basis van de raadpleging. Hier liggen mogelijkheden voor grootschaligere opwek groter dan 6ha. We zien kansen voor dit aangepaste zoekgebied aan voor grootschaligere opwek. Echter gaan we eventuele verdere stappen pas zetten nadat de gemeente de zonneladder c.q. het afwegingskader zonnevelden effectief heeft doorlopen en burgerparticipatie heeft plaatsgevonden. Daarna kunnen we in gesprek om de potentie te bepalen in overleg met de inwoners/bedrijven uit deze omgeving, en met gemeente Venray, gemeente Deurne en de vliegbasis. Vooralsnog besluiten we dus om ook zoekgebied 10 niet op te nemen.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.

Gemeente Reactie gemeente Heeze-Leende

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Duurzame opwek

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

De concept RES 1.0 is slechts gebaseerd op drie pijlers: zon, wind en warmte. Deze dient aangevuld te worden met een onmisbare pijler: innovatie. De nieuwe kennis, zoals deze wordt ontwikkeld in de Brainport Smart District is van grote waarde voor de keuzes die wij lokaal maken. Alleen door te kijken naar alternatieve oplossingen en innovatieve technieken voor opwekking, opslag en transport kan men de duurzaamheidsdoelstellingen integraal en toekomstbestendig blijven aanpakken. De gemeenteraad van Heeze-Leende is geen voorstander van forse investeringen in techniek die snel achterhaald zijn en zal die bovendien een grote inbreuk maakt op de omgeving.

De no-regret maatregelen worden onvoldoende belicht. De gemeente De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de wordt met aanwijzing van de huidige zoekgebieden gedwongen te RES 1.0. kiezen tussen energie en landschap, terwijl er veel betere alternatieven zijn. Energieopwekking langs doorsnijdingen, zoals spoor- of autowegen, worden bijvoorbeeld te weinig onderzocht of benieuwd. De gemeenteraad van Heeze-Leende is van mening dat oplossingen voor de klimaatproblemen niet binnen de bestaande kaders en dus zoekgebieden kan worden gevonden. De zoekgebieden in Heeze-Leende wil de gemeenteraad niet markeren als zoekgebied voor grootschalige opwek omdat dit natuurgebieden zijn. Dit zou haaks staan op uitgangspunten van integrale duurzame ontwikkeling in de regio.

Voorstel ter inbreng voor de vaststelling van de RES: Het aantal en de omvang van de zoekgebieden voor grootschalige windenergie te beperken tot zo weinig mogelijk.

De opdracht vanuit het Rijk is om langs het afwegingskader naar zoekgebieden voor grootschalige opwek te zoeken. Op basis van de kenmerken van onze regio zijn we tot de conclusie gekomen dat 2 TWh aan windenergie en zonne-energie op een acceptabele manier in te passen zou kunnen zijn. Gemeenten nemen de regie voor de nadere invulling van zoekgebieden vanuit een gedegen gebiedsvisie. Aan de hand van de vergelijking tussen het afwegingskader en leidende principes en de feitelijke uitkomsten van wat gemeenteraden doen, gaan we met elkaar in gesprek in de aanloop naar RES 2.0. We zetten deze stappen af tegen ons afwegingskader: opbrengst, systeemefficiëntie, draagvlak en ruimtelijke kwaliteit. De Raad van Heeze-Leende wil in de RES 1.0 uitspraken opnemen over De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, 35 TWh aan wat maximaal acceptabel is voor de bijdrage die we als gemeente aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren, omdat dit bewezen opwek leveren. Onze ambitie is op z'n minst om ons eigen technieken zijn. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld energieverbruik op te wekken, maar we willen ook een bijdrage leveren en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor aan de regio. OP dit moment is ons uitgangspunt dat we in de gemeente 2030.

De inzet van nieuwe technieken vanaf 2030 richt zich op de nog veel maximaal twee keer de energie willen opwekken ten opzichte van wat grotere opgave voor duurzame opwek van elektriciteit richting 2050 en na we verbruiken. De voorwaarde is dat we hierin de winning van groen het verstrijken van de 25 jaar het (deels) invullen van die 35 TWh met gas in Heeze-Leende kunnen meerekenen. In Sterksel staat een van de andere technieken. grootste mestvergistinginstallateis van Europa. Hiermee is er sprake van grootschalige opwek van groen gas binnen onze gemeentegrens.

Gemeente Helmond

Reactie gemeente

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Opgave en kader

Herformuleren omschrijving inzake pilots Torium. Zoals eveneens besproken in POHO van 25 april j.l. Opbouw van het document zo aanpassen dat dit op basis van alle genomen stappen voor inwoners en stakeholders een duidelijk verhaal is. We zien in dit document dat er afwegingen die gemaakt zijn in de concept RES missen. Dit maakt het stuk minder leesbaar en uitlegbaar. Deze stappen (vooral inzake afwegingen zoekgebieden) in de RES 1.0 toevoegen.

De omschrijving van de pilots omtrent Torium is aangepast in de tekst van de RES. Er komt nog een publieksversie van de RES 1.0. Deze versie zal beknopter en duidelijker zijn en aangevuld worden met interviews. Dit zodat alle inwoners het proces beter kunnen volgen en begrijpen

Samen de energieambitie realiseren

Wij benadrukken nogmaals extra dat draagvlak en acceptatie binnen de energietransitie van groot belang is. Zie hiervoor ook onze losse zienswijze aan de Rijksoverheid. De transitie vraagt een duidelijke boodschap, verandering van bestaande structuren en duidelijkheid voor de lange termijn.

Besparing

Wij onderschrijven de kernpunten op het onderdeel besparen. Wij willen daarnaast benadrukken dat wij de visie onderschrijven dat energiebesparing cruciaal is in onze energietransitie. Wij willen dan ook – conform concept RES 1.0 – primair en maximaal inzetten op besparing. Met als moto 'isoleren, isoleren , isoleren'! We voegen graag de waterstofladder toe. Opdat deze duidelijk is in opzet en communicatie rondom de mogelijkheden en inzet van waterstof als transitiebron.

Binnen de RES-regio vindt afstemming plaats tussen gemeenten. Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven. Richting het Rijk geven we aan dat sturing door het Rijk op het grotere geheel van belang is. De paragraaf met aanbevelingen aan het Rijk is aangepast. In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren, omdat dit bewezen technieken zijn. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het het bod per RES-regio voor 2030. De inzet van nieuwe technieken vanaf 2030 richt zich op de nog veel grotere opgave voor duurzame opwek van elektriciteit richting 2050 en na het verstrijken van de 25 jaar het (deels) invullen van die 35 TWh met andere technieken. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen.

Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Duurzame opwek

Stap voor stap naar uitvoering

In aanvulling op de zienswijze van de Peel stellen wij dat extra aandacht De zienswijze wordt meegenomen richtig het samenwerking- en noodzakelijk is vanuit het RIJK en de Provincie Noord Brabant inzake de uitvoeringsprogramma en de verkenning die netbeheerders, gemeenten, situatie van het elektranetwerk. Dit niet enkel vanwege de benodigde provincie en het Rijk uitvoeren om te komen tot een andere werkwijze voor investering, maar zeker zozeer inzake het uitblijven van strategische en het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook proactieve sturing vanuit ENEXIS. De situatie op dit moment maakt het meegenomen worden in de RES 2.0. In de aanbevelingen aan het Rijk geven immers zelfs onmogelijk om nieuwbouw volgens BENG nog uitvoering te we mee om te komen tot een gezamenlijk kader voor de verdeling van de geven. Dit is aan inwoners en stakeholders niet meer uit te leggen. schaarse netcapaciteit en de mogelijkheid om hierop te kunnen sturen. Zeker niet als ENEXIS nu communiceert dat er in het 3e kwartaal ruimte op het netwerk vrijkomt. Die ze echter niet in overleg met gemeentes strategisch zullen inzetten maar zullen verdelen naar de reeds door ENEXIS ontvangen offerte aanvragen. Voorgesteld wordt gemeentes een prioritering te laten opstellen en deze aan ENEXIS mee te geven. Ten behoeve van de verdeling 3e kwartaal en verder.

Hiervoor wordt in de toegevoegde statenmemo (zie bijlage) onder punt 2 van de consequenties al aandacht gevraagd. Maar dit zal meer regie en signalering vragen. We zien dat het Rijk enerzijds aangeeft dat er meer interactie moet Kennisuitwisseling komt terug in hoofdstuk 5 stap voor stap naar plaatsvinden, meer draagvlak en meer kennisuitwisseling. Echter, er uitvoering, en dit nemen we mee voor het samenwerking- en worden ons geen handvaten gegeven hoe dit te doen. Nu wordt middels uitvoeringsprogramma. Voor sommige thema's (zoals besparing) is al een het Advies van de commissie Brenninckmeijer ingezet op burgerfora , nadere uitwerking opgenomen. Gevraagd wordt om meer verbinding te die echter veel meer aan de voorzijde van trajecten als de RES zouden maken met andere thema's zoals mobiliteit, vanuit het Rijk is ook de moeten meedenken en niet zo zeer in de fase waar we volgens het Rijk opdracht neergelegd om dit mee te nemen in de RES 2.0. Het IPO en NP RES nu in zitten, de stap naar uitvoering. Ook is er een duidelijk hebben een structuur neergelegd voor een organisatie om dit verder te spanningsveld tussen de oproep tot meer participatie, uitwisseling en ontwikkelen. In hoofdstuk 5 staan randvoorwaarden richting het Rijk. Dit afstemming en het feit dat de termijnen van 1 juli 2021 en januari 2025, punt wordt hierin meegenomen. door het Rijk, wel gehandhaafd blijven.

De ruimte die aan de achterzijde gesuggereerd wordt om te komen tot zorgvuldige afweging en participatie is dan ook moeilijk te rijmen met de benodigde inzet aan de voorzijde. We zien dat de opgave in uitwerking en proces niet past op wat een transitie vraagt en niet is afgestemd op wat er lokaal speelt. Daardoor bestaat het risico dat we het draagvlak voor de RES en de energietransitie in algemene zin verliezen. Duidelijk zou moeten zijn dat de RES uitwerking is van plannen voor overmorgen (lees: 2025-2030) maar gezien de voorbereidingstijd nu al om keuzes vraagt. En dat deze plannen nog uitwerking vragen, aanpassing van het energiesysteem,

aanpassing van de kaders en subsidieregelingen en, last but not least, een transitie in denken. Hierbij missen wij sturing vanuit het Rijk op het grotere geheel. Niet alleen communicatief waar het gaat om nut en noodzaak en de doelstellingen, maar ook als het gaat om de integraliteit van de verschillende klimaattafels, de relatie tussen de RES en de lokale opgaves per gemeente, aanpassingen aan het elektriciteitssysteem en de lange termijn koers. Zonder duidelijke handvaten voor de vormgeving van draagvlak, de afweging tussen maatschappelijke meerwaarde en individueel belang, de rol van Rijk, provincie en gemeente en langjarige doelstelling waarop gestuurd wordt, is het voor lokale overheden lastig laveren tussen landelijk klimaat, provinciale koers en lokale omstandigheden. Nu de opgave voor CO2-reductie verder is vergroot naar 55% in 2030 bestaat de kans dat een experiment zoals burgerfora het proces gaat vertragen, met als gevolg dat doelstellingen niet gehaald worden. Het advies van Brenninkmeijer geeft immers een richting. Echter, dit voorstel lijkt meer te passen bij nieuw beleid en inpassing van grote thema's waarover aan de voorzijde draagvlak en acceptatie gecreëerd moet worden. Dit lijkt een stap terug. Vraag is hoe dit nu qua timing geborgd kan worden; we zijn met de RES en ons eigen beleid immers al een heel eind op weg.

Daarnaast is de vraag of dit ook voor individuele projecten een oplossing is. Er kan immers niet voor elk lokaal project een onafhankelijk forum worden opgericht. Daarbij geeft het advies aan dat dit een aanvulling is op de huidige democratische vormgeving. Hoe dit zich tot de huidige besluitvorming verhoudt, wordt niet benoemd er ontbreekt een juridische grondslag.

Gemeente Laarbeek

Reactie gemeente

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Samen de energieambitie realiseren

Netschaarste. Een van de voornaamste belemmeringen in de energietransitie is netschaarste. Wij roepen op tot opschaling van het elektriciteitsnetwerk en verwachten van partijen zoals Enexis en Tennet dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en een meer proactieve, constructieve houding aannemen om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Zonneladder. De zonneladder moet de basis zijn voor het toekennen van netcapaciteit zolang deze schaars is en het uitgangspunt vormen voor duurzame opwek door zonne-energie. We verwachten dat concrete activiteiten hiermee rekening houden en dat met Enexis en hogere overheden gezocht wordt naar manieren om netcapaciteit op basis van de zonneladder toe te kennen.

Communicatie en participatie. Dit is cruciaal voor het draagvlak onder inwoners, acceptatie van maatregelen en het vormgeven van de energietransitie in eigen huis. We zien daarom graag dat dit punt concreter wordt uitgewerkt en ook gezamenlijk wordt uitgevoerd richting de definitieve RES 1.0 en daarna. Besparing

Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).

Energiebesparing. Besparing zou de basis moeten zijn van onze strategie. Besparing heeft de hoogste prioriteit, we zijn er al mee begonnen. Wat Wij roepen daarom op om dit onderwerp uit te werken in concrete je bespaart hoef je niet op te wekken. We stimuleren vanuit de projecten voor besparing, waartoe alle inwoners ongeacht hun woonsituatie samenwerking alle partijen om het maximale uit besparing te halen. In en financiële situatie toegang hebben. de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Dit neemt niet weg dat we ook een opgave houden voor duurzame opwek die op dit moment is vastgesteld op basis van de landelijke opgave van 35 TWh.

Duurzame opwek Het gebied ten noorden van Mariahout achten wij geschikt om op te nemen De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in in het voorkeursalternatief van de RES 1.0, waarbij we benadrukken dat de RES 1.0. eventuele ontwikkelingen altijd onder de regie en spelregels van de gemeente Laarbeek plaats dienen te vinden; De gemeente kan zich vinden in de karakterisering: in de Visie op grootschalige opwek wordt het gebied als ‘pionierslandschap’ gekarakteriseerd met grote vormen en kavels en een geschiedenis van verandering. Het gebied is in principe geschikt voor windmolens en zonneparken, van beide kan in de komende tijd de haalbaarheid en wenselijkheid verder onderzocht worden. We willen daarbij aandacht vestigen op het goed meenemen van inwoners in het voortraject, samenwerking met buurgemeenten, netschaarste in het kader van de zonneladder, net als de meer standaard voorwaarden bij uitvoering zoals participatie, landschappelijke inpassing en meervoudig ruimtegebruik. Om regie te voeren bij de eventuele komst van een windpark heeft de gemeenteraad in 2020 het voorkeursrecht op dit gebied gevestigd.

De gemeente kan zich vinden in de ontwikkelrichtingen zoals die in onderstaande bouwstenen door de MRE worden geschetst, waarbij echter nog een keuze gemaakt moet worden tussen zon, wind of andere technologieën op basis van verdere locatiestudie en dialoog met omwonenden.

Het gebied in de noordoostelijke hoek van de gemeente achten wij niet De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in geschikt als verder zoekgebied voor grootschalige opwek. Wij verzoeken u de RES 1.0. dit gebied niet op te nemen in het voorkeursalternatief. Dit gebied is een oude zandontginning met landschappelijk waardevolle beekdalen waarvoor de gemeente een bescherm- en herstelopgave heeft. Daarnaast acht de gemeente dit gebied ongeschikt voor windmolens vanwege de nabijheid van vliegbasis Volkel. Voor zonneparken geldt dat deze wel een plaats kunnen hebben in dit landschapstype, maar op een kleinere schaal en zorgvuldig ingepast, met ruimte voor de landschapskenmerken die beschermd en versterkt moeten worden. Inmiddels hebben wij twee zonneparken vergund in dit landschap. Daarbij zijn goede afspraken gemaakt tussen ontwikkelaars, waterschap en gemeente voor de inpassing én realisatie van extra doelstellingen op het vlak van natuur en landschap. Wij denken dat daarmee de draagkracht van dit gebied grotendeels is bereikt. Wellicht kunnen nog een of twee kleine zonneparken op een zorgvuldige manier worden toegevoegd, maar daarvoor is het niet nodig om dit gebied op te nemen in het voorkeursalternatief. Het benoemen tot zoekgebied schept verwachtingen over mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling/transities waarvoor in dit gebied geen plaats is.

Stap voor stap naar uitvoering

Innovatie. De denkkracht van de Brainportregio moet optimaal worden ingezet in de energietransitie. We willen nu stappen maken, maar niet kiezen voor oplossingen die te snel verouderen. Innovatie en experimenteren moet een duidelijke plaats krijgen in de hoogtechnologische omgeving die wij in de regio nastreven. Wel moet hierbij gelet worden op kostenefficiëntie.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. De haalbaarheid en betaalbaarheid is een leidend principe in de RES. Kostenefficiëntie is dus zeker een aandachtspunt.

Bottlenecks identificeren en wegnemen. Naast netschaarste zien we andere De zienswijze wordt meegenomen in de bestuurlijke afstemming bottlenecks zoals beperkende wetgeving (bijvoorbeeld voor zon-op-dak projecten op andermans daken), subsidies die onvoldoende beschikbaar zijn of worden afgebouwd, naderende tekorten aan capaciteit en materialen bij installateurs, onvoldoende scherpe eisen bij nieuwbouw en voor bedrijven en andere grootverbruikers. Vanuit de MRE hopen wij op een lobby richting hogere overheden om knellende wetgeving te verruimen en middelen beschikbaar te maken, bijvoorbeeld vanuit de inkomsten uit de energiebelasting. Ook regionaal willen we anticiperen op deze bottlenecks, zodat we problemen kunnen voorkomen.

Gemeente Nuenen

Reactie gemeente

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Opgave en kader

Hierbij vinden wij het van belang dat rekening wordt gehouden met de (kern)kwaliteiten per gemeente.

De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang. In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan.

Thema's RES MRE Innovatie, kennis en onderwijs zijn cruciaal in de energietransitie. Wij zien daarom voor de regio een rol als energieproeftuin Brainport weggelegd. Zo zou bijvoorbeeld het probleem van de opslag van opgewekte energie mogelijk innovatief opgelost kunnen worden. Om aan voldoende geschoold personeel te komen pleiten wij ervoor dat de gemeenten bereid zijn in het kader van de Participatiewet extra scholingsmaatregelen in te zetten.

In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma (zie hiervoor hoofdstuk 5: stap voor stap naar uitvoering). We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. We zijn in overleg met de arbeidsmarktregio's, provincie en andere RES regio's over het thema arbeidsmarkt en onderwijs in relatie tot de energietransitie.

Samen de energieambitie realiseren

Extra aandacht vragen wij voor de uitwerking van het model voor de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente/sub-regio. Wij verzoeken u dit model zodanig vorm te geven dat ook niet-kapitaalkrachtige inwoners kunnen meeprofiteren van zonne- en windparken in hun omgeving

Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).

Uit de onderzoeken blijkt dat bij energieopwekking de netcapaciteit een probleem is. Om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de beschikbare capaciteit stellen wij voor voorrang te geven aan ‘no regret’-maatregelen. Dat wil zeggen dat het plaatsen van zonnepanelen op grote daken voorrang heeft op zonneweides en windmolens. Hiervoor moeten in de regio afspraken worden gemaakt met de netbeheerders en de gemeenten houden hier rekening mee bij vergunningverlening.

De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Besparing

Wij onderschrijven het belang van de regionale structuur warmte (RSW) Er komt een regionaal afwegingskader voor de exploitatie en verdeling van duurzame warmte. Wij werken lokaal ons beleid voor de warmtetransitie uit in de transitievisie warmte. Hierin worden o.a. onze lokale, duurzame warmtebronnen verkend. Indien er zich kansen voordoen met bovenlokale warmtebronnen, dan zullen wij die benutten en samenwerken met de betreffende gemeenten (en andere stakeholders). Een regionaal afwegingskader voor de bovenlokale warmtebronnen is van groot belang om tot een eerlijke verdeling te komen in de regio. Wij pleiten ervoor niet te wachten op dit afwegingskader tot de RES 2.0, maar dit al in de RES 1.0 mee te nemen. Daarnaast ondersteunen we de uitgangspunten voor de RSW zoals het voorkomen van desinvesteringen en het laag houden van maatschappelijke kosten.

Stap voor stap naar uitvoering

Wij onderschrijven de noodzaak om samenwerkingsscenario’s uit te werken Dit nemen we mee in de uitwerking van het samenwerking- en voor het uitvoeren van de RES, dit kan zowel op regionaal, subregionaal en uitvoeringsprogramma intergemeentelijk niveau. Uiteraard zullen hierbij ook de relevante stakeholders betrokken moeten worden. Wij vinden het belangrijk dat geborgd wordt dat de regionale opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Hiervoor is een goede voorbereiding van de uitvoeringsfase nodig, maar is het belangrijk dat er niet te lang wordt gewacht met het ondernemen van actie Daarnaast raden wij aan de knelpunten (zoals wetgeving, netcapaciteit, kosten etc.) in het tot uitvoering brengen van de RES kenbaar te maken bij het Rijk. Tot slot zien wij graag dat tempo wordt gemaakt met de uitvoering en dat in de RES 1.0 concrete afspraken daarvoor worden opgenomen.

De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit is opgenomen in hoofdstuk 5 (stap voor stap naar uitvoering) en zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.

Gemeente Oirschot

Reactie gemeente

Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder

Opgave en kader

Het college vraagt aandacht voor een gedegen proces en realistische planning, waarbij rekening gehouden wordt met de lokale college- en raadsprocessen.

Er is continue aandacht voor het organiseren van een ordentelijk bestuurlijk proces. Via de wethouders die deelnemen aan het Poho en de Stuurgroep Res wordt de vinger hiervoor ook aan de pols gehouden om dit te waarborgen.

Duurzame opwek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10793440/1