CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6e Toelichting BP Veegplan XI bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing Ruiter 15 en ong

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XI, gemeente Someren 202026.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Waarnemingen

Waarnemingen Het onderzoek vond plaats op een tijd van de dag waarop vleermuizen niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom alleen onderzoek gedaan naar verblijvende vleermuizen, verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en naar de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Er werden geen verblijvende vleermuizen geconstateerd, noch duidelijke verblijfssporen.

Verblijfplekken De bebouwing die voor sloop in aanmerking komt werd onderzocht op verblijfsmoglijkheden en daarvoor als weinig geschikt beoordeeld. Aan de buitenkant ontbreekt gevelbekleding die verblijfsmogelijkheden biedt en er zijn toegangen naar spouwruimten aanwezig. De benedenruimte is door zijn gebruik en ontoegankelijkheid geheel ongeschikte voor verblijf van vleermuizen. Zover er dakbeschot aanwezig (dak van de aangebouwde veranda

30

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Ruiter 15 te Someren

aan zuidgevel) is bieden de platte dakpannen nauwelijks ruimte onder de pannen en zijn er geen goede aanvliegmogelijkheden. Onder de dakpannen van de zolderruimte ontbreekt dakbeschot en elke andere vorm van afscherming als isolatiebekleding of plafond. Er zijn goede toegangsmogelijkheden naar de zolder door gaten in de muur. Echter door tocht en iets te veel lichtinval is de zolderruimte weinig optimaal geschikt voor vleermuizen. De kale en lege zolder kon goed onderzocht worden op verblijfssporen. Er werden geen sporen gevonden als uitwerpselen en prooiresten die wijzen op een geregeld gebruik van vleermuizen tijdens het afgelopen seizoen. Ook de hooizolder van aangrenzende woonboerderij is onderzocht op verblijfsmogelijkheden. Ook hier werden geen verblijfssporen geconstateerd. De zolder kon niet in alle uithoeken onderzocht worden en was deels te onveilig om te betreden. Er zijn geschikte toegangsmogelijkheden en voldoende donkere hoekjes (achter hooibalen) om zomerverblijfsmogelijkheden te bieden. De zolder blijft intact waardoor eventuele verblijfplekken geen schade ondervinden; wel kan een kortdurende verstoring van deze verblijfplekken tijden de sloopwerkzaamheden niet uitgesloten worden.

leefgebied

De groene omgeving rond de bebouwing blijft intact en wordt iets versterkt. Ten gevolge van de voorgenomen ingrepen wordt daarom geen aantasting van foerageergebied verwacht, nog aantasting van groenstructuren die van belang zijn als trek en foerageerroute. De voorgenomen nieuwe groene inrichting zal naar verwachting een kwaliteitsverbetering van het leefgebied van vleermuizen betekenen ten opzichte van de huidige situatie.

Conclusie

Verblijfplekken Tijdens het veldbezoek werden geen vaste verblijfplekken binnen of aan de schuur die gesloopt worden vastgesteld en op basis van het veldonderzoek worden deze ook niet verwacht. Tijdelijke verstoring van verblijfplekken binnen aanpalende bebouwing ten gevolge van de sloopwerkzaamheden kunnen niet helemaal uitgesloten worden. Om een overtreding van artikel Wnb Art 3.5 lid 2 (Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren) geheel uit te sluiten dienen hiervoor voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Foerageergebied Er vinden geen ingrepen plaats aan groenstructuren die van betekenis kunnen zijn binnen het foerageergebied van vleermuizen of van belang zijn als trek- en foerageerroute van vleermuizen.

4.3.4 Vogels Bescherming Toelichting

Beschermingscategorieën.

Alle vogels zijn Europees beschermd door middel van de Vogelrichtlijn. In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd (zie overzicht hieronder). Voor een verdere toelichting zie bijlage2. Soorten uit categorieën 1, 2, 3 en 4 (een ontheffingsaanvraag altijd noodzakelijk is. Nesten jaarrond beschermd, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Soorten: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar, Ransuil, Roek, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Wespendief en Zwarte wouw.

31

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Ruiter 15 te Someren

Soorten uit de categorie 5, jaarrond bescherming verblijfplekken optioneel Soorten: Blauwe reiger, Boerenzwaluw, Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Bosuil, Brilduiker, Draaihals, Eidereend, Ekster, Gekraagde roodstaart, Glanskop, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grote bonte specht, Hop, Huiszwaluw, IJsvogel, Kleine bonte specht, Kleine vliegenvanger, Koolmees, Kortsnavelboomkruiper, Oeverzwaluw, Pimpelmees, Raaf, Ruigpootuil, Spreeuw, Tapuit, Torenvalk, Zeearend, Zwarte kraai, Zwarte mees, Zwarte roodstaart en Zwarte specht. Overige soorten: verblijfplekken alleen beschermd indien sprake is van een daadwerkelijk broedgeval Soorten: overige soorten

Voorkomen en verspreiding Categorie 1, 2, 3 Verblijfplekken in gebouwen en 4 Uit deze zwaarste beschermingscategorie worden binnen de landschappelijke omgeving met kleinschalige bebouwing een aantal soorten verwacht worden die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden Wnb §3.1 geheel afhankelijk van bebouwing zijn. Dit betreffen huismus, gierzwaluw, slechtvalk, kerkuil en steenuil. Uitgezonderd van de gierzwaluw en slechtvalk zullen deze soorten het grote oppervlak aan landbouwgronden vermijden en zich verplaatsen en voedsel zoeken binnen de bebouwde linten en langs groenstructuren. De gierzwaluw broedt vooral in meer verstedelijk gebied op plekken als onder dakpannen en in holten en nissen in of aan de bebouwing. De slechtvalk broedt uitsluitend in hoge bebouwing of op andere hoge objecten die door mensenhanden gebouwd zijn. Verblijfplekken voornamelijk in bomen Onder de zware beschermingscategorie vallen ook een aantal roofvogels die nesten onderhouden in bomen. De nestelplekken kunnen holten in bomen betreffen, zelfgemaakte nesten in bomen en grote nesten in bomen van andere vogels. Veel van deze soorten zijn gebonden aan bossen en bosranden of foerageren boven het open veld. Soorten als buizerd, havik, wespendief, boomvalk, sperwer en ransuil vallen binnen deze categorie.

Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar. De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen. Categorie 5 Wnb §3.1

De strikte bescherming van nestelplekken van soorten uit de deze categorie geldt alleen als er zwaarwegende ecologische omstandigheden daartoe aanleiding geven. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. De bescherming houdt verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De jaarronde bescherming geldt alleen als de populatie sterk onder druk staat. Boerenzwaluw en huiszwaluw worden vaak als koloniebroeders aangetroffen op boerenerven en onderhouden vaste verblijfplekken waar ze jaarlijks weer naar terugkeren. De meeste soorten uit deze middelzware beschermingscategorie onderhoudt in principe geen vaste nestelplekken, zoals een aantal algemene tuin en stadsvogels, maar keren wel vaak tot dezelfde plek of locatie terug.

Overig Wnb §3.1

Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake

32

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Ruiter 15 te Someren

is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie.

Effectenbeoordeling Bronnen onderzoek

Categorie 1,2,3 en 4 De NDFF-gegevens melden uit deze beschermingscategorie binnen de 1 kmstraal huismus, gierzwaluw en steenuil als soorten die verblijf in bebouwing onderhouden. De kerkuil wordt pas binnen de 1-5 km-straal vermeld. Binnen de 1 km-straal worden buizerd, boomvalk en sperwer als roofvogels die in bomen broeden vermeld. Overige waarnemingen uit deze categorie binnen de 1 km-straal betreffen de ooievaar en roek.

Waarnemingen

Waarnemingen betroffen een aantal algemene tuinvogels. In een fruitboom werd en steenuilenkast vastgesteld die op het moment van het veldbezoek niet aanwezig was. Volgens de bewoner is de kast het afgelopen seizoen bewoond geweest en zijn twee jongen grootgebracht.

Effecten

Jaarrond beschermde verblijfplekken in gebouwen (cat. 1,2,3 en 4) -Huismus Het veldbezoek vond plaats buiten het broedseizoen van huismussen. Tijdens het veldbezoek werden binnen het plangebied geen huismussen waargenomen. Wel werden enkele huismussen gehoord in iets westelijke richting van het plangebied tijdens een korte verkenning van de omgeving. Het plangebied met dichte beukenhagen en kruidrijke kort afgegraasde graslandjes biedt goede biotoopvoorwaarden voor huismussen. Tijdens het veldbezoek is gelet op aanwijzingen voor nestlocaties onder de daken van de te slopen bebouwing en aangrenzende bebouwing zoals uitstekende droge grassprietjes of veertjes en uitwerpselen tegen de muur nabij een nestplek. Er zijn geen aanwijzingen dat de te slopen schuur en andere bebouwing binnen het plangebied nestlocaties bevatten. Een broedpopulatie van de huismus wordt binnen het plangebied niet verwacht. -Gierzwaluw De bebouwing die geheel is geheel ongeschikt om verblijfplekken van gierzwaluwen te verwachten. De schuur biedt onder de dakbekleding van dakpannen geen ondersteuning voor nesten door het ontbreken van dakbeschot of plafond. -Uilen Naar informatie van de bewoner heeft het afgelopen seizoen en steenuil gebroed in een uilenkast in een fruitboom op het erf hemelsbreed 40 m zuidoostelijk van de schuur.

Tijdens het veldbezoek zijn in het bijzonder de zolderruimten van de te slopen schuur en de aanpalende woonboerderij gecontroleerd op verblijfsporen van uilen. Er werden geen aanwijzingen als ruiveren, uilenballen en mestsporen die erop wijzen dat uilen, en in het bijzonder de steenuil, regelmatig op de zolderruimten verblijven. De zolder van de woonboerderij kan slechts gedeeltelijk onderzocht worden daar betreding zonder gevaar niet overal mogelijk is. Een rond venstergat in de kopgevel biedt goede toegangsmogelijkheid tot de zolder voor grotere vogels. Bij de te slopen schuur ontbreken toegangsmogelijkheden die groot genoeg zijn voor de steenuil. Er wordt daarom niet verwacht dat de steenuil op het erf gebruik

33

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Ruiter 15 te Someren

maakt van de zolderruimte van de schuur en deze als verblijfplek kan worden aangemerkt. De broedplek van de steenuil (steenuilenkast) ligt op voldoende afstand om geen directe schade van de ontwikkeling te ondervinden. Hooguit is verstoring mogelijk als gevolg de meest indringende sloopwerkzaamheden die de hoogste mate van geluidsoverlast en bodemtrillingen veroorzaken. Dit kan vooral schadelijk zijn in het broedseizoen. Daarom dienen bij wijze van voorzorgsmaatregelen de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. De omgeving die het plangebied biedt van kruidrijke en kort afgegraasde graslandjes, hoge hagen, een gevarieerde houtwal en verspreid staande bomen is zeer geschikte habitatgebied voor de steenuil. Deze omgeving blijft intact en wordt zelfs versterkt. Plaatsing van steenuilenkast (rode stip) ten opzichte van de schuur (geel omkaderd) die gesloopt wordt. De gele pijl op de foto rechtsboven wijst naar de schuur.

-Jaarrond beschermde verblijfplekken in bomen (cat. 1,2,3 en 4) Binnen de invloedsfeer van de ingrepen ontbreken hoge of oude bomen die nestgelegenheid aan roofvogels kunnen geven of een verstoringvrije omgeving die nestgelegenheid in dicht struikgewas aan een kleine roofvogel als de sperwer kan bieden. Het plangebied ligt, afgezien van de sperwer die ook rond woningen jaagt, buiten het habitatgebied van de roofvogels die in de omgeving verwacht kunnen worden. -Overig Nestlocaties van ooievaar en roek zijn op basis van hun zichtbaarheid uit te sluiten. Categorie 5 Het plangebied bevat geen elementen die van bijzonder belang zijn voor soorten uit deze categorie. Voor deze categorie die geldt alsnog dat er geen ecologische omstandigheden zijn om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient wel het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen bij het verwijderen van groen en slopen van bebouwing. overig Voor algemene tuinvogels is nestgelegenheid aanwezig binnen het opgaande groen rond de woning buiten de directe invloedsfeer van de ingrepen. Binnen de directe invloedsfeer van de ingrepen is alleen nestgelegenheid binnen en aan de bebouwing die gesloopt wordt aanwezig. Om een overtreding van

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10007729/1