CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6e Bijlage 2 regels BP Verhagenstraat 13 en 13a Lierop cultuurhistorische waardestelling met addendum

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Verhagenstraat 13-13a Lierop2.951 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

!! $% "

"

#

&!

$'

-

)

* +

!(

2

$ $.

!30 -

$/

-

-

4

$ $ $.

$'

$ 6

$2

/

!!9 " +$

7 $8

$ $%

$/ - $

!31$ ,

#

-

$

-

4

$, $.

-

!01 !#

* +

"

-

5

)

$

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

5

" " $/ - $

!11 -

!01

/ 4

$ -

$/

-

#1

$' -

7$ /

!! 6 -

#1 0 -

-

#1

$/

-

-

$

$,

-

#1 0$

*

-

$ $*

"

$,

$/ -

-

$5 , ,

$/ -

$: " "

$2 $

-

;

$ -

-

$ -

/

"

-

-

-

$/ 5

-

#1 0 <

=

-

$ -

"

$/

-

"

$

> > $, / "

-

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

" $

-

$

$ "$ ,

4

-

$.

"

4

$*

$

"

$4

"

-

" -

-

$

$

?

-

$. -

$%

-

6

7

"

"

$/ "

"$ : - $,

6

7

$

5

-

"

@

$

% " -

$/ $*

$/

-

-

-

-

"

" $4 $

-

$

@ -

-

/

0

"

-

$:

-

" $*

-

-

$/

$: " $:

" -

$4 "

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

$

4 5

"

-

$

-

-

$

" $4 "

-

$/

" $/

-

$: $*

"

$ :

-

A

-

"

$

$ $/ >31

$,

$* /

"

> >

" $

$

$/ $, " -

$

5 " - $ ?

$

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

$/

* $.

#1 - $ " $ 4 "

$ 5 "

-

-

$/

$/

-

$

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

,

-

$* " -

?

$

-

-

$

$ "

-

$/ $ ,

" $. $

$*

" $: -

$.

"

$. $/ -

$

B -

" -

$: $

-

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

$A - -

"

"

$

"

$:

-

$.

-

$

, $* $4

" -

6

-

7

6

7$ : $

? $/ " -

-

$% "

-

$/ -

-

$*

"

$,

$?

-

$

5

-

$

" " -

$% $% -

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

$

4 :

"

-

$%

-

" "

$

*

-

$

$%

-

"

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

$/ $

%

* 7

6

$2 $

/

" ! " - $C

/

$/ -

$ $/ -

-

/

$/ " "

"

-

-

-

$.

-

$

4

-

$/ $/ -

-

-

*

-

"

-

$

$

/

$4

* /

!

$ -

-

-

#1 0 *

+

-

"- "

"

; 6

4E *

4E

DD

$ -

!! -

8

-

$

C

.

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

" 7

$

-

$/

Erfgoed Meetlat Verhagenstraat 13-13a, Lierop, gemeente Someren De waardering van cultuurhistorische elementen, patronen en ensembles1 In de archeologie bestaat er een min of meer geautoriseerde werkwijze om de waarde van een object of vindplaats te bepalen. De criteria uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, die ook in de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie worden gebruikt, zijn bedoeld om te bepalen of objecten/terreinen behoudenswaard zijn. Vanuit historisch geografisch perspectief worden door de meeste historisch-geografen de criteria zeldzaamheid, gaafheid, kenmerkendheid, samenhang, ouderdom en diversiteit gebruikt. Ook in het werkveld van de historische (steden)bouwkunde bestaat een geautoriseerde manier van waardering, welke wordt gebruikt bij de selectie van monumenten. De gehanteerde criteria zijn echter zeer vaktechnisch geformuleerd waardoor het voor niet-deskundigen niet altijd duidelijk is waarom de betreffende criteria bepalend zijn voor de waarde.

Bijvoorbeeld: waarom is ‘het belang van een gebied of object als uitdrukking van een culturele, sociaal-economische en/of geestelijke ontwikkeling’ een waarderingscriterium? Is dat wellicht omdat het gebied/object dan herinneringen oproept en dus vanwege de beleefde kwaliteit? Of is het misschien omdat het gebied/object dan veel informatie geeft over het verleden en dus vanwege de inhoudelijke kwaliteit? Om meer begrip te kweken voor de waardering van historische (steden)bouwkunde, worden de waarderingscriteria zoals gebruikt voor monumentenselectie daarom niet 1 op 1 overgenomen. Zij worden als operationele parameters opgehangen aan de kapstok bestaande uit beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit, zodat parallelliteit ontstaat met de waardering van archeologie, aardkunde en historische geografie.2 Belangrijke kwaliteiten die bij archeologie, aardkunde, historische-geografie en historische (steden)bouwkunde relevant zijn: • de beleefde kwaliteit met zichtbaarheid/ herkenbaarheid en herinnerbaarheid als waarderingscriteria; • de fysieke kwaliteit met gaafheid en mate van conservering (bij archeologie) of authenticiteit (bij historische geografie) als waarderingscriteria; • de inhoudelijke kwaliteit met als waarderingscriteria zeldzaamheid, informativiteit, samenhangendheid c.q.

ensemblewaarde (binnen de archeologie en tussen de archeologie, historische geografie en/of historische bouwkunde) en representativiteit. De waardering van cultuurhistorische elementen, patronen en ensembles (hierna kortweg “objecten” genoemd) is moeilijk objectief uit te voeren. De criteria voor de beleefde kwaliteit weerspiegelen in hoeverre men in een gebied of aan een object iets kan beleven. De criteria voor de fysieke kwaliteit geven aan wat de fysieke conditie van het gebied of object is. De criteria voor de inhoudelijke kwaliteit geven aan in welke mate het gebied of object informatie over het verleden verschaft. De operationele parameters waarmee bepaald wordt of (en in hoeverre) aan het waarderingscriterium voldaan wordt staan tevens telkens vermeld. Omdat in de archeologie niet altijd bekend is of bepaalde kwaliteiten ergens aanwezig zijn, dient onderscheid gemaakt te worden tussen gekende waarden en verwachte of indicatieve waarden. Het waarderingscriterium voor de verwachte waarde is de trefkans. Dit is de kans dat gekende beleefde, fysieke en/of inhoudelijke kwaliteiten ergens daadwerkelijk worden aangetroffen.

Bij het bepalen van de geaggregeerde waarde van een gebied of object kunnen ook gewichten worden toegekend aan de waarderingscriteria, bijvoorbeeld indien wordt gevonden dat zichtbaarheid belangrijker is dan de herinneringswaarde van (de kenmerken van) een historisch landschap. Tussen de drie kwaliteiten is eventueel ook een hiërarchie aan te duiden. In de eerste plaats wordt dan bepaald of het historisch landschap vanwege de inhoudelijke kwaliteit 1

Gebaseerd op 1) de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.1. en 2) Witteveen+Bos, 2008: Handreiking Cultuurhistorie in m.e.r. en MKBA. Bij monumentenselectiecriteria wordt onderscheid gemaakt tussen criteria voor bouwkunst en stedenbouw. Omdat deze twee sets van criteria een grote mate van parallelliteit vertonen en om te voorkomen dat de set van operationele parameters te lang wordt en daardoor niet hanteerbaar in de uitvoering, hebben we deze hier samengenomen. 2

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

als waardevol getypeerd kan worden (meeste gewicht). Vervolgens worden de historische landschapselementen op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Indien terreinen op basis van bovenstaande criteria slechts middelmatig of laag scoren wordt gekeken of de beleefde kwaliteit toch van voldoende waarde is. In het schema hieronder worden echter aan alle waarderingscriteria en kwaliteiten gelijke gewichten toegekend. Belangrijk is dat de waardebepaling transparant, objectief en consistent is. De waardestelling wordt bereikt door aan de criteria een meetwaarde toe te kennen. Om tot een afweging te kunnen komen, wordt daarbij een intervalschaal gehanteerd, waarbij meetwaarden (scores 1, 2 of 3) worden toegekend aan de scores ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’. De tabel toont met behulp van welke kwaliteiten, waarderingscriteria en operationele parameters achtereenvolgens de archeologische waarde, de aardkundige waarde, de historische-geografische waarde en de historische waarde van (steden)bouw ofwel de cultuurhistorische elementen, patronen en ensembles (“objecten”) op objectieve wijze kan worden bepaald. Deze onderdelen van de 'erfgoedmeetlat' kunnen van toepassing worden verklaard op aardkundige waarden, archeologie, (moderne) architectuur, historische bouwkunst, historische geografie, historisch blauw en groen en historische stedenbouw, inclusief de openbare ruimte.

Hieronder volgt een toelichting op de waarderingscriteria onder de betreffende kwaliteiten. 1. Beleefde kwaliteit De belevingswaarde van een object valt uiteen in twee criteria: ‘schoonheid’ en ‘herinneringswaarde’. NB: bij archeologie betreft het veelal onzichtbare objecten, waardoor de score op beleving veelal laag zal zijn. a. Zichtbaarheid is de esthetisch-landschappelijke waarde van een object, die in de zichtbaarheid van het object tot uiting komt. Bij het criterium schoonheid staat de uiterlijke verschijningsvorm centraal, het gaat om aspecten als zichtbaarheid als landschapselement, samenhang met andere (zichtbare) objecten/monumenten of landschapselementen en de landschappelijke entourage. b. Herinnerbaarheid is de ‘herinnering’ die het object oproept over het verleden. Er zijn objecten die zijn verbonden met een levende herinnering aan het verleden. Het feit dat deze bestaat, duidt er veelal op dat het om een zichtbaar object gaat, maar dat is niet per definitie noodzakelijk. Ook een plaats zonder zichtbare overblijfselen kan als ’lieu de memoire’ voortleven. Daarbij zijn verschillende vormen te onderscheiden: - Er is een categorie die direct verbonden is met historische gebeurtenissen of historische personen. Meestal zijn het objecten van relatief geringe ouderdom waaraan de herinnering altijd is blijven voortleven.

- Een tweede categorie betreft objecten die niet zozeer met feitelijke historische gebeurtenissen zijn verbonden, maar die in de overlevering worden geassocieerd met sagen en legenden, waaraan een religieuze betekenis wordt toegekend, of die om andere redenen een rol spelen in de beleving van het landschap. - Een derde categorie betreft objecten die herinneren aan de vormingwijze van dorp of gehucht, meestal steunend op wetenschappelijke analyse (daar moet je dus een bordje bij gaan zetten!). 2. Fysieke kwaliteit De mate waarin objecten nog intact en in hun oorspronkelijke positie aanwezig zijn. Objecten die ooit bijzonder stijlzuiver ontstaan zijn (zoals gebouwen, tuinen, parken, ontginningen) en bovendien gaaf bewaard bleven; of objecten die, ongeacht stijlzuiverheid, in bijzondere mate van compleetheid bewaard bleven (bijvoorbeeld een boerderijcomplex waarvan alle gebouwen, erf en moestuin nog “klassiek” zijn); of die anderszins bijzonder typerend zijn voor het soort object of voor de streek. Binnen deze waarde wordt onderscheid gemaakt tussen de criteria gaafheid en conservering. a. Gaafheid: De mate van de gaafheid van het object en de stabiliteit van de fysieke omgeving. b. Geconserveerdheid: De mate waarin het object bewaard is gebleven.

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

3. Inhoudelijke kwaliteit Bij de inhoudelijke kwaliteit gaat het om de volgende criteria: a. Zeldzaamheid: De mate waarin een bepaald type object schaars is (of is geworden) voor een periode of in de regio, maar ook wegens archeologische, aardkundige, cultuurhistorische, architectonische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid, eventueel verbonden aan een bijzondere ouderdom. Het gaat om objecten van een type of aard waarvan er maar weinig bekend en/of onderzocht zijn, zowel op nationaal als op provinciaal of regionaal niveau (bijv. boerenschansen, fabriekjes van een bijzonder streekproduct). De beoordeling van zeldzaamheid berust op het huidige inzicht in de inhoud en samenstelling van het materiële erfgoed. Zeldzaamheid wordt beoordeeld als ‘laag’ (score 1), indien in de betreffende regio nog een groot aantal vergelijkbare objecten uit dezelfde periode bewaard zijn gebleven die in een vergelijkbare of betere conditie verkeren. Dit kan worden vastgesteld op basis van feiten (een beschikbare inventarisatie), maar ook op een archeologische verwachting, mits deze is gebaseerd op een recente en specifieke verwachtingskaart. Zeldzaamheid wordt beoordeeld als ‘hoog’ (score 3), indien het om een uniek object gaat of als er in de betreffende regio niet of nauwelijks vergelijkbare objecten bekend zijn. In de overige gevallen volgt een score als ‘midden’. b.

Informativiteit: De betekenis van een object als bron van kennis over het verleden. Informatiewaarde wordt bepaald door de mate waarin het object een bijdrage kan leveren aan nieuwe kennisvorming over het verleden (landschap, archeologie, economie, architectuur, techniek, bestuur, etc…) binnen de regio. De informatiewaarde wordt mede bepaald door de ensemblewaarde. De informatiewaarde van een object wordt bepaald door middel van een score, die is gebaseerd op een analyse van kennislacunes en actuele vraagstellingen. Er zijn verschillende soorten kennislacunes te onderscheiden, die al dan niet gecombineerd kunnen voorkomen: 1) geografische kennislacunes: gebieden waarvan relatief weinig gegevens bekend zijn; 2) chronologische kennislacunes: tijdvakken en/of perioden waarover we nog relatief slecht geïnformeerd zijn; 3) typologische kennislacunes: typen objecten waarover we nog relatief slecht geïnformeerd zijn; 4) inhoudelijke of thematische kennislacunes: deze hebben betrekking op uiteenlopende aspecten van de (kunst)geschiedenis van de Nederlanden, het Maas - Schelde - Demergebied of de Kempen in engere zin. 5) informatief over dynamiek: een eeuwenoude boerderij die ettelijke keren flink verbouwd is, getuigt van de veranderingen in woon- en bouwtradities, misschien zelfs van landbouwtradities. Idem een landgoedtuin die twee, drie lagen inrichtingstradities laat zien etc. c.

Samenhangendheid (of contextwaarde): De meerwaarde die aan een object wordt toegekend, als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat archeologisch, aardkundig, cultuurhistorisch, architectonisch en/of stedenbouwkundig van lokaal, regionaal of (inter)nationaal belang is. Het gaat daarbij om de betekenis van het object (context) voor het aanzien van een straat, dorp of wijk, wegens de ontwikkeling van een streek/dorp, de wijze van inrichting of situering, wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing en de historisch ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid. Extra waardevol zijn objecten die behouden zijn gebleven in het cultuur- of natuurlandschap waarin ze zijn ontstaan (bijvoorbeeld resten van ontginningsnederzettingen in het veengebied) of die nog steeds deel uitmaken van een min of meer gaaf ensemble. Archeologische en (kunst)historische context heeft betrekking op de aanwezigheid en de informatiewaarde van andere in de nabije omgeving aanwezige bronnen van informatie. Het gaat daarbij om de vraag: 1) of zich in de nabije omgeving meer objecten uit dezelfde periode bevinden, waardoor samenhangende analyse mogelijk is, 2) of er objecten voorkomen uit meerdere perioden, waardoor het mogelijk is om de ontwikkeling te bestuderen.

Landschappelijke context is de mate waarin het oorspronkelijke landschap nog aanwezig en/of herkenbaar is, daarbij is ook de aanwezigheid van organische sedimenten in de omgeving van een object van belang. Deze elementen dragen in hoge mate bij aan de mogelijkheden tot onderzoek van toenmalige landschappen en landgebruik.

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

De ensemblewaarde wordt bepaald op basis van de ‘nabije omgeving’. Relevant is dus niet de regio als geheel, maar het archeologisch/historisch landschappelijk samenstel. Indien beide contexten niet meer in voldoende mate aanwezig zijn, wordt de ensemblewaarde als ‘laag’ beoordeeld, indien een van beide niet (meer) aanwezig is of beduidend is aangetast, is de beoordeling ‘midden’, en als beide nog in hoge mate voorhanden zijn, volgt waardering als ‘hoog’. NB: Het is zaak om de ensembles als zodanig aan te wijzen en op te sommen welke objecten en terreinen er deel van uit maken. Daarna kan de waarde van ieder ensemble worden bepaald, bijv. door de som van de element-waarden. Bovendien kan worden aangegeven welke elementen voor het ensemble van wezenlijk, matig of marginaal van belang zijn. Dat “gewicht” zou dan weer in de element-waardering moeten worden opgenomen, maar mag niet meetellen in de eerder genoemde som van de element-waarden, want anders gaat de boel “rondzingen”! d. Representativiteit: De mate waarin een bepaald type object of terrein karakteristiek is voor een periode, functie, stijl of voor deze regio, danwel representatief is voor juist dit bepaalde type element of terrein (bijv. door zijn gaafheid, ligging, koppeling met landschap).

Het zijn objecten die qua aard en periode een goede afspiegeling vormen van de verschillende fasen van de lokale/regionale bewoningsgeschiedenis (bijvoorbeeld: restanten van middeleeuwse domeinen, dorpen, gehuchten en ooit geïsoleerde hoeven; maar ook ontginningspatronen uit verschillende perioden). De waarde van het oordeel over de representativiteit neemt toe, naarmate meer informatie beschikbaar is over vergelijkbare objecten uit dezelfde periode en hetzelfde gebied. Er zijn er veel van en er is relatief veel van bekend. Dat betekent dat dergelijke objecten meestal niet op de eerste drie inhoudelijke criteria (zeldzaamheid, informatie en ensemble) voor selectie in aanmerking zullen komen. Puntenwaardering: De matrix gaat uit van vier klassen van waardering, te weten: -laag, met een score van 8 t/m 12 punten: kan uitgelegd worden als advies indifferente waarde -middelhoog, met een score van 13 t/m 16 punten: kan uitgelegd worden als advies cultuurhistorisch waardevol (sterstatus) -hoog, met een score van 17 t/m 20 punten: kan uitgelegd worden als advies gemeentelijk monumentwaardig -zeer hoog, met een score van 21 t/m 24 punten: kan uitgelegd worden als advies rijksmonumentwaardig

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

!"#!" $

%

Kwaliteiten

Waarderingscriteria

Operationele parameters

Beleefde kwaliteit

Zichtbaarheid (herkenbaarheid/ schoonheid)

• zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement • relatie met omgeving: passendheid • verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenis • afwisselendheid (diversiteit aan elementen) • zichtbaarheid landschapselementen en patronen (herkenbaarheid) • esthetische kwaliteit: zichtbare uitingen • associatie met toegeschreven kwaliteit of gebeurtenis • verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenis (symboliek) • associatie met toegeschreven kwaliteit of gebeurtenis (symboliek) • ouderdom Binnen het facet archeologie/aardkunde: • gaafheid aanwezigheid sporen • ruimtelijke gaafheid: bodemlagen onverstoord, horizontaal • stratificatie intact: bodemlagen onverstoord, verticaal • mobilia in situ: losse onderdelen nog op hun plek • ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling / mobilia en sporen Binnen het facet historische geografie: • mate waarin landschapselementen en -patronen in tact zijn • mate waarin oorspronkelijk karakter behouden is (authenticiteit) Binnen het facet historische bouwkunde: • compleetheid: mate waarin alle stijlelementen aanwezig zijn • authenticiteit: mate waarin oorspronkelijk bouwkundig, stedenbouwkundig karakter en/of de gebruiksfunctie (lege hulzen!) behouden is • aanwezigheid antropogeen biochemisch residu • conservering artefacten (metaal/overig) • conservering organisch materiaal • mate waarin landschapselementen in evenwicht verkeren met

de abiotische omgeving (veelal grondwaterstand) • bouwkundige staat

& Hoog

Herinnerbaarheid (herinneringswaarde)

Fysieke kwaliteit

Gaafheid (compleetheid/ herkenbaarheid)

Geconserveerdheid (technische staat, conservering)

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

Midden 2

Laag

2

1

2

Inhoudelijke kwaliteit

Zeldzaamheid

Informativiteit (informatiewaarde)

Samenhangendheid (ensemble- of contextwaarde)

het aantal vergelijkbare monumenten (complextypen) van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde microregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld • het aantal vergelijkbare landschapstypen c.q. patronen, lijnen, elementen, van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde regio • het aantal vergelijkbare monumenten (complextypen) uit dezelfde periode binnen dezelfde regio • innovativiteit: pionierskarakter • betekenis voor de wetenschap: recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeologische periode • afleesbaarheid (herkenbaarheid) van de genese van het historisch landschap (landschapstype)3 • betekenis voor de wetenschap c.q. belang voor (bouw)geschiedenis • mate waarin het object, bouwwerk/complex de sporen toont c.q. uitdrukking is van o.a.

culturele, sociaal-economische, geestelijke, technische bestuurlijke ontwikkelingen Binnen het facet archeologie: • synchrone context: wel/niet voorkomen van monumenten uit dezelfde periode binnen de microregio • diachrone context: wel/niet voorkomen van monumenten uit opeenvolgende perioden binnen de microregio Tussen het facet archeologie en de andere facetten van cultuurhistorie: • landschappelijke context (fysisch- en historisch geografische gaafheid van het contemporaine landschap) • stedenbouwkundige context Binnen het facet aardkunde/historische geografie: • samenhang (tussen lijnen, elementen en patronen): mate waarin elementen onderdeel vormen van een grotere eenheid • mate waarin een element de samenhang begrijpelijk maakt (vormfunctie) Tussen het facet historische geografie en de andere facetten van cultuurhistorie: • mate van samenhang met archeologische context • mate van samenhang met stedenbouwkundige context Binnen het facet historische bouwkunde: • synchrone context: voorkomen van monumenten uit dezelfde periode binnen de stadswijk/het complex mate waarin element onderdeel vormt van een grotere •

2

1

2

3 De historische geografie bestudeert immers ruimtelijke en landschappelijke elementen, patronen en samenhangen voor zover deze het resultaat zijn van de wisselwerking tussen de mens en zijn fysieke omgeving op enig tijdstip in het verleden.

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

Representativiteit

eenheid • mate waarin interieur en exterieur samenhangen Tussen het facet historische bouwkunde en de andere facetten: • samenhang met archeologische context • samenhang met historisch geografische context • kenmerkendheid voor een bepaald gebied of periode • het aantal vergelijkbare monumenten van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld en waarvan behoud is gegarandeerd • kenmerkendheid voor / verbonden aan een bepaald gebied, periode, bouwstijl of menselijke activiteit • het aantal vergelijkbare landschapstypen c.q. patronen, lijnen, elementen, van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde regio

Minimumscore dus 8, maximumscore dus 24.

Voorstel waardering erfgoed: Verhagenstraat 13-13a, Lierop: totaal 14 punten. Zeer hoog Hoog Middelhoog Laag

= 21-24 punten = 17-20 punten = 13-16 punten = 8-12 punten

Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven, augustus 2017

2

! #

! % $

!

!

"

!

$

!

& ! #

! "

" $

"

!

)

( !

!

*

% % ' #

%

! $

&

% %

! %

$

!

!

% "( %

"' !

&

$

!

" !

!

%

!

%

"' %

"'

% "' % !

%

&

%

&

! ")

"'

&

" * + %

%

%

!

"

$

"

!

$

!

"

!

$

$

%

$ % "'

%

,,

" % -

.

% % # %

!

%

/

!

" %

%

"' $

1 2 1

%

0

! * "

+3

4

%

%

!

% "

'

!

%

' ! !

' ! ! "

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10535748/1