CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6d Toelichting BP Veegplan XI bijlage 2 Ruimtelijke onderbouw Hugterweg 10

Commissie Ruimte 7 april 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XI gemeente Someren 202016.493 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onderhavige ontwikkeling ziet toe op het toekennen van de aanduiding 'Wonen plus' ten behoeve van de ontwikkeling van een kleinschalig hoveniersbedrijf aan huis. Deze ontwikkeling kan niet worden gezien als een stedelijk project. Daarnaast zullen, gelet op de kenmerken van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Voor de ontwikkeling is dan ook geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. 4.1.2 Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer Het tweede spoor op basis waarvan de plicht tot het uitvoeren van milieueffectrapportage (m.e.r.) aanwezig kan zijn is via de Wet natuurbescherming en de Wet Milieubeheer. Indien niet (op voorhand) kan worden uitgesloten dat de voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op een Natura 2000-gebied, dient een zogenaamde passende beoordeling te worden uitgevoerd.

Aangenomen wordt dat onderhavig planvoornemen niet leidt tot een verhoging van emissie van schadelijke stoffen op de Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling van het kleinschalig hoveniersbedrijf aan huis zal, gelet op de kortste afstand tot Natura 2000-gebied (ca. 1 kilometer tot het gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven) en de aard van het planvoornemen naar verwachting geen verstorend effect hebben op de Natura 2000-gebieden en geen nadelig effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

31

2000-gebieden. Zie hiervoor ook paragraaf 4.10 en Bijlage 2. Voor de ontwikkeling is dan ook geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform de Wet natuurbescherming

4.2

Bodem

Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet.

Met onderhavig plan is sprake van het planologisch mogelijk maken van een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een bestaande woning. In de huidige situatie geldt dat de locatie reeds in gebruik is voor permanent verblijf en bestemd is als "Wonen". In aanvulling hierop wordt tevens opgemerkt dat ten behoeve van de planontwikkeling de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart en dan met name het onderdeel ‘Bodemfunctieklassenkaart’ nader is bekeken. Op grond hiervan blijkt de locatie Hugterweg 10 tevens wordt aangemerkt als geschikt voor “Wonen” (kwaliteitsklasse “AW2000”).

Met het planvoornemen vindt geen verzwaring van de milieugevoeligheid plaats en zijn geen bodemverontreinigende activiteiten beoogd. Er worden dan ook geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het milieuhygiënisch bodemgebruik en het beoogde gebruik ter plaatse. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling.

4.3

Geluid

Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan.

Geluidgevoelig object Op dit moment is ter plaatse van Hugterweg 10 sprake van een bestemde burgerwoning met daarbij een bijgebouw ter grootte van 350 m2. De burgerwoning is reeds als geluidsgevoelig object aan te merken en dit verandert niet bij het toekennen van de aanduiding 'Wonen plus'. Om te voorkomen dat een grotere geluidsbelasting op de woning kan optreden dan in de huidige situatie het geval is, is er in het vigerend bestemmingsplan reeds voor gekozen de positie van de woning te fixeren voor wat betreft de minimale aan te houden afstand tot aan de Hugterweg. Hiervoor is binnen het bestemmingsvlak voorzien in de opname van een bouwvlak. Dit blijft met onderhavig planvoornemen ongewijzigd.

Het bijgebouw dat in gebruik zal worden genomen als opslagruimte en stalling voor het kleinschalig hoveniersbedrijf is geen geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorziene ontwikkeling binnen het plangebied.

32

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Externe werking: industrielawaai Met betrekking tot de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving wordt opgemerkt dat deze dermate minimaal zal zijn dat deze geen afzonderlijk beschouwing vergt binnen deze paragraaf. Voor een korte beschouwing ten aanzien van de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling wordt verwezen naar paragraaf 4.4.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Bij de ontwikkeling van nieuwe functies dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven en inrichtingen om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave) Hierin wordt per bedrijfssoort en soort inrichting aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) hiervan kan uitgaan en welke afstand hierbij (minimaal) in acht genomen moet worden. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend.

Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen wordt gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Externe werking Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een bestaande woning. Een bedrijfslocatie voor een kleinschalig hoveniersbedrijf met bijbehorende activiteiten als grondwerken rondom huis en tuinaanleg is als 'dienstverlening ten behoeve van de landbouw' opgenomen in de VNG handreiking Bedrijven en milieuzonering. Bij het bepalen van de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-brochure is uitgegaan van een 'gemiddeld' plantsoendiensten en hoveniersbedrijf bij een bedrijfsoppervlak kleiner dan 500 m2 (milieucategorie 2). Bepalend voor de milieuzonering bij een dergelijke inrichting zijn de aspecten geur en geluid. Voor beide aspecten geldt een richtafstand van 30 meter.

In onderstaand figuur zijn de afstanden van het hoveniersbedrijf ten opzichte van de omliggende gevoelige functies in beeld gebracht. Uit het figuur blijkt dat de afstand van de bedrijfslocatie tot omliggende gevoelige functies te allen tijde meer dan 100 meter bedraagt. Er wordt daarmee ruimschoots aan de milieu richtafstanden voor het kleinschalig hoveniersbedrijf (30 meter voor geur en geluid) voldaan.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

33

Ligging plangebied t.o.v. gevoelige functies

Tot slot geldt dat de beoogde bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk plaatsvinden op locatie bij de klant. Op de bedrijfslocatie is enkel sprake van activiteiten vroeg in de ochtend bij het opstarten van de dag en het verlaten van de locatie richting klant, en later in de middag bij terugkomst, waarbij de spullen worden opgeruimd en materiaal en materieel voor de volgende dag wordt klaar gezet.

Op basis van vorenstaande wordt redelijkerwijs uitgesloten dat de voorziene bedrijfsactiviteiten leiden tot hinder voor gevoelige functies in de omgeving.

Interne werking Op basis van het vigerend bestemmingsplan geldt voor de locatie Hugterweg 10 een woonbestemming. Door het toekennen van de aanduiding 'Wonen-plus' en zo planologisch-juridisch gezien een kleinschalig hoveniersbedrijf toe te staan, vindt geen verzwaring van de milieugevoeligheid ter plekke plaats. Zodoende worden omliggende bedrijven niet ten gevolge van het planvoornemen geschaad in hun duurzame bedrijfsuitoefening.

Voor de beoordeling van het woon- en werkklimaat ter plekke van Hugterweg 10 geldt dat milieueffecten van het tegenovergelegen melkveebedrijf op de locatie Hugterweg 9 in ogenschouw dienen te worden genomen. Voor het melkveebedrijf geldt een richtafstand van 50 meter voor het aspect geur. In het kader van de recente bestemmingswijziging naar wonen is reeds beoordeeld dat voor de bedrijfswoning ter plekke van Hugterweg 10 aan deze richtafstand wordt voldaan en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

De afstand tussen het bestemmingsvlak van het melkveebedrijf en het te behouden bijgebouw bedraagt

34

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

minder dan 50 meter. Dit is conform de feitelijke situatie. In de nieuwe situatie is sprake van een bijgebouw dat bedrijfsmatig ten behoeve van opslag c.q. stalling van werktuigen zal worden gebruikt. Werkzaamheden ten aanzien van het hoveniersbedrijf worden, zoals gezegd, hoofdzakelijk elders op locatie bij de klant uitgevoerd. Administratieve werkzaamheden ten behoeve van het hoveniersbedrijf vinden plaats binnen de bedrijfswoning, welke aan de richtafstand van 50 meter ten opzichte van het melkveebedrijf voldoet. Gezien het feit dat het bijgebouw enkel een functie heeft als opslag c.q. stalling voor werktuigen, vormt het derhalve geen geurgevoelig object.

Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.5

Geur

Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Het is derhalve zaak geurhinder zoveel mogelijk te beperken, door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en afstanden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Woningen zijn aan te merken als geurgevoelige objecten. Gezien het vigerende beleid is het belangrijk onderscheid te maken tussen geurhinder uit de agrarische sector en industriële geurhinder (geurhinder van bedrijven die niet behoren tot de agrarische sector).

In het kader van de recente bestemmingswijziging naar wonen is reeds beoordeeld dat voor de bedrijfswoning ter plekke van Hugterweg 10 aan de richtafstanden voor geur wordt voldaan en er ten aanzien van geur sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dit blijft met het planvoornemen onveranderd.

Onderhavig planvoornemen ziet enkel toe op het toekennen van de aanduiding 'wonen plus' aan de woonbestemming waardoor het uitvoeren van een kleinschalig hoveniersbedrijf planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt op de locatie Hugterweg 10. De op deze locatie aanwezige schuur zal worden gebruikt als stalling c.q. opslag van werktuigen van het kleinschalig hoveniersbedrijf. Zoals aangegeven in paragraaf 4.4 betreft deze schuur geen geurgevoelig object. Ook leidt het planvoornemen niet tot geuroverlast op omliggende gevoelige functies.

Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.6

Gezondheid

In de omgeving van Hugterweg 10 zijn een aantal veehouderijen gelegen. Een veehouderij in de omgeving kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden namelijk blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Eenvoudig gezegd zijn endotoxinen celwandresten van bacteriën. Als deze organismen afsterven komen de endotoxinen vrij. De endotoxinen binden zich aan bacterieresten, stofdeeltjes of waterdeeltjes. In deze toestand kunnen ze zich gemakkelijk in de omgeving verspreiden.

Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. De gemeente Someren heeft met een endotoxinen risicokaart laten opstellen om in beeld te krijgen bij welke ruimtelijke ontwikkelingen het aspect endotoxinen specifieke aandacht vraagt. Uit onderstaande endotoxinen kaart van de gemeente Someren blijkt dat de locatie Hugterweg 10 (rood omcirkeld) is gelegen buiten een risicogebied betreffende endotoxinen.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

35

Uitsnede endotoxinenkaart gemeente Someren

In het kader van de recente bestemmingswijziging naar wonen is reeds beoordeeld dat voor de bedrijfswoning ter plekke van Hugterweg 10 sprake is van een gezond woon- en leefklimaat. Dit blijft met het planvoornemen onveranderd. Onderhavig planvoornemen ziet enkel toe op het toekennen van de aanduiding 'wonen plus' aan de bestaande woonbestemming waardoor het uitvoeren van een kleinschalig hoveniersbedrijf planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt op de locatie Hugterweg 10. De op deze locatie aanwezige schuur zal worden gebruikt als stalling c.q. opslag van werktuigen van het kleinschalig hoveniersbedrijf. Dit betreft geen milieugevoelige functie. De ontwikkeling leidt ook niet tot negatieve gezondheidseffecten voor de omgeving.

Geconcludeerd wordt dat het aspect gezondheid geen nadere aandacht vraagt in het kader van deze ontwikkeling.

4.7

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen.

NIBM Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekende mate (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.

36

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Middels de NIBM-tool kan aan de hand van de verwachte verkeersgeneratie worden bepaald of een project NIBM is. Het aantal verkeersbewegingen dat ten gevolge van het planvoornemen gegenereerd wordt, wordt berekend op basis van kentallen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Onderhavig kleinschalig hoveniersbedrijf wordt, gezien de beoogde bedrijfsvoering, ingeschaald onder de bedrijfsfunctie 'arbeidsextensief / bezoekersextensief'. De verkeersgeneratie voor een dergelijke functie bedraagt 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal. Uitgaande van een bvo van 350 m2 , wordt de maximale verkeersgeneratie berekend op (3,5 * 5,7=) ca. 20 verkeersbewegingen per etmaal. De invoer van deze verkeersgeneratie in de NIBM-tool leidt tot de conclusie dat onderhavige planontwikkeling tot ver onder de grenswaarden voor luchtkwaliteit blijft en aan te merken is als NIBM.

Uitsnede NIBM tool

Conclusie Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente Someren en het feit dat de ontwikkeling niet is gelegen bij knelpunten ten aanzien van de luchtkwaliteit, kan verder gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wmb. De Wmb staat derhalve de realisering van de ontwikkeling niet in de weg.

Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

4.8

Externe veiligheid

Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

37

- Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing -

Hugterweg 10 te Someren Gemeente Someren

- Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing -

Hugterweg 10 te Someren Gemeente Someren

Status:

definitief

Datum:

29 oktober 2020

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

5

Bijlage 1

Landschapsplan

6

Bijlage 2

Quickscan stikstof

18

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

3

4

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

5

Bijlage 1

6

Landschapsplan

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Bijlage Landschapsplan Hugterweg 10 te Someren

0

GEMEENTE SOMEREN Toelichting landschapsplan Hugterweg 10 Someren

1

Inhoud 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1. Aanleiding ..................................................................................................................................... 3 2. RUIMTELIJKE CONTEXT ........................................................................................................................ 4 2.1. Context planlocatie ...................................................................................................................... 4 2.2. Landschapsbeleid ......................................................................................................................... 5 3. LANDSCHAPPELIJKE KWALITEITSVERBETERING .................................................................................. 6 3.1. Landschapsversterking ................................................................................................................. 7 3.2. Overzicht toe te passen beplanting.............................................................................................. 9

2

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding Het doel van het ruimtelijk plan voor Hugterweg 10 is een passend juridisch-planologisch kader te scheppen op basis van de bestemming wonen plus. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G nummers 3303 en 5333. Op de locatie Hugterweg 10 is een woning met een tweetal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig met een totale oppervlakte van 420 m2. Één bedrijfsgebouw van 350 m2 is in het verleden met name aangewend voor de agrarische bedrijfsvoering. Het bedrijfsgebouw van 60 m2 diende voornamelijk als bijgebouw bij de bedrijfswoning, maar is formeel wel als bedrijfsbebouwing aan te merken. In 2018 is de bestemming door de vorige eigenaar van agrarisch omgezet naar wonen. De huidige eigenaar heeft een hoveniersbedrijf wat de aanleiding is om de bestemming wonen om te zetten naar Wonen plus. Het plan voorziet in sloop van het bedrijfsgebouw van 60 m2 zodat na sloop alleen het voormalig bedrijfsgebouw van 350 m2 resteert. De op grond van het veegplan maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen is na wijziging van de bestemming naar wonen 269m2, de maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen wonen plus is 350m2 derhalve zal er nog 350 – 269 = 81m2 elders gesloopt dienen te worden. In het onderstaande wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van onderhavige locatie.

3

2. RUIMTELIJKE CONTEXT 2.1. Context planlocatie De planlocatie ligt aan de Hugterweg, in het buitengebied van de gemeente Someren. Omliggend gebied wordt gekenmerkt door het grootschalige agrarisch karakter met (boeren-)erven aan de weg en tussenliggende weidse zichten over de akkers en weidepercelen. De horizon wordt beëindigd door de bosranden van de omliggende grootschalige bosgebieden. De woon- en boerenerven zijn vaak beplant met erfbeplanting zoals solitaire bomen, bomenrijen en (geschoren) hagen. De planlocatie ligt op de kruising van de Hugterweg en de Biezervenweg. Het bestaat uit een vrijstaande woning met bijgebouw en een (voormalige) agrarische loods ten westen van de woning. Aan de straatzijde van het perceel ligt een tuin omzoomd met geschoren coniferen hagen en enkele solitaire bomen. Ook voor de gevel van de loods (de langs gevel) staat reeds een hoge geschoren coniferenhaag, waardoor de loods op het moment slechts voor een klein deel zichtbaar is vanaf de weg. Helaas zijn de huidige hagen in slechte staat en deels dood. Op het achter terrein staat een jonge bomenrij, bestaande uit verschillende soorten. Onderstaande luchtfoto illustreert de planlocatie.

4

2.2. Landschapsbeleid Het plangebied valt onder het Beeldkwaliteitsplan buitengebied 2011 van de gemeente Someren. In dit plan worden concrete handvatten geboden waarmee de gemeente de diversiteit van het landschap kan behouden, versterken en stimuleren. Tevens wordt het landschap uiteengezet en worden de bijzondere gebieden onder de aandacht gebracht. De voornaamste doelen betreffen het versterken van de opvallende kenmerken, het vergroten van de verschillen en te zorgen van een levendig beeld. Het plangebied behoort tot het landschap van de jonge heideontginningen. Dit landschap wordt gekenmerkt door regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten. In het gebied zijn veel grootschalige agrarische bedrijven aanwezig. Landschapsversterking kan plaatsvinden door de achterzijden van de erven te beplanten met groensingels, hagen of bomenrijen. Zodoende krijgt het achterliggende open landschap fraaiere randen, dan wanneer de loodsen ‘kaal’ in het landschap staan. Tevens kunnen zijkanten van loodsen worden begeleidt met lij beplantingen en verdient een tuininrichting met lage hagen aan de voorzijde de voorkeur.

5

3. LANDSCHAPPELIJKE KWALITEITSVERBETERING Er wordt gestreefd naar een behoud van de leesbaarheid van het landschap en waar nodig een versterking ervan. In het beleid van de gemeente komt naar voren dat ontwikkelingen bij bestaande woon- en bedrijfsvormen landschappelijk zorgvuldig ingepast dienen te worden. Onderstaande tekening laat zien hoe de landschappelijke kwaliteitsverbetering van het plangebied er uit komt te zien. Daaronder worden de diverse onderdelen van het plan toegelicht. Onderhavig landschapsplan beoogt het perceel in te bedden in zijn omgeving en de randen van passende landschappelijke beplanting te voorzien. Het planconcept dat aan het plan ten grondslag ligt, gaat enerzijds uit van een versterking van de aanplant aan de achterzijde van het erf, teneinde het waardevolle open karakter van het achtergelegen agrarisch gebied te voorzien van een passende overgang.

Tekening landschappelijke kwaliteitsverbetering

6

3.1. Landschapsversterking Aan de straatzijde en langs de inrit van het erf staan geschoren hagen. Op de perceel grenzen staan coniferen hagen. Aan de straatzijde zijn deze circa 1.0 – 1.5 meter hoog. Het ligt het in de bedoeling dat de kwijnende / dode coniferenhagen aan de straatkant vervangen worden door hagen van een inheemse soort. De hoge kwijnende coniferenhaag voor de loods zal vervangen en verlengd worden door een haag van een inheemse soort die het zicht op de gevel ontneemt.

Bestaande Coniferenhaag aan wegzijde veel dood.

Bestaande Coniferenhaag voor loods (steeds meer dode stukken) 7

Aan de oostzijde staat rechts van de woning een groensingel met struweel en enkele bomen. Het groen schermt het zicht op de zijgevel van de woning af, komend vanuit het oosten. Het groen aan de oostzijde word versterkt verder van de woning af in noordelijke richting 2 hoogstam fruitbomen te planten. Aan de achterzijde van het erf staan enkele bomen. Om het groen verder te versterken worden aan de achterzijde bomen aangeplant zodat een volwaardige bomenrij ontstaat. De bomen filteren het zicht op de bebouwing, gezien vanaf de Biezervenweg en het achtergelegen landschap. Tevens zorgen de boomkronen voor een passend groen decor voor de aanwezige bebouwing, gezien vanaf de straatzijde. De aanplant van een bomenrij aan de Biezervenweg maakt de kwaliteitsverbetering compleet. De bomenrij loopt tot aan de perceelgrens aan de noordzijde. Het benadrukt daarmee de rechte lijnen van het jonge ontginningslandschap. Aan de straatzijde wordt de bestaande tuininrichting met de geschoren coniferenhagen hagen vervangen door hagen van een inheemse soort. Aan de noordzijde worden langs de perceelgrens twee solitaire bomen geplant. Onder deze bomen wordt een struweelrand aangebracht. Deze struweelrand verlengd de struweelrand die door de gemeente Someren reeds is aangelegd.

8

3.2. Overzicht toe te passen beplanting Hierna zijn de toe te passen beplantingsvormen en soorten uitgewerkt. Onderstaande afbeelding illustreert het plan met daarin vijf plantvakken aangegeven. Plantvakken A en B betreffen Struweelranden met solitaire bomen. Struweelranden zijn randen niet volledig dicht geplanten stroken met op de open stukken kruiden. Plantvak A betreft de twee solitaire bomen met daaronder een struweelrand. Plantvak B illustreert de bomen langs de Biezervenweg met daaronder een struweelrand, plantvak C betreft de bomenrij met daar onder een struweel van 5 meter breed. En tenslotte betreffen plantvak D en E de te renoveren hagen aan de straatzijde en voor de loods. Onder de tekening is een schema opgenomen met de soorten.

Tekening landschappelijke kwaliteitsverbetering met plantvakken Vak

Aantal

A A B B C C D E F

2 16 7 50 2 150 325 115 2

Soort Tilea Struweelrand* Tilea / Juglans Struweelrand* Malus Struweel* Ligustrum Fagus sylvatica Hoogstamfruitbomen

* Struweelrand: Cytisus (wilde Brem) Rosa corymbifera Bremos kruidenmengsel

Plantmaat 12-14 40-60 12-14 40-60 14-16 60-100 60-100 60-80 12-14

Plantafstand Solitair 1 per m² groepsgewijs ca. 12m 1 per m² groepsgewijs Solitair 1 per m² groepsgewijs 4.5/m¹ 4.5/m¹ Solitair

Struweel* Amelanchier Ligustrum vulgare Euonymus europaeus Ilex Acer campestre

9

10

Bijlage 2

18

Quickscan stikstof

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

NOTITIE BEOORDELING STIKSTOF Aan T.a.v. Van

: Van der Sanden Groen : : Lizet Genefaas

Datum Betreft Project

: 28 februari 2020 : Notitie beoordeling stikstof : P199144

Geachte heer

,

U bent voornemens om bij de woning aan Hugterweg 10 te Someren een kleinschalig hoveniersbedrijf te exploiteren. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Aanleiding Als eigenaar van een kleinschalig hoveniersbedrijf heeft u de wens om bij uw woning een aantal kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten behorend bij het kleinschalig hoveniersbedrijf uit te voeren. Hierbij geldt dat het overgroot deel van de werkzaamheden van het hoveniersbedrijf elders op locatie bij klant zal worden uitgevoerd. De kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die wel ter plaatse van Hugterweg 10 worden uitgevoerd, zijn beperkt tot het vroeg in de ochtend opstarten van de dag en verlaten van de locatie richting klant, en later in de middag bij terugkomst het opruimen van spullen en klaarzetten van materieel en materiaal voor de volgende dag. Tevens worden de voor het hoveniersbedrijf noodzakelijke werktuigen op de locatie Hugterweg 10 onderhouden en overdekt gestald c.q. opgeslagen. Hiervoor zal de reeds op locatie aanwezige schuur ter grootte van 350 m 2 worden gebruikt. Voor het plan is een beoordeling van de stikstofeffecten voor Natura2000-gebieden noodzakelijk.

Activiteiten kunnen namelijk leiden tot een toename in stikstofdepositie op beschermde Natura2000-gebieden, bijvoorbeeld door NOx-emissies afkomstig van verkeersbewegingen. Omdat de Natura 2000-gebieden vaak gevoelig zijn voor stikstofdepositie en de stikstofbelasting nu al (te) hoog is, geldt een strikt beschermingsregime. Voor projecten moet daarom vooraf worden beoordeeld of sprake is van significant negatieve effecten en of een natuurvergunning is vereist. Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hugterweg 10, ter plaatse van de kruising van de Hugterweg en de Biezervenweg in het buitengebied van Someren ten zuiden van Someren-Heide. Het betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G, nummers 3303 en 5333. Het plangebied is nabij de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Limburg gelegen. De Hugterweg vormt de verbinding tussen de kern Someren-Heide en de kern Maarheeze (van buurgemeente Cranendonck). St. Stevenskerkhof 2, 6511 VZ Nijmegen , T 024 – 322 45 79 Pouderoyen: KvK Nijmegen nr. 14066614 IBAN NL 29 RABO 0154 8198 75 BTW NL 81 04 81 996 B 01 Pouderoyen en Tonnaer zijn zelfstandige onderdelen van de Aelmans Adviesgroep

P199144.005/LGE, pagina 2 van 5

Er bevinden zich een aantal Natura 2000-gebieden binnen een straal van 10 km vanaf het plangebied, namelijk:  Weerter- en Budelerbergen & Ringselven 1 km  Strabrechtse Heide & Beuven 7 km  Groote Peel 7 km  Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux 8 km  Sarsven en De Banen 9 km Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied weer.

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Gezien de afstand tot de beschermde natuurgebieden en de aard van het planvoornemen, kan geconcludeerd worden dat alleen het aspect stikstof relevant is en dat van overige effecten geen sprake zal zijn. De effecten van stikstof kunnen met het rekenprogramma Aerius-calculator inzichtelijk worden gemaakt. Aerius-calculator De vergunningverlening voor projecten die door de stikstofuitspraak van de Raad van State (mei 2019) tijdelijk stil liggen, komt in etappes weer op gang. Op 14 januari 2020 is de nieuwe versie van AERIUS Calculator (2019A) beschikbaar gekomen. Met deze rekentool kan de stikstofdepositie op een natuurgebied van een bouwplan of project worden berekend. De AERIUS Calculator 2019A bevat een printvoorziening waarmee de input en output van de berekening in een pdf-rapportage inzichtelijk gemaakt kan worden. De ingevoerde waarden zijn tevens verifieerbaar via het GML-bestand dat in AERIUS geïmporteerd kan worden. Zowel de

P199144.005/LGE, pagina 3 van 5

pdf-rapportage als het GML-bestand worden als bijlage meegeleverd. Emissies stikstof Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten ten behoeve van het planvoornemen beschreven. Indien de emissie van stikstof ten gevolge van deze activiteiten niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha/ jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Het planvoornemen heeft enkel betrekking op een planologische functiewijziging: er vinden geen bouw- of aanlegactiviteiten plaats. De stikstofrelevante activiteiten voor onderhavig planvoornemen zijn dan ook beperkt tot activiteiten in de nieuwe gebruiksfase, namelijk: de stikstofrelevante activiteiten ten gevolge van het exploiteren van het kleinschalig hoveniersbedrijf. Zoals reeds aangegeven zijn de bedrijfsmatige activiteiten die ten behoeve van het kleinschalig hoveniersbedrijf worden uitgevoerd beperkt tot het vroeg in de ochtend opstarten van de dag en verlaten van de locatie richting klant, en later in de middag bij terugkomst het opruimen van spullen en klaarzetten van materieel en materiaal voor de volgende dag. Ook worden de voor het hoveniersbedrijf noodzakelijke werktuigen op locatie onderhouden en overdekt gestald c.q. opgeslagen.

Enkel de verkeersbewegingen die ten gevolge van het kleinschalig hoveniersbedrijf plaatsvinden zijn hier relevant in het kader van de berekening van de emissies stikstof. Het aantal verkeersbewegingen dat ten gevolge van het planvoornemen gegenereerd wordt, wordt berekend op basis van kentallen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Onderhavig kleinschalig hoveniersbedrijf wordt, gezien de beoogde bedrijfsvoering, ingeschaald onder de bedrijfsfunctie ‘arbeidsextensief / bezoekersextensief’. De verkeersgeneratie voor een dergelijke functie bedraagt 5,7 verkeersbewegingen per 100 m 2 bvo per etmaal. Uitgaande van een bvo van 350 m 2, wordt de maximale verkeersgeneratie berekend op (3,5 * 5,7=) ca. 20 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de berekening van de emissie stikstof ten gevolge van deze verkeersbewegingen, worden verder nog de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Als worst-case scenario wordt verondersteld dat alle verkeersbewegingen bestaan uit middelzwaar vrachtverkeer; - Bij het op en af rijden van het plangebied wordt rekening gehouden met 80% stagnatie; - Er wordt ervan uitgegaan dat 50% van de verkeersbewegingen in westelijke richting plaatsvindt en 50% van de verkeersbewegingen in oostelijke richting plaatsvindt.

Op basis van de inschatting van het maximaal aantal verkeersbewegingen en bovengenoemde uitgangspunten, wordt de emissie stikstof tijdens de gebruiksfase berekend op 21,67 kg NOx/jaar. Uit de berekening volgt dat er geen significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar) is. Zie hiervoor ook bijlage 1.

P199144.005/LGE, pagina 4 van 5

Conclusie Het planvoornemen leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vooralsnog kunnen negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden op basis van het voorgaande worden uitgesloten. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet vereist.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens Pouderoyen-Tonnaer

Lizet Genefaas

P199144.005/LGE, pagina 5 van 5

BIJLAGE 1 EMISSIES GEBRUIKSFASE

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RQ4cvE9eK8R2 (28 februari 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Pouderoyen - Tonnaer

Hugterweg 10, 5712RB Someren

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hugterweg 10

RQ4cvE9eK8R2

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

28 februari 2020, 09:54

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

21,67 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Oprichting kleinschalig hoveniersbedrijf

Situatie 1

RQ4cvE9eK8R2 (28 februari 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

3,24 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

9,64 kg/j

Bron 3 Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

8,80 kg/j

RQ4cvE9eK8R2 (28 februari 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

20,0 / etmaal NOx NH3

3,24 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Bron 2 175859, 370986 9,64 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

9,64 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 175305, 370907 3,24 kg/j < 1 kg/j

Bron 3 174918, 370596 8,80 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

8,80 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RQ4cvE9eK8R2 (28 februari 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200211_3b24c29c22 Database versie 2019A_20200226_89548b118c Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RQ4cvE9eK8R2 (28 februari 2020) pagina 5/5

overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers. In onderhavig geval geen sprake is van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object of het realiseren van een bevi-inrichting. Verder is er een inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van de “Risicokaart Nederland” - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). Op basis van de risicokaart is inzichtelijk gemaakt welke risicobronnen zich in de omgeving van het plangebied bevinden.

Uitsnede risicokaart met plangebied bij blauwe contour

Op basis van de riscokaart blijkt dat er geen risicocontouren samenvallen met het plangebied. Ter plaatse van Panweg 2 is een propaantank van 3 m3 aanwezig waarvan de risicocontour niet buiten betreffende inrichting treedt. Panweg 2 is een op een afstand van 685 meter hemelsbreed van Hugterweg 10 gelegen. Betreffende risicocontour vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.9

Water

De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.

Met het oog op de verwachte toename van de neerslag, veranderend landgebruik, de bodemdaling en de zeespiegelstijging wordt het belang om snel te zoeken naar oplossingen voor de waterproblematiek

38

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

benadrukt. De oplossingen liggen in de lijn van de drietrapsstrategie “vasthouden-bergen-afvoeren” (watertrits).

Bij alle bouwplannen dient gestreefd te worden naar een scheiding van vuil water en (schoon) regenwater (afkoppeling). Bij de inrichting, het bouwen en het beheer worden zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Bij een toename van het bestaande verhard oppervlak (bebouwing, bestrating, e.d.) dient het overtollige water overeenkomstig de hierboven genoemde watertrits te worden gehanteerd (stand-still beginsel). 4.9.1 Waterbeheerplan 2016-2021 De Dommel Waterschap De Dommel heeft het Waterbeheerplan 2016-2021 “Waardevol Water" vastgesteld waarin de activiteiten en doelstellingen van het Waterschap zijn opgenomen. Het waterschap geeft in dit plan binnen haar kerntaken prioriteit aan het voorkomen van wateroverlast én het herstellen van het watersysteem van Natura 2000-gebieden. Andere thema's van het waterbeheersplan zijn: aanleg van gestuurde waterbergingsgebieden; afstemming inrichting en beheer van watergangen op het halen van ecologische doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water en de functies 'waternatuur' en 'verweven' uit het Provinciaal Waterplan; samenwerking met gemeenten in de waterketen; aanpak vervuilde waterbodems in samenhang met beekherstel; ruimte bieden aan recreatiemogelijkheden, landschap en cultuurhistorie.

Keur oppervlaktewateren De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening.

Hydrologischneutraal ontwikkelen Hydrologisch neutraal ontwikkelen is overgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar het voor staat en welke maatregel er nodig is om hier aan te voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal ontwikkelen opgenomen.

Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

39

Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. De realisatie van nieuw verhard oppervlak en afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit betekent dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits "vasthouden-bergen-afvoeren". Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron.

Vasthouden kan door hergebruik of het infiltreren van water in de bodem en past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewater- als grondwatersysteem. Als niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. Dat kan met een zogenaamde compensatievoorziening. Deze compensatievoorziening kan bestaan uit een wadi, poel, geïsoleerde greppel, ondergrondse bergingskratjes, doorlatende verharding, een groen dak, of gewoon een verlaagd maaiveld. In sommige gevallen dient de compensatievoorziening te worden voorzien van een geknepen afvoer, waarmee de voorziening langzaam kan leeglopen, zodat deze ook weer een nieuwe bui (binnen 24 uur) kan bergen. In het watertoetsproces is 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' dus een belangrijk kwantitatief beleidsuitgangspunt. 4.9.2 Gevolg planvoornemen Het onderhavig plan betreft het toekennen van de aanduiding 'Wonen-plus' ten behoeve van het planologisch-juridisch gezien mogelijk maken van een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een woning. Met het plan vinden geen bouwingrepen plaats en wordt het oppervlakte verhard terrein in de praktijk niet vergroot.

Hierdoor zijn geen negatieve effecten ten aanzien van de waterhuishouding te verwachten.

Echter, planologisch-juridisch gezien is in de huidige situatie 269 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Dit toegestane oppervlakte aan bijgebouwen wordt ten gevolge van onderhavige ontwikkeling vergroot tot 350 m2 . Hierdoor neemt in theorie het verhard oppervlak met (350-269=) 81 m2 toe.

In de Algemene regels van de Keur is opgenomen dat geen compensatie vereist is voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m². De theoretische toename van verhard oppervlak ten gevolge van onderhavig voornemen blijft ruimschoots onder deze grens. Op het perceel is en blijft voldoende ruimte aanwezig waar het hemelwater probleemloos kan infiltreren in de bodem. Hiervoor wordt aan de achterzijde van het struweel achter de te behouden schuur een greppel gegraven. Dit wordt opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het Veegplan waar deze onderbouwing deel van uit zal maken.

Het planvoornemen betreft een hydrologisch neutrale ontwikkeling, waarbij de afvoer van regenwater binnen de locatie en de afvoer van afvalwater (via riool) niet veranderen.

40

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

4.10

Natuur

In deze paragraaf wordt toegelicht of wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. Dit wordt gedaan aan de hand van de bespreking van bescherming van gebieden en de bescherming van soorten. 4.10.1 Gebieden De locatie Hugterweg 10 te Someren is gelegen in het landelijk gebied en buiten Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft 'Weerter- en Budelerbergen & Ringselven' op ca. 1 kilometer afstand.

Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van plangebied (bron: AERIUS.nl)

Het planvoornemen heeft betrekking op het planologisch mogelijk maken van het uitvoeren van een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een woonlocatie. Het betreft enkel een planologische functiewijziging waarbij geen bouwingrepen zijn beoogd.

Wegens de grote afstand van het Natura 2000-gebied tot het plangebied en de kleinschaligheid van de aard van het planvoornemen, zijn effecten voor licht en geluid uit te sluiten. Negatieve effecten ten aanzien van stikstof zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Om deze reden is er een beoordeling van de stikstofeffecten ten gevolge van het planvoornemen gemaakt. De betreffende rapportage met beoordeling is als Bijlage bij deze onderbouwing toegevoegd. Uit de beoordeling blijkt dat het planvoornemen niet leidt tot een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het plan kan doorgang vinden zonder vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming.

Geconcludeerd wordt dat het aspect gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

41

4.10.2 Soorten De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten. Ten allen tijde geldt dat de algemene zorgplicht van toepassing is. Dit houdt in, dat handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna, achterwege moet blijven.

Onderhavig planvoornemen betreft een planologische functiewijziging die het mogelijk maakt een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een woonlocatie uit te voeren. Het betreft enkel een planologische functiewijziging waarbij geen bouwingrepen zijn beoogd: reeds zijn er een woning en een bijgebouw binnen het plangebied aanwezig en deze blijven met het plan behouden.

Negatieve gevolgen voor beschermde soorten ten gevolge van het planvoornemen kunnen derhalve worden uitgesloten. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

4.11.1 Archeologie Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen.

De op 1 juli 2016 in werking getreden Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 deels vervangen als het gaat om archeologie. In de Erfgoedwet is vastgelegd wat onder cultureel erfgoed (waar archeologie onder valt) wordt verstaan. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving betreffen, gaan naar de Omgevingswet. Voor een aantal onderdelen (onder andere bestemmingsplannen) is voor de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen.

De gemeente Someren beschikt over een archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. Dit beleid en de kaart zijn vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied. De locatie kent voor een klein gedeelte een dubbelbestemming 'Waarde – archeologie' welke volgens de archeologische beleidskaart valt in de categorie 5. Deze dubbelbestemming wordt in onderhavig plan overgenomen. Volgens het archeologisch beleid van de gemeente is bij een bodemverstorende activiteit met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm, een archeologisch onderzoek verplicht om het bodemarchief veilig te stellen.

42

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in bodemverstorende activiteiten ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde- archeologie'. Een nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 4.11.2

Cultuurhistorie

Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is het Bro (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

Op de cultuurhistorische waardenkaart van Brabant is te zien dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van een cultuurhistorisch vlak.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Brabant

Het plan ziet toe op het toekennen van de aanduiding 'Wonen plus' met sloop van een bijgebouw buiten een cultuurhistorisch vlak. Het plan heeft voorts geen consequenties voor het mogelijk aanwezige bodemarchief, omdat geen bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm plaatsvinden.

Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

43

4.12

Kabels en leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.

De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident gezien de nabije ligging van bedrijfslocaties en burgerwoningen. Er is echter geen sprake van nieuwe aansluitingen omdat al sprake is van een bestaande woning met bijgebouwen.

44

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt betreft een particulier initiatief waarbij alle kosten voor rekening komen van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn derhalve aan de ontwikkeling van dit plan geen kosten verbonden.

De gemeente Someren kan met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst af sluiten waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.

Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedure voor vaststelling van een omgevingsvergunning is door de wetgever geregeld in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Na publicatie van het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning heeft een ieder vervolgens zes weken de mogelijkheid om te reageren op het voorgenomen besluit. Het gemeentebestuur neemt mogelijke bezwaren mee in haar afweging over de definitieve verlening van de vergunning.

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

45

46

omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9935743/1