CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6c Toelichting BP Heikantstraat ong en Dellerweg ong

Commissie Ruimte 8 december 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heikantstraat ong en Dellerweg ong.12.915 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.7.6

Bepaling voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. Op het bedrijf Dellerweg 19 worden geen dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissie voor is vastgesteld. Tussen de beoogde nieuwe woningen en deze veehouderij dient op basis van de Wgv een vaste afstand aangehouden te worden van 50 meter. Het meest dichtbijgelegen bedrijfsgebouw ligt op 40 meter afstand van het plangebied. Feitelijk worden op de locatie geen dieren meer gehouden. Omdat binnen de eerste twintig meter uit de wegas en vijf meter uit de perceelsgrens geen bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht is een gedeelte van het bouwvlak niet geschikt voor uitbreiding van het veehouderijbedrijf. Een verdere uitbreiding ligt niet in de lijn der verwachtingen en betreft een onzekere toekomstige situatie. Derhalve kan de Ruimte voor Ruimte-woning wordt opgericht op een afstand van minimaal 50 meter tot de meest dichtbij gesitueerde stal. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk gemaakt met behulp van het geografisch informatiesysteem.

Bedrijfsgebouw

Geurcontour

Indicatief bouwvlak

Figuur 21: geurcontour van 50 meter, gemeten uit het hoekpunt van de meest dicht tot het plangebied gesitueerde woning. Binnen het plangebied is indicatief een bouwvlak ingetekend op 8 meter uit de zijdelingse perceelsgrens

Op de overige bedrijven worden dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissie voor is vastgesteld. Met behulp van het programma V-Stacks vergunning is de voorgrondbelasting van deze veehouderijbedrijven op het plangebied berekend. Uitgegaan is van een worst-case scenario, waarbij de volledige emissie op de boek van het bouwvlak is geprojecteerd dat zich het dichtst tot het plangebied bevindt. Navolgend wordt de geurbelasting van het veehouderijbedrijf Dellerweg 17 inzichtelijk gemaakt.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

Berekende ruwheid: 0,37 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord. Y-coord. EP

nr. 1

Dellerweg 17 176 526 376 420

Gem.geb.

EP

EP

Uittr. E-

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

46 500

Geurbelasting

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

2

NW 1

176 330

376 180

14,0

4,7

3

NO 1

176 360

376 164

14,0

4,8

4

ZO 1

176 343

376 128

14,0

4,0

5

ZW 1

176 312

376 144

14,0

4,0

6

NW 2

176 379

376 199

14,0

6,0

7

NO 2

176 424

376 189

14,0

6,1

8

ZO 2

176 416

376 155

14,0

4,9

9

ZW 2

176 371

376 165

14,0

5,0

Tabel 2: Voorgrondbelasting Dellerweg 17

Navolgend wordt de geurbelasting van het veehouderijbedrijf Parallelweg 14a inzichtelijk gemaakt. Berekende ruwheid: 0,18 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord. Y-coord. EP

nr. 1

Gem.geb.

EP

EP

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

28 290

Parallelweg 14 176 059 376 131

Uittr. E-

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

Geurbelasting

2

NW 1

176 330

376 180

14,0

4,8

3

NO 1

176 360

376 164

14,0

4,1

4

ZO 1

176 343

376 128

14,0

4,2

5

ZW 1

176 312

376 144

14,0

5,1

6

NW 2

176 379

376 199

14,0

3,7

7

NO 2

176 424

376 189

14,0

3,1

8

ZO 2

176 416

376 155

14,0

3,1

9

ZW 2

176 371

376 165

14,0

3,9

Tabel 3: Figuur 22: Voorgrondbelasting Parallelweg 14a

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

Navolgend wordt de geurbelasting van het veehouderijbedrijf De Hoof 26 inzichtelijk gemaakt. Berekende ruwheid: 0,19 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord.

Y-coord.

De Hoof 26

175 882

376 517

nr. 1

EP

Gem.geb.

EP

EP

Uittr. E-

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

80 289

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

Geurbelasting

2

NW 1

176 330

376 180

14,0

4,1

3

NO 1

176 360

376 164

14,0

3,8

4

ZO 1

176 343

376 128

14,0

3,8

5

ZW 1

176 312

376 144

14,0

4,0

6

NW 2

176 379

376 199

14,0

3,9

7

NO 2

176 424

376 189

14,0

3,6

8

ZO 2

176 416

376 155

14,0

3,4

9

ZW 2

176 371

376 165

14,0

3,8

Tabel 4: Voorgrondbelasting De Hoof 26

5.7.7

Achtergrondbelasting

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart van de Omgevingsdienst Noord-Brabant (1 januari 2020) met daarop de achtergrondbelasting inzichtelijk gemaakt in de omgeving van het plangebied. De indicatieve achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 7-13 oue/m³. Hiermee is er sprake van een ‘acceptabel’ woon- en leefklimaat in het kader van de achtergrondbelasting. Navolgende figuur geeft een kaart van de achtergrondbelasting waarop het plangebied is aangeduid.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

Plangebied

Figuur 22: Woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied

5.7.8 Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen door beoogde herontwikkeling Als gevolg van de beoogde herontwikkeling, mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en, indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (zoals een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen. De meest dicht tot het plangebied gesitueerde veehouderijbedrijf betreft het bedrijf aan Dellerweg 19. Feitelijk worden op deze locatie geen dieren meer gehouden. De woningen zullen worden opgericht op een afstand van ten minste 50 meter uit het benutbare gedeelte van het bouwvlak en de meest dichtbij gesitueerde stal van het veehouderijbedrijf. De overige veehouderij bedrijven liggen allen op een afstand van meer dan 250 meter. Derhalve worden middels de beoogde ontwikkeling de omliggende veehouderijbedrijven niet belemmert in de ontwikkelingsmogelijkheden.

5.8

Gezondheid

De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt

gebruik

van

de

daaruit

voortkomende

onderzoeksresultaten.

De

voorlopige

onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Someren heeft een eigen beleidskaart opgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren. Hoewel deze kaart dateert uit 2018 is de kaart nog steeds relevant. Bij omliggende veehouderijbedrijven zijn de endotoxinecontouren niet toegenomen in omvang. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze endotoxinenkaart waarop het plangebied is aangeduid. Het plangebied ligt niet binnen de contouren van omliggende intensieve veehouderijbedrijven.

Plangebied

Figuur 23: Endotoxinen contouren in de omgeving van het plangebied

Uit VGO-onderzoeken is naar voren gekomen dat tot twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om uitbreiden van dierenverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. In verband hiermee vraagt men zich af men of woningbouwontwikkelingen binnen twee kilometer nog verantwoord zijn. Binnen een afstand van twee kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gesitueerd. De beoogde ontwikkeling is in het kader van volksgezondheid geen bezwaar.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

5.9

Gewasbestrijdingsmiddelen en driftzonering

Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Er zijn in de omgeving van het plangebied geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Rond het plangebied is sprake van een agrarische bestemming. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Op de gronden worden geen gewassen geteeld waarbij gewasbestrijdingsmiddelen worden toegepast. Daarnaast zijn de gronden vanwege de nieuwe verkaveling niet meer bruikbaar voor grootschalige landbouwactiviteiten. De woonbestemmingen worden tevens landschappelijk ingepast. Op de perceelsgrenzen zullen onder meer hagen worden geplant. Deze opgaande beplanting heeft een drift reducerende werking. De te realiseren beplanting is geborgd in de regels van onderhavig plan.

Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.10

Bedrijven en milieuzonering

5.10.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze (indicatieve) lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook kernrandzones in het buitengebied met agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan.

Het plangebied kan door de ligging aan een bebouwingslint in het buitengebied, met in de omgeving zowel recreatieve-, agrarische en woonfuncties, worden gezien als gelegen binnen het ‘gemengd gebied’.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

5.10.2 Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied is één niet-agrarisch bedrijf gevestigd, het betreft een recreatieve functie in de vorm van een landgoedvisserij. In de handreiking worden recreatievoorzieningen in de vorm van visvijvers niet als zodanig benoemd. Er is echter wel een aantal andere recreatieve (sport)voorzieningen opgenomen, zoals bijvoorbeeld een veldsportcomplex, kinderboerderijen, golfbanen, welke een maximale richtafstand van de grens van de inrichting tot de dichtstbij gelegen gevel van een gevoelige functie kennen van 50 meter (veldsportcomplexen in milieucategorie 3.1) met als maatgevend aspect geluid. In gemengd gebied mag deze afstand met één afstandstap worden teruggebracht tot 30 meter. De woningen worden opgericht op een afstand van meer dan 40 meter tot het bestemmingsvlak. Aan de richtafstanden voor de aspecten stof, geur en gevaar wordt voldaan. Tevens geldt dat de nieuwe woningen niet de maatgevende woningen zijn ten opzichte van landgoed visserij. De maatgevende woning betreft Dellerweg 19. De beoogde ontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering dan ook geen bezwaar. Ten noordoosten van het plangebied is een agrarisch bedrijf aanwezig. In het kader van bedrijven en milieuzonering gelden richtafstand van 30 meter voor de aspecten stof en geluid. Aan deze richtafstanden kan worden voldaan.

Het aspect geur is reeds toegelicht in paragraaf 5.7.

5.11

Externe veiligheid

5.11.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende subparagrafen nader toegelicht.

5.11.2 Bedrijven Vastgesteld dient te worden of het plangebied is gelegen binnen de veiligheidscontour van inrichtingen. De inrichtingen zijn weergegeven op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Het risico

wordt

uitgedrukt

in

een

plaatsgebonden

risico

en

een

groepsrisico.

Het

basisbeschermingsniveau is een basisnorm dat de kans uitdrukt dat een omwonende overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart weer waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

Plangebied

Figuur 24: Uitsnede kaart externe veiligheid waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

In de omgeving van het plangebied zijn geen risico-objecten gesitueerd. Het Bevi legt een verantwoordingsplicht op voor het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft de kans aan dat een groep personen door een ongeval bij een risicobedrijf overlijdt. Een gemeente of provincie moet een verantwoording van het groepsrisico afleggen bij veranderingen van het groepsrisico. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. De toevoeging van de woningen binnen het plangebied heeft geen substantiële invloed op het groepsrisico ter plaatse.

5.11.3 Transport: vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water In de gemeente Someren, in de wijde omgeving van het plangebied kunnen gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de Rijksweg A67, de Kanaaldijk Noord/Zuid en de Provinciale weg. De afstand tot één van deze wegen bedraagt minimaal 2 kilometer. Het plangebied ligt op zodanige afstand van deze routes dat de locatie buiten de invloedssfeer van deze wegen gelegen is. Op het grondgebied van de gemeente Someren bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Op een afstand van circa 3,1 kilometer is het kanaal de Zuid-Willemsvaart gelegen. Eventuele risico’s als gevolg van incidenteel transport van gevaarlijke stoffen over deze waterweg zijn zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

5.11.4 Transport: hoogspanningslijnen en buisleidingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen gesitueerd, noch gepland. Op een afstand van circa 460 meter ten westen van het plangebied zijn twee buisleidingen gelegen. Dit betreffen twee leidingen van Gasunie Transport Services B.V., transportroute (A-521 en A-585). Het plangebied is buiten het invloedsgebied van deze buisleidingen gelegen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling in het kader van deze buisleidingen geen bezwaar is.

5.12

Luchtkwaliteit

5.12.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

5.12.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de

luchtkwaliteit

via

het

Nationaal

Samenwerkingsprogramma.

Binnen

het

Nationaal

Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien de beoogde herbestemming de toevoeging van twee woningen mogelijk maakt, valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’ valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.

5.12.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Plangebied

Figuur 25: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van het plangebied

Plangebied

Figuur 26 Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving) ter plaatse van de omgeving van het plangebied

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

5.13

M.e.r-beoordeling

5.13.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In dit besluit is de nieuwe procedure voor vormvrije-mer beoordelingen opgenomen.

In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

5.13.2 Toets initiatief De beoogde ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van twee Ruimte voor Ruimte woningen binnen het plangebied. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen “dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.” Daarbij heeft de Afdeling afgewogen dat “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet [kan] worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.” De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld “dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd.” Bovenstaande leidt ertoe dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m²’. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1 Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2

Algemene toelichting verbeelding

Op de verbeelding, die bestaat uit één kaartblad, is de bestemming van de gronden in het plangebied aangegeven. Binnen deze bestemming zijn daarbij nadere aanduidingen weergegeven. De juridische betekenis van deze aanduidingen is terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens heeft juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale en topografische gegevens en huisnummers).

6.3

Algemene toelichting regels

De opbouw van de regels is overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. De opbouw is als volgt:

-

-

Hoofdstuk 1 Inleidende regels; -

Begrippen

-

Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

- Bestemmingen - Dubbelbestemmingen -

Hoofdstuk 3 Algemene regels

-

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

- Overgangsrecht - Slotregel

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

6.4

Toelichting bestemmingen

6.4.1

Wonen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, een aan-huis-verbonden beroep als ondergeschikte functie bij deze woondoeleinden, parkeren, tuin en erf bij deze woning en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegestaan met een inhoud van maximaal 900 m³.

6.4.2

Waarde - Archeologie 3

De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

In deze Grondexploitatiewet (Grexwet) is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemers. De initiatiefnemers zullen derhalve met de gemeente Someren een anterieure overeenkomst sluiten. Ook worden hierin afspraken over planschade opgenomen. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

8.

PROCEDURE

8.1 Inleiding De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: -

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad;

-

binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast;

-

de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend

-

gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; o

Gedeputeerde Staten hebben een zienswijzen ingediend en deze zienswijzen is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan;

o

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten - wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken.

8.2

Inspraakprocedure

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend.

8.3

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3.1.1 Bro worden provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting

8.4

Zienswijzen

Op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd en ter inzage gelegd.

VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10843550/1