6b. Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Lieropsedijk 29 - Regels
Tekst van het document
Lieropsedijk 29 Someren
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf
13 13 15
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
18 18 19 20 21
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
23 23 24
2
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Regels
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
3
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Lieropsedijk 29 Someren' van de gemeente Someren. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0847.BP02021002-OW01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 verbeelding: de kaart waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 agrarisch gebruik Het al dan niet bedrijfsmatig gebruik van gronden of gebouwen voor het telen van gewassen of het houden van dieren. 1.7 arbeidsmigrant: persoon die vanuit een ander land naar Nederland komt met als doel arbeid te verrichten en inkomen te verwerven. 1.8 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de minister van OCW) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
1.9 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11 bebouwingscluster vlakvormige verzameling van bebouwing buiten bestaand stedelijk gebied.
4
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
1.12 bebouwingsconcentratie Een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. 1.13 bebouwingslint min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten bestaand stedelijk gebied. 1.14 bebouwingspercentage Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.15 bedrijf (bedrijfsinrichting): elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.16 bedrijfsgebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. Bedrijfswoningen met bijgebouwen worden niet als bedrijfsgebouw aangemerkt. 1.17 bedrijfsmatige exploitatie: complex van economische activiteiten gericht op winst door de uitoefening van een bedrijf, waarbij de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen bedrijfsactiviteiten, de vraag of er voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden, het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement en de vraag of de exploitant een hoofdfunctie elders heeft, factoren zijn die meegewogen kunnen worden. 1.18 beeldkwaliteit: het samenstel van de beoordeling van: a. de plaats van de bebouwing in het verleden en nu; b.
de maten en verhoudingen van de gebouwen in het verleden en nu; c. het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg in het verleden en nu; d. de beplanting langs de openbare weg en op particuliere gronden; e. het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat; f. kenmerkende objecten zoals een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.; g. staat van verzorging, detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.; h. abiotische omgeving, patronen en structuren. 1.19 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011: het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 dat op 29 juni 2011 door de raad is vastgesteld of diens rechtsopvolger en zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels.. 1.20 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlak: het totale vloeroppervlak van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein dat wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.21 bestaande bebouwing: bebouwing zoals die rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Hieronder valt ook de bebouwing waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.22
bestaand gebruik:
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
5
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
gebruik zoals dat rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Hieronder valt ook het gebruik waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.23 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.24 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.25 bodem (verstorende) ingreep: werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologische bodemarchief. 1.26 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.27 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.28 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond, doch met uitzondering van kelders en de onder de kap aanwezige zolder. 1.29 bouwperceel: een aangesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.30 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.
1.31 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.33 buitenwerks gevelvlak: het gedeelte van de (denkbeeldige) gevelvlakken of de projectie van het dakvlak van een gebouw dat zich aan de buitenzijde van het gebouw bevindt.
6
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
1.34 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.35 deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg: een door het college van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.36 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.37 erfbeplanting: visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie. 1.38 erfinrichtingsplan: een inrichtingstekening waarbij de inrichting van een erf wordt weergegeven en waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan.
1.39 erotische dienstverlening elke vorm van erotische dienstverlening met een bedrijfsmatig karakter zoals erotische massage, escortservice, parenclub, prostitutie, seksbioscoop, seksclub, sekstheater en dergelijke. 1.40 escortbedrijf het bedrijfsmatig aanbieden van prostitutie die wordt uitgeoefend op een andere plaats dan die waar het escortbedrijf wordt uitgeoefend. 1.41 functie: doeleinde ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden, of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.42 gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.43 gebruiken gebruiken, doen of laten gebruiken. 1.44 geluidgevoelig terrein: bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, zoals woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. 1.45 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.46 hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
7
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
1.47 infiltratie: het indringen van water in de bodem. 1.48 infiltratievooziening: een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) hemelwater kan indringen in c.q. passief kan infiltreren in de bodem. 1.49 inpassingsplan: een visueel inrichtingsplan van een perceel ten behoeve van het op verantwoorde wijze inpassen van gebouwen en andere voorzieningen bestaande uit een ontwerptekening van dat perceel met daarin opgenomen de ligging, soorten en hoeveelheden van landschappelijke elementen. 1.50 Interim omgevingsverordening de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, vastgesteld d.d. 25 oktober 2019, of diens rechtsopvolger. 1.51 kernrandzone overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie. 1.52 kwaliteitsverbetering: een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.
1.53 landschapswaarden: het geheel van waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.54 landschapselement: een streekeigen natuur- of landschapsobject dat een waardevolle landschappelijke, natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarde heeft, zoals een houtwal. 1.55 lawaaisport: een voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport. 1.56 milieucategorie: milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. 1.57 nevenactiviteit/nevenfunctie: ondergeschikte activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. 1.58 niet-agrarisch bedrijf: een bedrijf, niet zijnde een agrarisch of agrarisch verwant bedrijf, dat gericht is op de productie, het bewerken en/ of het verwerken van goederen en/ of het leveren van niet-agrarische diensten. 1.59 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo.
8
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
1.60 opslag: opslag van goederen uitsluitend bestemd voor de eigen bedrijfsvoering. 1.61 overkapping: een overdekte open ruimte waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen, dan wel door vrijstaande ondersteuningen en welke niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.62 perceel: zie bouwperceel. 1.63 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse; b. overige gebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.64 projectgebied: gebied waar een (nieuwe) bestemming wordt opgelegd. Omdat het verdrag van Malta en de daarop geënte Wamz van het beschermen in situ (ter plaatse in de bodem) uitgaat, is het zaak voor die delen die vooralsnog niet verstoord worden, een beschermingsregime op te leggen (of te handhaven). Bij een omgevingsvergunning wordt alleen dat oppervlak betrokken dat daadwerkelijk verstoord gaat worden. 1.65 ruimtelijke kwaliteit: kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. 1.66 ruimtelijke ontwikkeling: bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is. 1.67 uitbreiding bedrijf vergroting van een bestaand bestemmingsvlak dat aan een bedrijf is toegekend.
1.68 verhard oppervlak: de oppervlakte van het geheel van bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente teeltondersteunende voorzieningen op de bij één bedrijf of andere functionele eenheid behorende gronden die gelegen kunnen zijn binnen meerdere bestemmingen. 1.69 voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.70 voorgevelrooilijn: a. de grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelsgrenzen; b. de naar de zijdelingse perceelgrens gerichte grens van het bouwvlak, die ook naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de achterste perceelsgrens. 1.71 voorwaardelijke verplichting een planregel welke een voorwaarde koppelt aan het kunnen realiseren van een functie realiseren van de functie in het bestemmingsplan. 1.72 wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
9
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
1.73 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, vijvers, kanalen en beken alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen en inlaten.
10
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend: 2.1 de afstand tot de as van de weg: tussen de as van de weg waaraan het bouwwerk is gebouwd en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 de afstand tot de bestemmingsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in een bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk. 2.3 het bebouwingspercentage: het door bouwwerken bebouwde oppervlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat gelegen is binnen de bestemming. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de breedte van een bestemmingsvlak: tussen de twee zijdelingse grenzen van het bestemmingsvlak, gemeten in de bestemmingsgrens op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.6 de breedte van een bouwperceel: ussen de twee zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten in de bebouwingsgrens of (rooi)lijn op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10 de lengte c.q. breedte van een bouwwerk: horizontaal tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.12 het peil: het peil wordt als volgt gemeten: a. voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang;
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
11
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
12
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Agrarisch grondgebruik; b. Groenvoorzieningen; c. Infiltratie; d. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. Extensief recreatief medegebruik; f. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing' zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a, mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd op de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden. c. De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag maximaal 2 m 1 bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; g. het gebruik van opstallen voor bewoning; h. het gebruik van gronden voor kuilvoeropslag en/of (sleuf)silo’s en/of mestopslagsilo’s; i. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; j. het gebruik van gronden voor lawaaisporten.
3.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel conform de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1, of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
13
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
3.3.3 Voorwaardelijke verplichting sloop Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van het perceel conform de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de overtollige bebouwing, zoals opgenomen in bijlage 2 bij het onderhavige bestemmingsplan, ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch voorwaarde sloop’ is gesloopt. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Afwijken ten behoeve van het aanleggen van verharding Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 3.3 onder b met betrekking tot het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, danwel het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen kan worden toegestaan indien: a. dit ten dienste staat van de doeleinden die zijn genoemd in artikel 3.1; b. er sprake is van hydrologisch neutraal ontwikkelen; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen is alleen toegestaan aansluitend aan de bestemming 'Bedrijf'; d. Het verhard oppervlak bedraagt maximaal 200 m². 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van erfbeplanting ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing'.
3.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als hiervoor aangegeven is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds legaal in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 3.5.3 Toelaatbaarheid Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en voor zover de mogelijkheden voor herstel niet (onevenredig) worden verkleind zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding, in de specifieke erfbeplantingsplannen en/of en in het beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.
14
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opslag ten behoeve van een vloerenbedrijf; b. verhuur van opslagruimte aan derden; c. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; d. waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; e. verhardingen, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. tuinen en erven h. productiegebonden detailhandel (verkoop eigen producten) is als ondergeschikte functie toegestaan met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m². 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2. 4.2.2 Bedrijfswoning Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden is geen bedrijfswoning toegestaan. 4.2.3 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing bedraagt maximaal 2.248 m². b. de maximaal toegestane goothoogte is 4,5 m¹; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 8 m¹; d. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m 1; e. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m 1; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m¹ met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m; d.
de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m¹, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m¹ uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder b en c, ten behoeve van een afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6 m¹ mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m¹ mag bedragen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
15
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
c.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2.
4.3.2 Afstand tot bestemmingsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d voor de bouw van bouwwerken op een kortere afstand dan 5 m¹ tot de bestemmingsgrens. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid mogen niet worden belemmerd; b. er dient te worden aangetoond dat de afwijking voldoet aan de eisen die gelden in het kader van het woon- en leefklimaat; c. er dient te worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is; d. indien sprake is van afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder d en/of 4.2.4 onder b b dient te worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bouwwerken in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2. 4.4
Gebruiksregels
4.4.1 Oppervlakte opslag Binnen de bedrijfsgebouwen mag maximaal 2.248 m² gebruikt worden ten behoeve van opslag, met dien verstande dat verhuur van opslagruimte aan derden maximaal 1.084 m² bedraagt. 4.4.2 Achteruitrijdsignalering Het gebruik conform 4.1 onder a is uitsluitend toegestaan als de achteruitrijdsignalering van vrachtwagens binnen het terrein uitgeschakeld is. 4.4.3 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; b. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden voor stort of lozing; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; e. het gebruik van opstallen voor bewoning. f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; g. het plaatsen van zeecontainers; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.3 voor statische opslag als nevenactiviteit bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de statische opslag is 1.000 m²; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten;
16
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
f.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2.
4.5.2 Kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.3 voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige nevenfunctie is 350 m²; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; e. detailhandel is uitgesloten; f. buitenopslag is uitgesloten g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing ’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening verplicht is gesteld. 4.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds legaal in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 4.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b.
het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
17
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
18
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven conform het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing behalve ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor het wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij ondergrondse transportleidingen; e. de ruimte tussen bouwwerken. 6.2
Bestaande maten en hoeveelheden
a. indien afstanden tot de bestemmingsgrens, hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan in gevolge het in hoofdstuk 2 bepaalde mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden; b. in het geval van (her)bouw van gebouwen is het bepaalde onder a alleen van toepassing indien de (her)bouw geschiedt op dezelfde plaats. 6.3
Ondergronds bouwen
6.3.1 Algemeen Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van toegestane bebouwing. 6.3.2 Afwijken van de regeling Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.3.1 voor het toestaan van ondergrondse bebouwing van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) buiten de gevelgrenzen van de bebouwing mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen met een absoluut maximum van 150 m². b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m¹ te bedragen behalve als de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend. c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist die voldoet aan het bepaalde in artikel 8.2; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
19
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
10%-regeling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat: a. de noodzaak vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing aanwezig is; b. de afwijking alleen mag worden toegepast indien elders in deze regels geen andere regels voor afwijking zijn opgenomen voor afwijking van deze maten; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2.
20
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 8 8.1
Overige regels
Hydrologisch neutraal ontwikkelen
8.1.1 Algemeen a. Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; b. Regenwater dient op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt; c. Uitgangspunt voor ‘omgaan met afstromend hemelwater’ is de voorkeursvolgorde: hergebruik vasthouden - bergen - afvoeren. d. Indien het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden resulteren in een toename aan verhard oppervlak met meer dan 500 m², vindt in alle gevallen een toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de Keur, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap. Het bevoegd gezag wint in die gevallen advies in van het betrokken waterschap. 8.2
Waarborgen ruimtelijke kwaliteit
8.2.1 Algemeen a. Een ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: 1. alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een landschappelijke inpassing en voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; 2. nieuwe ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden; 3. de landschappelijke inpassing moet in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de desbetreffende ontwikkeling. b. Alle ontwikkelingen die op basis van de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren als categorie 2 of 3 ontwikkeling zijn aan te merken, moeten vergezeld gaan van een eigen landschappelijk inpassingsplan, dat is gebaseerd op het algemene inspiratiedocument Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011. 8.2.2 Principe zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in 8.2.1, houdt in ieder geval in dat: a.
in geval van vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat eerst gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing; b. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; c. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag dient aansluitend aan de bestaande bebouwing plaats te vinden in het kader van concentratie van bebouwing en zuinig ruimtegebruik. 8.2.3 Waarborgen belangen van derden en andere waarden Het toepassen van de flexibiliteitsbepalingen (afwijken en wijzigen) is slechts toegestaan, indien is aangetoond dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van andere waarden en van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. 8.3
Parkeren, laden en lossen
8.3.1 Algemeen Ten behoeve van het gebruik in relatie tot de omvang van het gebruik, dient er te worden voorzien, en ook tevens in stand gehouden, in voldoende parkeergelegenheid, alsook ruimte en het in stand houden daarvan van ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a. Dit alleen van toepassing is wanneer sprake is van nieuwbouw, herbouw, uitbreiding of functiewijziging;
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
21
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
b. Voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen de parkeerkencijfers van het CROW worden gebruikt; c. Voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd, welke zich op of onder het gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende, onbebouwd blijvende terrein mogen bevinden. 8.3.2 Afwijken van de parkeernorm in verband met bijzondere omstandigheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.3.1 voor wat betreft de te hanteren parkeernorm indien het voldoen aan de parkeernorm door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, dan wel naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien. 8.3.3 Afwijken van de parkeernorm en/of ruimte voor laden en lossen in verband met een andere wijze van oplossen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.3.1 voor wat betreft het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein indien op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
8.3.4 Afmeting parkeerplaatsen Een ruimte voor het parkeren van een personenauto moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: a. Indien de afmetingen voor een gehandicapte gereserveerde parkeerruimte, bij haaks parkeren ten minste 3,50 m1 bij 5,00 m1 bedraagt; b. Indien de afmetingen van een parkeerruimte uitgaande van langsparkeren, voor een personenauto ten minste 1,8 m1 bij 5,50 m1 en ten hoogste 3,25 m 1 bij 6,00 m1 bedraagt, en in geval van haaksparkeren ten minste 2,50 m 1 bij 5,00 m1 bedraagt.
22
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)
23
bestemmingsplan Lieropsedijk 29 Someren
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Lieropsedijk 29 Someren'.
24
bestemmingsplan "Lieropsedijk 29 Someren" (concept)