CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6a Toelichting incl bijlagen BP Hoevenstraat 4

Commissie Ruimte 10 maart 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoevenstraat 418.665 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

“Hoevenstraat 4 Someren” PLANTOELICHTING

NL.IMRO.0847.BP02020023-VS01

1

Titel: Datum: Projectnummer: Status / versie:

Bestemmingsplan “Hoevenstraat 4 Someren” 08-02-2021 2020.139 Definitief / 08-02-2021

Initiatiefnemer: Contactpersoon: Telefoon: E-mail:

Van Bree Someren B.V J.W.H.J. (Jeffrey) Vlassak (0493) 82 00 82 / 06 83 11 26 80 j.vlassak@vanbreesomeren.nl

Adviesbureau: Auteur:

Wintraecken Advies B.V. T.A.M. (Teun) van de Camp Msc. (planoloog) en mr. D. (David) Wintraecken (planjurist) David Wintraecken Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel (073) 850 51 29 / (06) 146 488 29 info@wintraeckenadvies.nl www.wintraeckenadvies.nl

Contactpersoon: (Post)adres: Telefoon: E-mail: Website:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 6 1.4 Doelstelling bestemmingsplan ........................................................................ 7 1.5 Leeswijzer .................................................................................................... 8 2. Planprofiel ........................................................................................................ 9 2.1 Inleiding ...................................................................................................... 9 2.2 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................... 9 2.3 Planbeschrijving .......................................................................................... 10 3. Ruimtelijk beleidskader .................................................................................... 17 3.1 Inleiding ....................................................................................................

17 3.2 Rijksbeleid ................................................................................................. 17 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................ 20 3.4 Gemeentelijk beleid..................................................................................... 25 3.5 Conclusie ................................................................................................... 29 4. Milieu- en omgevingsaspecten........................................................................... 30 4.1 Geluid ....................................................................................................... 30 4.2 Bodem ....................................................................................................... 31 4.3 Milieueffectrapportage ................................................................................. 32 4.4 Luchtkwaliteit ............................................................................................. 33 4.5 Wet Natuurbescherming .............................................................................. 35 4.6 Geurhinder veehouderijen ............................................................................ 40 4.7 Gezondheid ................................................................................................

42 4.8 Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................... 43 4.9 Bedrijven en milieuzonering / hinderlijke bedrijvigheid .................................... 45 4.10 Externe veiligheid ...................................................................................... 46 4.11 Fysieke belemmeringen: kabels en (buis)leidingen ........................................ 49 5. Waterparagraaf ............................................................................................... 50 6. Juridische toelichting........................................................................................ 54 6.1 Het bestemmingsplan als juridisch instrument ................................................ 54 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 54 6.3 Bebouwing algemeen .................................................................................. 55 6.4 Toelichting bestemmingen............................................................................ 55 7. Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................. 56 7.1 Verslag omgevingsdialoog ............................................................................

56 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 56

3

8. Slotconclusie ................................................................................................... 60

Bijlagen 1. Bomenbeschermingsplan Hoevenstraat 4 te Someren, Lomans Ecoworks, 10 mei 2020, projectnummer 2014; 1.1 Boom Effect Analyse zomereik Hoevenstraat 4 Someren, EQO Ecologisch Onderzoek, Advies en Uitvoering, 31 augustus 2020 1.2 Boom Effect Analyse Boomhazelaar en Zomereik Hoevenstraat 4 te Someren, EQO Ecologisch Onderzoek, Advies en Uitvoering, 4 november 2020 2. Akoestisch onderzoek optredende geluidbelastingen Hoevenstraat 4 te Someren, K+Adviesgroep B.V., 15 april 2020, rapportnummer Rm200111aaA0; 3. Verkennend bodemonderzoek Hoevenstraat 4 Someren, Archimil B.V., 30 april 2020,rapportnummer 1618R019-3; 4. Vbo asbest Hoevenstraat, Someren, Archimil B.V., 3 augustus 2020, projectnummer 1618r021 5. Luchtkwaliteitsonderzoek Hoevenstraat 4 te Someren, Archimil B.V., 1 mei 2020, referentie RM-200241; 6. Stikstofdepositie, Hoevenstraat 4 Someren, NIPA milieutechniek B.V., 27 april 2020, rapportnummer 18335 versie 1; 7. Quickscan flora en fauna Hoevenstraat 4 te Someren, Staro B.V., maart 2020, rapportnummer P20-0077; 8. Infiltratieonderzoek Hoevenstraat 4 te Someren, Archimil B.V., 1 mei 2020, referentie BB200239; 9. Omgevingsdialoog.

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het planvoornemen om op de huidige woningbouwlocatie Hoevenstraat 4 vijf grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen te realiseren met bijbehorende parkeergelegenheden en tuinen. Het op dit perceel aanwezige vrijstaande woonhuis met tuinhuis zal worden gesloopt om dit woningbouwinitiatief te kunnen realiseren. De twee op het perceel aanwezige beschermingswaardige eiken en een boomhazelaar blijven gehandhaafd. Deze beoogde herontwikkeling kan niet op basis van het geldende bestemmingsplan “Someren-Dorp” worden gerealiseerd. De gemeente is bereid om hiervoor dit bestemmingsplan partieel te herzien. Het bestemmingsplan besteedt aandacht aan de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de voorgenomen ontwikkeling. Onderzocht is hoe het initiatief zich verhoudt – zowel in negatieve als in positieve zin – tot de aanwezige functies en waarden van het plangebied en de directe omgeving ervan. In dit kader worden, behalve het ruimtelijkplanologische beleid, alle ruimtelijke en milieu-hygiënische aspecten alsmede de stedenbouwkundige inpassing en beeldkwaliteit nader beschouwd. Zoals in het verdere vervolg van deze plantoelichting blijkt, heeft het (bestemmings)plan geen negatieve ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen voor het plangebied en de directe omgeving ervan.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Topografische kaart met aanduiding projectlocatie (bron: Pdokviewer)

De planlocatie is gelegen in het westelijk deel van Someren. Op de hiervoor afgebeelde topografische kaart van Someren is de locatie met rode pijl aangeduid. Op de hiernavolgende luchtfoto is de begrenzing van het plangebied met rode omlijning weergegeven.

5

Luchtfoto en kadastrale begrenzing van het plangebied Hoevenstraat 4

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de planlocatie geldt het bestemmingsplan “Someren-Dorp”. Dit bestemmingsplan is door de Gemeenteraad vastgesteld op 26 juni 2013. In dit bestemmingsplan heeft de projectlocatie de enkelbestemming ‘Wonen’ met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en een bouwvlakaanduiding en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn - voor zover relevant voor de projectlocatie - bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen als ondergeschikte functie bij woondoeleinden en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Someren-Dorp

6

In de bij deze enkelbestemming ‘Wonen’ behorende bouwregels is onder meer bepaald dat ter plaatse van de aanduiding vrijstaand dit aangegeven bebouwingstype moet worden aangehouden en dat het hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Verder is het toevoegen van woningen niet toegestaan. De beoogde herontwikkeling voldoet niet aan deze bouwregels en is dus in strijd met het geldende bestemmingsplan. Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven, is de gemeente bereid om dit bestemmingsplan partieel te herzien. Verder geldt voor de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren bebouwde kommen’, dat op 28 juni 2018 is vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. Zo moet bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of afwijken van een bestemmingsplan voldaan worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen van de gemeente Someren, vastgesteld op 28 juni 2018. Van deze regel kan worden afgeweken indien wordt voorzien in een parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in genoemde regel, daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse en de mogelijkheid van dubbelgebruik.

De herontwikkeling voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Dit parkeeraspect komt in paragraaf 2.3.3 aan de orde.

1.4 Doelstelling bestemmingsplan Doelstelling van het bestemmingsplan “Hoevenstraat 4 Someren” is om de realisatie van het onderliggende bouwplan planologisch en juridisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan besteedt aandacht aan de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de voorgenomen ontwikkeling. Onderzocht wordt hoe het plan zich verhoudt – zowel in negatieve als in positieve zin – tot de aanwezige functies en waarden van de planlocatie en de directe omgeving ervan. In dit kader worden, behalve het ruimtelijk-planologische beleid, alle ruimtelijke en milieu-hygiënische aspecten alsmede de ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit nader beschouwd. Aan de volgende deels juridische voorwaarden dient te worden voldaan: • het motiveren van de afwijking(en) van de geldende bestemming middels het opstellen van een bestemmingsplan; • het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; • het in procedure brengen van het bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling te kunnen realiseren. De met dit bestemmingsplan aangetoonde ruimtelijke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid heeft betrekking op het onderliggende bouwplan om de bouw van woningen te kunnen ontwikkelen in de planlocatie.

Het bestemmingsplan dient verder te voldoen aan de Wro en het Bro en de RO-Standaarden 2012: • IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening 2012); • SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012); • STRI2012 (Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten 2012).

7

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de omgeving van de projectlocatie en van het project zelf. Daarna komt in hoofdstuk 3 het voor het project relevante ruimtelijke beleid van het Rijk, provincie Noord-Brabant en de gemeente Someren aan de orde, waarbij wordt nagegaan of het project hiermee in lijn is. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse milieu- en leefomgevingsaspecten, waarbij voor zover nodig aan de hand van onderzoeken, die als bijlagen bij deze plantoelichting zijn gevoegd, wordt geconcludeerd dat deze geen belemmering voor de realisering van het project vormen en andersom dat het bouwproject geen belemmeringen voor deze aspecten oplevert. Verder wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan de gevolgen van het project voor de waterhuishouding. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 6. Vervolgens komt in hoofdstuk 7 de financiële en maatschappelijke haalbaarheid van het project met een verslag van de omgevingsdialoog aan de orde en hoofdstuk 8 betreft een slotconclusie.

8

2. Planprofiel 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de omgevingskenmerken beschreven van het gebied waarin het voorgenomen project is gelegen. Ook zal het planvoornemen hier verder worden toegelicht.

2.2 Gebiedsbeschrijving In de toelichting van het bestemmingsplan “Someren-Dorp” wordt de ruimtelijke structuur als volgt beschreven: de opbouw van Someren is te zien als een historisch en organisch gegroeid middengebied waaromheen een drietal woongebieden liggen. Het geheel wordt aan de west-, oost- en zuidzijde gevat in een krans van ontsluitingswegen. De ruimtelijke structuur van het middengebied van Someren Dorp laat zich verklaren als een samenstel van linten. Door de linten werd een viertal verknopingen (de kern Someren, de Speelheuvel, de Postheuvel en de Schans/de Kievit) onderling verbonden. Dit stelsel van linten was reeds in het midden van de 19 e eeuw aanwezig en is als structuur goeddeels bewaard gebleven. De woongebieden zijn gelegen tussen de ontsluitingswegen en het middengebied. In tegenstelling tot het patroon van linten in het middengebied zijn de woongebieden minder eenduidig van ruimtelijke opbouw qua dichtheid en hiërarchie. De belangrijkste toegangswegen zijn herkenbaar aan hun maatvoering en soms doordat er over relatief korte stukken geen bebouwing is op georiënteerd. De meeste woonstraten zijn bescheiden van maat. Wel kenmerkend voor nagenoeg het hele dorp is de oriëntatie van hoofdgebouwen op de straat, waardoor alle straten door bebouwing worden gekarakteriseerd en zelden door groen.

De projectlocatie aan de Hoevenstraat 4 is onderdeel van het woongebied dat ten zuidwesten van het middengebied is gelegen. In functioneel opzicht heeft dit gebied overwegend een woonfunctie.

Luchtfoto Someren (bron: pdokviewer)

9

2.3 Planbeschrijving Bestaande situatie De planlocatie betreft een bestaande woningbouwlocatie, waarop in het noordoostelijk deel van het perceel één vrijstaand woonhuis is gesitueerd met grotendeels verharding en een af te sluiten hekwerk ter plaatse van de aan de Hoevenstraat gelegen ontsluiting van het perceel. De voorgevel van het woonhuis staat haaks op de Hoevenstraat. Op onderstaande afbeelding is de toegang tot en een deel van (de voorgevel van) het woonhuis te zien vanaf de Hoevenstraat.

Zicht op bestaande woning vanaf Hoevenstraat ter plaatse van de toegang tot het perceel (bron: Google Maps)

Luchtfoto van de projectlocatie (bron: Google Maps)

10

Het zuidwestelijke deel is in gebruik als tuin en aan beide straatzijden is het perceel omzoomd met een groene coniferenhaag met daarachter een aantal bomen aan de zijde van de Hoevenstraat. Bouwplan Het bouwplan voorziet in de sloop van het bestaande woonhuis en tuinhuis en in de nieuwbouw van 5 grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen. Op onderstaande situatietekening is de situering van deze woningen weergegeven met elk 2 parkeerplaatsen per woning aan de wegzijde en ruimte ten behoeve van voor- en achtertuinen. 3 woningen zijn georiënteerd op de Hoevenstraat en de 2 andere woningen zijn georiënteerd op Ter Craene. De voorgevel van deze 2 woningen voegen zich in de bestaande voorgevellijn van de naastgelegen woningen Ter Craene 13, 14 en 15.

Situatietekening nieuwbouw Hoevenstraat 4 (bron: KdV Architectuur)

Eén van de belangrijkste uitgangspunten bij het ontwerp van dit bouwplan is een zorgvuldige inpassing van deze woningen in de bestaande woonomgeving. Drie van de vijf woningen zijn georiënteerd op de Hoevenstraat en de andere twee woningen zijn georienteerd op Ter Craene. Dit geeft een overzichtelijk beeld van de bebouwingsstructuur. Bij de keuze voor de maatvoering en situering is rekening gehouden met de bezonningssituatie voor de omliggende woonbebouwing. Voor wat betreft de situering van de voorgevels van de woningen is aangesloten bij de voorgevellijnen van de bebouwing op de direct aangrenzende percelen. Mede om te voorkomen dat met name aan de zijde van Hoevenstraat een hoge bebouwingswand of grote bouwmassa ontstaat, bestaan de woningen deels uit slechts één bouwlaag en deels uit twee bouwlagen (begane grond en verdieping). Bij elke woning wordt conform de gemeentelijke parkeernota voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein door aan de voorzijde van elke woning een dubbele oprit aan te leggen en door de aanleg van een kort parkeerstrook op de Hoevenstraat.

11

Op de hiernavolgende twee afbeeldingen zijn de gevelaanzichten van de 5 woningen weergegeven.

Gevelaanzichten nieuwbouw Hoevenstraat 4 (bron KdV architectuur)

Op de planlocatie zullen drie bestaande bomen behouden blijven en worden ingepast in het bouwplan. Om deze bomen tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden te beschermen en duurzaam te behouden in de toekomst, zijn hiervoor maatregelen opgenomen in een bomenbeschermingsplan, opgesteld door Lomans Ecoworks. Dit bomenbeschermingsplan van 10 mei 2020 is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd (zie bijlage 1). In dit plan zijn de te behouden bomen geïnventariseerd op kwaliteit en levensverwachting door middel van een VTA controle. Vervolgens is een aantal voorzorgsmaatregelen en randvoorwaarden aanbevolen om de bomen tijdens en na de werkzaamheden duurzaam te kunnen behouden. Aanvullend is het gehele bomenbestand in het plangebied beoordeeld op (beschermde) ecologische waarden en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Boom nummer 1 betreft een boomhazelaar, boom nummer 2 betreft een zomereik en boom nummer 3 betreft ook een zomereik. Om de bomen duurzaam te kunnen beschermen dienen een aantal maatregelen en randvoorwaarden in acht te worden genomen.

12

Situatieschets beoogde ontwikkeling Hoevenstraat 4 te Someren en te behouden bomen genummerd in oranje.

1. Rondom de bomen wordt geadviseerd om een afschermingszone in te stellen. De grens van deze zone dient in het algemeen gelijk te lopen met de rand van de kroonprojectie. Binnen deze afschermingszone gelden de volgende beperkingen: Er mag niet machinaal worden gegraven, dit kan leiden tot beschadiging van stabiliteitswortels. Ernstige schade aan de stabiliteitskluit kan bij bomen direct leiden tot instabiliteitsgevaar en/of terugval in conditie. - Er mag geen materiaal of materieel worden verplaatst of opgeslagen, dit kan leiden tot bodemverdichting. Bij verdichting krijgen wortels te maken met o.a. zuurstofgebrek waardoor ze kunnen afsterven. - De aanwezige verharding binnen de kroonprojectie van beide bomen dient uitsluitend handmatig te worden verwijderd. 2. Bij de bomen dient rond de stam een stambescherming te worden aangebracht om directe schade ten aller tijden te voorkomen. 3. Indien wortelkap noodzakelijk is, dient dit te gebeuren door middel van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting van de wortel. Ontstane verwondingen aan het wortelgestel een potentiële ingang vormen voor houtrotschimmels. Als gevolg hiervan kunnen op termijn alsnog de stabiliteit en breukveiligheid van de bomen in gevaar komen. Als wortels dikker dan 6 centimeter moeten worden verwijderd, kan dit het best door een erkend boomverzorger worden uitgevoerd. 4.

Behoud het oorspronkelijke maaiveldniveau. (Dit kan problemen opleveren bij boomnr. 2). Ophoging en afgraving nabij de stamvoet leidt tot wortelschade, structuurbederf en/of zuurstofgebrek in de bodem. Boomwortels sterven hierdoor af. 5. Gebruik sleufloze technieken voor het aanbrengen van kabels en leidingen bij de te behouden bomen. Moet er toch gegraven worden, dan minimaal 2 meter van de stam verwijderd. Dit voorkomt dat de boom instabiel wordt. 6. Voorkom dat schadelijke stoffen zoals cement(water), kalk, zout, olie of andere chemische stoffen bij de boom terecht komen.

13

7. Tijdens en na uitvoering van de werkzaamheden dienen maatregelen te worden getroffen om de grondwaterstand op het huidige peil te handhaven. 8. Ten aller tijden dient te worden voorkomen dat er door inzet van zwaar materieel schade ontstaat aan bomen en verstoring optreedt van de groeiplaatsen. Voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen de zomereiken het beste worden gesnoeid. Hierbij kan het dode hout worden verwijderd en kunnen waar nodig en zinvol, lichte krooncorrecties worden uitgevoerd. De kronen worden door snoei wat compacter wat vooral bij zomereik nr. 2 met breed uitgaande en wat uitzakkende takken aan de zuidkant, een zinvolle maatregel kan zijn. Voor de ‘Boom Effect Analyse Zomereik’ en de ‘Boom Effect Analyse Boomhazelaar en Zomereik’ wordt verwezen naar respectievelijk bijlage 1.1 en bijlage 1.2. Verkeer en parkeren Zoals in de inleiding is vermeld, geldt voor de projectlocatie het Parapluplan Parkeren in de bebouwde kommen, waarin regels zijn opgenomen voor het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. Voor wat betreft parkeren moet de herontwikkeling worden getoetst aan de bij dit bestemmingsplan behorende Nota parkeernormen 2018 gemeente Someren. In deze Nota parkeernormen is aangegeven dat met behulp van parkeernormen de parkeereis voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt bepaald.

De parkeereis is het totaal aan parkeerplaatsen dat de aanvrager op eigen terrein moet realiseren.

Uitsnede kaart Gebiedsindeling parkeernormen, Gemeente Someren

Bij de berekende parkeerbehoefte wordt in de nota uitgegaan van de minimale grens, die inhoudt dat het aantal berekende parkeerplaatsen de ondergrens is. De gemeente Someren gebruikt de parkeerkencijfers, zoals beschreven in de CROW publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, als parkeernormen. De parkeerkencijfers van het

14

CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Someren ‘weinig stedelijk’, op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente. De parkeerkencijfers van het CROW geven een bandbreedte aan, minimaal en maximaal. Als uitgangspunt houdt Someren het gemiddelde van de bandbreedte aan als parkeernorm. De parkeernorm is inclusief het bezoekers parkeren. Tenslotte wordt in de kern Someren voor het toepassen van parkeernormen onderscheid gemaakt tussen centrum en rest bebouwde kom. De projectlocatie ligt in rest bebouwde kom (zie kaart Gebiedsindeling parkeernormen, gemeente Someren). In onderstaande tabel zijn de parkeerkencijfers van het CROW voor geschakelde koopwoningen weergegeven.

Parkeerkencijfers CROW publicatie 317

Voor de nieuwe woningen op de projectlocatie geldt voor ’rest bebouwde kom’ en ‘weinig stedelijk’ een minimale bandbreedte van 1,6 parkeerplaatsen per woning en een maximale bandbreedte van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Het aandeel bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning is hierbij inbegrepen. De parkeernorm bedraagt het gemiddelde van deze minimale en maximale bandbreedte, dus (1,6 + 2,4)/2 = 2 parkeerplaatsen per woning. Het bouwplan voorziet door middel van opritten in 2 parkeerplaatsen per woning. Aan de vereiste parkeernorm wordt derhalve voldaan. Voor het bepalen van de parkeereis moet naast deze parkeernorm ook rekening worden gehouden met eventuele mogelijkheden voor dubbelgebruik (gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen) en salderen van de parkeervraag in oude en nieuwe situatie bij functiewijziging. Met dubbelgebruik mag alleen rekening worden gehouden wanneer de parkeerplaatsen vrij toegankelijk zijn. Een oprit bij een woning kan daarom niet mee worden geteld voor dubbelgebruik. Salderen van de parkeervraag in de oude en nieuwe situatie is bij dit bouwplan niet aan de orde, omdat er geen sprake is van een functiewijziging van een bestaand gebouw. De bestaande woning wordt gesloopt en daarvoor in de plaats worden 5 nieuwe grondgebonden woningen gebouwd. De parkeereis bedraagt voor dit bouwplan dus 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein.

Wanneer de parkeereis is bepaald moet voor de toets van het parkeerplan rekening worden gehouden met de omrekentabel parkeervoorzieningen bij woningen en met de maatvoering.

15

Omrekentabel parkeervoorzieningen bij woningen

Bij woningbouwprojecten wordt parkeergelegenheid vaak in de vorm van een oprit of garage gerealiseerd. Daarmee zijn in theorie voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk blijkt echter dat deze parkeervoorzieningen niet altijd worden gebruikt voor parkeren van een voertuig, maar bijvoorbeeld als opslagruimte. Gevolg is dat auto’s toch regelmatig op de openbare weg parkeren. Bij toetsing moet dit worden meegenomen. Hiervoor hanteert de gemeente Someren enkele rekenwaarden, die gebaseerd zijn op de omrekenwaarden van het CROW, publicatie 317. In bovenstaande tabel zijn omrekenwaarden per onderscheiden parkeervoorziening weergegeven. Het bouwplan voorziet in een dubbele oprit per woning met een breedte van 6 meter en een lengte van circa 8 meter. Het theoretisch aantal parkeerplaatsen bedraagt 2 en het berekend aantal parkeerplaatsen bedraagt 1,7. Door de aanleg van de kort parkeerstrook van 13 bij 2,05 meter op de Hoevenstraat, zoals aangegeven in de situatieschets (blz. 10), wordt aan deze voorwaarde van het op straat parkeren (5 x 0,3 = 1,5 parkeerplaatsen afgerond naar 2 parkeerplaatsen) voldaan. In de Nota parkeernormen is ook bepaald dat het parkeren op eigen terrein zodanig is vormgegeven dat regulier gebruik mogelijk is en dat er voldoende ruimte is voor in- en uitstappen.

Met een opritbreedte van 6 meter en een lengte van 8 meter wordt hieraan voldaan. Ten behoeve van het bouwplan zijn geen andere infrastructurele ingrepen, zoals de aanleg van in- of uitritten, noodzakelijk. De te realiseren dubbele opritten bij de nieuwe woningen sluiten aan op het bestaande trottoir, dat nagenoeg geen hoogteverschil heeft met de Hoevenstraat en Ter Craene, zodat de opritten met de auto goed bereikbaar zijn. Voor wat betreft het verkeer, zal het realiseren van het bouwplan een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen vanwege een toename van 4 extra woningen (5 senioren woningen minus het te slopen woonhuis). Op basis van de kencijfers van de CROW publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie wordt in de huidige situatie voor het vrijstaand woonhuis uitgegaan van 8,2 mvt/etmaal per woning en wordt in de nieuwe situatie voor de 5 seniorenwoningen (categorie grondgebonden tussen-/hoekwoning) uitgegaan van 7,1 mvt/etmaal per woning. De verkeerstoename bedraagt dan (5 x 7,1) - 8,2 = 27,3 mvt/etmaal. Deze verkeersgeneratie is dusdanig laag dat deze opgaat in de dagelijkse fluctuatie van het huidige verkeer en heeft geen nadelige gevolgen voor de verkeersafwikkeling ter plaatse van Hoevenstraat en Ter Craene.

16

3. Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding In het kader van het bestemmingplan is onderzocht of het hiervoor beschreven planinitiatief past binnen het geldende beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk komen de bevindingen met betrekking tot het relevante ruimtelijke beleid aan de orde

3.2 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Op 13 maart 2012 heeft de Minister de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarin staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeenten krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. De structuurvisie vervangt diverse bestaande nota’s, zoals de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak. In de Structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: (1) de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken.

Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat, (2) de bereikbaarheid verbeteren en (3) zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De provincies en gemeenten krijgen in dit ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het onderhavige initiatief op de locatie Hoevenstraat 4 is niet van invloed op de Rijksbelangen, die in de SVIR zijn vastgelegd. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), 2012 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden. Dit Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen.

Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco). Op 1 oktober 2012 is de 1e aanvulling van Barro in werking getreden, waarin regels zijn opgenomen met betrekking tot Rijksvaarwegen, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Veiligheid rond rijksvaarwegen, Verstedelijking in het IJsselmeer, Toekomstige rivierverruiming van

17

de Maastakken. Het onderhavige initiatief op de locatie Hoevenstraat 4 is niet invloed op de Rijksbelangen, die in het Barro zijn vastgelegd. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro), per 1 juli 2017 In de SVIR is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd en in de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 oktober 2012 in artikel 3.1.6 als procesvereiste opgenomen. Bij besluit van 21 april 2017 is dit artikel gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en - indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied - een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017, zaaknummer 201608869/1/R3 inzake de ladder voor duurzame verstedelijking hanteert de Afdeling voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden de volgende uitgangspunten: 1.

Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 2. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m 2 kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 3. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2 , kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 4. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 , dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.

Voorliggend project bestaat uit de bouw van 5 grondgebonden seniorenwoningen De beoogde herontwikkeling voorziet dus in niet meer dan 11 woningen op één woningbouwlocatie, zodat deze ontwikkeling niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. De ladder voor duurzame verstedelijking is in onderhavig geval niet van toepassing, maar gelet op de instructieregels in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is toch getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Kwantitatief - provinciale prognose In mei 2017 heeft de provincie Noord-Brabant de nieuwe bevolkingsprognose vastgesteld. Deze geeft in een hoog en laagscenario de volgende woningbouwcijfers:

18

Someren heeft op 1 april 2020: 8.119 woningen. Dit maakt dat tot 2040 in een hoog scenario: 8.890 - 8.119 = 771 woningen kunnen worden gebouwd. Regionaal kader Het Ruimtelijk Regionaal Overleg Zuidoost-Brabant wordt voorbereid en nader uitgewerkt in het subregionaal overleg de Peel. In dit overleg is ingestemd op 23 november 2016 met de Subregionale propositie woningbouw De Peel / RRO Ladderproof. In deze propositie zijn de volgende afspraken vastgelegd: 1. geen onderlinge herverdeling van woningbouwaantallen aan de voorkant. De woningbehoefte per gemeente conform de prognose van de provincie Noord-Brabant zijn ‘de woningbouwafspraken’; 2. per gemeente 30% ‘vrije ruimte’ behouden in de programmering van harde en zachte plannen tot het eind van de prognose-periode voor het benutten van (nieuwe) kansen voor herstructurering; 3. regulier informatie-uitwisseling en afstemming over ‘vrije ruimte’, plancapaciteit, locaties e.d.. Bij de informatie-uitwisseling wordt ook de informatie van Helmond betrokken. Het meest actuele gemeentelijke toetsingskader is de gemeentelijke Woonvisie Someren 2030. Hierin is politiek-bestuurlijk bepaald dat er een evenwichtige bouwambitie is over de verschillende kernen binnen de gemeente Someren. Dit heeft zich vertaald in het percentage van 61% dat de nieuwbouwopgave dient plaats te vinden in Someren-Dorp.

19

In deze visie is een indicatieve woningbouwprogrammering opgenomen voor de periode 2020-2030. De bouwopgave bedraagt 675 woningen, waarvan 325 potentiële woningen op uitbreidingslocaties en een resterend aantal van 350 woningen op inbreidingslocaties, vermeerderd met een opplus (130%) van het aantal woningen op inbreidingslocaties (0,3 x 350 = 105 woningen). Het totaal aantal te bouwen woningen in deze periode is 780 woningen. Bij de verdeling van dit aantal over de kernen uitgegaan van 61% voor Someren-Dorp, dus 780 x 0,61 = 476 woningen. Van deze 476 woningen is in de woningbouwprogrammering 40% bestemd voor senioren/medioren, dus 476 x 0,4 = 190 woningen. Hoewel dit slechts een indicatief en globaal programma betreft, kan wel worden gesteld dat een groot aandeel van de te bouwen woningen in Someren-Dorp zal plaatsvinden en dat er ook een substantieel deel daarvan wordt benut voor senioren. De bouw van 5 seniorenwoningen op de projectlocatie, waarbij door sloop van de bestaande woning 1 woning aan de woningvoorraad onttrokken zal worden, kan gelet op de woningbouwopgave op inbreidingslocaties goed worden ingepast in het woningbouwprogramma.

3.3 Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 1 oktober 2010 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025 verwoord met een doorkijk naar 2040 met als doel een goede woon-, werk- en leefomgeving. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Een van die instrumenten is de provinciale verordening, waarin concrete regels gesteld kunnen worden waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie en kiest voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden.

Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben met name betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De structuurvisie wordt uiteindelijk vervangen door de in de vorige subparagraaf genoemde omgevingsvisie.

20

De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in de structuurvisie in vier ruimtelijke structuren geordend. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen. Samen vormen deze structuren de provinciale ruimtelijke structuur. De vier structuren zijn: de groenblauwe structuur, infrastructuur, landelijk gebied en stedelijke structuur.

Uitsnede structurenkaart, Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014

Op de structurenkaart heeft de projectlocatie de aanduiding Kernen in landelijk gebied. In het landelijk gebied bieden vitale kernen landelijke en meer kleinschalige woon- en werkmilieus. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn gericht op de eigen behoefte. Voor de opvang van de woningbouwbehoefte geldt het principe van bouwen voor migratiesaldo-nul. Om de leefomgeving aantrekkelijk te houden, verplaatsen bedrijven die hier qua aard, schaal en functie niet meer bij passen naar werklocaties rond de steden. De leefbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Samen met de bewoners wordt gezocht naar mogelijkheden om gemeenschappelijke voorzieningen voor de kernen te behouden. Het onderhavige initiatief is met 5 grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen gericht op de eigen behoefte van Someren. Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende plan-MER vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving en beschrijft daarvoor de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde.

De omgevingsvisie heeft een wettelijke basis in het omgevingsrecht (komende Omgevingswet) en vervangt uiteindelijk de strategische elementen van de huidige provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. De provincie formuleert In de omgevingsvisie haar ambitie: hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? Daarbij worden meetbare tussendoelen gesteld: wat moeten we in 2030 op zijn minst voor elkaar hebben om die ambitie te verwezenlijken? De

21

omgevingsvisie legt nu nog niet vast hoe we de doelen precies gaan bereiken. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Bij het werken aan een veiligere leefomgeving gaat het om het terugbrengen van risico’s tot een acceptabel niveau en het continu zo goed mogelijk voorbereid zijn op calamiteiten. Bij gezondheid gaat het niet alleen om ‘ziekte voorkomen’, maar ook om ‘quality of life’, welzijn en het bevorderen van gezondheid. Verder worden twee aandachtspunten benadrukt: behoud van de kwaliteit van ons grondwater bestemd voor menselijke consumptie en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Vanuit alle opgaven werken we daarom aan een goede omgevingskwaliteit; zowel in de bebouwde als de onbebouwde omgeving. Hierbij zien wij een steeds grotere verwevenheid van stad en land. Het is daarom belangrijk om stad en land in samenhang te bezien. Deze samenhang zien we bijvoorbeeld duidelijk terug in de maatregelen rond klimaatadaptatie. Een gebiedsgerichte benadering van de beekdalen waar stad en land samenkomen is nodig. Een aantrekkelijk landschap is essentieel voor een goede omgevingskwaliteit. Belangrijke dragers van het landschap zijn de natuurlijke, cultuurhistorische en aardkundige structuren en elementen.

Het gaat daarbij niet alleen om de groene elementen, maar juist ook om rode elementen als de kralenketting van de Brabantse vestingsteden en de samenhang van stad en land. Daarnaast bepalen ook ‘zachte’ waarden als rust, openheid, donkerte en stilte hoe het landschap wordt beleefd. Het landschap vertelt het verhaal van Brabant en draagt daarmee in sterke mate bij aan de Brabantse identiteit. Naast deze basisopgave worden vier hoofdopgaven onderscheiden: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie met als doel Brabant energieneutraal in 2050 en met als doel in 2030 ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. De energietransitie is een enorme opgave. Om de ambities te realiseren is samenwerking noodzakelijk. De provincie kiest voor een richtinggevende en stimulerende rol. Voor de feitelijke realisering spelen gemeenten en initiatiefnemers de hoofdrol. 2. Werken aan een klimaatproof Brabant met als doel in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Brabant en met als doel in 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust en in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. 3.

Werken aan de slimme netwerkstad met als doel in 2050: een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur en met als doel in 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. 4. Werken aan een concurrerende, duurzame economie met als doel in 2050: Brabant is top kennisen innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. En met als doel in 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen.

We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van

22

niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%. Deze omgevingsvisie gaat niet specifiek in op verdichting van een bestaande woningbouwlocatie in een landelijke kern. De nieuwbouw van de 5 grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen draagt wel bij aan een duurzaam woon- en leefklimaat in Someren. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie heeft op 25 oktober 2019 als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.

Uitsnede kaart 3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor burgers en bedrijven, maar ook voor bestuursorganen van de overheid. De regels voor burgers en bedrijven zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of bijvoorbeeld eerst een melding moet worden gedaan voordat met een activiteit mag worden begonnen. De regels voor bestuursorganen van de overheid zijn instructieregels, waarmee de provincie een opdracht geeft aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Met betrekking tot de projectlocatie gelden instructieregels voor de gemeente met betrekking stedelijke ontwikkeling en erfgoed. Het gebied waarin de projectlocatie is gelegen, is aangewezen als Landelijke kern (zie bovenstaande uitsnede van kaart 3 van de Interimverordening). De voor de projectlocatie relevante instructieregels betreffen de externe werking Natuur Netwerk Brabant (artikel 3.16) en duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42).

23

Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant: In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie (fysieke of financiële compensatie). Ten behoeve het woningbouwplan op de projectlocatie is een quick-scan flora en fauna en stikstofonderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat het plan geen negatieve effecten heeft op de ecologische waarde en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het woningbouwplan op de projectlocatie past binnen de regionale woningbouwafspraken (zie paragraaf 3.1.3) en bevordert een goede omgevingskwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik door een stedenbouwkundige aanvaardbare verdichting door sloop van het bestaande woonhuis en de bouw van 5 levensloopbestendige seniorenwoningen. Brabantse Agenda Wonen In de Brabantse Agenda Wonen geeft Gedeputeerde Staten haar kwalitatieve visie op wonen. Dit vertaalt zich in actielijnen en richtinggevende principes en vervolgactiviteiten In onderstaande afbeelding is dit weergegeven:

24

Het provinciaal bestuursakkoord 2019-2023, ‘Kiezen voor kwaliteit’, geeft aan dat op het beleidsterrein van wonen het beleid wordt bestendigd. De provincie stuurt niet op basis van contingenten. Hiervoor wordt verlangd van steden en dorpen dat ze samen zorgen voor vraaggerichte en flexibele woningbouwprogramma’s en dat overprogrammering voorkomen wordt. Voor alle steden en dorpen geldt: sturen op realisatie en niet alleen op plannen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de inbreidingslocaties en binnengemeentelijke transformatieopgaven. Daar waar het gaat om uitleglocaties vraagt de provincie van gemeenten dat zij dit binnen de regio met elkaar afstemmen. De provincie neemt een rol in het bevorderen van regionale afspraken. Eén van de richtinggevende principes is dat ruim baan wordt gegeven aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen, dat wil onder andere zeggen woningbouw op geschikte inbreidingslocaties. Het woningbouwinitiatief op de projectlocatie voldoet hieraan.

3.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Someren 2028 De Structuurvisie Someren 2028 is door de raad van de gemeente Someren vastgesteld op 24 april 2013. Deze visie vormt onder andere een planologisch kader, waarbinnen concrete ruimtelijke plannen kunnen worden ontwikkeld en op elkaar kunnen worden afgestemd. Eén van de kernambities voor het jaar 2028 is dat de dorpen een evenwichtige bevolkingsopbouw hebben en mede daardoor een goede leefbaarheid. Nieuwbouw naar behoefte per kern draagt hieraan bij. Voor ouderen, zorgbehoevenden en mensen met beperkingen zijn zorgvoorzieningen en is ondersteuning in alle dorpen beschikbaar.

25

Deze en andere in de structuurvisie genoemde kernambities zijn op gebiedsniveau verder uitgewerkt. Voor Someren-Dorp is in deze uitwerking ten aanzien van wonen het volgende opgenomen: Voor Someren-Dorp wordt in de Woonvisie tot 2021 de bouw van circa 570 woningen voorzien, wat indicatief een bruto ruimtebeslag gaat innemen van circa 31 hectare. De locaties Waterdael (nog circa 250 woningen), Grootte Hoeven (circa 200 woningen), Loovehof (circa 30), Ter Hofstadlaan (circa 15 á 25), Petrusschoollocatie (circa 15), Pauluschoollocatie (circa 15) locatie Sijlkensstraat (onbekend), gecombineerd met kleinere inbreidingen en mantelzorgwoningen maken kwantitatief dat er ruim voldoende ruimtelijke capaciteit is tot en met de middellange termijn.

Uitsnede Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028

Deze structuurvisie voorziet in de periode tot 2028. In de periode 2021-2028 wordt nog conform de provinciale woningbouwprognose 2011 de bouw voorzien van 279 woningen in de gehele gemeente Someren. Someren-Dorp neemt hiervan 61% voor haar rekening, wat resulteert in 161 woningen. Qua uitbreiding kent Someren-Dorp dan enkel nog ruimte aan de noordzijde tot de Provincialeweg, immers de provinciale verordening ruimte geeft voor deze gronden nog de potentiële mogelijkheid tot verstedelijking. Op de structuurvisiekaart is dit gebied nog niet aangeduid, omdat enerzijds deze aantallen nog dermate onzeker zijn gecombineerd met het bijzondere karakter van dit gebied. Anderzijds voorzien we ook nog dat binnen het bestaande stedelijk gebied gronden vrijkomen, zoals bijvoorbeeld de locatie van de Pauluskerk, in de Postelstraat en het Wilhelminaplein, alsmede locaties die nu nog niet in beeld zijn. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan het provinciaal principe dat inbreiding voor uitbreiding moet gaan. Het beoogde bouwplan op de projectlocatie voorziet in de bouw van 5 seniorenwoningen. Dit initiatief kan worden aangemerkt als een kleine inbreiding. De prognoses zijn inmiddels al wel geactualiseerd in de gemeentelijke Woonvisie Someren 2030.

De voor de projectlocatie relevante uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie vormen geen belemmering voor het planvoornemen op de projectlocatie.

26

Woonvisie Someren 2030 Op het beleidsterrein van volkshuisvesting heeft de gemeente Someren nog relatief veel eigen inbreng voor het eigen grondgebied. Wel moet rekening worden gehouden met het beleid van het Rijk (o.a. Nationale Woonagenda 2018 - 2021) en de provincie NoordBrabant (Interim omgevingsverordening en de Brabantse Agenda Wonen) en de woningbouwafspraken in Subregio De Peel. In de Woonvisie Someren 2030 (december 2019), zijn met betrekking tot woningen voor senioren / medioren de volgende beleidsuitgangspunten geformuleerd: • levensloopbestendige woningen zijn zelfstandige woningen die geschikt zijn voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoner(s). De woning past in alle levensfasen bij de behoeften die de bewoner op dat moment heeft.

Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur, mobiliteitsklasse C: 'Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren'; i • indicatief wordt ingezet om 40% van het nieuwbouwprogramma in te zetten voor medioren / senioren; • het propageren van het aanbrengen van voorzieningen tijdens de bouw om woningen levensloop gereed te krijgen, zodat bijvoorbeeld wanneer het gewenst is om met geringere aanpassingen van een garage een slaap- en badkamer te maken; • actief er op sturen dat plannen voor levensloopbestendige woningen in de projectmatige bouw en de particuliere bouw beoordeeld worden door VAC-punt wonen Someren-Asten; • in samenwerking met het VAC-punt wonen en de KBO’s wordt een onderzoek verricht naar de woonwensen van medioren / senioren; • medewerking wordt verleend aan een collectieve woonvoorziening, mits aangetoond wordt door de initiatiefnemers dat er een toekomstige vraag is naar een dergelijke woonvorm. De bouw van 5 grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen op de projectlocatie past binnen deze beleidsuitgangspunten. Ook passen deze woningen kwalitatief en kwantitatief binnen het indicatieve globale woningbouwprogramma 2020 - 2030, die als bijlage 2 in de Woonvisie Someren 2030 is opgenomen (zie ook paragraaf 3.13 Ladder voor duurzame verstedelijking).

Nota Grondbeleid 2018-2022 Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad de Nota Grondbeleid 2018-2022 vastgesteld. Deze nota is een actualisatie van de eerder vastgestelde Nota Grondbeleid 20122016 en beschrijft op welke wijze de gemeente Someren het middel grondbeleid wil inzetten om de ruimtelijke doelstellingen te bereiken. Eén van deze doelstellingen is dat het grondbeleid van de gemeente ook de komende jaren gericht zal blijven op actief beleid waarbij vooraf per project of planontwikkelingsgebied een haalbaarheidsstudie c.q. quickscan wordt verricht met betrekking tot de kosten en risico’s. Per nieuwe situatie zal dus worden bezien of actief dan wel faciliterend grondbeleid wordt toegepast. Daarbij worden voorwaarden gesteld over soort woningen, grondprijzen e.d. Voor de realisering van de ruimtelijke doelstellingen worden de gronden die reeds in eigendom van de gemeente zijn als eerste benut. Daarna komt eventueel pas ontwikkeling van particuliere grond aan bod. Dit uitgangspunt leidt uitzondering, indien: • een ongewenste bestemming opgeheven wordt; • het een inbreidingslocatie betreft; • een volkshuisvestelijk wenselijk bouwprogramma gerealiseerd wordt; • het bouwprogramma een aanvulling is op het programma gemeentelijke locaties; • de stedenbouwkundige invulling aanvaardbaar is.

27

Het bouwplan op de projectlocatie, die als inbreidingslocatie kan worden aangemerkt, voorziet in 5 grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen. Woningbouw ten behoeve van de doelgroep senioren past in het volkshuisvestelijk wenselijk bouwprogramma en betreft een aanvulling op het programma gemeentelijke locaties. De stedenbouwkundige invulling kan tenslotte aanvaardbaar worden geacht. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Dit noopt tot aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen. Kernbegrippen zijn mitigatie en adaptatie. Mitigatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit kan door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken van materialen uit vernieuwbare bronnen. Adaptatie is het aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor windklimaat, tegen gaan van verdroging en het realiseren van grotere piekbergingen voor neerslag. Het microklimaat wordt bepaald door de verhouding tussen bebouwd en “groen” oppervlak en de relatie tussen bebouwde en groene structuren. Een goed groenontwerp helpt oververhitting tegen te gaan en vangt neerslag en luchtverontreiniging op.

Groen kan in de (beperkte) onbebouwde ruimte zorgen voor een betere uitstraling en een gezonder verblijfsklimaat. Voorbeelden van maatregelen die genomen kunnen worden zijn: overhoeken en ruimtereserveringen niet bestraten maar groen inrichten; erfgrenzen en hekken groen aankleden (bijvoorbeeld begroeid met een haag); parkeerterreinen voorzien van beplanting zodat er voldoende beschaduwing is; Het toepassen van groen daken. (Dit kan in combinatie met zonnepanelen.) Afkoppelen van dak- en oppervlaktewater is een krachtige klimaatadaptatie maatregel. Bij het afkoppelen wordt uitgegaan van de drietraps-strategie vasthouden, bergen en afvoeren. Vasthouden betekent dat het regenwater zoveel mogelijk vast wordt gehouden op de locatie waar het valt. Bergen betekent dat het regenwater naar een plek wordt gebracht waar voldoende ruimte is om het tijdelijk op te vangen en waar mogelijk te laten infiltreren. Afvoeren betekent dat het regenwater naar een andere plek wordt gebracht waar het op het watersysteem gezet kan worden. De samenhang van deze drie strategieën zorgt er mede voor dat wateroverlast en verdroging wordt verminderd en hittestress tegen wordt gegaan. Het heeft de voorkeur om water, mits mogelijk vast te houden zodat de klimaateffecten droogte en wateroverlast allebei worden verminderd.

Het is van belang om de dimensionering van de watersystemen niet te krap te nemen zodat medegebruik mogelijk is en de toekomstige zwaardere belastingen inderdaad opgevangen kunnen worden. Meervoudig ruimtegebruik en meekoppel kansen zijn uitgangspunten om de omgeving leefbaar en toekomstbestendig in te richten. Verantwoord materiaalgebruik, beperking van energievraag en een verstandige positionering van functies dragen mede bij aan de klimaatdoelstellingen. Bij het ontwerp van de openbare ruimte en het uitgeven van gronden zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met het aspect klimaatadaptatie.

28

3.5 Conclusie De voorgenomen herontwikkeling op de projectlocatie past binnen het vigerend ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Someren.

29

4. Milieu- en omgevingsaspecten Ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient met betrekking tot de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling inzicht te worden gegeven in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Deze sectorale aspecten komen in dit hoofdstuk aan de orde.

4.1 Geluid Wegverkeers- en railverkeerslawaai Bij een nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing, dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelig bestemmingen. De geluidbelasting dient per gezoneerde weg te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Op 15 april 2020 heeft K+ Adviesgroep te Echt een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. De rapportage met rapportnummer Rm200111aaA0 is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Floreffestraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de niet gezoneerde Hoevenstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9816055/1