CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6a Tabel overzicht Bruidsschat gemeente Someren

Commissie Ruimte 12 januari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bruidsschat onder de Omgevingswet9.799 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

7

Onderwerp

Paragraaf

Thema Opmerkingen

1.1

22.2

Algemeen (begripsbepaling)

x

Inhoud van de regel

verantwoordelijke

1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij GK de Omgevingswet, en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan. 2. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit plan. 3. Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van paragraaf 22.3.7.4 van dit plan.

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1. Voor de toepassing van de artikelen 22.29 eerste en tweede lid, 22.30, 22.276, 22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die GK verordening van overeenkomstige toepassing is. 2. Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven

Overgangsrecht: (voorbeschermde) gemeentelijke monumentenAlgemeen

De artikelen 22.29, derde lid, en 22.37, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als GK instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

22.3

Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

Algemeen

22.5

Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Algemene regels over verrichten bouw- en sloopwerkzaamheden

Bouwen

ja

22.6

Beschermen omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden

Algemene regels over verrichten bouw- en sloopwerkzaamheden

Bouwen/ slopen

ja

22.7

Repressief welstand

Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken

Beeldkwaliteit/omgevingsk waliteit

22.8

Aansluiting distributienet elektriciteit

Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken

Energie

22.9

Aansluiting distributienet gas

Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken

Energie

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, GK onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Degene die bouw- of sloopwerkzaamheden verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere wel of niet roerende zaken op een GK aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

1. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de GK Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijk eisen van welstand van toepassing zijn.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van GK elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de GK Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m

beoordeling Someren: overnemen, schrappen of aanpassen

motivering Someren

Te betrekken ketenpartner naast de ODZOB

huidig artikel

Is de bepaling reeds opgenomen in huidig beleid? Zo ja, waar? Deze kolom kan gemeente gebruiken voor hun beleid

afwijking tussen bruidsschat en nu

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

overnemen

plaatselijk belang

overnemen

plaatselijk belang

In het artikel van het Bouwbesluit 2012 werd meteen aangegeven hoe Artikel 8.1 aan de regels kan Bouwbesluit en verordening Bouwbesluit 2012 worden voldaan. In bruidsschat is geen/ of breder kader gegeven.

overnemen

plaatselijk belang

Welstandcommissie of aangewezen deskundige op het Artikel 12 lid 1 en gebied van lid 2 Woningwet welstand (Laarbeek supervisor)

Bestaande situatie is er sprake van samenhang met de welstandsnota (gemeentelijk beleid). Nu is de samenhang er met het omgevingsplan NRK (gemeentelijk beleid). Zie ook 2.2.7.2.4, waarin de oude "redelijke eisen van welstand" worden overgeheveld naar de bruidsschat.

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Netbeheerder

Artikel 6.10. lid 1 is gelijk Bouwbesluit 2012

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Netbeheerder

Artikel 6.10. lid 2 is gelijk Bouwbesluit 2012

VRBZO

Wanneer sprake is van een polder dan Artikel 1.24 is gelijk waterschap erbij Bouwbesluit 2012 betrekken

beoordeling door ODZOB :Kan de bepaling geschrapt worden?

Situatie per gemeente/keuze

Motivatie

Relevant voor gebiedstype

in diverse beleidsstukken

nee

betreft begripsbebaling

monumentenbeleid- verordening

mogelijk

Kan geschrapt worden als het omgevingsplan al bescherming regelt

overgangsrecht monumenten

monumenten

mogelijk

Als omgevingsplan al regelt dat bescherming geldt dan kan deze geschrapt worden

Overgangsrecht rijksbeschermd stad- of dorpszicht

beschermde dorps- stadsgezichten

nee

Heeft met rooilijnen en straatpeil te makenm. Dit geldt voor iedere gemeente

Aangezien er tussen de digitale/ papieren documenten en de feitelijke siuatie onvolkomenheden kunnen voorkomen zal er altijd een controle moeten zijn op het uitzetten van de bouw. Grote afwijkingen zijn onwenselijk overal voor een goede riuimtelijke ordening. Voor dit artikel zijn er wel mogelijkheden voor private partijen, deze controle kan opgenomen worden in het opleverrapport van het bouwwerk. (Wkb)

nee

betreft zorgplicht en geldt voor iedere Indien een gevraarlijke situatie zich zal voordoen, overal gemeente moet er bestuurlijk opgetreden kunnen worden.

mogelijk

Het is een laatste vangnet om excessen (bij Betreft welstand, als de gemeente tijdelijke en vergunningsvrije bouwwerken) te geen welstand heeft kan deze bepaling welstandgebieden kunnen uitsluiten op locaties daar waar in lokaal eruit beleid is bepaald dat beeldkwaliteit van belang is.

mogelijk

betreft aansluiting elektriciteit en afstand, mogelijk kan dit in overleg met netbeheerder aangepast worden

Dit zal afhankelijk zijn per netbeheerder. Er is een mogelijkheid dit vast te leggen per zone in een omgevingsplan. Het ditributienet is veelal in eigendom van private partijen, dus we kunnen ons de vraag stellen of dit in lijn met de Wkb in overal een opleverrapport terecht kan komen. Hierdoor voeren we alleen controle op aanwezigheid en wordt dit inhoud de afstanden etc. tussen de private partijen vastgelegd.

mogelijk

Betreft aansluiting gas en afstand, mogelijk kan in overleg met de gasbeheerder aangepast worden

Naar mate meer gebouwen gasloos gebouwd zijn, zal dit artikel minder relevant worden. Overige opmerking zie die bij elektriciteit.

nvt

?

Overige opmerkingen

overal

overal

Bepaling kan deels geschrapt worden

In de tekst van de bruidschat is eenduidiger geformuleerd dat in welstandsvrije gebieden ook geen repressief welstandsbeleid kan gelden. Dus excessen kunnen hier niet worden aangepakt. De tekst van de Wabo was daarin nog enigszins voor interpretatie vatbaar.

22.10

Aansluiting distributienet warmte

Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken

Energie

22.16

Overbewoning woonruimte

Algemene regels over het gebruik van bouwwerken

Leefbaarheid

22.17

Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Algemene regels over het gebruik van bouwwerken

Veiligheid (toezicht & handhaving) bouwwerken

22.23

22.24

Vrijstelling archeologisch onderzoek

Cultureel erfgoed

Algemene afbakeningseisen

Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden Bouwen en gebruiken bouwwerken

1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is GK dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. 3. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een GK persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

ja door toezicht en handhaving

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het GK bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

1. Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing GK als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

Erfgoed, monumenten

ja

22.25

Meetbepalingen

Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden Bouwen en gebruiken bouwwerken

JA

22.26

Mantelzorg

Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden Bouwen en gebruiken bouwwerken

JA

22.27

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

1. De artikelen 22.28 en 22.35 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning. 2. Bij de toepassing van de GK artikelen 22.28 en 22.35 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.28, onder a, of 22.35, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg

1. Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk GK voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven. 2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. Bij de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Bouwen

GK

GK

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Netbeheerder

onder 1 is gelijk, Artikel 6.10. lid 3 onder 2 en 3 zijn Bouwbesluit 2012 nieuw toegevoegd.

?

mogelijk

Met het oog op alternatieven voor gasloos betreft aansluiting warmte en afstand, bouwen word een centrale voorziening voor mogelijk kan dit in overleg met verwarmen ook belangrijker. Overige opmerking netbeheerder aangepast worden zie die bij elektriciteit.

overal

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Indien sprake van kamergewijze verhuur dan de VBRZO

Artikel 7.18. is gelijk Bouwbesluit 2012

bouwverodening

mogelijk

Kan als je als gemeente meer of minder ruimte geeft voor personen in een woning

Afhankelijk van welk type huisvesting het grootste knelpunt is in de gemeente kan dit artikel op de lokale situatie worden toegespitst (denk hierbij aan de beleid op de wenselijke situatie). Dit zou ook in zones in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.

wonen

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Artikel 7.20 is gelijk Bouwbesluit 2012

bouwbesluit en verordening

nee

Betreft bouwvalligheid woning, geldt voor iedere gemeente

Is niet ergens anders geregeld, wanneer sloop niet verplicht gesteld kan worden in een dergelijke situatie is dit een manier om de veiligheid te waarborgen.

overal

Erfgoedwet art. 9.1 (wat verwijst naar &1 van Hfd. 5 is gelijk uit Monumentenwet 1988)

ODZOB?

mogelijk

Afhankelijk wat er al geregels is in omgevingsplan kan deze geschrapt worden

aanpassen van de regel is beste

overal

?

nee

Afbakening, geldt voor iedere gemeente

nee

meetbepaling, geldt voor iedere gemeente

nee

Betreft mantelzorg, geldt voor iedere gemeente

overnemen

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Artikel 5 lid 1 en lid is gelijk 2 bijlage II Bor

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Artikel 1 lid 2 en lid is gelijk 3 bijlage II Bor

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Artikel 1 lid 5 bijlage II Bor

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Artikel 2.1 lid 1 onder a en/of c van de Wabo

is gelijk

is gelijk

beleid mantelzorg

nee

Geldt voor iedere gemeente

overal

dit moet vastgelegd zijn aangezien je anders discussies kan krijgen over de wijze van bepalen

overal

overal

gezien de schrijfwijze van de vergunningsvrije activiteiten wordt eerst deze verbodsbepaling vastgelegd. Schrijfwijze is artikel 3 Bijlage II Bor was verschillend, maar komt inhoudelijk overeen. overal Dit artikel biedt kaders waarbinnen gebouwd kan worden. Voormalige bestemmingsplantoets. De VR kan gemeenten adviseren of een bouwwerk binnen een bepaald gebied mogelijk/wenselijk is

22.28

22.29

22.30

Uitzondering op vergunningplicht 22.27

Inperking 22.28 vanwege cultureel erfgoed

Algemene beoordelingsregels

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bouwen

Bouwen en erfgoed

Bouwen/omgevingskwalitei t

22.32

Specifieke beoordelingsregels bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Erfgoed, monumenten

22.34

Aanvraagvereisten

Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bouwen

ja

ja

Het verbod, bedoeld in artikel 22.27, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. gelegen in achtererfgebied; 3°. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4°. niet hoger dan 5 m; 5°. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6°. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. niet hoger dan 5 m; en 3°. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in GK het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:1°. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2°. voorzien van een plat dak; 3°. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4°. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m 1.

Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.28 niet van toepassing. 2. Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 2.2.7.2.2, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing. 3. Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of GK dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.28 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied. 4. Artikel 22.28, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van 50 m2 of meer; b.

in het tijdelijke deel van dit 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit in overeenstemming is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; en b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen GK van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, tenzij: 1°. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of 2. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend. c. ingeval de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie; 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°.

bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als het technisch en milieuhygiënisch mogelijk is

1. In afwijking van artikel 22.30 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als: a. voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is; en b. de activiteit niet in overeenstemming is met het in GK voorbereiding zijnde omgevingsplan. 2. In afwijking van artikel 22.30 wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als: a. voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; en b. de activiteit niet in overeenstemming met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b.

het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de GK nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde, de wijze waarop het terrein wordt ontsloten, de aangrenzende terreinen en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Artikel 2 en 3 bijlage II Bor

Er is een selectie uit de eerdere artikelen overgenomen in het nieuwe artikel, dat wat overgenomen is is gelijk gebleven

nee

overal

geldt voor iedere gemeente

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

overnemen

Lid 1 en lid 2 artikel 4a bijlage II is gelijk Bor, lid 3 artikel 5 lid 4 bijlage II Bor

monumentenbeleid- verordening

nee

Betreft uitsluiting van vorige artikel mbt monument, dit geldt voor iedere gemeente

Artikel 2.10 lid 1 Wabo en art. 12a lid 1 Woningwet

de verwijzigen zijn veranderd, maar inhoudelijk is het gelijk. Art. 4.19 Omgevingswet verwijst naar de beleidsregels uiterlijk van bouwwerken.

NRK

nee

geldt voor iedere gemeente

overnemen

afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg

Artikel 2.10 en artikel 2.12 lid 1 onder d Wabo

gelijk

NRK

mogelijk

Afhankelijk of er een beschermd stadsof dorpsgezicht is kan deze gescharpt worden

overnemen

komt voort uit omgevingsplan, landelijke afstemmimng onderzoeken

Artikel 2.3. en artikel 2.5 Mor

is gelijk

?

nee

Zijn aanvraagvereisten die minimaal nodig zijn

monumenten

In het Omgevingsplan van rechtswege komt de term redelijke eisen van welstand toch terug en wordt de vergunning pas verleend als het plan voldoet hieraan, beoordeeld volgens de beleidsregels zoals bedoeld in art. 4.19 van de Omgevingswet (uiterlijk van bouwwerken)

overal

beschermde dorps- stadsgezichten

Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.

overal

De huidige welstandsnota wordt door het overgangsrecht omgezet naar beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Ook ander beleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota valt hieronder. (beeldkwaliteitplannen bv) Bij een ongewijzigde welstandsnota kunnen de verwijzingen naar en de terminologie uit de vervallen regelgeving worden gebruikt. Dat heeft geen rechtsgevolgen, omdat dit via het overgangsrecht is afgedekt.

22.35

22.36

22.37

22.272

22.273

Activiteiten mb.t.bouwwerken van Binnenplanse vergunningsvrije activiteiten van rechtswege in rechtswege in overeenstemming met Omgevingsplan overeenstemming met dit Omgevingsplan

Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen

Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan

Inperking 22.35 vanwege cultureel erfgoed

Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan

Toepassingsbereik

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Werk, niet zijnde bouwwerk, of uitvoeren werkzaamheid

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Bouwen

1. Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m vanhet GK oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.35, onder a, onder 2°, onder ii, van overeenkomstige toepassing. 2. Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.35, onder a, onder 3°, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.

Bouwen

Bouwen

Artikel 22.35 is niet van toepassing op een activiteit die GK wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Bouwen

Bouwen

22.274

Gebruik van locaties of bouwwerken

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Bouwen

22.275

Slopen van een bouwwerk

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Bouwen

Gemeentelijk monument, algemeen

Aanvraagvereisten overige activiteiten

22.276

Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan: a. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.28, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: i. 5 m; ii. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en iii. het hoofdgebouw; 2°. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: i. als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger GK is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en ii. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; 3°. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan: i.

bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; ii. bij een

Monumenten

Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van GK gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die op grond van dit omgevingsplan of een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet is vereist.

j

j

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een GK andere locatie; c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit. 2. Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van locaties of bouwwerken worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een GK situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2°. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de wijze waarop de locatie ontsloten wordt; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5°. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor GK een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van GK het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.

overnemen

Artikel 2 lid 3 Bijlage II Bor

is gelijk

nee

betreft binnenplanse vergunningsvrij, geldt voor iedere gemeente

Nu zijn alleen de regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. Er bestaat hier de ruimte om meer bouwactiviteiten toe te voegen wanneer het bevoegd gezag dit wenselijk vindt.

overal

alleen wanneer het bevoegd wenst dat er geen activiteiten meer vergunningsrvrij zijn kan de bepaling geschrapt worden. Maar dit botst met het principe dat er meer vergunningsvrij en/of meer ruimte is voor de burger in de OW.

overnemen

Artikel 7 bijlage II Bor

is gelijk

nee

geldt voor iedere gemeente

Aangezien er bij de eerste regels voor het vergunningvrij bouwen onduidelijkheid bestond bij dit soort bijzondere gevallen is dit artikel toegevoegd. Wanneer je de eerder artikele omtrent de vergunningsvrije activiteiten onveranderd in stand houdt heb je dit nodig.

overal

alleen wanneer de vergunningvrije activiteiten geschrapt worden of aangepast worden moet dit artikel ook herzien worden

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Nu staat er in de Bor omschreven wat wel vergunningsvrij mag bij erfgoed. In dit artikel waarnaar Artkel 3a en artikel verwezen wordt is monumentenbeleid- verordening 4a bijlage II Bor er sprake van iets dat nu ook niet is toegestaan, dus is het korter omschreven als in dit mag niet.

nee

Geldt voor monumenten

Wanneer het bevoegd gezag meer activiteiten direct vergunningsvrij maakt, moet er beoordeeld worden of deze activiteiten voor erfgoed wel/niet vergunningsvrij kunnen zijn

monumenten

alleen wanneer de vergunningvrije activiteiten geschrapt worden of aangepast worden moet dit artikel ook herzien worden

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Mor

Nu is dit daar waar nodig toegevoegd in de Mor bij de activiteiten waar er sprake is van een grondslag in een (lokale) verordening of bestemmingsplan.

nee

Geldt voor iedere gemeente

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Artikel 3.1 Mor

is gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.

??

overal

overal

Artikel 3.2 Mor

is gelijk

Bouwverordneing

nee

Geldt voor iedere gemeente

Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden. Minimum aan relevante stukken voor beoordeling nodig. Voor VR is informatie over gebruik van terreinen en overal bouwwerken en situatietekeningen van essentieel belang voor uitvoer van wettelijke (advies)taak om voorbereid te zijn op het bestrijden van brand, ramp en crisis. VR gebruikt deze informatie voor beoordelen van bereikbaarheid, mogelijkheden tot ontvluchting en mate waarin bouwwerken bescherming bieden aan omgeving.

overnemen

Artikel 6.1 Mor

is gelijk

Bouwbesluit

nee

Geldt voor iedere gemeente

Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.1 t/m artikel 5.7 Mor

Nu zijn deze indieningsvereisten voor alle handelingen apart benoemd, en in dit Monumentenbeleid en verodening artikel zijn ze iets algemener geformuleerd maar gelijk qua inhoud

nee

Geldt voor iedere gemeente

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

overal

monument

22.277

Gemeentelijk monument voor zover het een archeologisch monument betreft

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten + Archeologie

22.278

Tekeningen gemeentelijk monument voor zover het een archeologisch monument betreft

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten + Archeologie

22.279

Slopen gemeentelijk monument

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten

22.280

Verplaatsen van gemeentelijk monument

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten

22.281

Gemeentelijk monument: wijzigen monument of door herstel Aanvraagvereisten overige ontsieren/ in gevaar brengen activiteiten

Monumenten

22.282

Gemeentelijk monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen

Monumenten

Aanvraagvereisten overige activiteiten

1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.276 die een archeologisch monument betreft, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1°. de omvang in vierkante meters; en 2°. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor GK de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b.

een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk Tekeningen als bedoeld in artikel 22.277 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening. GK

1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1°. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; GK en3°. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende 1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2°. foto’s van de bestaande toestand; en 3°. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, GK voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand 1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument, of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening GK van de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3° als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen, of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5°.

als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.276 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de GK maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.2, artikel 5.4 en artikel 5.5 Mor

Nu zijn de indieningsvereisten benoemd aan de hand van de aard van de activiteit die uitgevoerd gaat worden. In de OW Monumentenbeleid en verodening worden de indieningsvereisten voor een archeologisch monument gesorteerd.

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.2 lid f en artikel 5.8 Mor

De schaal van de topografische kaart is aangepast en uit artikel 5.8 Mor is een selectie Monumentenbeleid en verodening gemaakt dat relevant is voor een archeologisch monument

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar Artikel 5.1 Mor

is gelijk, iets anders uiteengezet maar Monumentenbeleid en verodening inhoudelijk gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.3 Mor

is gelijk, iets anders uiteengezet maar Monumentenbeleid en verodening inhoudelijk gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.6 Mor

is gelijk, iets anders uiteengezet maar Monumentenbeleid en verodening inhoudelijk gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

overnemen

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.7 Mor

is gelijk, iets anders uiteengezet maar Monumentenbeleid en verodening inhoudelijk gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

22.283

Tekeningen gemeentelijk monument

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten

22.284

Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten

22.285

Slopen in beschermd stads- en dorpsgezicht

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Monumenten

22.286

22.288

22.289

Uitweg

Vellen van houtopstand

Handelsreclame

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Aanvraagvereisten overige activiteiten

Bouwen

1. Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 22.279 tot en met 22.281 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht. 2. Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering. 3. Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen. 4. Een GK plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1°. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2°. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

De artikelen 22.276 tot en met 22.283 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.

j

22.290

Opslaan roerende zaken

Aanvraagvereisten overige activiteiten

gebruik gronden

22.291

Voorschriften archeologische monumentenzorg

Voorschriften overige activiteiten

Monumenten + Archeologie

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een beschermd stadsof dorpsgezicht, wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander GK bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; en d. de aanwezigheid van obstakels die in GK de weg staan voor het aanleggen of voor het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.2, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer. 2. Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de soort houtopstand; b. de locatie van de houtopstand op het GK voor-, zij-, of achtererf; c. de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en d. de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.

Bomen / houtopstand

Bouwen

GK

hebben we op dit moment niet, maar wellicht willen we dit weer invoeren?

j

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken GK materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame. 2. Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard GK van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken. 2. Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander. 1. Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.273, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften GK te stellenkwalificaties; en d.

het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bouwactiviteit, als dat in dit omgevingsplan is bepaald. 3. Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden

overnemen

komt voort uit omgevingsplan hoe we met monumenten omgaan

Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.8 Mor

is gelijk

Monumentenbeleid en verodening

overnemen

overnemen

Artikel 6.2 Mor

is gelijk

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

nee

Geldt voor iedere gemeente

monument

nee

Geldt voor iedere gemeente

beschermd dorps- stadgezicht

overnemen

komt voort uit omgevingsplan

Artikel 7.3 Mor

is gelijk

?

mogelijk

Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o

Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. Het is van belang dat in geval van brand of een ongeval de brandweer en overige overal hulpdiensten snel bij een locatie aanwezig kunnen zijn. Daarbij dienen toegangswegen vrij te zijn van obstakels. Dit artikel is voor de VR van belang om de gemeente te adviseren over bereikbaarheid en het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, ramp en crisis.

overnemen

komt voort uit omgevingsplan

Artikel 7.5 Mor

is gelijk

?

mogelijk

Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o

Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv overal een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden.

afhankelijk van de lokale verordening

Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o

Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. In veel van onze partner gemeenten kan overal deze regel in zijn geheel geschrapt worden. Reclame wordt in deze situatie alleen beoordeeld op de aanwezigheid van een bouwactiviteit (hierbij zijn welstand en de constructiemethode belangrijke overwegingen).

afhankelijk van de lokale verordening

Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. Ook kan er sprake zijn van plaatsing/ overal toestaan onder bepaalde voorwaarden. Indien het plan aan de voorwaarden voldoet is er zelfs geen melding nodig. Wanneer er niet wordt voldaan aan de voorwaarden is handhaving nog altijd mogelijk.

afhankelijk van de lokale verordening

overnemen

komt voor uit omgevingsplan

Artikel 7.6 Mor

is gelijk

?

mogelijk

overnemen

Artikel 7.7 Mor

is gelijk

?

mogelijk

Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o

overnemen

Erfgoedwet art. 9.1 (wat verwijst naar &1 van Hfd. 5 is gelijk uit Monumentenwet 1988)

ja

nee

Kan overal van toepassing zijn

monument

afhankelijk van de lokale verordening

Art

Aanvullingsbesluit bodem

22.30

toevoeging van onderdeel c bij art 22.20: Beoordelingsregels 22.2.7.2 Binnenplanse aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen. Betreffen omgevingsplanactiviteit eisen aan bouwen op al dan niet verontreinigde grond. bouwwerken

Bodem

PM

22.30a

Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw.

22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bodem

22.30b

voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw: na einde activiteit

Bodem

22.34

toevoeging van onderdeel j bij art 22.34: onderzoeken als bedoeld in par 5.2.2. moeten als aanvraagvereisten toegevoegd worden

22.39

22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bodem

22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken toevoeging van lid 4 bij art 22.39: het tweede lid geldt niet Bodem voor activiteiten in par. 22.3.7 (Bodembeheer, gereserveerd) van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan

overnemen

Woningwet

is gelijk

nee

iedere gemeente

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

Woningwet

is gelijk

nee

iedere gemeente

Er mag niet gebouwd worden indien meer dan 25 m3 bovemvolume met een concentratie boven overal de interventiewaard aanwezig is (volume criterium geldt niet voor asbest).

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

Woningwet

is gelijk

nee

iedere gemeente

Een gebouw mag pas in gebruik genomen worden nadat college B&W is geïnformeerd over wijze vwaarop sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen.

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

Woningwet

is gelijk

nee

iedere gemeente

Er dient een bodemonderzoek toegevoegd te overal worden (kan ook historisch onderzoek zijn) om de kwaliteit van de bodem vast te kunnen stellen.

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

22.123

Toepassingsbereik

22.3.7.1 Nazorg na saneren Bodem van de bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

nee

iedere gemeente

22.124

Nazorg na afloop van saneren van de bodem

22.3.7.1 Nazorg na saneren Bodem van de bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen

nee

iedere gemeente

Toepassingsbereik

22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde

22.126

Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit

22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde

Bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb

is gelijk

nee

iedere gemeente

22.127

Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende bodem

22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde

Bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb

is gelijk

nee

iedere gemeente

22.128

Bodem en afval: milieukundige begelding bij nazorg

22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde

Bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb

is gelijk

nee

iedere gemeente

22.125

22.129

22.130

22.131

22.132

Bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen art 28 Wbb

is gelijk

nee

iedere gemeente

Toepassingsbereik

par. 22.3.7.3. Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

Bodem: mitigerende maatregelen

par. 22.3.7.3. Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

Toepassingsbereik

22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen

Bodem

PM

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen.geen

nee

iedere gemeente

Voorafgaand bodemonderzoek

22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen

Bodem

PM

overnemen

Het betreft nu maatwerk ipv een BUS melding. De meldplicht en op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen. informatieplicht wordt overgenomen uit het BAL.

nee

iedere gemeente

Bodem

Bodem

c. ingeval de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie; 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van overal de bodem, als het technisch en milieuhygiënisch mogelijk is om sanerende of andere beschermende maatregelen te treffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is een sanering die is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

op inhoud met de bodem mensen overleggen

PM

PM

overnemen

overnemen

op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 29 Wbb

op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 29 Wbb

Geen

geen

nee

nee

iedere gemeente

iedere gemeente

overal

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als sanering van de bodem overal heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. Eigenaar, erfpachter of gebruiker locatie treft de noodzakelijke maatregelen voor onbaalde tijd instandhouden, onderhouden of vervangen afdeklaag na sanering van bodem o.g.v. BAL, omgevingsplan, omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift. Dit geldt ook voor tijdelijke overal beschermingsmaatregelen die bron niet wegnemen maar blootstellingsroute blokkeren als bedoeld in artikel 19.9c Ow.

Van toepassing op graven in bodem in bodemvolume kleiner of gelijk aan 25 m3 en sprake is van beschikking artikel 29 Wbb jo 37 Wbb is verleend, waarbij is vastgesteld dat geen sprake is van risico voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is, of locaties waar de bodem o.g.v. bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond van 29 Bkk, diffuus is verontrenigd tot boven de I-waarde. Graven omvat ook zeven van uitkomende grond op dezelfde locatie, tijdelijk opslaan van grond en het terugplaatsen van deze grond. Geldt niet voor graven in waterbodem.

Bij een activiteit als bedoeld in 22.125 verstrekt minimaal 5 werkdagen voor begin activiteit gegevens en bescheiden aan bevoegd gezag over: begrenzing locatie, verwachte startdatum en duur activiteit. Wijzigingen in begrenzing locatie en startdatum worden onverwijld aan college B&W gemeld. Geldt niet bij tijdelijke uitname en bij spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur.

overal

overal

Vrijkomende grond mag niet langer dan 8 weken in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie overal worden opgeslagen. Activiteiten als genoemd in 22.125 worden milieukundig begeleidt conform BRL6000 als op locatie sprake is van een afdeklaag in de vorm overal van leeflaag of andere duurzame afdeklaag en de ontgraving dieper reikt dan deze laag.

Gaat om beschikte locaties (ernstig, geen spoed) en diffuus verontreinigde gebieden (op basis bodemkwaliteitskaart). Niet voor spoedlocaites of waterbodem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10978929/1