6. Bijlage bij toelichting 6 Rapport waterhuishoudingsplan
Tekst van het document
Rapport
Gemeente Someren Groote Hoeven Waterhuishoudingsplan
Gemeente Someren Groote Hoeven Waterhuishoudingsplan
Projectnummer: Rapportnummer: Status: Datum:
SOM025 / MVB 1 Concept 16 september 2016
Opsteller: DS
…..
Verificatie: PP
…..
Validatie: HD
…..
Gemeente Someren
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................................... 1
1.1
Algemeen ...................................................................................................................................1
1.2
Plangebied ..................................................................................................................................1
2
Huidige kenmerken plangebied............................................................................................. 3
2.1
Hoogteligging .............................................................................................................................3
2.2
Oppervlaktewater .....................................................................................................................3
2.3
Grondwater ................................................................................................................................4
2.4
Bodem ........................................................................................................................................5
2.5
Doorlatendheid .........................................................................................................................5
3
Verhard oppervlak ................................................................................................................... 7
3.1
Huidige verhard oppervlak ......................................................................................................7
3.2
Toekomstig verhard oppervlak ...............................................................................................7
4
Wateropgave ............................................................................................................................ 9
5
Hemelwaterafvoer ................................................................................................................. 11
5.1
Wadi's ....................................................................................................................................... 11
5.2
Greppels ................................................................................................................................... 11
5.3
Varianten hemelwateropgave ............................................................................................... 11
5.4
Variant ‘Oppervlakkige afstroom’ ......................................................................................... 11
5.5
Variant ‘Infiltratieriolen’ ........................................................................................................15
5.6
Afvoer uit bergingsvoorzieningen ......................................................................................... 16
5.7
Aangrenzend gebied ............................................................................................................... 17
5.8
Klimaat ..................................................................................................................................... 17
5.9
Voorlichting en beheer ........................................................................................................... 17
6
Vuilwaterafvoer ..................................................................................................................... 19
7
Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................ 21
7.1
Conclusie.................................................................................................................................. 21
7.2
Aanbevelingen......................................................................................................................... 21
Bijlagen Bijlage 1
Berekeningen goot en wegprofiel oppervlakkige afvoer ......................................... 1
Bijlage 2
Berekening ledigingsvoorziening ............................................................................... 3
Bijlage 3
Geohydrologisch bodemonderzoek ............................................................................ 5
i
Gemeente Someren
1
Inleiding
1.1
Algemeen
Inleiding
De gemeente Someren is voornemens om een woningbouwlocatie te ontwikkelen aan de zuidzijde van de kern Someren, genaamd ‘Groote Hoeven’. Kragten is gevraagd om een waterhuishoudingsplan op te stellen voor deze toekomstige woningbouwlocatie. De gemeente heeft de wens om hemelwater zo veel mogelijk oppervlakkig af te voeren en binnen het plangebied vast te houden. In dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt in hoeverre dit mogelijk is. Dit waterhuishoudingsplan vormt de basis voor de watertoets in het bestemmingsplan.
1.2
Plangebied De locatie Groote Hoeven wordt begrensd door de Kommerstraat, de Zandstraat, de Hooghoefweg en de Loovebaan. Afbeelding 1: Plangebied Groote Hoeven
1
Gemeente Someren
2
Huidige kenmerken plangebied
2.1
Hoogteligging
Huidige kenmerken plangebied
Er is door Coenradi een hoogtemeting uitgevoerd van het plangebied Groote Hoeven. Verder is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) geraadpleegd om een goed beeld te verkrijgen van de hoogteligging. De gegevens van de hoogtemeting komen over het algemeen goed overeen met de AHN. De grootste afwijking is het ontbreken van de Hooghoefweg (de nieuwe weg aan de zuidzijde van het plangebied) in de AHN. Uit de gegevens van de hoogteligging blijkt dat het grootste deel van het plangebied hoger ligt dan het omliggende gebied. Het maaiveld in het westelijke en centrale deel van het plangebied ligt grofweg tussen de 27,0 en 27,7 m + NAP. Het hoogst gelegen punt van de kant verharding van het fietspad langs de Hooghoefweg aan de zuidzijde van het plangebied ligt op ongeveer 28,2 m + NAP. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een lager gelegen perceel op een gemiddelde hoogte van ongeveer 26,4 m +NAP
Afbeelding 2: Uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2)
2.2
Oppervlaktewater De locatie Groote Hoeven ligt in het beheersgebied van waterschap Aa en Maas. Er ligt een schouwsloot langs de Zandstraat aan de zuidoostzijde van het plangebied. Verder liggen er geen waterlopen in de directe nabijheid van het plangebied.
3
Huidige kenmerken plangebied
Gemeente Someren
Afbeelding 3: Legger oppervlaktewater waterschap Aa en Maas
2.3
Grondwater Er staan vier peilbuizen met bruikbare meetgegevens van grondwaterstanden in de nabijheid van het plangebied. Het betreft de peilbuizen B51H1860, B51H1862, B51H1863 en B51H0212 zoals weergegeven in onderstaande figuur. Afbeelding 4: Locatie peilbuizen Dinoloket
De filters van deze peilbuizen staan allen in het freatisch grondwater. De meeste oostelijk gelegen peilbuis (B51H0212) heeft de langste meetreeks. De andere drie peilbuizen zijn te kort bemeten om een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te kunnen bepalen. Het maaiveld ter plaatse van peilbuis B51H0212 bedraagt NAP +27,1 m. In onderstaande figuur is het verloop van de grondwaterstand in deze peilbuis weergeven. De GHG uit deze metingen is bepaald op 25,0 m + NAP.
4
Gemeente Someren
Huidige kenmerken plangebied
Afbeelding 5: Grafiek grondwaterstand peilbuis B51H0212
De grondwaterstroming in het plangebied is noordoostelijk van richting (Grondwaterkaart van Nederland). De hoogst gemeten grondwaterstanden in de twee peilbuizen ten noorden van het plangebied (B51H1860 en B51H1862) liggen ongeveer 0,7 meter lager dan die van peilbuis B51H0212. De hoogst gemeten grondwaterstanden in de peilbuis net ten oosten van het plangebied (B51H1863) liggen ongeveer 0,1 meter lager dan die van peilbuis B51H0212. Tijdens het veldwerk op 17 augustus 2016 is door Econsultancy een grondwaterstand gemeten van 24,7 m +NAP. Vanwege de erg natte periode die aan deze meting vooraf ging is dit echter geen representatieve grondwaterstand voor de periode van het jaar waarin deze gemeten is. Op basis van de beschikbare grondwaterstand gegevens verwachten we een GHG van 25,0 m +NAP in het plangebied. Deze waarde is gebaseerd op de gegevens van peilbuis B51H0212. Deze peilbuis is met betrekking tot de grondwaterstroming iets bovenstrooms gelegen van het plangebied.
2.4
Bodem Uit de kartering van STIBOKA blijkt dat de bovengrond van het plangebied een Hoge zwarte Enkeerdgrond is. De boorstaten uit het geohydrologlogisch bodemonderzoek van Econsultancy d.d. 25-08-2016 laten zien dat deze laag 2 meter dik is.
Hoge zwarte Enkeerdgronden hebben in de regel problematische waterhuishoudkundige eigenschappen. Daaraan gekoppeld is ook de zuurstofvoorziening naar de bodem beneden maats. Deze gronden zijn gevoelig voor interne slemp. De leemfractie gaat -met name in onnatuurlijk losse omstandigheden- in suspensie. Er ontstaat dan in de toplaag een ‘leisteenstructuur’ die de zuurstofvoorziening naar het onderliggende pakket en percolatie van (regen-)water bemoeilijkt.
2.5
Doorlatendheid Er is een geohydrologisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Het rapport van het geohydrologisch onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Bij het onderzoek zijn met behulp van een edelmanboor acht boringen geplaatst. Van deze boringen zijn er zeven stuks tot 3,0 m -mv doorgezet en is één boring tot 4,25 m -mv doorgezet. De diepste boring is afgewerkt als peilbuis. Verder zijn er acht in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd met de Falling head-methode. De hoogst gemeten doorlatendheid bedraagt 2,4 meter per dag. De laagst gemeten doorlatendheid bedraagt 0,3 meter per dag. De gemiddeld gemeten doorlatendheid bedraagt 1,0 meter per dag. De doorlatendheid van de aanwezige zandlagen wordt geclassificeerd als matig tot redelijk doorlatend. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen, vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Voor de dimensionering van toekomstige infiltratievoorzieningen, wordt geadviseerd een rekenwaarde te hanteren van 0,5 m/dag.
5
Gemeente Someren
3
Verhard oppervlak
Verhard oppervlak Om de wateropgave voor het plan te kunnen bepalen is de totale omvang van het te verwachten verharde oppervlak in Groote Hoeven het belangrijkste uitgangspunt. Daarnaast is het oorspronkelijke c.q. huidige verharde oppervlak van belang.
3.1
Huidige verhard oppervlak Het huidige verhard oppervlak is bepaald op basis van de GBKN. In onderstaande figuur is het huidige verhard oppervlak weergegeven. Het huidige verhard oppervlak is gelegen aan de Loovebaan en bestaat uit de dakoppervlakken en terreinverhardingen van de sporthal, brandweerkazerne en gemeentewerf. Het huidige verhard oppervlak bedraagt 16.754 m2. Afbeelding 6: Huidig verhard oppervlak
Verharding Perceel zendmast Dakoppervlak
3.2
Toekomstig verhard oppervlak Het te verwachten verhard oppervlak is bepaald op basis van de verkavelingstekening van LOS Stad om Land. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen woningen (daken), openbaar verhard oppervlak en particuliere erven. Voor de te verwachten particuliere verharding is een percentage van 25% van het particuliere erfoppervlak (perceeloppervlak minus dakoppervlak) gehanteerd. Bij kleine percelen zal dit percentage hoger liggen en bij grote percelen zal dit percentage lager liggen. Over het plan gezien is de perceelgrootte echter redelijk gedifferentieerd. Het te verwachten oppervlak aan particuliere verharding bedraagt 46.728 m2 * 25% = 11.682 m2.
7
Verhard oppervlak
Gemeente Someren
Afbeelding 7: Toekomstig verhard oppervlak
Het te verwachten verhard oppervlak in de plansituatie bedraagt 30.994 (openbaar verhard) + 17.480 (daken woningen) + 11.682 (particuliere verharding) = 60.156 m2. De toename van het verhard oppervlak bedraagt 60.156 - 16.754 = 43.402 m2.
8
Gemeente Someren
4
Wateropgave
Wateropgave De locatie Groote Hoeven ligt in het beheersgebied van waterschap Aa en Maas. Voor het bepalen van de wateropgave bij toename van verhard oppervlak hanteert waterschap Aa en Maas de hydrologische uitgangspunten van de Keurregels voor afvoeren van hemelwater van de Brabantse waterschappen. Omdat er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 10.000 m2 is volgens deze uitgangspunten de ‘Beleidsregel’ van toepassing. Volgens de ‘Beleidsregel’ moet, voor een toename van het verhard oppervlak, de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m). Daaruit volgt de omvang van de vereiste wateropgave in kubieke meters (m3). Door het toepassen van infiltratievoorzieningen kan de omvang van de wateropgave worden beperkt. De infiltratiecapaciteit moet dan meegeteld worden in de berekening van de compensatieberging. Omdat de doorlatendheid van de bodem slechts als matig tot redelijk wordt geclassificeerd tellen wij de infiltratiecapaciteit niet mee in de compensatieberging berekening. Voor de Groote Hoeven bedraagt de wateropgave daarom 43.402 m2 * 0,06 m = 2.604 m3. De gemeente Someren gaat uit van de afwikkeling van hemelwater in de openbare ruimte en niet op particuliere percelen. De benodigde wateropgave moet hierdoor volledig in de openbare ruimte ingepast worden.
9
Gemeente Someren
5
Hemelwaterafvoer
Hemelwaterafvoer Voor de invulling van de hemelwateropgave zijn in dit hoofdstuk de volgende varianten uitgewerkt: - Oppervlakkige afstroom via het wegprofiel richting greppels en wadi’s. - Afstroom via infiltratiebuizen richting watergangen en wadi’s.
5.1
Wadi's Langs de randweg aan de zuidzijde is sprake van een geluidscontour. In deze geluidscontour wil de gemeente zo min mogelijk percelen uitgeven. In de ruimte die overblijft kunnen oppervlakkige waterbergingen aangelegd worden, zogenaamde wadi’s. Voor het dimensioneren van de wadi’s zijn in dit plan de volgende uitgangspunten aangehouden: - De bodem van de wadi’s wordt minimaal 25 centimeter boven GHG gelegd: 25,0 + 0,25 = 25,25 meter + NAP. - Er wordt uitgegaan van een maximale waterbergende schijf van 0,5 meter om de wateropgave in te vullen. Dit wordt aangehouden om te borgen dat de wadi’s niet te diep worden met het oog op de inpassing in de omgeving. - Er wordt een waking aangehouden van 25 centimeter tussen de maximale waterstand (wateropgave) en het laagste maaiveldniveau. Met deze waking wordt een robuust hemelwatersysteem verkregen. Verder kan de neerslag die rechtstreeks in de wadi terecht komt geborgen worden in de waking. - De maximale waterbergende schijf (0,5 m) en waking (0,25 m) resulteren in een diepte van de wadi’s van 0,75 meter ten opzichte van het maatgevende (laagste) maaiveldniveau in het plangebied. - Om te borgen dat de wadi’s maaibaar zijn met een kooimaaier mogen de taluds niet steiler zijn dan 1:4.
5.2
Greppels In het plan komt een hoofdverkeersroute, het zogenaamde lint, van oost naar west die halverwege aanprikt op de randweg aan de zuidzijde. In het stedenbouwkundig plan is een greppel geprojecteerd langs dit lint. Ook langs de woonstraat aan de noordoostzijde van het plan is een greppel voorzien. De greppels zijn betrokken in het watersysteem. Voor het profiel van de greppel wordt uitgegaan van: - Een insteekbreedte van 2 meter. - Een diepte van 0,5 meter. - Een bodembreedte van 0,5 meter. - Taluds van 1:1,5. Omdat er een waking van 0,25 meter wordt gehanteerd draagt de berging in de greppel tot een waterstand van 0,25 meter bij aan de wateropgave. De berging per strekkende meter greppel bedraagt 0,22 m3/m.
5.3
Varianten hemelwateropgave Voor de invulling van de hemelwateropgave zijn de volgende varianten uitgewerkt: - Oppervlakkige afstroom via het wegprofiel richting greppels en wadi’s. - Afstroom via infiltratiebuizen richting watergangen en wadi’s. Onderstaand zijn de varianten uitgewerkt.
5.4
Variant ‘Oppervlakkige afstroom’ In deze variant wordt het hemelwater uit het plangebied zo veel mogelijks bovengronds via goten in het wegprofiel naar de greppels en wadi’s getransporteerd. Ook zijn er straten die ‘op één oor liggen’. Deze straten wateren af naar één zijkant.
11
Hemelwaterafvoer
Gemeente Someren
Bij oppervlakkige afstroming via goten in het straatprofiel is er een bepaald verhang nodig in de goten. Er wordt uitgegaan van een minimaal benodigd verhang van 3 promille voor de goten. Om de hoogteverschillen in het plangebied in te perken wordt een maximale gootlengte aangehouden van ongeveer 130 meter. Bij een gootlengte van 130 meter is een hoogteverschil van 0,39 meter nodig. Aan de oostzijde van het huidige plangebied ligt een laag gelegen perceel op een gemiddelde hoogte van ongeveer 26,4 m +NAP. Het maaiveld in de rest van het plangebied ligt grofweg tussen de 27,0 en 27,7 m +NAP. Wij adviseren om het laag gelegen perceel aan de oostzijde van het plangebied op te hogen zodat er een vlak plangebied ontstaat. Voor dit waterhuishoudingsplan wordt een maaiveldhoogte in de plansituatie aangenomen die verloopt van 27,5 tot 27,0 meter +NAP. Wij adviseren om de werkelijke uiteindelijke maaiveldhoogte te bepalen aan de hand van een grondbalans voor het plangebied. Afbeelding 8: Variant oppervlakkige afvoer
In de straten met bovengrondse afvoer van hemelwater wordt een omgedraaid dakprofiel toegepast met een goot in het midden. Dit (principe)profiel is weergegeven in onderstaande figuur: Afbeelding 9: Principe profiel straat met omgekeerd dakprofiel en goot
12
Gemeente Someren
Hemelwaterafvoer
De goot heeft een breedte van 1 meter en de rijbaan een breedte van 5 meter exclusief banden. Bij het dimensioneren van de goten is uitgegaan van de volgende ontwerprichtlijnen: - Het totaal verhard oppervlak bedraagt ongeveer 6,0 ha en de totale lengte van de straten is ongeveer 2.650 m. Het verhard oppervlak per strekkende meter goot bedraagt gemiddeld 23 m2/m. - De goten krijgen een verhang van 3 promille. - Op een goot met een lengte van 130 voert zit ongeveer 2.990 m2 verharding af. - Bij een neerslagintensiteit van 90 l/s/ha (Bui 06 Leidraad Riolering, herhalingstijd 1 jaar) moet het water binnen het gootprofiel blijven. - Bij een neerslagintensiteit van 210 l/s/ha (Bui 10 Leidraad Riolering, herhalingstijd 10 jaar) moet het water binnen de bandenlijn blijven. In bijlage 1 zijn berekening opgenomen van een goot met een lengte van 130 meter bij een neerslag intensiteit van respectievelijk 90 en 210 l/s/ha. De energie verhanglijn blijft in deze berekeningen onder de 3 promille. De goten voldoen hiermee aan bovenstaande ontwerprichtlijnen. In het lengteprofiel van het lint (hoofdverkeersroute van oost naar west) is een hoogteverschil aangebracht. In de lengterichting loopt de weg steeds af richting een groenzone. Zodoende kan water dat op straat treedt afstromen naar de groenzones, zonder dat het tot overlast leidt.
Omdat de greppel langs het lint in deze variant niet voldoende capaciteit heeft om het aangesloten hemelwater af te voeren richting de wadi’s wordt er een infiltratieriool gelegd onder de rijbaan van het lint. Hiervoor wordt een infiltratieriool toegepast met een diameter van 800 mm. De bergingscapaciteit van dit infiltratieriool, met een lengte van 530 meter, bedraagt 266 m3 en draagt bij aan de wateropgave. Voor de duikers in de greppel en de instroom vanuit de greppel in het infiltratieriool moeten leidingen toegepast worden met een minimale diameter van 300 mm. Om de leegloop van de wadi’s mogelijk te maken (zie paragraaf 5.6 ) moeten de wadi’s met elkaar verbonden worden via greppels en duikers met een diameter van 300 mm. De wateropgave van 2.604 m3 wordt in deze variant als volgt ingevuld: - Berging in de greppels 227 m3 (lengte 1.035 m). - Berging in het infiltratieriool 266 m3. - Berging in de wadi’s 2.111 m3. Indien er 2.111 m3 water geborgen moet worden met een waterbergende schijf van 0,5 meter moet er voor de wadi’s een gemiddeld wateroppervlak van 4.222 m2 aangehouden worden. Het totale oppervlak (op insteekniveau) is groter en afhankelijk van de vormgeving. Tabel 1: Berging in de wadi’s bij variant oppervlakkige afvoer
Wadi
Diepte* [m]
Waking
Talud [-]
Gemiddeld wateroppervlak [m2]
Berging [m3]
1
0,75
0,25
1:4
1.070
535
2
0,75
0,25
1:4
1.100
550
3
0,75
0,25
1:4
195
97
4
0,75
0,25
1:4
1.500
750
5
0,75
0,25
1:4
370
185
In afbeelding 8 is een mogelijke inpassing van de wadi’s opgenomen. De uiteindelijke inpassing van de wadi’s kan landschappelijk ingepast worden in het plan Groote Hoeven. Het aantal kubieke meter waterberging moet hierbij voldoen aan de opgave uit dit rapport. Tevens dienen de wadi’s onderling verbonden te zijn en een overloopmogelijk te hebben naar laaggelegen maaiveld.
13
Hemelwaterafvoer
Gemeente Someren
De bovengrondse afvoer van hemelwater over het straatprofiel brengt een aantal aandachtspunten met zich mee. Omdat de afvoer niet ondergronds plaatsvindt kan er niet gewerkt worden met de traditionele huisaansluitingen voor hemelwaterafvoer. Het hemelwater vanaf de particuliere percelen moet bovengronds op de erfgrens aangeboden worden. Dit zal voornamelijk aan de voorzijde van de percelen plaatsvinden. Voor de opvang en afvoer van hemelwater van de percelen zijn meerdere oplossingen mogelijk. Het hemelwater kan bovengronds afgevoerd worden met goten aan de voorzijde van de woning. De regenpijpen moeten dan voorzien worden van een uitstroom op maaiveldniveau. Afbeelding 10: Voorbeelden van hemelwateraansluitingen over maaiveld
Het hemelwater van de percelen kan ook ondergronds afgevoerd worden via een leiding met een spuwer of uitstroomkolk op de perceelsgrens. Een spuwer heeft de omgekeerde werking van een straatkolk. De terreinleiding blijft hierbij vol water staan. Een aandachtspunt hierbij is dat putjes, voor de afvoer van bijvoorbeeld het terras, vol water blijven staan als het instroomniveau onvoldoende hoger ligt dan het uitstroomniveau van de spuwer. Afbeelding 11: Voorbeelden van hemelwateraansluitingen met spuwer of uitstroomkolk
Bij kruisingen van straten moet aandacht zijn voor het inpassen van de goten. Bij het toepassen van een omgedraaid dakprofiel met een goot in het midden van de straat kruisen de goten met de rijbaan ter plaatsen van een kruising. Op locaties waar dit niet wenselijk is kan een ‘zinker’ onder de kruising door toegepast worden. Deze zinker bestaat uit een kolk die aangesloten wordt op een afvoerleiding en een uitstroomkolk. Voordelen oppervlakkige afvoer - De beleving van de afwikkeling van hemelwater is erg goed. - Er zijn geen of weinig kolken nodig in een straat met oppervlakkige afvoer over maaiveld. - Niet in elke straat is een hemelwaterriool nodig. Nadelen oppervlakkige afvoer - De goten hebben impact op de inrichting van de openbare ruimte.
14
Gemeente Someren
5.5
Hemelwaterafvoer
Variant ‘Infiltratieriolen’ In deze variant wordt het hemelwater uit het plangebied via ondergrondse leidingen naar de wadi’s getransporteerd. Er worden hiervoor infiltratieriolen met een diameter van 500 mm toegepast. Voor de verzamelleidingen bij de uitstroom op de wadi’s worden infiltratieriolen met een diameter van 600 mm toegepast. De bergingscapaciteit van de infiltratierioleringen draagt bij aan het invullen van de wateropgave. De bergingscapaciteit in de infiltratieriolen bedraagt 544 m3. Dit is als volgt berekend: - De totale lengte van de infiltratieriolen met diameter van 500 mm is 2636 m. Deze riolen hebben een bergingscapaciteit van 516 m3. - De totale lengte van de infiltratieriolen met diameter van 600 mm is 100 m. Deze riolen hebben een bergingscapaciteit van 28 m3. Afbeelding 12: Variant infiltratieriolen
De wateropgave van 2.604 m3 wordt in deze variant als volgt ingevuld: - Berging in de greppels 101 m3 (lengte 460 m). - Berging in het infiltratieriool 544 m3. - Berging in de wadi’s 1.959 m3. Indien er 1.959 m3 water geborgen moet worden met een waterbergende schijf van 0,5 meter moet er voor de wadi’s een gemiddeld wateroppervlak van 3.918 m2 aangehouden worden. Tabel 2: berging in de wadi’s bij variant infiltratieriolen
Wadi
Diepte* [m]
Waking
Talud [-]
gemiddeld wateroppervlak [m2]
berging [m3]
1
0,75
0,25
1:4
890
445
2
0,75
0,25
1:4
1.090
545
3
0,75
0,25
1:4
190
95
4
0,75
0,25
1:4
1.490
745
5
0,75
0,25
1:4
360
180
15
Hemelwaterafvoer
Gemeente Someren
In afbeelding 12 is een mogelijke inpassing van de wadi’s opgenomen. De uiteindelijke inpassing van de wadi’s kan landschappelijk ingepast worden in het plan Groote Hoeven. Het aantal kubieke meter waterberging moet hierbij voldoen aan de opgave uit dit rapport. Tevens dienen de wadi’s onderling verbonden te zijn (bijvoorbeeld via het infiltratieriool stelsel) en een overloopmogelijkheid te hebben naar laaggelegen maaiveld. Bij afstroming via infiltratieriolen is geen maaiveld verhang nodig. Er wordt bij deze variant uitgegaan van een vlak maaiveldverloop. Aan de oostzijde van het huidige plangebied ligt een laag gelegen perceel op een gemiddelde hoogte van ongeveer 26,4 m +NAP. Het maaiveld in de rest van het plangebied ligt grofweg tussen de 27,0 en 27,7 m +NAP. Wij adviseren om het laag gelegen perceel aan de oostzijde van het plangebied op te hogen zodat er een vlak plangebied ontstaat. Voor dit waterhuishoudingsplan wordt de maaiveldhoogte in de plansituatie aangenomen op 27,3 meter +NAP. Wij adviseren om de werkelijke uiteindelijke maaiveldhoogte te bepalen aan de hand van een grondbalans voor het plangebied. Voordelen afvoer via infiltratieriool - De bergingscapaciteit van de infiltratieriolen draagt bij aan de invulling van de wateropgave. - Door de ondergrondse afvoer heeft nauwelijks tot geen invloed op de inrichting van de bovenliggende openbare ruimte.
Nadelen afvoer via infiltratieriool - De beleving van de afwikkeling van hemelwater is minder.
5.6
Afvoer uit bergingsvoorzieningen De afvoer uit de bergingsvoorzieningen voor hemelwater kan via infiltratie in de bodem plaatsvinden. De infiltratiecapaciteit van de bodem is slechts matig tot redelijk. Om te borgen dat de bergingsvoorzieningen na een neerslagperiode tijdig beschikbaar zijn voor eventuele opvolgende neerslagperioden, adviseren wij om een aanvullende ledigingsvoorziening te realiseren. Deze ledigingsvoorziening kan bestaan uit een dam of stuw van doorlatend materiaal of een afvoerconstructie. Een afvoerconstructie bestaat uit een schot met een gat of een dam met een pijp. De capaciteit van de ledigingsvoorziening mag volgens het beleid van waterschap Aa en Maas maximaal 2 l/s/ha zijn. De enige afvoermogelijkheid die wij zien voor de aanvullende leegloop van de bergingsvoorzieningen voor het plangebied Groote Hoeven is de schouwsloot naast de Zandstraat richting de Kleine Aa (zie ook afbeelding 3). Voor het verhard oppervlak van het plangebied van ongeveer 6 ha mag een ledigingsvoorziening worden toegepast met een capaciteit van 6 x 2 = 12 l/s. Voor de ledigingsvoorziening stellen wij een schot voor met daarin een gat van 115 mm. De bovenzijde van het schot moet gelijk zijn aan de het insteekniveau van de wadi of greppel waarin het schot geplaatst wordt. In bijlage 2 is een berekening opgenomen van de capaciteit van deze ledigingsvoorziening.
Om een voldoende betrouwbare afvoer te kunnen garanderen voor de ledigingsvoorziening en een noodoverloop bij extreme neerslag adviseren wij om duikers richting en in de schouwsloot toe te passen met een diameter van minimaal 400 mm. Uit een veldinventarisatie blijkt dat de duikers in de greppel naast de Zandstraat niet allemaal van een voldoende grote diameter (400mm) zijn. Bij de inventarisatie kon door overmatige begroeiing van de schouwsloot niet eenduidig vastgesteld worden hoe en waar deze aansluit op de Kleine Aa. De duikers in de schouwsloot naast de Zandstraat moeten aangepast worden om een voldoende betrouwbare afvoer te kunnen garanderen.
De leeglooptijd van het hemelwatersysteem via de ledigingsvoorziening bedraagt 60 uur ofwel 2,5 dagen. Dit is een acceptabele leeglooptijd. In de praktijk zal het systeem echter sneller ledigen omdat de infiltratiecapaciteit van de wadi’s in infiltratiebuizen niet mee is genomen in de berekening van de leeglooptijd.
16
Gemeente Someren
5.7
Hemelwaterafvoer
Aangrenzend gebied Het plangebied van Groote Hoeven ligt hoger dan het aangrenzend bestaand bebouwd gebied (Kommerstraat, Loovebaan en Zandstraat). Bij grote hoeveelheden neerslag is dit een aandachtpunt. Er moeten maatregelen getroffen worden om te borgen dat water dat op straat treedt in het plangebied niet afstroomt naar bestaand gebouwd gebied. Er wordt geadviseerd om een verhoging aan te leggen in het lengteprofiel van de straten, op de plekken waar deze aansluiten op een lager gelegen weg. Dit is het geval bij de fietsverbindingen die aansluiten aan de Kommerstraat en Zandstraat en ook bij de ontsluiting op de Loovebaan. Wij adviseren om een verhoging aan te brengen van 10 cm. De verhoging kan bijvoorbeeld bestaan uit een verkeersdrempel. De hoogte van de insteek van wadi’s ter plaatste van een aangrenzend leger gelegen gebied zijn een aandachtpunt. Wij adviseren om deze insteek 10 cm boven de maatgevende (laagste) maaiveldhoogte van het plangebied te leggen.
5.8
Klimaat STOWA heeft een onderzoek uitgevoerd naar bij te stellen neerslagstatistieken op basis van klimaatscenario’s voor het jaar 2050. In deze bijgestelde neerslagstatistieken wordt een neerslaghoeveelheid verwacht die eens in de 100 jaar wordt overschreven gedurende 24 uur van 85 tot 100 mm. De door STOWA verwachtte neerslaghoeveelheid van 100 mm leidt voor het plangebied Groote Hoeven tot een afstromende hoeveelheid hemelwater van 6.016 m3 in 24 uur. De wateropgave voor Groote Hoeven bedraagt 2.604 m3. Door de ledigingsvoorziening kan in 24 uur 1036 m3 water afgevoerd worden. Het overschot aan hemelwater bedraagt 2.376 en moet geborgen kunnen worden op maaiveld zonder dat dit tot wateroverlast leidt. Toets variant oppervlakkige afvoer Een deel van het hemelwater overschot kan geborgen worden in de waking van de wadi’s. In de wadi’s van de variant met oppervlakkige afvoer zit een waking van ruim 1.101 m3 (4.404 m2 x 0,25 m). Het resterende overschot aan hemelwater van 1.275 m3 moet geborgen kunnen op openbare verhardingen en in openbaar groen. Bij deze variant zijn de hoogteverschillen ten behoeve van de oppervlakkige afvoer een aandachtpunt. Indien er wordt uitgegaan van een gemiddelde waterhoogte op maaiveld van 10 cm is er een oppervlak nodig van 1,3 ha openbare ruimte (verharding en/of groen) die niet verhoogd ligt ten behoeve van oppervlakkige afvoer.
Wij adviseren om de groenzone aan de zuidzijde van het plangebied (ongeveer 1,3 ha) op gelijke hoogte (of lager) te leggen met de rijbaan (van een straat die niet verhoogd ligt ten behoeve van oppervlakkige afvoer). Zodoende leidt de klimaatbui niet tot overlast. Toets variant infiltratieriool Een deel van het hemelwater overschot kan geborgen worden in de waking van de wadi’s. In de wadi’s van deze variant met infiltratieriool zit een waking van ruim 973 m3 (3.894 m2 x 0,25 m). Het resterende overschot aan hemelwater van 2.439 m3 moet geborgen worden op openbare verhardingen en in openbaar groen. Indien er wordt uitgegaan van een gemiddelde waterhoogte op maaiveld van 10 cm is er een oppervlak nodig van 2,3 ha openbare ruimte (verharding en/of groen). Het totale oppervlak van de rijbanen bedraagt ongeveer 1,5 ha. Wij adviseren om minimaal 0,8 ha aan groenzone in het plangebied op gelijke hoogte (of lager) te leggen met de rijbaan. Zodoende leidt de klimaatbui niet tot overlast.
5.9
Voorlichting en beheer Bij toepassing van een hemelwaterafvoer systeem, waarbij het af te voeren hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd wordt afgevoerd, dient de gemeente extra aandacht te besteden aan voorlichting en beheer. Dit is noodzakelijk om een zo goed mogelijke werking van het systeem te kunnen blijven garanderen. Voorlichting betreft enerzijds informatie over de werking van het stelsel en anderzijds de mogelijke gevolgen van verkeerde aansluitingen of verkeerd gebruik.
17
Hemelwaterafvoer
Gemeente Someren
Het hemelwater dat in het gebied valt komt in de bodem en het oppervlaktewater terecht. Om te voorkomen dat het regenwaterriool verstopt raakt en de bodem en het oppervlaktewater worden vervuild moeten de volgende regels worden nageleefd door de bewoners: - Vuil water zoals schrobwater moet afgevoerd worden via de gootsteen, maar niet in de goot of het putje in de straat. - Onkruid moet op natuurvriendelijke wijze verwijderd worden, er mogen geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen gebruikt worden. - Voor het verwijderen van groene aanslag op verhardingen moeten groene zeep, soda of biologisch afbreekbare middelen gebruikt worden, maar zeker geen agressieve milieubelastende producten. - Auto’s mogen niet op straat gewassen worden maar op een autowasplaats of bij een Carwash. - Vuurwerk bevat chemische stoffen en zware metalen. Deze mogen niet in de bodem en het oppervlaktewater terecht komen. Vuurwerkresten moeten daarom tijdig opgeveegd worden en met het restafval afgevoerd worden. - Op daken mogen geen uitloogbare materialen toegepast worden, zoals zink, lood of koper of bitumineuze dakbedekking waarbij teer of PAK’s kunnen vrijkomen. Gecoate materialen kunnen wel worden toegepast.
Voor een goed beheert hemelwatersysteem moet de gemeente de volgende aandachtspunten in acht nemen: - Het verstrekken van informatie aan de toekomstige gebruikers met betrekking tot het maken van juiste aansluitingen van de riolering. - Het voorschrijven van bladvangers in de regenpijpen van de op het infiltratieriool aangesloten gebouwen. - Het toepassen van kolken met voldoende zandvang en het voldoende frequent reinigen van de kolken. - Het reduceren van het strooien met dooizouten. - Het frequent reinigen van de wegen en parkeerplaatsen. - Het aanwijzen van honden uitlaatplaatsen en autowasplaatsen. - Het visueel inspecteren van de infiltratievoorzieningen op vervuiling en deze regelmatig opschonen. - Het informeren van de brandweer en politie over de aanwezige voorzieningen en instrueren over hoe te handelen bij een brand of andere calamiteiten.
18
Gemeente Someren
6
Vuilwaterafvoer
Vuilwaterafvoer Bij het dimensioneren van de vuilwaterafvoer is uitgegaan van de volgende ontwerprichtlijnen: - Drie inwoners per woning. - Vuilwaterproductie per inwoner 15 l/uur of 120 l/etm. - Maximaal 250 woningen. De omvang van de vuilwaterafvoer in Groote Hoeven bedraagt bij een gemiddeld aantal bewoners van 3 per woning en 250 woningen ongeveer 11,3 m3/u ofwel 3,1 l/s. Voor de afvoer van vuilwater wordt uitgegaan van leidingen met een diameter van 315 mm. De dichtstbijzijnde riolen waarop kan worden aangesloten bevinden zich in Wolfsveld (leidinghoogte 24,86+) en Zandstraat (leidinghoogte 24,10). Indien de vuilwater afvoer van Groote Hoeven op beide locaties (Wolfsveld en Zandstraat) wordt aangesloten kan de afvoer onder vrij verval plaatsvinden. Er is hierbij uitgegaan van een maatgevende (laagste) maaiveldhoogte van 27,0 m + NAP. Er is dan geen gemaal nodig.
19
Gemeente Someren
7
Conclusie en aanbevelingen
7.1
Conclusie
Conclusie en aanbevelingen
In het plangebied Groote Hoeven is voldoende ruimte beschikbaar voor de aanleg van waterbuffers c.q. wadi’s. Voor de afvoer en verwerking van hemelwater in het plangebied zijn 2 varianten uitgewerkt, één met oppervlakkige afvoer van hemelwater en één met ondergrondse afvoer via infiltratieriolen. Met beide varianten kan de hemelwateropgave voor het plangebied ingevuld worden. Beide varianten zijn daarom toepasbaar. In gezamenlijk overleg met de betrokkenen bij de plan kunnen de voor- en nadelen van de varianten afgewogen worden en kan een voorkeur vastgesteld worden voor één van de varianten. Met oog op duurzaamheid en beleving van water geven wij de voorkeur aan de variant met oppervlakkige afvoer.
7.2
Aanbevelingen Bouwpeilen Met het oog op de verwachte toename hevige neerslag als gevolg van klimaatverandering adviseren wij om voor de woningen een bouwpeil aan te houden van 30 cm boven de kruin van de weg. Leidingsdiameters De infiltratieriolen en goten in dit plan zijn globaal gedimensioneerd met een robuuste insteek. De dimensionering van de leidingdiameters en goten moet getoetst worden in een riolerings- c.q. afwateringsplan voorafgaand of tijdens het opstellen van het civieltechnische ontwerp. Hoge zwarte Enkeerdgronden De bovengrond in het plangebied bestaat uit Hoge zwarte Enkeerdgronden. Hoge zwarte Enkeerdgronden voldoen, met name na een bouwfase, niet zondermeer aan de minimum eisen voor tuin en plantsoen in de zin van het conformiteitsbeginsel. Het conformiteitsbeginsel omvat de minimale eisen die een bewoner/gebruiker in alle redelijkheid en billijkheid aan dat de grond ter plaatse van de tuinen mag stellen. Als na de oplevering problemen ontstaan die verhaald worden op de ontwikkelaar is het verhelpen van het probleem kostbaar. In de fase bouwrijp maken kunnen te verwachten problemen echter vrij makkelijk en goedkoop worden ondervangen. Door de bovengrond op te mengen met een grover zand kunnen de waterhuishoudkundige aspecten en daarmee ook de zuurstofvoorziening naar de bodem worden geoptimaliseerd.
Ons advies is daarom om de bovengrond te onderzoeken op de mate van interne slempvorming. Aan de hand van dit onderzoek kan bepaald worden of er problemen te verwachten zijn en zo ja, in welke mate, met welke zand en tot welke diepte de bodem behandeld moet worden. Daarnaast is ons advies om de toekomstige bewoners te attenderen op toegepaste grondbewerking en de natuurlijke kaders die bij dit bodemtype horen. Door nader onderzoeken van de bovengrond, het eventueel doorspitten van de bodem met zand en het leveren van een ‘gebruikershandleiding’ voldoet de gemeente aan zijn verantwoordelijkheid in de zin van het conformiteitsbeginsel; dat de grond ter plaatse van de tuinen voldoet aan de minimale eisen die een bewoner/gebruiker in alle redelijkheid en billijkheid eraan mag stellen.
21
Bijlagen
Gemeente Someren Groote Hoeven Waterhuishoudingsplan
Gemeente Someren
Bijlage 1
Bijlagen
Berekeningen goot en wegprofiel oppervlakkige afvoer
B-1
Opdrachtgever: Gemeente Someren Project: Waterhuishoudingsplan Groote Hoeven Projectnummer: SOM025 Opgesteld door: ds Datum: 16-9-2016 Bestand: P:\prj100\SOM\025\UitwOpdr\1_Werk\Waterhuishoudingsplan\goot berekening.xlsm Profielkeuze overige profielen Nat oppervlak A [m2] Natte omtrek P [m] Hydraulische straal R [m]
0,060 1,000 0,060
Debietbepaling op basis van afvoerend oppervlak Fb [m2] Bruto afvoerend oppervlak 2990 Afvloeiingscoefficient [-] 1,00 q Fn [m2] Netto afvoerend oppervlak 2990 Ontwerp-intensiteit i [l/s/ha] 90 Debiet 0,0269 [m3/s] Algemeen Zwaartekracht versnelling Kinematische viscositeit Dichtheid Equivalente zandruwheid Chézy-coëfficiënt Gemiddelde snelheid Helling energielijn Schuifspanning Getal van Reynolds Wrijvingsverlies Debiet Gemiddelde snelheid Lengte leiding Snelheidshoogte Hydraulisch verval Overige verliezen Intredeverlies Uittredeverlies Putten
g v k C v I t Re
[m/s2] [m2/s] [kg/m³] [mm] [m1/2/s] [m/s] [ 0/00 ] [N/m2] [-]
[m3/s] [m/s] [m] [m] DH [m] Q v L
DHi [m] DHu [m] aantal [-] subtotaal [m] Totaal energieverlies z [m]
A/P
Fb * q Fn * i * 10-7
9,81 afvalwater (10°C) 1,310E-06 afvalwater (10°C) 1000 10,0 # volgens Nikuradse 18 * log ((12 * R) / k) 33,432 Q/A 0,449 3,00 v2 / (C2 * R) *g*R*I 1,766 (v*R)/v 20542
0,027 0,449 100,00 0,010 0,300 0,005 0,010 0,00 0,000 0,300
Q/A
v2 / 2g ((2g * L) / (C2 * R)) * (v2 / 2g)
(0,5*v2/2g) 1,0*v2/2g (Dhi + Dhu) * aantal DH + (Dhi + Dhu) * aantal
Opdrachtgever: Gemeente Someren Project: Waterhuishoudingsplan Groote Hoeven Projectnummer: SOM025 Opgesteld door: ds Datum: 16-9-2016 Bestand: P:\prj100\SOM\025\UitwOpdr\1_Werk\Waterhuishoudingsplan\straatprofiel berekening bui10.xlsm Profielkeuze overige profielen Nat oppervlak A [m2] Natte omtrek P [m] Hydraulische straal R [m]
0,540 5,300 0,102
Debietbepaling op basis van afvoerend oppervlak Fb [m2] Bruto afvoerend oppervlak 2990 Afvloeiingscoefficient [-] 1,00 q Fn [m2] Netto afvoerend oppervlak 2990 Ontwerp-intensiteit i [l/s/ha] 210 Debiet 0,0628 [m3/s] Algemeen Zwaartekracht versnelling Kinematische viscositeit Dichtheid Equivalente zandruwheid Chézy-coëfficiënt Gemiddelde snelheid Helling energielijn Schuifspanning Getal van Reynolds Wrijvingsverlies Debiet Gemiddelde snelheid Lengte leiding Snelheidshoogte Hydraulisch verval Overige verliezen Intredeverlies Uittredeverlies Putten
g v k C v I t Re
[m/s2] [m2/s] [kg/m³] [mm] [m1/2/s] [m/s] [ 0/00 ] [N/m2] [-]
[m3/s] [m/s] [m] [m] DH [m] Q v L
DHi [m] DHu [m] aantal [-] subtotaal [m] Totaal energieverlies z [m]
A/P
Fb * q Fn * i * 10-7
9,81 afvalwater (10°C) 1,310E-06 afvalwater (10°C) 1000 10,0 # volgens Nikuradse 18 * log ((12 * R) / k) 37,571 Q/A 0,116 0,09 v2 / (C2 * R) *g*R*I 0,094 (v*R)/v 9044
0,063 0,116 100,00 0,001 0,009 0,000 0,001 0,00 0,000 0,009
Q/A
v2 / 2g ((2g * L) / (C2 * R)) * (v2 / 2g)
(0,5*v2/2g) 1,0*v2/2g (Dhi + Dhu) * aantal DH + (Dhi + Dhu) * aantal
Gemeente Someren
Bijlage 2
Bijlagen
Berekening ledigingsvoorziening
B-3
Doorlaat (vrije uitstroming)
nat oppervlak
115 mm 0,01 m
contractie
0,60
gemiddeld peil bovenstrooms
26,25 m + NAP
b.o.b. doorlaat
peil 26,25 m+ N.A.P.
2
26 m + NAP
x
0,19 m
Q
0,012 m /s
3
115
diameter doorlaat
b.o.b. 26 m+ N.A.P.
x b.o.b. 26 m+ N.A.P.
Gemeente Someren
Bijlage 3
Bijlagen
Geohydrologisch bodemonderzoek Econsultancy
B-5
GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK GROOTE HOEVEN TE SOMEREN
Geohydrologisch onderzoek Groote Hoeven te Someren
Opdrachtgever
Gemeente Someren Postbus 290 5710 AG Someren
Rapportnummer Versienummer
1611.005 D1
Status
Eindrapportage
Datum
25 augustus 2016
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
Ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Drs. R.R.A. Michiels
Paraaf
Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2
3.
VELDWERK ................................................................................................................................ 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemeen.......................................................................................................................... 3 Uitvoering .......................................................................................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 3 Methodiek doorlatendheidsmetingen ............................................................................... 4
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................ 4
5.
BEOORDELING .......................................................................................................................... 5
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Peilbuiskenmerkenblad - Grafische weergave doorlatendheidsmetingen en berekeningen 1611.005
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van de gemeente Someren opdracht gekregen voor het uitvoeren van een geohydrologisch onderzoek voor het plan de Groote Hoeven te Someren. Het geohydrologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van duurzaam waterbeheer ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling en dient als input voor het waterhuishoudkundigplan. Duurzaam waterbeheer vraagt kennis van de ondergrond (bodem en geohydrologie). De relatie tussen (her)inrichting, beleid, bodem en water staan hierbij centraal. Doel van het geohydrologisch onderzoek is het bepalen of de onderzoekslocatie mogelijk geschikt is voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. Hiertoe wordt onder meer de diepere bodemopbouw in beeld gebracht, de waterdoorlatendheidscoëfficient (k-waarde) van de bodem bepaald en de actuele grondwaterstand gemeten. Hierbij is tevens (waar mogelijk) een inschatting van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) gemaakt. Bovenstaande gegevens zijn van wezenlijk belang bij het dimensioneren van infiltratievoorzieningen.
Rapport 1611.005 versie D1
Pagina 1 van 5
2.
LOCATIEGEGEVENS
De planlocatie (± 10 ha) ligt ten zuiden van de kern van Someren en wordt omsloten door de Komerstraat in het noorden, de Looverbaan in het westen en de Hooghoefweg in het zuiden (zie figuur 1). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland, bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 27,5 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie zijn X = 177.725, Y = 376.390. De planlocatie bestaat grotendeels uit akkerland en heeft een agrarische functie. In de zuidwesthoek is in de huidige situatie de Gemeentewerf (Kerkendijk 19) gelegen. De initiatiefnemer is voornemens om op locatie woningbouw te realiseren.
Figuur 1. Planlocatie ‘Groote Hoeven’ te Someren
Rapport 1611.005 versie D1
Pagina 2 van 5
3.
VELDWERK
3.1
Algemeen
De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. Ten aanzien van de uitvoering wordt aangesloten op het VKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Econsultancy is gecertificeerd voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. 3.2
Uitvoering
Het veldwerk is op 17, 19 en 22 augustus 2016 uitgevoerd. Met behulp van een edelmanboor zijn, om een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen, in totaal 8 boringen geplaatst, 7 boringen tot 3,0 m -mv en 1 boring tot 4,25 m -mv. De diepste boring is afgewerkt als peilbuis. Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn vervolgens de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. In-situ zijn acht doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Op de locatieschets in bijlage 2 is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 3). 3.3
Bodemopbouw
De locatie wordt gekenmerkt door een dikke bouwvoor. De bodem bestaat tot 2,0 m -mv uit matig humeus, matig siltig, zeer fijn zand. De ondergrond bestaat uit sterk siltig, zeer fijn zand en is bovendien zwak gleyhoudend. Er zijn geen eenduidige storende lagen waargenomen. 3.4
Grondwater
Op verzoek van de gemeente Valkenswaard is een boring afgewerkt als peilbuis. Het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter wordt opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind wordt een laag zwelklei aangebracht. De peilbuis is afgewerkt met een vandalisme bestendige schutkoker. Op 19 augustus 2016 is de peilbuis in het veld met behulp van dGPS t.o.v. NAP ingemeten (x, y en z). De locatiebepaling van de peilbuis is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld. Tevens is rekening gehouden met de doelstellingen van het onderzoek, de grondwaterstromingsrichting en de toekomstige ontwikkeling. Hierbij is getracht de peilbuis dusdanig te plaatsen dat deze bereikbaar is en de kans op verstoring (verlies) gedurende de monitoringsperiode is geminimaliseerd. Na afloop van de werkzaamheden is het grondwaterniveau in de peilbuis eenmalig gemeten. Het grondwater stond op 17 augustus 2016 op 3,25 m -mv. In bijlage 4 zijn de peilbuisgegevens opgenomen in een peilbuiskenmerkenblad.
Rapport 1611.005 versie D1
Pagina 3 van 5
3.5
Methodiek doorlatendheidsmetingen
Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.
4.
RESULTATEN
Tabel I geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel II. Bijlage 4 bevat de grafische uitwerking en de berekeningen van de k-waarden. Tabel I.
Overzicht k-waarde per meting
Boring
Aantal Metingen (*A)
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
01
3
200-250
sterk siltig, zeer fijn zand
02
3
120-200
03
3
80-150
Rapport 1611.005 versie D1
Textuur
Opmerkingen
Kwaarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
-
0,7
vrij goed
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
0,3
matig
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
0,5
matig
Pagina 4 van 5
Boring
Aantal Metingen (*A)
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
04
3
150-200
matig siltig, zeer fijn zand
05
3
80-150
06
3
07 08 (*A)
Textuur
Kwaarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
matig humeus
1,7
goed
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
2,4
goed
150-200
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
1,1
goed
3
70-150
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
1,0
goed
3
130-200
matig siltig, zeer fijn zand
matig humeus
0,4
matig
De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.
Tabel II.
Classificatie doorlatendheid
K-waarde (m/dag)
Classificatie (*A)
< 0,01
zeer slecht doorlatend
0,01-0,1
slecht doorlatend
0,1-0,5
matig doorlatend
0,5-1,0
vrij goed doorlatend
1,0-10
goed doorlatend
> 10 (*A)
5.
Opmerkingen
zeer goed doorlatend Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)
BEOORDELING
De mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot de omgang van hemelwater en de infiltratie van hemelwater vallen of staan bij de doorlatendheid van de bodem waarin een infiltratievoorziening wordt gerealiseerd. Daarnaast zijn factoren als de grondwaterfluctuatie (GHG) en het af te koppelen verhard oppervlak van belang. De doorlatendheid van de aanwezige zandlagen wordt geclassificeerd als matig tot goed doorlatend. Voor de dimensionering van toekomstige infiltratievoorzieningen, wordt geadviseerd een rekenwaarde te hanteren van 0,5 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen, vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. Bodemlagen met lagere doorlatendheden worden als minder geschikt geacht voor hemelwaterinfiltratie. Als gevolg van de lagere doorlatendheid zullen toekomstige beringsvoorzieningen langzamer ledigen. In het plan en het ontwerp dient hiermee rekening te worden gehouden. Door het infiltratieoppervlak van toekomstige voorzieningen te vergroten kan de leeglooptijd verkleind worden. Ook zal wellicht eerder gekeken moeten worden naar de mogelijkheid tot het vertraagd afvoeren van regenwater op een oppervlaktewater of een (gescheiden)rioolstelsel.
Econsultancy Boxmeer, 25 augustus 2016
Rapport 1611.005 versie D1
Pagina 5 van 5
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Boringen Omschrijving
Symbool
Boringen Omschrijving
Symbool
Symbolen Omschrijving
Symbool
Verontreiniging Omschrijving
Symbool
Boring tot 0,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 1,0 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Beton
Niet verontreinigd
Boring tot 1,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Boom
AW/S-waarde contour
Boring tot 2,0 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Bos
T-waarde contour
Boring tot 2,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Braak
I-waarde contour
Boring tot 3,0 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
Depothoogte
Boring tot 3,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
Fotoname
Licht verontreinigd
Boring tot 4,0 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
Mangat
Matig verontreinigd
Boring tot 4,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Gras
Sterk verontreinigd
Boring tot 5,0 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
Grind
Verspreiding verontreiniging onbekend
Peilbuis
Asbestgat 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
Haag
Peilbuis (diep)
Asbestgat 30x30x50 + peilbuis
Klinker
Voorgaande boring tot 0,5 m -mv
Asbestgat 30x30x50 + peilbuis (diep)
Olie/vetafscheider
Voorgaande boring tot 1,0 m -mv
Asbestgat 100x100x50
Voorgaande boring tot 1,5 m -mv
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 0,5 m -mv
Ontluchtingspunt
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 1,0 m -mv
Onverhard
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 1,5 m -mv
Parkeerplaats
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 2,0 m -mv
Pomp
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 2,5 m -mv
Puinverharding
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 3,0 m -mv
Sleuf 200x40x50cm
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 3,5 m -mv
Spoorbaan
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 4,0 m -mv
Stelconplaat
Voorgaande boring tot 4,5 m -mv Voorgaande boring tot 5,0 m -mv
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 4,5 m -mv
..
Voorgaande boring tot 4,0 m -mv
..
Voorgaande boring tot 3,5 m -mv
..
Voorgaande boring tot 3,0 m -mv
..... ...... ..
Voorgaande boring tot 2,5 m -mv
-x,x
...
Voorgaande boring tot 2,0 m -mv
Ontgravingsdiepte
x,x
P
Struik
Voorgaande peilbuis
Asbestgat 100x100x50 + boring tot 5,0 m -mv
Voorgaande peilbuis (diep)
Asbestgat 100x100x50 + peilbuis
Kernboring 80 mm
Asbestgat 100x100x50 + peilbuis (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 0,5 m -mv +
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 1,0 m -mv +
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 1,5 m -mv +
Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 2,0 m -mv +
Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 2,5 m -mv +
Hekwerk
Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 3,0 m -mv +
Toekomstige bebouwing
Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 3,5 m -mv +
Voormalige bebouwing
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 4,0 m -mv +
Bebouwing
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 4,5 m -mv +
Locatiegrens
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 5,0 m -mv +
Kernboring 120 mm
Kernboring + asbestgat 30x30 + peilbuis
Talud Tegel Vloeistofdichte vloer Vulpunt Water
Kernboring + asbestgat 30x30 + peilbuis (diep)
Zeshoek tegel Zinkput Asbestverdacht plaatmateriaal op maaiveld
X
Niet verontreinigd
?
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 2
Boorprofielen
Boring:
01 0
0
Boring: akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
50
100
100
150
150
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
0
0
50
02 akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300
300
Boring: 0
03 0
Boring: akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
0
50
50
100
100
150
150
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300
300
300
200
04 0
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300
300
300
Boormeester:
Projectcode: 1611.005
akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
R.J.H. Denessen
Opdrachtgever: gemeente Someren Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Boorprofielen
Boring:
05 0
0
Boring: akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
50
100
100
150
150
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
0
0
50
06 berm Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak gleyhoudend, geelbeige, Edelmanboor, gestuit.geen mogelijkheid dieper te komen
250
300
300
300
350
400 425
Boring: 0
07 0
Boring: akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
0
50
50
100
100
150
150
200
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300
200
08 0
200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300
300
300
Boormeester:
Projectcode: 1611.005
akker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
R.J.H. Denessen
Opdrachtgever: gemeente Someren Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4
Peilbuiskenmerkenblad
Peilbuiskenmerkenblad peilbuis Groote Hoeven Inhoud Algemene informatie / Locatiegegevens / Peilbuisgegevens
pagina 1
Foto's
pagina 2
Detailschets
pagina 3
Boorprofiel
pagina 4
Algemeen Peilbuisnummer
06
Alternatieve code:
Project
Groote Hoeven (1611.005)
Locatiegegevens Locatie-adres
Fietspad Hooghoefweg
Grondgebruik
berm
X-Y coördinaten peilbuis
X = 177.664 ; Y = 376.321
Hoogte maaiveld t.o.v. NAP
27,97 m +NAP
Hoogte bovenkant peilbuis t.o.v. NAP
28,47 m +NAP
Grondeigenaar
Gemeente Someren
Toegankelijkheid
Toegankelijk via openbare weg
Opmerkingen
Peilbuisgegevens Datum plaatsing
17 augustus 2016
Grondwaterstand tijdens plaatsing
3,25 m -bkpb
Diepte peilbuis
4,25 m -maaiveld
Lengte peilbuis
4,75 m
Lengte filter
1m
Doorsnede (binnen-/buitenmaat)
32/25 mm
Materiaal
HDPE
Diver aanwezig
nee
Type kabel
/
Afwerking
stalen beschermkoker (126 mm)
Opmerkingen
1611.005
meetfrequentie: /
serienummer: / kabellengte: /
Foto 1.
Foto 2.
1611.005
&,-. "#
*
+
!"#
$%&
'()
Peilbuis:
06
Hoogte maaiveld:
27.9692 meter +NAP
X: Y:
177662.33 376318.23
maatvoering in m +NAP
Materiaal peilbuis: PVC Diameter peilbuis (mm): 32
maatvoering in m -maaiveld
0,00
berm Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin
27,50
27,00
26,50
26,00
2,00
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak gleyhoudend, geelbeige, gestuit.geen mogelijkheid dieper te komen
25,50
25,00
24,50
24,00
4,25
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 5
Grafische weergave doorlatendheidsmetingen en berekeningen
Meetperiode [sec]
1250
1200
1150
1100
1050
1000
950
900
850
800
750
700
650
600
550
500
450
400
350
300
250
200
150
100
50
0
Daling waterkolom [cm]
B01 meting 3 [200-250]
100,0
60
50
10,0
Meetperiode [sec]
850
800
750
700
650
600
550
500
450
400
350
300
250
200
150
100
50
0
Daling waterkolom [cm]
B02 meting 3 [120-200]
90,0
80,0
75
70,0
60,0
0 50 100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 600 650 700 750 800 850 900 950 1000 1050 1100 1150 1200 1250 1300 1350 1400 1450 1500 1550 1600 1650 1700
Daling waterkolom [cm]
B03 meting 3 [80-150]
80,0
70,0
60,0
50,0
40,0
Meetperiode [sec]
1000
950
900
850