CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage bij toelichting 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Waterlaat en Opper2.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’ Juli 2023

1.

Aanleiding

1.1

Inleiding

De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.

1.2

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.:

Voor dit wijzigingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. De beoogde herontwikkeling komt niet voor op de C-lijst. Op de D-lijst staat een activiteit welke mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: -

D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.

Navolgend wordt bezien of wordt voldaan aan de drempelwaarde in kolom 2: ‘gevallen’: -

D11.2: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Voorzien wordt in maximaal 14 nieuwe woningen. Daarmee blijft dit plan ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is derhalve niet m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten 1

van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.

1.3

Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling.

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest dicht bij het plangebied gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Strabrechtse heide & Beuven’, gelegen op een afstand van circa 3,8 kilometer. Het meest dichtbijgelegen NNB is gelegen op 700 meter ten zuidwesten van het plangebied. Op zodanige afstand kan worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling geen negatieve invloed zal hebben op het NNB. Ook tijdelijke effecten tijdens bijvoorbeeld de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Dit blijkt tevens uit het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek. Geen negatieve effecten zijn te verwachten op Natura 2000-gebieden. Significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een passende beoordeling is dan ook niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat.

2

2.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

2.1

Inhoudsvereisten aanmeldnotitie

In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: -

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk;

-

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III bij de EU-richtlijn 2011/92/ER in artikel 4, lid 3. De criteria betreffen: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -

De omvang van het project (en duur),

-

De cumulatie met andere projecten,

-

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,

-

De productie van afvalstoffen,

-

Verontreiniging en hinder,

-

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -

Het bestaande grondgebruik,

-

De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,

-

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. Wetlands b. Kustgebieden c. Berg- en bosgebieden d. Reservaten en natuurparken e. Gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (=Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) f. Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden g. Gebieden met een hoe bevolkingsdichtheid h. Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: 3

-

Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),

-

Het grensoverschrijdende karakter van het effect,

-

De waarschijnlijkheid van het effect,

-

De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Deze thema’s worden in de navolgende hoofstukken nader uitgewerkt.

4

3.

Kenmerken van het project

3.1

Toetsingscriteria

Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: 

de omvang van het project;

cumulatie met andere projecten;

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;

de productie van afvalstoffen;

verontreiniging en hinder;

risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

3.2

Omvang van het project

Het plan heeft betrekking op de realisatie van maximaal 14 grondgebonden woningen, als onderdeel van het totale plan Groote Hoeven te Someren. Het moederplan ‘Groote Hoeven’ maakte rechtstreeks 169 woningen mogelijk, waar bovenop nog eens 64 woningen mogelijk worden gemaakt middels wijzigingsbevoegdheden. Met dit bestemmingsplan worden daarvan maximaal 14 woningen mogelijk gemaakt. Onderhavig plangebied kent een oppervlakte van circa 8.800 m². Een gedeelte hiervan, circa 2.150 m² zal niet worden ingezet voor woningbouw. De wijzigingsbevoegdheden aldaar komen te vervallen, en zal in gebruik blijven als (achter)tuin zonder rechtstreekse bouwmogelijkheden.

3.3

Cumulatie met andere projecten

Er vindt geen cumulatie plaats met andere projecten. Wel maakt onderhavig plan onderdeel uit van het totale plan ‘Groote Hoeven’. De geplande woningbouw is gefaseerd. Het bestemmingsplan ‘Waterlaat en Opper oneven’ kan nu ter uitvoering worden gebracht daar de overige kavels binnen het moederplan inmiddels verkocht zijn. De nu beoogde 14 woningen passen binnen de overeengekomen woningbouwaantallen.

3.4

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De woningen worden gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en/of hout. Grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn.

3.5

Productie van afvalstoffen

Het plan voorziet in de toevoeging van maximaal 14 woningen. Het plan heeft daarmee dan ook de productie van afvalstoffen van maximaal 14 nieuwe woningen tot gevolg. Hiermee is reeds met de eerdere plannen rekeningen gehouden.

3.6

Verontreiniging en hinder

Tijdens de realisatiefase is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisatie zal zich moeten houden aan de algemene wet- en regelgeving en de geldende milieuwetgeving.

5

3.7

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën

Woningen zijn geen risicobron. In paragraaf 5.7 van de bestemmingsplantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’ is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.

6

4.

Plaats van het plan/project

4.1

Toetsingscriteria

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overwegen worden genomen: 

het bestaande grondgebruik;

de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;

het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden, in dit geval Natuur Netwerk Nederland, Natura-2000 en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

4.2

Het bestaande grondgebruik

Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd en in agrarisch grondgebruik dan wel in gebruik als achtertuin behorende bij bestaande woningen aan de Kommerstraat. Het plangebied sluit aan op de inmiddels grotendeels gerealiseerde uitbreidingswijk, Groote Hoeven. Onderhavig plan maakt als volgende fase onderdeel uit van de uitbreiding ‘Groote Hoeven’.

4.3

Natuurlijke hulpbronnen

Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project.

4.4

Opname vermogen/ gevoeligheid van het milieu

Het meest dicht bij het plangebied gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Strabrechtse heide & Beuven’, gelegen op een afstand van circa 3,8 kilometer. Het meest dichtbijgelegen NNB is gelegen op 700 meter ten zuidwesten van het plangebied. Op zodanige afstand kan worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling geen negatieve invloed zal hebben op het NNB. Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten zal ook blijken dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmert.

7

5.

Kenmerken van de potentiele effecten

5.1

Toetsingscriteria

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: 

het bereik van het effect;

het grensoverschrijdende karakter van het effect;

de waarschijnlijkheid van het effect;

de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het project.

De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden.

5.2.

Toets van het project aan de criteria

Het bereik van het effect betreft de zeer nabije directe omgeving van het plangebied. Er is geen sprake van een grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling. Uit het bestemmingsplan en de veelal eerder uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de kans op negatief effect op de omgeving zeer klein is. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. (Milieu)effecten

Beschrijving van de mogelijke effecten

Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk

Bodem

Verwezen wordt naar het uitgevoerde bodemonderzoek welke als

Nee

bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Verwezen wordt eveneens naar de verantwoording in paragraaf 5.1 van de bestemmingsplantoelichting

‘Waterlaat

en

Opper

oneven

Someren’. De bodem ter plaatse is geschikt voor de beoogde woningbouw. Archeologie en

Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 en 4.3 van de bestemmings-

cultuurhistorie

plantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’ en het

Nee

uitgevoerde archeologisch onderzoek. Geen archeologische of cultuurhistorische waarden gaan verloren. Water

Verwezen wordt naar paragraaf 5.2 van de bestemmings-

Nee

plantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’. Bij de uitvoering van de woonwijk Groote Hoeven is hierop reeds ingespeeld en leidt niet tot problemen. Ook voor de nu beoogde woningen worden geen problemen voorzien. Natuur/Ecologie

Verwezen wordt naar paragraaf 4.1 van de bestemmings-

Nee

plantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’ en de uitgevoerde quickscan flora en fauna welke als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatief effect op flora- en faunawaarden. Ook is ten 8

behoeve van de beoogde woningen een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de beoogde herontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,0 mol/ha./jaar. De beoogde herontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op flora en fauna ter plaatse of in de omgeving. Geluid

Verwezen wordt naar paragraaf 5.3 van de bestemmings-

Nee

plantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’. Het plangebied is gelegen binnen een zone met een snelheidsregime van 30 kilometer per uur. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Gesteld kan worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van het aspect geluid. Luchtkwaliteit

Verwezen wordt naar paragraaf 5.8 van de bestemmings-

Nee

plantoelichting ‘Waterlaat en Opper oneven Someren’. Uit de conclusies blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

9

6.

Conclusies en advies

Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van realisatie van maximaal 14 woningen binnen het plan Groote Hoeven te Someren. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure. Voorgesteld wordt om geen milieueffectrapport voor het plan aan Waterlaat en Opper oneven Someren op te stellen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13492218/1