5c Reacties-Gemeenten sept-2021
Tekst van het document
Wel benadrukt het college dat voor de gemeente Oirschot al een planMER is uitgevoerd en zoekgebieden zijn, en mogelijk in de toekomst worden, aangewezen. Ook vraagt het college extra aandacht voor de tekorten in de netcapaciteit
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0. Ten aanzien van netcapaciteit: met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Daarnaast is het standpunt van het college dat bij nuanceverschillen altijd lokaal beleid wordt gevolgd. Zo is in de zonneladder van de concept RES 1.0 opgenomen dat in natuur geen zonneparken ontwikkeld mogen worden. Terwijl in het beleid van Oirschot is opgenomen dat ontwikkelen van zonneparken in nog te realiseren natuurgebieden wel toegestaan zijn, waarbij de baten van het zonnepark gebruikt worden om de locatie op termijn om te vormen tot natuur.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0. De afwegingen vinden plaats met behulp van het landelijke afwegingskader, rekening houdende met kwantiteit, ruimtegebruik, systeemefficiëntie en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.
Gezamenlijk Peelgemeenten
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
Extra aandacht vragen wij voor de schaal van samenwerken op deze onderwerpen. Samenwerken moet geen doel op zich worden maar een middel om zo een effectief en efficiënt resultaat te boeken. Het REStraject heeft geresulteerd in zeer goede samenwerking in de subregio De Peel op het gebied van de Energietransitie, zowel op bestuurlijke en ambtelijke vlak. Ten aanzien van efficiëntie en effectiviteit zetten wij deze samenwerking in de uitvoeringsfase voort. Waar het meerwaarde heeft sluiten wij ook aan bij uitvoering met MRE of andere partners.
Dit nemen we mee in de uitwerking van het samenwerking- en uitvoeringsprogramma
Thema's RES MRE
Wij verwachten vanuit de ‘Sustainport-ambities’ een meer zichtbare voorbeeldrol voor duurzame innovatie in de Brainportregio. Daarbij verwachten wij dat wij als samenwerkende overheden ruimte creëren in wet- en regelgeving om innovatie mogelijk te maken
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming.
Extra aandacht vragen wij voor het behoud van de waarden, waardigheid en de identiteit van de landelijke gemeenten met hun specifieke opgaven op het gebied van onder andere de landbouw, natuur en leefbaarheid. Het behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en landschap is een belangrijke opgave voor de regio - zoals is vastgelegd in het Streefbeeld Landelijk Gebied van de MRE. De N2000gebieden, zoals Peelvenen, zijn de meest waardevolle natuurgebieden van de regio. Wij verzoeken nadrukkelijk om meekoppelkansen te benutten met andere ontwikkelingen in het buitengebied, zoals waterberging, natuurontwikkeling, transitie landelijk gebied, recreatie en VAB locaties.
Samen de energieambitie realiseren
Daarom vragen we aandacht voor het faciliteren van kennisoverdracht, zodat over de gehele breedte van de opgave geprofiteerd kan worden van opgedane kennis en ervaringen
Kennisuitwisseling komt terug in hoofdstuk 5 stap voor stap naar uitvoering, en dit nemen we mee voor het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Voor sommige thema's (zoals besparing) is al een nadere uitwerking opgenomen Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).
Besparing
Extra aandacht vragen wij voor de uitwerking van het model voor de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente/sub-regio. Wij verzoeken u dit model zodanig vorm te geven dat ook nietkapitaalkrachtige inwoners kunnen meeprofiteren van zonne- en windparken in hun omgeving. Ook benadrukken wij dat er behoefte is aan meer inzicht in de mogelijkheden tot het oprichten van een eigen energiebedrijf, dan wel een (sub)regionaal energiebedrijf. primair en maximaal inzetten op besparing.
Besparing heeft de hoogste prioriteit, we zijn er al mee begonnen. Wat je bespaart hoef je niet op te wekken. We stimuleren vanuit de samenwerking alle partijen om het maximale uit besparing te halen. Dit neemt niet weg dat we ook een opgave houden voor duurzame opwek die op dit moment is vastgesteld op basis van de landelijke opgave van 35 TWh.
Extra aandacht vragen wij voor de relatie tussen stedelijke en landelijke Wordt betrokken in de uitwerking van het samenwerkings- en gemeenten op het gebied van besparing. De stedelijke gemeenten uitvoeringsprogramma. hebben door hun grotere woningvolume en hun gebrek aan ruimte voor grootschalige opwek een prominentere rol in de besparingsopgave dan de landelijke gemeenten. Zij zullen dan ook naar verwachting vaker een voortrekkersrol nemen bij (gezamenlijke) projecten op dit onderdeel van de RES. De landelijke gemeenten leren graag van de opgedane ervaringen in stedelijke gemeenten. Een voorbeeld hiervan is het opstarten van het energiehuis Slim Wonen, geïnitieerd door gemeente Helmond voor omringende gemeentes.
Extra aandacht vragen wij voor het bijhouden van de voortgang op het onderwerp besparing. Door het kiezen voor vrijwillige deelname aan besparingsprojecten ontstaan steeds wisselende coalities van gemeenten. Hierdoor ontstaat het risico dat we het regio brede overzicht over de voortgang verliezen en er ongewilde verschillen gaan ontstaan tussen gemeenten. Door het bijhouden van de voortgang kunnen gemeenten met elkaar en met hun inwoners in gesprek blijven over het halen van doelen en het (bij)stellen van prioriteiten.
Duurzame warmte
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing. Het is een bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor besparing in de concept RES 1.0. Het besparingspercentage is per individuele woning of bedrijf namelijk verschillend en is achteraf niet te meten in relatie tot de genomen maatregelen. Voor de RES 1.0 is ervoor gekozen om geen kwantitatieve doelstelling voor het onderdeel besparing op te nemen, maar om de besparingsaanpak af te stemmen op zowel de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. In de vervolgstappen richting RES 2.0 willen we komen tot een verdere concretisering.
We vragen aandacht voor de extra belasting op het elektriciteitsnet als De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in op korte termijn actief wordt ingezet op elektrische oplossingen. We de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met dragen aan om in de regio eerst de focus te leggen op besparen en te netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere starten met duurzame warmteoplossingen die niet geheel elektrisch zijn, werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van zoals aquathermie, restwarmte, zonthermie, aardwarmte/geothermie energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. en biogas/groen gas. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
We vragen extra aandacht voor de uitwerking van de optimale verdeling van bovenlokale / regionale bronnen. Veel gemeenten zijn nu al bezig met hun warmtestrategie en daarin worden ook keuzes gemaakt voor bepaalde bronnen. Om te voorkomen dat bepaalde bronnen overvraagd worden, zijn regionale afspraken van belang. We onderschrijven het belang van de betaalbaarheid van duurzame warmte, maar vragen extra aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van warmteprojecten. Naast het realiseren van CO2 reductie biedt deze opgave ook de kans om andere (regionale) opgaven te verknopen in warmteprojecten We vragen extra aandacht voor de meer innovatieve manieren van duurzame woningverwarming, waar waterstof een voorbeeld van is
Duurzame opwek
Gemeenten hebben een regierol in deze lokale warmtetransitie. Gemeenteraden stellen daarvoor uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vast met plannen voor het isoleren en/of aardgasvrij maken van deze woningen en gebouwen in de periode tot en met 2050. De TVW wordt concreet uitgewerkt in uitvoeringsplannen (op buurt, wijk, of warmtekavelniveau). In de uitvoeringsplannen besluiten gemeenten over het alternatief voor aardgas. Er komt een afwegingskader voor bovenlokale warmtebronnen.
Naast het gemeentelijk schaalniveau is het regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie. Op het regionale niveau kunnen partijen zorgen voor een efficiënte inzet van bovenlokale bronnen, infrastructuur en het betrekken van bovenlokale stakeholders. Dit niveau wordt als onderdeel van de RES 1.0 uitgewerkt in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Binnen de RSW wordt ook naar een breed scala van warmtebronnen gekeken waaronder ook innovatieve toepassingen en technieken. We vragen extra aandacht voor het realiseren en faciliteren van de De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk treden 1, 2 en 3 van de zonneladder. Ook grotere grondgebonden uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze zonneprojecten buiten treden 1, 2 en 3 dienen in verbinding met andere bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is gebiedsopgaven te worden opgezet. In zoekgebieden met grote de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen gebiedsopgaven (zoals rond de Peelvenen) is voor deze verbinding vaak “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook dubbel ruimtegebruik nodig. Wij verwachten hierdoor dat in deze volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in zoekgebieden in de praktijk vaker sprake zal zijn van trede 4 (dubbel eerste instantie aan op “zon op dak”.
Om ons bod te onderbouwen ruimtegebruik), waar nu in sommige gevallen in de concept RES 1.0 hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In wordt uitgegaan van trede 5 (goed ingepast op landbouwgronden, in het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven verbinding met andere opgaven). aan de verdere uitwerking. Voor invulling van het bod aan het Rijk is ook zon en wind op land nodig.
We vragen extra aandacht voor een evenwichtige balans tussen windmolens en zonneparken in de zoekgebieden, om zo de belasting op het elektriciteitsnet te kunnen verdelen. Ook vragen we proactief systeemefficiënte na streven. Dat wil zeggen, concrete ontwikkelingen die draagvlak genieten, bijdragen aan maatschappelijke meerwaarde en ook relatief goed aan te sluiten zijn op het net krijgen voorrang bij de realisatie van de noodzakelijke netuitbreidingen. Dit zijn randvoorwaarden om de maatschappelijke kosten van de noodzakelijke netuitbreidingen betaalbaar te houden.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Wij vragen extra aandacht voor onderlinge afstemming tussen gemeenten die afhankelijk zijn van dezelfde netstations van Enexis voor het prioriteren van aansluitingen. Hiermee kan voorkomen worden dat zonnevelden in de ene gemeente zonprojecten op dak niet kunnen doorgaan omdat in de andere gemeente zonnevelden vergund zijn.
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Gemeente Reusel- De Mierden
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
De RES1.0 zou inderdaad moeten aangeven waar we op dit moment staan. Het zou echter ook handvatten moeten bieden voor wat we willen bereiken op de korte termijn, voordat we overgaan tot de opstelling van RES2.0, waarin een doorkijk gegeven zou moeten worden naar 2030 en 2050. De consequenties van nog openstaande keuzes moeten nader onderzocht worden, de besluitvorming moet verder geconcretiseerd worden, er moet tot uitvoering over worden gegaan, en er moet monitoring worden opgezet om de voortgang te bewaken en waar nodig bij te sturen. Ook zal er gekeken moeten worden naar een alternatief plan, mochten bepaalde processen de realisatie van ambities uit de RES voor de voeten lopen. We zien op dit moment het voorbeeld van de netcongestie, waardoor onze regio serieus gehinderd zal worden om haar bod op gebied van duurzame opwek te bestendigen. Hetzelfde geldt voor de mogelijk grote investeringen die in het kader van de warmtetransitie gedaan zullen moeten worden, zonder dat daar misschien een terugverdienmodel tegenover staat. Dat kan gemeenten die toch al krap in het financiële vel zitten voor grote uitdagingen zetten.
Nu de RES 1.0 steeds meer zijn beslag krijgt wordt toegewerkt naar het opstellen van een samenwerking- en uitvoeringsprogramma inclusief de inzet van financiële middelen. Monitoring en evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5 als een van de thema's in het op te stellen samenwerkingen uitvoeringsprogramma. Daarnaast is er aan monitoring en evaluatie bij sommige thema's ook een concrete invulling gegeven. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk besparing om inzicht te krijgen in de haalbaarheid en opbrengst van de verschillende besparingsaanpakken. Monitoring en evaluatie wordt ook meegenomen in de herijking richting RES 2.0. Met betrekking tot de netcongestie wordt met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Thema's RES MRE
We gaan ervan uit dat we als MRE-gemeenten de bal gezamenlijk oppakken en dat iedere gemeente zijn beste beentje voor zet; we laten niet de grotere gemeenten de ijzers voor ons uit het vuur halen, maar maken daar waar mogelijk wel gebruik van hun grotere capaciteit om zaken voor elkaar te krijgen. Wij ondersteunen hen daar dan ook bij en proberen aan te sluiten bij (sub)regionale initiatieven die van hen uit worden opgezet, waarbij ook rekening gehouden wordt met de financiële draagkracht van de individuele gemeenten. Per casus zal dan ook een inschatting gemaakt worden hoe de verdeelsleutel van kosten en baten wordt ingezet.
De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang.
In navolging van punt 1.2, zien wij graag dat de innovatiekracht van de regio (nog meer) ingezet wordt in deze transitie. Belangrijk is om continu aandacht te hebben voor innovaties die ons als regio, maar zeker ook individuele gemeenten, verder kunnen helpen. Ook de allianties die in onze regio al zijn gevormd, zoals Solliance, Fuelliance en de Brabantse Waterstof Coalitie, zullen bij deze innovatiekracht betrokken moeten worden. Verder zijn wij van mening dat er niet alleen maar gefocust zou moeten worden op de (on)mogelijkheden op grond van netschaarste, maar zou er ook gekeken moeten worden naar het creëren van directe functionele verbindingen tussen locaties/installaties van opwek en van gebruik, zoals het gebruik van (semi)stand-alone grids, omzet in waterstof voor warmte/duurzame mobiliteit, etc.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
We willen hier speciale aandacht vragen voor het betrekken van de We zijn in overleg met de arbeidsmarktregio's, provincie en andere RES opleidingsinstituten als Fontys en de TUE bij het opstellings- en regio's over het thema arbeidsmarkt en onderwijs in relatie tot de uitvoeringsproces van de RES. Alleen door het aanpassen van de curricula energietransitie. van deze instituten aan de vraag die vanuit energietransitie op onze gemeenten afkomt, kunnen wij ervoor zorgen dat zowel onze gemeente als de bedrijven in onze regio ook in de toekomst van adequaat geschoold personeel kunnen worden voorzien en bieden we onze jongeren een stimulans om ook in de regio te blijven en de economische basis ervan te versterken. Daarnaast vragen we aandacht voor de inzet van lokale bedrijvigheid voor de activiteiten die uit de RES gaan voortvloeien. Dat geldt voor bouwbedrijven, installatiebedrijven, ICT-bedrijven en andere leveranciers van goederen en diensten die lokaal geleverd kunnen worden. Dit zou een selectiecriterium moeten zijn voor de inkoop strategieën van deelnemende partners
Daarbij gaan wij er van uit dat het primaat van het beleid bij de gemeente Gemeenten nemen de regie voor de nadere invulling van zoekgebieden blijft, voor zover er sprake is van puur lokale ontwikkelingen, waarbij – vanuit een gedegen gebiedsvisie. Aan de hand van de vergelijking tussen daar waar vereist of wenselijk – wel geconsulteerd wordt met omliggende het afwegingskader en leidende principes en de feitelijke uitkomsten van gemeenten en belanghebbende partijen. Daar waar ontwikkelingen in wat gemeenteraden doen, gaan we met elkaar in gesprek in de aanloop gemeenten grens overstijgend zijn qua ruimtelijke ingreep of naar RES 2.0. We zetten deze stappen af tegen ons afwegingskader: maatschappelijk belang, zal de Omgevingsagenda van belang worden om opbrengst, systeemefficiëntie, draagvlak en ruimtelijke kwaliteit. De deze ontwikkelingen conform de afspraken in de juiste banen te leiden. zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de Verder pleiten wij voor een aanpak die recht doet aan het concept van de RES 1.0. ‘energielandschappen’. Dit zijn onzes inziens concentratiegebieden van opwek, opslag en energie infrastructuur, waar de energietransitie integraal wordt opgepakt en verweven wordt met andere (sub)regionale opgaven. Onzes inziens zal de MRE speciale aandacht aan deze gebieden moet besteden.
Samen de energieambitie realiseren
Ook voor ons als gemeente is het behouden van onze lokale ruimtelijke kwaliteit een belangrijk uitgangspunt in de RES. Dit kan op gespannen voet staan met de energietransitie die ervoor kan zorgen dat ons landschap en onze omgeving er de komende jaren anders uit gaan zien – soms tijdelijk, soms permanent. Ook moeten we ons beseffen dat sommige beslissingen met betrekking tot verandering van het landschap makkelijk terug te draaien zijn na afloop van een concessieperiode, andere moeilijker. Het is van groot belang om hier duidelijke afspraken over te maken, zowel op lokaal als op regionaal niveau, dit om rechtsongelijkheid tussen de gemeenten in de toekomst te voorkomen. Wij pleiten er daarom voor om in de toekomstbeelden voor 2030 en 2050 er ook duidelijk rekening mee te houden dat sommige initiatieven tot 2050 en daarna zullen blijven bestaan, maar andere gefaseerd kunnen bijdragen aan een veranderend landschap. Zo kunnen zoekgebieden voor zonneparken langzaam toewerken naar een gedegen (sub)regionale aanpak, daar waar er nu misschien nog sprake is van een lokale invulling, door gradueel toe te gaan naar een concentratie in bepaalde gebieden en/of te helpen bij de verdere uitbreiding van natuurgebieden en verbindingszones. Het is belangrijk om deze zaken in een vroegtijdig stadium bespreekbaar te maken met belanghebbende partijen.
We moeten daarbij ook onderkennen dat het mogelijk is dat we op sommige punten concessies moeten doen en dat participatie een continu proces is, waar men al doende leert.
Gemeenten nemen de regie voor de nadere invulling van zoekgebieden vanuit een gedegen gebiedsvisie. Aan de hand van de vergelijking tussen het afwegingskader en leidende principes en de feitelijke uitkomsten van wat gemeenteraden doen, gaan we met elkaar in gesprek in de aanloop naar RES 2.0. We zetten deze stappen af tegen ons afwegingskader: opbrengst, systeemefficiëntie, draagvlak en ruimtelijke kwaliteit. De zienswijze wordt ook meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming.
Een ander belangrijk uitgangspunt is draagvlak en acceptatie bij onze inwoners, bedrijven en overige stakeholders. We moeten hierbij ook onderkennen dat samenwerken met verschillende partijen, ook al wordt gestreefd naar win-win situaties, toch kan betekenen dat er concessies gedaan moeten worden. Door belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen. Verder kan er dan op een adequate manier een compensatieregeling getroffen worden met die partijen die ondanks alle inzet toch gedupeerd worden door een bepaalde ontwikkeling. Ook daarvoor is het nodig dat fondsen opgezet worden om dergelijke compensaties te garanderen en/of dat er in contracten met ontwikkelaars clausules worden opgenomen die een dergelijke garantie geven, ook op de langere termijn. Gemeente Reusel-De Mierden zal de voors en tegens van dit voorgestelde flexibele model zeker overwegen en dan bepalen of het model ook toepasbaar en wenselijk is voor de ontwikkelingen binnen de eigen gemeentegrenzen. Wij gaan ervan uit dat hier geen verplichting over wordt afgesproken
Binnen de RES-regio vindt afstemming plaats tussen gemeenten. Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van het samenwerking- en uitvoeringsprogramma.
In het kader van de RES is een financieel model opgesteld waarin de mogelijkheid van een ontwikkelfonds is opgenomen. In de verdere (regionale) uitwerking en toepassing hebben de lokale energiecorporaties een belangrijke rol. Bij de verdere uitwerking en toepassing van het model zijn de leidende principes uitgangspunt, waaronder het principe dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Met de RES spreken we regionale ambities en acties af met elkaar, en in de toekomst zullen we monitoren of deze afspraken overeind blijven.
Wat betreft de scope van deze RES1.0 tot nu toe onderkennen wij de De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in uitkomsten zoals deze voor de onderdelen Besparing en Warmte zijn de RES 1.0. ontwikkeld. Echter, voor wat betreft het onderdeel Grootschalige opwek, gaan wij ervanuit dat het Beleid Grootschalige Opwek zoals dit door onze gemeente is vastgesteld, conform eerder gemaakte afspraken, één op één overgenomen wordt in de RES als zienswijze op de ontwikkelingen in De Kempen. Wij vertrouwen er dan ook op dat dit onderdeel dan ook geen verdere consequenties heeft voor gemeente Reusel-De Mierden. a. zolang de gebouwde omgeving niet geïnterpreteerd wordt als de binnenstedelijke omgeving akkoord. Onzes inziens passen hier ook alle werken en installaties onder die zich in het landelijk gebied bevinden, zoals pompen en gemalen, openbare verlichting, etc. b. Hierbij willen wij ook aandacht besteden aan de energie-infrastructuur die hierbij benodigd is. Ook deze zullen landschappelijk ingepast moeten worden en daarmee onderdeel van discussie worden Besparing
Belangrijk is dat gemeenten het goede voorbeeld geven door ook aan de slag te gaan met het verduurzamen van ons eigen vastgoed. Daarvoor zou een strategisch gebouwenbeheer en een Duurzaam Meerjaren Onderhoud Programma opgesteld moeten worden. De modules die onder het thema besparing uitgewerkt gaan worden zouden expliciet aandacht moeten geven aan de manier waarop kleinere gemeenten als Reusel-De Mierden hierin ondersteund kunnen worden. b. Daarbij is het noodzakelijk dat er onderkend wordt dat er ook nog andere doelgroepen zijn, die misschien bij volgende RESsen meer aandacht zullen krijgen. Verder kan er dan onzes inziens verder uitgesplitst worden, zodat het onderwerp ‘’energiearmoede’ beter tot zijn recht kan komen en de stimulering en handhaving bij gemeentelijke interventies (vaak via de ODZOB) meer gefocust ingezet kan worden.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).
Wij gaan ervan uit dat de energie-infrastructuur benodigd voor de aanleg van warmtenetten ook wordt meegenomen in de overwegingen en dat er op een eerlijke manier omgegaan wordt met mogelijke warmtebronnen die van bovengemeentelijk belang kunnen zijn (denk bijvoorbeeld aan waterpartijen, RWZI, etc.). Daarmee gaat de warmtetransitie verder dan alleen de gebouwde omgeving
Er komt een regionaal afwegingskader voor bovenlokale warmtebronnen.
In Kempen-verband zijn er met bedrijvenverenigingen afspraken gemaakt Wordt meegenomen in de uitwerking van het samenwerking- en om verdere verduurzaming van bedrijventerreinen, bedrijfsterreinen en uitvoeringsprogramma bedrijfspanden te bewerkstelligen. Het is dus zaak om niet alleen in te zetten op de individuele bedrijven, maar ook de samenwerkingsverbanden die al tussen bedrijven bestaan, zoals parkmanagement, branchevereniging activiteiten, samenwerking in de keten, etc. En wij onderschrijven dat waar het niet vrijwillig opgepakt wordt, er strenger gecontroleerd en gehandhaafd moet gaan worden. Maar daarbij moeten wij als gemeenten ook hand-in-eigen-boezem steken en daar waar wij als gemeenten bedrijfsmatig werken, dezelfde standaarden hanteren. Dat is met de huidige congestie op het elektriciteitsnet nog niet het geval. Hiervoor vragen wij aandacht bij Provincie en Rijk en het ter beschikking stellen van middelen om deze belemmering ook op korte termijn het hoofd te bieden. Wij zijn van mening dat ook de waterstof transitie hier een belangrijke rol heeft en vragen het Rijk om hierin te investeren om de huidige onrendabele top waar initiatieven mee te maken hebben af te dekken, zodat waterstof haar rol in de energietransitie al op kortere termijn kan gaan vervullen
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de randvoorwaarden aan het Rijk is aandacht gevraagd voor de netcongestie en de verdeling van netcapaciteit (zie hiervoor hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering). Duurzame warmte In Reusel-De Mierden proberen wij deze laatste ontwikkelingen ook te We geven aandacht aan de (positieve en negatieve) effecten van betrekken bij onze warmtetransitie. Helaas vormt noch bodemwarmte, duurzame warmte en de effecten en ontwikkelingen op systeemniveau, noch geothermie in onze gemeente op dit moment een haalbare optie zodat er een afgewogen keuze gemaakt kan worden. vanwege de oppervlakkige ligging van de afdeklaag van het Bodemenergiesystemen worden daarin betrokken. Omdat we deze waterhoudende pakket.
De Provinciale Milieuverordening (concept) moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een verbiedt op dit moment – vanuit voorzichtigheidsbeginsel – het doorboren gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met van deze laag, omdat gebleken is dat daarbij vervuiling van het grondwater provincie, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven. We kijken kan optreden. Dat grondwater is van hoge kwaliteit en moet voor daarbij ook naar innovatie, ook in relatie tot de beperkte netcapaciteit. drinkwatervoorziening behouden blijven.
Duurzame opwek
Wij stellen voor om aan te geven dat de verhouding maatschappelijke baten / maatschappelijke kosten zo hoog mogelijk moet zijn. Dat er daar waar de kosten voor de baten uitgaan naar goede financieringsconstructies gekeken wordt en dat daar waar de baten op (sub)regionale schaal voor hogere kosten op lokale schaal zorgen, een compensatie mechanisme bedacht wordt.
Er komt een regionaal afwegingskader voor bovenlokale warmtebronnen.
Wij kunnen ons niet vinden in het feit dat de huidige windturbines worden meegenomen in de berekeningen, zonder dat Reusel-De Mierden hiervoor de nodige waardering vanuit de regio krijgt. Samen met Oirschot en Bladel hebben wij al in het verleden geïnvesteerd in de windmolens die bij ons zijn gerealiseerd en die al in de pijplijn zitten. Het feit dat wij dit al gedaan hebben, mag andere gemeenten er niet toe aanzetten zich van hun opgave binnen de RES te kwijten. Ook is er door onze gemeenten (met ondersteuning van de provincie) geïnvesteerd in de PlanMER voor de Kempen en het Kempisch beleid voor grootschalige opwek. Ervaringen waar in het PlanMER proces voor de RES op wordt voortgeborduurd. Wij hopen dat ook hier rekening mee gehouden wordt bij eventuele toekomstige investeringsvragen.
De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. Op basis van de uitkomsten van de PlanMER gaan we gezamenlijk het gesprek voeren. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang.
Zoekgebied 35, De Kleine Hoeven – hier heeft onze raad besloten het De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in zoekgebied in te perken. Het huidige zoekgebied staat aangegeven op de de RES 1.0. gemeentelijke website. Wij verzoeken MRE om dit gebied aan te passen in de plankaart. · Zoekgebied Laarakkerdijk (nog niet genummerd) – dit zoekgebied is additioneel opengesteld omdat het ten tijde van de openstelling van zoekgebied 35 is gebleken dat er daar geen teruglevering op het net meer mogelijk was vanwege de netcongestie. Om toch ervaring op te doen met zoekgebieden die nog wel voor teruglevering in aanmerking zouden komen is Laarakkerdijk opengesteld. Hiervan is in een eerdere fase ook al onderzocht of dit een goede optie zou zijn. Het zoekgebied voldoet ook beter aan de zonneladder, omdat het gebied zich direct onder de bestaande windmolens bevindt. Het huidige zoekgebied staat aangegeven op de gemeentelijke website. Wij verzoeken MRE om dit gebied aan te passen in de plankaart.
Stap voor stap naar uitvoering
De uitvoering is bij verschillende partijen belegd, op verschillende Dit wordt meegenomen in de uitwerking van het samenwerking- en schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal), dit vraagt om afspraken en uitvoeringsprogramma. samenwerkingsvormen. Voor onze gemeente geldt: lokaal aanpakken wat lokaal kan, en (sub)regionaal waar dat efficiëntie of effectiviteitsvoordelen geeft of waar bovengemeentelijke belangen spelen.
Gemeente Someren
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Samen de energieambitie realiseren
Er moet een vorm van compensatie volgen waarin tussen MREgemeenten een verdeling wordt gemaakt, voor het moment dat niet iedere gemeente evenveel kan bijdragen o.a. als gevolg van de beschikbaarheid van gronden.
Op basis van de uitkomsten van de PlanMER gaan we gezamenlijk het gesprek voeren. De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang.
Duurzame opwek
Uitrol van grootschalige duurzame opwek (zon en/of wind) afhankelijk van Op basis van de uitkomsten van de PlanMER gaan we gezamenlijk het het ruimtebeslag en het tot realisatie brengen van grootschalige opwek in gesprek voeren. de andere MRE-gemeenten.
Van MRE-gemeenten, die weinig tot niets bijdragen aan het regionale bod voor grootschalige duurzame opwek (zon en wind) in de RES MRE 1.0 (opgave in de MRE-regio tot 2030), verwachten wij dat zij actief inzetten op ontwikkeling en realisatie van innovatieve technieken.
Op basis van de uitkomsten van de PlanMER gaan we gezamenlijk het gesprek voeren. De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. Uitgangspunt is dat we kijken waar in de regio het meest logisch is om grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. De draagkracht van het landschap en de landschappelijke inpassing en de kansen in relatie tot andere gebiedsopgaven is hierbij leidend. De opgaven zijn regionaal geformuleerd; de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang.
Someren zet in op 'Systeemefficiëntie' en wijst daarvoor de volgende De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in zoekgebieden binnen zijn gemeentegrenzen aan: In het zuidwesten de RES 1.0. (zoekgebied 25): - Windpark Diepenhoek met 6 windturbines (zie voor de locatie de toelichting in de voorgaande tekst). - Zonneparken, verspreid over zoekgebied 25. Zoekgebieden voor grootschalige opwek met zon en wind in de gemeente Someren. In het noorden: - Een windpark in een zeer beperkt deel van zoekgebied 15, circa 5 windturbines parallel aan een en verdeeld over de noord- en zuidzijde langs de A67. - Zonneparken in het gebied Lungendonk (zie figuur 1)
Gemeente Son en Breugel
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Thema's RES MRE Wij verwachten een meer zichtbare voorbeeldrol voor duurzame innovatie in de Brainportregio. Samenwerkende overheden moeten hiervoor: * ruimte creëren in wet- en regelgeving om innovatie mogelijk te maken. * Pilots met innovatie stimuleren, faciliteren en mogelijk maken. * De gezamenlijke inkoopkracht gebruiken als ‘launching custumer’ en stimulans voor duurzame innovatie. * Duurzaamheid integraal uit dragen in alle beleidsvelden"
Samen de energieambitie realiseren
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. Daarom vragen we aandacht voor het faciliteren van kennisoverdracht, Kennisuitwisseling komt terug in hoofdstuk 5 stap voor stap naar zodat over de gehele breedte van de opgave geprofiteerd kan worden van uitvoering, en dit nemen we mee voor het samenwerking- en opgedane kennis en ervaringen. uitvoeringsprogramma. Voor sommige thema's (zoals besparing) is al een nadere uitwerking opgenomen. Extra aandacht vragen wij voor de uitwerking van het model (vanuit Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee".
Daar hebben samenwerking tussen overheid en inwoners) voor de oprichting van een we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en stichting/ontwikkelfonds per gemeente/sub-regio. Wij verzoeken u dit uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de model zodanig vorm te geven dat ook niet-kapitaalkrachtige inwoners invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kunnen meeprofiteren van zonne- en windparken in hun omgeving. Zodat kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.). we gezamenlijk voorkomen dat zij die het goed hebben er straks op vooruit gaan en inwoners die het nu al minder hebben straks slechter af zijn. Waarbij we extra aandacht vragen dat inwoners geen onnodig risico lopen door in te stemmen met door de overheid gestimuleerde investeringen. Dat de overheid garant staat voor de risico’s van inwoners Ook benadrukken wij dat er behoefte is aan meer inzicht in de mogelijkheden tot het oprichten van een eigen energiebedrijf, dan wel een (sub)regionaal energiebedrijf. Waardoor energie als ‘publiek belang’ kan worden geborgd.
De zienswijze wordt meegenomen in de uitwerking van het samenwerking- en uitvoeringsprogramma.
Besparing
Duurzame warmte
Extra aandacht vragen wij voor het bijhouden van de voortgang op het onderwerp besparing. Door het kiezen voor vrijwillige deelname aan besparingsprojecten ontstaan steeds wisselende coalities van gemeenten. Hierdoor ontstaat het risico dat we het regio brede overzicht over de voortgang verliezen en er ongewilde verschillen gaan ontstaan tussen gemeenten. Door het bijhouden van de voortgang kunnen gemeenten met elkaar en met hun inwoners in gesprek blijven over het halen van doelen en het (bij)stellen van prioriteiten We vragen aandacht voor de extra belasting op het elektriciteitsnet als op korte termijn actief wordt ingezet op elektrische oplossingen. We dragen aan om in de regio eerst de focus te leggen op besparen. Waar kansen zijn te starten met duurzame warmteoplossingen die niet geheel elektrisch zijn, zoals aquathermie, restwarmte, zonthermie, aardwarmte/geothermie en biogas/groen gas.
We vragen extra aandacht voor de uitwerking van de optimale verdeling van bovenlokale / regionale bronnen. Veel gemeenten zijn nu al bezig met hun warmtestrategie en daarin worden ook keuzes gemaakt voor bepaalde bronnen. Om te voorkomen dat bepaalde bronnen overvraagd worden, zijn regionale afspraken van belang.
Monitoring en evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5 als een van de thema's in het op te stellen samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Daarnaast is er aan monitoring en evaluatie bij sommige thema's ook een concrete invulling gegeven. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk besparing om inzicht te krijgen in de haalbaarheid en opbrengst van de verschillende besparingsaanpakken. Monitoring en evaluatie wordt ook meegenomen in de herijking richting RES 2.0. Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing. De RES werkgroep Besparing heeft de besparingsplannen inmiddels verder uitgewerkt in specifieke doelgroepmodules, voor de doelgroepen Wonen (bewoners en woningcorporaties), Bedrijven (kantoren en bedrijventerreinen) en Maatschappelijk vastgoed (ambtelijke huisvesting, onderwijs en sport). Gemeenten kunnen zelf bepalen aan welke modules ze meedoen, aansluitend bij de prioriteiten. Daarnaast wordt ook gekeken naar innovaties. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.
We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Er komt een regionaal afwegingskader voor bovenlokale bronnen.
Duurzame opwek
Wij constateren dat de uitgangspunten van de zonneladder beleidsmatig goed zijn beschreven. Wij constateren echter ook dat de zonneladder in de praktijk (nog) niet wordt toegepast in de prioritering en programmering van netcapaciteit. Met het gevolg dat zon op (industrie)dak en langs infrastructuur op korte termijn wordt verdrongen door zon op land. Ook als op de hogere treden van de zonneladder voldoende vraag is. Wij zijn van oordeel dat dit een zeer onwenselijke situatie is vanwege meerdere redenen: a) De potentie van no-regret maatregelen in de regio niet zal worden gehaald. b) De kwaliteitsslag van de bedrijventerreinen, afgesproken in het SGE, niet zal worden gehaald. c) Complexe projecten die wenselijk zijn, maar vaak maar 1 kans hebben, het afleggen tegen gemakkelijkere (zon op land) projecten die ook later gerealiseerd kunnen worden. d) Het draagvlak voor de energietransitie onder druk zal komen te staan Er een suboptimaal elektriciteitsnet ontwikkeld zal worden, waarvan de kosten worden afgewenteld op onze inwoners
De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking. Voor invulling van het bod aan het Rijk is ook zon en wind op land nodig.
Het zoekgebied met o.a. de A50 en de A2 (zoekgebied 38) past bij de wens De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in van de gemeente Son en Breugel. Samen met Rijkswaterstaat, RVO en het de RES 1.0. Rijksvastgoedbedrijf zijn we al gestart met een pilot om dit mogelijk te gaan maken. 4.3.2 Het Dommeldal wordt expliciet uitgesloten voor energieopwekking. 4.3.3 Wij binnen de omgevingsvisie werken aan 3 mogelijke scenario’s voor Sonniuswijk (zoekgebied 1), zijnde: a) Zon binnen bestaande structuren (40 tot 50 ha zon) b) Clustering voor wind en zon (2 windmolens en circa 30 ha zon) c) Energielandschap (100 tot 150 ha zon) Stap voor stap naar uitvoering
Omdat de uitvoering van besparingsacties een veel kortere voorbereidingstijd vergt en in de uitvoering een veel langere adem pleiten we er voor dat besparingsacties door gemeenten pro-actief worden opgepakt.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan.
Gemeente Reactie gemeente Valkenswaard
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Thema's RES MRE De Metropoolregio Eindhoven is een diverse regio waarbinnen de stad en het landelijk gebied elkaar versterken en beide profiteren van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel. Daarnaast zien we ook de verschillen als het gaat om belangen, mogelijkheden en wensen die deze diversiteit met zich meebrengt. Iedere gemeente heeft haar eigen profiel met eigen haar eigen ambities en waarden. Als gemeente Valkenswaard hechten wij veel belang aan het behoud van onze natuur en landschap. Wij willen ons dan (nog) meer profileren als leisure gemeente. Ook ontwikkelen we ons als gemeente steeds meer als een gemeente voor ‘jongeren’ en ‘jonge gezinnen’. Dit is ons onderscheidende profiel in een diverse regio. Graag zien wij dat de innovatiekracht van de regio (nog meer) ingezet wordt in deze transitie. Belangrijk is om continu aandacht te hebben voor innovaties die ons als regio, maar zeker ook individuele gemeenten, verder kunnen helpen. Als gemeente bieden wij ons aan voor nieuwe ontwikkeling op het gebied van duurzame energie, die geen nadelige gevolgen hebben voor mens, natuur en geen landschapsvervuiling veroorzaken. Continue aandacht is ook gewenst met betrekking tot het in beeld brengen van ontwikkeling van en op de arbeidsmarkt. Voor veel gemeenten is dit een belangrijke pijler.
Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. We zijn in overleg met de arbeidsmarktregio's, provincie en andere RES regio's over het thema arbeidsmarkt en onderwijs in relatie tot de energietransitie.
Samen de energieambitie realiseren
Voor ons als gemeente is het behouden van onze lokale ruimtelijke kwaliteit een belangrijk uitgangspunt in de RES. We koesteren hierbij onze groene omgeving (“het goud van onze gemeente”) en het veelzijdig aanbod aan dag- en verblijfsrecreatie. Hiermee bieden we de inwoners en bezoekers van de Brainportregio ruimte voor recreatie en besteding van vrije tijd in het groen. Een welkome en unieke aanvulling op reeds bestaande voorzieningen. Dit staat op gespannen voet met de energietransitie die ervoor kan zorgen dat ons ons landschap en onze omgeving er de komende jaren anders uit gaan zien. Het is belangrijk om dit dilemma in een vroegtijdig stadium bespreekbaar te maken. Dit gesprek moeten we met alle betrokkenen voeren. Het is zodoende belangrijk om alle stakeholders in een vroeg stadium te betrekken en moeten we beseffen dat participatie een continue proces is.
Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven. Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES.
Een andere belangrijk uitgangspunt is draagvlak en acceptatie bij onze inwoners, bedrijven en overige stakeholders. We moeten hierbij ook onderkennen dat samenwerken met verschillende partijen vanzelfsprekend betekent dat er concessies gedaan moeten worden. Door belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen. Naast de ‘ruimtelijk component’ is de ‘sociaal maatschappelijke component’ ook een belangrijk onderdeel binnen de RES. Er kan geparticipeerd worden op ‘proces’, ‘sociaal’ en ‘financieel’ vlak. Als gemeente zijn wij momenteel bezig met het opstellen van sociaal maatschappelijk beleid en afwegingskaders ten behoeve van besluitvorming over grootschalige duurzame energieprojecten. Hierin krijgt de sociale en financiële participatie ook een plek.
Binnen de RES-regio vindt afstemming plaats tussen gemeenten. Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven. Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).
Duurzame warmte
Op dit moment zien wij geen mogelijkheden om gebruik te maken van (boven)lokale restwarmtebronnen. De ontwikkeling van andere warmtebronnen bieden misschien mogelijkheden voor de toekomst, denk hierbij aan zonthermie of een innovatie zoals metalfuels of waterstof. Wij volgen deze dan ook met interesse. Wij zijn geen voorstander van Geothermie gezien het risico voor grondwaterverontreiniging en het gevaar voor aardbevingen. Ook zijn wij geen voorstander van biomassa omdat het voordeel van duurzaamheid niet vaststaat zoals van tevoren is bedacht en hevig ter discussie staat. Het verbranden van biomassa veroorzaakt extra CO2uitstoot. Deze CO2 draagt op korte termijn bij aan klimaatverandering, ook als er nieuwe bomen worden geplant. Verder is er discussie over het vele landgebruik om biomassa te verbouwen. En er wordt verschillend gedacht of er wel voldoende biomassa beschikbaar blijft. Een biomassacentrale veroorzaakt ook fijnstof wat erg belastend is voor de directe omgeving”
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. We geven aandacht aan de (positieve en negatieve) effecten van duurzame warmte en de effecten en ontwikkelingen op systeemniveau, zodat er een afgewogen keuze gemaakt kan worden. Bodemenergiesystemen worden daarin betrokken. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met provincie, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven. We kijken daarbij ook naar innovatie, ook in relatie tot de beperkte netcapaciteit.
Duurzame opwek
De gemeente Valkenswaard wil ook haar bijdrage leveren aan de De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in regionale opwekopgave, echter heeft het realiseren van grootschalige de RES 1.0. energieopwekking een grote sociale, ruimtelijke en landschappelijke impact. Zodoende stellen wij ons in beginsel zeer terughoudend op als het gaat om het realiseren van grootschalige zonneparken en het niet wenselijk vinden om windparken/windmolens te realiseren.. Als gemeente vragen wij aandacht voor de milieu- en gezondheidsschade voor omwonenden en natuur bij het realiseren van met name windturbines
• Zoekgebied 22, Valkenswaard Noord – De beoordeling laat zien dit De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in gebied géén mogelijkheden biedt voor de opwek van duurzame energie. de RES 1.0. • Zoekgebied 23, Leisurezone Dommelland / Victoriedijk – de beoordeling laat zien dat er een risico op negatieve effecten is op onderdelen binnen het thema ‘landschap’. Daarnaast is er ook kans op negatief effect op het onderdeel ‘vleermuizen en overige beschermde diersoorten’. Een eventuele herontwikkeling van de voormalige vuilstortplaats aan de Victoriedijk biedt mogelijk aanvullende kansen voor grootschalige opwek binnen dit gebied. • Zoekgebied 27, Achelse Kluis - De beoordeling laat zien dit gebied géén mogelijkheden biedt voor de opwek van duurzame energie. • Zoekgebied 29, Koolbliek – Het gebiedt betreft een vogeltrekgebied en ligt dicht tegen NNB of N2000-gebied ligt. De beoordeling laat zodoende dan ook zie dat er een groot risico op negatieve effecten is op onderdelen ‘landschap’ en ‘ecologie’. Tevens is er momenteel geen netwerkcapaciteit beschikbaar om een eventueel initiatief op aan te sluiten. • Zoekgebied 30, Oostelijke deel Peedijk - Het gebiedt betreft een vogeltrekgebied en ligt dicht tegen NNB of N2000-gebied ligt. De beoordeling laat zodoende dan ook zie dat er een risico op negatieve effecten is op onderdelen ‘landschap’ en ‘ecologie’.
Tevens is er momenteel zeer beperkte netwerkcapaciteit beschikbaar om een eventueel initiatief op aan te sluiten. • Zoekgebied 31, Westelijke deel Peedijk - Het gebiedt betreft een vogeltrekgebied en ligt dicht tegen NNB of N2000-gebied ligt. De beoordeling laat zodoende dan ook zie dat er een (groot) risico op negatieve effecten is op onderdelen ‘landschap’ en ‘ecologie’. Tevens is er momenteel zeer beperkte netwerkcapaciteit beschikbaar om een eventueel initiatief op aan te sluiten
Stap voor stap naar uitvoering
De effectenbeoordeling laat zien dat het eventueel realiseren van grootschalige opwek van duurzame energie in een van de vijf zoekgebieden een (grote) negatieve impact heeft op leefomgeving, landschap en/of ecologie. Zodoende trekken wij de conclusie dat wij als gemeente geen gebieden aan kunnen dragen om in te zetten voor het verwezenlijken van het regionale bod. Naar onze mening kunnen deze zoekgebieden dus niet aangemerkt worden als haalbare locatie richting 2030.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Als gemeente zien wij wel kansen aan het gaat om het realiseren van de no-regret maatregelen voor zon. De focus voor ons als gemeente zal liggen op het realiseren van deze maatregelen, voornamelijk ‘grootschalige zon op dak’ in combinatie met het realiseren van ‘kleinschalige zon op dak’ waar het Rijk de komende jaren ook een autonome groei van 7 TWh in voorziet. Als gemeente willen wij hier een actieve houding in nemen. Dit wel vanuit de wetenschap dat hier een belangrijke rol weggelegd is voor woningeigenaren, ondernemers en overige organisatie en verenigingen. Als gemeente zijn wij in veel gevallen geen eigenaar van daken of gronden waar de opwek mogelijk is. In de RES 1.0 zien wij zodoende graag een aanpak opgenomen waarmee het plaatsen van zonnepanelen op alle geschikte daken wordt gestimuleerd. Gezien bovenstaande vragen wij extra aandacht voor het op landelijke en provinciale schaal stimuleren en faciliteren van deze no-regret maatregelen
In hoofdstuk 5 van de RES 1.0 hebben we hiervoor aanbevelingen opgenomen aan het Rijk. Nog toevoegen dat we dit onderwerp meenemen in het op te stellen samenwerkings- en uitvoeringsprogramma.
Als gemeente vragen wij extra aandacht voor een gedegen voorbereiding van de uitvoeringfase. Wij zijn dan ook zeer benieuwd naar de voorgestelde samenwerkingscenario’s waarmee we als gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen kunnen zetten in de realisatie van de energietransitie. Allereerst de belangrijke knelpunten met betrekking tot het netwerk ten behoeve van energietransport en/of realiseren van energieopslag op te lossen alvorens uitbreiding van opwekcapaciteit gerealiseerd wordt.
Nu de RES 1.0 steeds meer zijn beslag krijgt werken we toe naar een uitwerking van het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Ten aanzien van de knelpunten in het netwerk hebben we In de RES 1.0 we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
Gemeente Veldhoven
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
Het besluitvormingsproces en de planning zijn een aantal keer aangepast. Dit heeft veel flexibiliteit van ons als raad gevraagd. We pleiten er daarom voor om in de planning richting de RES 2.0 meer ruimte op te nemen voor onvoorziene zaken. En om de mijlpalen in de besluitvorming meer leidend te laten zijn.
Er is continue aandacht voor het organiseren van een ordentelijk bestuurlijk proces. Via de wethouders die deelnemen aan het Poho en de Stuurgroep Res wordt de vinger hiervoor ook aan de pols gehouden om dit te waarborgen.
Thema's RES MRE In de concept-RES 1.0 geeft u aan dat er veel belemmeringen zijn die het Dit wordt meegenomen in de uitwerking van het samenwerking- en realiseren van zonnepanelen op grote daken in de weg kunnen staan. uitvoeringsprogramma. Waardoor ontwikkelaars vaak de voorkeur geven aan het ontwikkelen van zonneweides in het buitengebied. In de bijlage 4.1 'No regret' worden acties op gemeentelijk, provinciaal/regionaal en rijksniveau benoemd die genomen kunnen worden om deze belemmeringen weg te nemen. Graag zien wij dat in de RES 1.0 concreet wordt afgesproken welke acties we op regionale schaal daadwerkelijk oppakken. Graag zien we dat dit in de RES 1.0 invulling wordt gegeven aan het belang De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de van prioritering en programmering van het aansluiten van initiatieven impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met voor de opwekking van zonne- en windenergie. Zodat er zo efficiënt netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere mogelijk gebruik gemaakt wordt van de beschikbare netwerkcapaciteit. En werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van er zoveel mogelijk voorrang wordt gegeven aan het volleggen van grote energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij daken met zonnepanelen.