CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5b Regels BP Veegplan XII

Commissie Ruimte 9 februari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XII37.773 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

8.4.2

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Nieuwendijk 84 conform de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 2’ (uit artikel 3 en 8) de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden; b. het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Heistraat 26 conform de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 5’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 5 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.

8.4.3

Voorwaardelijke verplichting uitbreiding a. Het gebruik en (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' is alleen toegestaan indien de storting van het bedrag van € 42.537,30,- ten behoeve van maatregelen voor kwaliteitsverbetering van het landschap aan de gemeente Someren is verricht.

8.4.4

Voorwaardelijke verplichting aankoop sloopmeters Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2' is het realiseren van nieuwe bedrijfsgebouwen, welke een bebouwd oppervlak van 2.650 m² overschrijden, alleen toegestaan indien: a. dit gepaard gaat met sloop van bebouwingsoppervlak elders in de gemeente Someren en dat dit juridisch is geborgd; b. de sloop als benoemd onder a mag reeds in een eerder stadium hebben plaatsgevonden; c. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; d. per m³ uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt.

67

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

Type landschap

Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 extra bebouwing mogelijk te maken

NNB

1

Kampenlandschap

2

Beekdallandschap

2

Oude heideontginning

3

Jonge heideontginning

3 1/2

Bebouwingsconcentraties

2

8.4.5

Voorwaardelijke verplichting waterberging Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2' is het realiseren van nieuw verhard oppervlak uitsluitend toegestaan indien: a. wordt voorzien is in een infiltratievoorziening, welke hemelwater vertraagd afvoert en werkend aanwezig is; b. de infiltratievoorziening als bedoeld in sub a heeft een bergingsopgave van ten minste 0,06 m³ per vierkante meter verhard oppervlak.

8.5

Afwijken van de gebruiksregels

8.5.1

Statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 onder b voor statische opslag als nevenactiviteit bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de statische opslag is 1.000 m²; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

8.5.2

Kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 onder c, 8.4.1 onder d en/of 8.4.1 onder f voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige nevenfunctie is 350 m²; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing;

68

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

e. detailhandel is uitgesloten; f. buitenopslag is uitgesloten g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 8.5.3

Buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 onder b voor buitenopslag bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. de buitenopslag plaatsvindt binnen het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf; b. de opslag is noodzakelijk voor het ter plaatse aanwezige bedrijf; c. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1

Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 2’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 5’, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld.

8.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

8.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 8.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: c. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); d. de specifieke erfbeplantingsplannen; e. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

8.7

Wijzigingsbevoegdheden

8.7.1

Wijzigingsbevoegdheid naar ‘Wonen - Buitengebied’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Bedrijf’ met de daarbij behorende en rechtsreeks verbonden gebruiks- en bouwaanduidingen wijzigen in de bestemming 'Wonen -

69

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

Buitengebied', voor zover het gaat om de bedrijfswoning met de bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het bedrijf is beëindigd en hervatting van de bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan; b. bewoning van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; c. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen, erf, tuin en verharding en heeft een omvang van maximaal 2.500 m²; d. de overige gronden van het voormalige bestemmingsvlak 'Bedrijf’ krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; e. er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats; f. voor het overige wordt ook voldaan aan de bepalingen van Artikel 12 (Wonen Buitengebied); g. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, architectonische en/of landschappelijke waarden bezit; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; i. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

70

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 9 9.1

gemeente Someren

Groen Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. landschappelijke inpassing; c. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

9.2

waterpartijen,

alsmede

Bouwregels Op of in de in 9.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

71

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 10 10.1

gemeente Someren

Natuur Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurgebieden en leefgebied van daar voorkomende soorten; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van de natuurwaarden in het algemeen en verder specifiek voor de hydrologische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol’; c. extensief recreatief medegebruik; d. bestaande wegen en paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud.

10.2

Bouwregels Op de in de voor ‘Natuur’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.

10.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2 voor het toestaan van wildrasters, terreinafscheidingen en andere daarmee vergelijkbare kleine bouwwerken geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de maximaal toegestane bouwhoogte van hekwerken en/of terreinafscheidingen is 2 m¹; b. de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde hekwerken en/of terreinafscheidingen, is 3 m¹; c. het maximaal toegestane oppervlak van bouwwerken, niet zijnde hekwerken en/of terreinafscheidingen, is 10 m².

10.4

Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; b. het gebruik van gronden voor agrarische doeleinden; c. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; d. het plaatsen van zeecontainers; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50 m1, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen;

72

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

c. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; d. het verwijderen van landschapselementen; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden; f. het aanleggen van verharde of onverharde wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 10.5.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning. 10.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden die in de bestemmingsomschrijving zijn genoemd.

73

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 11 11.1

gemeente Someren

Tuin Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij gebouwen op de aangrenzende, als 'Wonen - Buitengebied' bestemde gronden b. ontsluiting; c. landschappelijke inpassing; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

11.2

Bouwregels Op of in de in 11.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

74

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 12 12.1

gemeente Someren

Wonen - Buitengebied Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van huisvesting van huishoudens in woningen; b. bij bestemmingsvlakken met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wonen plus’ is een kleinschalig bedrijf toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; c. aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 12.4.2; d. (on)verharde paden, wegen; e. parkeervoorzieningen; f. tuinen en erven; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging en infiltratie; h. groenvoorzieningen en groene erfinrichting; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is een ruimte voor ruimte woning toegestaan; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 1', 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 4', 'specifieke vorm van wonen landschappelijke inpassing 6' en 'specifieke vorm van wonen - landschappelijke inpassing 7' zijn de gronden mede bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verharding.

12.2

Bouwregels

12.2.1 Algemeen a. Op of in de voor ‘Wonen - Buitengebied’ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 12.1 genoemde bestemming; b. per bestemmingsvlak is één woning toegestaan; c. bij herbouw mag de woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2; e. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1', 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 4', 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 6' en 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inrichting 7' is het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en het aanleggen van verhardingen niet toegestaan. Perceelsgedeelten met deze aanduiding worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht; f. buitenopslag ten behoeve van een hoveniersbedrijf is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen- buitenopslag 1’ toegestaan, waarbij de totale oppervlakte maximaal 15m2 mag bedragen en de hoogte maximaal 1m1 mag bedragen. De buitenopslag betreft uitsluitend groenafval en zand. 12.2.2 Hoofdbebouwing a.

de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld;

75

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’ de woning een inhoud hebben van maximaal 900 m³; c. indien de inhoud van een bestaande woning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of meer mag bedragen, geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; d. bij herbouw mag de woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; e. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; f. in afwijking van het bepaalde onder sub e bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregels' de maximaal toegestane goothoogte 4,5 m1; g. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; h. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; i. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; j. voor een bestemmingsvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is de afstand tot de bestemmingsgrens ten minste 8 m1; k. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹. 12.2.3 Bijgebouwen a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal 100 m2. b.

voor een bestemmingsvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' geldt een maximale oppervlakte van 150 m2; c. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte bijgebouwen’ die specifieke oppervlakte toegestaan; d. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹; e. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; g. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; h. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m¹; i. in afwijking van het bepaalde in sub h geldt de bestaande afstand van een vergund of krachtens overgangsrecht toegelaten bijgebouw tot de woning als maximaal toelaatbaar indien deze afstand groter is; j. bij volledige sloop en herbouw van een bijgebouw geldt 20 m¹ als maximale afstand tussen het bijgebouw en de woning, ongeacht de (afwijkende) situering van de te slopen bebouwing als bedoeld in sub i; k. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; l. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹. 12.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels: a. per woning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²; 2.

bouwhoogte niet meer dan 3 m¹; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m¹;

76

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

b. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹; c. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m1, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m1 uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens; d. in afwijking van het bepaalde onder sub a, sub b en sub d mag de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 2,5 m¹ bedragen en moet de afstand tot de bestemmingsgrens van deze bouwwerken ten minste 5 m¹ bedragen.

12.3

Afwijken van de bouwregels

12.3.1 Afwijken ten behoeve van inhoud woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder a, ten behoeve van het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane inhoud (zijnde: 750 m³) van een woning tot maximaal 900 m³. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m³ uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De landschapsindeling is gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011, dat is toegevoegd als bijlage 8 bij dit bestemmingsplan. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;

Type landschap

Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 extra bebouwing mogelijk te maken

NNB

1

Kampenlandschap

1 2/3

Beekdallandschap

1 2/3

Oude heideontginning

2

Jonge heideontginning

2 1/3

Bebouwingsconcentraties

1 2/3

b. de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.3.2 Afwijken ten behoeve van oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.3 onder a en artikel 12.2.3 onder b, ten behoeve van het toestaan van een

77

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte (zijnde: 100 m²) aan bijgebouwen tot maximaal 350 m². Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De landschapsindeling is gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011, dat is toegevoegd als bijlage 8 bij dit bestemmingsplan. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;

Type landschap

Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 extra bebouwing mogelijk te maken

NNB

1

Kampenlandschap

2

Beekdallandschap

2

Oude heideontginning

3

Jonge heideontginning

3 1/2

Bebouwingsconcentraties

2

b. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.3.3 Afwijken ten behoeve van herbouw woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.1 onder c, ten behoeve van de herbouw van een woning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e.

met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.3.4 Afwijken ten behoeve van afstand tot bestemmingsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder k, artikel 12.2.3 onder k en artikel 12.2.4 onder d, ten behoeve van de

78

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

bouw van bouwwerken op een kortere afstand dan 5 m1 tot de bestemmingsgrens. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bouwwerken in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; c. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; d. de groene erfinrichting, landschappelijke inpassing is anderszins duurzaam geborgd; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

12.4

Specifieke gebruiksregels

12.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruiken van bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruiken van gronden en gebouwen voor bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan overeenkomst het bepaalde in artikel 12.1 onder b; c. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel of bedrijf; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; g. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; h. het plaatsen van zeecontainers; i. het gebruik van de woning ten behoeve van bewoning door arbeidsmigranten; j. het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca. tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

12.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 150 m²; b. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door een van de bewoners; c. de beroepsactiviteit mag zowel in het hoofdgebouw als in een bijgebouw worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; g. detailhandel is niet toegestaan; h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.

79

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

12.4.3 Voorwaardelijke verplichting a. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Dertiensedijk 24 conform de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als: 1. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1’ (uit artikel 3 en 12) de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden; 2. als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan een infiltratievoorziening met een capaciteit van 16,8 m3 is gerealiseerd en in stand gehouden wordt; b.

het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Ploegstraat 55 conform de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 4’ (uit artikel 5 en 12) de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 4 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden; c. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van het perceel Kanaaldijk zuid ongenummerd tussen nummers 23 en 25 conform de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 6’ de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 6 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de gereed melding van de nieuw op te richten bouwwerken is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden; d.

het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Kerkenhuis 12 conform de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 7’ (uit artikel 6 en 12) de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 7 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.

12.5

Afwijken van de gebruiksregels

12.5.1 Minicamping als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f, ten behoeve van het toestaan van een minicamping die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b. voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m² bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing;

80

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; e. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m¹; f. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; h. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; i. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2 en aangetoond met een erfinrichtingsplan. 12.5.2 Groepsaccommodatie als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f, ten behoeve van het als ondergeschikte functie toestaan van een groepsaccommodatie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 20 personen; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; c. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; d. de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

12.5.3 Bed and breakfast als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f, ten behoeve van het als ondergeschikte functie toestaan van bed and breakfast die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 10 personen (eenpersoonsbedden); b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; c. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; d. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.5.4 Theehuisuitspanning (routegebonden horeca) als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f, ten behoeve van het als ondergeschikte functie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b.

de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m2 inclusief terras; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; e. de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; f. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; g. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2 en aangetoond met een erfinrichtingsplan. 12.5.5 Verhuur fietsenrijtuigen als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f, ten behoeve van het door de bewoner(s) van de betreffende locatie

81

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

als ondergeschikte functie verhuren van fietsen, rijtuigen e.d. vanuit de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; b. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.5.6 Dagrecreatie als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder f voor het als ondergeschikte nevenactiviteit vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; c. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.5.7 Zorg als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder b voor het verlenen van zorg door de bewoner(s) van de betreffende locatie als nevenactiviteit. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b.

het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden infrastructureel niet tot onevenredige verkeersoverlast en zijn landschappelijk goed inpasbaar; f. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.5.8 Kinderopvang en dagbesteding als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder b voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenactiviteit. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden infrastructureel niet tot onevenredige verkeersoverlast en zijn landschappelijk goed inpasbaar; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

12.5.9 Huisvesting arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.4.1 onder i voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 arbeidsmigranten;

82

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

2. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsschets aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden. 3. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; 4. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning door arbeidsmigranten, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; 5. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; 6. in afwijking op lid 1 is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; 7. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) is voorzien van een SNF-registratie en dit dient aangetoond te worden; 8. als de woning vijf of meer wooneenheden bevat, moet men voldoen aan de aanvullende eisen uit het bouwbesluit van kamergewijze verhuur, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning. (wooneenheden: 5 of meer slaapkamers); 9. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; 10.

vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; 11. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.

12.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 1', 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 4', 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 6', 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 7' en 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 8' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld. 12.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 12.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 12.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 12.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a.

de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende

83

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

12.7

Wijzigingsbevoegdheid

12.7.1 Wijzigingsbevoegdheid voor 'wonen plus' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de bestemming ‘Wonen - Buitengebied’ de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieen 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; b. de maximaal toegestane oppervlakte voor de bedrijfsbebouwing is 350 m2, met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in de sloopbonusregeling (artikel 12.3.2) dienen te worden toegepast; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; d. parkeren, laden en lossen vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; e. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; f. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; g. buitenopslag is niet toegestaan; h.

er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; i. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2. 12.7.2 Wijzigingsbevoegdheid voor splitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming 'Wonen - Buitengebied' te wijzigen voor het splitsen van een woonboerderij in maximaal twee aaneen gebouwde woningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. splitsing is alleen mogelijk als de woonboerderij een inhoud heeft van tenminste 900 m3; b. beide woningen dienen na splitsing elk een inhoud te hebben van tenminste 350 m3; c. per woning is een vrijstaand bijgebouw toegestaan van maximaal 100 m2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling (artikel 12.3.2). Dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 bedragen; d. eventueel aanwezige overtollige (voormalige bedrijfs-)bebouwing dient te worden gesloopt tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde bezit; e.

er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; f. gesplitste woningen komen niet in aanmerking voor gewijzigde situering; g. de splitsing kan slechts plaatsvinden indien deze gericht is op het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;

84

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

h. splitsing is enkel mogelijk indien er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol object waarbij geldt dat: 1. een beeldbepalend pand dat is opgenomen in de lijst met beeldbepalende panden in bijlage 9 bij de regels van dit bestemmingsplan; of 2. indien door een terzake deskundige instantie zoals Stichting Monumentenhuis Brabant aangetoond is dat het pand beeldbepalend is; i. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

85

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 13 13.1

gemeente Someren

Leiding - Water Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Algemeen De voor ‘Leiding - Water’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. aanleg, gebruik, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse watertransportleiding; b. groen en groenvoorzieningen, mits niet diepwortelend. 13.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Gebouwen Op of in de voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 13.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op de voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde van geringe omvang worden gebouwd, welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de in artikel 13.1.1 bedoelde leiding(en), met dien verstande dat de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 m¹ is.

13.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 13.2.1 en/of 13.2.2 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde hoger dan 3 m¹. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de in artikel 13.1.1 bedoelde leiding(en) niet wordt aangetast; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder; c. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, waaronder heien;

86

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen. 13.4.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.4.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de overige bestemmingen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip dat het bestemmingsplan van kracht wordt, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 13.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 13.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011. c.

de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding. Hierbij gelden de volgende bepalingen: 1. alvorens te beslissen op een aanvraag, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder; 2. Het vermelde advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.

87

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 14 14.1

gemeente Someren

Waarde - Archeologie 2 Bestemmingsomschrijving

14.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 14.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

14.2

Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 100 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.

14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

88

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 14.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 14.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 14.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

89

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

90

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

Artikel 15 15.1

gemeente Someren

Waarde - Archeologie 4 Bestemmingsomschrijving

15.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 15.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

15.2

Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. boor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 250 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.

15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

91

Veegplan XII, gemeente Someren 2021

gemeente Someren

a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 15.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 15.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 15.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 15.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11084056/1