5b Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 ODZOB
Tekst van het document
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 39 van 55
Daarnaast zijn de gevolgen van de overdracht van het bevoegd gezag van bodemtaken van provincie naar gemeenten is nog niet helder. Daarnaast hebben de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen die op 1 januari 2022 in werking treedt, het ROK-vergunningen en Transitie veehouderij ongetwijfeld invloed op de opdrachtverlening in 2022. Het is de verwachting en aanname dat de invloeden van genoemde ontwikkelingen qua orde van grootte elkaar compenseren in 2022. Mocht dat niet zo zijn dan zal dit tot uiting komen in de door de deelnemers in te dienen werkprogramma’s.
Programma Collectieve taken De baten van het programma Collectieve Taken bedragen € 1,33 mln. en de lasten € 1,06 mln. Anders dan in het verleden gebruikelijk was, is de raming voor dit programma in materiele zin niet geïndexeerd. Dit is een rechtstreeks gevolg van het AB-besluit betreffende de vaststelling van de kadernota 2022. Besluitvorming in het najaar van 2020 door het Algemeen Bestuur inzake SSiB leidt tot verhoging van zowel de baten als de lasten in dit programma. Hierbij gaat het om een bedrag van € 0,07 mln. In lijn met bovenstaande besluitvorming is in de presentatie van de deelnemersbijdragen een onderscheid gemaakt tussen de bijdragen aan SSiB en die aan de overige werkzaamheden in het Collectief Programma. Voor de inhoudelijke toelichting van dit programma wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2.
Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan bij de ODZOB uit doorbelaste kosten. De baten betreft de doorbelasting van garantielonen aan de latende partijen. Voor 2021 betreft dat uitsluitend de doorbelasting aan enkele deelnemers (Eindhoven, Laarbeek en Provincie Noord-Brabant).
Overhead Volgens de BBV-richtlijnen dienen de kosten van overhead niet in de primaire programma’s verantwoord te worden, maar als apart programma gepresenteerd te worden. In paragraaf 3.3.4. is weergegeven welke kosten/activiteiten onder de definitie overhead vallen. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de totale exploitatie kosten. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar kosten die toegerekend worden aan de overhead en naar kosten die toegerekend worden aan de overige programma’s. De kosten van overhead stijgen, zoals uit de tabel op in paragraaf 4.1.1. is af te leiden, met 3%. De totale lasten stijgen echter maar nauwelijks (namelijk: met 0,3 %). Dit wordt voornamelijk verklaard doordat in 2022 de post onvoorzien (in 2021: €75.000) is geschrapt. Dit is een van de doorgevoerde maatregelen om de gevraagde nul-lijn in de tariefontwikkeling te realiseren.
Heffing Vpb Voor toelichting op de regel Heffing Vpb, zie paragraaf 3.3.5. De ODZOB heeft een gering bedrag geraamd voor te betalen vennootschapsbelasting over activiteiten die als ondernemer kwalificeren en niet voor vrijstelling in aanmerking komen. Dit bedrag is, ten opzichte van 2021, met €5.000 afgenomen.
Bedrag onvoorzien De begroting 2022 beschikt niet meer over een post onvoorzien. Dit is een van de maatregelen die is genomen om de bestuurlijk vastgestelde nul-lijn in de tariefontwikkeling te realiseren. Hiertoe is overgegaan omdat de afgelopen jaren zelden gebruik werd gemaakt van een beroep op deze post.
Mutaties reserves In de begroting 2022 worden geen mutaties in de reserves verwacht.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 40 van 55
4.2
Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten
Niet van toepassing.
4.3
Overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Niet van toepassing.
4.4
Toelichting op exploitatielasten
In paragraaf 4.1 zijn de lasten per programma opgenomen en toegelicht. Voor een beter inzicht in de kosten van de ODZOB zijn in deze paragraaf de kosten per kostensoort toegelicht. 4.4.1
Gehanteerde uitgangspunten
In het onderstaande overzicht zijn de exploitatiekosten opgenomen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
•
alle bedragen zijn exclusief btw.
•
de bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2022. Conform de uitgangspunten van de kadernota zijn de kostenramingen gebaseerd op de meest recente inzichten omtrent de kostenontwikkeling. Daarbij zijn de realisatiecijfers van 2020 als basis gebruikt.
Conform BBV-voorschriften zijn de exploitatielasten gesplitst in overheadkosten en kosten die toegerekend worden aan de overige programma’s. 4.4.2
Kostenoverzicht per kostensoort en programma
In onderstaand overzicht zijn de diverse kosten naar kostensoort en programma weergegeven: Last en naar kost ensoort en programma POST
Personeel
* bedragen x 1€ Programma Dienstverlening
Programma Collectieve Taken
Overhead
Totaal
14.625.650
606.510
4.685.965
19.918.124
Uitbesteding
0
0
155.000
155.000
Kapitaallasten
0
0
320.000
320.000
249.110
10.330
1.571.560
1.831.000
14.874.759
616.840
6.732.525
22.224.124
0
444.700
0
444.700
14.874.759
1.061.540
6.732.525
22.668.824
Organisatiekosten TOTAAL LASTEN (vóór programmakosten) Externe programmakosten TOTAAL LASTEN
Personeel De post personeel bestaat uit vijf onderdelen: Salarissen, opleidingen, reis- en verblijfskosten, overige personeelskosten en inhuur. Voor een belangrijk deel wordt deze post bepaald door de formatie. Daarom wordt deze onderstaand kort toegelicht.
Formatie De formatie van de ODZOB is gebaseerd op de bezetting die benodigd is voor de realisatie van de geraamde omzet. Aan de hand van deze baten is het benodigde aantal uren vastgesteld. Deze uren zijn op basis van de nieuwe norm van 1.350 declarabele uren per fte omgerekend naar de benodigde fte’s in het primaire proces.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 41 van 55
De verhoging van de declarabiliteitsnorm van 1.340 naar 1.350 uren per fte is één van de maatregelen die genomen is om de nul-lijn in de tariefontwikkeling van 2022 ten opzichte van 2021 te realiseren. Deze nieuwe norm sluit aan bij die van de andere Brabantse omgevingsdiensten en is daar de afgelopen jaren ook haalbaar gebleken. Bij de berekening van de declarabele uren is gerekend met een verwacht ziektepercentage van 4,5%. Daarnaast is de bezetting gebaseerd op de benodigde fte’s voor overhead. De formatie voor overhead is normatief 20% van de totale formatie. Deze formatie voor 2022 ligt in lijn met die van 2021 en is als volgt opgebouwd: Gemiddelde bezet t ing POST
* aantal in fte's Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Dienstverband
170,2
169,2
179,0
Inhuur / payroll Totaal
48,8
36,3
219,1
205,4
25,8 204,8
De flexibele schil van de ODZOB komt uit op circa 13% van de totale bezetting. Dit percentage is lager dan de afgelopen jaren het geval was. Hier tegenover staat een hoger aandeel van het vast personeel. Onderstaand volgt een beknopte toelichting op deze samenstellende delen.
Salarissen De post salarissen bedraagt € 16,33 mln. en is € 1,02 mln. hoger dan begroot in 2021. De toename van circa 10 fte met een vast dienstverband en de salariskostenstijging als gevolg van toegekende periodieken, cao-ontwikkeling en veranderde mix van personeelsleden zorgen in totaal voor deze stijging. Er is nog geen rekening gehouden met de door het ABP gemelde mogelijke stijging van pensioenpremies in 2022.
Opleidingen Voor de post opleidingskosten is circa 2% van de loonsom aangehouden.
Reis- en verblijfkosten Reiskosten bestaan uit kosten woon-werkverkeer en dienstreizen. Voor deze kosten is een raming opgesteld op basis van de ervaringscijfers over 2019. De realisatie in 2020 geeft, als gevolg van de Corona-pandemie een vertekend beeld. Het ligt in de lijn der verwachting dat er een structurele verschuiving van werken op kantoor naar thuiswerken zal plaatsvinden. Dit zal leiden tot een verschuiving in kosten. Daarom wordt de raming uit de begroting 2021 (€ 377.000) vooralsnog niet bijgesteld.
Overige personeelskosten Onder overige personeelskosten zijn onder andere de volgende posten opgenomen: Arbo, collectieve ongevallenverzekering, personeelsbijeenkomsten en flexibel belonen. Op basis van de realisatiecijfers van 2020 en de geschatte ontwikkeling van de fte-aantallen is de raming voor 2022 gemaakt. Het budget voor 2022 is neerwaarts bijgesteld om invulling te geven aan het niet laten stijgen van het uurtarief in 2022 ten opzichte van 2021. Dit betreft werving, selectie en outplacement. Het budget voor 2022 is circa € 280.000.
Inhuur Onder de post inhuur van €2,6 mln. zijn de kosten opgenomen voor de geraamde inhuur van 26 fte. De daling van deze post wordt veroorzaakt doordat er minder inhuur voorzien wordt dan in 2021. Daarbij is rekening gehouden met een beperkte stijging van de inhuurtarieven. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 42 van 55
Uitbesteding Deze post heeft betrekking op extern onderzoek en advies op het gebied van personele en juridische aangelegenheden, inkoop, communicatie en het uitvoeren van kwaliteitsonderzoek. Tevens zijn de kosten van de accountant hier voorzien. Op basis van de meest recente inzichten is deze post iets lager van vorig jaar en is nu geraamd op € 155.000.
Kapitaallasten Deze post bestaat uit twee componenten: afschrijvingen en rente. Omdat niet alle activa die afgeschreven zijn ook daadwerkelijk onmiddellijk vervangen hoeven te worden wordt post afschrijvingen in begroting 2022 wat lager geraamd dan in voorgaande jaren. De laatste jaren is er een trend waarneembaar waarbij er minder tot aanschaf van kapitaalgoederen wordt overgegaan. In plaats daarvan is er meer sprake van huurof leasecontracten. De kapitaallasten zijn lager dan in 2021 en worden geraamd op € 320.000. Hoewel de ODZOB geen leningen meer heeft, zijn er toch in zeer beperkte mate rentekosten geraamd voor 2022. Dit in verband met een mogelijk beroep dat de ODZOB voor het opvangen van pieken in de financieringsbehoefte moet doen op het rekening courant krediet dat de ODZOB heeft bij de BNG.
Organisatiekosten Deze kosten hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
•
telefonie;
•
kopiëren/printen;
•
ICT helpdesk;
•
automatisering/licenties/onderhoud;
•
kantoorbenodigdheden/porto/drukwerk;
•
verzekeringen;
•
leaseauto’s;
•
catering/restauratieve voorzieningen;
•
huur gebouw;
•
servicekosten gebouw: schoonmaak/beveiliging/onderhoud;
•
uitbesteding salarisadministratie.
De totale post is geraamd op basis van de realisatiecijfers 2020, rekening houdend met de laatste inzichten voor een aantal kostensoorten. De organisatiekosten komen € 166.000 hoger uit dan in de begroting 2021. De grootste stijging wordt veroorzaakt door hogere kosten die voortvloeien uit de hedendaagse eisen voor onze ICT-architectuur (structureel € 100.000 extra). Daarnaast spelen er nog diverse andere ontwikkelingen, zoal het gebruikmaken van GlobeSpotter en de jaarlijks terugkerende stijgingen van licentiekosten en dergelijke.
Externe project en programmakosten De in de begroting opgenomen externe kosten voor de programmadelen betreffen uitsluitend de externe kosten opgenomen voor het programma collectieve taken. Besluitvorming over de voortzetting van de deelname aan SSiB leiden tot een hoger bedrag, te weten € 0,44 mln. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
•
Bijdrage aan SSiB
€ 322.200
•
Bijdrage Brabantbrede meldkamer
€ 60.000
•
Contractmanagement meetnet
€ 55.000
•
Diversen
€ 7.500
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 43 van 55
De overige externe programmakosten die in de realisatie op deze post verantwoord zullen worden, betreffen kosten die één op één doorbelast worden aan de opdrachtgevers en daarmee voor de ODZOB budget-neutraal zijn. Daarom worden deze kosten niet in de begroting opgenomen, maar zullen ze in werkelijkheid wel voorkomen.
4.5
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting
Volgens artikel 20 van het BBV provincies en gemeenten dient in de begroting een uiteenzetting van de financiële positie voorzien van toelichting opgenomen te worden. Deze is in de onderhavige paragraaf uiteengezet. 4.5.1
Raming begrotingsjaar
Volgens het in de vorige paragraaf aangehaalde artikel dient de uiteenzetting van de financiële positie o.a. een raming van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen te bevatten. De financiële gevolgen voor de baten en lasten zijn weergegeven in paragraaf 3.1. De gevolgen voor de balans zijn weergegeven in paragraaf 3.5.2. 4.5.2
Geprognosticeerde begin- en eindbalans
Onderstaand is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 44 van 55
(Geprognost iceerde) balans per 31-12 ACTIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Vast e act iva Immat eriële vast e act iva
0
0
0
0
0
0
Mat eriële vast e act iva
783.744
795.789
919.154
784.025
667.782
853.390
Investeringen met een economisch nut
783.744
795.789
919.154
784.025
667.782
853.390
0
0
0
0
0
0
783.744
795.789
919.154
784.025
667.782
853.390
Financiële vast e act iva Totaal vaste activa Vlot t ende act iva Voorraden
0
0
0
0
0
0
Onderhanden werk
0
0
0
0
0
0
Uit zet t ingen met een rent et ypische loopt ijd kort er dan 1 jaar
4.161.857
3.195.479
2.922.115
2.907.243
2.873.486
2.537.879
Vorderingen op openbare lichamen
1.765.792
1.765.792
1.765.792
1.765.792
1.765.792
1.765.792
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar;
2.386.146
1.419.769
1.146.404
1.131.533
1.097.776
762.168
9.919
9.919
9.919
9.919
9.919
9.919
Overige vorderingen Liquide middelen
254.728
254.728
254.728
254.728
254.728
254.728
Banksaldi
254.728
254.728
254.728
254.728
254.728
254.728
1.751.555
1.648.530
1.648.530
1.648.530
1.648.530
1.648.530
Overlopende act iva De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen
0
- het Rijk
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
0
Overige nog te ontvangen bedragen
1.399.528
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
352.027
Totaal vlottende activa
6.168.139
5.098.736
4.825.372
4.810.500
4.776.744
4.441.136
TOTAAL ACTIVA
6.951.883
5.894.526
5.744.526
5.594.526
5.444.526
5.294.526
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 45 van 55
(Geprognost iceerde) balans per 31-12 PASSIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Vast e passiva Eigen vermogen
2.429.098
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
Algemene reserve
1.760.414
1.207.200
1.207.200
1.207.200
1.207.200
1.207.200
Bestemmingsreserve
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
Resultaat boekjaar voor bestemming
354.143
0
0
0
0
0
Voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Voorziening voor personeelskosten
0
0
0
0
0
0
Vast e schulden
0
0
0
0
0
0
Binnenlandse banken en overige financiele instellingen
0
0
0
0
0
0
2.429.098
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
Totaal vaste financieringsmiddelen Vlot t ende passiva
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar
834.133
834.133
834.133
834.133
834.133
834.133
Overige schulden
834.133
834.133
834.133
834.133
834.133
834.133
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van
3.688.652
3.538.652
3.388.652
3.238.652
3.088.652
2.938.652
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
2.927.172
Totaal vlottende passiva
4.522.785
4.372.785
4.222.785
4.072.785
3.922.785
3.772.785
TOTAAL PASSIVA
6.951.883
5.894.526
5.744.526
5.594.526
5.444.526
5.294.526
4.5.3
761.480
EMU saldo
In onderstaand overzicht is conform voorschrift het EMU-saldo weergegeven voor jaarrekening 2020, het vorige begrotingsjaar (2021), het begrotingsjaar 2022 alsmede de jaren m.b.t. de meerjarenraming.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 46 van 55
EMU-saldo
* bedragen x 1 € Realisatie 2020
+ + + + + + -
2021
2022
2023
2024
2025
1. Exploitatiesaldo vóór toevo eging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
354.143
0
0
0
0
0
2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
330.175
291.563
319.636
335.128
316.243
314.392
3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de explo itatie 4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
0
0
0
0
0
0
171.291
303.155
443.453
191.177
199.989
472.295
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoo rd en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
0
6a. Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs)
0
0
0
0
0
0
6b. Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de explo itatie staan)
0
0
0
0
0
0
8a. Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoo pprijs)
0
0
0
0
0
0
8b. Boekwinst op gro ndverkopen
0
0
0
0
0
0
9. Lasten op balanspost Voorzieningen vo orzover deze transacties met derden betreffen 10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de o nder post 1 genoemde explo itatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die no g niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
513.027
-11.592
-123.817
143.951
116.254
-157.903
Berekend EMU-saldo
4.5.4
Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verrichtingen van vergelijkbaar volume
De ODZOB kent arbeidskosten gerelateerde verplichtingen in de vorm van de verplichting verlofdagen. Voor een deel (de basis) heeft deze verplichting het karakter van een jaarlijks terugkerende verplichting van vergelijkbaar volume (ca € 382.000,-). Dit mag niet als verplichting op de balans getoond worden Het overige deel is meer wisselend van karakter en wordt beschouwd als bovenmatig verlofsaldo. Het eerste deel mag niet als verplichting op de balans getoond worden en is daarom door de ODZOB voor een deel van deze verplichting een bestemmingsreserve gevormd. Voor het tweede deel, het deel dat als bovenmatig beschouwd wordt, heeft de ODZOB conform BBV-richtlijn een verplichting op de balans opgenomen. De ODZOB kent arbeidskosten gerelateerde verplichtingen in de vorm van de verplichting verlofdagen. Deels hebben deze het karakter van een jaarlijks terugkerende verplichting van vergelijkbaar volume, deels is de verplichting meer wisselend van karakter en wordt beschouwd als bovenmatig dan wel verlofsaldo van tijdelijke aard. Het eerste (jaarlijks terugkerende) deel heeft een omvang van ca. € 382.000 en mag niet als verplichting op de balans getoond worden. Voor de afdekking van deze schuld aan het personeel heeft de ODZOB een bestemmingsreserve van € 314 541 gevormd. Voor het meer variabele deel heeft de ODZOB conform BBVrichtlijn een verplichting op de balans opgenomen. 4.5.5
Investeringen
Investeringen met een economisch nut Deze investeringsruimte is voornamelijk nodig voor de eventuele vervanging van een deel van de activa die in de loop van 2020 en 2021 geheel afgeschreven zijn, maar ook voor de nieuwe investeringsbehoeften die zich in de loop van 2021 aan zullen dienen. Onderstaande tabel geeft een inzicht in de besteding van de diverse investeringskredieten. De besteding van de beschikbaar gestelde budgetten ijlt doorgaans wat na. Voor begroting 2022 is een gering investeringskrediet van € 0,2 mln. opgenomen. De afschrijvingstermijn van hardware wordt mede bepaald door de externe ontwikkelingen. M.n. op het gebied van ICT-gaan de ontwikkelingen snel waardoor continu bewaakt moet worden of de binnen de ODZOB gehanteerde afschrijvingstermijnen nog recht doen aan de werkelijke situatie. Tot op heden is er geen aanleiding om in deze begroting andere afschrijvingsperioden te hanteren dan te doen gebruikelijk.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 47 van 55
Invest eringen met een economische nut
* bedragen x 1€ Besteding
Begrotingsjaar kredietaanvraag
2020 (incl. doorgeschoven krediet)
2020
2021
2022
171.291
303.608
2023
2024
2025
Totaal
113.000
587.899
2021
130.000
130.000
2022
200.000
200.000
2023
200.000
2024
200.000 200.000
2025 Tot aal
171.291
303.608
443.000
200.000
200.000
200.000 500.000
500.000
500.000
1.817.899
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Bij de ODZOB is geen sprake van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 4.5.6
Financiering
Volgens artikel 20 van het BBV dient bij de uiteenzetting van de financiële positie ook aandacht geschonken te worden aan de financiering. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.4.4. 4.5.7
Verloop van reserves en voorzieningen
Reserves * bedragen x 1€
Stand en verloop van de reserves Realisatie 2020
2021
2022
2023
2024
2025
1.200.000
1.760.414
1.207.200
1.207.200
1.207.200
1.207.200
914.557
354.143
0
0
0
0
bij:
0
0
0
0
0
0
af: Terugbetaling overtollig saldo
0
0
0
0
0
0
210.805
328.195
0
0
0
0
Algemene reserve Saldo per 1-1 bij: Resultaat voorgaand boekjaar
af: Implementatiekosten VTH-applicatie
143.338
579.162
0
0
0
0
1.760.414
1.207.200
1.207.200
1.207.200
1.207.200
1.207.200
af: Implementatiekosten Omgevingswet Saldo per 31-12 Egalisat iereserve verlofkost en
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
bij:
0
0
0
0
0
0
af:
0
0
0
0
0
0
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
314.541
2.074.955
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
1.521.741
Saldo per 1-1
Saldo per 31-12 TOTAAL VAN DE RESERVES
Voorzieningen De ODZOB heeft geen voorzieningen.
4.6 4.6.1
Meerjarenraming en de toelichting Inleiding
Volgens artikel 22 en 23 van het BBV bevat de meerjarenraming voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen. De geprognosticeerde begin- en eindbalans zijn opgenomen in paragraaf 4.5.2. De geprognosticeerde lasten en baten zijn opgenomen in de volgende paragraaf 4.6.2. Daarnaast dient volgens artikel 20 lid 1 in het kader van de meerjarenraming aandacht besteed te worden aan een aantal andere zaken.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 48 van 55
Onderstaand is aangegeven welke onderwerpen dit betreft en waar deze in deze begroting aan de orde komen:
•
de jaarlijks terugkerende arbeidskosten (paragraaf 4.5.4);
•
de investeringen (paragraaf 4.5.5);
•
de financiering (paragraaf 4.5.6);
•
de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves (paragraaf 4.5.7);
•
de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen (paragraaf 4.5.7).
4.6.2
Meerjarenraming van baten en lasten
Overzicht van bat en en last en
* bedragen x 1€ Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Programma Dienstverlening
21.300.803
14.874.759
6.426.044
21.205.862
14.808.460
6.397.402
21.205.862
14.808.460
6.397.402
21.205.862
14.808.460
6.397.402
Programma Collectieve taken Totaal Programma's
1.328.021
1.061.540
266.481
1.328.021
1.061.540
266.481
1.328.021
1.061.540
266.481
1.328.021
1.061.540
266.481
22.628.824
15.936.299
6.692.525
22.533.883
15.870.000
6.663.883
22.533.883
15.870.000
6.663.883
22.533.883
15.870.000
6.663.883
Algemene dekkingsmiddelen
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
Overhead
0
6.732.525
-6.732.525
0
6.703.883
-6.703.883
0
6.703.883
-6.703.883
0
6.703.883
-6.703.883
Heffing VPB
0
10.000
-10.000
0
10.000
-10.000
0
10.000
-10.000
0
10.000
-10.000
Programma
Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
22.678.824
22.678.824
0
22.583.883
22.583.883
0
22.583.883
22.583.883
0
22.583.883
22.583.883
0
0
0
Toevoeging en ont rekking reserves Mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
22.678.824
22.678.824
0
22.583.883
22.583.883
0
22.583.883
22.583.883
0
22.583.883
22.583.883
0
1) 2)
De gerealiseerde baten 2020 zijn incl. € 24.318, - aan in rekening gebrachte externe projectkosten. De gerealiseerde baten 2020 zijn incl. € 772.938, - aan in rekening gebrachte externe projectkosten.
De meerjarenraming is opgesteld in euro’s 2022; er is dus geen indexering toegepast voor de jaren 20232025. Hoewel de in hoofdstuk 1 geschetste actuele ontwikkelingen zeker invloed zullen hebben op de taken en de taakuitvoering van de ODZOB, is op dit moment niet exact helder wat de uiteindelijke invloed zal zijn. Dit zal de komende tijd in afstemming met de deelnemers in kaart gebracht moeten worden. Wel is duidelijk dat de ODZOB gezamenlijk met de deelnemers werkt aan efficiencyverbetering door onder andere te streven naar meer uniformiteit in op te dragen en te leveren diensten als ook in werkwijzen, mandatering en informatie-uitwisseling. Daarom is in dit overzicht (t.o.v. 2020) in 2021 rekening gehouden met 1% efficiencyverbetering en in 2022 met aanvullend 2% efficiencyverbetering op de werkprogramma’s. Vanaf 2023 betekent leidt dit tot een structureel effect van 3%. Verder is in dit overzicht rekening gehouden met de invloed van het ROK voor Toezicht en Handhaving aangezien de meeste deelnemers de hiervoor benodigde toename gefaseerd in wensen te voeren. Vanaf 2023 is er geen sprake meer van een deelnemersbijdrage van in totaal € 0,4 mln. wegens de (implementatie van de) Omgevingswet. 4.6.3
Meerjarenraming incidentele baten en lasten
Zie ook paragraaf 4.2. Dit is niet van toepassing. 4.6.4
Meerjarenraming structurele toevoegingen en onttrekking aan reserves
Zie paragraaf 4.3. Dit is niet van toepassing bij de ODZOB.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 49 van 55
Bijlage 1
Specifieke bijdrage per opdrachtgever
De financiële bijdrage per opdrachtgever is enerzijds gebaseerd op de verwachte opdrachtverlening voor basistaken en verzoektaken (uitgaande van een afgestemde urenafname en uurtarieven) en anderzijds op een bijdrage voor het programma collectieve taken. Overeenkomstig artikel 31 lid 1 van de GR is onderstaand overzicht opgesteld. De verdeling van bijdragen aan Collectieve taken gebaseerd op de indeling zoals vastgesteld door het AB in het najaar van 2020. Dit betekent dat de bijdragen aan SSiB als afzonderlijk deel binnen het programma Collectieve Taken wordt gepresenteerd. Bat en per deelnemer
* bedragen x 1€ Begroting 2022
Deelnemer
Begroting 2021
Realisatie 2020
1)
Programma Dienstverlening
Programma Collectieve taken
Totaal collectieve taken
)
Totaal taken
Totaal taken
Waarvan basis
650.789
508.507
346.835
681.335
288.015
175.501
288.631
533.457
232.023
664.281
Totaal2 taken
Verzoektaken
Gemeente Asten
386.583
225.170
611.753
10.000
29.036
39.036
Gemeente Bergeijk
252.352
75.721
328.073
10.000
26.965
36.965
365.038
Gemeente Best
246.377
280.788
527.165
10.000
22.783
32.783
559.948
Gemeente Bladel
273.445
33.180
306.626
10.000
37.250
47.250
353.876
301.086
232.510
Gemeente Cranendonk
263.839
144.818
408.657
10.000
37.726
47.726
456.383
347.044
164.027
572.920
Gemeente Deurne
540.504
640.868
1.181.373
10.000
51.523
61.523
1.242.896
959.308
464.508
1.379.756
Gemeente Eersel
209.572
Totaal Dienstverlening
Overig collectieve taken
Landelijke basistaken
SSIB
361.974
32.050
241.622
10.000
48.812
58.812
300.434
285.746
211.122
318.521
Gemeente Eindhoven
625.312
679.453
1.304.765
10.000
120.210
130.210
1.434.975
1.459.700
623.168
1.346.323
Gemeente Geldrop-Mierlo
153.684
112.235
265.918
10.000
34.179
44.179
310.098
269.985
74.682
463.437
Gemeente Gemert-Bakel
513.184
279.781
792.965
10.000
61.309
71.309
864.274
737.667
446.637
1.292.354
Gemeente Heeze-Leende
289.168
42.714
331.881
10.000
20.859
30.859
362.740
285.532
242.322
314.178
Gemeente Helmond
355.511
420.227
775.738
10.000
70.534
80.534
856.273
869.979
370.952
862.813
Gemeente Laarbeek
348.799
703.566
1.052.364
10.000
39.586
49.586
1.101.951
1.020.955
302.498
1.068.502
Gemeente Nuenen
143.542
128.682
272.223
10.000
15.063
25.063
297.287
251.812
112.941
337.448
Gemeente Oirschot
267.751
44.165
311.916
10.000
36.055
46.055
357.971
261.397
180.184
301.438
Gemeente Reusel-de Mierden
186.997
19.671
206.668
10.000
235.924
205.161
166.043
461.079
19.256
29.256
Gemeente Someren
224.643
282.394
507.037
10.000
34.439
44.439
551.476
506.527
182.032
566.304
Gemeente Son en Breugel
158.873
146.615
305.488
10.000
26.873
36.873
342.361
303.680
145.471
359.467
Gemeente Valkenswaard
250.573
107.569
358.143
10.000
20.029
245.622
172.920
450.364
Gemeente Veldhoven
137.916
190.489
328.405
10.000
39.343
49.343
377.748
337.103
109.564
Gemeente Waalre
85.744
35.213
120.957
10.000
9.854
19.854
140.811
109.928
60.973
144.829
1.072.832
5.574.903
6.647.736
112.200
204.135
316.335
6.964.071
8.119.862
2.109.549
8.276.084
0
3.413.331
3.413.331
0
0
0
3.413.331
3.446.649
0
Provincie Noord-Brabant Raming deelnemers buiten werkprogramma Overige klanten Totaal baten uit opdrachten
388.172
609.095
)
0
700.000
700.000
0
0
0
700.000
900.000
0
Inclusief3 846.582
6.987.200
14.313.603
21.300.803
322.200
1.005.821
1.328.021
22.628.824
22.554.724
7.126.462
21.967.711
1)
Programma Collectieve taken begroting 2022 is inclusief € 444.700, - externe kosten (incl. € 322.200 SSIB);
2)
Exclusief € 797.256, - in rekening gebrachte externe programmakosten.
3)
Inclusief € 3.380.043, - opdrachten buiten werkprogramma's deelnemers;
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
30.029
maart 2021 pagina 50 van 55
Bijlage 2
Overzicht baten en exploitatiekosten * bedragen x 1€
Baten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Afwijking 2022 t.o.v. 2021
Begroting 2022
Totaal
Totaal
Totaal
Programma Dienstverlening
21.560.002
21.300.803
21.300.803
Totaal 0
Programma Collectieve taken
1.204.965
1.253.921
1.328.021
74.100
Totaal baten programma's
22.764.967
22.554.724
22.628.824
74.100
64.578
50.000
50.000
0
22.829.545
22.604.724
22.678.824
74.100
Totaal
Totaal
PROGRAMMA
Algemene dekkingsmiddelen Tot aal Bat en
Lasten
Toerekening aan programma's
Overhead
1
PERSONEEL
1.0
Fte
1.1
Salariskosten
1.2
Opleidingskosten
1.4
Reis- en verblijfskosten
165.166
377.000
1.5
Overige personeelskosten
278.684
300.000
1.6
Inhuur
4.647.537
3.695.000
TOTAAL personeel
19.620.384
19.983.000
Totaal
Toerekening aan programma's
Overhead
Totaal
219,1
205,4
40,3
165,1
204,8
41,0
163,8
-0,6
14.333.144
15.311.000
3.811.000
11.500.000
16.333.138
3.939.437
12.393.701
1.022.138
300.000
0
300.000
300.000
0
71.000
306.000
377.000
65.733
311.267
0
268.000
32.000
280.450
248.556
31.894
-19.550
139.000
3.556.000
2.627.536
132.238
2.495.297
-1.067.464
4.589.000
15.394.000
19.918.124
4.685.965
15.232.159
-64.876
195.855
300.000
0
2
UITBESTEDING
2.1
Onderzoeken, advies
142.018
163.000
163.000
0
155.000
155.000
0
-8.000
TOTAAL uitbesteding
142.018
163.000
163.000
0
155.000
155.000
0
-8.000
70.474
79.000
79.000
0
79.000
79.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3
KAPITAALLASTEN
3.1
Afschrijving gebouwen
3.2
Afschrijving vervoermiddelen
3.3
Afschrijving machines, apparaten en installaties
170.098
190.000
190.000
0
171.000
171.000
0
-19.000
3.4
Afschrijving overige materiële vaste activa
89.562
70.000
70.000
0
69.000
69.000
0
-1.000
3.6
Rente wegens externe financiering TOTAAL kapitaallasten
1.652
5.000
5.000
0
1.000
1.000
0
-4.000
331.786
344.001
344.001
0
320.000
320.000
0
-24.001
4
ORGANISATIE KOSTEN
4.1
Telefonie (vast / mobiel)
60.000
0
60.000
0
0
4.2
Printen / kopieren
21.551
40.000
40.000
0
25.000
25.000
0
-15.000
4.3
ICT helpdesk / externe support
164.787
200.000
200.000
0
205.000
205.000
0
5.000
4.4
Automatisering / licenties / onderhoud
541.416
611.000
405.000
206.000
787.000
527.560
259.440
176.000
4.5
Kantoor / drukwerk / porto
52.523
61.000
61.000
0
71.000
71.000
0
10.000
4.6
Abonnementen / lidmaatschappen
66.624
67.000
67.000
0
89.000
89.000
0
22.000
4.7
Verzekeringen
41.524
40.000
40.000
0
41.000
41.000
0
1.000
4.8
Leaseauto's
44.595
50.000
50.000
0
52.000
52.000
0
2.000
4.10
Huur gebouw
279.972
288.000
288.000
0
290.000
290.000
0
2.000
4.11
Servicekosten pandgebonden (beheer)
189.419
190.000
190.000
0
186.000
186.000
0
-4.000
4.13
Uitbesteding salaris administratie
50.469
55.000
55.000
0
25.000
25.000
0
-30.000
604 1.520.091 21.614.280
3.024 1.665.024 22.155.025
3.024 1.459.024 6.555.025
0 206.000 15.600.000
0 1.831.000 22.224.124
0 1.571.560 6.732.525
0 259.440 15.491.599
-3.024 165.976 69.099
85.001
4.14
Overige kosten TOTAAL organisatie kosten TOTAAL LASTEN (vóór direct e programmakost en)
66.607
60.000
60.000
7
DIRECTE PROGRAMMAKOSTEN
7.1
Externe kosten t.b.v. Programma Collectieve taken
415.824
359.699
0
359.699
444.700
0
444.700
7.2
Externe kosten t.b.v. opdrachten
797.256
PM
0
PM
PM
0
PM
TOTAAL programma kosten TOTAAL PROGRAMMALASTEN
PM
1.213.079
359.699
0
359.699
444.700
0
444.700
85.001
22.827.359
22.514.724
6.555.025
15.959.699
22.668.824
6.732.525
15.936.299
154.100
Overige last en 8.1
Heffing VPB
8.2
Bedrag onvoorzien TOTAAL overige lasten
TOTAAL LASTEN Gerealiseerd result aat vóór mut at ie reserves
2.185
15.000
10.000
-5.000
0
75.000
0
-75.000
2.185
90.000
10.000
-80.000
22.829.545
22.604.724
22.678.824
74.100
0
0
0
Toevoegingen aan reserves
0
0
Ontrekkingen aan reserves
354.143
0
0
0
Gerealiseerd result aat na mut at ie reserves
354.143
0
0
0
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
0
0
maart 2021 pagina 51 van 55
Bijlage 3
Samenvatting geïnventariseerde risico’s ODZOB
Samenvat t ing geïnvent ariseerde risico's ODZOB Classificering Risico
Beheersmaatregel
1) kans
2) effect
3) score
4) verwachtingswaarde
a. St rat egische risico’s Waar nodig een aanpassing in de werkorganisatie (bezuiniging, ombuiging, nieuwe omzet) doorvoeren voor de daarop volgende begrotingsperiode. Korte termijn frictiekosten zo uden opgevangen Bezuinigingen gemeentes en provincie welke leiden tot een 1.1 moeten kunnen worden vanuit het weerstandsvermogen. omzetverlaging, inclusief deregulering/lokaal/beleid Gedegen communicatie zorgt voor inzicht bij deelnemers over co nsequenties van dergelijke situaties. Capaciteitsmanagement vo ornamelijk door te werken met flexibele schil.
40%
€ 340.000
6
€ 136.000
1.5 Mogelijke uitstel omgevingswet
Monitoren van de wet en hierop acteren.
40%
€ 750.000
9
€ 300.000
1.6 Stikstof, PFAS of soortgelijke ontwikkelingen
Monitoren wat er gebeurt en hierop acteren.
15%
€ 1.000.000
8
€ 150.000
Helder communiceren van de behoeften en voorw aarden voor succes, en de deelnemers d.m.v. goede communicatie overtuigen van de consequenties van dergelijke situaties.
15%
€ 800.000
6
€ 120.000
Betaalbare maatregelen treffen om uitval zo veel als mogelijk is te vo orkomen
40%
€ 200.000
6
€ 80.000
4.1 Onvoldoende kw aliteit geleverde producten / adviezen
De ODZOB w erkt aan een kw aliteitssysteem om te voldoen aan de kw aliteitsnormen 2.1
40%
€ 100.000
6
€ 40.000
4.2 Uitkomst Rekenkamer commissie
Goed contact met de deelnemende gementen onderhouden
40%
€ 100.000
6
€ 40.000
40%
€ 100.000
6
€ 40.000
40%
€ 100.000
6
€ 40.000
40%
€ 150.000
6
€ 60.000
60%
€ 160.000
8
€ 96.000
40%
€ 250.000
6
€ 100.000
2
Niet realiseren van doelstellingen efficiency, standaardisatie, uitvoeringsbeleid, uniformiteit
b. Informat ie risico’s 3.3 Uitval systemen c. Imago/polit ieke risico’s
d. Mat eriële risico’s e. Procedure risico’s f. Aansprakelijkheidsrisico’s
8.2 Optreden personeel
8.3
Procedure leidt tot duur juridisch advies en claims uit rechtsgedingen
Belangrijk is met name de zorg voor het kapitaal van de ODZOB dat bestaat uit deskundige medewerkers. Strategische personeelsplanning, individuele begeleiding perso neel en vo ldoende aandacht voor met name opleidingen. Ook met betrekking tot communicatie en integriteit. Systeem, dat zorgvuldig werken bevordert (waaro nder een goede do ssieropbouw) en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
g. Financiële risico’s
9.1 Kosten ontwikkeling ICT voorzieningen
9.3 Indexering begro ting politieke discussie 10.1 Werkprogramma’s niet betrouwbaar
Strategische ICT planning maken voor komende 5 jaar, elk jaar actualiseren en actieplan voor komend jaar opstellen. Aansluiten bij regionale aanbestedingen leidt tot minder 'eigen' keuze- en beheermogelijkheden. Meer belangen, waardoor meer afstemming. Zo efficiënt mogelijk werken. Door goede communicatie met de deelnemers bewerkstelligen dat een realistische begroting met realistische indexering wordt vastgesteld. Tussentijds strak monitoren en bijsturen voor zover mogelijk
h. Let sel en veiligheidsrisico’s/Arbo en arbeidsrisico’s i. Personeelsrisico’s 12.2 Mis-match personeel versus werk, inclusief boventalligen
Go ede monitoring ontwikkelingen verwerken in strategisch personeelsplan en tijdig anticiperen door juiste opleidingen en personeelsmaatregelen
40%
€ 900.000
9
€ 360.000
12.4 Vervangbaarheid medewerkers
Middels strategische personeelsplanning zoveel mogelijk vo oruitkijken naar natuurlijke uitstroom en opvolgers klaarstomen via persoonlijk ontwikkelplan. Hierdoor verminderen kennis uitstroom. Bij jonge medewerkers is dit moeilijker te voorzien. Middels goed personeelsbeleid mensen binden aan de organisatie.
40%
€ 150.000
6
€ 60.000
40%
€ 300.000
6
€ 120.000
60%
€ 100.000
8
12.5 Te lage productiviteit 12.6 Inhuur op overhead door bv ziekte
Maandelijks op afdelingsniveau sturen. Medewerkers aanspreken. Relateren aan ziekteverzuim, mis-match, etc. Door betrokkenheid personeel zorgen voor laag ziekteverzuim of andere oorzaken
Totaal risico's categorie 6 t/m 12
€ 5.500.000
€ 60.000 € 1.802.000
Toelichting bij de kolommen: 1.
Voor elk van de risico’s is een kans bepaald. Hiervoor zijn een 4-tal categorieën vastgesteld (5, 15, 40 en 60%). Aan deze kansen zijn respectievelijk de volgende
2.
Voor elk van de risico’s is ingeschat wat het effect in euro’s is w anneer het fenomeen zich daadwerkelijk voordo et. Aan de hand van de omvang van het effect is ook hier
wegingsfactoren toegekend: 1, 2, 3, 4. Situaties die zich zeker voordoen zijn niet als risico benoemd; een wegingsfacto r toegekend: < € 100.000: € 100.000 - € 500.000:
wegingsfactor 1 wegingsfactor 2
€ 500.000 - € 1.000.000: wegingsfactor 3 > € 1.000.000:
wegingsfactor 4
3.
Voor elk van de risico’s is door vermenigvuldiging van de wegingsfactor uit 1) en 2) een totaalscore bepaald. Deze totaalscore is een indicatie voor de ernst van het risico.
4.
Voor elk van de risico’s is door vermenigvuldiging kans en effect de verwachtingswaarde bepaald.
Toelichting bij de rijen: Elke rij bevat een categorie geïdentificeerde risico’s. Wanneer de totaalscore van de betreffende categorie < 6 is, is het risico verder niet opgenomen. De regel is dan verder blanco. De totale verw achtingswaarde van de risico’s met score < 6 bedraagt circa € 422.600,-
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 52 van 55
Bijlage 4
Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld
Bat en en last en per t aakveld
* bedragen x 1€ Baten
Lasten
0.
Best uur en onderst euning
0.4
Overhead
0
0.5
Treasury
0
0
0.8
Overige baten en lasten
50.000
0
0.9
Vennootschapsbelasting
0
10.000
0.10
Mutaties reserves
0
0
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
0
0
7.
Volksgezondheid en milieu
7.4
Milieubeheer
20.765.453
14.635.072
8.3
Bouwen en wonen
1.863.371
1.301.227
Saldo van baten en lasten op taakvelden
22.678.824
22.678.824
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
6.732.525
maart 2021 pagina 53 van 55
Bijlage 5
Lijst van afkortingen
Afkorting
Betekenis
AB
Algemeen bestuur
ABP
Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
BBT
Best beschikbare technieken
BBV
Besluit Begroting en verantwoording
Bizob
Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost-Brabant
BNG
Bank voor Nederlandse Gemeenten
BOA
Buitengewoon opsporingsambtenaar
Bor
Besluit Omgevingsrecht
BPO
Bestuurlijk platform omgevingsrecht
BROS
Brabantse omgevingsscan
DIV
Documentaire informatievoorziening
DMS
Document management systeem
DSO
Digitaal stelsel omgevingswet
DVO
Dienstverleningsovereenkomst
EMU
Economische en monetaire unie
FTE
Fulltime-equivalent
GGD
Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst
GGDBZO
GGD Brabant-Zuidoost
GR
Gemeenschappelijke regeling
HRM
Human resource management
ICT
Informatie en communicatie technologie
IGH
Informatie gestuurde handhaving
Itv
Intensivering toezicht veehouderij
LNV
Ministerie van Landbouw, natuur en voedselveiligheid
MER
Milieu effect rapportage
MEV
Macro economische verkenning
NSL-monitoringstool
Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit
ODBN
Omgevingsdienst Brabant-Noord
ODNL
Omgevingsdienst NL
ODZOB
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
OGP
Opdrachtgevers platform
OMWB
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
OZB
Onroerende zaak belasting
P&C
Planning & control
P&O
Personeel en organisatie
PAS
Programmatische aanpak stikstof
PFAS
Poly- en perfluoralkylstoffen
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 54 van 55
Afkorting
Betekenis
RES
Regionale energiestrategie
RIVM
Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu
RO
Ruimtelijke ordening
ROK
Regionaal operationeel kader
SSiB
Samen sterk in Brabant
TNO
Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek
VGO
Veehouderij en gezondheid omwonenden
VIO
Vergunningverlener in opleiding
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Vpb
Vennootschapsbelasting
BRBZO
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
VTH
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Wbb
Wet Bodembescherming
Wkb
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
ZZS
Zeer zorgwekkende stoffen
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527
maart 2021 pagina 55 van 55