CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5a Nota Geluidbeleid 2021

Commissie Ruimte 9 juni 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Nota Geluidbeleid 20219.814 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor Someren-Heide, is slechts een beperkte ruimte voorzien. De grootschalige openheid als tegenhanger van de bos- en grootschalige natuurgebieden is van grote waarde voor dit gebied. Daarnaast is dit een primair agrarisch gebied. Afronding van de kern in zuidelijke richting is ruimtelijk het meest passend. Voor Lierop is beperkte ruimte voor verstedelijking aanwezig, vanwege de insluiting door natuur- en hoge cultuurhistorische waarden…”

Afwegingen van het occupatiepatroon Het occupatiepatroon geeft de ruimtelijk-functionele kenmerken van een gebied weer, hoe een gebied gebruikt wordt. Op grond van de inventarisaties van het huidige en toekomstige gebruik zijn de 7 categorieën gebieden vastgesteld: bos en natuur, agrarisch, landelijk, wonen, centrum, bedrijventerrein en recreatie. In eerste instantie is aan de hand van de vigerende bestemmingsplannen in 2007 alles in kaart gebracht. Vervolgens zijn de beleidsvisies zoals de Ruimtelijke woonvisie en het Reconstructieplan beschouwd. Voor het buitengebied zijn alle gebieden, in het bestemmingsplan buitengebied aangegeven als bosen natuurgebieden, benoemd als categorie “bos en natuur”. Alle gebieden die als agrarisch staan aangegeven zijn agrarisch”. Alle agrarische gebieden die in het reconstructieplan staan vermeld als extensivering overig zijn “landelijk”. Dit zijn meestal de kernrandzones. Alle primaire of secundaire landbouwontwikkelingsgebieden en alle vestigingsplaatsen voor de glastuinbouw uit het reconstructieplan zijn toegevoegd aan agrarisch gebied. Het recreatieproject Keelven wordt omschreven als een gebied waar natuurwaarden worden behouden en versterkt. Daarnaast worden bepaalde recreatieve ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Op grond van de projectbeschrijving is ervoor gekozen om dit gebied in te delen in de categorie landelijk gebied.

In het buitengebied treft men ook recreatieobjecten aan zoals de sportterreinen en campings. Over het algemeen zijn dit ook inrichtingen. Kleinere (dag)recreatieve voorzieningen

worden in het occupatiepatroon niet weergegeven omdat zij zich voegen in een omgeving die bijvoorbeeld hoort bij de categorie bos en natuur of landelijk. Voor de categorieën wonen en bedrijven is op de eerste plaats uitgegaan van de vigerende bestemmingsplannen. Daarna is gekeken naar de Ruimtelijke woonvisie, waarin zoekgebieden staan vermeld voor woningbouw en bedrijvigheid. Per zoekgebied is bekeken of de bestemming binnen vijf tot tien jaar gerealiseerd zal worden en of de exacte toekomstige begrenzing van het gebied bekend is. Is dat beide het geval dan krijgt dat gebied de aanduiding wonen of bedrijventerrein. Hiermee is de kaart van het gedetailleerd occupatiepatroon (zie NI 2007) tot stand gekomen. Op deze kaart komen kleine gebieden voor die zijn ingedeeld in een bepaalde categorie. Vervolgens wordt bekeken welke occupatie in die omgeving leidend is en krijgt dat gebiedje dezelfde categorie toegekend. Als voorbeeld kan dienen de categorie wonen. Een klein woongebied kan bestaan uit een lintbebouwing of een gehucht in het buitengebied. Wanneer dit woongebied in de omgeving landelijk gebied ligt wordt dit gebied er ook aan toegevoegd. Analoog geldt dit voor kleine bedrijventerreinen. Wanneer een solitair gelegen bedrijf zich moet voegen naar de woonomgeving waar het in ligt wordt het niet meer apart op de kaart aangegeven.

Met deze handelswijze ontstaat er een globaal occupatiepatroon. De indeling van het grondgebied in occupatietypen is ook nog vergeleken met de inventarisatie van de inrichtingen (zie NI 2007). Daaruit blijkt dat de activiteiten (inrichtingen) van elk gebied goed overeenkomen met de occupatietypen. In de kaart met het globale occupatiepatroon is het grondgebied van de gemeente ingedeeld in 54 gebieden. Tot slot zijn deze 54 gebieden op grond van hun ruimtelijk-functionele kenmerken ingedeeld in 7 gebiedstypen, de eerder vermelde categorieën. In de NI 2007 staan deze gebieden weergegeven met een korte omschrijving en de naam voor het gebiedstype.

Systematiek van de akoestische gebiedstypen 2007 We spreken van één bepaald akoestisch gebiedstype wanneer zowel de ruimtelijk-functionele kenmerken als de akoestische kenmerken in belangrijke mate met elkaar overeen komen. Voor alle 54 gebieden is het referentieniveau bepaald, een belangrijk akoestisch kenmerk van dat gebied. In één gebied kunnen referentieniveaus voorkomen die sterk van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld wanneer er veel wegen in het gebied liggen. Het gemiddelde referentieniveau voor een gebied is daarom geen goede beschrijving van de akoestische situatie, reden waarom wordt gekeken naar de standaarddeviatie van het gemiddelde. Hierin komt ook de mate van variantie van een parameter tot uiting. Wanneer de waarde van het gemiddelde plus de standaarddeviatie wordt beschouwd dan kan gesteld worden dat voor 84 % van de oppervlakte van een gebied deze waarde niet overschreden wordt. Met deze statistische parameter worden de akoestische kenmerken van een gebied redelijk goed beschreven. In bijlage 4.3 staat de lijst met de deelgebieden en het toegekende occupatietype. Zo is te zien welke gebieden overeenkomstige ruimtelijk-functionele kenmerken hebben, en wat de heersende referentieniveaus in de drie beoordelingsperioden zijn. Voor het referentieniveau is het gemiddelde plus de standaarddeviatie genomen.

Vervolgens is per gebiedstype een richtwaarde voor geluidnormen opgenomen. Deze richtwaarde is in principe ongeveer gelijk aan het referentieniveau dat in de voorgaande kolommen staat vermeld. Zijn er gebieden waarbij het referentieniveau sterk afwijkt van soortgelijke gebieden dan is gezocht naar een oorzaak daarvoor. Wanneer in een gebied het occupatiepatroon wel overeenkomt met een akoestisch gebiedstype maar het referentieniveau wijkt sterk af dan zijn er een aantal mogelijkheden: Er kan voor een apart akoestisch gebiedstype worden gekozen, het kan onder een ander gebiedstype geschaard worden (bv Bos en natuur wordt Landelijk gebied). Maar het kan ook onder het oorspronkelijke gebiedstype vallen omdat een deel van het gebied binnen een overgangszone valt, of omdat het beleid er op gericht is om voor dat gebied een ander referentieniveau te verkrijgen (de ambitie). Tot slot staat ook vermeld waar voor gekozen is. Op deze wijze zijn zeven akoestische gebiedstypen onderscheiden. Per gebied staan de richtwaarden per periode vermeld en is een omschrijving van de akoestisch relevante kenmerken van het gebied gegeven. TABEL 6.1. AKOESTISCHE GEBIEDSTYPEN 2007 Nr.

6

Richtwaarden in dB(A) Dag Avond Nacht 40 35 30

Omschrijving

1

Akoestische gebiedstypologie natuur

2

landelijk

45

gebied met agrarische functie, bos- en natuur; woonfunctie, verwevingsgebied

40

35

grotere bos- en natuurgebieden en stiltegebieden

Nota Geluidbeleid 2021, gemeente Someren, 23-4-2021

BIJLAGE 1

Nr. 3

Akoestische gebiedstypologie agrarisch

Richtwaarden in dB(A) Dag Avond Nacht 45 45 40

4

recreatie

50

45

40

5

woonwijk

45

40

35

6

centrum

50

45

40

7

bedrijventerrein

55

50

45

Omschrijving Gebied met agrarische functie en bedoeld voor agrarische ontwikkelingen dag- of verblijfsrecreatie rustig gelegen woonwijken met weinig tot geen andere functies gebied met voorzieningenconcentratie bestaande uit detailhandel, dienstverlening en horeca bedrijventerreinen met overwegend ambachtelijke bedrijven; bedrijfswoningen aanwezig

Voor de recreatiegebieden is gekozen voor een hogere richtwaarde dan het referentieniveau in die gebieden. Hoewel in deze gebieden zelf meestal weinig of geen geluidgevoelige bestemmingen voorkomen, is de hogere waarde gekozen om in de directe omgeving de recreatie-inrichtingen meer geluidruimte te geven. De hogere richtwaarde voor een bedrijventerrein heeft dezelfde functie. Voor het gezoneerde industrieterrein is geen richtwaarde opgenomen omdat de vergunningverlening daar niet conform de Wet milieubeheer maar conform de Wet geluidhinder verloopt. Voor een aantal gebieden geldt dat het benoemde akoestische gebiedstype hierop overwegend wel van toepassing is maar dat een deel van het gebied beïnvloed wordt door een luidruchtige activiteit zoals een snelweg, een drukke weg, een industrieterrein, een recreatiegebied enz. Omdat in deze delen een hoger referentieniveau heerst dan in het overige deel van een gebied kan er voor gekozen worden om voor dat deel ook hogere richtwaarden vast te stellen. Rond deze luidruchtige activiteiten is daarom een overgangszone gelegd waarbinnen afgeweken kan worden van de richtwaarde voor het gebied waarin de geluidgevoelige bestemming ligt. In onderstaande tabel staat per overgangszone omschreven wat de bron is en waardoor de begrenzing van de overgangszone wordt bepaald.

TABEL 6.2 OVERGANGSZONES 2007 Bron Overgangszone Snelweg A67 60 dB(A) contour N266/N612 60 dB(A) contour Industrieterrein 50 m uit grens industrieterrein Recreatieobject 50 m uit grens

Voor de A67 en de N266/N612 is gekozen voor de 60 dB(A)-contour omdat het LAEq-10 daarbinnen hoger is dan 50 dB(A). In feite is het referentieniveau in dat gebied hoger dan 50 dB(A). Voor andere gebieden is gekozen voor een bufferzone die op 50 m uit de grens van de bron ligt. Een inrichting met een bronvermogen van ongeveer 95 dB(A) (een indicatie voor een gemiddeld kleinschalig bedrijf) zal op 50 m afstand een equivalent geluidniveau veroorzaken van 50 dB(A). Evaluatie/Actualisatie en conclusie ▪

de globale occupatie en de bijbehorende akoestische kenmerken van de eerder vastgestelde gebiedstypen zijn in wezen niet veranderd, waardoor de huidige systematiek van de 7 gebiedstypen met richtwaarden blijft gehandhaafd.

▪

De grondslag van 2007 blijft in stand als basis voor de Nota 2021 en is hierbij ingelast.

2

Nota Geluidbeleid 2021, gemeente Someren, 23-4-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10189983/1