CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Bijlage 26 Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53a geanonimiseerd 200546127

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen - huisvesten 36 arbeidsmigranten Ploegstraat 53a11.143 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

29

aelmans

M222638.013/GPO

of andere verontreinigende stoffen. 5.5.7 Conclusie

Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoetsvormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.6

Natuur

5.6.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 van kracht geworden. Deze wet vervangt 3

wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de

voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern,

Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming). De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de

habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, niet mogen

plaatsvinden zonder vergunning. 5.6.2 Gebiedsbescherming

Natura 2000

De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd,. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Vogel-en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde

levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun

leefgebieden. Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Invloed van de NOx- en ammoniakemissie als gevolg van de geringe verkeerstoename op de Natura

2000 gebieden, is vanwege de grote afstand van het plangebied tot de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. Dit blijkt ook uit de toets met behulp van de Aerius-calculator (wettelijk toegestaan

rekenprogramma). De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor de Natura

2000 gebieden. Uitgaande van de extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde), zoals opgenomen in de NIBM-tool in paragraaf 4.4.2, blijkt uit de rekenresultaten dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten die hoger dan de drempelwaarde zijn. Met andere worden,

de stikstofdepositie op die natuurgebieden als gevolg van het extra verkeer ligt onder de drempelwaarde, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet nodig is. De Aeriusberekening is als bijlage ... toegevoegd bij onderhavige toelichting. Uit deze berekening

volgt dat er als gevolg van de uitbreiding géén toename is van stikstofdepositie op de in de omgeving

gelegen Natura-2000 gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

30

aelmans

M222638.013/GPO

Ecologische hoofdstructuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de door de overheid beschermde natuur- of

landschapsgebieden. Het plangebied is gelegen in een glastuinbouwgebied. De voorziene ontwikkeling vindt plaats buiten de Ecologische hoofdstructuur. Het plan heeft dan ook geen nadelig effect op de Ecologische hoofdstructuur. 5.6.3 Soortenbescherming (Flora en Fauna) Ter bescherming van planten- en diersoorten gelden In de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. We kennen 2 beschermingsniveaus, te eerste de Europees beschermde soorten

volgens de Habitat-en Vogelrichtlijn en ten tweede de Nationaal beschermde soorten. Vooralle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in, dat

men soorten niet onnodig mag verstoren, doden, verwonden en beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook vaste verblijfplaatsen. Een vaste verblijfplaats betreft een verblijfplaats waarnaar een dier regelmatig terugkeert. Voor beschermde soorten dienen de effecten op

populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de

bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen. Ten aanzien van flora en fauna kan nog worden opgemerkt dat de nieuwbouw is voorzien aan de voorzijde van het glastuinbouwbedrijf (hier is nu sprake van verhard erf). Derhalve is het uitgesloten dat hier beschermde flora en fauna is de verwachten die als gevolg van het planvoornemen wordt aangetast. Tevens is de ontwikkeling qua oppervlakte (enkele honderden vierkante meters incl.

parkeren) zeer beperkt qua omvang.

Er is vanuit het aspect flora- en fauna geen belemmering te verwachten voor de voorgestane

ontwikkeling van de locatie. 5.6.4 Conclusie natuur N.a.v. bovenstaand kan geconcludeerd worden dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, het planvoornemen naar verwachting geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de Natura 2000-gebieden. Gelet op het huidige intensieve gebruik van de gronden (verhard erf); er geen sprake is van sloop van gebouwen en er verder ook geen houtopstanden en andere beplanting wordt gerooid, maakt dat het niet aannemelijk is dat binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen of worden

verstoord. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.7

Mer-beoordeling Op grond van de Wet milieubeheer dient voor alle plannen en besluiten (projecten), die mogelijk grote gevolgen voor het milieu kunnen hebben, een procedure milieueffectrapportage (m.e.r.)te worden doorlopen. Dit is bedoeld om bij het opstellen van plannen en projecten de milieugevolgen

expliciet af te wegen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen m.e.r.-plichtige activiteiten waarvoor

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

31

aelmans

M222638.013/GPO

een milieueffectrapport dient te worden opgesteld en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten,

waarbij dient te worden afgewogen of er sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het

milieu. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Nieuw element daarin is de vormvrije m.e.r.beoordeling. Ingevolge het gewijzigde artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. zijn de

drempelwaarden voor m.e.r-beoordelingsplichtige activiteiten indicatief. Het gaat om die activiteiten die wel worden genoemd in kolom 1 van de D-lijst, maar die in omvang onder de drempelwaarden blijven zoals aangegeven in kolom 2 van de D-lijst. Dit betekent dat ook

gemotiveerd moet worden waarom geen m.e.r. noodzakelijk is in die gevallen waarbij men onder de m.e.r.-beoordelingsnorm blijft zoals opgenomen in kolom 2. 5.7.1 Toets planvoornemen Ten aanzien van de noodzaak tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordelingsnotitie kan worden

opgemerkt dat met de huisvesting van tijdelijke werknemers sprake is van een ondergeschikte functie voor het agrarisch bedrijf (hoofdfunctie). Derhalve is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Derhalve is er geen noodzaak voor een aanmeldings-/beoordelingsnotitie of een vormvrije m.e.r.-notitie. Tevens wordt aangetoond wat de milieu-effecten zijn als gevolg van

onderhavig planvoornemen en dat hierbij geen belemmeringen te verwachten zijn. 5.7.2 Conclusie mer-beoordeling

Voor de planontwikkeling aan de Ploegstraat 53a te Someren is geen vormvrije-m.e.r.-beoordeling van toepassing.

5.8

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig

verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen.

Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de

bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat.

In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zijn uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning - bouwen. Daarnaast wordt momenteel nog onderzocht of toepassing van zonnepanelen of andere vormen van alternatieve energie tot de mogelijkheden

behoren.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

32

aelmans

M222638.013/GPO

6 Uitvoerbaarheid De omgevingsvergunning 'Ploegstraat 53a te Someren' van de gemeente Someren bestaat uit

voorliggende ruimtelijke onderbouwing (incl. bijlagen) en een geometrische plaatsbepaling (besluitvlak).

6.1

Algemeen Sinds 1 januari 2010 geldt ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de verplichting, dat

ruimtelijke instrumenten, zoals bestemmingsplannen, beheersverordeningen en inpassingsplannen, langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld. Dit vereiste is ingevolge de Wro ook van toepassing op de mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo

verleende omgevingsvergunning. Deze dient ook langs elektronische weg plaatste vinden overeenkomstig de eisen die hiervoor worden gegeven in de Regeling standaarden ruimtelijke

ordening 2012.

6.1.1 Ruimtelijke onderbouwing

De ruimtelijke onderbouwing (incl. bijlagen) van een aanvraag om omgevingsvergunning is het toetsingskader. De ruimtelijke onderbouwing geeft een omschrijving van het planvoornemen, een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten, zoals deze aan de ruimtelijke onderbouwing ten grondslag liggen.

6.1.2 Geometrische plaatsbepaling

De mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo verleende omgevingsvergunning, dient ook langs elektronische weg plaatste vinden overeenkomstig de eisen die hiervoor worden gegeven in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Gewaarborgd blijft daarmee dat op perceelsniveau het geldende planologische regime (zoals onder meer het

bestemmingsplan) kan worden geraadpleegd, alsmede dat kenbaar is wanneer voor welk project een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo is verleend voor afwijkingen van dit planologisch regime.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

33

aelmans

M222638.013/GPO

7 Uitvoerbaarheid 7.1

Financiële uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen

geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

De voorliggende omgevingsvergunningprocedure heeft betrekking op een particulier initiatief, waarbij de financiële consequenties uitsluitend door die initiatiefnemer zullen worden gedragen.

Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt omdat eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in

planschade er niet voor zullen zorgen dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding komt.

Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Deze kosten zijn anderszins verzekerd, namelijk door het sluiten van een anterieure overeenkomst waarin deze uitgangspunten zijn vertaald.

7.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en

wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke

planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling (afwijken van het bestemmingsplan middels een project besluit). Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Someren wordt een anterieure overeenkomst afgesloten,

zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de

initiatiefnemer zal komen.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

34

aelmans

M222638.013/GPO

8 Procedure 8.1

Formele procedure

8.1.1 Algemeen De wettelijke procedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen:

1. 2.

Openbare kennisgeving van de ontwerpvergunning. Ter inzage legging van de ontwerp omgevingsvergunning met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten,

belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten.

3. 4.

Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen.

Vaststelling van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag (gemeenteraad dan wel

B&W), indien er zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen en indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk 4 weken

nadat de termijn voor het naarvoren brengen van zienswijzen is verstreken. 5.

Algemene bekendmaking van de omgevingsvergunning.

6.

Mogelijkheid tot beroep bij de rechtbank voor belanghebbende binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen

opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien

7.

ingediend binnen beroepstermijn. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de

bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank.

8. 9.

Uitspraak rechtbank Mogelijkheid tot Hoger beroep bij Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking uitspraak rechtbank. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om

voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn.

10.

Uitspraak Afdeling.

8.1.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggende omgevingsvergunning heeft vanaf ...-...-2023 gedurende 6 weken voor

zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

35

aelmans

M222638.013/GPO

9 Bijlagen 1.

Bodemonderzoek;

2.

Aeriusberekening stikstofdepositie op NB-gebieden

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat53-55a te Someren

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13491653/1