5. b Regels bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Tekst van het document
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruiken van gronden en gebouwen voor bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan; c. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel of bedrijf; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; g. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; h. het plaatsen van zeecontainers; 24 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind i. j.
het gebruik van de woning ten behoeve van bewoning door arbeidsmigranten; het gebruik van gronden en/of opstallen voor horeca;
tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande. 3.4.2
Aan huis verbonden beroep
De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 150 m²; b. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door een van de bewoners; c. de beroepsactiviteit mag zowel in het hoofdgebouw als in een bijgebouw worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; g. detailhandel is niet toegestaan; h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding. 3.4.3
Bewoning anders dan door een huishouden
In afwijking van wonen van een huishouden in een woning als bedoeld in artikel 3.1 in samenhang met de begripsomschrijving van een huishouden zoals opgenomen in artikel 1.97 is het toegestaan om een woning te bewonen anders dan door een huishouden. Hierbij gelden de volgende bepalingen: a. Het is toegestaan om maximaal 4 personen te huisvesten in één woning. b. Per 3 huisvestingsplaatsen dient 1 parkeerplaats op eigen terrein aanwezig te zijn. 3.4.4
Landschappelijke inpassing
a. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. 3.4.5
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
a. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Vaartdijk ongenummerd (tussen nr. 11 en nr. 13) conform de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ (uit artikel 2) de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Minicamping als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.4.1 voor het toestaan van een minicamping als ondergeschikte nevenactiviteit die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 25
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b. voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m² bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; e. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m¹; f. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; h. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; i. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2. 3.5.2
Theehuis/uitspanning (routegebonden horeca) als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.4.1 voor het als ondergeschikte nevenactiviteit vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m² inclusief terras; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8. 2.
3.5.3
Verhuur fietsen/rijtuigen als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.4.1 voor het als ondergeschikte nevenactiviteit door de bewoner(s) van de betreffende locatie verhuren van fietsen, rijtuigen e.d. vanuit de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; b. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 802. 3.5.4
Dagrecreatie als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.4.1 voor het als ondergeschikte nevenactiviteit vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d.
de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2.
3.5.5
Kinderopvang en dagbesteding als nevenactiviteit
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 30..1 voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenactiviteit. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; 26 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind b. de activiteiten leiden infrastructureel niet tot onevenredige verkeersoverlast en zijn landschappelijk goed inpasbaar; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1
Vergunningsplicht
Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing’, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld.
3.6.2
Uitzonderingen
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 3.6.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 27
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 4 4.1
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; b. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’, zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; c. groenvoorzieningen; d. landschapselementen; e. infiltratie; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; g. extensief recreatief medegebruik; h. erfbeplanting. 4.2
Bouwregels
a. Op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a, mogen er wel terreinafscheidingen en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd op de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden. c. De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag maximaal 1 m¹ bedragen 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1a voor het realiseren van een schuilgelegenheid voor dieren die hobbymatig worden gehouden. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de schuilgelegenheid wordt niet opgericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf; b. een schuilgelegenheid is slechts toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone bebouwingsconcentratie’; c. een schuilgelegenheid is niet toegestaan binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'; d. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een soortgelijke voorziening ter plaatse van de bestemming 'Wonen' of andere gelijk te stellen bestemming op te richten of bestaande bebouwing als schuilgelegenheid te gebruiken e. per agrarisch perceel mag maximaal één schuilgelegenheid worden opgericht, met dien verstande dat het perceel een minimale oppervlakte heeft van 2.500 m²; f. de schuilgelegenheid wordt opgericht op een afstand van ten minste 2 m¹ en ten hoogste 10 m¹ van de bestemmingsgrens; g. de schuilhut moet minimaal aan één zijde open zijn; h. de maximaal toegestane goothoogte is maximaal 2,5 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is maximaal 3 m¹; j. de dakhelling is minimaal 20 graden en maximaal 45 graden; k. de oppervlakte is maximaal 25 m²; l.
binnen- en buitenopslag van goederen en aanverwante zaken is niet toegestaan; m. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies, hetgeen onder andere betekent dat de schuilgelegenheid passend is in het landschap. Om te bepalen of de schuilgelegenheid passend is in het landschap, wordt getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011; n. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 28 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
4.3.2
Afwijken ten behoeve van terreinafscheidingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1c voor een grotere bouwhoogte van terreinafscheidingen tot maximaal 2,5 m¹. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies, hetgeen onder andere betekent dat de terreinafscheiding passend is in het landschap; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen en/of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het verwijderen van groen ter plaatse van de functieaanduiding ‘groenvoorziening’; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten
tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande. 4.4.2
Landschappelijke inpassing
Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Afwijken ten behoeve van het aanleggen van verharding
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1b voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, danwel het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen kan worden toegestaan indien: a. dit ten dienste staat van de doeleinden die zijn genoemd in artikel 4.1; b. de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’, zoals opgenomen in artikel 9; c. er geen oneigenlijke vergroting van het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ plaatsvindt; d. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor veepaden op agrarische huiskavels bedraagt bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 29
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind 400 m²; e. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor overige verhardingen bedraagt 200 m²; f. per aaneengesloten agrarisch perceel kan slechts eenmalig een vergunning worden verleend voor het aanleggen van een oppervlakteverharding. g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1
Vergunningsplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van erfbeplanting ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing’ waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden. 4.6.2
Uitzonderingen
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 4.6.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: c. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); d. de specifieke erfbeplantingsplannen; e. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011. 4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1 Wijziging van 'Agrarisch' naar 'Natuur' en/of 'Water' (ontwikkeling van landschapselementen, natuur en/of wateren) Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch’ wijzigen in de bestemming ‘Natuur’ of ‘Water’ ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat er geen afbreuk wordt gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische belangen.
30 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
4.7.2 Wijziging van 'Agrarisch' naar 'Agrarisch' met functieaanduiding 'speciefieke vorm van groen landschappelijke inpassing' Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ toevoegen ten behoeve van de realisatie van landschappelijke inpassing. Hierbij geldt de voorwaarde dat de inpassing direct aansluit bij het bestemmingsvlak waar een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
4.7.3
Wijzigen van 'Agrarisch' naar 'Wonen' (voor Ruimte voor Ruimte-woning'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ‘Agrarisch’ ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van het oprichten van een Ruimte voor Ruimtewoning. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. er is een bouwtitel Ruimte voor Ruimte aanwezig, samengesteld conform de geldende regelgeving in dit kader; b. de uitbreidingsmogelijkheden van omliggende functies mogen niet worden belemmerd door de wijziging; c. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9. d. de overige regels zoals neergelegd in Artikel 3 ‘Wonen’ zijn van overeenkomstige toepassing op de nieuw te bouwen woning.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 31
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
32 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven conform het bepaalde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing behalve ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e.
de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; de bereikbaarheid van gebouwen voor het wegverkeer; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij ondergrondse transportleidingen; de ruimte tussen bouwwerken.
6.2
Bestaande maten en hoeveelheden
a. Indien afstanden tot de bestemmingsgrens en bouw- en of goothoogten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan in gevolge het in Hoofdstuk 3 en 4 van deze regels bepaalde mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van (her-)bouw van gebouwen is het bepaalde onder sub a alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op dezelfde plaats. 6.3
Ondergronds bouwen
6.3.1
Algemeen
Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs-)woning en de verder binnen bouwvlakken toegestane bebouwing met uitzondering van dierenverblijven en andere gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van de veestapel. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw.
6.3.2
Afwijken van de regeling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.3.1 voor het toestaan van ondergrondse bebouwing van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 m¹ onder peil) buiten de gevelgrenzen van de bebouwing mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het ondergronds gebouwde wordt niet gebruikt ten behoeve van de huisvesting van de veestapel; b. de totale oppervlakte van ondergrondse bebouwing binnen een bouwvlak mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; c. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m¹ te bedragen behalve als de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend. d. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; e. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist die voldoet aan het bepaalde in artikel 8.2; f. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 33
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
7.1
Overige zone - beperkingen veehouderij
7.1.1
Algemeen
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet toegestaan.
7.1.2
Voorrangsregeling
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
7.1.3
Bouwregels
6.1.3.1 Algemeen De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien er sprake is van een veehouderij, met dien verstande dat grondgebonden veehouderijen niet onder de werking van dit artikel vallen. a
Gebouwen
De oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) heeft ten hoogste de omvang van de gebouwen die: a. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of b. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning. b
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde heeft ten hoogste de omvang van de bouwwerken geen gebouwen zijnde die: a. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of b. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning. 7.1.4
Strijdig gebruik
Uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij zijn uitgesloten, tenzij er sprake is van een grondgebonden veehouderij.
7.2
Overige zone - stalderingsgebied
7.2.1
Algemeen
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - stalderingsgebied’ gelden nadere regels voor het oprichten van dierenverblijven voor hokdierhouderijen.
7.2.2
Voorrangsregeling
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
7.3
Het bouwen van dierverblijven voor hokdieren
a. Toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door 34 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
b.
c.
d.
e.
f.
de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw en/of bouwwerk als dierenverblijf voor hokdieren is verboden; In afwijking van het bepaalde in sub a is de toename van de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - stalderingsgebied’ toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied, zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de te saneren oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren bedraagt: ingeval van sloop, tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; ingeval van herbestemming, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling.
Onder de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren, als bedoeld in sub a wordt verstaan de oppervlakte van het gebouw, inclusief inpandige voorzieningen, dat gebruikt mag worden voor het houden van hokdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer; Het te saneren dierenverblijf als bedoeld in sub b voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. het betreft een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf; 2. het dierenverblijf is voorafgaand aan 17 maart 2017 drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig gebruikt voor het houden van hokdieren; In afwijking van het bepaalde onder sub d onder 2) geldt voor veehouderijen die gebruik maken de ‘Uitzonderingsregeling stoppende veehouderij’, zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat alleen de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren dat nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf; Het bewijs dat aan de voorwaarden van sub b is voldaan, wordt uitgegeven door of namens gedeputeerde staten van Noord-Brabant.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 35
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Evenementen
Het bevoegd gezag kan in afwijking van de gebruiksregels elders in dit plan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik ten behoeve van het houden van een (al dan niet meerdaags) evenement in het buitengebied met dien verstande dat: a. het evenement maximaal één keer per jaar wordt georganiseerd; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omliggende (agrarische) bedrijven en woningen en rekening wordt gehouden met aanwezige milieuhygiënische aspecten, waaronder begrepen ten minste de aspecten geur, geluid en veiligheid; c. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; d. onder andere zijn toegestaan tenten, paviljoens en kramen. 8.2
10% - regeling
Het bevoegd gezag kan in afwijking van de bouwregels elders in dit plan een omgevingsvergunning verlenen voor een andere maatvoering dan de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale bouwmaten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en/of bebouwingspercentages tot maximaal 10% van die maten en/of percentages, met dien verstande dat: a. deze regeling niet geldt voor veehouderijen; b. de afwijking vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing noodzakelijk is; c. de afwijking alleen mag worden toegepast indien elders in deze regels geen andere regels voor afwijking van deze maten zijn opgenomen; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 8.2. 8.3
Bouwen op kleinere afstand tot de as van de weg
Het bevoegd gezag kan in afwijking van de bouwregels elders in dit plan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen op een kleinere afstand van de weg dan is voorgeschreven met dien verstande dat: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting is aangetoond; b. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. de overschrijding niet mag leiden tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie; d. de wegbeheerder en het waterschap worden gehoord; e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichter bij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde bouw- of bestemmingsvlak. Als het bouwperceel aan 2 of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 m¹ te worden aangehouden.
36 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 9 9.1
Overige regels
Hydrologisch neutraal ontwikkelen
a. Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden. b. Regenwater dient op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt. c. Uitgangspunt voor ‘omgaan met afstromend hemelwater’ is de voorkeursvolgorde: hergebruik vasthouden - bergen - afvoeren. d. Indien het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden resulteren in een toename aan verhard oppervlak met meer dan 500 m², vindt in alle gevallen een toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de Keur, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap. Het bevoegd gezag wint in die gevallen advies in van het betrokken waterschap. 9.2
Waarborgen ruimtelijke kwaliteit
9.2.1
Algemeen
a. Een ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een landschappelijke inpassing en voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; 2. nieuwe ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden; 3. de landschappelijke inpassing moet in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de desbetreffende ontwikkeling. b. Alle ontwikkelingen die op basis van de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren als categorie 2 of 3 ontwikkeling zijn aan te merken, moeten vergezeld gaan van een eigen landschappelijk inpassingsplan, dat is gebaseerd op het algemene inspiratiedocument Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011. 9.2.2
Principe zorgvuldig ruimtegebruik
Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in artikel 8.2.1 sub a, houdt in ieder geval in dat: a. in geval van vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat eerst gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing; b. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; c. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag dient aansluitend aan de bestaande bebouwing plaats te vinden in het kader van concentratie van bebouwing en zuinig ruimtegebruik. 9.3
Waarborgen belangen van derden en andere waarden
Het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden is slechts toegestaan, indien is aangetoond dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van andere waarden en van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 37
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
9.4
Parkeren, laden en lossen
9.4.1
Algemeen
Ten behoeve van het gebruik in relatie tot de omvang van het gebruik, dient er te worden voorzien, en ook tevens in stand gehouden, in voldoende parkeergelegenheid, alsook ruimte en het in stand houden daarvan van ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a. Dit alleen van toepassing is wanneer sprake is van nieuwbouw, herbouw, uitbreiding of functiewijziging; b. Voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen de parkeerkencijfers van het CROW worden gebruikt; c. Voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd, welke zich op of onder het gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende, onbebouwd blijvende terrein mogen bevinden. 9.4.2
Afwijken van de parkeernorm in verband met bijzondere omstandigheden
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.4.1 voor wat betreft de te hanteren parkeernorm indien het voldoen aan de parkeernorm door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, dan wel naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien.
9.4.3 Afwijken van de parkeernorm en/of ruimte voor laden en lossen in verband met een andere wijze van oplossen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.4.1 voor wat betreft het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein indien op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
9.4.4
Afmeting parkeerplaatsen
Een ruimte voor het parkeren van een personenauto moet tenminste de afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: a. indien de afmetingen voor een voor gehandicapten gereserveerde parkeerruimte, bij haaks parkeren ten minste 3,5 m¹ bij 5 m¹ bedraagt; b. indien de afmetingen voor een parkeerruimte: 1. in het geval van langsparkeren, voor een personenauto ten minste 1,8 m¹ bij 5,5 m¹ en ten hoogste 3,25 m¹ bij 6 m¹ bedraagt; 2. in geval van haaksparkeren, voor een personenauto ten minste 2,5 m¹ bij 5 m¹ bedraagt.
38 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, zoals bedoeld onder sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (vastgesteld) 39
bestemmingsplan Vaartdijk ong, Someren-Eind
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Vaartdijk ong, Someren-Eind'.
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Someren van 23-06-2022 Mij bekend, de raadsgriffier
40 stgesteld)
bestemmingsplan "Vaartdijk ong, Someren-Eind" (va