CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Bijlage bij presentatie Openbare Ruimte

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Aanbieden coalitieakkoord4.649 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

“Samen werken aan een toekomstbestendige openbare ruimte”

Waar steeds meer functies samenkomen in dezelfde beperkte ruimte

Inhoud Cluster Duurzaamheid “Duurzaamheid is de basis onder een leefbare en betaalbare gemeente.” ...... 4 Energietransitie ................................................................................................................................... 4 Fieten en ontwikkelingen ................................................................................................................ 4 Huidige inzet .................................................................................................................................... 4 Dilemma’s ........................................................................................................................................ 5 Advies .............................................................................................................................................. 5 Warmtetransitie .................................................................................................................................. 6 Feiten en ontwikkelingen ................................................................................................................ 6 Huidige inzet ....................................................................................................................................

6 Dilemma’s ........................................................................................................................................ 6 Advies .............................................................................................................................................. 7 Klimaatadaptatie ................................................................................................................................. 8 Feiten en ontwikkelingen ................................................................................................................ 8 Huidige inzet .................................................................................................................................... 8 Dilemma’s ........................................................................................................................................ 8 Advies .............................................................................................................................................. 9 Circulaire economie............................................................................................................................. 9 Feiten en ontwikkelingen ................................................................................................................

9 Huidige inzet .................................................................................................................................... 9 Dilemma’s ...................................................................................................................................... 10 Advies ............................................................................................................................................ 10 Cluster Grijs ........................................................................................................................................... 11 Verkeer en mobiliteit ........................................................................................................................ 11 Feiten en ontwikkelingen .............................................................................................................. 11 Huidige inzet .................................................................................................................................. 11 Dilemma’s ...................................................................................................................................... 12 Advies ............................................................................................................................................

12 Onderhoud ........................................................................................................................................ 13 Feiten en ontwikkelingen .............................................................................................................. 13 Huidige inzet .................................................................................................................................. 13 2/18

Dilemma’s ...................................................................................................................................... 13 Advies ............................................................................................................................................ 14 Cluster water ......................................................................................................................................... 14 Feiten en ontwikkelingen .............................................................................................................. 15 Huidige inzet .................................................................................................................................. 15 Dilemma’s ...................................................................................................................................... 15 Advies ............................................................................................................................................ 15 Cluster groen ......................................................................................................................................... 16 Feiten en ontwikkelingen ..............................................................................................................

16 Huidige inzet .................................................................................................................................. 17 Dilemma’s ...................................................................................................................................... 17 Advies ............................................................................................................................................ 17

3/18

Cluster Duurzaamheid “Duurzaamheid is de basis onder een leefbare en betaalbare gemeente.” Binnen dit kader werkt het cluster Duurzaamheid aan vier samenhangende programma’s: •

Energietransitie

•

Warmtetransitie

•

Circulaire Economie

•

Klimaatadaptatie.

Deze programma’s vormen gezamenlijk de motor achter een toekomstbestendige leefomgeving, waarin we energie besparen, slimmer omgaan met grondstoffen, onze wijken voorbereiden op extreme weersomstandigheden en stap voor stap toewerken naar een duurzame warmtevoorziening.

Energietransitie Fieten en ontwikkelingen •

RES‑doelen Someren werkt binnen de Metropoolregio Eindhoven aan CO₂‑reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. Regionale zoekgebieden voor zon en wind geven richting aan toekomstige keuzes voor duurzame opwek.

•

Uitbreiding elektriciteitsnet In de regio wordt gewerkt aan nieuwe 380 kV‑ en 150 kV‑verbindingen. Voor Someren kan dit betekenen dat er een nieuw verdeelstation komt, nodig om duurzame opwek, woningbouw en economische groei te blijven ondersteunen.

•

Windpark Diepenhoek De provincie Noord‑Brabant blijft bevoegd gezag voor dit project. Someren blijft betrokken als gesprekspartner en vertegenwoordiger van lokale belangen.

•

Warmtenetverkenning Een collectief warmtenet vraagt een investering van circa €60 miljoen en een deelnamegraad van ongeveer 70%. Er wordt gekeken naar geothermie en aquathermie als mogelijke warmtebronnen voor de toekomst. • Netcongestie Het elektriciteitsnet zit op veel plekken vol, waardoor nieuwe initiatieven soms niet kunnen worden aangesloten. Dit remt duurzame opwek, woningbouw en bedrijfsontwikkeling.

Huidige inzet •

Uitvoering RES‑afspraken De gemeente vertaalt regionale klimaat- en energiedoelen naar lokale projecten gericht op energiebesparing, duurzame opwek en een toekomstbestendige warmtevoorziening.

•

Ruimtelijke afwegingen Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken naar de balans tussen energie, wonen, landschap, landbouw en economie. Deze afwegingen worden gemaakt in samenspraak met inwoners en partners.

4/18

•

Regionale samenwerking Someren werkt nauw samen met provincie, MRE en netbeheerders om projecten mogelijk te maken, knelpunten in het net aan te pakken en plannen op elkaar af te stemmen.

•

Verduurzaming stimuleren De gemeente ondersteunt inwoners en bedrijven via energieadvies, subsidies, collectieve acties en samenwerking met lokale initiatieven om energiebesparing en verduurzaming te versnellen.

Dilemma’s •

Lokale zeggenschap vs. bovenlokale besluitvorming De gemeente wil richting geven aan energieprojecten, maar belangrijke keuzes worden vaak op provinciaal of landelijk niveau gemaakt. Dit beperkt de lokale invloed en vraagt om actieve afstemming en belangenbehartiging.

•

Regie vs. afhankelijkheid van partners Someren wil regie houden op de energietransitie, maar is voor infrastructuur, netcapaciteit en vergunningen afhankelijk van provincie, rijk en netbeheerders. Hierdoor kan de uitvoering alleen in nauwe samenwerking plaatsvinden.

•

Ambities vs. uitvoerbaarheid De duurzaamheidsdoelen zijn hoog, maar de beschikbare ruimte en de capaciteit van het elektriciteitsnet bepalen wat daadwerkelijk haalbaar is. Dit vraagt om realistische planning en prioritering.

•

Draagvlak vs. snelheid Participatie en zorgvuldige besluitvorming zijn belangrijk voor maatschappelijk draagvlak, maar kosten tijd. Tegelijkertijd vraagt de energietransitie om tempo. Het vinden van een werkbare balans blijft een uitdaging.

•

Ruimtegebruik vs. leefomgeving Nieuwe energie‑initiatieven vragen fysieke ruimte en hebben impact op landschap en woonomgeving. Dit vraagt om zorgvuldige inpassing en aandacht voor de acceptatie in de omgeving.

Advies •

Maak netcongestie een harde randvoorwaarde in ruimtelijke afwegingen Gebruik beschikbare netcapaciteit als sturend criterium bij locatiekeuzes. Beschouw 150 kV‑ en 380 kV‑infrastructuur als structurerende ingrepen in het landschap en stem ruimtelijke planning actief af met netbeheerders en regionale energieplanning.

•

Maak duidelijke ruimtelijke keuzes gekoppeld aan maatschappelijke meerwaarde Koppel energieprojecten aan gebiedscompensatie voor landschap, natuur en recreatie. Richt lokale investerings- en gebiedsfondsen in en verbind projecten aan het versterken van dorpsvoorzieningen.

•

Borg maatschappelijke acceptatie via structurele gebiedscompensatie Maak gebiedscompensatie een standaard onderdeel van energieprojecten. Werk programmatisch via een gebiedsfonds in plaats van per project en laat opbrengsten structureel terugvloeien naar de leefomgeving. Richt middelen op o.a. isolatie, energiearmoede en landschaps- en recreatiekwaliteit.

5/18

•

Positioneer Someren strategisch in de regionale energieopgave Voorkom versnipperde besluitvorming per project en stuur op een eerlijke verdeling van lusten en lasten in de regio. Versterk de solidariteit tussen gemeenten binnen de RES Metropoolregio Eindhoven.

Warmtetransitie Feiten en ontwikkelingen •

Warmteprogramma verplicht vanuit Wgiw (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie)/Bgiw(Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Gemeenten moeten een Warmteprogramma opstellen met o.a. locaties, aantal gebouwen, isolatieopgave, benodigde infrastructuur, maatschappelijke kosten en warmtebehoefte.

•

Warmtenetverkenning Someren Een collectief warmtenet vraagt ca. €60 miljoen investering en ±70% deelname. Mogelijke bronnen zijn geothermie en aquathermie.

•

Verschillende kaders De warmtetransitie volgt de Transitievisie Warmte 2021 en het Warmteprogramma RES MRE.

•

Isolatie als basisvoorwaarde De Wgiw vereist dat gemeenten inzichtelijk maken hoeveel gebouwen voorafgaand aan de aanwijzing moeten worden geïsoleerd.

Huidige inzet •

Opstellen Warmteprogramma Someren werkt aan een Warmteprogramma dat voldoet aan de Wgiw/Bgiw‑eisen en aansluit op regionale bronnen, infrastructuur en planning.

•

Wijkgerichte analyse De gemeente onderzoekt welke wijken kansrijk zijn voor collectieve warmte en waar individuele oplossingen realistischer zijn.

•

Bron- en infrastructuurverkenning Er wordt gekeken naar haalbaarheid van geothermie, aquathermie en benodigde leidingen, inclusief kosten en ruimtelijke impact.

•

Isolatie en energiearmoede Someren stimuleert isolatie via subsidies, advies en ondersteuning van kwetsbare huishoudens.

•

Samenwerking met regio en netbeheerders Afstemming vindt plaats met provincie, MRE, Enexis en warmtepartners om planning en infrastructuur op elkaar te laten aansluiten.

Dilemma’s •

Collectief warmtenet vs. individuele oplossingen Een warmtenet is efficiënt in dichtbebouwde wijken, maar vraagt een hoge deelnamegraad (±70%) en forse investeringen. In andere wijken zijn individuele oplossingen realistischer, maar leiden die tot versnippering en hogere kosten per woning.

6/18

•

Bronkeuze vs. technische en financiële onzekerheden Geothermie en aquathermie zijn kansrijke bronnen, maar de beschikbaarheid, kosten en risico’s zijn nog onzeker. Een verkeerde bronkeuze kan leiden tot vertraging, hogere maatschappelijke kosten of onvoldoende leveringszekerheid.

•

Isolatie-eisen vs. betaalbaarheid voor bewoners De Wgiw vereist dat gebouwen voldoende geïsoleerd zijn voordat de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet. Niet alle huishoudens kunnen dit zelf financieren, waardoor ongelijkheid en vertraging kunnen ontstaan als ondersteuning niet goed wordt georganiseerd.

•

Ruimtelijke inpassing vs. impact op leefomgeving Warmteleidingen, broninstallaties en distributienetten vragen ruimte in straten en het landschap. Dit kan leiden tot hinder, aantasting van groen of weerstand in de wijk, terwijl de infrastructuur wel noodzakelijk is voor de overstap van aardgas.

•

Tempo maken vs. zorgvuldig participeren De warmtetransitie vraagt om voortgang, maar bewonersparticipatie volgens de Participatienota Someren 2026 kost tijd. Te snel schakelen kan draagvlak schaden; te langzaam schakelen kan leiden tot hogere kosten en gemiste subsidies.

Advies •

Maak warmte‑infrastructuur en bronkeuze leidend in ruimtelijke keuzes Gebruik de Wgiw/Bgiw‑vereisten als basis voor locatiekeuzes, bronselectie en infrastructuurplanning. Richt je op wijken waar de warmtebehoefte, dichtheid en gebouwtypologie een collectieve oplossing mogelijk maken. Stem brontracés en fasering vroegtijdig af met netbeheerders en maak maatschappelijke kosten per wijk onderdeel van de besluitvorming.

•

Maak duidelijke keuzes voor kansrijke wijken Selecteer startwijken waar een warmtenet realistisch is en werk daar programmatisch aan isolatie, participatie en financiering. Combineer isolatieprogramma’s met de planning van het Warmteprogramma en zet lokale fondsen in om deelname en overstapkosten te ondersteunen. Betrek bewoners vroegtijdig volgens de Participatienota Someren 2026.

•

Borg maatschappelijke acceptatie via gebieds- en bewonerscompensatie Maak compensatie een vast onderdeel van warmteprojecten en laat voordelen zichtbaar terugvloeien naar de wijk. Denk aan bijdragen aan isolatie of overstapkosten, investeringen in leefomgeving en voorzieningen, of extra ondersteuning in wijken met energiearmoede. Werk programmatisch via een gebiedsfonds in plaats van losse projectafspraken.

•

Positioneer Someren strategisch in de regionale warmtetransitie Voorkom versnippering door één gemeentelijk Warmteprogramma te hanteren dat aansluit op regionale bronnen en infrastructuur. Werk samen met RES‑partners aan gezamenlijke bronontwikkeling en maak regionale afspraken over planning en kostenverdeling. Stem keuzes af met provincie en netbeheerders om projecten te versnellen en dubbel werk te voorkomen.

7/18

Klimaatadaptatie Feiten en ontwikkelingen •

Toename van extremen Someren krijgt steeds vaker te maken met wateroverlast, hitte en droogte. Deze extremen versterken elkaar en zorgen voor schade, gezondheidsrisico’s en druk op de openbare ruimte.

•

Ambitie: klimaatadaptief in 2050 De gemeente wil in 2050 volledig klimaatadaptief zijn. Dat vraagt om structurele aanpassingen in inrichting, beheer en beleid.

•

Huidige inrichting sluit nog onvoldoende aan Veel openbare ruimte is nog ingericht op snelle afvoer van water en maximale verharding, terwijl toekomstige opgaven juist vragen om meer groen, infiltratie en schaduw.

Huidige inzet •

Klimaatadaptatie wordt al meegenomen in projecten Bij herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen wordt steeds vaker gekeken naar waterberging, vergroening en hittestress.

•

Regionale samenwerking in de Peelregio Someren werkt samen met omliggende gemeenten aan kennisdeling, gezamenlijke projecten en regionale strategieën voor water, hitte en droogte.

•

Eerste stappen richting hitte- en wateraanpak Er wordt gewerkt aan een lokale aanpak voor hittestress, wateroverlast en droogte, inclusief risicokaarten en prioritaire gebieden.

•

Regisseur klimaatadaptatie De gemeente heeft een interne regisseur die projecten verbindt, kennis borgt en klimaatadaptatie als programma in de organisatie verankert.

Dilemma’s •

Groen en water vs. parkeren en verharding Meer groen, waterberging en schaduw zijn noodzakelijk, maar concurreren met ruimte voor parkeren, verkeer en andere functies. Dit leidt tot lastige keuzes in de openbare ruimte.

•

Doelen overheid vs. wensen van inwoners De gemeente moet sturen op klimaatbestendige inrichting, maar inwoners hechten vaak aan behoud van parkeerplaatsen, lage onderhoudslasten of een ‘opgeruimde’ straat. Dit kan spanning geven tussen beleid en praktijk.

•

Geen structureel budget, versnipperde middelen Klimaatadaptatie vraagt om langdurige investeringen, maar middelen komen nu vaak uit losse projecten of incidentele subsidies. Hierdoor ontbreekt continuïteit en kan de uitvoering vertragen.

•

Nog te vrijblijvend, gebrek aan duidelijke normen Zonder harde normen voor waterberging, vergroening en hitte blijft klimaatadaptatie afhankelijk van projectteams en beschikbare ruimte. Dit maakt het lastig om de ambitie voor 2050 te halen.

8/18

Advies •

Maak duidelijke kaders vooraf leidend in ruimtelijke keuzes Stel minimale eisen voor groen, waterberging en schaduw vast en toets plannen hier vooraf op. Denk aan vaste normen voor groen en water bij nieuwbouw, schaduwnormen bij herinrichting van straten en waterberging als standaard onderdeel van elk ontwerp. Door vooraf te toetsen in plaats van achteraf bij te sturen, wordt klimaatadaptatie structureel geborgd.

•

Zorg voor structurele financiering in plaats van losse middelen Reserveer jaarlijks budget binnen beheer en onderhoud en werk met programmafinanciering voor hitte‑ en watermaatregelen. Dit voorkomt afhankelijkheid van incidentele subsidies en maakt het mogelijk om meerjarig en gebiedsgericht te investeren in vergroening, waterberging en schaduw.

•

Maak bewuste keuzes in de inrichting van de openbare ruimte Durf ruimte te herverdelen ten gunste van groen, water en verblijfskwaliteit. Dit kan betekenen: minder parkeerplaatsen voor extra groen, meer ruimte voor bomen en schaduwplekken en het vergroenen van versteende pleinen. Ook herverdeling van straatprofielen (auto vs. verblijf) kan bijdragen aan een klimaatbestendige inrichting.

•

Vergroot inzet en verantwoordelijkheid van inwoners Stimuleer bewoners om zelf bij te dragen aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld via subsidies voor het vergroenen van tuinen, het afkoppelen van regenwater of wijkgerichte vergroening. Bewustwording over hitte, droogte en wateroverlast helpt om draagvlak te vergroten en gezamenlijke actie te versnellen.

Circulaire economie Feiten en ontwikkelingen •

Europese en landelijke doelen voor circulariteit Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn en in 2030 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. Europese regelgeving (o.a. Green Deal, afvalrichtlijnen, verpakkingsverordening) verplicht gemeenten tot hogere scheidingspercentages, minder restafval en meer hergebruik.

•

GR Blink nog in ontwikkeling De samenwerking via GR Blink professionaliseert, maar is nog niet volledig ingericht. Daardoor kan Blink nog niet optimaal faciliteren in ondersteuning en dienstverlening.

Huidige inzet •

Samenwerking via GR Blink binnen de huidige mogelijkheden Someren werkt samen met GR Blink aan inzameling, scheiding en verwerking van afvalstromen. Door de ontwikkelfase van Blink is de dienstverlening nog niet optimaal, maar wordt gewerkt aan professionalisering, betere logistiek en verbeterde scheidingsmogelijkheden.

•

Nieuwe milieustraat en verplaatsing gemeentewerf

9/18

Er wordt in samenwerking met GR Blink en in samenspraak met gemeente Asten een nieuwe milieustraat ontwikkelt en daarnaast wordt de gemeentewerf verplaatst ten behoeve van woningbouw. •

Zwerfafvalaanpak met vrijwilligers en ondersteuning vanuit de gemeente De gemeente ondersteunt vrijwilligers via materialen, adoptieroutes en opschoonacties. Daarnaast wordt gekeken hoe structurele inzet vanuit beheer en handhaving zwerfafval verder kan terugdringen.

•

Voorbereiding nieuw afvalbeleidsplan Er wordt gewerkt aan een nieuw beleidskader waarin keuzes worden gemaakt over ondergrondse containers, scheidingsdoelen, service-opties, kostenbeheersing en de rol van inwoners. Dit plan moet richting geven aan de toekomstige afval- en grondstoffenstrategie.

Dilemma’s •

Hergebruik en scheiding vs. gemak voor inwoners Meer scheiding vraagt extra handelingen en voorzieningen, terwijl inwoners vooral gemak en nabijheid willen. Dit maakt het lastig om hogere scheidingsdoelen te combineren met een gebruiksvriendelijk systeem.

•

Ambities circulaire economie vs. kosten en uitvoerbaarheid Hogere scheidingspercentages, circulair inkopen en nieuwe voorzieningen vragen structurele investeringen. Tegelijkertijd zijn budgetten en uitvoeringscapaciteit beperkt, waardoor ambities niet altijd haalbaar zijn.

•

Vrijwilligerskracht vs. structurele verantwoordelijkheid gemeente Vrijwilligers helpen bij zwerfafval, maar kunnen structurele problemen niet oplossen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor schoon straatbeeld, handhaving en preventie.

Advies •

Maak duidelijke kaders voor afvalscheiding en circulariteit Stel vooraf heldere normen vast voor scheiding, hergebruik en dienstverlening, zodat projecten en keuzes consistent worden getoetst. Denk aan minimale scheidingsdoelen, criteria voor ondergrondse containers en vaste eisen voor circulair inkopen. Door vooraf te sturen in plaats van achteraf bij te sturen, ontstaat duidelijkheid voor inwoners, GR Blink en projectteams.

•

Investeer in een toekomstbestendige milieustraat en gemeentewerf Gebruik de ontwikkeling van beide locaties om de basis op orde te brengen én circulaire functies te versterken. Een moderne milieustraat en werf bieden kansen voor betere scheiding, efficiëntere logistiek, hergebruikshops en educatie. Dit helpt Someren om Europese en landelijke doelen te halen en vermindert druk op de rest van de keten.

•

Maak bewuste keuzes in inzameling en dienstverlening Kies een inzamelsysteem dat zowel scheiding stimuleert als werkbaar is voor inwoners. Ondergrondse containers kunnen bijdragen aan netheid en gemak, maar vragen om zorgvuldige locatiekeuze en communicatie. Heldere keuzes over service, inzamelfrequentie en voorzieningen helpen om restafval te verminderen zonder de leefbaarheid te belasten.

10/18

Cluster Grijs “Door te investeren in mobiliteit en wegen versterken we veiligheid, doorstroming en leefbaarheid.” Het cluster Grijs richt zich op de infrastructuur van de openbare ruimte •

verkeer en mobiliteit

•

wegen

•

fietspaden

•

trottoirs

•

parkeervoorzieningen

•

kabels en leidingen

•

inritten

•

civieltechnisch beheer.

Het cluster zorgt voor een veilige, bereikbare en functionele leefomgeving en speelt een centrale rol bij herinrichtingen, vergunningen en afstemming met nutsbedrijven.

Verkeer en mobiliteit Feiten en ontwikkelingen •

Groei van regionale opgaven De invloed van regionale ontwikkelingen neemt sterk toe. Denk aan de groei van Brainport, de druk op de A67 en de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein. Deze opgaven bepalen steeds meer de verkeersstromen in en rond Someren.

•

Grote ruimtelijke projecten vragen herinrichting van infrastructuur Projecten zoals GOW30, de fietsroute Someren–Lierop–Helmond en het centrumplan vragen om aanpassingen in wegen, kruispunten, verkeersveiligheid en doorstroming.

•

Mobiliteit wordt steeds meer bepaald door regionale keuzes Beslissingen van provincie, Rijk en regionale samenwerkingen hebben directe impact op lokale mobiliteit, OV‑verbindingen en verkeersveiligheid. De gemeente heeft invloed, maar niet altijd regie.

Huidige inzet •

Uitvoering Mobiliteitsplan 2023–2032 De gemeente werkt aan de uitvoering van het mobiliteitsplan, met aandacht voor verkeersveiligheid, doorstroming, fietsnetwerken en leefbaarheid.

•

GOW30 (Kanaalstraat e.o.) De transformatie naar een gebiedsontsluitingsweg met 30 km/u wordt voorbereid en uitgevoerd, inclusief maatregelen voor veiligheid, inrichting en doorstroming.

•

Fietsroute Someren–Lierop–Helmond Er wordt gewerkt aan een hoogwaardige fietsverbinding die veiligheid en bereikbaarheid tussen kernen en regio versterkt.

•

Centrumplan Someren Het centrum wordt heringericht met aandacht voor verkeersveiligheid, parkeren, verblijfskwaliteit en bereikbaarheid.

11/18

•

Ontsluiting nieuwe wijk Edelenburg en regionaal bedrijventerrein Voor nieuwe woningbouw en bedrijvigheid worden ontsluitingsstructuren ontworpen en afgestemd met regionale partners.

•

Voorbereiding op OV‑concessie en busverbindingen De gemeente bereidt zich voor op nieuwe OV‑afspraken en zet in op behoud en verbetering van busverbindingen.

Dilemma’s •

Verkeer, parkeren, groen, water en veiligheid concurreren De openbare ruimte is beperkt. Elke ingreep vraagt om keuzes tussen doorstroming, leefbaarheid, klimaatadaptatie en veiligheid.

•

Lokale wensen vs. regionale doorstroming en economische ontwikkeling Wat goed is voor de regio (doorstroming, bereikbaarheid) botst soms met wat inwoners lokaal willen (rust, veiligheid, minder verkeer).

•

Lange procedures zetten druk op planning en capaciteit Vergunningen, afstemming met partners en wettelijke procedures kosten tijd. Hierdoor schuiven projecten op en ontstaat druk op capaciteit en verwachtingen.

Advies

•

Maak bewuste keuzes in de schaarse openbare ruimte De beschikbare ruimte in de kernen is beperkt en vraagt om duidelijke prioriteiten. Elke aanpassing in de openbare ruimte betekent het afwegen van verblijfskwaliteit, parkeerruimte, verkeersveiligheid, doorstroming, ruimte voor fietsers en voetgangers, en de wens om te vergroenen. Door vooraf helder te bepalen wat in een gebied het zwaarst weegt, ontstaat richting en worden projecten sneller en consistenter uitgevoerd.

•

Organiseer actief invloed op regionale mobiliteit Regionale besluiten bepalen steeds meer de bereikbaarheid van Someren. Neem daarom tijdig positie in bij ontwikkelingen zoals een mogelijke Brainporthub, het regionaal bedrijventerrein Helmond–Someren en de OV‑concessie. Stuur vooraf op verkeersstromen (bijv. via de N612) en sluit bij fietsverbindingen aan op regionale hoofdroutes om maximaal effect te bereiken.

•

Bepaal wat voorrang krijgt, niet alles kan tegelijk De mobiliteitsopgaven stapelen zich op, terwijl tijd, geld en capaciteit beperkt zijn. Dat vraagt om duidelijke keuzes in tempo en focus. Soms ligt de nadruk op regionale bereikbaarheid, soms op het oplossen van knelpunten in de kernen. In andere gevallen weegt leefbaarheid zwaarder dan doorstroming, of juist ruimtegebruik zwaarder dan comfort. Door vooraf te bepalen wat in een gebied of project leidend is, ontstaat realistische planning en duidelijkheid voor inwoners en partners.

•

Zorg voor bestuurlijke regie en duidelijke kaders Projecten vragen richting en besluitkracht. Geef daarom heldere kaders mee, hak tijdig knopen door en voorkom dat discussies zich blijven herhalen. Consistentie in keuzes versterkt het vertrouwen van inwoners, ondernemers en regionale partners en versnelt de uitvoering.

12/18

Onderhoud Feiten en ontwikkelingen •

De onderhouds- en vervangingsopgave neemt de komende jaren sterk toe Door verouderende wegen, riolering, groenstructuren en civiele kunstwerken neemt de druk en urgentie toe. Op basis van een grove schatting komt naar verwachting circa 20–30 km riool in aanmerking de komende tien jaar.

•

Tekort aan vakmensen Er is een structureel tekort aan vakmensen bij gemeente, marktpartijen en nutsbedrijven, waardoor uitvoering steeds vaker vertraagt of afhankelijk wordt van externe beschikbaarheid.

•

Complexere opgave Projecten zijn steeds meer verweven met werkzaamheden in de ondergrond en bovengrond, waardoor planning afhankelijk is van samenloop met nutsbedrijven, gebiedsontwikkelingen en regionale projecten.

•

Kosten nemen toe Kosten voor materialen, arbeid en uitvoering stijgen door marktontwikkelingen, duurzaamheids- en circulariteitseisen, inflatie en rente, wat direct invloed heeft op de beschikbare investeringsruimte.

Huidige inzet •

Integrale programmering (IBOR) De gemeente werkt met een integrale programmering via het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR), waarmee onderhoud, vervanging en beheer in samenhang worden gepland.

•

Slim combineren van projecten Onderhoudsprojecten worden steeds vaker gecombineerd met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, vergroening, verkeersveiligheid en herinrichting, om efficiëntie en kwaliteit te vergroten.

•

Verbreding van samenwerking De samenwerking met marktpartijen wordt verbreed, onder andere via bouwteamconstructies om capaciteit en kennis beter te benutten.

•

Duurzaam en toekomstgericht beheer Inrichting en beheer worden stapsgewijs duurzamer vormgegeven, bijvoorbeeld door circulaire materialen, klimaatbestendige ontwerpen en toekomstgericht beheer.

Dilemma’s •

Capaciteitstekort bij groeiende opgaven De vervangingsopgave en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vragen om dezelfde mensen, middelen en planning. Hierdoor moeten tempo en prioriteit steeds bewuster worden gekozen.

•

Afhankelijkheden die planning vertragen

13/18

Technische en ruimtelijke afhankelijkheden, zoals kabels en leidingen, verkeersmaatregelen of wateropgaven, beïnvloeden de uitvoerbaarheid en kunnen projecten onverwacht vertragen. •

Stijgende kosten drukken op investeringsruimte Hogere prijzen voor materialen, arbeid en uitvoering beperken de financiële ruimte, waardoor minder projecten kunnen worden opgepakt of kwaliteitskeuzes onder druk komen te staan.

•

Concurrerende functies in de openbare ruimte De openbare ruimte moet steeds meer functies tegelijk accommoderen waardoor onderhoudsprojecten vaker leiden tot complexe afwegingen en keuzes.

Advies •

Kies hoe zwaar veiligheid en instandhouding wegen Bepaal welk minimaal kwaliteitsniveau van wegen en openbare ruimte acceptabel is en hoeveel risico op achterstallig onderhoud kan worden gedragen. Maak expliciet of veiligheid en instandhouding voorrang krijgen boven nieuwe ambities, zodat keuzes helder en consistent zijn.

•

Kies voor meerjarige stabiliteit en voorspelbaarheid in uitvoering Bepaal of wordt gewerkt met een vaste meer-jaren-programmering of met jaarlijkse bijsturing. Maak duidelijk hoeveel ruimte er is voor tussentijdse aanpassing van prioriteiten en welke mate van voorspelbaarheid gewenst is voor inwoners, bestuur en uitvoeringspartners.

•

Breng ambities en uitvoeringskracht in evenwicht Stel vast of het ambitieniveau moet worden aangepast aan de beschikbare capaciteit, of dat juist wordt gekozen om de uitvoeringskracht te vergroten om ambities te realiseren. Een bewuste keuze voorkomt vertraging en onhaalbare verwachtingen.

•

Maak een bewuste keuze in het investeringsniveau voor onderhoud en vervanging Bepaal het gewenste tempo van vervanging en de mate waarin uitstelrisico’s acceptabel zijn. Kies welk structureel investeringsniveau passend is en weeg korte‑termijn budgetruimte af tegen hogere kosten en kwaliteitsverlies op de lange termijn. Maak expliciet of behoud van kwaliteit prioriteit heeft of dat enige achteruitgang wordt geaccepteerd.

Cluster water “Niet sturen op water betekent straks gestuurd worden door de gevolgen” Waterveiligheid, waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid staan steeds meer onder druk door klimaatverandering, bodemdaling en ruimtelijke ontwikkeling. De opgaven uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) vragen bovendien om een structurele verbetering van de ecologische en chemische waterkwaliteit. Zonder tijdige keuzes nemen overlast, droogte en schade toe en wordt de speelruimte voor de gemeente kleiner. Daarom vraagt water om een proactieve, gebiedsgerichte aanpak waarin ruimte, veiligheid, kwaliteit en gezondheid in samenhang worden afgewogen.

14/18

Feiten en ontwikkelingen •

KRW-doelen worden harde randvoorwaarden De Kaderrichtlijn Water stelt concrete doelen voor 2027 (en daarna), waardoor waterkwaliteit steeds meer bepalend wordt voor lokale keuzes in inrichting, beheer en vergunningverlening.

•

Rioolstelsel nadert einde levensduur Een groot deel (20km-30km komende 10 jaar) van het rioolstelsel in Someren bereikt de technische levensduur, waardoor structurele vervanging en renovatie de komende jaren noodzakelijk zijn.

•

Huidig systeem sluit niet meer aan op extremen Het riool- en watersysteem is vooral ontworpen voor afvoer, terwijl we nu te maken hebben met intensievere piekbuien, langere droogteperiodes en toenemende hitte.

•

Wateropgaven grijpen direct in op ruimtelijke keuzes Waterveiligheid, waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid staan niet op zichzelf, maar beïnvloeden woningbouw, mobiliteit, groenstructuren en de inrichting van de leefomgeving.

Huidige inzet •

Meerjarig programma voor rioolvervanging De gemeente voert een meerjarig programma uit voor onderhoud, vervanging en renovatie van het rioolstelsel, gericht op betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid.

•

Intensieve samenwerking met waterschappen Met Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel wordt samengewerkt aan waterkwaliteit, afwatering, ecologie en klimaatadaptatie.

•

Afkoppelen en vasthouden van regenwater In projecten wordt regenwater steeds vaker afgekoppeld en lokaal vastgehouden of geïnfiltreerd, om het systeem te ontlasten en droogte tegen te gaan.

Dilemma’s •

Concurrerende claims in de openbare ruimt Verkeer, parkeren, groen, water en veiligheid vragen allemaal ruimte, waardoor integrale keuzes steeds lastiger worden.

•

Lokale wensen versus regionale opgaven Lokale belangen botsen soms met regionale water- en doorstromingsopgaven, bijvoorbeeld bij woningbouw, landbouw of economische ontwikkeling.

•

Lange procedures en beperkte capaciteit Projecten, afstemming en onderzoeken kosten veel tijd, wat druk zet op planning en uitvoeringscapaciteit.

•

Balans tussen capaciteit, kwantiteit en kwaliteit De beschikbare capaciteit bepaalt hoeveel projecten kunnen worden uitgevoerd, terwijl tegelijkertijd hogere kwaliteitseisen en grotere opgaven blijven toenemen.

Advies •

Prioriteer vervanging en modernisering van het riool

15/18

Versnel de vervanging in gebieden met de grootste kans op overlast of uitval en koppel rioolvervanging altijd aan een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Voorkom uitstel van noodzakelijke investeringen in verouderde infrastructuur om toekomstige schade en hogere kosten te vermijden. •

Neem water en bodem als harde randvoorwaarde in ruimtelijke besluiten Leg vast dat woningbouw alleen doorgaat wanneer waterberging, afvoer en infiltratie aantoonbaar zijn geborgd. Weeg bij elke ontwikkeling expliciet de effecten van extreme buien, droogte en hitte mee, zodat plannen niet later moeten worden aangepast door ontbrekende wateroplossingen.

•

Maak bewuste keuzes in wat waar prioriteit krijgt Geef richting in de afweging tussen verstening, vergroening en water in de openbare ruimte. Weeg bij nieuwe plannen expliciet hoeveel ruimte wordt gegeven aan wonen, verkeer en water en maak keuzes zichtbaar wanneer belangen botsen, bijvoorbeeld bij parkeren versus waterberging.

•

Zorg voor duidelijke communicatie richting inwoners Leg helder uit waarom investeringen in water en riolering noodzakelijk zijn voor veiligheid en toekomstbestendigheid. Maak vooraf duidelijk wat keuzes betekenen voor lasten zoals rioolheffing en gemeentelijke kosten en wees transparant over waarom bepaalde projecten voorrang krijgen en andere later volgen.

Cluster groen “Natuur bepaalt de veerkracht van onze leefomgeving” De kwaliteit van natuur en groen bepaalt in hoge mate hoe goed onze leefomgeving extreme weersomstandigheden, verstedelijking en intensief gebruik kan opvangen. Biodiversiteit, gezonde bodem en sterke groenstructuren vormen de basis voor klimaatbestendigheid, leefkwaliteit en gezondheid. Tegelijkertijd staan deze waarden onder druk door toenemende ruimtedruk, hogere maatschappelijke verwachtingen en striktere wettelijke kaders zoals Natura 2000 en provinciale natuurdoelen. Dit vraagt om bewuste keuzes, integrale afwegingen en een toekomstgerichte aanpak.

Feiten en ontwikkelingen •

Strenge Natura 2000‑ en provinciale verplichtingen bepalen lokale keuzes Someren moet voldoen aan Europese Natura 2000‑doelen en provinciale beheerplannen, die vastleggen welke activiteiten wel of niet mogelijk zijn om natuurwaarden te beschermen. Deze plannen worden periodiek geactualiseerd en zijn leidend voor ruimtelijke besluiten, vergunningen en beheer.

•

Toenemende druk op buitengebied en openbare ruimte Verstedelijking, recreatie en intensiever gebruik zetten het buitengebied en de openbare ruimte steeds meer onder druk, waardoor de ruimte voor natuur, landbouw en leefkwaliteit onder spanning komt te staan.

•

Groeiende maatschappelijke aandacht en hogere kwaliteitsverwachtingen

16/18

Inwoners verwachten meer kwaliteit, biodiversiteit en beleving in het openbaar groen, terwijl invasieve soorten en plaagdruk zorgen voor extra beheeropgaven. •

Structureel stijgende beheer- en onderhoudskosten Nieuwe eisen, extra voorzieningen en hogere kwaliteitsverwachtingen leiden tot structureel stijgende kosten voor beheer en onderhoud, terwijl middelen beperkt blijven.

Huidige inzet •

Actualiseren van beleid en beheerplannen Groen-, bomen- en landschapsbeleid worden geactualiseerd om beter aan te sluiten op natuurdoelen, biodiversiteit en wettelijke kaders.

•

Uitvoering van de Natuurvisie De Natuurvisie wordt vertaald naar een uitvoeringsprogramma met concrete maatregelen voor natuurherstel, biodiversiteit en landschapskwaliteit.

•

Benutten van koppelkansen Koppelkansen tussen klimaatadaptatie, vergroening en ontstening worden actief benut om meerwaarde te creëren in projecten en wijken.

•

Stapsgewijs naar een integrale, gebiedsgerichte aanpak Er wordt gewerkt aan een integrale aanpak waarin groen, water, klimaat en leefkwaliteit in samenhang worden meegenomen.

Dilemma’s •

Hoge ambities, beperkte structurele middelen De ambities voor groen, klimaat en biodiversiteit nemen toe, maar de structurele middelen om deze waar te maken blijven achter. Hierdoor moeten scherpe keuzes worden gemaakt in tempo, kwaliteit en prioriteit.

•

Maatschappelijke verwachtingen versus beheerbudget Inwoners verwachten een hoge groenkwaliteit en goed onderhouden openbare ruimte, terwijl het beheerbudget al jarenlang onder druk staat. Dit leidt tot spanningen tussen gewenste kwaliteit en uitvoerbare kwaliteit.

•

Zichtbare korte‑termijnresultaten versus lange‑termijninvesteringen Er is behoefte aan snel zichtbare verbeteringen, terwijl investeringen in biodiversiteit, bodemkwaliteit en klimaatbestendigheid juist pas op langere termijn effect hebben. Dit vraagt om een balans tussen directe zichtbaarheid en duurzame waarde.

Advies •

Kies natuur als leidend principe in de ruimtelijke inrichting Maak expliciete keuzes waar ontwikkeling wél en niet plaatsvindt en zorg dat groen en natuur vanaf de start bepalend zijn in plannen. Voorkom dat natuur structureel het sluitstuk wordt en bescherm bestaande groenstructuren bij nieuwe ontwikkelingen.

•

Kies voor een ambitieuze en zichtbare versterking van biodiversiteit Zet actief in op herstel en uitbreiding van biodiversiteit en maak vergroening zichtbaar en merkbaar in wijken en kernen. Pak structurele knelpunten zoals invasieve soorten gericht aan en verbind natuurontwikkeling aan andere maatschappelijke opgaven.

•

Gebruik natuur als motor voor integrale gebiedsontwikkeling

17/18

Combineer woningbouw, klimaat, natuur en mobiliteit in samenhang en werk vanuit gebieden in plaats van losse projecten. Maak keuzes die meerdere doelen tegelijk versterken en stuur op samenhang en kwaliteit in plaats van deeloplossingen. •

Maak ambities realistisch en toekomstbestendig Breng ambities en middelen met elkaar in balans en voorkom verdere achteruitgang van beheer en kwaliteit. Kies voor structurele oplossingen in plaats van tijdelijke maatregelen en weeg korte‑termijnkeuzes altijd af tegen lange‑termijn effecten.

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16983527/1