CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

4g Toelichting BP Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong bijlage 5 verkennend archeologisch onderzoek

Commissie Ruimte 9 februari 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong.5.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 16115 Hoeksestraat, Someren Gemeente Someren Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Richard Exaltus Joep Orbons

Januari 2017

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 16115 Hoeksestraat, Someren Gemeente Someren Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Colofon Opdrachtgever: Status:

Crijns Rentmeesters, Witvrouwenbergweg 12, 5711 CN Someren Concept versie 30-01-2017

Projectcode : Bestandsnaam : Archis melding (OM nummer): Bevoegd gezag: Opslagplaats documentatie: ISSN:

14-222 ArcheoPro, Hoeksestraat, Someren, 2017 01 30 4028157100 Gemeente Someren Provincie Noord-Brabant 1569-7363

Auteur: Projectleider: Projectmedewerkers: Onderaannemers : Autorisatie:

Richard Exaltus, Joep Orbons Richard Exaltus Richard Exaltus, Joep Orbons, Hon Rik nvt Drs. R.P. Exaltus; senior-archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2016 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 30-01-2017

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens .......................................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep................................................................................................................................................... 5 1.4 Onderzoek......................................................................................................................................................................

5 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................... 9 2.1 Methode en bronnen ................................................................................................................................................. 9 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem.......................................................................................................... 11 2.3 Archeologie ................................................................................................................................................................ 17 2.4 Informatie amateurarcheologen........................................................................................................................ 18 2.5 Historie ........................................................................................................................................................................ 21 2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel .................................................................................... 26 2.7 Onderzoeksstrategie...............................................................................................................................................

27 3 Veldonderzoek.............................................................................................................................................................. 29 3.1 Verrichte werkzaamheden................................................................................................................................... 29 3.2 Resultaten testputje ................................................................................................................................................ 29 3.3 Resultaten booronderzoek................................................................................................................................... 31 4 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) ................................................................................................. 33 Verklarende woordenlijst ............................................................................................................................................ 34 Archeologische tijdschaal ............................................................................................................................................ 34 Bronnen ..............................................................................................................................................................................

35 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 36 Bijlage 1: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 37 Betekenis van de afkortingen: ................................................................................................................................... 37

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 4

Samenvatting Op 2 januari 2016 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Hoeksestraat te Someren-Eind. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Hiermee kan de vraagstelling beantwoord worden of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied oorspronkelijk een middelhoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het neolithicum. Uit gegevens van de terreineigenaar blijkt dat in 1997 zestig centimeter van het beneden de bouwvoor gelegen deel van de bodem is afgegraven. Om na te gaan of dit inderdaad het geval is en of dit overla binnen het plangebied dat ingrijpende aantasting van de bodem heeft geleid, zijn binnen het plangebied 11 boringen gezet.

Uit de resultaten van het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied over het geheel genomen uit een ongeveer zestig centimeter dik pakket vergraven, humusrijk zand bestaat met direct daaronder, witgrijs, ongeoxideerd dekzand. Resten van een esdek of van podzolvorming ontbreken volledig. Zelfs geoxideerd zand, is niet (meer) aanwezig. Dit bevestigd de gegevens van de terreineigenaar waaruit blijkt dat het deel van de bodem onder de bouwvoor, in 1997 zestig centimeter is afgegraven. Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 5

1. Inleiding

1.1 Algemeen Opdrachtgever: Datum uitvoeringveldwerk: Archis onderzoeksmelding: Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie:

Crijns Rentmeesters, Witvrouwenbergweg 12, 5711 CN Someren 02-01-2016 4028157100 Gemeente Someren Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant

1.2 Locatiegegevens Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Globale ligging: Coördinaten plangebied:

Oppervlakte plangebied: Eigendom: Grondgebruik: Hoogteligging: Bepaling locaties:

Noord-Brabant Someren Someren Hoeksestraat Ongeveer een kilometer ten noorden van SomerenEind; ten noorden van de Hoeksestraat 178468 / 375418 178468 / 375476 178541 / 375476 178541 / 375418 0,33 ha particulier Weiland en boomgaard ± 26 m +NAP GPS Garmin, meetlinten

1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep:

de bouw van twee woningen

1.4 Onderzoek Op 2 januari 2016 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Hoeksestraat te Someren-Eind. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Hiermee kan de

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 6

vraagstelling beantwoord worden of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het plangebied in een zone die in verband met de ligging binnen een zone van categorie 3. Het betreft gebieden met een archeologische waarde in verband met de ligging in een historische kern. Hier is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die dieper reiken dan veertig centimeter en die meer dan honderd vierkante meter beslaan. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 3.3) en is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vergunning verleend tot het verrichten van bepaalde archeologische werkzaamheden in het kader van het doen van opgravingen, bestaande uit prospectie door middel van booronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior-archeoloog), ing. P.J. Orbons (senior vakspecialist) en H.

Rik (veldtechnicus).

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 7

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 8

Figuur 2: De binnen het plangebied voorgenomen bouw van twee woningen

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 9

2 Bureauonderzoek

2.1 Methode en bronnen Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Cirkel met een straal van één kilometer rond het centrum van het plangebied Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn):                

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 Gemeente Someren, Archeologische beleidskaart Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 Landschappen van Maas en Peel, J. Renes, 1999 Geomorfologische kaart 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart Tranchotkaart 1805

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 10

Figuur 3: De binnen het plangebied voorgenomen bouw van twee woningen

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 11

2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem Het plangebied ligt in de Roerdalslenk, ten westen van de overgang met het hoger gelegen Peelblok. Door de hogere ligging vormt het Peelblok een waterscheiding. Ten westen van het Peelblok stroomt het water via de slenk richting ’s Hertogenbosch en ten oosten monden de rivieren in de Maas uit. In het Pleistoceen (2,6 miljoen - 11.755 jaar geleden) is de laaggelegen slenk opgevuld met rivierafzettingen van de Rijn en de Maas (Formatie van Beegden) en aan het einde van het Pleistoceen met dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). Op het Peelblok zorgde erosie ervoor dat het dekzandpakket verdween. Hierdoor kunnen de Pleistocene rivierafzettingen op het Peelblok al vanaf de oppervlakte worden aangetroffen, terwijl het dekzandpakket in de Roerdalslenk tientallen meters dik kan zijn. Ten gevolge van de vrijwel continue zeespiegelstijging gedurende het Holoceen (vanaf 11,755 jaar geleden), is ook het grondwater gestegen en zijn de laagste delen van het dekzandlandschap dermate sterk vernat dat hierin veen is ontstaan. Het plangebied zelf ligt in een gebied waar de rivierafzettingen, behorende tot de Formatie van Beegden, zijn bedekt met een laag dekzand.

Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 5) ligt het plangebied in een zone met dekzandruggen die al dan niet bedekt zijn met een oud bouwlanddek (figuur 5, codes 3L5 en 3K14). Ten westen hiervan ligt een dekzandvlakte die is vervlakt door veen en/of overstromingsmateriaal (figuur 5, code 2M14). Tegen de westrand van het onderzoeksgebied ligt volgens de geomorfologische kaart een dalvormige laagte zonder veen (figuur 5, code 2R2). In de nabijheid van het plangebied liggen geen oude waterlopen. De dekzandruggen zijn goed herkenbaar op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; figuur 6). Hierop is tevens te zien dat het plangebied op een relatief laaggelegen deel van het dekzandruggen-landschap ligt. Direct ten noorden en ten zuiden van het plangebied ligt het dekzandlandschap aanzienlijk op. Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (Bhorizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). De bodemkaart van Nederland (figuur 7) geeft binnen het plangebied de aanwezigheid aan van hoge zwarte enkeerdgronden die zijn gevormd in lemig fijn zand (legenda-eenheid zEZ23 op figuur 7).

Dergelijke gronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een akkerdek van meer dan een halve meter dikte. De grondwatertrap VI betekent dat het redelijk goed ontwaterde bodems betreft. Pal ten zuiden van het plangebied hebben de bodems echter een grondwatertrap VII.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 12

Figuur 4: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 13

Figuur 5: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 14

Figuur 6: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 15

Figuur 7: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 16

Figuur 8: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 17

2.3 Archeologie Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. In het Archeologisch informatiesysteem (Archis), zijn binnen het onderzoeksgebied van een kilometer in de omtrek van het plangebied, zes vindplaatsen bekend. Helemaal tegen de noordgrens van het onderzoeksgebied ligt de waarneming 445044. Hier zijn twee vindplaatsen aangetroffen. De paalkuilen in het noordoosten van het onderzoeksgebied, alsmede de saneringssporen zijn waarschijnlijk van de houten schuren en van een voormalige boerderij afkomstig die er vanaf de 30er tot in de 90er jaren van de 20e eeuw heeft gestaan. De tweede vindplaats ligt in het zuidwesten van het onderzoeksgebied.

Hier zijn een cluster paalkuilen van voormalige houten schuren, een waterkuil en karrensporen van een oude weg aangetroffen. De waterkuil werd aanvankelijk gebruikt voor de opslag van bluswater en later waarschijnlijk als afval- en/of mestkuil. Tussen de twee sites is een greppel uit waarschijnlijk de 16e eeuw aangetroffen. De beide vindplaatsen zijn gedeeltelijk waar te nemen op historisch kaartmateriaal (Boots, G.J. & A.H. Schutte, 2012). De waarneming 21628 ligt tegen de noordoostrand van het onderzoekgebied op ruim negenhonderd meter afstand van het plangebied en betreft de vondst van enkele aardewerscherven waarvan de oudste mogelijk al uit de periode ijzertijd-Romeinse tijd dateert. De waarneming 21631 ligt eveneens op ruim negenhonderd meter afstand van het plangebied, maar dan tegen de noordwestgrens van het onderzoeksgebied. Hier zijn talrijke aardewerkfragmenten uit de late middeleeuwen aangetroffen. De waarneming 30381 ligt hier ongeveer tweehonderd meter ten zuidoosten van op ongeveer zevenhonderd meter ten noordwesten van het plangebied. Hier zijn zes bijlen uit de bronstijd aangetroffen. De waarneming 44535 ligt tegen de oostgrens van het onderzoeksgebied. Hier (op de Einderakkers), is een perceel gedeeltelijk afgeschoven en gediepploegd. Daarbij is een gedeelte van een nederzetting uit de ijzertijd en de Romeinse tijd verloren gegaan.

Op deze locatie zijn door J. van der Weerden veel vondsten uit de genoemde perioden verzameld en zijn tevens enkele paalsporen waargenomen. De waarneming 422153 ligt het dichtst bij het plangebied, op ruim vierhonderd meter ten westen hiervan. Hier zijn tijdens proefsleuvenonderzoek in het plangebied Someren Vlasakkers, twee sleuven aangelegd met een totale lengte van 307 m, waardoor een dekkingsgraad van ca. 5% is bereikt. Het onderzoek heeft uitsluitend vondsten en grondsporen uit de post-Middeleeuwse periode opgeleverd. Daarnaast is vastgesteld dat het oorspronkelijke bodemprofiel op het tot nu toe onderzochte terreindeel overal in meer of mindere mate verstoord is zodat alleen diepere sporen, zoals kuilen van dakdragende palen en waterputten nog bewaard gebleven kunnen zijn. In totaal zijn hier 7 scherven aardewerk, 3 brokjes baksteen, een pijpenkopje en een fragment van een tegel aangetroffen. Al het aangetroffen materiaal is gedateerd in de 17e of 18e eeuw (Boer, E. de, 2006). Op ruim honderd meter ten zuidwesten van het plangebied is in 2007 door VUhbs een booronderzoek uitgevoerd met onderzoeksmeldingsnummer 22222. De resultaten hiervan hebben geen aanleiding gegeven tot het adviseren van verder onderzoek. Pal ten zuiden van het plangebied is in 2010 een booronderzoek met

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 18

onderzoeksmeldingsnummer 29879 uitgevoerd door Synthegra BV. Door het veldonderzoek is de archeologische verwachting voor de meeste periodes teruggebracht naar laag. Het bodemprofiel was te sterk verstoord en doorslaggevende archeologische indicatoren ontbraken.

Tabel 1 Waarnemingen en Monumenten Nummer Coördinaat Periode W 21628 179200/376080 IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen W 21631 177900/376160 IJzertijd, Middeleeuwen W 30381 178000/376000 Neolithicum, Bronstijd W 44535 179400/375800 Neolithicum, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen W 422153 178078/375453 Nieuwe Tijd W 445044 178135/376350 Middeleeuwen, Nieuwe Tijd

Vondsten Keramiek Keramiek Brons Keramiek, metaal Keramiek Keramiek, steen, glas, ijzer

2.4 Informatie amateurarcheologen ArcheoPro heeft contact opgenomen met Heemkundekring de Vonder te Someren. Dit heeft met betrekking tot het plangebied geen informatie opgeleverd.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 19

Figuur 9: Kaart met Archis-gegevens met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 20

Figuur 10: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 21

2.5 Historie

Het plangebied ligt van oudsher in het gebied dat bekend stond als het Eind. Hier lag de meest zuidelijke bewoning van Someren die zich uitstrekte in een lange strook van noordwest naar zuidoost. Deze strook vormde min of meer een laagte tussen hogere dekzandruggen. In deze laagte kon water worden opgevangen in drinkpoelen en putten. Direct achter de huizen lagen graslandjes en op de hogere dekzandruggen lagen de akkers. Op korte afstand ten zuiden van het plangebied begon de Peel. Di is nog goed te zien op de kaart van Hendrik Verheesch uit omstreeks 1780 (zie figuur 11). Het huidige kerkdorp Someren-Eind is ontstaan ten gevolge van de ontginning van de Vale Peel die plaatsvond in de tweede helft van de 19e eeuw en die werd uitgevoerd door particuliere ondernemingen zoals de Grientsveen Turfstrooisel Maatschappij. Figuur 11: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805. De zelfstandige parochie Someren-Eind is opgericht in 1878 Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (zie figuur 12 en 13) ligt het plangebied op de rand van een oude bewoningskern met het aangrenzende akkerland.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 22

Figuur 12: Uitsnede uit de kaart met historische relicten Oost Brabant (Naar de Bont, 1993)

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 23

Figuur 13: Uitsnede uit de kaart met historische landschapselementen Oost Brabant (Naar de Bont, 1993)

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 24

De kadasterkaart uit 1832 toont dat het plangebied destijds onbebouwd was en binnen akkerlandpercelen lag.

Figuur 14: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 25

Figuur 15 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1901, 1958 en 2013. Op de kaart uit 1845 zijn ten oosten van het plangebied nog goed enkele van de oorspronkelijke drinkpoelen herkenbaar. Het plangebied lag toen op akkertjes. Dit is tot in de twintigste eeuw het geval gebleven. In de tweede helft van de twintigste eeuw is het westelijke deel van het plangebied in gebruik genomen als weiland en het oostelijke deel als boomgaard.

Figuur 15: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1837, 1891, 1960 en 2008.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 26

2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Specifieke ligging (locatie) Het plangebied heeft tot in de twintigste eeuw op akkerland gelegen tussen de historische bebouwing van Someren-Eind. Verwachte perioden (datering) Het plangebied ligt niet in een overgangszone van hoog naar laag in de nabijheid van een (voormalige) waterloop. Voor resten uit het paleolithicum tot en met het mesolithicum geldt derhalve een lage verwachting. Dit wordt bevestigd door het ontbreken van vindplaatsen uit deze perioden binnen het onderzoeksgebied. Resten uit het neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen zullen eerder hebben gelegen op de hogere zandgronden op enige afstand van het plangebied. Dit wordt bevestigd door de waarneming 21628 die vondsten uit de ijzertijd-Romeinse tijd betreft die zijn aangetroffen op de hooggelegen Einderakkers. De ligging tussen de historische bebouwing van Het Eind, zou het plangebied een hoge verwachting geven voor resten van bewoning uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied op historische kaarten, lijkt het echter reëler om hier een middelhoge verwachting voor toe te kennen. Complextypen Resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd bestaan uit nederzettingsresten zoals boerderijplaatsen, schuren en woningen, maar ook uit begravingsresten, (water)putten en perceelsstructuren.

Uiterlijke kenmerken Nederzettingsresten tot en met de vroege middeleeuwen kunnen onder de bouwvoor voorkomen als concentraties van vondstmateriaal of als vullingen van kuilen (afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, enz.). Eventuele sporen van begraving kunnen resten van crematies of inhumatiegraven betreffen. Archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen ook (gemetselde) resten betreffen van funderingen, waterputten, beerputten en eventuele bijgebouwtjes zoals stallen en opslagruimtes. Mogelijke verstoringen Ontginningsactiviteiten en het gebruik als akker, zullen op zijn minst tot oppervlakkige bodemverstoring geleid hebben. De grondeigenaar van het westelijke deel van het plangebied heeft hier in 1997 grondverbeteringswerkzaamheden laten uitvoeren waarbij de humusrijke toplaag is verwijderd en het daaronder gelegen zandpakket van zestig centimeter dikte is verwijderd. Vervolgens is de toplaag weer teruggelegd. Hij heeft hier nog de oorspronkelijke rekening van en geeft tevens aan dat het plangebied oorspronkelijk even hoog lag als de akker direct ten noorden daarvan. Dit zou de relatief lage ligging van het plangebied op het AHN verklaren. Naar verwachting is de bodem derhalve ingrijpend verstoord binnen het plangebied.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 27

2.7 Onderzoeksstrategie Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Uit het bureauonderzoek blijkt immers dat de bodem binnen het plangebied waarschijnlijk sterk is verstoord. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een zandguts. Op relatief kleine terreinen past ArcheoPro standaard een dicht boornetwerk toe van minimaal twintig boringen per hectare. Vooral op terreinen die in een zone liggen die al lange tijd intensief gebruikt wordt (zoals een historische kern), kunnen plaatselijk extreme verschillen bestaan in de mate van bodemverstoring. Om deze in kaart te kunnen brengen is intensief booronderzoek benodigd. Binnen het plangebied zijn elf boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk. Hierdoor is binnen het 0,33 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van dertig boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006), bij gebruik van een megaboor, als brede zoekoptie om vindplaatsen uit alle perioden, in zand op te sporen.

Megaboringen worden gezet op de boorpunten waarop de resultaten van het boren met de zandguts hier aanleiding toe geven en waarop geen voldoende oppervlaktevondstzichtbaarheid heerst. Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te garanderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord. De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aanpak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 28

Figuur 16: Het plangebied gezien in oostelijke richting

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 29

3 Veldonderzoek

3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:

Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 20). Zandguts met een diameter van 2 cm en edelmanboor met diameter van 15 cm. 11 Dertig boringen per hectare 1-1,4 m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)

Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Wel is midden op het oostelijke deel van het plangebied een putje gegraven van 1 meter breedte en tachtig centimeter diepte.

3.2 Resultaten testputje In het profiel van het testputje is tot ruim een halve meter diepte een pakket vergraven, humusrijk zand aangetroffen met daaronder direct het schone, ongeoxideerde zand van de C-horizont (zie figuur 17).

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 30

Figuur 17: het bodemprofiel in het testputje

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 31

3.3 Resultaten booronderzoek De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het veldonderzoek is bovenin alle boringen een vergraven toplaag aangetroffen die bestaat uit brokken zand van uiteenlopend humusgehalte. De dikte van dit pakket bedraagt in de boringen 1 tot en met 5 en 8 tot en met 11, ongeveer zestig centimeter. In de boringen 6 en 7 is dit pakket aanzienlijk dieper en bedraagt dit achtereenvolgens 110 en 115 centimeter. In alle boringen is direct onder de vergraven toplaag het schone, ongeoxideerde zand van de C-horizont aangetroffen (zie figuur 18). Resten van een esdek of van podzolvorming ontbreken volledig. Zelfs geoxideerd zand, is niet (meer) aanwezig. De bodemopbouw in de boorkernen komt hiermee sterk overeen met die in het testputje. Het testputje is gegraven op het oostelijke deel van het plangebied waarvan de eigenaar van het westelijke deel van het plangebied niet weet of dit ook is afgegraven. Uit de bodemopbouw en de lage ligging van dit deel van het plangebied kan echter worden afgeleid dat dit wel het geval moet zijn. In verband met het verloren gaan van het deel van de bodem waarin artefacten aanwezig zouden kunnen zijn, is niet nageboord met een megaboor.

In verband met de ingrijpende verstoring van de bodem binnen het plangebied, is het KNAonderdeel Waardestelling, in dit rapport niet nader uitgewerkt.

Figuur 18: De overgang van de vergraven toplaag naar het witgele, ongeoxideerde zand van de C-horizont.

Figuur 19: Boorprofielen

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 32

Figuur 20: Boorpunten met verstoringsdiepten.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 33

4 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied oorspronkelijk een middelhoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het neolithicum. Uit gegevens van de terreineigenaar blijkt dat in 1997 zestig centimeter van het beneden de bouwvoor gelegen deel van de bodem is afgegraven. Om na te gaan of dit inderdaad het geval is en of dit overal binnen het plangebied dat ingrijpende aantasting van de bodem heeft geleid, zijn binnen het plangebied 11 boringen gezet. Uit de resultaten van het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied over het geheel genomen uit een ongeveer zestig centimeter dik pakket vergraven, humusrijk zand bestaat met direct daaronder, witgrijs, ongeoxideerd dekzand. Resten van een esdek of van podzolvorming ontbreken volledig. Zelfs geoxideerd zand, is niet (meer) aanwezig. Dit bevestigd de gegevens van de terreineigenaar waaruit blijkt dat het deel van de bodem onder de bouwvoor, in 1997 zestig centimeter is afgegraven. Uit de resultaten van het op het oostelijke deel van het plangebied gezette boringen en gegraven testputje, blijkt dat de bodemopbouw op dit deel van het plangebied identiek is aan die op het westelijke deel. Ook het oostelijke deel zal derhalve afgegraven zijn.

Dit wordt bevestigd door de (even) lage ligging van dit deel van het plangebied als van het westelijke deel. Gezien de ingrijpende bodemverstoring in het gehele plangebied, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Someren en bij de provinciaal archeoloog.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 34

Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland. AMK Archeologische Monumentenkaart. ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving. Archis Archeologisch Informatie Systeem. BP: Before Present (present = 1950) GIS Geografische InformatieSystemen. GPS Global Positioning System. IKAW Indicatieve kaart van archeologische waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek. KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. -mv Onder maaiveld. NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak. PVE Programma van Eisen. RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode. SIKB: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd

Versie: 30-01-2017

Datering 250.000

- 9000

9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500

-

4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 35

Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)

Cultuurhistorische

waardekaart

(http://www.noord-

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS II (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis2.archis.nl/ Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 36

Literatuur Boer, E. de, 2006, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Someren Vlasakkers terrein 1B. Proefsleuf 1-2., Zuidnederlandse Archeologische Notities-71 Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993. Boots, G.J. & A.H. Schutte, 2012, Archeologische begeleiding (protocol opgraven) Hooghoefweg (ong.) te Someren in de gemeente Someren, Econsultancy Archeologisch Rapport-12031204 Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006) Renes, J. Landschappen van Maas en Peel, Maastricht, 1999

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 37

Bijlage 1: Boorbeschrijving

Algemene kopgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie OM-nummer coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever

Posities van de boringen (boorlocaties) Boornummer XCO YCO

BAR 14-222 XX Nvt ArcheoPro 4028157100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 2 cm en 15 cm Crijns Rentmeesters

Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boo LDO Lithologie r GD BK BS BZ BG Nr 1 58 Z 100 Z 1 2 62 Z 100 Z 1 3 60 Z 100 Z 1 4 57 Z 100 Z 1 5 56 Z 100 Z 1 6 110 Z 150 Z 1 7 115 Z 150 Z 1 8 64 Z 100 Z 1 9 60 Z 100 Z 1 10 65 Z 100 Z 1 11 63 Z 100 Z 1

BH 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3 2/3

Kleur HK

TK

IK

BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI BR WI

GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR GR

DO

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

178478.07 178478.34 178477.94 178477.54 178494.81 178494.54 178493.60 178510.21 178530.29 178513.69 178535.24

VLK

Overige kenmerken CO PLH VS SST

MA, M´s tov NAP 26.64 26.58 26.57 26.48 26.69 26.64 26.56 26.54 26.44 26.43 26.32

375475.17 375455.89 375437.14 375419.74 375466.87 375446.92 375426.70 375442.50 375442.50 375428.97 375428.71

AIS BHN

BI

GI

VRG BHC

DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC DO

DEZ VRG

BHC

DEZ

Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Hoeksestraat, Someren

ArcheoPro Rapport, 16115, Pagina 38

Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , VRG = vergraven, OPG = opgebracht GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren

Versie: 30-01-2017

www.ArcheoPro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11084029/1