CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

4e. Bijlage 4 toelichting BP Somerdaal fase 2 flora en fauna

Commissie Ruimte 6 april 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Somerdaal fase 216.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar. De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen. Categorie 5 Wnb §3.1

De strikte bescherming van nestelplekken van soorten uit de deze categorie geldt alleen als er zwaarwegende ecologische omstandigheden daartoe aanleiding geven. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. De bescherming houdt verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De jaarronde bescherming geldt alleen als de populatie sterk onder druk staat. Boerenzwaluw en huiszwaluw worden vaak als koloniebroeders aangetroffen op boerenerven en onderhouden vaste verblijfplekken waar ze jaarlijks weer naar terugkeren. De meeste soorten uit deze middelzware beschermingscategorie onderhoudt in principe geen vaste nestelplekken, zoals een aantal algemene tuin en stadsvogels, maar keren wel vaak tot dezelfde plek of locatie terug.

Overig Wnb §3.1

Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie.

Effectenbeoordeling NDFF-gegevens

Categorie 1,2,3 en 4

33

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

De NDFF-gegevens melden als soorten uit deze beschermingscategorie categorie die verblijf in bebouwing onderhouden alleen de huismus, binnen een straal van 1 km. De NDFF-gegevens melden voor een straal van 1 km rond het plangebied buizerd, wespendief, boomvalk als roofvogels die in bomen broeden. Overige waarnemingen uit de categorie van vogels die in bomen broeden binnen de 1 km-straal betreft de roek. De roek is een koloniebroeder in bomen. Waarnemingen

Er werden tijdens het veldbezoek enkele algemene tuin- en stadsvogels (koolmees, merel, houtduif) waargenomen. De omgeving van het plangebied kan van een beperkt belang geacht worden voor grondbroeders van graslanden en akkerranden, in het bijzonder kievit, scholekster en patrijs.

Effecten

Jaarrond beschermde verblijfplekken (cat. 1,2,3 en 4) Door het ontbreken van bebouwing en bomen biedt het plangebied geen enkele mogelijkheid voor soorten uit deze groep om jaarrond beschermde verblijfplekken te vestigen. De egale grasmat die intensief met verdelgingsmiddelen wordt behandeld biedt geen enkel foerageermogelijkheid voor vogels. Zover vogels uit de categorie (huismus) rond de nabij bebouwing aanwezig zijn of daar foerageermogelijkheden zoeken zullen deze het plangebied, dat noch voedsel en beschutting biedt, vermijden. Aantasting van hun functioneel leefgebied kan daarom uitgesloten worden. De nieuw inrichting waarbij veel beschuttend groen wordt aangeplant en stopzetting van het intensief agrarisch gebruik plaats vindt, zal al snel een verbetering van het leefgebied voor soorten uit deze categorie en vogels in het algemeen betekenen. Jaarrond beschermde verblijfplekken (catg.5) Met de herontwikkeling van het plangebied, dat geen gaat geen geschikte nestgelegenheid voor categorie 5- soorten verloren. Alsnog zijn er ook geen ecologische omstandigheden om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven. Broedgevallen van deze soorten uit deze categorie kunnen binnen het plangebied geheel uitgesloten worden overig Ook voor algemene tuinvogels en grondbroeders ontbreekt is momenteel geschikte nestgelegenheid.

Er ontbreken hoog opgaande begroeiingen om in te nestelen en de structuur- en kruidarme grasmat is geheel ongeschikt voor grondbroeders. Alleen als het terrein na oplevering en verwijdering van de grasmat enige tijd braak ligt en natuurlijke begroeiingen zich kunnen ontwikkelen, dient om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen het broedseizoen in acht worden genomen.

Conclusie

Jaarrond beschermde verblijfplekken Ten gevolge van de herontwikkeling worden geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde verblijfplekken van vogels en het functionele leefgebied voor de instandhouding daarvan.

34

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Overige verblijfplekken Alleen als het terrein na oplevering en verwijdering van de grasmat enige tijd braak ligt en natuurlijke begroeiingen zich kunnen ontwikkelen dient om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen het broedseizoen in acht worden genomen.

4.3.5 Reptielen Bescherming en voorkomen Wnb § 3.2

Wnb § 3.3.

Effecten beoordeling

De enige habitatrichtlijnsoort onder de reptielen waarvan verspreid binnen Brabant natuurlijke populaties voorkomen is de gladde slang. Deze zeldzame soort komt binnen hoogwaardig natuurgebied van hoogveen, heide en bos op een aantal locaties in oost en west Brabant voor. De enige reptielen die in Brabant met een meer regelmatige frequentie voorkomen zijn de levendbarende hagedis en hazelworm. Deze soorten vallen onder het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’ waarvoor de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling verleent. De levendbarende hagedis is een tamelijk algemene soort van heide en heideachtig terrein. De hazelworm is binnen Brabant een tamelijk zeldzame soort en komt binnen een zeer beperkt verspreidingsbeeld voor. De soort is gebonden aan heideterrein en bosgebied met een structuurrijke onderbegroeiing. Waarneming van genoemde soorten binnen de provincie Noord-Brabant op agrarisch terrein zijn van een uiterste incidentele aard. NDFF-gegevens

De NDFF-gegeven vermelden pas binnen de 1-5 km-straal de levendbarende hagedis als enige reptielsoort. De locatie betreft vrijwel zeker de Strabrechtse Heide. Binnen de 5-10 km straal wordt de gladde slang vermeldt. Binnen oost -Brabant straal zijn alleen populaties bekend binnen natuurreservaten in hoogveengebied. Waarnemingen Het plangebied werd tijdens het veldbezoek door het ontbreken van geschikte begroeiingsstructuren en landschappelijke ligging als geheel ongeschikt beoordeeld om reptielen te verwachten. Effecten en geschiktheid Landschappelijk gezien is het plangebied door het omringend agrarisch terrein te geïsoleerd gelegen van de nabije habitatgebieden van de levendbarende hagedis om deze met enige kans te verwachten. Deze habitatgebieden bestaan voornamelijk uit natuurlijk terrein met combinaties van bos, heide en heideachtig terrein. Daarbuiten worden deze soorten hoogst zelden aangetroffen. Het plangebied met zijn sterk gecultiveerde en bijzondere monotone begroeiing biedt een geheel ongeschikte terreingesteldheid om reptielen te verwachten. Reptielen en negatieve effecten op hun leefgebied kunnen daarom geheel uitgesloten worden. Conclusie

35

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Aanwezigheid van reptielen binnen het plangebied en negatieve effecten op hun leefgebied kunnen geheel uitgesloten worden voor ingrepen binnen het plangebied.

4.3.6 Amfibieën Bescherming en voorkomen Wnb §3.2 en §3.3

Habitatrichtlijn Voor de meeste strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad. De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. De soort is in het algemeen een kolonisator op allerlei braakliggend terrein en plant zich daar veelal voort in ondiepe tijdelijke plassen. Nationaal beschermd (zonder vrijstelling) De enige nationaal beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt die binnen de provincie Noord-Brabant vrij algemeen voorkomen zijn de vinpootsalamander en alpenwatersalamander. De vinpootsalamander is te specifiek gebonden aan heidevennen om buiten natuurgebied te verwachten.

De alpenwatersalamander is minder kieskeurig en is in de eerste instantie een soort van bosvijvers. Nationaal beschermd (vrijstelling) Voor een vijftal soorten beschermde amfibiesoorten die landelijk zeer algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Deze soorten betreffen de kleine watersalamander, bruine kikker, twee soorten groene kikkers (bastaardkikker en meerkikker) en de gewone pad. De meerkikker komt algemeen in het westelijk deel van het land voor en is in het oosten zeldzaam. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht.

NDDFgegevens

De NDFF-gegevens vermelden binnen de 1 km straal als enige amfibiesoorten de rugstreeppad en de heikikker. Beide soorten vallen onder de zware bescherming van de Habitatrichtlijn. De waarnemingslocatie betreft vrijwel zeker de Strabrechtse Heide.

Waarnemingen Tijdens het bezoek werden geen amfibiewaarnemingen gedaan. Effecten beoordeling

In meer algemene zijn de beschermde amfibiesoorten waarvoor de strikte bescherming of de middelzware bescherming zonder vrijstelling geldt die binnen de wijdere omgeving voorkomen te specifiek gebonden aan een hoogwaardig watermilieu en een landbiotoop van bos, heide, heideachtig terrein om binnen het plangebied en omgevend agrarisch gebied te verwachten. Het Brabantse leefgebied van de heikikker betreft

36

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

voornamelijk natte heide en kruid- en structuurrijke natte graslanden dicht nabij kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Buiten deze hoogwaardige biotopen wordt de soort in Noord-Brabant zelden aangetroffen (dit b.v. in tegenstelling tot de provincies Utrecht, Zuid- Holland en het Gelderse rivierengebied waar de soort plaatselijk algemeen is op agrarisch terrein). De lokale kernpopulatie van de rugstreeppad bevindt zich op de Strabrechtse Heide, echter het verspreidingspatroon laat ook een zekere uitwaaiering naar verstedelijk en agrarisch gebied rond de Strabrechtse Heide zien. Op basis van het bekende waarnemingspatroon kan geconcludeerd worden dat het plangebied door zijn ligging nabij de Strabrechtse Heide in een gevoelige zone ligt om de Rugstreeppad aan te treffen. Het plangebied toont en inrichting en wordt op een dusdanige wijze beheerd dat het open oppervlak waar het terrein uit bestaat geheel ongeschikt voor amfibieën is. Hooguit kunnen langs de terreinranden algemene soorten waarvoor een vrijstelling geldt en die minder direct aan water zijn gebonden als de gewone pad en bruine kikker verwacht worden. Voor de soorten waarvoor geen vrijstelling geldt ontbreken geschikte voortplantingswaters en landbiotoop binnen de directe omgeving die door de intensieve teelt van mais en graszoden wordt gedomineerd.

Momenteel kunnen soorten waarvoor een strikte bescherming en geen vrijstelling geldt daarom voor het plangebied en binnen de invloedsfeer daarvan uitgesloten worden. Wel dient rekening gehouden te worden dat het plangebied binnen een gevoelige zone ligt om de rugstreeppad te verwachten. Voorkomen dient daarom te worden dat het terrein na oplevering en verwijdering van graszoden tijdelijk braak komt te liggen. Op braakliggende grond kan op korte tijde en geschikt milieu met kruidrijke begroeiingen en tijdelijke voortplantingswaters voor de rugstreeppad ontstaan. Het terrein dient daarom na oplevering tot aanvang van de inrichtingswerkzaamheden dusdanig beheerd te worden dat er geen geschikt tijdelijk leefgebied voor rugstreeppad en andere amfibieën ontstaat. Conclusie

Negatieve effecten ten gevolge van de voorgenomen herontwikkeling op beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt en hun leefgebied worden niet direct verwacht. Bij wijze van voorzorgmaatregel dient wel het terrein na oplevering en oogsten van de graszoden tot de aanvang van de inrichtingswerkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden voor de rugstreeppad en andere amfibieën. Voor de beschermde amfibieën waarvoor en vrijstelling geldt die eventueel aangetroffen worden dient de zorgplicht in acht worden genomen.

4.3.7 Vissen Bescherming en voorkomen Wnb §3.2 en §3.3

Bescherming Onder de habitatrichtlijn vallen een aantal zoutwatervissen die van zelfsprekend voor het plangebied uitgesloten kunnen worden. Onder de nationale bescherming vallen een aantal vissen die aan een hoogwaardig beekmilieu gebonden zijn als beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal en beekdonderpad. De elrits en gestippelde alver zijn zeldzame vissoorten die alleen nog in enkele beken in Zuid-Limburg voorkomen. De grote modderkruiper is een soort van sloten en waters met een modderbodem

37

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

en komt vooral voor binnen laagveengebieden en het rivierengebied voor. De Brabantse verspreiding ligt vooral in de invloedsfeer van de grote rivieren. Echter de soort is ook bekend uit het stroomgebied van de Beerze en van de Dommel rond Eindhoven. NDDFgegevens

Binnen d e 1 km-straal worden geen beschermde vissoorten vermeldt. Pas De grote modderkruiper is de enige beschermde vissoort die binnen de 0-5 km-straal vermeld wordt.

Effecten beoordeling

Effecten Binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan ontbreekt een geschikt watermilieu om vissen te verwachten.

Conclusie

Wegens het ontbreken van en geschikt watermilieu kunnen negatieve effecten op beschermde vissoorten en hun leefgebied uitgesloten worden.

4.3.8 Libellen en vlinders Bescherming en Voorkomen Wnb §3.2

Habitatrichtlijn Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn vallen 7 soorten dagvlinders en 8 soorten libellen. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Voor de provincie Noord-Brabant zijn de drie witsnuitlibellen, sierlijke, oostelijke en gevlekte witsnuitlibel, van bijzondere belang. Witsnuitlibellen zijn specifiek gebonden zijn aan het zwak gebufferd watermilieu van vennen en andere kleine waters. Op basis van hun zeldzaamheid, verspreidingsbeeld en specifieke habitatvereisten kunnen deze soorten buiten hun natuurlijke biotopen, die voornamelijk in natuurgebieden gelegen zijn, uitgesloten worden.

Wnb §3.3

Nationale bescherming Onder de nationale bescherming zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten De meeste soorten zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachtingskans om deze soorten binnen verstedelijkt en agrarisch gebied aan te treffen bijzonder klein is.

NDFF-gegevens

Binnen de 0-1 km-straal worden uit deze categorie alleen de speerwaterjuffer vermeldt. De laatste populaties van deze soort in Nederland bevinden zich in Brabantse heidegebieden. De vindplaats van deze zeer zeldzame soort betreft daarom vrijwel zeker binnen het vennengeied op de Strabrechtse Heide. Van andere soorten uit deze categorie, als gevlekte witsnuitlibel, gevlekte glanslibel, kommavlinder en kleine ijsvogelvlinder, die pas binnen de 1-5 km-straal worden vermeld liggen de nabij habitatgebieden ook op de natuurlijk terrein van heide, beek en beek begeleidende bossen.

Waarnemingen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en/of libellen waargenomen. Effecten beoordeling

Wegens het ontbreken van kruid- en structuurrijke begroeiingen is het plangebied geheel ongeschikt om soorten uit deze categorie te verwachten. Dit geldt ook voor de algemene vlindersoorten waarvoor geen

38

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

bescherming geldt. Voor libellen ontbreken nabije voortplantingswaters en groen dat beschutting biedt en de insecten aantrekt waar libellen op jagen. Conclusie

Gelet op hun zeldzaamheid en binding aan specifiek habitatgebied kunnen beschermde libel- en vlindersoorten voor het plangebied geheel uitgesloten worden. Het plangebied biedt ook voor algemene soorten een geheel ongeschikt leefgebied.

4.3.9 Overige ongewervelden Bescherming en voorkomen Wnb §3.2

Wnb §3.3

NDFF-gegevens

Habitatrichtlijn Uit de overige groepen van ongewervelden die Europees beschermd zijn door de Habitatrichtlijn vallen 2 soorten weekdieren, 5 keversoorten en 1 nachtvlindersoort. Van de twee weekdieren is De Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout. De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Van genoemde keversoorten ligt het landelijk verspreidingsgebied van de vermiljoenkever uitsluitend in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Limburg. De kever heeft een voorkeur voor vochtige bossen. De teunisbloempijlstaart is een warmte minnende soort nachtvlinder die voor zijn voedsel en voortplanting afhankelijk is van ruderaal- en pioniersvegetaties. Nationale bescherming Onder de nationale bescherming vallen één keversoort, het vliegend hert en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft.

De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Dit bostype ontbreekt in de nabijheid van het plangebied. De NDFF-gegevens vermelden binnen de 0-1 km-straal geen soorten Binnen de 1-5 km-straal worden teunisbloempijlstaart en vliegend hert vermeldt.

Waarnemingen Tijdens het veldbezoek werden geen waarnemingen uit deze soortgroep gedaan. Effecten beoordeling

Binnen het plangebied ontbreken kruidrijke begroeiingen met teunisbloemen om de zeldzame teunispijlstaartvlinder te verwachten. Het vliegend hert is te specifiek gebonden aan oud bos om binnen het plangebied te verwachten.

Conclusie

Op basis van hun zeldzaam en hun specifieke habitatvereisten kunnen negatieve effecten op soorten uit deze groep geheel uitgesloten worden.

39

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

4.4. Bescherming houtopstanden Wet natuur bescherming APV-bomenkap Effectenbeoordeling

Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden, zodat bomenkap niet aan de orde is. Het plangebied valt buiten de begrenzing van een bebouwde kom waardoor de AVP-bomenkap niet van toepassing is. Overtreding van Wet natuurbescherming op dit punt en eveneens de gemeentelijke APV-bomenkap kan voor het plangebied kunnen uitgesloten worden.

40

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

5 Conclusie 5.1. Samenvatting effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Wnb §2 Gelet op de ligging van het plangebied binnen de 7-km straal van Natura 2000-gebied eist de wetgeving een Aeriusberekening om de mogelijke effecten van de toename stikstofdepositie op Natura 2000-gebied vast te stellen. Als een Aeriusberekening aantoont dat de toename van de stikstofdepositie binnen de geldende toegestane normen voor Natura 2000-gebied valt, wordt een toetsing aan de Natura 2000 wetgeving niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) Vr NB art.5 Er worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen en ontwikkeling en de ligging op voldoende afstand. Een toetsing aan het NNN/EHS-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. Groenblauwe mantel en Attentiegebied NNB Vr NB art.6 en 12 Op basis van de beschikbare gegevens en de aard van de planontwikkeling worden geen overtredingen verwacht met betrekking tot Artikel 6.1 lid 1 en 6.10 lid 1b van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Soorten Habitatrichtlijn Wnb §3.2 De enige soort die onder strikte beschermingsregiem van de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen en met enige waarschijnlijkheid nabij het plangebied verwacht kunnen worden zijn vleermuizen en in het bijzonder de gewone dwergvleermuis.

Binnen het plangebied en de directe invloedsfeer daarvan ontbreken geschikt verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en andere soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Negatieve effecten op verblijfplekken en functioneel leefgebied voor soorten waarvoor een strikt beschermingsregime geldt kunnen uitgesloten worden Soorten nationaal beschermd (geen vrijstelling) Wnb §3.3 Negatieve effecten van jaarrond beschermde verblijfplekken van soorten die beschermd zijn middels Wbn § 3.3, het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’, kunnen binnen het plangebied en invloedsfeer daarvan uitgesloten worden. Jaarrond beschermde verblijfplekken van zoogdieren en vogels Wnb § 3.1, §3.2 en §3.3 Binnen het plangebied en de invloedssfeer daarvan kunnen verblijfplaatsen die als jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren kunnen worden aangemerkt en beschermd zijn middels Wnb § 3.1, §3.2 en §3.3 uitgesloten worden. Als gevolg van de ontwikkeling worden ook geen negatieve effecten verwacht op elementen die van essentieel belang kunnen zijn voor de instandhouding van het functioneel leefgebied van soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Beschermde houtopstanden Wnb §4 Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming of kapvergunning plichtig zijn.

41

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

5.2 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Wetgeving Natura 2000-gebieden Wnb hoofdstuk 2 §2.1 t/m §2.5.

Mogelijke overtredingen Overtreding van de verbodsbepalingen van de Natura 2000 -wetgeving, zoals die vastgelegd zijn hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming zijn, niet aan de orde indien en Aeriusberekening aantoont dat de stikstofdepositie binnen de geldende wettelijk normen blijft.

NNN-gebied Verordening ruimte NB-artikel 5.1.lid 7.

Overtreding van de verbodsbepalingen van de wetgeving ter bescherming van gebieden die onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN) vallen, zoals vastgelegd artikel 5 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant, zijn niet aan de orde.

Groenblauwe mantel. Verordening ruimte NB-artikel 6.1 lid1 en 6.10 lid 1b.

Overtreding van de verbodsbepalingen van de wetgeving ter bescherming van de gebieden die onder de overige provinciale beschermingszones vallen, zoals vastgelegd artikel 6 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant worden niet verwacht.

Soortenbescherming wetgeving Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Mogelijke overtredingen Als het broedseizoen onvoldoende in acht genomen wordt is een overtreding van Wnb artikel 3.1 lid 2 mogelijk.

Wnb §3.1 art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten op en verstoring verwacht van de jaarrond beschermde verblijfplekken en het functioneel leefgebied van vogels uit de beschermingscategorieën 1t/m 5 zoals die door het RVO zijn vastgesteld. Overtreding van Wnb art 3.1 lid 4 en lid 5 is niet aan de orde.

Wnb §3.2 art 3.5 lid 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de jaarrond beschermde verblijfplekken van dieren die strikt beschermd zijn doormiddel van de Habitatrichtlijn. Overtreding van Wnb art 3.5 lid 4 is niet aan de orde.

Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Als afdoende maatregelen genomen worden wat betreft lichtbelasting en een passende landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd, worden ten gevolge van de herontwikkeling geen verstoring verwacht van diersoorten die strikt beschermd zijn; noch aantasting en verstoring van hun functioneel leefgebied. Overtreding van Wnb art 3.5 lid 2 is dan niet aan de orde.

Zie voor toelichting hoofdstuk 6.1 voor te nemen voorzorgsmaatregelen om een overtreding te voorkomen.

Zie hoofdstuk 6 voor advies. Wnb §3.5 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de jaarrond beschermde verblijfplekken van dieren die onder de nationale bescherming van “andere soorten” vallen. Overtreding van Wnb art 3.10 lid 1b niet aan de orde.

42

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Wnb §3.2 art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Binnen het plangebied worden geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten verwacht en daarmee geen overtreding van Wnb art 3.5 lid 5.

Wnb §3.3 art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Binnen het plangebied worden geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten verwacht en daarmee geen overtreding van Wnb art 3.10 lid 1c.

Wnb §1.3 art 1.11 Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Indien onvoldoende zorgvuldig te werk wordt gegaan bij uitvoering van de werkzaamheden kan een overtreding plaats vinden van verbodsbepalingen in Wnb §1.3 art 1.11 die de zorgplicht betreffen. Zie hoofdstuk 6.1 voor de te nemen voorzorgsmaatregelen en mitigatie.

Bescherming houtopstanden wetgeving Wnb §4 art 4/ APV Bomenkap

Mogelijke overtredingen Er vindt geen kap plaats. Overtreding Wnb §4 art 4/ APV is niet aan de orde

Vervolgonderzoek Als vervolgstap is een Areriusberekening vereist. Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen en beschermde amfibiesoorten (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is verder geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het broedseizoen en beschermde amfibiesoorten (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen ontheffingsaanvraag nodig.

Samenvatting Indien een Aeriusberekening aantoont dat de toename van de stikstofdepositie binnen de geldende normen blijft en de voorzorgsmaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht.

43

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

44

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

6 Voorzorgsmaatregelen, mitigatie en aanbeveling. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •

•

Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Als men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen •

•

•

Er dienen mitigatiemaatregelen genomen te worden om foeragerende vleermuizen en nachtvogels zo weinig mogelijk te verstoren. De invloeden van licht- en geluidsbelasting dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden, zowel in de uitvoerende fase als bij de nieuwe inrichting die het plangebied verkrijgt. Bij herinrichting dient de aanbeveling om naar een lichtplan te streven waarbij weinig lichtuitstrooiing naar de omgeving is De nieuwe groene inrichting dient dusdanig te geschieden dat deze aansluit op de landschappelijke en ecologische omgeving. Dit kan o.a. door te kiezen voor inlandse houtsoorten voor de aanleg van hagen en planten van bomen. De aanplant dient dusdanig te geschieden dat de uitstraling van licht op de omgeving voor de nachtdieren zoveel mogelijk beperkt wordt. Het voorgenomen groenplan voldoet al reeds aan deze vereisten. Na oplevering van het terrein en oogsten van de grasmatten dient voorkomen te worden dat er een tijdelijk braakliggend terrein ontstaat waarop zich natuurlijke begroeiingen kunnen ontwikkelen. Dergelijk tijdelijk onbeheerd terrein kan grondbroeders en amfibieën, en in het bijzonder de rugstreeppad, aantrekken. Het terrein kan b.v. tijdelijk met gras ingezaaid worden dat steeds kort wordt afgemaaid.

Er dient tevens voor en goede afwatering gezorgd te worden, dusdanig dat er geen tijdelijke ondiepe plassen ontstaan die geschikt zijn als voortplantingswater voor rugstreeppadden. Ook dient tot de herinrichting voorkomen te worden dat op het terrein materialen opgeslagen worden of afval gedumpt wordt dat beschermde soorten schuil- en nestgelegenheid kan bieden.

•

6.3 Aanbeveling en advies •

Als aanbeveling geldt het inbouwen van verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw. Hiervoor zijn inbouwkasten in alle maten en van verschillend soorten materialen in de handel.

45

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

•

•

Enkele veel gebruikte methoden om de effecten van lichthinder te beperken zijn: -niet uitstralende armaturen -lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig) -verlichting met een lagere lichtintensiteit -tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan), en alleen op plekken waar het echt nodig is -Het gebruik van sensoren die in werking treden als verlichting nodig is -de verlichting afschermen met struiken zodat het licht niet verstrooid wordt naar plekken waar het niet nodig is. Natuur inclusief bouwen natuur inclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van neststenen of vogelvides voor huismussen en vleermuiskasten in de gevel van de nieuwe woning. natuur inclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat!

Voor meer informatie over natuur inclusief bouwen zie onderstaande websites: www.stadszaken.nl/ruimte/groen/1079/natuurinclusief-bouwen-met-deze-40-punten. www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/in-de-stad/gemeenten-bedrijvenbouwers/hulp-van-vogelbescherming . www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/in-de-stad/gemeenten-bedrijvenbouwers/goede-voorbeelden . www.checklistgroenbouwen.nl www.operatiesteenbreek.n

46

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

7. Bronnen Literatuur

• • • • • • • • • • • •

Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. J.F.G. Maassen, Herontwikkeling perceel Heikantstraat 2, 3-10-2018 Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. Schaminée e.a. 1995. De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5 Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 1985-1994. Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5 P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Veldgids Europese Zoogdieren Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.

Gegevensverstrekking NDFF - quickscanhulp.nl, d.d. 8-7-2020 Internetsites -www. minlnv.nederlandsesoorten.nl/

-www.Verspreidingsatlas.nl -www.dassenwerkgroepbrabant.nl -www.ed.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl -www.kaartbank.brabant.nl -www.bodemdata.nl

47

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

48

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

BIJLAGE 1 - TOELICHTING SOORTENBESCHERMING De Conventie van Bern is een internationaal verdrag over het behoud van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten en de daarbij behorende grensoverschrijdende natuurlijke leefmilieus in Europa. Bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbare soorten en aan soorten die met uitsterven worden bedreigd. Het verdrag werd in 1979 ondertekend door de Europese Unie, Monaco, Burkina Faso, Marokko, Tunesië en Senegal en ligt aan de basis van de huidige Europese en nationale natuurwetgeving. De Conventie van Bonn is een internationaal verdrag met het doel migrerende diersoorten te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn getekend onder auspiciën van de VN. De Habitatrichtlijn (HR) is in 1992 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Vogelrichtlijn is in 1979 door de Europese Unie vastgesteld gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten.

Bijlage

categorie

Habitatrichtlijn/ Vogelrichtlijn

Wnb

Bern1

Strikt beschermde plantensoorten

HR-bijlage 4

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde plantensoorten

HR-bijlage 2

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Beschermde diersoorten

HR-bijlage 2 en 5

§ 3.3 art 3.10

Beschermde vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Strikt beschermde (migrerende) diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde (migrerende) vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Beschermde (migrerende) diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.3 art 3.10

Beschermde (migrerende) vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Bern 2

Bern 3

Bonn 1

Bonn2

49

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

TABEL 2 - SOORTEN VAN DE VOGELRICHTLIJN Algemeen Alle Europese inheemse vogels zijn beschermd met de Vogelrichtlijn, waarbij een onderscheidt gemaakt kan worden van soorten waarvoor een striktere bescherming geldt (vermeldt in bijlag 2 van de Conventie van Bern en bijlage 1 van het Verdrag van Bonn) en soorten waarvoor die bescherming minder strikt is (bijlage 3 Bern en bijlage 2 Bonn). Echter voor alle soorten is de bescherming van Wnb § 3.1 art 3.1 van toepassing. Van een aantal soorten zijn ook de verblijfplekken en nesten buiten het broedseizoen beschermd, de zgn. jaarrond beschermde verblijfplekken. Vogels met jaarrond vaste verblijfplekken Door de RVO is een lijst van vogelsoorten opgesteld waarbij een onderscheidt is gemaakt tussen de volgende categorieën van beschermde vaste verblijfplekken die deze soorten onderhouden 1 2 4 5

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Verblijfplekken van soorten uit categorie 1,2,3 en 4 zijn in alle gevallen jaarrond beschermd en is ontheffing altijd noodzakelijk. Verblijfplekken van soorten uit categorie 5 zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of “als ecologische omstandigheden” dat rechtvaardigen. Voor deze soorten, die slechts deels vaste nestelplekken onderhouden geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden Soort

categorie

steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger

1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5

soort

categorie

boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw

50

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

soort

categorie

pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

BIJLAGE 3 - SOORTEN VAN DE HABITATRICHTLIJN

Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I

Bern II

Bonn I

HR IV

categorie

soort

soort

Sporenplanten

Geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Sporenplanten

Tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Sporenplanten

Kleine vlotvaren

Salvinia natans

Zaadplanten

Liggende raket

Sisymbrium supinum

Zaadplanten

Drijvende waterweegbree

Luronium natans

Zaadplanten

Groenknolorchis

Liparis loeselii

Zaadplanten

Kruipend moerasscherm

Apium repens

Zaadplanten

Zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern II Bern II Bern II

dagvlinders

Moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Haften

Oeveraas

Palingenia longicauda

Libellen

Mercuurwaterjuffer

Bern II

Zeezoogdieren

Walrus

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Reptielen

Dikkopschildpad

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Odobenus rosmarus ssp. rosmarus Caretta caretta

Reptielen

Kemp’s zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Reptielen

Lederschildpad

Dermochelys coriacea

Reptielen

Soepschildpad

Chelonia mydas

zeezoogdieren

Bultrug

Megaptera novaeangliae

Zeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Zeezoogdieren

noordse vinvis

Balaenoptera borealis

Zeezoogdieren

Potvis

Physeter catodon

Amfibieën

Poelkikker

Pelophylax lessonae

Vissen

Houting

Coregonus oxyrinchus

Weekdieren

Bataafse stroommossel

Unio crassus

Weekdieren

platte schijfhoren

Anisus vorticulus

Zoogdieren

Bever

Castor fiber ssp. albicus

Zoogdieren

Hazelmuis

Muscardinus avellanarius

Zoogdieren

Lynx

Lynx ssp. lynx

Zoogdieren

Noordse woelmuis

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Zoogdieren

Wilde kat

Microtus oeconomus ssp. arenicola Felis silvestris ssp. silvestris

Zoogdieren

Wolf

Canus lupus

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus

Zeezoogdieren

Butskop

Hyperoodon ampullatus

Zeezoogdieren

Dwergvinvis

Balaenoptera acutorostrata

Zeezoogdieren

Griend

Globicephala melas

Zeezoogdieren

Spitsdolfijn van gray

Mesoplodon grayi

Zeezoogdieren

Witte dolfijn

Delphinapterus leucas

Amfibieën

Boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

Amfibieën

Geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata

Amfibieën

Heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Amfibieën

Kamsalamander

Triturus cristatus

HR IV HR IV HR IV HR IV

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Bern II Bern II Bern II Bern II

Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I

51

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Bern I

Bern II Bern II Bern II

Bonn I

HR categorie IV HR IV Amfibieën HR IV Amfibieën

soort

soort

Rugstreeppad

Bufo calamita

Vroedmeesterpad

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Dagvlinders

Apollovlinder

Alytes obstetricans ssp. obstetricans Parnassius apollo

Dagvlinders

Boszandoog

Lopinga achine

Dagvlinders

Donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Dagvlinders

Grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp. batava

Dagvlinders

Pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Dagvlinders

Tijmblauwtje

Maculinea arion

Dagvlinders

Zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Kevers

Dytiscus latissimus

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Kevers

Brede Geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever

Kevers

Juchtleerkever

Osmoderma eremita

Kevers

Vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Libellen

Bronslibel

Oxygastra curtisii

Libellen

Gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Libellen

Gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Libellen

Groene glazenmaker

Aeshna viridis

Libellen

Noordse winterjuffer

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Libellen

Oostelijke witsnuitlibel

Sympecma annulata ssp. braueri Leucorrhinia albifrons

Libellen

Rivierrombout

Gomphus flavipes ssp. flavipes

Libellen

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Nachtvlinders

Teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Reptielen

Gladde slang

Bern II

HR IV Reptielen

Muurhagedis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Reptielen

Zandhagedis

Coronella austriaca ssp. austriaca Podarcis muralis ssp. brongniardii Lacerta agilis ssp. agilis

Vissen

Steur

Acipenser sturio

Zoogdieren

Hamster

Cricetus cricetus ssp. canescens

Zoogdieren

Otter

Lutra lutra ssp. lutra

Vleermuizen

Baardvleermuis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Bechsteins vleermuis

Myotis mystacinus ssp. mystacinus Myotis bechsteini

Vleermuizen

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri ssp. leisleri

Vleermuizen

Brandts vleermuis

Myotis brandti ssp. brandti

Vleermuizen

Franjestaart

Myotis nattereri

Vleermuizen

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus ssp. auritus

Vleermuizen

Grijze grootoorvleermuis

Bern II

HR IV Vleermuizen

Ingekorven vleermuis

Bern II Bern II

HR IV Vleermuizen HR IV Vleermuizen

Kleine dwergvleermuis

Plecotus austriacus ssp. austriacus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Pipistrellus pygmaeus

Bern II

HR IV Vleermuizen

Laatvlieger

Bern II

HR IV Vleermuizen

Meervleermuis

Kleine hoefijzerneus

52

Graphoderus bilineatus

Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Bern I

Bern II Bern II

Bon I

HR IV

categorie

soort

HR IV

Vleermuizen

Kleine hoefijzerneus

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Laatvlieger

Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus

Vleermuizen

Meervleermuis

Myotis dasycneme

Vleermuizen

Mopsvleermuis

Barbastella barbastellus

Vleermuizen

Noordse vleermuis

Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni

Vleermuizen

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula ssp. noctula

Vleermuizen

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Vleermuizen

Tweekleurige vleermuis

Vespertilio murinus ssp. murinus

Vleermuizen

Vale vleermuis

Myotis myotis ssp. myotis

Vleermuizen

Watervleermuis

Bern II

HR IV

Vleermuizen

Bruinvis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Dwergpotvis

Myotis daubentoni ssp. daubentoni Phocoena phocoena ssp. phocoena Kogia breviceps

Zeezoogdieren

Gestreepte dolfijn

Stenella coeruleoalba

Zeezoogdieren

Gewone dolfijn

Delphinus delphis

Zeezoogdieren

Gewone spitsdolfijn

Mesoplodon bidens

Zeezoogdieren

Grijze dolfijn

Grampus griseus

Zeezoogdieren

Kleine zwaardwalvis

Pseudorca crassidens

Zeezoogdieren

Narwal

Monodon monoceros

Zeezoogdieren

Orca

Orcinus orca

Zeezoogdieren

Tuimelaar

Tursiops truncatus ssp. truncatus

Zeezoogdieren

Witflankdolfijn

Lagenorhynchus acutus

Zeezoogdieren

Witsnuitdolfijn

Lagenorhynchus albirostris

53

soort

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

BIJLAGE 4 - NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN (‘ANDERE SOORTEN’) Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in bijlage A en B van Wnb artikel 3.10 (respectievelijk) lid 1a en 1c. Internationaal staan deze vermeldt in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 en 5 van de Habitatrichtlijn. soortgroep

soort

soort

bescherming

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Kreeftachtigen Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen ZoogdierenZoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Vliegend hert Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel speerwaterjuffer Europese rivierkreeft Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Boommarter Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis

Mesotriton alpestris Lissotriton helveticus Salamandra Pyrgus malvae Melitaea athalia Erynnis tages Satyrium ilicis Argynnis niobe Maculinea alcon Argynnis aglaja Nymphalis polychloros Apatura iris) Satyrium w-album Hipparchia statilinus Limenitis camilla Hesperia comma Thecla betulae Heteropterus morpheus Plebejus optilete Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Boloria selene Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Astacus astacus Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota Martes martes Mustela putorius Dama dama Meles meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis

Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A)

54

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Hermelijn Molmuis Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis Hermelijn Molmuis Steenmarter Veldspitsmuis Wezel Waterspitsmuis Gewone zeehond Grijze zeehond Blaasvaren Groensteel Schubvaren Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten

Mustela erminea Arvicola scherman Mustela putorius Dama Meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis Mustela erminea Arvicola scherman Martes foina Crocidura leucodon Mustela nivalis Neomys fodiens Phoca vitulina Halichoerus grypus Cystopteris fragilis Asplenium viride Ceterach officinarum Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonus-henricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens

Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Alchemilla subcrenata

Andere soorten (bijlage B)

Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

55

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje

Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria

56

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

BIJLAGE 5 - SOORTEN MET EEN VRIJSTELLING Uitgezonderd: Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven. Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september

zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn

4

Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis

1

Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter

5

Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis

1

Vos Wezel Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm

2

Kleine watersalamander Levendbarende hagedis

3

Meerkikker Bastaardkikker

57

ANWvB RN art 3.31

Zuid-Holland

Zeeland

Utrecht

Overijssel

Noord-Holland

Noord- Brabant

Limburg

Groningen

Gelderland

Friesland

Flevoland

Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari

Drente

1 2 3 4 5

Ecologische quickscan – Ontwikkeling fase 2 van recreatiepark Somerdaal te Someren

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11334411/1